Circulaire AAFisc Nr. 28/2016 (nr. Ci.RH.421/630.175) dd. 19.09.2016
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst VENB
Vennootschapsbelasting
Circulaire AAFisc Nr. 28/2016 (nr. Ci.RH.421/630.175) dd. 19.09.2016
Inkomstenbelastingen
Vennootschapsbelasting
Beroepskosten
Mobiliteitsvergoeding
Fiscale behandeling van de mobiliteitsvergoeding die door een vennootschap wordt betaald aan haar werknemers.
1. Deze circulaire heeft als doel de fiscale behandeling in de vennootschapsbelasting te verduidelijken van het gedeelte van 50 % van de mobiliteitsvergoeding die door een vennootschap wordt betaald, en dat niet belastbaar is ten name van de werknemer.
2. Er wordt aan herinnerd dat er in bepaalde bedrijfssectoren, waar de werkplaats niet vast bepaald is, een forfaitaire regeling van terugbetaling van verplaatsingskosten, meestal 'mobiliteitsvergoeding' genoemd, kan worden toegepast. Een dergelijke regeling moet beantwoorden aan de voorwaarden die hierna worden vermeld.
3. De forfaitaire regeling van terugbetaling en de vergoedingen die zij bepaalt, moeten worden omschreven in een collectieve arbeidsovereenkomst, gesloten binnen een paritair orgaan en algemeen bindend worden verklaard bij koninklijk besluit.
Bovendien mag de vergoeding de som van 0,1316 euro per km afstand (heen en terug) tussen de woonplaats en de werkplaats niet overschrijden.
4. Wanneer die mobiliteitsvergoeding wordt toegekend aan werknemers wier plaats van tewerkstelling zich ten minste 5 km van de woonplaats bevindt, moet, in de mate dat zij niet hoger is dan het bedrag dat verschuldigd is in uitvoering van de collectieve arbeidsovereenkomst, die vergoeding in principe slechts voor 50 % als een belastbare bezoldiging worden beschouwd.
5. Het gedeelte van 50 % dat ten name van de werknemers niet belastbaar is in de personenbelasting wordt geacht overeen te stemmen met eigen kosten van de werkgever in de zin van artikel 31, 2de lid, 1°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (1).
(1) Zie ter zake het Bericht aan de werkgevers en aan de andere schuldenaars van aan de bedrijfsvoorheffing onderworpen inkomsten. Het gedeelte van 50 % dat niet belastbaar is in de personenbelasting en overeenstemt met eigen kosten van de werkgever, mag niet lager zijn dan 12,39 euro per effectief gepresteerde maand waarbij elke fractie van een maand voor een volle maand wordt geteld.
6. Ter zake vormen de eigen kosten van de werkgever die geacht worden overeen te stemmen met werkelijke verplaatsingskosten beroepskosten die in de vennootschapsbelasting aftrekbaar zijn onder de voorwaarden die zijn opgenomen in het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, inzonderheid in de artikelen 49, 65, 66, § 1 en 198bis. Bijgevolg zullen bepaalde autokosten, in voorkomend geval, slechts gedeeltelijk aftrekbaar zijn.
Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,
Danny DELVAUX
Adviseur-generaal
