Aanschrijving nr. 9 dd. 30.07.1985

AANSCHRIJVING 85/009

Aanschrijving nr. 9 dd. 30.07.1985.


Onttrekkingen personenauto's en auto's dubbel gebruik
Constructeurs en handelaars in die voertuigen


1. De bijzondere regeling die inzake BTW van toepassing is op de onttrekkingen van nieuwe en tweedehandse personenauto's en auto's voor dubbel gebruik, verricht door constructeurs of handelaars in deze voertuigen, was het onderwerp van de aanschrijving nr. 4 van 12 januari 1971, zoals deze werd gewijzigd door de aanschrijvingen nr. 39 van 2 maart 1971, nr. 73 van 4 mei 1971 en nr. 74 van 11 juli 1972. Deze bijzondere regeling moest worden herzien en aangepast, ten einde rekening te houden met de wijzigingen die sedert de instelling ervan werden doorgevoerd, inzonderheid door de wet van 31 juli 1984 (2) (Belgisch Staatsblad van 3 januari 1985) tot wijziging van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen, waarvan de draagwijdte wordt toegelicht in de aanschrijving nr. 4 van 25 maart 1985 (3). Onderhavige aanschrijving omschrijft de bovengenoemde regeling en licht toe hoe zij, rekening houdend met die wijzigingen, vanaf 3 januari moet worden toegepast. Alhoewel deze wijzigingen geen invloedhebben op de toepassing van de bijzondere regeling ten aanzien vande tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik, wordt die regeling niettemin hernomen in onderhavige aanschrijving, hetgeen de intrekking van de vroegere aanschrijvingen toelaat.

Eerste hoofdstuk. Bestaansreden van de bijzondere regeling,

Eerste afdeling. Wettelijke bepalingen die ter zake van toepassing zijn,

Onttrekkingen op leveringen aan zichzelf

2. Artikel 12, § 1, van het BTW-Wetboek stelt inzonderheid de hiernavolgende handelingen gelijk met een levering van goederen die aan de BTW is onderworpen (4) :

  • de onttrekking, door een belastingplichtige, aan zijn bedrijf van een roerend goed voor zijn privé-doeleinden of voor de privé-doeleinden van zijn personeel en, meer algemeen, voor andere dan beroepsdoeleinden (Wetb., art. 12, § 1, 3°, a);
  • de ingebruikneming, door een belastingplichtige, als bedrijfsmiddel van een roerend goed dat door hem is vervaardigd of dat hij anders dan als bedrijfsmiddel heeft verkregen of ingevoerd (Wetb., art. 12, § 1, 4°).


3. Deze onttrekkingen zijn in principe van toepassing ten aanzien van de personenauto's en de auto's voor dubbel gebruik welke de constructeurs van of de handelaars in die voertuigen onttrekken ofwel voor hun privé-doeleinden of voor de privé-doeleinden van hun personeel, ofwel om ze als bedrijfsmiddel te gebruiken ten behoeve van hun onderneming.

Beperking van het recht op aftrek. Artikel 45, § 2, van het BTW-Wetboek.

4. Overeenkomstig artikel 45, § 2, van het BTW-Wetboek mag, ten aanzien van de levering en de invoer van automobielen voor personenvervoer, daaronder begrepen de voertuigen die zowel voor personenvervoer als voor goederenvervoer dienen, en ten aanzien van de leveringen en diensten met betrekking tot die voertuigen, de aftrek in geen geval hoger zijn dan 50 pct. van de betaalde belasting (de algemene draagwijdte van art. 45, § 2, van het BTW-Wetboek wordt toegelicht in de aanschr. 73 van 11 juli 1972 (5), waarnaar wordt verwezen).

5. Niettegenstaande volgens het tweede lid van deze bepaling die beperking niet van toepassing is ten aanzien van de voertuigen die bestemd zijn om te worden verkocht door een belastingplichtige waarvan de beroepswerkzaamheid bestaat in de verkoop van automobielen, is deze beperking van de aftrek in principe wel van toepassing van zodra de constructeur of de handelaar in personenauto's of in auto's voor dubbel gebruik zo'n voertuig onttrekt, zelfs tijdelijk, ofwel voor zijn privé-doeleinden of voor de privé-doeleinden van zijn personeel, ofwel om het te gebruiken als bedrijfsmiddel ten behoeve van zijn onderneming.

Afdeling II. Noodzakelijkheid van bijzondere maatregelen.

6. Wegens de bijzondere kenmerken van hun beroepsactiviteit moeten de constructeurs van personenauto's en van auto's voor dubbel gebruik en de handelaars in die voertuigen, de voertuigen die, na de onttrekking ervan voor hun privé- of beroepsdoeleinden, door hen of door hun aangestelden worden gebruikt, herhaaldelijk en na korte tijd vervangen. Wanneer de werkzaamheid wordt uitgeoefend in de vorm van een handelsvennootschap geldt overigens hetzelfde ten aanzien van de werkende vennoten, de administrateurs, de beheerders of de andere beheersorganen.

7. Rekening houdend met het feit dat de strikte toepassing van artikel 12, § 1, 3°, a, en 4°, van het BTW-Wetboek samen met de beperking van het recht op aftrek vervat in artikel 45, § 2, van dat Wetboek zou leiden tot overdreven heffingen ten laste van die constructeurs en handelaars, werd een bijzondere regeling uitgewerkt ten einde die heffingen aan te passen in functie van de duur van de onttrekking van de nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik. Deze bijzondere regeling wordt hierna uiteengezet in hoofdstuk

II. De bijzondere regeling houdt rekening met de karakteristieken eigen aan de handel in tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik; deze regeling, welke ongewijzigd is gebleven, wordt hierna uiteengezet in hoofdstuk III.

Hoofdstuk II. Onttrekkingen verricht door de constructeurs en de handelaars in nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik.

Eerste afdeling. Bedoelde voertuigen. Begunstigden van de bijzondere regeling. Nummerplaten onder dekking waarvan de personenauto's en de auto's voor dubbel gebruik mogen worden gebruikt.

Nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik.

