Circulaire Ci.R.9 Jap/252.905 dd. 22.04.1970
Dubbelbelastingverdragen - Japan
Bepalingen van onmiddellijk belang
Dbr. 22.04.1970, nr. Ci.R.9 Jap/252.905
1. De op 28 maart 1968 met Japan gesloten overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting inzake belastingen naar het inkomen, en het desbetreffende slotprotocol, zijn goedgekeurd door de wet van 9 maart 1970 (Belgisch Staatsblad van 8 april 1970) en zijn ingevolge artikel 28, § 2, ov. (uitwisseling van de bekrachtigingsoorkonden op 17.3.1970) in werking getreden op 16.4.1970. Deze akten zijn in België van toepassing op belastingen naar inkomsten van belastbare tijdperken, eindigend met ingang van 31.12.1970.
In onderhavige dbr. wordt de aandacht gevestigd op de hierna uiteengezette bepalingen die een onmiddellijk belang hebben.
A.R.V. op dividenden van Belgische herkomst, verkregen door verblijfhouders van Japan.
2. Ingevolge art. 10, §§ 1 tot 3, ov., moet België de R.V. op dividenden (inkomsten van belegde kapitalen daaronder begrepen-cf. punt 2 van het slotprotocol), die door een Belgische vennootschap van 1.1.1970 af aan een verblijfhouder van Japan worden toegekend, beperken tot 15 t.h. van het brutobedrag van de inkomsten.
De beperking is echter volgens art. 10, § 4, ov., slechts van toepassing indien de participatie, die de dividenden oplevert, niet wezenlijk verbonden is met een vaste inrichting waarover de genieter van die dividenden hier te lande zou beschikken.
3. De vermindering wordt verleend aan de hand van een aanvraag nr 276 Div. (J)(*) en volgens de in circ. 925bis van 29.1.1968 uiteengezette procedure; zij wordt berekend zoals de vermindering op dividenden, toegekend aan verblijfhouders van Zweden of de U.S.A.
----------
[(*) De formulieren, waarvan in deze circ. sprake is, worden in België kosteloos afgeleverd door de Documentatiedienst der directe belastingen, Belliardstraat 45, 1040 Brussel.
----------
B.R.V. op interest van Belgische herkomst, verkregen door verblijfhouders van Japan.
4. De R.V. op het normale bedrag van interest van Belgische herkomst, toegekend aan een verblijfhouder van Japan met ingang van 1.1.1970, moet ingevolge art. 11, §§ 2, 4 en 6, ov., beperkt worden tot 15 t.h. indien de genieter hier te lande niet over een vaste inrichting beschikt waarmede de schuldvordering (of het deposito, de obligatie, enz.) die de interest oplevert wezenlijk verbonden is.
5. De vermindering wordt verleend aan de hand van een aanvraag nr 276 Int. (J)(*); voor de wijze van berekening en de te volgen procedure wordt naar circ. 925bis verwezen.
C.R.V. op royalty's van Belgische herkomst, genoten door verblijfhouders van Japan.
6. De R.V. op het normale bedrag van royalty's van Belgische herkomst, toegekend aan een verblijfhouder van Japan met ingang van 1.1.1970, wordt ingevolge art. 12, §§ 2, 4 en 6, ov., beperkt tot 10 t.h. van het brutobedrag van die royalty's indien de genieter hier te lande niet over een vaste inrichting beschikt waarmede het recht of het goed dat de royalty's oplevert wezenlijk verbonden is.
De aandacht wordt er in 't bijzonder op gevestigd dat het tarief van 10 t.h. een maximum is en dat het van toepassing is op het brutobedrag van de royalty's dat aan de R.V. onderworpen is, zonder aftrek van kosten of lasten ingevolge art. 18, lid 2, W.I.B. en art. 1 tot 3, K.B./W.I.B.
7. De te volgen procedure is gelijkaardig aan die welke voor dividenden en interesten geldt. De vermindering wordt echter normaal aan de bron verleend.
De genieter van de royalty's dient een aanvraag in duplo over te leggen door middel van een formulier nr 276R. (J). Dit formulier moet ter bevestiging aan de Japanse belastingdienst en vervolgens aan de Belgische schuldenaar van de royalty's (om de vermindering van R.V. bij de bron te bekomen), hetzij aan de Hfd.cr. te Sint-Joost-ten-Node 1 (om teruggaaf van de teveel bij de bron gestorte R.V. te bekomen) gezonden worden.
