Circulaire 2017/C/78 betreffende invoerregeling groenten en fruit

Opheffing en vervanging van omzendbrief D.T. 00.002.349 van 01.10.2014 inzake de invoerregeling groenten en fruit n.a.v. Verordeningen (EU) 2017/891 en 2017/892

Standaard invoerwaarden; SIV; groenten; fruit; invoer

FOD Financiën, 23.11.2017

Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen

Inhoudstafel

I. Wettelijke basis

II. Gebruikte initiaalwoorden

III. Specifieke invoerrechten gekoppeld aan invoerprijzen

IV. Standaardinvoerwaarden

V. Als basis te nemen “invoerprijs”, berekening van de invoerrechten en eventueel te stellen zekerheid indien een standaardinvoerwaarde is vastgesteld

VI. Vrijgave/inhouding van de zekerheid

VII. Vaststelling achteraf – vertragingsrente

VIII. Intrekking

Bijlage 1 – Lijst TARIC-codes

Bijlage 2 – Uittreksels uit Verordeningen

I. Wettelijke basis

1. Volgende artikelen vormen de wettelijke basis en zijn voor de volledigheid opgenomen in Bijlage 2:

Artikel 181 van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van een gemeenschappelijke ordening van de markten voor landbouwproducten en tot intrekking van de Verordeningen (EEG) nr. 922/72, (EEG) nr. 234/79, (EG) nr. 1037/2001 en (EG) nr. 1234/2007 van de Raad (PBEU L 347 van 20.12.2013).

Artikelen 73 tot en met 75 en bijlage VII van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 van de Commissie van 13 maart 2017 tot aanvulling van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit en tot aanvulling van verordening (EU) nr. 1306/2013 van het Europees Parlement en de Raad wat betreft de in deze sectoren toe te passen sancties en tot wijziging van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 van de Commissie (PBEU L 138 van 25 mei 2017, in werking getreden op 1 juni 2017).

Artikel 38 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 van de Commissie van 13 maart 2017 tot vaststelling van de voorschriften voor de toepassing van Verordening (EU) nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad, wat betreft de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit (PBEU L 138 van 25 mei 2017, in werking getreden op 1 juni 2017).

Andere artikelen van verordeningen zijn terug te vinden via Eurlex.

Het enige verschil tussen de huidige circulaire en de opgeheven omzendbrief is, naast de bijwerking van de verwijzingen naar de nieuwe verordeningen, de vervanging van de term “forfaitaire invoerwaarde“ door de term “standaardinvoerwaarde”.

II. Gebruikte initiaalwoorden

2. Voor de toepassing van deze circulaire worden de volgende letterwoorden gebruikt:

a) DWU: douanewetboek van de Unie, gepubliceerd in Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PBEU L 269 van 10 oktober 2013);

b) DWU IA: uitvoeringshandelingen van het douanewetboek van de Unie, opgenomen in de Uitvoeringsverordening (EU) nr. 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PBEU L 343 van 29 december 2015).

III. Specifieke invoerrechten gekoppeld aan invoerprijzen

3. Deze invoerregeling bestaat hierin dat voor bepaalde soorten groenten en fruit (hoofdstukken 7 en 8 van de Gecombineerde Nomenclatuur) opgenomen in bijlage VII bij de Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891, eventueel gedurende een bepaalde periode, het te innen specifieke invoerrecht hoger wordt naarmate de invoerprijs van het betrokken product lager is.

Een ander kenmerk van deze regeling is dat het te innen specifieke invoerrecht kan verschillen naargelang de periode van het jaar waarin de betrokken producten in het vrije verkeer worden gebracht.

4. De betrokken GN-codes, de diverse periodes, de invoerprijzen en de te innen invoerrechten zijn opgenomen in bijlage I van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (1). Een vereenvoudigde lijst van de betrokken TARIC-codes is terug te vinden onder de nomenclatuurgroep S000001 in TARBEL/TARWEB. Deze groep is raadpleegbaar in het openingsscherm van TARBEL/TARWEB via “lijsten”, “Nomenclatuur-groepen”. Voor een gemakkelijke raadpleging mogelijk te maken zijn de TARIC-codes van die soorten groenten en fruit (hoofdstukken 7 en 8) en de periodes waarvoor deze regeling geldt opgenomen in Bijlage 1.

Voor die producten is in TARBEL/TARWEB in de 2e kolom van het scherm “Nomenclatuur” tegenover de desbetreffende TARIC-code na de omschrijving van de goederen de voetnoot PN001 opgenomen. De invoerrechten worden in TARBEL/TARWEB in het scherm “Maatregelen” niet direct weergegeven in de 3e kolom, maar zijn terug te vinden onder de in die kolom opgenomen link “Invoerprijs”, voorafgaand aan de voetnoot PB001. Bij elk product is in het scherm “nomenclatuur” onder het teken “ G ” verwezen naar de nomenclatuurgroep S000001 waarvan sprake in de vorige alinea.