8. De voertuigen waarop de in dit hoofdstuk uiteengezette regeling van toepassing is zijn de nieuwe personenauto's en de nieuwe auto's voor dubbel gebruik, die uitvoerig worden omschreven onder de nrs. 8 tot 10 van de aanschrijving nr. 4 van 25 maart 1985, waarnaar wordt verwezen.

9. De bijzondere regeling is dus niet van toepassing op minibussen, op de voertuigen die onderworpen zijn aan het normale BTW-tarief (autobussen, autocars, vrachtwagens, bestelwagens, enz.) en op de voertuigen beoogd onder de nummers 2 en 3 van rubriek I van tabel C van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en de diensten bij die tarieven (automobielen voor sportwedstrijden of voor het vermaak van kinderen; voertuigen speciaal uitgerust voor het kamperen, zelfs uit scheidbare eenheden).

Begunstigden van de bijzondere regeling.

10. Volgende personen kunnen de bijzondere regeling genieten, wanneer ze aantonen dat ze bemiddeld hebben bij de verwezenlijking van een minimum aantal verkopen of overdrachten van nieuwe personenauto's of nieuwe auto's voor dubbel gebruik (z. nrs. 8 en 11) :

a) de constructeur, dat wil zeggen de in België gevestigde fysieke
persoon of rechtspersoon wiens beroep het is personenauto's en
auto's voor dubbel gebruik te bouwen of te assembleren om ze te
verkopen (z. kon. besl. nr. 17, art. 2, § 2, tweede lid);

b) de handelaar, dat wil zeggen de fysieke persoon of de
rechtspersoon die aantoont dat hij werkelijk, hoofdzakelijk of
bijkomstig, het beroep van handelaar in nieuwe personenauto's en
nieuwe auto's voor dubbel gebruik uitoefent;

c) de verkoopcommissionairs, de zelfstandige vertegenwoordigers, de
makelaars en meer algemeen de tussenpersonen bij verkoop die
worden bezoldigd op commissie.

Vereist minimum aantal transacties.

11. De constructeur, de handelaar en de andere in nummer 10, letter c, vermelde personen moeten aantonen dat ze bemiddeld hebben bij de verkoop van ten minste 24 nieuwe personenauto's en/of nieuwe auto's voor dubbel gebruik in een tijdvak van 24 maanden dat aanvangt op de eerste dag van de maand na die waarin de in nr. 26 hierna bedoelde aanvraag is toegekomen bij de hoofdcontroleur van de BTW.

Onverminderd de toepassing van het bepaalde in nr. 34 wordt het voordeel van de regeling ingetrokken vanaf 1 januari van het jaar dat volgt op een tijdvak van twee achtereenvolgende kalenderjaren, waarin de betrokkene niet heeft bemiddeld bij de verkoop van ten minste 24 nieuwe personenauto's en/of nieuwe auto's voor dubbel gebruik.

Het bewijs van het aantal transacties wordt geleverd door alle beijsmiddelen (verkoopfacturen, commissienota's, enz.).


Personen die de bijzondere regeling niet genieten.


12. De in dit hoofdstuk uiteengezette bijzondere regeling is inzonderheid niet van toepassing op :

  • de garagehouders-herstellers en de exploitanten van benzinestations of servicestations die geen in nr. 8 bedoelde nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik verkopen;
  • de personen wier transacties ter zake van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik zich beperken tot de aanschaffing en de wederverkoop van wagens die ze voor beroepsdoeleinden of privé-doeleinden hebben gebruikt;
  • de personen van wie de beroepswerkzaamheid met betrekking tot de personenauto's en auto's voor dubbel gebruik uitsluitend bestaat in het verhuren van deze voertuigen of in het sluiten van contracten voor overdracht van het genot of voor het verlenen van rechten op dit genot, bedoeld in artikel 18, § 1, 4°, van het Wetboek;
  • de personen die, hoewel ze in het handelsregister zijn ingeschreven als handelaar in personenauto's en auto's voor dubbel gebruik of de verkeersbelasting betalen volgens het stelsel van de "handelaarsplaten", niet kunnen aantonen een voldoende aantal nieuwe personenauto's en auto's voor dubbel gebruik te hebben ingekocht en verkocht (z. nr. 11);
  • de personen die jegens de constructeurs of de handelaar gebonden zijn door een overeenkomst voor de verhuur van diensten, zelfs indien ze aangesteld zijn voor de verkoop van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik.


Personen die tegelijk een handel drijven in nieuwe en in tweedehandse personenauto's en auto's voor dubbel gebruik. Slopers van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik.

13. Die personen mogen, ter zake van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik die ze gebruiken, de in dit hoofdstuk uiteengezette regeling slechts genieten indien de in de nrs. 10 en 11 vermelde voorwaarden vervuld zijn en inzonderheid indien ze bemiddeld hebben in de verkoop van ten minste 24 nieuwe personenauto's en/of auto's voor dubbel gebruik tijdens het in nr. 11 vermelde tijdvak.

Afdeling II. Draagwijdte van de bijzondere regeling voor nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik.

14. Nummerplaten onder dekking waarvan de personenauto's mogen worden gebruikt. Personen die dergelijke wagens mogen gebruiken.

a. Gele nummerplaten (proefritplaten).

Het gebruik van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik onder dekking van gele nummerplaten, onder de voorwaarden waaronder die personenauto's en auto's voor dubbel gebruik krachtens de reglementering op de verkeersbelasting van die belasting vrijgesteld zijn (wat betekent dat ze alleen voor proefritten worden gebruikt), heeft niet tot gevolg dat de artikelen 12, § 1, 3°, a, en 4°, en 45, § 2, van het BTW-Wetboek van toepassing zijn.

Dit gebruik valt bijgevolg buiten de toepassingssfeer van deze aanschrijving.

b. Handelaarsplaten.

De toepassing van de bijzondere regeling heeft in principe uitsluitend betrekking op de personenauto's en auto's voor dubbel gebruik die worden gebruikt onder dekking van een handelaarsplaat (z. evenwel c, tweede lid, hierna).

c. Gewone nummerplaten.

De gewone regels die voorkomen in de artikelen 12 en 45 van het Wetboek blijven van toepassing op de personenauto's en auto's voor dubbel gebruik die worden gebruikt onder dekking van de gewone nummerplaten.

