Circulaire nr. 6/2013 d.d. 28.05.2013
(Circulaire AFZ nr. 6/2013)
Federale overheid - W. Reg. F. - nieuw recht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit - nieuwe vrijstelling van het recht op vergunningen tot verandering van naam of van voornamen.
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN
Administratie van Fiscale Zaken
4de dienst - 2de directie
PATRIMONIUMDOCUMENTATIE
Kadaster, Registratie en Domeinen
bijlagen: 3
In het Belgisch Staatsblad van 14 december 2012, Ed. 2, werd de wet van 4 december 2012 "tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit (1) teneinde het verkrijgen van de Belgische nationaliteit migratieneutraal te maken", bekendgemaakt.
----------
(1) Hierna wordt naar dit Wetboek verwezen met de afkorting W.B.N.
De artikelen 23 tot 25 van deze wet vinden hun ratio legis in de invoering in het W. Reg. F. (2) van een nieuw recht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit (3).Daarmee samenhangend voorziet artikel 26 van deze wet in een nieuwe vrijstelling van het recht op vergunningen tot verandering van naam of van voornamen.
----------
(2) W. Reg. F. is het "federale" Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, m.a.w. het W. Reg in de mate dat het betrekking heeft op materies waarvoor de federale wetgevend macht in België bevoegd is om te legifereren.
(3) Volgens het gewijzigde opschrift van Hoofdstuk XVIII van titel I W. Reg. F. wordt het nieuwe recht "speciaal recht op de nationaliteit" genaamd. Het herstelde artikel 238 W. Reg. F. bepaalt dat een recht geheven wordt op "de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit (die worden bepaald bij hoofdstuk III van het Wetboek van de Belgische nationaliteit). Een combinatie van de twee omschrijvingen geeft beter de inhoud van het nieuwe recht weer. De administratie zal het nieuwe recht dan ook aanduiden met de woorden "speciaal recht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit".
Deze circulaire bevat een eerste commentaar bij deze artikelen, waarvan de tekst in bijlage 1 gaat. Voor de geconsolideerde tekst van hoofdstuk XVIII van titel I van het W. Reg. F. wordt verwezen naar fisconetplus. Bijlage 2 bevat de tekst van de beslissing van de voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën waarbij het kantoor bevoegd voor het ontvangen van de betaling van het nieuwe speciaal recht op de verkrijgingen van de Belgische nationaliteit (en voor het uitreiken van de kwijting daarvan), wordt aangeduid. Bijlage 3 bevat de uittreksels uit het W.B.N. waarnaar verwezen wordt in de nieuwe vrijstelling van het speciaal registratierecht op de vergunningen tot verandering van naam of van voornamen.
Commentaar
Afdeling I.- Nieuw speciaal (registratie)recht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit
1. Inleiding: bedoeling van de wetgever
Met de wet beoogt de wetgever het verkrijgen van de Belgische nationaliteit aan strengere voorwaarden te onderwerpen dan voorheen (reactie op de zgn. "Snel-Belg wet van 1 maart 2000). Procedureel staan twee wegen open om de Belgische nationaliteit te verkrijgen:
1° door een nationaliteitsverklaring af te leggen;
2° door een naturalisatie te bekomen.
De normale weg om de Belgische nationaliteit te verkrijgen (4) is voortaan die van de nationaliteitsverklaring. Verkrijging van de Belgische nationaliteit via naturalisatie (5) is door de wijziging van het W.B.N. vanaf 1 januari 2013 voorbehouden voor hen die (in hoofdlijnen):
kunnen aantonen dat ze de Belgische nationaliteit zo goed als onmogelijk kunnen verkrijgen door het afleggen van een nationaliteitsverklaring en bovendien;
voor België buitengewoon verdienstelijk zijn of zijn geweest op wetenschappelijk, sportief of sociocultureel vlak, enaldus een bijzondere bijdrage kunnen leveren aan de internationale uitstraling van België (zie artikel 19 W.B.N.).
