Circulaire nr. Ci.RH.26/595.317 (AOIF Nr. 18/2009) dd. 22.04.2009
Circulaire nr. Ci.RH.26/595.317 (AOIF Nr. 18/2009) dd. 22.04.2009
Personenbelasting
Aftrekbare besteding
Aftrek voor enige eigen woning
Bijkomende interestaftrek
Interest van een hypothecaire lening
Belastingvermindering
Verhoogde belastingvermindering
Kapitaalaflossing van een hypothecaire lening
Voorwaarde van aftrekbaarheid
Aan alle ambtenaren.
I. INLEIDING
1. In deze circulaire wordt de toepassing van de aftrek voor enige en eigen woning, de belastingverminderingen voor kapitaalaflossingen en de bijkomende interestaftrek besproken voor leningen die zijn gewaarborgd door een overeenkomstig artikel 51bis van de Wet van 4.8.1992 op het hypothecair krediet gevestigde hypotheek voor alle schulden.
II. WETTELIJKE BEPALINGEN
Artikel 104, WIB 92
2. Binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 107 tot 116, worden van het totale netto-inkomen de volgende bestedingen afgetrokken, in zover zij in het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald :
(…)
9° interesten en betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening die specifiek is gesloten om een in artikel 12, § 3, bedoelde enige woning te verwerven of te behouden, en bijdragen van een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdige dood die de belastingplichtige tot uitvoering van een individueel gesloten levensverzekeringscontract definitief heeft betaald voor het vestigen van een rente of van een kapitaal bij leven of bij overlijden en dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening.
Artikel 145^1, WIB 92
Binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 145^2 tot 145^16 wordt een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald :
(…)
3° als betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening die is aangegaan om een in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte gelegen woning, andere dan de in artikel 104, 9°, vermelde woning, te bouwen, te verwerven of te verbouwen;
(…)
Artikel 104, WIB 92, zoals het bestond alvorens te zijn gewijzigd door de
Programmawet van 27 december 2004 en zoals het van toepassing blijft
krachtens artikel 526, § 2, tweede lid, WIB 92
Binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 107 tot 116, worden van het totale netto-inkomen de volgende bestedingen afgetrokken, in zover zij in het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald :
(…)
9° interest van hypothecaire leningen die vanaf 1 mei 1986 zijn gesloten met een looptijd van ten minste tien jaar.
Artikel 145^1, WIB 92, zoals het bestond alvorens te zijn gewijzigd door de
Programmawet van 27 december 2004 en zoals het van toepassing blijft
krachtens artikel 526, § 2, tweede lid, WIB 92
Binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 145^2 tot 145^16 wordt een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de volgende uitgaven die tijdens het belastbare tijdperk werkelijk zijn betaald :
(…)
3° als betalingen voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening die is aangegaan om een in België (1) gelegen woning te bouwen, te verwerven of te verbouwen;
(1) Voor de toepassing van art. 145^1, WIB 92, zoals het bestond alvorens te zijn gewijzigd door de Programmawet 27.12.2004 en zoals het van toepassing blijft krachtens art. 526, § 2, tweede lid, WIB 92, is de notie "in België" vanaf aanslagjaar 2008 vervangen door de notie "in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte" (zie art. 526, § 2, vierde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 6, W 25.4.2007 tot wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde ze in overeenstemming te brengen met bepaalde principes van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte).
(…)
Artikel 145^17, WIB 92, zoals het bestond alvorens te zijn opgeheven door de
Programmawet van 27 december 2004 en zoals het van toepassing blijft
krachtens artikel 526, § 2, tweede lid, WIB 92
Binnen de grenzen en onder de voorwaarden bepaald in de artikelen 145^18 tot 145^20, wordt, in de plaats van de verminderingen als vermeld in artikel 145^1, 2° en 3°, een verhoogde belastingvermindering verleend die wordt berekend op de volgende tijdens het belastbare tijdperk werkelijk betaalde uitgaven die de belastingplichtige heeft gedaan om in België (2) een woning te bouwen, te verwerven of te verbouwen die bij het afsluiten van de lening zijn enige woning is :
(2) Voor de toepassing van art. 145^17, WIB 92, zoals het bestond alvorens te zijn opgeheven door de Programmawet 27.12.2004 en zoals het van toepassing blijft krachtens art. 526, § 2, tweede lid, WIB 92, is de notie "in België" vanaf aanslagjaar 2008 vervangen door de notie "in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte" (zie art. 526, § 2, vierde lid, WIB 92, ingevoegd door art. 6, W 25.4.2007 tot wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde ze in overeenstemming te brengen met bepaalde principes van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte).
(…)
2° betalingen als vermeld in artikel 145^1, 3°, voor de aflossing of wedersamenstelling van een hypothecaire lening die voor die enige woning is aangegaan.
