Circulaire 2018/C/61 betreffende de schenking van landbouwgronden en het Waals decreet van 17 december 2015 inzake registratierechten
OPMERKING: deze circulaire vernietigt en vervangt de circulaire 5/2016 van 25.07.2016
verkrijging van de derde woning ; schenking van roerende goederen ; schenking van onroerende goederen ; schenking van landbouwgronden
FOD Financiën,
22.05.2018
Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie
Inleiding
Het Belgisch Staatsblad van 30 december 2015 (ed. 2, p. 81.354) heeft het decreet van 17 december 2015 houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waals Gewest voor het begrotingsjaar 2016 gepubliceerd (hierna: decreet).
Het «begrotingsdecreet» heeft met name maatregelen genomen inzake registratierecht. Het heeft vooreerst een nieuw verhoogd tarief ingevoerd voor de verkrijging onder bezwarende titel van een derde woning (en elke verdere verkrijging: vierde, vijfde, zesde, enz…. ). Het heeft verder het algemeen tarief verlaagd voor de schenking van onroerende goederen (en roerende goederen verricht onder opschortende voorwaarde van overlijden van de schenker) alsook het preferentieel tarief voor de schenking van de hoofdverblijfplaats. Het heeft ten slotte het stelsel van overdracht van landbouwgronden tegen het nultarief gewijzigd en heeft bepaalde regels betreffende dit stelsel bevestigd.
Deze circulaire geeft toelichting bij de wijzigingen die zijn aangebracht inzake registratierecht. Een andere circulaire geeft toelichting bij de maatregelen inzake successierecht.
Aangezien het een begrotingsdecreet is, gelden deze fiscale maatregelen slechts voor het jaar 2016. De parlementaire voorbereiding bevat geen memorie van toelichting.
De tekst van het Waals decreet inzake het W.Reg.W is opgenomen als bijlage 1. De geconsolideerde tekst van de gewijzigde artikelen is opgenomen als bijlage 2 en op www.fisconetplus.be.
De wijzigingen inzake registratierecht zijn in werking getreden op 1 januari 2016.
1. Overdracht onder bezwarende titel van de derde woning (44" book="CATCH_ALL">44bis W.Reg.W)
1.1. Nieuw verhoogd tarief van 15 %
De Waalse wetgever heeft een nieuw artikel 44bis ingevoegd en drie leden toegevoegd aan artikel 44.
Artikel 20 van het decreet voert een tarief van 15 % in voor de verkoop, de ruil en elke andere overdragende overeenkomst onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van onroerende goederen. Dit nieuw verhoogd tarief is toepasselijk op alle verkrijgingen onder bezwarende titel van een onroerend goed in het Waals Gewest dat voor bewoning is bestemd, wanneer de verkrijger al ten minste 33 % volle eigendom of vruchtgebruik in twee andere woningen in België of in het buitenland bezit (art. 44bis nieuw W.Reg.W).
Artikel 19 van het decreet bepaalt dat, in geval van verkrijging onder bezwarende titel van een eerste of een tweede onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd, de toepassing van het gewoon tarief van 12,5 % verbonden is aan een gewaarmerkte en ondertekende verklaring of aan een ondertekend geschrift dat bij de overeenkomst wordt gevoegd, waarin wordt vermeld dat de verkrijger nog niet ten minste 33 % volle eigendom of vruchtgebruik in twee andere woningen bezit, afgezien van welbepaalde onroerende goederen (art. 44 W.Reg.W).
Vanaf 1 januari 2016 bedraagt het verhoogd tarief voor woningen in het Waals Gewest 15 %. Dit nieuw tarief is in principe toepasselijk op de verkrijgingen onder bezwarende titel van woningen in het Waals Gewest, behalve wanneer de verkrijger in een verklaring of een geschrift verklaart dat hij, op datum van de nieuwe aankoop, nog niet ten minste 33 % volle eigendom of vruchtgebruik in twee andere woningen bezit (12,5 %).
1.2. Toepassingsgebied van het tarief van 15 % en grondvoorwaarden
Voortaan zijn de verkopen, ruilen en alle andere overdragende overeenkomsten onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van woningen onderworpen aan het tarief van 15 % wanneer de verkrijger, natuurlijke persoon of rechtspersoon, reeds ten minste 33 % volle eigendom of vruchtgebruik in twee andere woningen bezit, en de verkrijging slaat op de bijkomende verkrijging (derde, vierde, enz…) (hierna praten we over de verkrijging van een derde woning) onder bezwarende titel van een onroerend goed in het Waals Gewest dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning wordt aangewend.