Daar evenwel, ingevolge de strikte toepassing van het verbod om voortaan een voertuig onder dekking van een "handelaarsplaat" in het buitenland te gebruiken, de constructeurs en de handelaars in personenauto's en auto's voor dubbel gebruik thans verplicht zijn een gewone nummerplaat aan te vragen voor de personenauto of auto voor dubbel gebruik die zij, behalve voor hun verplaatsingen in België, aan hun voorraad onttrekken voor het maken een of meerdere reizen naar het buitenland, aanvaardt de administratie dat, in afwachting dat het Ministerie van Verkeerswezen hieromtrent een definitieve oplossing heeft gevonden, de bijzondere regeling waarin onderhavige aanschrijving voorziet mag worden toegepast op de personenauto's en auto's voor dubbel gebruik die aldus worden ingeschreven om te kunnen worden gebruikt in het buitenland; deze voorlopige vergunning is evenwel onderworpen aan de voorwaarde dat de begunstigde van deze bijzondere regeling van alle desbetreffende personenauto's en auto'svoor dubbel gebruik een lijst bijhoudt die op ieder verzoek van administratie moet worden voorgelegd. De gewone inschrijving mag, in iedere onderstelling, niet worden gevraagd voor de personenauto's en auto's voor dubbel gebruik die bestemd zijn om als nieuw voertuig te worden verkocht binnen de drie maanden te rekenen vanaf hun onttrekking.

d. Personen welke de onttrokken personenauto's en auto's voor dubbel gebruik mogen gebruiken.

Alleen de hiernavolgende personen mogen personenauto's en auto's voor dubbel gebruik gebruiken onder dekking van de bijzondere regeling ingesteld bij deze aanschrijving :

  • het hoofd van de onderneming en de leden van zijn familie die onder hetzelfde dak wonen; de werkende vennoten, administrateurs, beheerders en beheersorganen van de onderneming;
  • de personeelsleden van de onderneming die tot de directie behoren of die belast zijn ofwel met de verkoop van voertuigen, ofwel met de inspectie buiten de onderneming;
  • de klanten van de onderneming die hun eigen personenauto of auto voor dubbel gebruik met het oog op de herstelling ervan tijdelijk aan die onderneming hebben toevertrouwd en die van deze onderneming, voor de periode tijdens dewelke ze niet overhun eigen voertuig kunnen beschikken, een door de onderneming onttrokken personenauto of een auto voor dubbel gebruik in bruikleen of in huur krijgen; in dit geval moet de klant in het bezit zijn van een door de partijen behoorlijk ondertekend afschrift van het bruikleen- of huurcontract;
  • de klanten die, in afwachting van de levering van een personenauto of auto voor dubbel gebruik welke ze bij de onderneming besteld hebben, een door deze onderneming onttrokken personenauto of auto voor dubbel gebruik in bruikleen of in krijgen van die onderneming, voor zover deze klanten in het zijn van een door de partijen behoorlijk ondertekend afschrift van het bruikleen- of huurcontract; de potentiële klanten die wensen zelf proefritten op de openbare weg te maken vooraleer te beslissen tot de aankoop van een personenauto of auto voor dubbel gebruik en daarvoor zulk een door de onderneming onttrokken voertuig in bruikleen of in huur krijgen gedurende enkele dagen (b.v. voor de duur van een weekend); in dit geval moet de potentiële klant eveneens in het bezit zijn van een door de partijen behoorlijk ondertekend afschrift van het bruikleen- of huurcontract;
  • de journalisten aan wie, voor het uitvoeren van testen met het oog op het publiceren van een bijdrage in de pers, zulk een personenauto of auto voor dubbel gebruik tijdelijk en gratis ter beschikking wordt gesteld overeenkomstig een schriftelijk contract waarvan zij een behoorlijk ondertekend afschrift bezitten.


e. Beperking van het aantal onttrekkingen.

Het aantal onttrekkingen van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik verricht door de onderneming voor haar eigen behoeften onder dekking van de bijzondere regeling ingesteld bij deze aanschrijving, moet in verhouding staan tot het aantal nieuwe of tweedehandse personenauto's of auto's voor dubbel gebruik, naargelang het geval, die door de onderneming of door haar bemiddeling worden verkocht.

Elk misbruik wordt bestraft met de onmiddellijke intrekking van de machtiging, waarvan door de hoofdcontroleur van de BTW wordt kennis gegeven bij ter post aangetekende brief.

Belasting verschuldigd wegens de onttrekking : onmiddellijke aftrek ervan die evenwel onderworpen is aan herziening.

15. Wanneer de begunstigde van de bijzondere regeling voor zijn beroeps- of privé-doeleinden een nieuwe personenauto of een nieuwe auto voor dubbel gebruik onttrekt, dan dient, onder de hierna vastgestelde beperkingen en voorwaarden, het regime van de onttrekkingen bedoeld in artikel 12 van het Wetboek voorlopig niet te worden toegepast.

16. De toepassing van dit regime wordt slechts opgeschort en krijgt, naargelang de duur van de bestemming die later aan de personenauto of auto voor dubbel gebruik wordt gegeven, slechts uitwerking rekening houdend met het hiernavolgend onderscheid :

a) de personenauto of auto voor dubbel gebruik wordt geleverd binnen
de drie maanden te rekenen vanaf het tijdstip waarop hij voor het
eerst in het verkeer werd gebracht;

b) de personenauto of auto voor dubbel gebruik wordt geleverd meer
dan drie maanden en minder dan achttien maanden te rekenen vanaf
het tijdstip waarop hij voor het eerst in het verkeer werd
gebracht en uiterlijk 31 december van het jaar dat volgt op dat
waarin hij voor het eerst in het verkeer werd gebracht;

c) de personenauto of auto voor dubbel gebruik wordt behouden na het
verstrijken van de in b) hierboven bedoelde termijn.

Levering van de personenauto of auto voor dubbel gebruik binnen de drie maanden te rekenen vanaf het tijdstip waarop hij voor het eerst in het verkeer werd gebracht.

