Circulaire 2018/C/75 betreffende het nieuwe erfrecht
Bespreking van de belangrijkste wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft ingevolge de wet van 31 juli 2017
Erfrecht; beschikbaar deel; wettelijke reserve; inbreng; inkorting; waardering; erfovereenkomsten; langstlevende echtgenoot; vruchtgebruik; verdeling
FOD Financiën, 14.06.2018
Algemene Administratie van de Inning en Invordering
II.Wijzigingen m.b.t. de reserve - meer vrijheid voor de erflater
De erfrechtelijke reserve – het beschikbaar deel
De wettelijke reserve van de kinderen vermindert
De reserve van de langstlevende echtgenoot wordt aangepast
De reserve van de ouders wordt afgeschaft - onderhoudsvordering
Vervanging van de reserve in natura door een reserve in waarde
III.Wijzigingen m.b.t. de inbreng - meer zekerheid voor de schenker en de begiftigde
“Inbreng” van rechtswege ten voordele van de langstlevende echtgenoot – voortzetting vruchtgebruik
Waardering op datum van de schenking
IV.Wijzigingen m.b.t. het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot
Prioritaire aanrekening op het beschikbaar deel
Vereenvoudigde en buitengerechtelijke omzetting
V.Mogelijkheid om bindende erfovereenkomsten te sluiten - meer autonomie voor de erflater
VI.Wijzigingen m.b.t. de verdeling - voorafgaandelijke betaling van de schulden
I. Hervorming van het erfrecht
Het erfrecht werd recent hervormd[1]. De belangrijkste wijzigingen worden hierna kort besproken.
Praktische richtlijnen worden in een aparte instructie opgenomen.
II. Wijzigingen m.b.t. de reserve - meer vrijheid voor de erflater
De erfrechtelijke reserve – het beschikbaar deel
De erfrechtelijke reserve is het deel dat door de wet wordt voorbehouden ten voordele van de “reservataire erfgenamen”[2].
Over het overige deel van de nalatenschap, het beschikbaar deel, kan men vrij beschikken.
De wettelijke reserve van de kinderen vermindert
Vroeger was de omvang van de reserve afhankelijk van het aantal kinderen van de erflater.
Door de nieuwe erfwet wordt de beschikkingsvrijheid van de erflater verruimd. Ongeacht het aantal kinderen kan de erflater steeds beschikken over de helft van zijn nalatenschap[3]. De andere helft wordt in gelijke delen onder de kinderen verdeeld.
De reserve van de langstlevende echtgenoot wordt aangepast
De reserve van de langstlevende echtgenoot bestaat uit een abstracte en een concrete reserve.
De abstracte reserve is gelijk aan het vruchtgebruik van de helft van alle goederen van de nalatenschap.
Wat de abstracte reserve betreft, zal het vruchtgebruik prioritair berekend worden op het beschikbare deel van de nalatenschap[4], zoals hierna[5] uiteengezet wordt.
De reserve van de langstlevende echtgenoot kan ontnomen worden indien de echtgenoten op de dag van het overlijden sinds meer dan zes maanden gescheiden leven en indien de erflater of de langstlevende echtgenoot bij gerechtelijke akte (als eiser of verweerder) ofwel een afzonderlijk verblijf had gevorderd of een vordering tot echtscheiding door onderlinge toestemming[6] had ingeleid en voor zover zij na die akte niet opnieuw zijn gaan samenwonen[7].
De concrete reserve is gelijk aan het vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad.
De concrete reserve wordt behouden en uitgebreid tot het recht op voortzetting van de huur van de gezinswoning[8].
Een parallelle regel wordt ingevoerd voor de langstlevende wettelijk samenwonende partner van de erflater. Deze wettelijk samenwonende partner is enkel gerechtigd op het vruchtgebruik van de gezinswoning en de huisraad[9].
De reserve van de ouders wordt afgeschaft - onderhoudsvordering
Het vroegere erfrecht bepaalde een voorbehouden erfdeel voor bloedverwanten in opgaande lijn indien de erflater geen kinderen naliet.
In de nieuwe wet wordt de reserve van de ouders opgeheven en vervangen door een onderhoudsverplichting ten laste van de nalatenschap van de kinderloze erflater indien de ouders zorgbehoevend zijn. In dat geval kunnen de ouders een (begrensde[10]) onderhoudsvordering eisen[11].
Vervanging van de reserve in natura door een reserve in waarde
Indien na het overlijden blijkt dat de schenkingen die de erflater tijdens zijn of haar leven gedaan heeft het beschikbare deel hebben overschreden, dan kunnen de reservataire erfgenamen een “inkorting” vragen van de schenkingen die hun reserve aantasten[12].