Het onroerend mutatierecht van 15 % wordt opeisbaar als de volgende voorwaarden vervuld zijn.
1.2.1. Overdragende overeenkomst onder bezwarende titel
Artikel 44, tweede en derde lid W.Reg.W verwijzen naar artikel 44bis. Het nieuwe tarief van 15 %, bepaald in artikel 44bis, is dus toepasselijk op de overeenkomsten onderworpen aan het verkooprecht, volgens de hierna volgende regels.
Het moet enerzijds gaan om een overeenkomst onder bezwarende titel, met uitsluiting van de overeenkomsten onder kosteloze titel (schenkingen).
Anderzijds moet het gaan om een overdragende overeenkomst (verkoop, ruil, inbetalinggeving, inbreng in vennootschap van een woning, overname van een onroerend goed door een vennoot), met uitsluiting van de aanwijzende overeenkomsten (verdelingen, afstanden van onverdeelde delen of met verdelingen gelijkstaande afstanden, behalve eventuele toepassing van art. 113 W.Reg.W).
1.2.2. Verkrijging in eigendom of in vruchtgebruik
De Waalse wetgever beperkt de toepassing van het recht van 15 % tot de verkrijging in eigendom (volle eigendom, blote eigendom) of in vruchtgebruik. De verkrijging van een erfdienstbaarheid, van het recht van gebruik en bewoning is uitdrukkelijk van het verhoogd tarief uitgesloten (art. 44bis, eerste lid W.Reg.W).
De Waalse tekst bepaalt niets met betrekking tot het verkregen deel in de derde woning. Bij gebrek aan precisering, belet niets dat het verhoogd tarief van 15 % toepasselijk is bij verkrijging van een onverdeeld deel (50 %, 20 %, 8 %, 1 %, enz… ) in een derde woning, voor zover de verkrijger reeds ten minste 33 % volle eigendom of vruchtgebruik in twee andere woningen bezit.
Het is dus niet vereist de geheelheid van een woning te verkrijgen opdat de verkrijging onderworpen is aan het verhoogd tarief.
1.2.3. Verkrijging van een bescheiden woning
De verkrijging van een bescheiden woning in de zin van de artikelen 53 e.v. W.Reg.W (verlaagd tarief van 5 % of 6 %) als derde woning is mogelijk wanneer de voorwaarden bepaald in de artikelen 53 e.v. verenigd zijn.
1.2.4. Verkrijging van een woning in de ruime zin van het woord
Het tarief van 15 % betreft de verkrijging onder bezwarende titel van een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd (art. 44bis, eerste lid W.Reg.W) Hetzelfde artikel bepaalt verder dat onder woongebouw wordt verstaan «het gebouw of het deel daarvan, namelijk de eengezinswoning of het appartement dat, wegens zijn aard, bestemd is om door een gezin te worden bewoond of als dusdanig wordt gebruikt».
Deze definitie is zeer ruim:
- zij omvat zowel de gebouwen die tot bewoning bestemd zijn, als deze die geheel of gedeeltelijk tot bewoning worden aangewend;
- zij omvat ook het onroerend goed dat speciaal ingericht of omgevormd is om meerdere, duidelijk afgescheiden, woongelegenheden in onder te brengen, die elk als een woning worden beschouwd.
De volgende woningen worden door het Waals decreet bedoeld:
- een onroerend goed dat als hoofdverblijfplaats of als tweede verblijfplaats wordt gebruikt;
- een gebouw in oprichting of dat gerenoveerd wordt, en dat bestemd is voor bewoning door een gezin;
- een woning of een appartement op plan, met toepassing van de btw op het gebouw en met toepassing van het registratierecht op de grond (15 % op de waarde van de grond);
- een nieuw opgericht appartement (of huis) dat bestemd is tot bewoning, met toepassing van de btw, en tegelijkertijd verkoop van de grond door een andere persoon, met toepassing van het registratierecht (15 % op de waarde van de grond);
- een conciërgewoning, ingericht voor bewoning, in een handelsgebouw, een depot of een fabriek;
- een kot of een studentenkamer;
- een serviceflat;
- een industrieel onroerend goed dat verbouwd wordt tot appartementen.
Zijn daarentegen niet bedoeld door het Waals decreet:
- een woonboot (geen onroerend goed);
- een te slopen ruïne (geen woning);
- een bouwgrond (geen woning).
1.2.5. Verkrijging van een woning in het Waals Gewest
De verkregen woning moet bovendien gelegen zijn in het Waals Gewest.