D. R.V. op Japanse dividenden, verkregen door Belgische vennootschappen.
8. Ingevolge art. 10, ov., moet de Japanse belasting op dividenden van Japanse herkomst, genoten door een Belgische vennootschap, op bepaalde voorwaarden beperkt worden tot 15 t.h. van het bruto-inkomen.
In België zijn die Japanse dividenden in beginsel aan de regeling van het gemeen recht onderworpen (art. 23, § 2, (a) (i), 1e lid, ov.): normaal zijn zij daarna tot hun nettobedrag als D.B.I. vrijgesteld van Ven.B. en, bij wederuitkering, van R.V.
9. Belgische vennootschappen die de aanslag van hun winsten in de P.B. niet hebben gekozen, kunnen echter desgewenst de R.V. van 10 t.h. bij de incassering ontgaan met betrekking tot dividenden van Japanse aandelen die zij gedurende het volledige boekjaar van de uitdelende Japanse vennootschap in uitsluitende eigendom hebben gehad (art. 23, § 2 (a) (i), 2e lid, ov.). De Japanse dividenden die bij de incassering niet aan de R.V. zijn onderworpen, blijven toch tot hun nettobedrag van de Ven.B. vrijgesteld, doch moeten dan later de R.V. ondergaan wanneer zij aan de aandeelhouders van de Belgische vennootschap wederuitgekeerd worden (afwijking van art. 169, 2° en 3°, W.I.B.). Deze facultatieve vrijstelling kan worden toegepast op Japanse dividenden die van 1.1.1970 af zijn toegekend of betaalbaar gesteld.
10. Om deze bijzondere regeling te doen toepassen dienen de betrokken vennootschappen bij de belastingdienst van hun gebied een aanvraag nr 276 Div. Conv. in te dienen binnen de termijn waarin hun jaarlijkse aangifte in de Ven.B. moet worden ingediend. Deze procedure is dezelfde als is uiteengezet in dbr. 16.4.1968, nr Ci.R9S/244.214, nrs 15 en 16.
E. Particuliere pensioenen en soortgelijke uitkeringen.
11. Particuliere pensioenen en andere soortgelijke bezoldigingen van Belgische herkomst die ter zake van een vroegere dienstbetrekking aan een verblijfhouder van Japan worden uitbetaald, met inbegrip van dergelijke pensioenen die zijn uitgekeerd ter uitvoering van de sociale wetgeving, zijn slechts in Japan belastbaar ingevolge art. 18, ov.
Deze pensioenen zijn bijgevolg vrijgesteld van B.V. en van B.N.V.
F. Inkomsten uit vrije beroepen of andere zelfstandige werkzaamheden van soortgelijke aard.
12. Ingevolge art. 14, § 1, ov., zijn die inkomsten belastbaar in de woonstaat van de genieter, tenzij deze in de andere Staat voor het verrichten van zijn werkzaamheden geregeld over een vaste basis beschikt. Een verblijfhouder van Japan is bijgevolg in België belastbaar op inkomsten uit een vrij beroep voor zover die inkomsten aan een vaste basis in België kunnen worden toegerekend.
Deze regel geldt echter niet voor zelfstandige beroepsartiesten of sportbeoefenaars (zie nr 13).
G. Artiesten en sportbeoefenaars
13. Uit art. 17, ov., volgt dat Japanse beroepsartiesten of sportbeoefenaars in België belastbaar zijn op de inkomsten die zij behalen uit hun in België uitgeoefende werkzaamheden, ongeacht of het gaat om bezoldigingen of inkomsten uit vrij beroep. Deze regel geldt ook wanneer de werkzaamheden van de Japanse beroepsartiesten of sportbeoefenaars in België worden verricht door een onderneming van Japan, ongeacht of deze onderneming in België over een vaste inrichting beschikt of niet (art. 17, § 2, ov.).
H. Tarief van de B.N.V.-venn. van Japanse vennootschappen met een vaste inrichting in België
Art. 24, § 3, 1° lid, ov. bepaalt dat de belastingheffing van een vaste inrichting, die een onderneming van een Staat in de andere Staat heeft, in die andere Staat niet ongunstiger is dan de belastingheffing van ondernemingen van die andere Staat die dezelfde werkzaamheden uitoefenen.
Uit bij de ondertekening van de ov. met de Regering van Japan gewisselde diplomatieke nota's volgt, dat de voormelde bepaling geen afbreuk doet aan het recht van België om de B.N.V.-venn. op de winsten van een vaste inrichting van een Japanse vennootschap tegen het tarief van het gemeen recht (W.I.B., art. 152, 2°), verhoogd met de opcentiemen Sp.F. en met de opdeciem, te berekenen.
