Circulaire AAFisc Nr. 27/2015 (nr. Ci.RH.233/636.486) d.d. 15.06.2015

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst VENB
Vennootschapsbelasting/Rechtspersonenbelasting

Circulaire AAFisc Nr. 27/2015 (nr. Ci.RH.233/636.486) d.d. 15.06.2015

Inkomstenbelastingen
Roerende voorheffing
Schuldenaar van de roerende voorheffing
Arrest van 09.01.2015 van het Hof van Cassatie nr. F.12.0117.N
Art. 262, 1°, a), WIB 92

Verkrijgers van de inkomsten onderworpen aan de RPB – Overdracht van de verplichtingen inzake RV – Arrest van 09.01.2015 van het Hof van Cassatie.

I. INLEIDING

1. Deze circulaire is het gevolg van het arrest van 09.01.2015 van het Hof van Cassatie (nr. F.12.0117.N), dat de administratie ertoe brengt de richtlijnen, die zijn vermeld in de admin. circ. Nr. Ci.RH.233/531.107 d.d. 21.03.2001 met betrekking tot de vaststelling van de schuldenaar van de roerende voorheffing (RV), te herzien indien de verkrijger van de inkomsten onderworpen is aan de rechtspersonenbelasting (RPB).

II. DRAAGWIJDTE VAN HET ARREST VAN 09.01.2015 VAN HET HOF VAN CASSATIE

2. Het Hof van Cassatie heeft geoordeeld dat, indien een belastingplichtige die onderworpen is aan de RPB roerende inkomsten verkrijgt van Belgische oorsprong waarop overeenkomstig de vigerende wettelijke en reglementaire bepalingen RV verschuldigd is, zonder dat die voorheffing werd ingehouden of doorgestort aan de Schatkist, de verplichting tot betaling van de RV wordt verlegd naar de verkrijger van de inkomsten, die in afwijking van art. 261, WIB 92, de enige schuldenaar van de RV wordt.

3. Uit dat arrest volgt dat, indien een verkrijger die onderworpen is aan de RPB een roerend inkomen verkrijgt waarop overeenkomstig art. 261, WIB 92, in principe de RV verschuldigd is door de schuldenaar van de inkomsten (of voor wat betreft de inkomsten van buitenlandse oorsprong, de eerste tussenpersoon die tussen beide komt bij de uitbetaling van de inkomsten (1)), maar die RV door die laatste niet werd ingehouden of gestort in de Schatkist, - ongeacht of dat terecht gebeurt (d.w.z. indien de niet inhouding of de niet storting van de RV wordt verantwoord door een wettelijke of reglementaire bepaling) of met schending van de bepalingen van het WIB 92 -, die verkrijger van de inkomsten wordt aangeduid als enige schuldenaar van de RV overeenkomstig art. 262, 1°, a), WIB 92.

(1) Zie, meer bepaald, de personen zoals bedoeld in art. 261, WIB 92.

4. Uiteraard geldt het standpunt, zoals uiteengezet door het Hof van Cassatie in verband met de draagwijdte van art. 262, 1°, a), WIB 92, niet alleen voor de royalty's zoals bedoeld in art. 17, § 1, 3°, WIB 92 (2), maar eveneens voor de andere categorieën van inkomsten die onderworpen zijn aan de RV, zoals dividenden en interesten van Belgische of buitenlandse oorsprong, en die worden toegekend aan verkrijgers die onderworpen zijn aan de RPB.

(2) Inkomsten van verhuring, verpachting, gebruik en concessie van roerende goederen.

III. HET FEIT DAT AANLEIDING GEEFT TOT DE OVERDRACHT VAN DE VERPLICHTINGEN INZAKE RV NAAR DE VERKRIJGER VAN DE INKOMSTEN DIE ONDERWORPEN IS AAN DE RPB

A. Inning van een inkomen waarop aan de bron RV werd ingehouden

5. Wanneer de verkrijger een inkomen ontvangt waarop aan de bron RV werd ingehouden, kan hij a priori stellen dat hij dus geen schuldenaar is van die voorheffing.

6. Indien om één of andere reden de aan de bron ingehouden RV niet werd gestort in de Schatkist, zal de rechtzetting ter zake worden uitgevoerd ten name van de schuldenaar zoals bedoeld in art. 261, WIB 92.