In geval van verkrijging van een derde woning die gelegen is in het Vlaams of in het Brussels Gewest, wordt het toepasselijk tarief bepaald door het gewest waar het onroerend gelegen is. Als een woning gelegen is op het grondgebied van twee gewesten, wordt de toepasselijke gewestelijke wetgeving bepaald door het adres van de verkregen woning.
De verkrijging van een derde woning in het buitenland is vrijgesteld van het evenredig recht (art. 159, 7° W.Reg.).
1.2.6. Verkrijging door een natuurlijke persoon of door een rechtspersoon
De verkrijger kan zowel een natuurlijke persoon als een rechtspersoon (vennootschap, vereniging) zijn. Degene die zijn eigendomsrecht of zijn vruchtgebruik overdraagt kan eveneens een natuurlijke persoon of een rechtspersoon zijn.
1.2.7. De verkrijger bezit reeds twee andere woningen
a) Principe
Op het ogenblik van de verkrijging, moet de verkrijger reeds ten minste 33 % volle eigendom of vruchtgebruik in twee andere woningen bezitten.
Alleen het bezit van de verkrijger wordt in aanmerking genomen. De onroerende goederen bezeten door zijn echtgenoot of door de persoon met wie hij wettelijk samenwoont, worden niet in aanmerking genomen.
Deze voorwaarde inzake bezit wordt voor elke verkrijger afzonderlijk beoordeeld. Inzake registratierecht wordt de verkrijging door het gemeenschappelijk vermogen als een verkrijging in onverdeeldheid beschouwd.
Opdat het om een derde verkrijging van een woning in de zin van artikel 44bis W.Reg.W gaat, moet de verkrijger op het ogenblik van de overeenkomst van verkrijging onder bezwarende titel reeds de geheelheid of ten minste 33 % in volle eigendom of in vruchtgebruik van twee andere woningen bezitten. Het bezit van 1/3 volle eigendom (= 33,33 %) van een woning wordt in aanmerking genomen.
Voorbeelden:
1) De echtgenoot van de koper, gehuwd onder een stelsel van gemeenschap, heeft de geheelheid van een woning geërfd:
- indien ze gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel wordt de woning niet in aanmerking genomen;
- indien ze gehuwd zijn onder het stelsel van algehele gemeenschap of wanneer die woning in het gemeenschappelijke vermogen werd ingebracht, wordt de woning in aanmerking genomen.
2) Als de koper 20 % volle eigendom en 20 % vruchtgebruik van een woning bezit, bezit hij 40 % vruchtgebruik, zodat die woning in aanmerking moet worden genomen.
Om het aantal reeds bezeten onroerende goederen te beoordelen, houdt men enkel rekening met de goederen in volle eigendom of in vruchtgebruik en niet met de goederen in blote eigendom. Bovendien beoogt de Waalse wetgever het vruchtgebruik en niet de erfdienstbaarheid, het recht van gebruik en het recht van bewoning. De erfpacht en de opstal worden evenmin beoogd.
Wat de aard van de reeds door de verkrijger bezeten onroerende goederen betreft, beoogt art. 44bis, eerste lid W.Reg.W ten minste twee andere woningen in de ruime zin van het woord, dus zowel bestemd tot bewoning door een gezin, als geheel of gedeeltelijk aangewend tot bewoning (zie hiervoor nr. 1.2.4).
Als een gebouw speciaal is ingericht of verbouwd voor verschillende duidelijk gescheiden woningen (Frans: «logements»), wordt elk ervan beschouwd als een woningbouw (Frans: «habitation») (artikel 44bis, derde lid W.Reg.W).
Voorbeeld: Een koper die een gebouw bezit dat speciaal is ingericht of verbouwd om drie woongelegenheden te bevatten, wordt geacht drie woningen te bezitten.
Artikel 44bis, eerste lid W.Reg.W preciseert verder dat zowel de onroerende goederen in België als deze in het buitenland in aanmerking genomen worden.
Alle reeds bezeten onroerende goederen moeten in aanmerking worden genomen, ongeacht of men ze verkregen heeft onder de levenden of door overlijden, onder kosteloze of onder bezwarende titel. De wijze van verkrijging heeft geen belang.
