Circulaire Ci.R.9.EUR/217.742 d.d. 26.03.1976
Deze circulaire werd vervangen door de circulaire 2023/C/7 betreffende de Europese Scholen
Europese scholen.
Fiscaal statuut
- van de Europese scholen in België;
- van de directeurs en andere personeelsleden van deze scholen.
1. Het op 12.10.1962 ondertekende Akkoord tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Raad van Bestuur van de Europese School is goedgekeurd bij de W. 8.11.1975 (Belgisch Staatsblad van 7.2.1976). Ingevolge art. 13 is het Akkoord op 30.12.1975 in werking getreden en gelden de erin neergelegde fiscale bepalingen vanaf 17.9.1958 (datum van oprichting van de eerste Europese school in België).
Dit akkoord heeft ten doel aan de Europese scholen waarvan de structuur is geregeld door een te Luxemburg op 12.4.1957 ondertekend statuut dat bij de W. 28.2.1959 (Belgisch Staatsblad van 25.6.1959) is goedgekeurd, en die te Ukkel en Mol, respectievelijk in 1958 en 1960 zijn opgericht ten behoeve van de gemeenschappelijke opvoeding en het gemeenschappelijke onderwijs van kinderen van het personeel van de Europese Gemeenschappen de best mogelijke arbeidsvoorwaarden te verschaffen.
Fiscaal statuut van de scholen.
2. De scholen, hun bezittingen, inkomsten en andere goederen zijn vrijgesteld van alle directe belastingen (art. 4, lid 1, van het Akkoord).
De vrijstelling van alle directe belastingen houdt inzonderheid in dat:
- de inkomsten uit onroerende goederen waarvan de scholen eigenaar, vruchtgebruiker, enz., zouden worden, niet aan O.V. onderworpen zijn;
- de roerende inkomsten die zij genieten in beginsel van R.V. zijn vrijgesteld; de scholen kunnen de vrijstelling aan de bron onder dezelfde omstandigheden en volgens dezelfde wijze bekomen als de internationale organisaties die van Belgische belastingen zijn vrijgesteld; men raadplege hiervoor, al naar
de aard van de inkomsten, Com. I.B. 164/97, 164/169, 164/210, 164/244.1 of 164/253.
Fiscaal statuut van het personeel.
3. De directeurs, de leden van het onderwijzend en van het administratief personeel van de scholen zijn vrijgesteld van iedere Belgische belasting op de lonen, emolumenten en vergoedingen die hun betaald worden door de scholen, in aanvulling van de emolumenten hun uitbetaald door het bestuur van hun land van herkomst, welke laatste onderworpen blijven aan de belasting van dit land van herkomst (art. 9 van het Akkoord).
4. Hieruit volgt dat:
- buitenlanders die door een Europese school in België zijn tewerkgesteld als directeur of als lid van het onderwijzend of het Administratief personeel noch op de door de school betaalde aanvullende beloningen, noch op de door de staat van herkomst betaalde beloningen belastbaar zijn; deze beloningen dienen tot nader bericht niet in aanmerking te worden genomen om het tarief te bepalen van de belasting die op de eventuele andere belastbare inkomsten van de betrokkenen verschuldigd is;
- Belgische onderdanen die door een Europese school in België zijn tewerkgesteld als directeur of als lid van het onderwijzend of het administratief personeel, vrijgesteld zijn van belasting op de door de school betaalde aanvullende beloningen, doch belastbaar blijven op de beloningen die hen door de Belgische staat worden betaald; de aanvullende beloningen dienen tot nader bericht niet in aanmerking te worden genomen om het tarief te bepalen van de belasting die op de rijksbeloningen en de eventuele andere belastbare inkomsten van de betrokkenen verschuldigd is.
5. Geen enkele bepaling van het Akkoord verleent exceptie van fiscale woonplaats aan de in nr. 3 vermelde directeurs en personeelsleden. Bijgevolg zijn de betrokkenen, onverminderd de vrijstelling van hun beloningen ingevolge het bepaalde sub nr. 4, aan de P.B. onderworpen indien zij hun woonplaats of de zetel van hun fortuin in België hebben. In voorkomend geval moet ter zake evenwel rekening worden gehouden met de bepalingen van de overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting (zie Com. ov. hst. 4).
6. De scholen zullen op 1 december van elk jaar mededeling doen van de namen, hoedanigheden en adressen van de directeurs en van de leden van het onderwijzend en het administratief personeel op wie de bepalingen van art. 9 van toepassing zijn, zomede van de leden van hun gezin (art. 11 van het Akkoord). De administratie heeft het nodige gedaan om in het bezit te komen van een recente lijst van de bedoelde personeelsleden; de bevoegde taxatiediensten zullen de voor hen bestemde gegevens uit die lijst zo spoedig mogelijk ontvangen.
7. Het Akkoord is niet van toepassing wat de rechtstreeks door de Europese scholen aangeworven personeelsleden betreft, die uitsluitend door de scholen worden bezoldigd (inzonderheid administratief en dienstpersoneel). De beloningen van deze laatsten vallen onder het gemeen recht behoudens eventuele toepassing van de overeenkomsten tot het vermijden van dubbele belasting.
Terugwerkende kracht en ontheffing.
8. Art. 3, lid 1, van de goedkeuringswet van 8.11.1975 bepaalt dat, zelfs wanneer zij volgens het gemeen recht niet meer kunnen worden herzien, van de inkomstenbelastingen en de daarmede gelijkgestelde belastingen welke in strijd met art. 4, lid 1, en art. 9 van het akkoord aan de bron zijn geheven of in het kohier zijn gebracht, door de Directeur der directe belastingen ontheffing wordt verleend, hetzij van ambtswege binnen een termijn van een jaar met ingang van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad,
d.i. vanaf 7.2.1976, hetzij naar aanleiding van een met redenen omkleed bezwaarschrift dat binnen dezelfde termijn bij de voornoemde ambtenaar is ingediend.
De ingevolge het Akkoord verleende ontheffingen geven geen aanleiding tot betaling van moratoriuminteresten (art. 3, lid 2, van de goedkeuringswet).