Zij kunnen voortaan niet meer eisen dat de geschonken goederen in natura naar de nalatenschap terugkeren. De inkorting gebeurt in waarde[13], tenzij op vraag van de begiftigde de inkorting toch in natura geschiedt[14].
De vordering tot inkorting lastens een erfgenaam verjaart na 30 jaar te rekenen vanaf het openvallen van de nalatenschap[15].
De vordering tot inkorting ten aanzien van een niet-erfgenaam verjaart na twee jaar te rekenen vanaf de afsluiting van de vereffening-verdeling van de nalatenschap als daaruit de aantasting van het voorbehouden erfdeel van de reservataire erfgenamen blijkt, of - in elk geval - na maximum dertig jaar vanaf het openvallen van de nalatenschap.
Let wel, de begiftigde (niet erfgenaam) kan de reservataire erfgenamen verplichten zich uit te spreken binnen een kortere termijn. Hij kan hen op elk ogenblik aanmanen om een standpunt in te nemen over het principe van de inkorting en - desgevallend - over het bedrag van de inkorting van de gift. De erfgenamen moeten een standpunt innemen binnen het jaar volgend op de ingebrekestelling. En zij beschikken over een termijn van twee jaar vanaf de princiepsverklaring om de inkorting te vorderen en het bedrag ervan vast te stellen[16].
III. Wijzigingen m.b.t. de inbreng - meer zekerheid voor de schenker en de begiftigde
Inbreng
Iedere erfgenaam heeft recht op een gelijk erfdeel. Daarom is iedere erfgenaam verplicht om aan zijn mede-erfgenamen “inbreng” te doen van al hetgeen hij, hetzij als gift, hetzij bij testament van de overledene ontvangen heeft. Ook de schulden die elke erfgenaam tegenover de erfboedel heeft, moeten ingebracht worden[17]. De inbreng waarborgt de gelijkheid onder de erfgenamen.
Vermoeden van inbreng
De verplichte inbreng geldt principieel enkel voor de kinderen, tenzij de erflater uitdrukkelijk vermeld heeft dat het gaat om een schenking buiten erfdeel of met vrijstelling van inbreng[18].
Indien het echter gaat om een andere erfgenaam dan de kinderen, dan wordt er voortaan van uitgegaan dat de erflater die erfgenaam wel degelijk heeft wil bevoordelen. Het wettelijk vermoeden van inbreng wordt m.a.w. vervangen door een vermoeden van vrijstelling van inbreng. Deze andere erfgenamen dan de kinderen moeten dus geen inbreng doen, tenzij bepaald werd dat de schenkingen of legaten voor inbreng vatbaar zijn[19].
“Inbreng” van rechtswege ten voordele van de langstlevende echtgenoot – voortzetting vruchtgebruik
De giften gedaan aan de langstlevende echtgenoot of de langstlevende wettelijk samenwonende zijn niet vatbaar voor inbreng.
Noch de langstlevende echtgenoot, noch de langstlevende wettelijk samenwonende kan de inbreng eisen van giften die aan andere erfgenamen zijn gedaan.
Wanneer de schenker-erflater zich op de geschonken goederen een levenslang vruchtgebruik heeft voorbehouden, ontvangt de langstlevende echtgenoot bij overlijden van de schenker dit vruchtgebruik, op voorwaarde dat de langstlevende op het ogenblik van de schenking reeds gehuwd was met de schenker[20]. Ook de langstlevende wettelijk samenwonende kan zo een vruchtgebruik voortzetten, maar enkel met betrekking tot het onroerend goed dat tijdens het samenwonen het gezin tot gemeenschappelijke verblijfplaats diende en de daarin aanwezige huisraad[21].
Waardering op datum van de schenking
De inbreng gebeurt principieel in waarde[22]. Indien het geschonken goed evenwel nog aan de erfgenaam toebehoort die tot inbreng gehouden is en vrij is van elke last of bezetting waarmee het nog niet bezwaard was op het ogenblik van de schenking, kan de inbreng ook in natura gebeuren.
Vroeger werd de waarde van roerende goederen bepaald op het ogenblik van de schenking, terwijl de waardering van een onroerend goed gebeurde op het ogenblik van het openvallen van de nalatenschap.
Voortaan gebeurt de inbreng van alle schenkingen op basis van de intrinsieke waarde van de geschonken goederen op datum van de schenking, geïndexeerd tot op de dag van het overlijden[23].