----------
(4) Het W.B.N. maakt onderscheid tussen "toekenning van de Belgische nationaliteit" (hoofdstuk II W.B.N.), "verkrijging van de Belgische nationaliteit (hoofdstuk III) en "herkrijging van de Belgische nationaliteit" (hoofdstuk V); hoofdstuk IV handelt over het verlies van de Belgische nationaliteit. Artikel 1 W.B.N. bepaalt: "In dit wetboek wordt verwerving van de nationaliteit verkrijging of toekenning genaamd al naargelang zij al dan niet afhangt van een vrijwillige handeling van de belanghebbende met het oog op deze verwerving.". Het nieuwe speciale recht is in ieder geval niet van toepassing op de gevallen van toekenning van de Belgische nationaliteit.
(5) Om de naturalisatie te kunnen aanvragen moet de belanghebbende in zijn aanvraag met redenen omkleden waarom het hem zo goed als onmogelijk is om de Belgische nationaliteit te verkrijgen door het afleggen van een nationaliteitsverklaring (art. 19 W.B.N.).
Wat specifiek de wijzigingen aan het W. Reg. F. betreft, was het opzet van de wetgever het ontraden van het indienen van dossiers tot verkrijging van de Belgische nationaliteit die geen reële slaagkans hebben. Die ontrading geschiedt door een financiële drempel – onder de vorm van een speciaal (registratie)recht – in te stellen om de verkrijgingsprocedure te kunnen starten.
Opdat
-
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats van de belanghebbende, die de procedure van nationaliteitsverkrijging door nationaliteitsverklaring in gang zet, de verklaring zou kunnen ontvangen,
of
de ambtenaar van de burgerlijke stand van de woonplaats van de belanghebbende of de Kamer van volksvertegenwoordigers aan een verzoek tot naturalisatie enig gevolg zou kunnen geven moet immers vooraf het registratierecht vermeld in het herstelde artikel 238 W. Reg. F. betaald zijn (6).
----------
(6) Op de draagwijdte van de vereiste gesteld in het nieuw artikel 238 W. Reg. F. dat het recht van 150 euro gekweten moet zijn "vóór" de indiening van het verzoek of "vóór" de aflegging van de verklaring, wordt verderop in deze commentaar nog teruggekomen.
2. Bedrag en toepassingsgebied van het nieuw speciaal (registratie) recht
Het gaat om een vast bedrag van 150 euro.
Het wordt geheven op "de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit, die worden bepaald bij hoofdstuk III van het W.B.N".
Het is dus ongetwijfeld van toepassing in het kader van de volgende procedures:
1) verkrijging van de Belgische nationaliteit door nationaliteitsverklaring (7) (afdeling 1 van hoofdstuk III W.B.N. - artikelen 12bis tot 15 W.B.N.);
2) verkrijging van de Belgische nationaliteit door naturalisatie (afdeling 2 van hoofdstuk III W.B.N. - artikelen 18, 19 en 21 W.B.N.).
----------
(7) Merk op dat onder de vroeger bestaande regeling met betrekking tot het speciaal recht op naturalisaties, er geen speciaal rechtverschuldigd was indien de Belgische nationaliteit door een nationaliteitsverklaring werd verkregen. Anderzijds gaf de procedure van nationaliteitsverklaring (in het W. Reg. F. nog "verklaring van keus van vaderland" genoemd), wel aanleiding tot de heffing van een (bijzonder) opstelrecht (= griffierecht). Artikel 270^3 W. Reg. werd niet gewijzigd bij de wet van 14 december 2012. Men kan zich nochtans de vraag stellen of dit artikel nog een reden van bestaan heeft vermits in de huidige procedure van verkrijging van de Belgische nationaliteit door een nationaliteitsverklaring de tussenkomst van een rechtbank enkel is voorzien in geval van beroep tegen een door de Procureur des Konings afgewezen aanvraag, terwijl ten tijde van de invoering van artikel 2703 W. Reg. over de verklaring steeds uitspraak werd gedaan door de rechtbank.
Quid in het kader van een herkrijging van de Belgische nationaliteit? De herkrijging van de Belgische nationaliteit wordt geregeld in hoofdstuk V van het W.B.N. Het enig artikel van dat hoofdstuk (art. 24) bepaalt dat hij die de Belgische nationaliteit heeft verloren (...) ze kan herkrijgen door een overeenkomstig artikel 15 afgelegde verklaring (...) Artikel 15 bevat de procedure van nationaliteitsverklaring (zie vorige alinea, punt 1), zijnde dus één van de procedures in hoofdstuk III W.B.N. tot verkrijging van de Belgische nationaliteit. Hieruit en uit de ratio legis kan worden besloten dat het recht verschuldigd is in het kader van een procedure tot herkrijging van de Belgische nationaliteit.
