3de addendum dd. 09.12.2016 aan de circulaire nr. Ci.RH.244/613.502 (AAFisc 35/2012) dd. 12.11.2012

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst PB
Personenbelasting

3de addendum dd. 09.12.2016 aan de circulaire nr. Ci.RH.244/613.502 (AAFisc 35/2012) dd. 12.11.2012

Inkomstenbelasting
Betaling van de belasting
Bedrijfsvoorheffing
Betaling van de bedrijfsvoorheffing
Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing
Sportbeoefenaar

Maximumbedrag van de bezoldigingen van jonge sportbeoefenaars die in aanmerking komen voor de in art. 275^6, tweede lid, WIB 92, bedoelde bestedingsverplichting.

BIJLAGE: 1

1. De bezoldigingen van jonge sportbeoefenaars die in aanmerking kunnen komen als bedragen besteed aan de opleiding van jonge sportbeoefenaars en die vanaf 01.07.2010 worden betaald of toegekend, worden overeenkomstig artikel 275^6, derde lid, WIB 92, beperkt tot maximaal het achtvoud van het bedrag bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 24.02.1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars. Concreet gaat het dan om het minimumbedrag van het loon dat men moet genieten om als een betaalde sportbeoefenaar te worden beschouwd.

2. De volgende koninklijke besluiten leggen dat minimumbedrag voor de hierna vermelde periodes vast:

Periode

Bedrag

01.07.2015 – 30.06.2016

(Belgisch Staatsblad van 15.06.2015)

9.600 euro

01.07.2016 – 30.06.2017

(Belgisch Staatsblad van 25.05.2016)

9.800 euro

3. In bijlage gaat tevens een overzicht van voormelde minimumbedragen en dit vanaf 01.07.2010.

4. De termijn voor de invulling van de in artikel 275^6, tweede lid, WIB 92, bedoelde bestedingsverplichting verstrijkt steeds op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de vrijstelling wordt gevraagd.

5. Wanneer voor eenzelfde kalenderjaar verschillende bedragen gelden als bedoeld in artikel 2, § 1, van de voormelde wet van 24.02.1978 (de bedragen worden per seizoen vastgesteld), mag het gemiddelde van de voor dat kalenderjaar van toepassing zijnde bedragen worden gemaakt. Om uit te maken in welke mate de bezoldigingen van jonge sportbeoefenaars in aanmerking kunnen worden genomen voor de in artikel 275^6, tweede lid, WIB 92, bedoelde bestedingsverplichting, wordt voormeld gemiddeld bedrag vervolgens vermenigvuldigd met acht.

Voor het kalenderjaar 2016 bedraagt het in artikel 275^6, derde lid, WIB 92, bedoelde grensbedrag:

((9.600 + 9.800) : 2) x 8 = 77.600 euro.

Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

P. GYSEN
Adviseur