Addendum d.d. 03.09.2015 bij de Circulaire nr. Ci.RH.421/607.890 (AAFisc nr. 64/2010) en AFZ nr. 13/2010 d.d. 30.11.2010

STAFDIENST BELEIDSEXPERTISE EN –ONDERSTEUNING – AFDELING REGLEMENTERING

Addendum dd. 03.09.2015 bij de Circulaire nr. Ci.RH.421/607.890 (AAFisc nr. 64/2010) en AFZ nr. 13/2010 dd. 30.11.2010 (aangevuld met Addendum dd. 28.07.2011 en met Addendum dd. 22.11.2012 bij de circulaire nr. Ci.RH.421/607.890 (AAFisc nr. 64/2010) en AFZ nr. 13/2010 dd. 30.11.2010)

Dit document in PDF-formaat

INKOMSTENBELASTING

PROCEDURE

Aangifteverplichting

Betalingen

Landenlijst

VENNOOTSCHAPSBELASTING

BELASTING VAN NIET-INWONERS/VENNOOTSCHAPPEN

Aftrek als beroepskost

Werkelijke en oprechte verrichtingen

Personen andere dan artificiële constructies

Toelichting lijst van staten die de internationale standaard inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden niet effectief en substantieel toepassen

Inleiding

Sedert aanslagjaar 2010 moeten personen onderworpen aan de vennootschapsbelasting of aan de belasting van niet-inwoners (vennootschappen) aangifte doen van betalingen aan personen gevestigd in bepaalde staten (cf. artikel 307, § 1, 5de lid WIB 92).

Deze maatregel viseert onder andere de staten die de internationale standaard inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden niet effectief en substantieel toepassen (cf. artikel 307, § 1, 5de lid, a) WIB 92).

Zoals aangekondigd in onderdeel III.3.1.1. van de Circulaire van 30.11.2010 wordt deze categorie van staten hierna nader toegelicht.

Landenlijst internationale standaard

Het internationaal orgaan dat de toepassing van de internationale standaard beoordeelt, is het Mondiaal Forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden.

Deze beoordeling gebeurt in twee fasen:

(1) een beoordeling van het wetgevend en reglementair kader;

(2) een beoordeling van de praktische werking van dit kader.

Pas nadat beide fases van de beoordeling zijn afgerond, kent het Mondiaal Forum een eindbeoordeling ("rating") toe. Op datum van 16 maart 2015 hebben 77 rechtsgebieden vanwege het Mondiaal Forum een eindbeoordeling ontvangen waarbij vier rechtsgebieden de eindbeoordeling "non-compliant" hebben ontvangen en dus niet voldoen aan de internationale standaard.

Deze rechtsgebieden zijn: de Britse Maagdeneilanden, Cyprus, Luxemburg en de Seychellen.

Deze 4 rechtsgebieden vallen bijgevolg onder de hierboven vermelde aangifteverplichting. Alle betalingen die rechtstreeks of onrechtstreeks worden verricht aan personen die in die vier rechtsgebieden gevestigd zijn, moeten worden aangegeven voor alle belastbare tijdperken die aanvangen vanaf 1 december 2013, behalve indien gedurende een belastbaar tijdperk het Mondiaal Forum zou oordelen dat een bepaald rechtsgebied niet langer "non-compliant" is.[1][2] Hierbij dient opgemerkt te worden dat de Britse Maagdeneilanden reeds vallen onder de andere categorie van staten die door de aangifteverplichting wordt geviseerd, t.t.z. de categorie van Staten zonder belasting of met lage belasting (cf. artikel 307, § 1, 5de lid, b) WIB 92 en artikel 179 KB/WIB 92).

De lijst van rechtsgebieden die "non-compliant" zijn zal worden herzien op de volgende vergadering van de Mondiaal Forum die in het najaar van 2015 is gepland. Ook rechtsgebieden die onvoldoende inspanningen hebben gedaan om hun wetgevend en reglementair kader aan te passen aan de internationale standaard, en om die reden nog niet verder geraakt zijn dan de 1e fase van de beoordeling, zullen dan als "non-compliant" worden aangemerkt.

De rechtsgebieden die de eindbeoordeling "partially compliant" hebben ontvangen worden niet geviseerd door de aangifteverplichting. Het gaat hierbij om Oostenrijk en Turkije (beslissing algemene vergadering Mondiaal Forum Jakarta, 21-22 november 2013) en om Andorra, Anguilla, Antigua en Barbuda, Barbados, Indonesië, Israël en Sint-Lucia (beslissing algemene vergadering Mondiaal Forum Berlijn, 28-29 oktober 2014).[3]

Verenigbaarheid met de non-discriminatiebepaling in dubbelbelastingverdragen en met het EU-verdrag

In onderdeel IV van de Circulaire van 30.11.2010 wordt ingegaan op de verenigbaarheid van de aangifteverplichting en van de bepaling inzake de niet-aftrekbaarheid van kosten (cf. artikel 198, 10° WIB 92) met de non-discriminatiebepaling in dubbelbelastingverdragen en met het EU-Verdrag.