Printscreens TARBEL/TARWEB:

IV. Standaardinvoerwaarden

5. Gedurende de periodes waarin de specifieke invoerrechten gekoppeld aan invoerprijzen voor de soorten groenten en fruit bedoeld in § 3 van toepassing zijn, stelt de Commissie voor die producten, met uitzondering van komkommers bestemd voor verwerking (TARIC-codes 0707 0005 10 en 0707 0005 20) en voor zure kersen (TARIC-code 0809 2100 00), dagelijks “standaardinvoerwaarden” vast. Zoals bepaald in artikel 38 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 wordt de standaardinvoerwaarde voor elk product door de Commissie meegedeeld via TARIC. Deze standaardinvoerwaarde is ook terug te vinden in TARBEL/TARWEB.

Zolang echter bij het begin van een periode geen standaardinvoerwaarde voor een bepaald product door de Commissie is vastgesteld, is titel V hierna niet van toepassing.

6. In TARBEL/TARWEB is de “standaardinvoerwaarde” vermeld in de derde kolom van het scherm “Maatregelen” tegenover het maatregeltype “SIV” in de tweede kolom en de betrokken landengroep en/of land in de eerste kolom.

Printscreens TARBEL/TARWEB:

Voetnota : TM872

Situatie op: 24/08/2017

De standaardinvoerwaarden worden vastgesteld in het kader van het invoerprijssysteem uit hoofde van artikel 75 van Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 van de Commissie en overeenkomstig artikel 38 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 van de Commissie. Zij zijn gebaseerd op representatieve prijzen en hoeveelheden ingevoerde producten (zie https://circabc.europa.eu/sd/d/e1a6bbb8-8c50-4a98-816b-a242d1247089/e01a001.doc).

V. Als basis te nemen “invoerprijs”, berekening van de invoerrechten en eventueel te stellen zekerheid indien een standaardinvoerwaarde is vastgesteld

7. De berekening van de invoerrechten en het al dan niet stellen van zekerheid gebeurt automatisch in PLDA, afhankelijk van de hieronder opgenomen gevallen en de gegevens die de aangever heeft ingebracht in PLDA met betrekking tot zijn invoeraangifte.

Overeenkomstig art 75 §§ 1 tot 4 van de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2017/891 dienen de volgende 2 gevallen te worden onderscheiden:

V.1. Goederen niet in consignatie aangekocht

8. In dit geval moet de aangever de douanewaarde bepalen of berekenen aan de hand van artikel 70 DWU of artikel 74, 2 c) DWU.

a) Artikel 70 DWU

Wanneer de douanewaarde van de betrokken producten wordt bepaald aan de hand van de transactiewaarde als bedoeld in artikel 70 DWU en die douanewaarde meer dan 8 % hoger is dan de door de Commissie vastgestelde standaardinvoerwaarde geldig op de dag waarop de aangifte voor het vrije verkeer voor die producten wordt aanvaard, moet de aangever de in artikel 148 DWU IA bedoelde zekerheid stellen. Die te stellen zekerheid is gelijk aan het verschil tussen de op basis van de standaardinvoerwaarde te betalen invoerrechten en BTW en de op basis van de transactiewaarde betaalde invoerrechten en BTW.

In dit geval moet de aangever de volgende codes inbrengen in PLDA met betrekking tot zijn invoeraangifte:

• Vak 24 - Aard van de transactie: 1-1

• Vak 43 - Code M.W. (methode waardevaststelling): 1

• Vak “Aanpassing factuur” (afgedrukt in vak 47, tweede deelvak van het enig document bij de berekening van de invoerrechten of indien daar “samengesteld” vermeld, te raadplegen via het tabblad “Financieel” van het betrokken artikel in PLDA): douanewaarde volgens transactiewaarde.

• Vak “Bijkomende berekeningseenheden” (afgedrukt in vak 52 van het enig document): de code “FA”, waaruit blijkt dat hij de invoerrechten en BTW wenst te betalen op basis van de invoerprijs berekend volgens de transactiewaarde.

In de volgende twee gevallen, dient er echter geen zekerheid gesteld te worden:

• wanneer de standaardinvoerwaarde hoger is dan de invoerprijzen die zijn opgenomen in bijlage I van Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad; d.w.z. indien de standaardinvoerwaarde hoger is dan de hoogste invoerprijs waarop specifieke invoerrechten van toepassing zijn (in het voorbeeld opgenomen in § 4, tabel “invoerprijs” hiervoor is dit dus gelijk aan of hoger dan 52,6 EUR).

PLDA zal zelf nagaan of aan die voorwaarde is voldaan en de aangever dient geen andere noch bijkomende codes in te brengen in PLDA, dan deze hiervoor vermeld.

• wanneer de aangever verzoekt om de onmiddellijke boeking van het bedrag aan invoerrechten en BTW dat uiteindelijk op de goederen van toepassing is; d.w.z. het bedrag aan invoerrechten en BTW dat moet betaald worden indien de invoerprijs zou bepaald worden op basis van de standaardinvoerwaarde.

In dit geval moet de aangever wel andere codes inbrengen in PLDA, namelijk:

  • • Vak 24 - Aard van de transactie: 1-1

  • • Vak 37, tweede deelvak - Regeling: E02

  • • Vak 43 - Code M.W. (methode waardevaststelling): 1

  • • Vak “Aanpassing factuur” (afgedrukt in vak 47, tweede deelvak van het enig document bij de berekening van de invoerrechten of indien daar “samengesteld” vermeld, te raadplegen via het tabblad “Financieel” van het betrokken artikel in PLDA): douanewaarde volgens transactiewaarde.