Artikel 51bis van de Wet van 4.8.1992 op het hypothecair krediet
§ 1. Een hypotheek mag verleend worden tot zekerheid van toekomstige schuldvorderingen indien de gewaarborgde schuldvorderingen bepaald zijn of bepaalbaar zijn op het ogenblik van de hypotheekstelling; haar rang wordt bepaald naar de dagtekening van haar inschrijving, ongeacht de tijdstippen waarop de gewaarborgde schuldvorderingen ontstaan.
(…)
III. TOEPASSING VAN DE AFTREK VOOR ENIGE EN EIGEN WONING, DE BELASTINGVERMINDERINGEN VOOR KAPITAALAFLOSSINGEN EN DE BIJKOMENDE INTERESTAFTREK VOOR LENINGEN DIE ZIJN GEWAARBORGD DOOR EEN OVEREENKOMSTIG ARTIKEL 51BIS VAN DE WET VAN 4.8.1992 OP HET HYPOTHECAIR KREDIET GEVESTIGDE HYPOTHEEK VOOR ALLE SCHULDEN
3. Artikel 51bis van de Wet van 4.8.1992 op het hypothecair krediet, ingevoegd door artikel 8 van de Wet van 13.4.1995 tot wijziging van de Wet van 4.8.1992 op het hypothecair krediet (BS 7.6.1995) bepaalt dat een hypotheek mag worden verleend tot zekerheid van toekomstige schuldvorderingen indien de gewaarborgde schuldvorderingen bepaald zijn of bepaalbaar zijn op het ogenblik van de hypotheekstelling.
4. Door die wetswijziging is het wettelijk toegestaan dat een kredietgever verscheidene kredietverrichtingen aan dezelfde kredietnemer toestaat, zonder voor elke verrichting opnieuw een hypotheek te moeten vestigen.
5. Deze techniek wordt in de rechtsleer vaak beschreven als "de hypotheek voor alle schulden" : zij waarborgt niet enkel het krediet toegestaan op het ogenblik waarop de hypotheek wordt gevestigd, maar ook bepaalde of bepaalbare toekomstige schuldvorderingen van de kredietgever op dezelfde kredietnemer.
6. Naast de bevestiging van de rechtsgeldigheid, bepaalt artikel 51bis van de Wet van 4.8.1992 op het hypothecair krediet de rang van de hypotheek voor alle schulden. De rang van de hypotheek voor alle schulden wordt bepaald door de dagtekening van haar inschrijving, ongeacht de tijdstippen waarop de gewaarborgde schuldvorderingen ontstaan (artikel 51bis, § 1, van die wet). Hieruit volgt dat alle schulden die zijn gewaarborgd door diezelfde hypotheek voor alle schulden eenzelfde rang innemen, ongeacht de datum waarop de schuldvordering is ontstaan. De schuldeiser beslist vervolgens vrij voor welke door de hypotheek voor alle schulden gewaarborgde schuldvordering hij de hypotheek desgevallend zal uitwinnen.
7. Op basis van voormelde regelgeving moet worden besloten dat voor de toepassing van de aftrek voor enige en eigen woning, de bijkomende interestaftrek en de belastingverminderingen voor kapitaalaflossingen zoals bedoeld in de artikelen 104, 9° en 145^1, 3°, WIB 92, of in de artikelen 104, 9°, 145^1, 3° en 145^17, 2°, WIB 92, zoals zij krachtens artikel 526, § 2, tweede lid, WIB 92, van toepassing blijven, elke lening waarvoor een ingeschreven hypotheek voor alle schulden als bedoeld in artikel 51bis van de Wet van 4.8.1992 op het hypothecair krediet tot zekerheid dient, tot een bedrag van maximum die hypothecaire inschrijving, wordt beschouwd als een lening die is gewaarborgd door een hypothecaire inschrijving.
Voorbeeld
8. Een belastingplichtige gaat in het jaar 2005 een lening A aan die de aankoop van zijn woning financiert (ontleend bedrag : 100.000 EUR). De lening wordt gewaarborgd door een hypotheek voor alle schulden zoals bedoeld in artikel 51bis van de Wet van 4.8.1992 op het hypothecair krediet (bedrag hypothecaire inschrijving : 100.000 EUR).
In het jaar 2008 wordt door diezelfde belastingplichtige bij dezelfde kredietgever een lening B gesloten voor het verbouwen van zijn woning (ontleend bedrag : 50.000 EUR). Alle door de hypotheek voor alle schulden gewaarborgde schuldvorderingen nemen eenzelfde rang in (zie nr. 6). De schuldeiser beslist vrij voor welke schuld hij de hypotheek desgevallend zal uitwinnen. Derhalve moet worden besloten dat de hypothecaire inschrijving van 100.000 EUR zowel tot waarborg dient van de schuld van 100.000 EUR als van de schuld van 50.000 EUR.
De bestedingen van beide leningen kunnen binnen de wettelijke begrenzingen en voor zover aan alle wettelijke en reglementaire bepalingen terzake is voldaan in aanmerking komen voor de aftrek voor enige en eigen woning.
Voor de administrateur
Kleine en Middelgrote Ondernemingen :
De Directeur,
S. QUINTENS