3. Nieuw recht of nieuw registratierecht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit
De wijziging bij artikel 24 van de wet aangebracht aan artikel 237 W. Reg. F. doet uitschijnen dat het nieuwe recht van 150 euro het karakter heeft van een"registratierecht" stricto sensu, d.w.z. een recht dat normaal geheven wordt naar aanleiding van de aanbieding ter registratie van een document.
De twee overige "speciale" rechten in hoofdstuk XVIII van titel I van het W. Reg. F. zijn wel degelijk registratierechten stricto sensu: artikel 253 W. Reg. F. bepaalt immers dat "de in artikel 248 voorziene open brieven, zomede de afschriften van of uittreksels uit koninklijke of ministeriële besluiten houdende vergunning tot verandering van naam of van voornamen (moeten) worden geregistreerd, ...".
Bovendien bepaalt dat artikel een termijn waarbinnen die registratie moet geschieden en een boete ingeval van laattijdigheid.
Een analoog artikel is niet terug te vinden in de herstelde "Afdeling I. - Nationaliteit" van vermeld hoofdstuk XVIII (8). Merk op dat dit wel het geval was onder het oorspronkelijke stelsel (9) van het speciaal recht op de naturalisaties (10).
----------
(8) De wetgever heeft in bedoeld hoofdstuk enkel de afdeling I hersteld, en dus niet de (eveneens bij de wet van 24 december 1999 opgeheven) vroegere afdelingen II (Open brieven van adeldom en vergunningen tot verandering van naam of van voornamen) en III (Bepalingen gemeen aan beide voorafgaande afdelingen). Dit leidt tot het eigenaardige resultaat dat het hoofdstuk voortaan één artikel telt (art. 238) dat in een afdeling I is ondergebracht, en voor het overige negen artikelen die in geen enkele afdeling zijn ondergebracht (art. 237 en art. 248 tot 255).
(9) D.w.z. vóór de inwerkingtreding van het Wetboek van de Belgische nationaliteit van 1984
(10) Het opgeheven artikel 243 W. Reg. bepaalde "Een uitgifte van de naturalisatieakte moet door de belanghebbende, die tot betaling van het recht gehouden is, ter registratie worden aangeboden vóór het overschrijven van die akte in het daartoe door de wet op de nationaliteit aangewezen register van de burgerlijke stand.".
Noch uit de wetteksten, noch uit de voorbereidende werken blijkt dat enig specifiek document ter registratie moet worden aangeboden in het kader van het speciaal recht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit. Meer zelfs, het recht is - ondanks de nieuwe bewoordingen van artikel 237 W. Reg. F - door de wetgever volkomen los van de registratieformaliteit geconcipieerd.
De rol van de ontvanger van de registratie in het kader van het nieuwe recht beperkt zich duidelijk enkel tot:
-
het ontvangen van het door de belanghebbende te betalen bedrag dat hem toelaat de procedure in te zetten om de nationaliteit te verkrijgen;
en
het afleveren aan de belanghebbende van een kwijting ter zake.
4. Vereiste dat het recht moet gekweten worden vóór de indiening van het verzoek of vóór de aflegging van de verklaring – rol van de ontvanger
In het derde lid van het nieuwe artikel 238 W. Reg. F. wordt met zoveel woorden gesteld dat "het recht moet gekweten worden vóór de indiening van het verzoek (naturalisatieprocedure) of vóór de aflegging van de verklaring (procedure van nationaliteitsverklaring)" (11).
----------
(11) Zie punt 1, in fine en voetnoot 3.
Aan het niet naleven van die vereiste (12) wordt geen enkele fiscale sanctie verbonden.
----------
(12) Waarschijnlijk is de opname van dit voorschrift in artikel 238 W. Reg. F. grotendeels een relict uit de vroegere regeling van het speciaal recht op de naturalisaties. Het voorschrift ter zake het tijdstip waarop het speciaal registratierecht moet zijn voldaan, vindt meer zijn plaats in het W.B.N. vermits in die laatste regelgeving ook de sanctie van de niet naleving van dat voorschrift ligt besloten.