IV. Wijzigingen m.b.t. het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot
Prioritaire aanrekening op het beschikbaar deel
Principieel behoudt de langstlevende echtgenoot het vruchtgebruik over de hele nalatenschap[24].
Ter bescherming van de kinderen wordt wel voorzien dat het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot hun erfdeel zo weinig mogelijk bezwaart[25], d.w.z.:
- indien de langstlevende echtgenoot gerechtigd is op het vruchtgebruik van de gehele nalatenschap, bezwaart het vruchtgebruik zowel het voorbehouden erfdeel als het beschikbaar gedeelte;
- indien de langstlevende echtgenoot gerechtigd is op het vruchtgebruik van een deel van de nalatenschap, bezwaart het bij voorrang het beschikbaar gedeelte en slechts voor het overschot het voorbehouden erfdeel;
- indien de langstlevende echtgenoot gerechtigd[26] is op het vruchtgebruik van bepaalde goederen die, als gevolg van de verdeling, worden toegewezen aan de kinderen, mogen de kinderen een compensatie eisen in de vorm van een kapitaal.
Vereenvoudigde en buitengerechtelijke omzetting
De nieuwe wet voorziet ook in een vereenvoudigde en buitengerechtelijke omzetting van het vruchtgebruik[27].
Voortaan kan op het eerste verzoek van een niet-gemeenschappelijk kind dat blote eigenaar is van het geërfde goed, of op verzoek van de langstlevende echtgenoot, de omzetting van het vruchtgebruik gevraagd worden. De blote eigenaars en de langstlevende echtgenoot bepalen zelf, in onderlinge overeenstemming, de wijze en de modaliteiten van de omzetting. De langstlevende echtgenoot behoudt wel het veto-recht voor de omzetting van het vruchtgebruik van de gezinswoning en de daarin aanwezige huisraad. Bij gebrek aan akkoord wordt het vruchtgebruik omgezet in een onverdeeld aandeel van de nalatenschap in volle eigendom.
De omzetting van het vruchtgebruik op het eerste verzoek kan enkel in het kader van de procedure van vereffening en verdeling worden gevraagd[28].
V. Mogelijkheid om bindende erfovereenkomsten te sluiten - meer autonomie voor de erflater
Principieel kunnen er geen overeenkomsten gesloten worden over een nog niet opengevallen nalatenschap[29].
De nieuwe wet voorziet evenwel in enkele uitzonderingen.
Elke door de wet toegelaten erfovereenkomst moet bij notariële akte worden opgemaakt[30], en wordt geregistreerd in het centraal register van testamenten[31].
Elke erfovereenkomst die niet door de wet is toegelaten is absoluut nietig[32].
Globale erfovereenkomst
Ouders (of een van hen) en hun erfgenamen in rechte neerdalende lijn kunnen een globale erfovereenkomst sluiten over de toewijzing en verdeling van hun nalatenschap[33]. Alle vermoedelijke erfgenamen[34] in rechte neerdalende lijn moeten bij die overeenkomst betrokken worden en met de overeenkomst akkoord gaan. De erfovereenkomst moet alle goederen van de nalatenschap omvatten en alle huidige en vroegere schenkingen en voordelen moeten worden vermeld[35]. De toestemming van de partijen brengt in hoofde van elk van hen de verzaking mee aan de vordering tot inbreng of inkorting m.b.t. de giften waarop de overeenkomst betrekking heeft[36].
Door middel van de globale erfovereenkomst kan o.m. wettelijk de “generatiesprong” geregeld worden. D.w.z. dat elke vermoedelijke erfgenaam in rechte nederdalende lijn van de beschikker er mee kan instemmen dat zijn eigen kinderen rechtstreeks in zijn plaats erven[37].
De globale erfovereenkomst laat de beschikker bv. ook toe om de kinderen van de echtgenoot of de wettelijk samenwonende partner op dezelfde wijze te bedelen als de eigen kinderen[38].
De echtgenoot van de beschikker kan tussenkomen in de overeenkomst door met de overeenkomst in te stemmen. Dit heeft in zijn hoofde de verzaking van de vordering tot inkorting tot gevolg m.b.t. de giften in de overeenkomst[39].
“Punctuele” erfovereenkomsten
De wet voorziet daarnaast ook in de mogelijkheid om erfovereenkomsten te sluiten over de waarde van geschonken goederen met het oog op de inbreng[40], over de verzaking door de reservataire erfgenamen aan de vordering tot inkorting[41], of over de toestemming door de reservataire erfgenamen voor de vervreemding door de begiftigde van de goederen die aan hem geschonken werden[42] (de zgn. “punctuele” erfovereenkomsten).