Voorbeeld: Het onroerend goed verkregen uit de nalatenschap van een ascendent wordt in aanmerking genomen, behalve als de verkrijger slechts de blote eigendom ervan bekwam of minder dan 33 % in volle eigendom of in vruchtgebruik.
b) Uitzonderingen
Voor de toepassing van het verhoogd tarief van 15 %, wordt met bepaalde onroerende goederen geen rekening gehouden (art. 44bis, vierde lid W.Reg.W). Om het aantal reeds bezeten woningen te bepalen wordt geen rekening gehouden met:
1) de gebouwen waarvan de verkrijger minder dan 33 % in volle eigendom of in vruchtgebruik bezit.
2) de gebouwen waarvan de koper daadwerkelijk het hem toebehorende zakelijk recht via een authentieke overdrachtsakte overgedragen heeft, uiterlijk binnen twaalf maanden na de authentieke aankoopakte van het derde onroerend goed;
De wetgever geeft aan de verkrijger de mogelijkheid om de bij de verkrijging reeds bezeten gebouwen over te dragen binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen vanaf de authentieke akte van verkrijging van het onroerend goed dat in aanmerking komt om belast te worden tegen het tarief van 15 %.
Vooreerst moet de verkrijger de gebouwen werkelijk overgedragen hebben, ongeacht de wijze van overdracht (verkoop, schenking, verdeling, inbreng in een vennootschap, enz…). In geval van verkoop onder opschortende voorwaarde, dient de datum van de vervulling van de voorwaarde in aanmerking genomen te worden. Als de authentieke akte van overdracht verleden wordt binnen de twaalf maanden na de authentieke akte van verkrijging van het derde gebouw, maar de effectieve overdracht of de vervulling van de opschortende voorwaarde slechts plaatsheeft na het verstrijken van voormelde termijn, kan het gebouw niet beschouwd worden werkelijk overgedragen te zijn.
De verkrijger moet al de zakelijke rechten die hij op het gebouw bezit overdragen, met inbegrip van de blote eigendom, zelfs al wordt het bezit van de blote eigendom van een woning niet in aanmerking genomen.
Bovendien moet de overdracht van het reeds bezeten gebouw geschieden bij authentieke akte uiterlijk binnen de twaalf maanden na de authentieke akte van verkrijging van het nieuw gebouw.
Voorbeelden:
- Indien de verkrijger reeds twee woningen bezit, er een nieuwe bij koopt, en een van de twee woningen die hij reeds bezit overdraagt binnen de twaalf maanden, is het tarief van 15 % toepasselijk. Na de overdracht kan hij teruggave vragen van 2,5 % (12,5 %).
- Hetzelfde geldt als de verkrijger reeds drie woningen bezit, er een nieuwe bij koopt en twee van de woningen die hij reeds bezit overdraagt.
3) De gebouwen die het voorwerp uitmaken van een maatregel tot onteigening.
Een onteigeningsbesluit of een principiële administratieve beslissing tot onteigening is vereist.
4) De gebouwen in het bezit van een beroepspersoon en verkregen onder het stelsel van het verlaagd tarief bedoeld in artikel 62 W.Reg.W
c) Gelijktijdige verkrijging van verschillende woningen
De toepassing van het tarief van 15 % veronderstelt dat, op de datum van de akte van verkrijging, de verkrijger reeds ten minste 33 % volle eigendom of vruchtgebruik in twee andere woningen bezit of verwerft bij deze verkrijging.
Voorbeelden:
Indien een verkrijger die nog geen enkele woning bezit, gelijktijdig vier appartementen koopt, zal de akte geregistreerd worden tegen 15 % vanaf het derde onroerend goed.
Hetzelfde geldt indien de verkrijger die reeds één woning bezit, in dezelfde akte drie andere woningen koopt, aangezien hij, op het ogenblik van de verkrijging, meer dan twee andere woningen verkrijgt.
Om het aantal reeds bezeten woningen te beoordelen, moet men zich plaatsen op de datum van de koop, de ruil of de overeenkomst onder bezwarende titel van de nieuwe woning. In geval van overeenkomst onder opschortende voorwaarde, is het op datum van de vervulling van de voorwaarde dat men moet oordelen of de verkrijger reeds, op datum van de overeenkomst, ten minste 33 % in volle eigendom of in vruchtgebruik in twee andere woningen bezit.