Het W.B.N. bepaalt in verband met het speciaal recht:
"Als de aanvraag volledig en ontvankelijk is, en het registratierecht vermeld in artikel 238 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, werd voldaan, geeft de ambtenaar van de burgerlijke stand een ontvangstbewijs af; ..." (zie artikel 15, § 2, vierde lid W.B.N.);
"De ambtenaar van de burgerlijke stand of de Kamer van volksvertegenwoordigers levert een ontvangstbewijs van het naturalisatieverzoek af wanneer het dossier volledig werd bevonden en het registratierecht bepaald bij artikel 238 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten werd voldaan." (zie artikel 21, § 3, W.B.N.).
De niet-tijdige betaling van het speciaal recht – een nalatigheid die blijkbaar in het kader van de procedure van de nationaliteitsverklaring niet kan worden geregulariseerd (13) – verhindert dat de verklaring als ontvankelijk kan worden beschouwdof dat aan het verzoek een verder gevolg kan worden gegeven.
----------
(13) In het verslag aan de Koning bij het K.B. van 14 januari 2013 tot uitvoering van de hier besproken wet van 4 december 2012, wordt in dit verband het volgende gezegd (cf. commentaar bij artikel 11 van het K.B.) : "In dit artikel wordt de inhoud bepaald van het formulier dat aan de persoon die een verklaring aflegt ter kennis wordt gebracht wanneer de ambtenaar van de burgerlijke stand vaststelt dat de documenten ter ondersteuning van zijn verklaring niet volledig zijn. In dit geval deelt de ambtenaar van de burgerlijke stand aan de persoon die een verklaring aflegt mee welke documenten ontbreken, zulks door middel van het formulier dat als bijlage gaat bij het besluit in ontwerp. Het lijkt nuttig nader te bepalen dat de betaling van het registratierecht niet is opgenomen in het formulier inzake de kennisgeving van de ontbrekende stukken. De betaling van het registratierecht kan, in tegenstelling tot de akten en stavingstukken vermeld in het ontwerp van koninklijk besluit, nooit later worden geregulariseerd overeenkomstig artikel 15, § 2, vijfde lid, van het Wetboek van de Belgische nationaliteit dat in het volgende voorziet: "Wordt de aanvraag onvolledig beschouwd, dan wordt hiervan kennis gegeven bij aangetekende brief binnen vijfendertig werkdagen na de aflegging van de verklaring, dan wel binnen vijftien werkdagen na het verstrijken van de termijn die aan de vreemdeling wordt verleend om het verzuim te herstellen. De niet-tijdige betaling van het registratierecht kan evenwel niet worden geregulariseerd.".
Uit een en ander volgt dat de controle van de "tijdige betaling" van het speciaal recht een zaak is van, naargelang van het geval:
-
de ambtenaar van de burgerlijke stand die de verklaring (nationaliteitsverklaring) of het verzoek (naturalisatie) ontvangt
of
de Kamer van volksvertegenwoordigers die het verzoek (naturalisatie) ontvangt.
Gezien het ontbreken van enige fiscale sanctie wegens de "laattijdige betaling" van het speciaal recht, heeft de ontvanger van de registratierechten in dit kader niets te controleren (14) (15). De rol van de ontvanger beperkt zich, zoals al eerder vermeld (punt 3, in fine), tot het ontvangen van het bedrag van de belasting en het afleveren van de kwijting.
----------
(14) Het kan niet de bedoeling geweest zijn van de wetgever aan de ontvanger de verplichting op te leggen om na te gaan of de belanghebbende, die de betaling van het speciaal recht aanbiedt, al dan niet al een verzoek heeft ingediend of een verklaring heeft afgelegd.
(15) Van de andere kant vormt het voor de ontvanger ook geen grond om de ontvangst van het recht te weigeren.
5. Bij opeenvolgende procedures moet het recht voor elk van die procedures worden betaald (16)
----------
(16) Opmerking: samenlopende procedures van nationaliteitsverklaring en van naturalisatie lijken zich niet te kunnen voordoen; art. 19, 4°, W.B.N. stelt immers als voorwaarde om de naturalisatie te kunnen aanvragen, dat de belanghebbende met redenen moet omkleden waarom het voor hem zo goed als onmogelijk is om de Belgische nationaliteit te verkrijgen door het afleggen van een nationaliteitsverklaring overeenkomstig artikel 12bis.