1. De non-discriminatiebepaling in de dubbelbelastingverdragen

België heeft momenteel een in werking zijnd verdrag ter vermijding van dubbele belasting met Cyprus en Luxemburg. In het verdrag met Cyprus is een non-discriminatiebepaling naar het voorbeeld van artikel 24, § 4, van het OESO-Model opgenomen. Zoals uiteengezet in onderdeel IV.1. van de Circulaire van 30.11.2010 kan de aftrekbaarheid van betalingen aan personen gevestigd in Cyprus dus niet worden geweigerd louter en alleen omdat de betreffende betaling niet via het formulier 275F werd aangegeven. In het verdrag met Luxemburg komt dergelijke gelijkaardige bepaling niet voor (zie echter onderdeel 2 hierna).

België heeft ook een verdrag met de Seychellen ondertekend waarin een bepaling naar het voorbeeld van artikel 24, § 4, van het OESO-Model is opgenomen. Dit verdrag is echter nog niet in werking.

2.Verenigbaarheid met het EU-verdrag

In onderdeel IV.2 van de circulaire van 30.11.2010 wordt nader ingegaan op de vrijheid van kapitaal- en betalingsverkeer (Artikel 63 EU-verdrag). Op datum van deze aanvullende circulaire beschikt België over de mogelijkheid om fiscale inlichtingen uit te wisselen met Luxemburg [4], Cyprus [5] en de Britse Maagdeneilanden [6]. De beperkingen aangaande de toepassing van artikel 198,10°, WIB 92, die worden uiteengezet in onderdeel IV.2. van de circulaire van 30.11.2010, en onderdeel IV.2.2 in het bijzonder, gelden derhalve onverkort voor betalingen gedaan aan personen gevestigd in Luxemburg, Cyprus en de Britse Maagdeneilanden. De aftrekbaarheid van betalingen aan personen gevestigd in Cyprus, Luxemburg of de Britse Maagdeneilanden kan dus niet worden geweigerd louter en alleen omdat de betreffende betaling niet via het formulier 275F werd aangegeven.

Dit zal ook het geval zijn voor de Seychellen, van zodra het verdrag ter vermijding van dubbele belasting tussen België en de Seychellen van 27 april 2006 toepassing vindt, of van zodra het Multilateraal Verdrag OESO/Raad van Europa inzake wederzijdse bijstand in fiscale aangelegenheden van 25/01/1988, zoals gewijzigd door het Protocol van 27/05/2010, ten aanzien van de Seychellen toepassing vindt, indien deze datum vroeger zou vallen. Tot zolang dit niet het geval is, geldt wat betreft de betalingen aan personen gevestigd in de Seychellen hetgeen is uiteengezet in onderdeel IV.2.1 van de circulaire van 30.11.2010.

NAMENS DE MINISTER:

De Directeur van de stafdienst

Chris DELAERE


[1] De eindbeoordeling "non-compliant" werd voor de 4 rechtsgebieden formeel bevestigd tijdens de vergadering van het Mondiaal Forum te Jakarta op 21 en 22 november 2013.

[2] Zie antwoord op Vraag van de heer Benoît Drèze aan de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken, over "de verplichte aangifte van de betalingen aan het buitenland" (nr. 22255), CRABV 53 COM 936, 25.02.2014, p. 19.

[3] Wat Oostenrijk en Turkije betreft: zie antwoord op Vraag van de heer Benoît Drèze aan de minister van Financiën, belast met Ambtenarenzaken, over "de verplichte aangifte van de betalingen aan het buitenland" (nr. 22255), CRABV 53 COM 936, 25.02.2014, p. 19.

[4] Artikel 26 van het Verdrag ter vermijding van dubbele belasting tussen België en Luxemburg van 17/09/1970, zoals gewijzigd door artikel 1 van het Avenant van 16/07/2009; richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen; Multilateraal Verdrag OESO/Raad van Europa inzake wederzijdse bijstand in fiscale aangelegenheden van 25/01/1988, zoals gewijzigd door het Protocol van 27/05/2010.

[5] Artikel 26 van het Verdrag ter vermijding van dubbele belasting tussen België en Cyprus van 14/05/1996; richtlijn 2011/16/EU van de Raad van 15 februari 2011 betreffende de administratieve samenwerking op het gebied van de belastingen; Multilateraal Verdrag OESO/Raad van Europa inzake wederzijdse bijstand in fiscale aangelegenheden van 25/01/1988, zoals gewijzigd door het Protocol van 27/05/2010.

[6] Multilateraal Verdrag OESO/Raad van Europa inzake wederzijdse bijstand in fiscale aangelegenheden van 25/01/1988, zoals gewijzigd door het Protocol van 27/05/2010.