1.3. Vormvoorwaarde voor de toepassing van het tarief van 12,5 %
1.3.1. Pro-fiscoverklaring van niet-bezit van twee andere woningen
Sinds 1 januari 2016 is de toepassing van het tarief van 12,5 % bij verkrijging van een woning onderworpen aan een gewaarmerkte en ondertekende verklaring, in of onderaan de overeenkomst die aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht of in een bij deze overeenkomst gevoegd geschrift, waarbij uitdrukkelijk wordt vermeld dat de koper, rechts- of natuurlijke persoon, niet in het bezit is van het geheel of van minstens 33 % in volle eigendom of in vruchtgebruik op minstens twee andere onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk voor bewoning aangewend zijn, gelegen in België of in het buitenland, afgezien van de onroerende goederen bedoeld in artikel 44bis, vierde lid (artikel 44, tweede lid, nieuw W.Reg.W).
Voor de pro-fiscoverklaring van niet-bezit van twee andere woningen moet men zich plaatsen op het ogenblik van de akte van verkrijging. De verklaring moet worden opgenomen in of onderaan de authentieke akte. In geval de onderhandse koopakte voorafgaandelijk wordt geregistreerd, moet deze verklaring worden gedaan in of onderaan die onderhandse akte.
Een andere mogelijkheid bestaat erin om, bij de aanbieding ter registratie van de akte, een afzonderlijk geschrift bij de voegen waarin deze verklaring is opgenomen (geen vast recht). Indien dit document aan de authentieke akte wordt aangehecht, is het vast recht van € 100 (art. 158 W.Reg.) verschuldigd.
Wanneer de verkrijger bij zijn verkrijging ten minste 33 % in volle eigendom of in vruchtgebruik in ten minste drie woningen verkrijgt, moet de pro-fiscoverklaring de waarde van elk onroerend goed vermelden. Het tarief van 15 % wordt toegepast op de waarden van de onroerende goederen zoals die door de belastingplichtige zijn bepaald.
1.3.2. Sancties bij onjuiste verklaring
Als de verklaring bedoeld in artikel 44, tweede lid W.Reg.W onjuist is, is de verkrijger de aanvullende rechten (2,5 %) en een boete gelijk aan de ontdoken rechten verschuldigd. Bij onjuiste verklaring is de boete steeds verschuldigd.
Wanneer de verkrijger bij de verkrijging reeds twee andere woningen bezit, maar verklaart geen 33 % (of meer) van twee andere woningen te bezitten, aangezien hij van plan is een woning binnen 12 maanden over te dragen, zijn dezelfde sancties toepasselijk (aanvullende rechten 2,5 % en boete 2,5 %). In het voorkomend geval zullen de bijrechten hem worden teruggegeven indien het onroerend goed hierboven werkelijk overgedragen is binnen de bepaalde termijn.
1.3.3. Teruggave in geval van niet-verklaring bij de verkrijging van een woning
Bij gebrek aan verklaring op het ogenblik van de verkrijging van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning wordt aangewend, wordt de overeenkomst geregistreerd tegen het verhoogd tarief van 15 %, maar het is mogelijk teruggave te vragen van wat te veel werd geheven, op basis van een verklaring van de verkrijger (art. 44, derde lid nieuw en artikel 209, eerste lid, 1° c) W.Reg.W).
De aanvraag tot teruggave moet worden ingediend binnen de twee jaar te rekenen van de dag waarop de rechtsvordering is ontstaan (art. 215 W.Reg.), namelijk de dag waarop de akte werd geregistreerd. Deze aanvraag moet bij ter post aangetekend schrijven verzonden worden naar het registratiekantoor (VL) / registratiekantoor – diversen (BHG en WL) van de Antenne Rechtszekerheid waartoe het registratiekantoor behoort dat de akte heeft geregistreerd tegen het verhoogd tarief of aan de adviseur-generaal van het Centrum Rechtszekerheid waarvan dit kantoor afhangt.
1.4. Technische aanpassingen
De invoeging van het nieuwe artikel 44bis W.Reg.W heeft een aantal technische aanpassingen van andere artikels nodig gemaakt (zie bijlage 2), namelijk:
Art. 62: «Het bij artikel 44 vastgestelde recht» wordt: «Het bij de 44" book="CATCH_ALL">44bis vastgestelde recht».
Art. 64: «Het bij artikel 44 vastgestelde recht» wordt: «Het bij artikel 44 of bij artikel 44bis vastgestelde recht».
Art. 65: «Het gewone recht» wordt: «het bij artikel 44 of bij artikel 44bis vastgestelde recht».
Art. 71: «De gewone rechten » wordt: «het bij artikel 44 of bij artikel 44bis vastgestelde recht».
1.5. Inwerkingtreding
De nieuwe bepalingen inzake de overdracht onder bezwarende titel zijn toepasselijk op alle overdragende overeenkomsten onder bezwarende titel van onroerende goederen (onderhandse koopakten) die vanaf 1 januari 2016 worden ondertekend (art. 49, tweede lid decreet).