  • • Vak “Bijkomende berekeningseenheden” (afgedrukt in Vak 52 van het enig document): de code “FF”, waaruit blijkt dat hij de invoerrechten en BTW wenst te betalen op basis van de invoerprijs berekend volgens de standaardinvoerwaarde.

b) Artikel 74, 2 c) DWU

Wanneer de douanewaarde van de betrokken producten wordt berekend overeenkomstig artikel 74, 2) c) DWU, worden de ad valorem invoerrechten en BTW die verschuldigd zijn bij invoer (eventueel de verminderde ad valorem invoerrechten volgens de oorsprong) bij de berekening in mindering gebracht.

De aangever moet dan de in artikel 148 DWU IA bedoelde zekerheid stellen, die gelijk is aan het bedrag van de invoerrechten en BTW die hij zou hebben betaald indien de rechten berekend werden op basis van de standaardinvoerwaarden (d.w.z. indien de invoerprijs zou worden bepaald op basis van de standaardinvoerwaarde geldig op de datum van aanvaarding van de aangifte voor het vrije verkeer).

In dit geval moet de aangever de volgende codes inbrengen in PLDA met betrekking tot zijn invoeraangifte:

• Vak 24 - Aard van de transactie: 1-1

• Vak 43 - Code M.W. (methode waardevaststelling): 4

• Vak “Aanpassing factuur” (afgedrukt in vak 47, tweede deelvak van het enig document bij de berekening van de invoerrechten of indien daar “samengesteld” vermeld, te raadplegen via het tabblad “Financieel” van het betrokken artikel in PLDA): Douanewaarde volgens artikel 74, 2, c) DWU.

• Vak “Bijkomende berekeningseenheden” (afgedrukt in Vak 52 van het enig document): de code “FB”, waaruit blijkt dat hij de invoerrechten en BTW wenst te betalen op basis van de invoerprijs berekend volgens de douanewaarde bepaald volgens artikel 74, 2 c) DWU.

V.2. Goederen in consignatie aangekocht

9. De douanewaarde van in consignatie ingevoerde goederen wordt rechtstreeks bepaald overeenkomstig artikel 74, 2, c) DWU; daartoe is de standaardinvoerwaarde van toepassing. Er dient geen zekerheid te worden gesteld.

Dit houdt in dat voor in consignatie aangekochte goederen de aangever geen keuzemogelijkheid heeft en dat de invoerrechten en BTW door PLDA worden berekend en geïnd op basis van de standaardinvoerwaarde geldig op de datum van aanvaarding van de aangifte voor het vrije verkeer.

In dit geval moet de aangever de volgende codes inbrengen in PLDA met betrekking tot zijn invoeraangifte:

• Vak 24 - Aard van de transactie: 1-2

• Vak 37, tweede deelvak - Regeling: E02

• Vak 43 - Code M.W. (methode waardevaststelling): 4

• Vak “Bijkomende berekeningseenheden” (afgedrukt in Vak 52 van het enig document): de code “FF” waaruit blijkt dat hij de invoerrechten en BTW wenst te betalen op basis van de invoerprijs berekend volgens de standaardinvoerwaarde.

VI. Vrijgave/inhouding van de zekerheid

10. Met het oog op de vrijgave van de gestelde zekerheid moet de aangever overeenkomstig art 75 §§ 5 en 6 van de Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2017/891 bij het betrokken hulpkantoor:

a) hetzij bewijzen dat de producten van de betrokken aangifte zijn afgezet tegen zodanige condities dat de prijzen als bedoeld in artikel 70 DWU juist zijn (geval § 8 a));

b) hetzij de douanewaarde bepalen als bedoeld in artikel 74, 2 c) DWU (geval § 8 b)).

Hij dient dit te doen binnen een maand, te rekenen vanaf de datum waarop de betrokken producten zijn verkocht, en uiterlijk binnen vier maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de aangifte voor het vrije verkeer is aanvaard.

Op een naar behoren gemotiveerd verzoek van de aangever kan de hiervoor vermelde termijn van vier maanden door het betrokken hulpkantoor met ten hoogste drie maanden worden verlengd.

Bij niet-inachtneming van een van bovengenoemde termijnen (de termijn van één maand en de termijn van vier, eventueel met maximum drie maanden verlengd), wordt de zekerheid ingehouden bij wijze van betaling van de invoerrechten en BTW.

Wordt slechts voor een gedeelte van de betrokken producten de termijnen gerespecteerd, dan wordt de zekerheid vrijgegeven ten belope van het bedrag dat overeenkomt met dat gedeelte en wordt de rest ingehouden en als invoerrecht en BTW geboekt.

11. In het geval bedoeld in § 10 a) hiervoor wordt de zekerheid vrijgegeven voor zover de bewijzen met betrekking tot de afzetvoorwaarden ten genoegen van het betrokken hulpkantoor zijn geleverd. Is dit niet het geval wordt de zekerheid ingehouden bij wijze van betaling van de invoerrechten en BTW.