Wanneer een vreemdeling, na het instellen van een procedure de Belgische nationaliteit niet heeft verkregen, zal hij, wil hij een nieuwe procedure kunnen opstarten, het recht opnieuw moeten betalen. Dit volgt uit de ratio legis van de invoering van het speciaal recht (zie punt 1).
6. Bevoeg kantoor
Onder het vorig stelsel van het speciaal recht op naturalisaties werd in de betreffende afdeling van hoofdstuk XVIII van titel I W. Reg. F. het bevoegde kantoor aangeduid. De wetgever heeft dit in het kader van het nieuwe stelsel van het speciaal recht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit niet gedaan. Om dit hiaat in de wetgeving op te vullen werd het bevoegde kantoor aangeduid bij een beslissing van 20 december 2012van de Voorzitter van het directiecomité van de FOD Financiën. Die beslissing werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 31 december 2012, Ed. 2. De tekst wordt hernomen in bijlage 2.
Aldus heeft de Voorzitter van het Directiecomité de registratiekantoren die bevoegd zijn voor de heffing van het speciaal registratierecht op de vergunningen tot verandering van naam of van voornamen, eveneens bevoegd verklaard voor de inning van het speciaal (registratie)recht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit.
Het territoriaal bevoegde kantoor is dus datgene in wiens ambtsgebied de hoofdverblijfplaats (17) van de vreemdeling is gevestigd.
----------
(17) Zowel in het kader van de verkrijging van de Belgische nationaliteit door nationaliteitsverklaring als in het kader van zulke verkrijging door naturalisatie, is vereist dat de betrokken vreemdeling in België wettelijk verblijft.
7. Geen vrijstellingen of verminderingen en principieel geen teruggave mogelijkheid
Onder het oude stelsel van het speciaal recht op de naturalisaties bestonden een aantal vrijstellingen (18) en verminderingen (19). Daarvan is geen sprake meer in het nieuwe stelsel van het speciaal recht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit.
----------
(18) Vb. wegens uitstekende diensten aan het land. Merk op dat een aantal vrijstellingen ook voorzien waren in "bijzondere wetten", d.w.z. buiten het W. Reg. De administratie neemt aan dat deze vrijstellingen impliciet werden opgeheven samen met de opheffing van het vorige stelsel van het speciaal recht op de naturalisaties. Ze kunnen dus niet meer worden ingeroepen in het kader van het nieuwe recht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit.
(19) Vb. wanneer het naturalisatieverzoek werd ingediend voor de belanghebbende volle 22 jaar oud was.
Het W. Reg. bevat in het kader van het nieuwe stelsel ook geen bepaling die in bepaalde omstandigheden teruggave van het nieuwe speciale recht toelaat (20). Een teruggave van het speciaal recht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit zal dus enkel kunnen indien de eis daartoe kan worden gebaseerd op het burgerrechtelijk principe van recht op teruggave in geval van een onverschuldigde betaling of van een betaling zonder oorzaak (21).
----------
(20) Wat wel het geval was in het kader van het opgeheven speciaal recht op naturalisaties; aldus was er gehele teruggave mogelijk indien de naturalisatie werd verkregen met vrijstelling van het recht en waren de helft van de rechten voor teruggave vatbaar indien de belanghebbende door middel van een verklaring afgegeven door de griffier van de Kamer van Volksvertegenwoordigers kon aantonen dat hij de naturalisatie niet had bekomen (cf. oud art. 241 W. Reg.)
(21) Wat betreft het opgeheven stelsel van het speciaal recht op de naturalisaties nam F. Werdefroy (F. Werdefroy, Registratierechten, uitgave 1993, deel II, nr. 1310, in fine) aan dat op grond van dat principe teruggave mogelijk moest zijn indien na betaling van het recht het verzoek tot naturalisatie niet werd ingediend.
8. Relevantie van artikel 255 W. Reg. F. in het kader van de toepassing van het nieuwe speciale recht?
Toen de regeling met betrekking tot het oude speciale recht op de naturalisaties nog bestond (cf. de voor 1 februari 2000 bestaande afdeling I van hoofdstuk XVIII van deel I W. Reg. met als opschrift "Naturalisatiën") maakte artikel 255 W. Reg. deel uit van afdeling III van hoofdstuk XVIII van deel I W. Reg. Deze afdeling III had als opschrift: "Bepalingen gemeen aan beide (22) voorafgaande afdelingen". Artikel 255 W. Reg. F. was dus ook van toepassing op het oude speciale recht op de naturalisaties.