Een onderhandse koopakte, ondertekend vóór 1 januari 2016, die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde die vervuld wordt na 31 december 2015, blijft onderworpen aan de oude regeling (art. 16, tweede lid W.Reg.).
2. Schenking van roerende of onroerende goederen (131" book="CATCH_ALL">131ter nieuw W.Reg.W)
Bij «begrotingsdecreet» van 17 december 2015 heeft de Waalse wetgever de progressieve tarieven gewijzigd van het registratierecht voor de schenkingen van onroerende goederen (en van roerende goederen verricht onder de opschortende voorwaarde van het overlijden van de schenker).
Dit decreet heeft het algemeen tarief (artikel 131 W.Reg.W) en het preferentieel tarief voor de schenking van de hoofdverblijfplaats (artikel 131ter W.Reg.W) verlaagd.
Het Waals Gewest heeft de vlakke tarieven voor de schenkingen van roerende goederen die niet onderworpen zijn aan de opschortende voorwaarde van het overlijden van de schenker behouden. Deze uitzonderingsregeling (art. 131bis W.Reg.W) werd niet gewijzigd.
Het progressievoorbehoud inzake schenkingsrecht werd behouden (art. 137 W.Reg.W).
De wijzigingen betreffen de schenkingen die gelokaliseerd zijn in het Waals Gewest (voor de lokalisatiecriteria: zie Circulaire nr. 12/2005 van 20 oktober 2005, www.fisconetplus.be).
2.1. Gewoon progressief tarief voor de schenking onder levenden van roerende goederen (onder de opschortende voorwaarde die vervuld wordt door het overlijden van de schenker) of van onroerende goederen (artikel 131 W.Reg.W )
Het gewoon tarief van art. 131 W.Reg.W is toepasselijk op de schenking onder levenden van onroerende goederen (en roerende goederen verricht onder de opschortende voorwaarde die vervuld wordt door het overlijden van de schenker). De wijzigingen bestaan uit een tariefverlaging en een verhoging van de schijven. De vier tariefschalen werden behouden.
Sinds 1 januari 2016 ziet het gewoon Waals tarief er als volgt uit:
Nieuw GEWOON Waals tarief | ||
Belastbare schijf van de schenking | Tarief in rechte lijn, tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden | |
Tot € 25.000 | 3 % | - |
van € 25.000 tot € 100.000 | 4 % | € 750 |
van € 100.000 tot € 175.000 | 9 % | € 3.750 |
van € 175.000 tot € 200.000 | 12 % | € 10.500 |
van € 200.000 tot € 400.000 | 18 % | € 13.500 |
van € 400.000 tot € 500.000 | 24 % | € 49.500 |
boven de € 500.000 | 30 % | € 73.500 |
Nieuw
gewoon Waals tarief | ||||||||
Belastbare schijf van de schenking | tussen broers en zussen | tussen ooms/tantes en neven/nichten | tussen alle andere personen | |||||
van € 0,01 tot € 50.000 | 10 % | - | 10 % | - | 20 % | - | ||
van € 50.000 tot € 75.000 | 10 % | € 5.000 | 20 % | € 5.000 | 30 % | € 10.000 | ||
van € 75.000 tot € 150.000 | 20 % | € 7.500 | 20 % | € 10.000 | 30 % | € 17.500 | ||
van € 150.000 tot€ 175.000 | 20 % | € 22.500 | 30 % | € 25.000 | 40 % | € 40.000 | ||
van € 175.000 tot € 300.000 | 30 % | € 27.500 | 30 % | € 32.500 | 40 % | € 50.000 | ||
van € 300.000 tot € 350.000 | 30 % | € 65.00 | 40 % | € 70.000 | 50 % | € 100.000 | ||
van € 350.000 tot € 450.000 | 40 % | € 80.000 | 40 % | € 90.000 | 50 % | € 125.000 | ||
boven de € 450.000 | 40 % | € 120.000 | 50 % | € 130.00 | 50 % | € 175.000 | ||
2.2. Preferentieel progressief tarief voor de schenking van de hoofdverblijfplaats (artikel 131ter W.Reg.W)
Artikel 26 van het decreet wijzigt artikel 131ter W.Reg.W, dat een preferentieel tarief bevat voor de schenking van de woning die in het Waals Gewest gelegen is, en die de schenker tot hoofdverblijfplaats dient gedurende minstens vijf jaar op datum van de schenking. Dit preferentieel tarief, dat toepasselijk is in rechte lijn, tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden, werd verlaagd:
- Enerzijds werden bepaalde tarieven verlaagd, en
- Anderzijds werden bepaalde schijven gewijzigd.