Om te bewijzen dat de producten van de betrokken aangifte zijn afgezet tegen de in § 10 a) vastgestelde afzetvoorwaarden, moet de aangever, overeenkomstig art 75 § 5, 4de alinea van Gedelegeerde Verordening (EU) nr. 2017/891, naast de factuur alle documenten ter beschikking stellen die nodig zijn voor de uitvoering van de relevante douanecontroles met betrekking tot de verkoop en de afzet van alle producten van de aangifte in kwestie, met inbegrip van documenten die verband houden met vervoer, verzekering, behandeling en opslag van de betrokken producten. Wanneer de productvariëteit of het handelstype van de groenten en fruit krachtens de in artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde handelsnormen op de verpakking moeten worden vermeld, wordt de productvariëteit of het handelstype van de groenten en fruit die deel uitmaken van de betrokken aangifte vermeld op de documenten inzake vervoer, de facturen en de leveringsbon.

Het betrokken hulpkantoor mag aannemen dat voldaan is aan de in § 10 a) vastgestelde afzetvoorwaarden, indien blijkt dat de prijs waartegen de producten worden doorverkocht min de hierna opgesomde elementen, niet lager is dan de aangegeven transactiewaarde:

• de bij het in het vrije verkeer brengen geïnde invoerrechten;

• de handelsmarge die in artikel 74, lid 3 a) van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 forfaitair is vastgelegd op 9 % van de verkoopprijs;

• de vervoer-, verzekering- en daarmede verbonden kosten, ontstaan in de Unie, alsmede de kosten voor goederenbehandeling, het marktgeld en de marktbelastingen die in artikel 74, lid 3 b) van de Gedelegeerde verordening (EU) 2017/891 forfaitair zijn vastgelegd op 0,7245 euro per 100 kg nettogewicht.

In plaats van de elementen bedoeld in de laatste twee bullets hiervoor, kunnen de werkelijke winstmarge en de werkelijk gemaakte kosten in aanmerking worden genomen.

Wordt slechts voor een gedeelte van de betrokken producten de nodige bewijsstukken inzake de afzetvoorwaarden voorgelegd, dan wordt de zekerheid vrijgegeven ten belope van het bedrag dat overeenkomt met dat gedeelte en wordt de rest ingehouden en als invoerrecht en BTW geboekt.

Indien uit de voorgelegde bewijsstukken blijkt dat een lagere douanewaarde dan de aangegeven douanewaarde in acht moet worden genomen, moet een overtreding worden vastgesteld die op de gebruikelijke wijze wordt afgehandeld.

12. In het geval bedoeld in § 10 b) hiervoor, moet de aangever van zodra de douanewaarde als bedoeld in artikel 74,2 c) DWU kan worden vastgesteld, een aanvullende aangifte indienen ter aanvulling van de vereenvoudigde aangifte. Ter zake gelden de bepalingen opgenomen in § 121 van de Instructie Waarde (D.I. 620).

13. Indien na toepassing van § 11 of § 12 blijkt dat de in acht te nemen douanewaarde hoger is dan de “standaardinvoerwaarde” wordt het gedeelte van de zekerheid dat overeenkomt met de in acht te nemen douanewaarde ingehouden en als invoerrecht en BTW geboekt. De rest van de zekerheid wordt vrijgegeven.

Als de in acht te nemen douanewaarde lager is dan de standaardinvoerwaarde die geldig was op de dag van aanvaarding van de aangifte tot het in het vrije verkeer brengen, kan worden volstaan met de inhouding van de zekerheid die werd berekend in functie van die “standaardinvoerwaarde” en die vervolgens te boeken als invoerrecht en BTW.

14. In het geval bedoeld in § 10 a) heeft de aangever bij verkoop in deelpartijen de mogelijkheid om de vrijgave van de zekerheid te vragen telkens een deelpartij is afgezet. Wanneer in een dergelijk geval een gedeelte van de producten die het voorwerp uitmaken van de aangifte niet afgezet is tegen de condities waarvan sprake in § 11 dienen ten opzichte van dat gedeelte de bepalingen van § 13 te worden nageleefd.

VII. Vaststelling achteraf – vertragingsrente

15. Bij de vaststelling van het bedrag of het resterende bedrag aan invoerrechten dat moet worden ingevorderd bij een douanecontrole achteraf, wordt overeenkomstig artikel 75, lid 6 van de Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 een rente toegepast voor de periode vanaf de datum waarop de goederen in het vrije verkeer zijn gebracht tot en met de datum van de invordering. De toepasselijke rentevoet is de rentevoet bedoeld in artikel 114 DWU.