VI. Wijzigingen m.b.t. de verdeling - voorafgaandelijke betaling van de schulden
Iedere mede-erfgenaam die tot betaling van de schulden en de lasten van de nalatenschap gehouden is, kan voortaan eisen dat de schulden en lasten worden betaald vooraleer tot verdeling wordt overgegaan. Indien het beschikbare geld niet voldoende is, kan worden gevraagd dat de onverdeelde goederen eerst worden verkocht[43].
VII. Inwerkingtreding
De bepalingen van deze wet treden in werking op 1 september 2018.
Ze zijn van toepassing op de nalatenschappen die zijn opengevallen vanaf de inwerkingtreding van deze wet[44].
De wet voorziet evenwel in een aantal overgangsmaatregelen. Vanaf de publicatie in het Belgisch Staatsblad beschikt diegene die reeds schenkingen heeft gedaan of een testament heeft opgesteld, over een termijn van één jaar om via een - voor een notaris in authentieke vorm opgemaakte - verklaring te opteren om het oude recht[45] van toepassing te laten blijven op de eerdere testamenten/schenkingen[46]. Het gaat hier om een “opt-out”-regeling. Indien er niets wordt ondernomen, geldt na één jaar automatisch het nieuwe erfrecht.
[1] Wet van 31 juli 2017 tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek wat de erfenissen en de giften betreft en tot wijziging van diverse andere bepalingen ter zake (1) (B.S., 01.09.2017).
[2] Ouders, langstlevende echtgenoot/wettelijk samenwonende en de kinderen.
[3] Nieuw artikel 913, § 1, BW
[4] Nieuw artikel 915bis, § 4, BW
[5] Zie wijzigingen m.b.t. het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot
[6] Cfr. artikel 229, BW
[7] Bepaald bij testament, of indien de erflater een algemene legataris heeft aangeduid (nieuw artikel 915bis, § 3, BW)
[8] Nieuw artikel 915bis, § 2, BW
[9] Nieuw artikel 914, § 2, BW
[10] Maximaal ¼ van de nalatenschap
[11] Nieuw artikel 205bis, § 2, BW
[12] Artikel 920, BW
[13] Volgens de waarderingsregels bij inbreng van schenkingen, zie infra (op datum van de schenking)
[14] Nieuw artikel 920, § 2, BW
[15] Nieuw artikel 928, § 1, BW
[16] Nieuw artikel 928, § 2, BW
[17] Nieuw artikel 859, BW
[18] Nieuw artikel 843, § 1, BW
[19] Nieuw artikel 843, § 2, BW
[20] Nieuw artikel 858bis, § 3, BW
[21] Nieuw artikel 858bis, § 4, BW
[22] Nieuw artikel 858, § 1, BW
[23] Nieuw artikel 858, § 3, BW
[24] Artikel 745bis, BW
[25] Nieuw artikel 914, § 1, BW
[26] Of de langstlevende wettelijk samenwonende (artikel 914, § 2, BW)
[27] Nieuw artikel 745quater, § 1/1, BW
[28] Nieuw artikel 745sexies, § 2/1, BW
[29] Nieuw artikel 1100/1, § 1, BW
[30] Nieuw artikel 1100/5, § 1, BW
[31] Nieuw artikel 1100/6, BW
[32] Nieuw artikel 1100/3, BW
[33] Nieuw artikel 1100/7, §§ 1 en 2, BW
[34] Het opdagen van nieuwe vermoedelijke erfgenamen na de overeenkomst heeft geen invloed op de geldigheid van de overeenkomst, maar blijft zonder uitwerking lastens hen (art. 1100/7, § 8, BW)
[35] Nieuw artikel 1100/7, § 1, laatste lid, BW
[36] Nieuw artikel 1100/7, § 6, BW
[37] Nieuw artikel 1100/7, § 4, BW
[38] Nieuw artikel 1100/7, § 5, BW
[39] Nieuw artikel 1100/7, § 7, BW
[40] Nieuw artikel 858, § 5, lid 2, BW
[41] Nieuw artikel 918, BW
[42] Nieuw artikel 924, lid 4, BW
[43] Nieuw artikel 820, BW
[44] Artikel 66, § 1 van de wet van 31.07.2017
[45] met betrekking tot de wijze van inbreng of inkorting en de waarderingsregels ter zake
[46] Artikel 66, § 2 van de wet van 31-07-2017
