Circulaire AFZ nr. 6/2011 (AFZ/2011-0355) d.d. 27.06.2011
Personenbelasting
Belasting van niet-inwoners natuurlijke personen
Vennootschapsbelasting
Invordering
Wet houdende diverse bepalingen
Onroerend inkomen
Roerende voorheffing
Vestiging van de aanslag
Eerste commentaar op de wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen (Belgisch Staatsblad van 6 mei 2011).
Aan alle ambtenaren van de niveaus A, B en C van de Stafdienst voor Beleidsexpertise en –ondersteuning - Administratie van fiscale zaken, van de Algemene administratie van de fiscaliteit (sector directe belastingen), en van de Algemene administratie van de strijd tegen de fiscale fraude.
In de bijlagen volgt een eerste commentaar met betrekking tot de wet van 14 april 2011 houdende diverse bepalingen (kortweg W 14-4-2011).
De in de bijlagen opgenomen bepalingen hebben betrekking op:
1. bijlage 1 – Maatregelen inzake personenbelasting en belasting van niet-inwoners (nat. pers.):
- de vrijgestelde onroerende inkomsten bedoeld in artikel 12, § 1 en 2, WIB 92 ;
- vergoedingen van alle aard ontvangen naar aanleiding van de extra heffing in de sector melk- en zuivelproducten ;
- interesten bedoeld in artikel 56, § 2, 2°, WIB 92 die zonder enige beperking aftrekbaar zijn;
- een aanpassing van de verwijzingen in artikel 59, §1, WIB 92 ;
- onderhoudsuitkeringen betaald door een niet-inwoner aan een niet-inwoner ;
- het stelsel van de bevrijdende bedrijfsvoorheffing voor sommige niet-inwoners;
- de aanvullende belastingen op sommige roerende inkomsten van buitenlandse oorsprong;
- de opheffing van artikel 514, WIB 92 met betrekking tot de tijdelijke vrijstelling van sommige onroerende inkomsten;
- de bekrachtiging van koninklijke besluiten inzake bedrijfsvoorheffing ;
- de wijziging van sommige bepalingen van het WIB 92 betreffende de registratie als aannemer;
2. bijlage 2 – Maatregelen inzake vennootschapsbelasting en roerende voorheffing :
- de uitbreiding van de afwijking van de minimum participatie- en permanentievoorwaarden betreffende de definitief belaste inkomsten (DBI) voor de overschotten van inkomsten voortkomend uit de toepassing van bepalingen, analoog met de maatregelen van het interne recht, toepasbaar in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte;
- de opheffing van de voorwaarde verbonden aan de aard van de financiële vaste activa voor de winstgevende aandelen van inkomsten, met het oog op de aftrek krachtens de DBI;
- de invoeging in het WIB 92 van de definitie van financiële vaste activa in hoofde van bepaalde ondernemingen met financieel karakter voor de toepassing van de maatregelen betreffende het risicokapitaal;
- de uitbreiding van het stelsel van fiscale neutraliteit ingeval van de overbrenging, naar een andere staat van de Europese Economische Ruimte, van de maatschappelijke zetel, de voornaamste inrichting of de zetel van bestuur of beheer van binnenlandse vennootschappen;
- de verlaging van het tarief van de roerende voorheffing van 25 pct. naar 15 pct. voor de dividenden uitgekeerd door buitenlandse beleggingsvennootschappen;
- de opheffing van een overgangsmaatregel.
3. bijlage 3 – Maatregelen inzake de vestiging en de invordering van de inkomstenbelastingen:
- de elektronische aangifte in de inkomstenbelastingen;
- de onderzoeksmiddelen van de administratie.
De huidige commentaar is beperkt tot de onderzoeksmiddelen waarover de administratie beschikt ten opzichte van een bank-, wissel-, krediet- en spaarinstelling met het oog op het bepalen van het bedrag van de belastbare inkomsten van een belastingplichtige onderworpen aan de inkomstenbelastingen (m.n. de personenbelasting, de vennootschapsbelasting, de rechtspersonenbelasting of de belasting van niet-inwoners). De commentaar op de artikelen 55, 56 en 57, W 14-4-2011, in de mate dat zij handelt over de onderzoeksmiddelen waarover de administratie beschikt om gevolg te geven aan de vraag om inlichtingen van een partnerstaat om gegevens te verkrijgen waarover de Belgische financiële instellingen beschikken met het oog op het vestigen van een inkomsten- of vermogensbelasting in die staat, maakt het voorwerp uit van een afzonderlijke circulaire;
- de registratie als aannemer en het gebruik van het ondernemingsnummer toegekend door de Kruispuntbank van Ondernemingen als fiscaal identificatienummer;
- een wijziging van het Wetboek van strafvordering.
NAMENS DE MINISTER:
Adjunct-administrateur-generaal
van de belastingen,
Jean-Marc DELPORTE