VIII. Intrekking

16. De omzendbrief van 1 oktober 2014, nr. D.T. 00.002.349 wordt opgeheven en vervangen door deze circulaire.


Bijlage 1 – Lijst TARIC-codes

TARIC-codesPeriode
0702 0000 07
0702 0000 99
van 01/01 t.e.m. 31/03
van 01/04 t.e.m. 30/04
van 01/05 t.e.m. 14/05
van 15/05 t.e.m. 31/05
van 01/06 t.e.m. 30/09
van 01/10 t.e.m. 31/10
van 01/11 t.e.m. 20/12
van 21/12 t.e.m. 31/12
0707 0005 10 (*)
0707 0005 20 (*)
0707 0005 90
0707 0005 99
van 01/01 t.e.m. eind februari
van 01/03 t.e.m. 30/04
van 01/05 t.e.m. 15/05
van 16/05 t.e.m. 30/09
van 01/10 t.e.m. 31/10
van 01/11 t.e.m. 10/11
van 11/01 t.e.m. 31/12
0709 9100 00
van 01/01 t.e.m. 31/05
van 01/06 t.e.m. 30/06
van 01/11 t.e.m. 31/12
0709 9310 00
van 01/01 t.e.m. 31/01
van 01/02 t.e.m. 31/03
van 01/04 t.e.m. 31/05
van 01/06 t.e.m. 31/07
van 01/08 t.e.m. 31/12
0805 1022 10
0805 1022 90
0805 1024 10
0805 1024 90
0805 1028 10
0805 1028 90
van 01/01 t.e.m. 31/03
van 01/04 t.e.m. 30/04
van 01/05 t.e.m. 15/05
van 16/05 t.e.m. 31/05
van 01/12 t.e.m. 31/12
0805 2110 10
0805 2110 90
0805 2190 11
0805 2190 19
0805 2190 91
0805 2190 99
0805 2200 11
0805 2200 19
0805 2200 20
0805 2200 90
0805 2900 11
0805 2900 19
0805 2900 21
0805 2900 29
0805 2900 91
0805 2900 99
van 01/01 t.e.m. eind februari
van 01/11 t.e.m. 31/12
0805 5010 10
0805 5010 90
van 01/01 t.e.m. 30/04
van 01/05 t.e.m. 31/05
van 01/06 t.e.m. 31/07
van 01/08 t.e.m. 15/08
van 16/08 t.e.m. 31/10
van 01/11 t.e.m. 31/12
0806 1010 05
0806 1010 90
van 21/07 t.e.m. 31/10
van 01/11 t.e.m. 20/11
0808 1080 10
0808 1080 90
van 01/01 t.e.m. 14/02
van 15/02 t.e.m. 31/03
van 01/04 t.e.m. 30/06
van 01/07 t.e.m. 15/07
van 16/07 t.e.m. 31/07
van 01/08 t.e.m. 31/12
0808 3090 10
0808 3090 90
van 01/01 t.e.m. 31/01
van 01/02 t.e.m. 31/03
van 01/04 t.e.m. 30/04
van 01/07 t.e.m. 15/07
van 16/07 t.e.m. 31/07
van 01/08 t.e.m. 31/10
van 01/11 t.e.m. 31/12
0809 1000 00
van 01/06 t.e.m. 20/06
van 21/06 t.e.m. 30/06
van 01/07 t.e.m. 31/07
0809 2100 00 (*)
van 21/05 t.e.m. 31/05
van 01/06 t.e.m. 15/07
van 16/07 t.e.m. 31/07
van 01/08 t.e.m. 10/08
0809 2900 00
van 21/05 t.e.m. 31/05
van 01/06 t.e.m. 15/06
van 16/06 t.e.m. 15/07
van 16/07 t.e.m. 31/07
van 01/08 t.e.m. 10/08
0809 3010 00
0809 3090 00
van 11/06 t.e.m. 20/06
van 21/06 t.e.m. 31/07
van 01/08 t.e.m. 30/09
0809 4005 00
van 11/06 t.e.m. 30/06
van 01/07 t.e.m. 30/09

(*) Overeenkomstig paragraaf 5 van deze circulaire zijn er geen standaardinvoerwaarden van toepassing op deze TARIC-codes.

Bijlage 2 – Uittreksels uit Verordeningen

A. Verordening (EU) Nr. 1308/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013

“HOOFDSTUK II

Invoerrechten

Artikel 181

Invoerprijssysteem voor bepaalde producten van de sectoren groenten en fruit, verwerkte groenten en fruit en wijn

1. Met het oog op de toepassing van het in het kader van het gemeenschappelijk douanetarief geldende douanerecht voor producten van de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit en voor druivensap en most, is de invoerprijs van een zending gelijk aan de douanewaarde van die zending, berekend overeenkomstig Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad (1) ("het douanewetboek") en Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie (2).

2. Om de doeltreffendheid van het systeem te garanderen, is de Commissie bevoegd overeenkomstig artikel 227 gedelegeerde handelingen vast te stellen om te bepalen dat de gedeclareerde invoerprijs van een zending moet worden gecontroleerd aan de hand van een forfaitaire waarde bij invoer, en om de voorwaarden te bepalen waaronder het stellen van een zekerheid is vereist.

3. De Commissie stelt uitvoeringshandelingen vast waarin voorschriften worden vastgelegd voor de berekening van de in lid 2 bedoelde forfaitaire waarde bij invoer. Die uitvoeringshandelingen worden volgens de in artikel 229, lid 2, bedoelde onderzoeksprocedure vastgesteld.