17. Wanneer hij aantoont dat de personenauto of de auto voor dubbel gebruik werd geleverd binnen de drie maanden te rekenen vanaf het tijdstip dat hij voor het eerst in het verkeer werd gebracht, wordt de begunstigde van de bijzondere regeling geacht het onttrokken voertuig alleen te hebben gebruikt voor de bevordering van de verkoop ervan; dit blijft het geval zelfs wanneer de personenauto of auto voor dubbel gebruik meer dan drie maanden na het tijdstip waarop hij voor het eerst in het verkeer werd gebracht zou ingeschreven worden op naam van de koper. De begunstigde van de bijzondere regeling dient derhalve de onttrekking bedoeld in artikel 12 van het BTW-Wetboek niet toe te passen en geen enkele belasting dient dus uit dien hoofde te worden geregulariseerd.

Bovendien zal de administratie, rekening houdend met het feit dat het sluiten van een overdracht een zekere tijd kan vergen, geen kritiek uitoefenen indien de levering enige tijd na het verstrijken van de betreffende termijn van drie maanden plaatsheeft voor zover wel te verstaan het effectief gebruik van de personenauto of auto voor dubbel gebruik door de begunstigde van de bijzondere regeling deze termijn niet heeft overschreden.

De administratie zal evenmin betwisten dat de personenauto of auto voor dubbel gebruik nog altijd aangemerkt wordt als nieuw wanneer hij, gebruikt zijnde gedurende een periode van minder dan drie maanden door de begunstigde van de bijzondere regeling, door deze laatste wordt overgedragen aan een andere handelaar welke, zonder dit voertuig zelf te gebruiken, het meer dan drie maanden na de datum waarop het voor het eerst in het verkeer is gebracht aan een gebruiker levert.

18. De levering van het aldus onttrokken voertuig betreft daarentegen, overeenkomstig artikel 1, vierde lid, a contrario, van het koninklijk besluit nr. 17 van 20 december 1984 (6) met betrekking tot de vaststelling van een minimummaatstaf van heffing voor tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde en overeenkomstig artikel 9, laatste lid, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen, een levering van een nieuwe personenauto of een nieuwe auto voor dubbel gebruik. Deze levering is dan ook onderworpen aan de BTW die moet worden berekend over een maatstaf van heffing vastgesteld overeenkomstig de artikelen 26 tot 28 van het BTW-Wetboek (in principe is dit de werkelijke prijs overeengekomen tussen de partijen). Door het louter feit van de inschrijving wordt bovendien de inschrijvingstaks verschuldigd op het verschil tussen de catalogusprijs van kracht op de datum van de inschrijving van het voertuig en het bedrag dat gediend heeft als maatstaf van heffing voor de BTW (z.aanschr. 4/1985, nrs. 80 e.v.).

De aanvraag tot inschrijving, welke volgend op deze levering wordt ingediend op de Directie voor de Inschrijving van Voertuigen, moet voorzien zijn van een vignet nr. 904 dat op regelmatige wijze ingevuld is (z. aanschr. 4/1985, nrs. 114 tot 117) of moet vergezeld zijn van een luik B van een aangifte nr. 443 dat op regelmatige wijze werd gevalideerd (z. aanschr. 4/1985, nrs. 89 e.v.).

Levering van de personenauto of auto voor dubbel gebruik meer dan drie maanden en minder dan achttien maanden na de datum waarop hij voor het eerst in het verkeer werd gebracht.

19. Wanneer de personenauto of de auto voor dubbel gebruik wordt overgedragen meer dan drie maanden doch minder dan achttien maanden na de datum waarop hij voor het eerst in het verkeer werd gebracht, zonder dat die termijn in ieder geval verder mag lopen dan 31 december van het jaar dat volgt op dat waarin hij voor het eerst in het verkeer werd gebracht, moet de begunstigde van de bijzondere regeling, wegens het gebruik van het voertuig, de onttrekking bedoeld in artikel 12 van het BTW-Wetboek toepassen, volgens de hiernavolgende bijzondere modaliteiten.

De BTW is verschuldigd :

  • tegen het tarief dat van toepassing was op het tijdstip waarop de personenauto of auto voor dubbel gebruik voor het eerst in het verkeer werd gebracht;
  • over een op forfaitaire wijze berekende maatstaf van heffing die gelijk is aan het verschil tussen, enerzijds, de catalogusprijs die van kracht was op het tijdstip waarop de personenauto of auto voor dubbel gebruik voor het eerst in het verkeer werd gebracht en, anderzijds, het bedrag dat op het tijdstip van de levering voor de personenauto of auto voor dubbel gebruik, beschouwd in de staat waarin hij gecatalogeerd is, gediend heeft als maatstaf van heffing van de BTW.


Deze belasting is aftrekbaar rekening houdend met het percentage van het beroepsgebruik van de personenauto of auto voor dubbel gebruik, onder voorbehoud van de toepassing van het plafond ingesteld bij artikel 45 §2, van het BTW-Wetboek.

De effectieve toepassing van de hierboven beoogde onttrekking vindt plaats op het tijdstip van de levering van het voertuig. In de BTW- aangifte betreffende de periode tijdens dewelke die levering geschiedt, moet de begunstigde van de bijzondere regeling in vak 04 de maatstaf van heffing van de BTW inschrijven, in vak 11 het bedrag van de verschuldigde BTW en in vak 21 het bedrag van de aftrekbare BTW.

Voorbeeld

20. Op 15 januari 1985 onttrekt een handelaar in nieuwe personenauto's zo'n voertuig waarvan de catalogusprijs op diezelfde datum 300.000 fr. bedraagt doch dat hij zelf heeft verkregen tegen de prijs van 250.000 fr. Op dezelfde dag wordt het onttrokken voertuig door hem in het verkeer gebracht. Op dat ogenblik moet geen belasting worden betaald.

Op 20 september 1985 wordt het voertuig geleverd aan een gebruiker voor de prijs van 200.000 fr. Daar de minimummaatstaf van heffing van de BTW op dat tijdstip 70 pct. bedraagt van de oorspronkelijke catalogusprijs (300.000 fr.) moet de BTW die wegens deze levering verschuldigd is derhalve worden berekend over 210.000 fr. (70 pct. van 300.000 fr.).