----------
(22) Afdeling II van hoofdstuk XVIII van deel I W. Reg. had als opschrift "Open brieven van adeldom en vergunningen tot verandering van naam of van voornaam".
Naar aanleiding van de opheffing van de artikels die het oude speciale recht op de naturalisaties beheersten, werden ook de afdelingen met hun opschriften opgeheven (23).
----------
(23) Zie de wet van 24 december 1999 houdende fiscale en diverse bepalingen (B.S. 31 december 1999, Ed. 2), artikel 5, 2°.
Bij de wet die in deze circulaire wordt becommentarieerd, heeft de wetgever in bedoeld hoofdstuk enkel de afdeling I hersteld, en dus niet de vroegere afdelingen II en III.
Of daaruit moet worden afgeleid dat artikel 255 W. Reg. F. niet opnieuw toepasselijk werd gemaakt op de herstelde afdeling I van bedoeld hoofdstuk, is een louter academische vraag. Gelet op de zeer beperkte rol van de ontvanger in het kader van het nieuwe speciale recht (24), zijn de aspecten (25) waarover in artikel 255 W. Reg. F. wordt gehandeld eigenlijk niet relevant in het kader van de toepassing van het nieuwe artikel 238 W. Reg.
----------
(24) Zie de commentaar onder punt 3, in fine, van deze circulaire
(25) Artikel 255 W. Reg. F heeft het over "de formaliteit van de registratie, de verplichting van inzage verlening, bewijsmiddelen, verjaring, rechtsvervolgingen en gedingen, en moratoire interesten".
Afdeling II.- Nieuwe vrijstelling van het speciaal registratierecht op de vergunningen tot verandering van naam of van voornamen
1. Band van de nieuwe vrijstelling met de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit
Bij artikel 26 van de hier van commentaar voorziene wet van 4 december 2012, wordt een nieuwe vrijstelling van het speciaal registratierecht op de vergunningen tot verandering van naam of van voornamen in het W. Reg. F. ingeschreven.
Deze nieuwe vrijstelling is strikt gebonden aan de procedures die tot verkrijging van de Belgische nationaliteit kunnen worden ingesteld.
In de voorbereidende werken van de vermelde wet kan men wat dat betreft het volgende lezen:
"Verder gebeurt het steeds regelmatiger dat vreemdelingen die geen naam of voornamen hebben, Belg worden. Een naam en voornaam zijn nochtans wettelijk verplicht (Het Decreet van 6 Fructidor, jaar II), en noodzakelijk voor registratie in de bevolkingsregisters. Momenteel worden deze bij gebrek aan alternatief allemaal als "XXX" in het rijksregister aangeduid, wat gezien de groeiende groep tot identificatieproblemen leidt...
Daarom wordt voorgesteld dat vreemdelingen die geen naam of voornaam hebben, geholpen worden door de ambtenaar van de burgerlijke stand, om kosteloos een procedure op te starten overeenkomstig de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen.
Op die manier kunnen ze de wettelijk vereiste naam en/of voornaam bekomen, waarbij zij moeten kiezen voor een naam (via KB) of voornamen (via Ministerieel Besluit), naargelang het geval.
De nieuwe § 4 van artikel 249 W. Reg. F. spreekt uitdrukkelijk van een "verandering van naam of voornaam als bedoeld in de artikelen 15 en 21 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit" (26).
----------
(26) De relevante uittreksels uit die bepalingen van het W.B.N. gaan in bijlage 3.
Uit die artikelen van het W.B.N. en uit de aangehaalde passus van de voorbereidende werken blijkt dat het aan de ambtenaar van de burgerlijke stand of aan de Kamer van Volksvertegenwoordigers toekomt om de vreemdeling voor te stellen (27) een procedure tot verandering van naam of van voornaam(en) op te starten (28), indien in de loop van de opstart door die vreemdeling van de procedure tot verkrijging van de Belgische nationaliteit blijkt dat volgens de Belgische identificatienormen hij geen naam of voornamen heeft (29).