(1) Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad van 12 oktober 1992 tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 302 van 19.10.1992, blz. 1).

(2) Verordening (EEG) nr. 2454/93 van de Commissie van 2 juli 1993 houdende vaststelling van enkele bepalingen ter uitvoering van Verordening (EEG) nr. 2913/92 van de Raad tot vaststelling van het communautair douanewetboek (PB L 253 van 11.10.1993, blz. 1).”

B. Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 van de Commissie van 13 maart 2017

“TITEL III

HANDEL MET DERDE LANDEN INVOERPRIJSSYSTEEM

Artikel 73

Definities

Voor de toepassing van dit hoofdstuk wordt verstaan onder:

a) „partij”: de goederen die worden aangeboden met een aangifte voor het vrije verkeer die slechts betrekking heeft op goederen van dezelfde oorsprong en van dezelfde GN-code, en

b) „importeur”: de aangever in de zin van artikel 5, lid 15, van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad (1).

(1) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 269 van 10.10.2013, blz. 1).

Artikel 74

Melding van prijzen en van hoeveelheden ingevoerde producten

1. Voor elk van de in bijlage VII, deel A, vermelde producten en perioden melden de lidstaten voor elke marktdag en oorsprong uiterlijk de eerstvolgende werkdag om 12.00 uur (plaatselijke tijd Brussel) de volgende gegevens aan de Commissie:

a) de gemiddelde representatieve prijzen van de uit derde landen ingevoerde producten die op de invoermarkten van de lidstaten zijn verkocht, en

b) de totale hoeveelheden waarop de onder a) bedoelde prijzen betrekking hebben.

Voor de toepassing van de eerste alinea, onder a), stellen de lidstaten de Commissie in kennis van de door hen representatief geachte invoermarkten, die ook Londen, Milaan, Perpignan en Rungis omvatten.

Wanneer de in de eerste alinea, onder b), bedoelde totale hoeveelheden kleiner zijn dan tien ton, worden de betrokken prijzen niet aan de Commissie gemeld.

2. De in lid 1, eerste alinea, onder a), bedoelde prijzen worden geregistreerd:

a) voor elk van de in bijlage VII, deel A, genoemde producten;

b) voor alle beschikbare variëteiten en grootteklassen, en

c) in het stadium importeur/groothandelaar, of in het stadium groothandelaar/detailhandelaar wanneer in het stadium importeur/groothandelaar geen noteringen beschikbaar zijn.

Deze prijzen worden verlaagd met de volgende bedragen:

a) een handelsmarge van 15 % voor de handelscentra Londen, Milaan en Rungis en van 8 % voor de andere handelscentra, en

b) de kosten van vervoer en verzekering binnen het douanegebied van de Unie.

Voor de overeenkomstig de vorige alinea in mindering te brengen vervoers- en verzekeringskosten kunnen de lidstaten standaardbedragen vaststellen. Deze standaardbedragen en de methoden voor de berekening ervan worden onmiddellijk ter kennis gebracht van de Commissie.

3. De overeenkomstig lid 2 geregistreerde prijzen worden, wanneer deze in het stadium groothandelaar/detailhandelaar worden vastgesteld, verlaagd met:

a) een bedrag dat gelijk is aan 9 % in verband met de handelsmarge van de groothandelaar, en

b) een bedrag van 0,7245 EUR per 100 kg in verband met de kosten van de handling van goederen, marktgeld en marktbelastingen.

4. Voor in bijlage VII, deel A, opgenomen producten waarvoor een specifieke handelsnorm geldt, worden de volgende prijzen als representatief beschouwd:

a) de prijzen van de producten van klasse I wanneer de hoeveelheden van deze klasse ten minste 50 % van de totale afgezette hoeveelheid uitmaken;

b) de prijzen van de producten van klasse I en klasse II wanneer de hoeveelheden van deze klassen ten minste 50 % van de totale afgezette hoeveelheid uitmaken;

c) de prijzen van de producten van klasse II wanneer producten van klasse I ontbreken, tenzij wordt besloten daarop een aanpassingscoëfficiënt toe te passen omdat deze producten op grond van de kwaliteitskenmerken ervan gewoonlijk niet als producten van klasse I worden afgezet.

De in de eerste alinea, onder c), bedoelde aanpassingscoëfficiënt wordt toegepast na aftrek van de in lid 2 bedoelde bedragen.

Voor in bijlage VII, deel A, opgenomen producten waarvoor geen specifieke handelsnorm geldt, worden de prijzen van producten die aan de algemene handelsnorm voldoen, als representatief beschouwd.

Artikel 75

Als basis te nemen invoerprijs

1. Voor de toepassing van artikel 181, lid 1, van Verordening (EU) nr. 1308/2013 zijn de in dat artikel bedoelde producten van de sectoren groenten en fruit en verwerkte groenten en fruit die welke in bijlage VII bij de onderhavige verordening zijn vermeld.