De maatstaf van heffing van de BTW die verschuldigd is wegens de onttrekking bedraagt 90.000 fr. (300.000 - 210.000) en de verschuldigde belasting, berekend tegen het tarief van 25 pct. (7), bedraagt 22.500 fr.

De belasting die aldus wegens de onttrekking verschuldigd is mag worden afgetrokken rekening houdend met het percentage van het beroepsgebruik, gecombineerd met de beperking van het recht op aftrek vervat in artikel 45, § 2, van het BTW-Wetboek.

Wanneer het voertuig uitsluitend voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt, of wanneer het beroepsgebruik de helft of meer bedraagt, dan heeft de aftrek betrekking op de helft van de verschuldigde BTW of op 11.250 fr.

Wanneer het beroepsgebruik minder is dan de helft, dan geschiedt de aftrek slechts tot beloop van dat beroepsgebruik (b.v. indien het beroepsgebruik 1/5 bedraagt, dan heeft de aftrek betrekking op 1/5 van de verschuldigde BTW of op 4.500 fr).

21. De aanvraag tot inschrijving, welke volgend op de levering wordt ingediend op de Directie voor de Inschrijving van Voertuigen, moet vergezeld zijn van een attest nr. 444 dat op regelmatige wijze is ingevuld en waarop de begunstigde van de bijzondere regeling de volgende vermelding heeft aangebracht : Verkoop met toepassing van BTW van een directiewagen van meer dan drie maanden (onttrekking op .......19.. ).

Ontstentenis van levering van het voertuig bij het verstrijken van de in nr. 19 bedoelde termijn.

22. Indien het voertuig niet werd geleverd bij het verstrijken van de in nr. 19 beoogde termijn, moet de constructeur of handelaar op dat tijdstip de BTW welke verschuldigd is wegens de onttrekking storten. Die BTW wordt berekend op de datum van het begin van het gebruik alsof het voordeel van deze aanschrijving niet ingeroepen was geworden en met als maatstaf de aankoopprijs op dat tijdstip of, bij gebreke van een aankoopprijs, de kostprijs op dat tijdstip en rekening houdend met de toepassing van artikel 45, § 2, van het BTW-Wetboek.

Voorbeeld.

23. Zelfde voorbeeld als onder nr. 20 doch er wordt verondersteld dat het voertuig nog niet is geleverd op 15 juli 1986, datum waarop de termijn is verstreken.

De belasting is verschuldigd over de aankoopprijs van de handelaar, zijnde 250.000 fr. en bedraagt, berekend tegen het tarief van 25 pct. (7), derhalve 62.500 fr.

De aftrek kan, in dezelfde mate zoals bepaald in nr. 20, worden verricht rekening houdend met het gedeelte beroepsgebruik en met de beperking van 50 pct. ingesteld bij artikel 45, § 2, van het BTW-Wetboek.

24. De aanvraag tot inschrijving, welke volgend op de levering wordt ingediend op de Directie voor de Inschrijving van Voertuigen, moet vergezeld zijn van een attest nr. 444 dat op regelmatige wijze is ingevuld en waarop de begunstigde van de bijzondere regeling de volgende vermelding heeft aangebracht : Verkoop met toepassing van BTW van een directiewagen van meer dan drie maanden (onttrekking op ...19.. ).

Niet-toepassing van de inschrijvingstaks.

25. De begunstigden van de bijzondere regeling worden geen schuldenaar van de inschrijvingstaks voor de nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik die zij onttrekken, noch wanneer deze voertuigen rijden onder dekking van een handelaarsplaat of een proefrittenplaat, noch wanneer zij onder de voorwaarden gesteld onder nr. 14, c, hierboven, uitzonderlijk het voorwerp zijn geweest van een gewone inschrijving. In deze laatste onderstelling brengt de begunstigde van de bijzondere regeling op de aanvraag tot inschrijving, welke hij indient op de Directie voor de Inschrijving van Voertuigen, een vignet nr. 904 aan waarop hij vak twee aankruist ( "IT nul" ).

Afdeling III. Formaliteiten en voorwaarden voor het verlenen van de bijzondere regeling.

Aanvraag.

26. De constructeur of de handelaar moet aan de hoofdcontroleur van de BTW onder wie hij ressorteert de toepassing vragen van de bijzondere regeling.

De aanvraag wordt aan die ambtenaar gericht bij ter post aangetekende brief met ontvangstmelding. Ze bevat een bondige beschrijving van de beroepswerkzaamheid die wordt uitgeoefend of wordt gepland en de vermelding zowel van het aantal handelaarsplaten waarover de constructeur of de handelaar beschikt als van het aantal in nr. 11 bedoelde transacties die de betrokkene heeft tot stand gebracht sedert 1 januari van het jaar voor dat waarin de aanvraag wordt ingediend of, indien hij zijn werkzaamheid begint, van het aantal in nr. 11 bedoelde transacties welke hij jaarlijks denkt tot stand te zullen brengen.

Bij de aanvraag wordt een door de aanvrager voor eensluidend verklaard afschrift gevoegd van zijn inschrijving in het handelsregister als invoerder of handelaar in personenauto's of auto's voor dubbel gebruik. De constructeur of de vertegenwoordiger van een buitenlandse constructeur moet bij zijn aanvraag een afschrift voegen van het stuk dat aantoont dat hij door de Minister van Verkeerswezen of zijn gemachtigde in die hoedanigheid is erkend overeenkomstig artikel 5 van het koninklijk besluit van 15 maart 1968 houdende algemeen reglement op de technische eisen waaraan de motorvoertuigen en hun aanhangwagens moeten voldoen.

Men mag niet uit het oog verliezen dat artikel 10bis, § 1, tweede lid, van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen en artikel 2, § 2, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 17 van 20 december 1984 de in het buitenland gevestigde constructeur de verplichting opleggen een in België gevestigde mandataris aan te duiden.

De constructeur of de handelaar die een dergelijke aanvraag reeds overeenkomstig de oude regeling heeft ingediend (z. aanschr. 4/1971, nr. 15) dient deze aanvraag niet te hernieuwen. Iedere aanvraag gedaan onder de oude regeling blijft geldig onder de nieuwe regeling.

Machtiging verleend door de hoofdcontroleur.