----------
(27) De vreemdeling kan daartoe niet gedwongen worden; zie Doc 53 0476/010, blz. 25.
(28) Het aldus instellen van de procedure tot verandering van naam of van voornaam door de vreemdeling brengt logischerwijze de opschorting mee van de procedure tot verkrijging van de Belgische nationaliteit.
(29) Voor het kosteloos kunnen instellen van een procedure tot verandering van naam of van voornamen stellen de artikelen 15 en 21 W.B.N. letterlijk als voorwaarde dat "de vreemdeling geen naam of voornaam heeft".
2. Vrijstelling mits blijkt dat de"verandering" van naam of van voornamen kadert in een procedure tot verkrijging van de Belgische nationaliteit
In punt 1 werd benadrukt dat de aanspraak op de vrijstelling uitdrukkelijk gekoppeld is aan de voorwaarde dat de naams- of voornaamsverandering kadert in een procedure tot verkrijging van de Belgische nationaliteit.
Die koppeling zal normaliter blijken uit het dossier dat door de FOD Justitie aan de ontvanger wordt overgemaakt met het oog op de registratie van het afschrift van of uittreksel uit het koninklijke of ministerieel besluit houdende vergunning tot verandering van naam of van voornamen.
Afdeling III.- Inwerkingtreding
Artikel 32, § 1 van de wet van 4 december 2012 bepaalt dat de wijzigingen van het W. Reg. F. in werking treden op 1 januari 2013. § 2 van hetzelfde artikel bepaalt dat "voor de verzoeken en verklaringen ingediend voor 1 januari 2013 de voorheen vigerende bepalingen van toepassing blijven".
Een en ander betekent dat het nieuwe speciaal recht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit en de nieuwe vrijstelling van het speciaal registratierecht op de vergunningen tot verandering van naam of van voornamen toepassing vinden in het kader van procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit die opgestart worden vanaf 1 januari 2013.
In geval van een procedure van verkrijging van de Belgische nationaliteit door nationaliteitsverklaring start de procedure met de verklaring van de vreemdeling voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn hoofdverblijfplaats (zie artikel 15 W.B.N.). In geval van een procedure van verkrijging van de Belgische nationaliteit door naturalisatie start de procedure met een daartoe gedaan verzoek gericht aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de plaats waar de belanghebbende zijn hoofdverblijfplaats heeft of aan de Kamer van volksvertegenwoordigers (zie artikel 21 W.B.N.).
Bijlage 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 14 december 2012, Ed. 2
Wet van 4 december 2012 (B.S. 14 december 2012, tweede editie) tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit teneinde het verkrijgen van de Belgische nationaliteit migratieneutraal te maken
...
HOOFDSTUK 3.- Wijzigingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
Art. 23. In titel I van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, wordt het opschrift van hoofdstuk XVIII vervangen door wat volgt:
"HOOFDSTUK XVIII. - Speciaal recht op de nationaliteit, de adelbrieven en vergunningen tot verandering van naam of van voornamen".
Art. 24. In artikel 237 van hetzelfde Wetboek, laatstelijk gewijzigd bij de wet van 24 december 1998, worden de woorden "de nationaliteit, en" ingevoegd tussen de woorden "geheven op" en de woorden "de adelbrieven".
Art. 25. In hetzelfde Wetboek wordt afdeling I, dat het artikel 238 zal omvatten, hersteld in de volgende lezing:
"Afdeling I: Nationaliteit
Art. 238. Er wordt een recht geheven op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit, die worden bepaald bij hoofdstuk III van het Wetboek van de Belgische nationaliteit.
Het recht bedraagt 150 euro.
Het recht moet gekweten worden vóór de indiening van het verzoek of vóór de aflegging van de verklaring.".
Art. 26. Artikel 249 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 15 mei 1987 en gewijzigd bij de wet van 5 mei 1998 en het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt aangevuld met een § 4, luidende:
"§ 4. Het recht is niet verschuldigd ingeval van een verandering van naam of voornaam als bedoeld in de artikelen 15 en 21 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit.".
HOOFDSTUK 6.- Inwerkingtreding en overgangsbepalingen
Art. 32. § 1. Deze wet treedt in werking op 1 januari 2013, met uitzondering van de artikelen 18 tot 22, die in werking treden de dag waarop zij in het Belgisch Staatsblad worden bekendgemaakt.