Sinds 1 januari 2016 ziet dit preferentieel tarief er als volgt uit:
Nieuw PREFERENTIEEL Waals tarief | ||
Belastbare schijf van de schenking | Tarief in rechte lijn, tusen echtgenoten en wettelijk samenwonenden | |
tot € 25.000 | 1 % | - |
van € 25.000 tot € 50.000 | 2 % | € 250 |
van € 50.000 tot € 100.000 | 4 % | € 750 |
van € 100.000 tot € 175.000 | 5 % | € 2.750 |
van € 175.000 tot € 250.000 | 9 % | € 6.500 |
van € 250.000 tot € 400.000 | 18 % | € 13.250 |
van € 400.000 tot € 500.000 | 24 % | € 40.250 |
boven de € 500.000 | 30 % | € 64.250 |
De toepassingsvoorwaarden werden behouden.
2.3. Inwerkingtreding
De nieuwe tarieven zijn toepasselijk op alle authentieke schenkingsakten die vanaf 1 januari 2016 worden ondertekend (art. 49, derde lid decreet).
De schenking van een onroerend goed waarvan de authentieke akte vóór 1 januari 2016 werd verleden en die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde die vervuld wordt na 31 december 2015, blijft onderworpen aan de oude tarieven (art. 16, tweede lid W.Reg.).
3. Schenking van landbouwgronden (art. 140bis e.v. W.Reg.W)
Het begrotingsdecreet heeft ten slotte bepaalde regels in verband met de schenking van landbouwgronden gewijzigd en bevestigd.
De algemene regel wordt bevestigd. De schenking van landbouwgronden aan de uitbater of medeuitbater van de activiteit die er uitgeoefend wordt, alsook in rechte lijn, tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden blijft beschouwd als een schenking van goederen die een universaliteit van goederen, een bedrijfstak of een handelszaak vormen, op voorwaarde dat die gronden het voorwerp van een pacht uitmaken (art. 140bis, § 1, 1°, derde lid W.Reg.W).
De vormvoorwaarden (attest afgeleverd door de administratie en afgifte door de begiftigde aan de ontvanger (art. 140bis, §2, 3° W.Reg.W)) en de voorwaarden voor het behoud (art. 140quinquies, §1 W.Reg.W) zijn eveneens niet ten gronde gewijzigd (Zie Circ. Nr. 6/2010 van 26 maart 2010, www.fisconetplus.be).
De voorwaarde van voorafgaande overdracht van de landbouwactiviteit die op de geschonken grond wordt uitgeoefend, wordt bevestigd.
Daarentegen wordt de duur van de noodzakelijke exploitatie van het deel van de geschonken gronden dat 150 hectaren overtreft van 5 jaar op 15 jaar gebracht en onderworpen aan een bijzonder tarief.
3.1. Voorwaarde: voorafgaande overdracht van elke quotiteit van de landbouwactiviteit uitgeoefend op de geschonken landbouwgronden (art. 140bis § 1, 1°, derde lid nieuw W.Reg.W)
De bedoeling van de Waalse wetgever, weergegeven in de parlementaire voorbereiding (Memorie van Toelichting, Doc. Waals Parlement 2009-10, nr.118/1, 60; het decreet houdende fiscale billijkheid van 10 december 2009 heeft de overdracht van landbouwgronden gelijkgesteld met de overdracht van ondernemingen voor het verkrijgen van het verlaagd tarief) werd bevestigd: de overdracht van de landbouwactiviteit dient de overdracht van de landbouwgronden vooraf te gaan. Het begrotingsdecreet van 17 december 2015 bevestigt dat om de mogelijkheid van het verlaagd tarief van 0 % voor de overdracht van landbouwgronden te kunnen genieten, de overdracht van de landbouwactiviteit de overdracht van de landbouwgronden noodzakelijk moet voorafgaan.
Het begrip activiteit in de zin van artikel 140bis, § 1, 1°, derde lid nieuw W.Reg.W verwijst naar het geheel van goederen die een universaliteit van goederen, een bedrijfstak of een handelszaak uitmaken waarmee de schenker een activiteit uitoefent (art. 140bis, § 1, 1°, eerste lid W.Reg.W). Een zakelijk recht op de goederen die een universaliteit van goederen, een bedrijfstak of een handelszaak uitmaken moet voorafgaandelijk overgedragen zijn, zelfs indien de schenker alleen of samen met andere personen, geheel of gedeeltelijk de landbouwactiviteit uitoefent.