27. De hoofdcontroleur van de BTW verleent een machtiging binnen de maand na ontvangst van de aanvraag. De machtiging heeft uitwerking te rekenen vanaf de dag waarop de brief en de stukken waarvan sprake in nr. 26, eerste en tweede lid, ter post werden afgegeven.

De weigering van de machtiging wordt binnen dezelfde termijn ter kennis gebracht van de aanvrager. De weigering wordt gemotiveerd .

De machtigingen afgeleverd onder de oude regeling (z. aanschr. 4/1971, nr. 16) blijven geldig onder de nieuwe regeling (z. nr. 26, derde lid, hierboven).

Het houden van een bijzonder register.

28. De betrokkene moet een bijzonder register houden waarvan de bladen blad na blad genummerd zijn en waarin op de eerste bladzijde en op de laatste bladzijde, onder zijn handtekening, voluit het aantal bladen dat het register bevat wordt vermeld.

Dit register is bestemd om van dag tot dag en zonder witte vakken, doorhalingen of interlinies de in de nrs. 29 en 30 hierna bedoelde handelingen en stukken in op te tekenen.

Inschrijvingen die in het bijzonder register moeten worden gedaan.

29. De begunstigde van de machtiging schrijft in het in nr. 28 bedoelde bijzonder register, volgens een ononderbroken reeks nummers in :

a) links, de gegevens die moeten voorkomen op het in nr. 30 hierna
bedoelde stuk met, voor iedere personenauto of auto voor dubbel
gebruik, in de kolommen ad hoc, de inkoopdatum, het
inschrijvingsnummer van de factuur in het boek voor inkomende
facturen, de inkoopprijs, de catalogusprijs en alle andere
vermeldingen die op dat stuk moeten voorkomen;

b) rechts, de aard, de reden en de datum, hetzij van het stopzetten
van het gebruik van de personenauto of auto voor dubbel gebruik,
hetzij van de verkoop of de overdracht van het gebruikte
voertuig, met verwijzing naar de verkoopfactuur of ieder ander
gelijkwaardig uitgaand stuk, met vermelding van de prijs van
verkoop of overdracht, en van het bedrag waarop de BTW werd
voldaan voor die verkoop of overdracht. Vermeld worden eveneens
de berekeningsgrondslag en het bedrag van de BTW die aan de
Schatkist moet worden gestort krachtens de nrs. 19 en 22
hierboven, alsmede het gedeelte van die BTW dat in aftrek mag
worden gebracht.

Stuk dat moet worden opgemaakt op het tijdstip van de te verrichten regularisaties (2de en 3de geval).

30. De constructeur of de handelaar moet het stuk opmaken voorgeschreven voor de leveringen aan zichzelf bij artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969. Dat stuk bevat de vermeldingen bepaald bij dat artikel (datum en aard van de handeling, maatstaf van heffing, tarief en bedrag van de BTW) alsmede die welke zijn opgelegd bij artikel 3, § 2, van het koninklijk besluit nr. 17 (merk, model, jaartal, cilinderinhoud, motorsterkte, carrosseriemodel, chassisnummer en datum waarop het goed voor het eerst in het verkeer is gebracht). Het stuk wordt op zijn datum ingeschreven zowel in het boek voor uitgaande facturen als in het boek voor inkomende facturen en, meer algemeen, in de registers en andere stukken die worden gehouden ter uitvoering van de artikelen 11 en 12 van het koninklijk besluit nr. 1.

De betrokkene kan worden ontslagen van de verplichting tot het opmaken van het in voorgaand lid bedoelde stuk, mits hij daarvoor machtiging bekomt van de BTW-hoofdcontroleur onder wie hij ressorteert en onder de voorwaarden door die ambtenaar bepaald. In dit geval kan de inschrijving in het in nr. 28 bedoeld register worden beschouwd als opstelling van het stuk waarover het gaat.

Vermeldingen die op de verkoopfactuur moeten voorkomen.

31. De verkoopfactuur of ieder ander stuk waarop de overdracht wordt vastgesteld van de personenauto of auto voor dubbel gebruik die werd gebruikt volgens de in dit hoofdstuk vermelde regeling, moet de datum vermelden waarop het voertuig voor het eerst in het verkeer werd gebracht.

Afdeling IV. Bijzondere toestanden.

32. De volgende regels zijn van toepassing wanneer één der navolgende feiten zich in verband met de gebruikte personenauto of auto voor dubbel gebruik voordoet voor het verstrijken van de in nr. 19 bedoelde termijn.

a. Gehele vernieling van de wagen.

Wanneer de gebruikte personenauto of auto voor dubbel gebruik geheel onbruikbaar wordt ten gevolge van een ongeluk of welke oorzaak ook en op voorwaarde dat het schadegeval of de andere definitieve buitengebruikstelling in het in nr. 28 bedoelde bijzonder register wordt ingeschreven en behoorlijk door bewijsstukken wordt aangetoond (schadevergoeding door een verzekeringsmaatschappij voor gehele vernieling; vaststelling door een gerechtsdeurwaarder, door de politie, enz.) dient ten aanzien van de toepassing van de onttrekking bedoeld in artikel 12 van het BTW-Wetboek de toestand te worden onderzocht alsof de wagen in een niet geaccidenteerde staat werd verkocht en geleverd op de dag van het schadegeval.

Hieruit volgt dat de begunstigde van de bijzondere regeling niet gehouden is de onttrekking beoogd in het bovengenoemd artikel 12 toe te passen en dat er in zijnen hoofde geen enkele belasting moet worden geregulariseerd, indien die begunstigde aantoont dat het schadegeval of een andere definitieve buitengebruikstelling zich heeft voorgedaan binnen de drie maanden te rekenen vanaf het tijdstip dat het voertuig voor het eerst in het verkeer werd gebracht (vgl. nr. 17 hierboven).