2. Wanneer de douanewaarde van de in bijlage VII, deel A, vermelde producten wordt bepaald aan de hand van de transactiewaarde als bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU) nr. 952/2013 en die douanewaarde meer dan 8 % hoger is dan het door de Commissie als standaardinvoerwaarde berekende forfaitaire tarief op het ogenblik waarop de aangifte voor het vrije verkeer voor die producten wordt ingediend, moet de importeur een in artikel 148 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (1) bedoelde zekerheid stellen. Daartoe is het op de in bijlage VII, deel A, van de onderhavige verordening vermelde producten toe te passen invoerrecht gelijk aan het bedrag van de rechten die de importeur zou hebben betaald wanneer de betrokken producten op basis van de standaardinvoerwaarde waren ingedeeld.

De eerste alinea is niet van toepassing wanneer de standaardinvoerwaarde hoger is dan de invoerprijzen die zijn opgenomen in bijlage I, derde deel, afdeling I, bijlage 2, bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad (2), of wanneer de aangever verzoekt om de onmiddellijke boeking van het bedrag aan rechten dat uiteindelijk op de goederen van toepassing is, in plaats van het stellen van een zekerheid.

3. Wanneer de douanewaarde van de in bijlage VII, deel A, vermelde producten wordt berekend overeenkomstig artikel 74, lid 2, onder c), van Verordening (EU) nr. 952/2013, worden de rechten in mindering gebracht overeenkomstig artikel 38, lid 1, van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892. In dat geval stelt de importeur een zekerheid die gelijk is aan het bedrag van de rechten die hij zou hebben betaald indien de producten waren ingedeeld op basis van de geldende standaardinvoerwaarde.

4. De douanewaarde van in consignatie ingevoerde goederen wordt rechtstreeks bepaald overeenkomstig artikel 74, lid 2, onder c), van Verordening (EU) nr. 952/2013 en daartoe is de overeenkomstig artikel 38 van Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 berekende standaardinvoerwaarde van toepassing gedurende de desbetreffende periode.

5. Binnen één maand vanaf de datum waarop de betrokken producten zijn verkocht, en uiterlijk binnen vier maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de aangifte voor het vrije verkeer is geaccepteerd, bewijst de importeur dat de partij is afgezet tegen zodanige condities dat de prijzen als bedoeld in artikel 70 van Verordening (EU) nr. 952/2013 juist zijn, dan wel bepaalt hij de douanewaarde als bedoeld in artikel 74, lid 2, onder c), van die verordening.

Onverminderd lid 6 wordt bij niet-inachtneming van een van bovengenoemde termijnen de gestelde zekerheid verbeurd.

De gestelde zekerheid wordt vrijgegeven voor zover de bewijzen met betrekking tot de afzetvoorwaarden ten genoegen van de douaneautoriteiten zijn geleverd. Is dat niet het geval, dan wordt de zekerheid verbeurd bij wijze van betaling van de invoerrechten.

Om te bewijzen dat de partij is afgezet tegen de in de eerste alinea vastgestelde condities, stelt de importeur naast de factuur alle documenten ter beschikking die nodig zijn voor de uitvoering van de relevante douanecontroles met betrekking tot de verkoop en de afzet van alle producten van de partij in kwestie, met inbegrip van documenten die verband houden met vervoer, verzekering, handling en opslag van de partij.

Wanneer de productvariëteit of het type van de groenten en fruit krachtens de in artikel 3 van Uitvoeringsverordening (EU) nr. 543/2011 bedoelde handelsnormen op de verpakking moeten worden vermeld, wordt de productvariëteit of het type van de groenten en fruit die deel uitmaken van de partij vermeld op de documenten inzake vervoer, de facturen en de leveringsbon.

6. Op een naar behoren gemotiveerd verzoek van de importeur kan de in lid 5, eerste alinea, bedoelde termijn van vier maanden door de bevoegde autoriteiten van de lidstaat met ten hoogste drie maanden worden verlengd.

Indien de bevoegde autoriteiten van de lidstaten bij verificatie constateren dat niet aan de eisen van dit artikel is voldaan, vorderen zij het verschuldigde recht in overeenkomstig artikel 105 van Verordening (EU) nr. 952/2013. Bij de vaststelling van het bedrag of het resterende bedrag aan rechten dat moet worden ingevorderd, wordt een rente toegepast voor de periode vanaf de datum waarop de goederen in het vrije verkeer zijn gebracht tot en met de datum van de invordering. Als rentevoet wordt de rentevoet toegepast die volgens het nationale recht bij invorderingen van toepassing is.

(1) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558).

(2) Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de Raad van 23 juli 1987 met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief (PB L 256 van 7.9.1987, blz. 1).”

Bijlage VII

Lijst van producten voor de toepassing van het invoerprijssysteem van titel III

Onverminderd de regels voor de interpretatie van de gecombineerde nomenclatuur, wordt de omschrijving van de producten als louter indicatief beschouwd. Voor de toepassing van deze bijlage wordt de werkingssfeer van de regelingen van titel III bepaald door de draagwijdte van de GN-codes zoals deze bij de vaststelling van de onderhavige verordening bestaan. Wanneer de GN-code wordt voorafgegaan door „ex”, wordt de werkingssfeer van de aanvullende rechten zowel door de draagwijdte van de GN-code en de omschrijving van de producten als door de corresponderende periode van toepassing bepaald.