3.2. Verhoogd tarief van 3 % voor de schenkingen van landbouwgronden met een oppervlakte van meer dan 150 hectaren (art. 140bis § 1, 1°, derde lid nieuw W.Reg.W)
Een schenking van landbouwgronden met een oppervlakte gelijk aan of kleiner dan 150 hectaren blijft verder het tarief van 0 % genieten.
Een schenking van landbouwgronden met een oppervlakte die groter is dan 150 hectaren valt voortaan onder het verhoogd tarief van 3 % (en niet 0 %).
Om die 150 hectaren te bepalen wordt enkel rekening gehouden met de gronden overgedragen door schenking binnen de vijf voorgaande jaren onder het stelsel van de overdracht van onderneming (art. 140bis, § 1, 1°, derde lid nieuw W.Reg.W).
Bijgevolg wordt er geen rekening gehouden met de schenkingen van landbouwgronden onderworpen aan het evenredig schenkingsrecht van artikel 131.
De voorwaarde met betrekking tot de oppervlakte moet gecontroleerd worden in hoofde van de schenker.
In geval van schenking van landbouwgronden met een oppervlakte die de drempel van 150 hectaren overschrijdt (voorbeeld schenking van landbouwgronden van 250 hectaren), is het tarief van 3 % alleen toepasselijk alleen op het deel van de gronden dat 150 hectaren overtreft.
Het nieuw decreet voorziet dat de oppervlakte van de geschonken landbouwgronden samengevoegd wordt met de oppervlakte van de landbouwgronden die reeds werden overgedragen binnen de vijf jaar voor de schenking. In geval de samengevoegde oppervlakte de drempel van 150 hectaren overschrijdt, is het tarief van 3 % slechts toepasselijk op de geschonken oppervlakte die 150 hectaren overschrijdt. Indien bijvoorbeeld landbouwgronden geschonken worden met een oppervlakte van 80 hectaren en drie jaar daarvoor gronden werden overgedragen met een oppervlakte van 120 hectaren, is het tarief van 3 % slechts toepasselijk op 50 hectaren gronden die werden geschonken.
3.3. Verlengde exploitatietermijn van 15 jaar voor de schenkingen van landbouwgronden groter dan 150 hectaren (art. 140bis § 1, 1°, derde lid nieuw, art. 140quinquies, tweede lid, art. 140sexies, tweede lid en artikel 140septies, tweede lid W.Reg.W)
Voortaan wordt, in geval van schenking van landbouwgronden waarvan de oppervlakte de drempel van 150 hectaren overschrijdt, de exploitatietermijn op 15 jaar gebracht (en niet meer 5 jaar) (Artikel 140quinquies § 1, 1° W.Reg.W (zie circulaire 6/2010 van 26 maart 2010, punt 2, www.fisconetplus.be)) te rekenen van de authentieke schenkingsakte.
3.4. Sanctie in geval niet-vervulling van de exploitatievoorwaarde
In geval van niet-vervulling van de exploitatievoorwaarde, zijn de aanvullende rechten verschuldigd, verhoogd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken te rekenen van de dag van de registratie van de schenking (art. 140quinquies § 2 W.Reg.W).
De aanvullende rechten, verhoogd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken, te rekenen van de voormelde datum, zijn niet verschuldigd als de opvolger heeft aangeboden om het verschuldigde recht, verhoogd met de wettelijke interest, te betalen vóór het verstrijken van de termijn van 15 jaar (art. 140sexies, tweede lid W.Reg.W).
De aanvullende rechten zijn ten slotte niet verschuldigd als het zakelijk recht op de goederen waarop het verlaagd recht werd toegepast, het voorwerp uitmaakt van een overdracht onder kosteloze titel aan de oorspronkelijke schenker, alvorens de termijn van 15 jaar verstreken is (art. 140septies, tweede lid W.Reg.W).
3.5. Inwerkingtreding
De wijzigingen inzake de schenking van landbouwgronden zijn toepasselijk op alle authentieke schenkingsakten die vanaf 1 januari 2016 worden verleden (art. 49, derde lid decreet).
Een schenking van gronden waarvan de akte verleden werd vóór 1 januari 2016, die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde die vervuld wordt na 31 december 2015, blijft onderworpen aan het oude tarief (0 %) en aan de oude voorwaarden (art. 16, tweede lid W.Reg.).