Wanneer daarentegen het schadegeval of de andere definitieve buitengebruikstelling zich voordoet tijdens de termijn vastgesteld in nr. 19 hierboven, dan is wegens het gebruik dat hij van het voertuig heeft gemaakt de begunstigde van de bijzondere regeling gehouden om, op de wijze zoals uiteengezet in nr. 19, de onttrekking beoogd in artikel 12 van het BTW-Wetboek toe te passen, met dien verstande dat, rekening houdend met hetgeen werd gezegd in het eerste deel hierboven, de aatstaf van heffing van die onttrekking gelijk is aan het verschil tussen, enerzijds, de catalogusprijs van kracht op het tijdstip dat het voertuig voor het eerst in het verkeer werd gebracht en, anderzijds, de op het tijdstip van het schadegeval toepasselijke minimummaatstaf van heffing, vastgesteld in artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 17 van 20 december 1984.

b. Stopzetting van de werkzaamheid van constructeur of handelaar.

De constructeur of handelaar die zijn werkzaamheid stopzet en na de stopzetting een nog bruikbare personenauto of auto voor dubbel gebruik behoudt, moet op het tijdstip van die stopzetting de onttrekking beoogd in artikel 12, § 1, 3°, van het BTW-Wetboek verrichten.

De BTW wordt berekend op de datum van het begin van het gebruik precies alsof het voordeel van de bijzondere regeling niet werd ingeroepen, over een maatstaf van heffing die gelijk is aan de aankoopprijs van het voertuig op dat tijdstip of, bij ontstentenis daarvan, over de kostprijs op dat tijdstip. Wanneer bovendien de eerste inschrijving op naam van de constructeur of handelaar gebeurt binnen de drie maanden te rekenen vanaf het tijdstip dat de personenauto of de auto voor dubbel gebruik voor het eerst in het verkeer werd gebracht, dan is de inschrijvingstaks verschuldigd over het verschil tussen de catalogusprijs en het bedrag dat voor de personenauto of auto voor dubbel gebruik zoals hij is gecatalogeerd gediend heeft als maatstaf van heffing voor de BTW die, wegens de onttrekking, verschuldigd is.

c. Overdracht van de gebruikte personenauto of de auto voor dubbel gebruik in een algemeenheid van goederen.

Wanneer een door een constructeur of handelaar gebruikte personenauto of auto voor dubbel gebruik door hem wordt overgedragen bij wege van inbreng in vennootschap of, anderszins, met een algemeenheid van goederen of een bedrijfsafdeling waarvan hij deel uitmaakt, aan een overnemer die belastingplichtige is, wordt deze laatste overeenkomstig artikel 11 van het Wetboek geacht de persoon van de overdrager voort te zetten. Hij heeft alle rechten en verplichtingen bepaald in dit oofdstuk ten aanzien van de overgedragen personenauto's of auto's voor dubbel gebruik die nog regelmatig onder de toepassing van de bij deze aanschrijving voorgeschreven regeling vielen.

d. Overlijden van de constructeur of van de handelaar.

Bij overlijden van de constructeur of van de handelaar gaan de rechten en de verplichtingen, die hij ten aanzien van de toepassing van dit hoofdstuk heeft, over op zijn erfgenamen, algemene rechtverkrijgenden of echtverkrijgenden onder algemene titel of op de fysieke persoon of de rechtspersoon aan wie de algemeenheid van goederen waaruit de werkzaamheid bestaat zou overgedragen zijn onder de voorwaarden van artikel 11 van het Wetboek.

Indien de werkzaamheid niet wordt voortgezet door de erfgenamen of rechtverkrijgenden of door één van hen, of indien er geen overdracht van de onderneming of van de bedrijfsafdeling plaatsheeft bij wege van inbreng in vennootschap of anderszins onder de voorwaarden van artikel 11 van het BTW-Wetboek, moet binnen de drie maanden na het overlijden de onttrekking worden toegepast zoals uiteengezet onder punt b hierboven ingeval van stopzetting van de werkzaamheid.

e. Inbreng in vennootschap.

De inbreng in vennootschap wordt voor de toepassing van het BTW-Wetboek gelijkgesteld met een verkoop.

Onder voorbehoud van wat bepaald is onder c hierboven wordt deze handeling, voor de toepassing van deze aanschrijving, als een verkoop behandeld, wanneer ze betrekking heeft op een personenauto of auto voor dubbel gebruik die in nieuwe staat door de constructeur of handelaar in personenauto's en auto's voor dubbel gebruik werd gebruikt. Hoofdstuk

III. Onttrekkingen door handelaars in tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik.

Beoogde voertuigen.

33. De voertuigen waarop dit hoofdstuk van toepassing is de tweedehandse personenauto's en de tweedehandse auto's voordubbel gebruik. De begrippen personenauto's en auto's voor dubbel gebruik worden omschreven onder de nrs. 8 tot 10 van de aanschrijving nr. 4 van 25 maart 1985, Voor de begrippen tweedehandsepersonenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik wordtverwezen naar de nrs. 12 e.v. van dezelfde aanschrijving nr. 4/1985.

Begunstigden van de bijzondere regeling. Nummerplaten en gebruikers van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik.

34. Het voordeel van de in dit hoofdstuk bepaalde bijzondere regeling wordt verleend aan de personen die voor eigen rekening, als hoofdberoep of als bijkomstig beroep, tweedehandse personenauto's en tweedehandse auto's voor dubbel gebruik inkopen en verkopen. Van deze regeling zijn dus inzonderheid uitgesloten de in nr. 10, c, bedoelde personen (makelaars, vertegenwoordigers, commissionairs, enz.).

De in nr. 14 uiteengezette regels zijn hier trouwens van toepassing.

Algemeen beginsel.

35. Wanneer een tweedehandse personenauto of een tweedehandse auto voor dubbel gebruik voor privé-doeleinden of voor beroepsdoeleinden wordt gebruikt door een handelaar in dergelijke voertuigen, is het regime van de onttrekking bedoeld in artikel 12 van het BTW-Wetboek niet van toepassing wanneer hij de in de nrs. 10, b, 11 en 26 bepaalde voorwaarden vervult (handelaar zijn; minimum 24 voertuigen verkopen binnen 24 maanden (z. ook 4de lid hierna); een aanvraag indienen).

De hoofdcontroleur van de BTW waaronder de handelaar ressorteert verleent een machtiging binnen de maand na ontvangst van de aanvraag. De machtiging heeft slechts uitwerking te rekenen vanaf de dag waarop de aangetekende brief en de stukken waarvan sprake in nr. 26 ter post werden afgegeven.

