Circulaire nr. Ci.RH.242/602.723 (AOIF Nr. 10/2010) d.d. 27.01.2010

Personenbelasting

Indexering

Jaarlijkse indexering

Indexeringscoëfficient

Niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen en de gevolgen van de negatieve index.

Aan alle ambtenaren.

1. Onderhavige circulaire bespreekt de gevolgen van de negatieve indexering op de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen als bedoeld in artikel 38, § 1, eerste lid, 24°, van het Wetboek van inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92).

2. Artikel 178, WIB 92, bevat specifieke fiscale indexeringsregels. De6e paragraaf van dit artikel bepaalt echter dat wat de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen betreft, de sociale indexeringsregels gebaseerd op de gezondheidsindex worden overgenomen.

Art. 178, § 7, WIB 92, zoals ingevoerd door art. 4 van de Wet van 21.12.2009 houdende fiscale en diverse bepalingen (BS 31.12.2009, tweede editie), bepaalt dat :

- een uitzonderingsmaatregel wordt ingevoerd, namelijk dat geen nieuwe indexering wordt toegepast wanneer die aanleiding zou geven tot een negatieve indexering;

- deze uitzonderingsregel niet geldt voor art. 178, §§ 4 en 6, WIB 92.

Dit betekent dat het grensbedrag van de niet-recurrente resultaats-gebonden voordelen (beoogd in art. 178, § 6, WIB 92) welnegatief kan geïndexeerd worden. Voor het inkomstenjaar 2010 (aanslagjaar 2011) bedraagt het geïndexeerde grensbedrag bijgevolg 2.299 EUR. Voor het inkomstenjaar 2009 (aanslagjaar 2010) bedroeg deze grens 2.314 EUR.

3. Het beheerscomité van de RSZ heeft er evenwel in toegestemd om voor 2010 de hogere grens van 2009 (2.314 EUR) te aanvaarden wanneer de doelstellingen hoofdzakelijk verwezenlijkt werden op basis van prestaties in 2009. De belastingadministratie heeft beslist deze tolerantie van de RSZ te volgen.

Uit inlichtingen ingewonnen bij de RSZ blijkt dat de voorwaarde "wanneer de doelstellingen hoofdzakelijk verwezenlijkt werden op basis van prestaties in 2009" concreet betekent dat die hogere grens (2.314 EUR) alleen geldt voor de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen die in 2009 zijn toegezegd en waarvoor de overeenkomsten in 2009 zijn gesloten en neergelegd, maar die pas in 2010 worden betaald.

5. Tot slot wordt benadrukt dat de hogere grens van 2.314 EUR niet geldt voor de niet-recurrente resultaatsgebonden voordelen die voortkomen uit overeenkomsten die in 2010 worden afgesloten. Daarvoor wordt de negatieve indexering wel toegepast en geldt de grens van 2.299 EUR.

Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d. :

De Directeur,

S. QUINTENS