§ 2. Voor de verzoeken en verklaringen ingediend voor 1 januari 2013, blijven de voordien vigerende bepalingen van toepassing. De artikelen 22, 23, 23/1, 24 en 25 van het Wetboek van de Belgische nationaliteit, zoals gewijzigd door de artikelen 18 tot 22 van deze wet, zijn evenwel onmiddellijk van toepassing op alle aanhangige verzoeken en verklaringen.
...
Bijlage 2
20.12.2012 - Beslissing van de Voorzitter van het Directiecomité van de FOD Financiën tot aanduiding van de registratiekantoren bevoegd voor de heffing van het speciaal registratierecht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit (B.S., 31.12.2012, Ed. 2, blz. 88.899)
De Voorzitter van het Directiecomité,
Gelet op artikel 238 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, zoals hersteld door artikel 25 van de wet van 4 december 2012 tot wijziging van het Wetboek van de Belgische nationaliteit teneinde het verkrijgen van de Belgische nationaliteit migratieneutraal te maken;
Gelet op het koninklijk besluit van 15 maart 2010 betreffende de oprichting van diensten in de schoot van de Federale Overheidsdienst Financiën, de vaststelling van hun zetel en van hun materiële en territoriale bevoegdheid;
Gelet op het ministerieel besluit van 23 april 2010 waarbij delegatie wordt verleend aan de Voorzitter van het Directiecomité met betrekking tot de oprichting van diensten, de vaststelling van hun zetel en van hun materiële en territoriale bevoegdheid;
Overwegende dat de wet niet heeft bepaald welke registratiekantoren bevoegd zijn voor de heffing van het speciaal registratierecht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit;
Overwegende dat het aangewezen is, aangezien niet alle registratiekantoren dezelfde bevoegdheden uitoefenen en het gaat om een speciaal recht, de registratiekantoren die bevoegd zijn voor de heffing van het speciaal registratierecht op de vergunningen tot verandering van naam of van voornamen, eveneens te belasten met deze bijkomende taak,
Beslist:
Artikel 1. De heffing van het speciaal registratierecht op de procedures tot verkrijging van de Belgische nationaliteit bedoeld in artikel 238 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten behoort tot de bevoegdheid van het registratiekantoor bevoegd voor de heffing van het speciaal registratierecht op de vergunningen tot verandering van naam of van voornamen, in wiens ambtsgebied de hoofdverblijfplaats van de vreemdeling is gevestigd.
Art. 2. Deze beslissing treedt in werking op 1 januari 2013.
Brussel, 20 december 2012.
De Voorzitter van het Directiecomité,
H. D'HONDT
Bijlage 3
Wetboek van de Belgische Nationaliteit
Art. 15.- § 1. De vreemdeling legt de verklaring af voor de ambtenaar van de burgerlijke stand van zijn hoofdverblijfplaats.
Indien de schrijfwijze van de naam of voornaam van de vreemdeling niet identiek is in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister, strafregister of de voorgelegde documenten, wordt de aanvraag opgeschort totdat de schrijfwijze in alle registers en documenten gelijk is gemaakt.
Indien de vreemdeling geen naam of voornaam heeft, stelt de ambtenaar van de burgerlijke stand de vreemdeling voor kosteloos een procedure in te stellen overeenkomstig de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, in welk geval de aanvraag wordt opgeschort totdat de vreemdeling een naam en voornaam heeft bekomen.
§ 2. ...
...
Art. 21.- § 1. ...
§ 2. Indien de schrijfwijze van de naam of voornaam van de vreemdeling niet identiek is in het bevolkingsregister, vreemdelingenregister, strafregister of de voorgelegde documenten, dan wordt de aanvraag opgeschort totdat de schrijfwijze in alle registers en documenten gelijk is gemaakt.
Indien de vreemdeling geen naam of voornaam heeft, stelt de ambtenaar van de burgerlijke stand of de Kamer van volksvertegenwoordigers de vreemdeling voor kosteloos een procedure in te stellen overeenkomstig de wet van 15 mei 1987 betreffende de namen en voornamen, in welk geval de aanvraag wordt opgeschort totdat de vreemdeling een naam en voornaam heeft bekomen.
§ 3. ...
...
Interne ref.: AFZ: Dossier nr. 493 / Kad., reg. en domeinen: L 232