Indien de machtiging wordt geweigerd, wordt hiervan kennis gegeven aan de aanvrager binnen dezelfde termijn. De weigering is met redenen omkleed.

Voor de toepassing van dit hoofdstuk, mogen de verkopen of overdrachten van personenauto's en auto's voor dubbel gebruik voor het vaststellen van het in nr. 11 voorgeschreven minimum aantal van 24 transacties, zowel op nieuwe personenauto's en auto's voor dubbel gebruik (z. nr. 8) als op tweedehandse personenauto's en auto's voor dubbel gebruik (z. nr. 33) betrekking hebben.

Einde van de onttrekking.

36. Ongeacht het tijdstip waarop de gebruikte tweedehandse personenauto of tweedehandse auto voor dubbel gebruik wederverkocht of overgedragen wordt of ophoudt gebruikt te worden, wordt geen BTW opgeëist op dat tijdstip, indien de voorwaarden werden vervuld die door dit hoofdstuk worden opgelegd.

Bijzondere gevallen. Verbouwers, vernieuwers en slopers van personenauto's of auto's voor dubbel gebruik. Gemengde werkzaamheid.

37. Wanneer de in de nrs. 33 tot 35 bepaalde voorwaarden vervuld zijn, mogen volgende personen op het voordeel van de in dit hoofdstuk voorgeschreven bijzondere regeling aanspraak maken :

1° de verbouwers en vernieuwers van personenauto's en van auto's
voor dubbel gebruik die door hen vernieuwde of verbouwde
personenauto's of auto's voor dubbel gebruik onttrekken om ze
voor beroepsdoeleinden of privé-doeleinden te gebruiken;

2° de slopers van automobielen wanneer hun bedrijvigheid ook omvat,
zoals dit meestal het geval is, de inkoop met het oog op
wederverkoop, eventueel na herstelling, van personenauto's en
auto's voor dubbel gebruik die nog op de weg kunnen worden gebruikt;

3° de personen die tegelijk handel drijven in nieuwe of tweedehandse
personenauto's of auto's voor dubbel gebruik en die het beroep
uitoefenen van vernieuwer, verbouwer of sloper van dergelijke
voertuigen.


Bijzondere toestanden.


38. De bepalingen van nr. 32 zijn mutatis mutandis van toepassing.


Hoofdstuk IV. Gemeenschappelijke bepalingen met betrekking tot onttrekkingen van nieuwe en tweedehandse personenauto's en auto's voor dubbel gebruik.

Niet vervullen van de formaliteiten. Niet-nakoming van de voorwaarden van de machtiging. Sancties.

39. Het voordeel van de bijzondere regeling wordt geweigerd voor ieder voertuig waarvoor overeenkomstig hetgeen voorafgaat het document bedoeld in nr. 30 niet werd opgemaakt of niet werd ingeschreven zowel in het boek voor uitgaande facturen, in het boek voor inkomende facturen, in de andere boekhoudkundige documenten die worden gehouden ter uitvoering van de artikelen 11 en 12 van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969, als in het bijzonder register bedoeld in nr. 28. De gebruikte personenauto of auto voor dubbel gebruik valt dan zonder meer volledig onder de toepassing van de regeling vervat in de artikelen 12, § 1, en 45, § 2, van het BTW-Wetboek.

Indien trouwens de voorwaarden van de machtiging niet worden nagekomen en inzonderheid indien de betrokkene niet het aantal personenauto's of auto's voor dubbel gebruik waarvan sprake in de nrs. 11 en 35 heeft verkocht of bij de verkoop ervan heeft bemiddeld, wordt de BTW opeisbaar voor alle gebruikte personenauto's en auto's voor dubbel gebruik, alsof de betrokkene op het tijdstip van het begin van het gebruik niet de in deze aanschrijving bepaalde bijzondere regelingen had genoten.

De betrokkene is bovendien de geldboeten en de interesten voor niet tijdige betaling verschuldigd die respectievelijk zijn voorgeschreven in de artikelen 70 en 91 van het BTW-Wetboek.

Hoofdstuk V. Overgangsmaatregelen.

Afschaffing van de oude bijzondere regeling.

40. De hierboven uiteengezette regels zijn van toepassing op de onttrekkingen gedaan vanaf 3 januari 1985, alsmede op de onttrekkingen die op deze datum nog aan de gang zijn.

Gelet evenwel op de datum van publikatie van onderhavige aanschrijving aanvaardt de administratie dat de overeenkomstig de nrs. 22 tot 25 van de aanschrijving nr. 4 van 12 januari 1971 verrichte regularisaties met betrekking tot de onttrekking van nieuwe personenauto's en nieuwe auto's voor dubbel gebruik, welke overgedragen werden vóór 1 oktober 1985 door de begunstigde van de bijzondere regeling, niet moeten worden herzien.

41. Onder voorbehoud van hetgeen gezegd werd in nr. 40, tweede lid, hierboven, wordt de regeling ingesteld door de voormelde aanschrijvingen nr. 4 van 12 januari 1971, nr. 39 van 2 maart 1971, nr. 73 van 4 mei 1971 en nr. 74 van 11 juli 1972, per 3 januari 1985, afgeschaft.

(1) Z. Revue nr. 66, blz. 22.
(2) Z. Revue nr. 66, blz. 9.
(3) Z. Revue nr. 67, blz.
(4) Daar de speciale taks op de luxe-produkten volledig beantwoordt
aan de aardvan de belasting over de toegevoegde waarde
(z. aanschr. 20/1980 (*), nr. 4, en aanschr. 17/1981 (**), dekken
in onderhavige aanschrijving de woorden "BTW"of "taks"zowel de
eigenlijke belasting over de toegevoegde waarde als de speciale
taks op de luxe-produkten. Dat in de voorbeelden alleen het
tarief van 25 pct. wordt vermeld, sluit, in voorkomend geval, de
toepassing van de aanvullende weeldetaks van 8 pct. niet uit.
( *) Z. Revue nr. 48, blz. 223.

(**) Z. Revue nr. 51, blz. 605.


(5)Z. Revue nr. 9, blz. 518.
(6)Z. Revue nr. 66, blz. 22
(7)Z. voetnoot (3) onderaan blz. 370.