DEEL A

GN-codeOmschrijvingToepassingsperiode
ex 0702 00 00
Tomaten
1 januari t/m 31 december
ex 0707 00 05
Komkommers (1)
1 januari t/m 31 december
ex 0709 90 80
Artisjokken
1 november t/m 30 juni
0709 90 70
Courgettes
1 januari t/m 31 december
ex 0805 10 20
Sinaasappelen, andere dan pomeransen (bittere oranjeappelen), vers
1 december t/m 31 mei
ex 0805 20 10
Clementines
1 november tot eind februari
ex 0805 20 30
ex 0805 20 50
ex 0805 20 70
ex 0805 20 90
Mandarijnen (tangerines en satsuma's daaronder begrepen); wilkings en soortgelijke kruisingen van citrusvruchten
1 november tot eind februari
ex 0805 50 10
Citroenen (Citrus limon, Citrus limonum)
1 juni t/m 31 mei
ex 0806 10 10
Tafeldruiven
21 juli t/m 20 november
ex 0808 10 80
Appelen
1 juli t/m 30 juni
ex 0808 20 50
Peren
1 juli t/m 30 april
ex 0809 10 00
Abrikozen
1 juni t/m 31 juli
ex 0809 20 95
Kersen, andere dan zure kersen
21 mei t/m 10 augustus
ex 0809 30 10
ex 0809 30 90
Perziken, nectarines daaronder begrepen
11 juni t/m 30 september
ex 0809 40 05
Pruimen
11 juni t/m 30 september

DEEL B

GN-codeOmschrijvingToepassingsperiode
ex 0707 00 05
Komkommers die bestemd zijn om te worden verwerkt
1 mei t/m 31 oktober
ex 0809 20 05
Zure kersen (Prunus cerasus)
21 mei t/m 10 augustus

C. Uitvoeringsverordening (EU) 2017/892 van de Commissie van 13 maart 2017

“HOOFDSTUK VI

INVOERPRIJSSYSTEEM EN INVOERRECHTEN

Artikel 38

Standaardinvoerwaarden

1. Voor elk van de in deel A van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 vermelde producten en toepassingsperioden stelt de Commissie elke werkdag voor elke oorsprong een standaardinvoerwaarde vast die gelijk is aan het gewogen gemiddelde van de in artikel 74 van die verordening bedoelde representatieve prijzen, verminderd met een standaardbedrag van 5 EUR/100 kg en met de ad-valoremdouanerechten.

2. Wanneer voor de in deel A van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 vermelde producten en toepassingsperioden een standaardinvoerwaarde wordt vastgesteld overeenkomstig de artikelen 74 en 75 van die verordening en dit artikel, is de in artikel 142 van Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie (1) bedoelde prijs per eenheid niet van toepassing. De prijs per eenheid wordt dan vervangen door de in lid 1 bedoelde standaardinvoerwaarde.

3. Wanneer voor een product van een bepaalde oorsprong geen standaardinvoerwaarde van kracht is, is het gewogen gemiddelde van de voor dat product van kracht zijnde standaardinvoerwaarden van toepassing.

4. Gedurende de in deel A van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 vermelde toepassingsperioden blijven de standaardinvoerwaarden van toepassing zolang zij niet worden gewijzigd. Zij gelden echter niet langer wanneer twee opeenvolgende weken geen gemiddelde representatieve prijs aan de Commissie is gemeld.

Wanneer door de toepassing van de eerste alinea geen standaardinvoerwaarde voor een bepaald product geldt, is de standaardinvoerwaarde voor dat product gelijk aan de laatste gemiddelde standaardinvoerwaarde.

5. In afwijking van lid 1 is in gevallen waarin geen standaardinvoerwaarde kon worden berekend, vanaf de eerste dag van de in deel A van bijlage VII bij Gedelegeerde Verordening (EU) 2017/891 vermelde toepassingsperioden geen standaardinvoerwaarde van toepassing.

6. De wisselkoers die voor de standaardinvoerwaarde geldt, is de meest recente wisselkoers die de Europese Centrale Bank heeft bekendgemaakt vóór de laatste dag van de periode waarvoor prijzen worden toegezonden.

7. De Commissie maakt de standaardinvoerwaarden in euro bekend via TARIC (2).

(1) Uitvoeringsverordening (EU) 2015/2447 van de Commissie van 24 november 2015 houdende nadere uitvoeringsvoorschriften voor enkele bepalingen van Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en de Raad tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (PB L 343 van 29.12.2015, blz. 558).

(2) http://ec.europa.eu/taxation_customs/customs/customs_duties/tariff_aspects/customs_tariff/index_en.htm”


(1) Bijlage I van de verordening wordt jaarlijks bijgewerkt en gepubliceerd in het Publicatieblad. De laatste bijwerking op datum van onderhavige Circulaire is Uitvoeringsverordening (EU) 2016/1821 van de Commissie van 6 oktober 2016 tot wijziging van Bijlage I bij Verordening (EEG) nr. 2658/87 van de raad met betrekking tot de tarief- en statistieknomenclatuur en het gemeenschappelijk douanetarief.


———

Interne ref.: D.I. 684.0 - D.T. 00.003.660