B. Inning van een inkomen waarop aan de bron geen RV werd ingehouden

1. Algemeen geval

7. Overeenkomstig art. 262, 1°, a), WIB 92, zoals dat wordt begrepen door het Hof van Cassatie, zal de verkrijger die onderworpen is aan de RPB en die een roerend inkomen zal ontvangen waarop in principe de RV verschuldigd is, zonder dat die voorheffing werd ingehouden aan de bron, in het algemeen (zie evenwel de nrs. 8 en 10 hierna), - als gevolg van de inning van die inkomsten in die omstandigheden -, schuldenaar worden van de RV in de plaats van de schuldenaar van de inkomsten (of de eerste tussenpersoon).

De toekenning of de betaalbaarstelling van inkomsten zonder inhouding van RV, is het feit dat aanleiding geeft tot de overdracht van de verplichtingen inzake RV naar de verkrijger van de inkomsten. Vanaf het moment dat die gebeurtenis zich voordoet, zal een eventuele rechtzetting inzake RV niet meer kunnen gebeuren ten name van de personen zoals bedoeld in art. 261, WIB 92, maar wel ten name van de verkrijger.

2. Het ten laste nemen van de RV door de schuldenaar van de inkomsten

8. De partijen kunnen overeenkomen dat de RV zal worden gedragen door de schuldenaar van het inkomen ter ontlasting van de verkrijger. In dat geval zijn de bepalingen van art. 268, WIB 92, van toepassing zodat de verschuldigde RV wordt berekend op een "fictief bruto inkomen" dat wordt bepaald aan de hand van het bedrag van het inkomen dat aan de verkrijger werd gestort (zie in die zin de nrs. 261/57 e.v., Com.IB 92).

In dat geval zal de verkrijger een inkomen verkrijgen waarop (terecht) geen RV zal zijn ingehouden, maar die niettemin in principe zal zijn gestort in de Schatkist. Er wordt niettemin vastgesteld dat in de praktijk de verkrijger geen enkele aanwijzing zal hebben dat dit werkelijk het geval is.

9. Bijgevolg, om te bepalen of de verkrijger ten aanzien van de Schatkist, al dan niet zelf schuldenaar is van de RV, - niettegenstaande de verbintenis die door de schuldenaar van de inkomsten werd aangegaan om de RV te dragen -, moet hij van de schuldenaar de uitdrukkelijke bevestiging krijgen dat die laatste de RV werkelijk in de Schatkist heeft gestort.

Dat onderzoek moet tijdig gebeuren zodat de verkrijger in staat is om, in voorkomend geval, op de juiste manier zijn verplichtingen inzake de aangifte en de verschuldigdheid van de RV te vervullen (zie nr. 11 hierna).

3. Toekenning van een inkomen in natura

10. In geval van toekenning van inkomsten onder de vorm van goederen in natura, is de schuldenaar van de inkomsten (of de eerste tussenpersoon) ertoe gehouden, zich, op welke manier ook, het bedrag van de verschuldigde RV op die inkomsten te doen overhandigen (zie art. 261, laatste lid, WIB 92, (3)).

(3) Art. 261, laatste lid, WIB 92, bepaalt dat, behoudens in het geval zoals bedoeld in art. 268, WIB 92, de in het eerste lid vermelde belastingplichtigen:

- de RV moeten inhouden op de belastbare inkomsten die in geld zijn toegekend of betaalbaar gesteld;

- zich, op welke manier ook, het bedrag van de verschuldigde RV op die inkomsten moeten doen overhandigen in geval van toekenning of betaalbaarstelling onder de vorm van goederen in natura.

Wanneer de verkrijger een inkomen onder die vorm ontvangt en vaststelt dat hij niet tegelijkertijd, - en ten laatste binnen de 15 dagen na de toekenning van de inkomsten (zie de betaaltermijn voor de RV zoals vastgesteld in art. 412, WIB 92) -, het bedrag van de verschuldigde RV heeft overhandigd aan de schuldenaar van de RV zoals bedoeld in art. 261, WIB 92, zal hij, vanaf het verstrijken van die periode van 15 dagen, overeenkomstig art. 262, 1°, a), WIB 92, de enige schuldenaar worden van de RV.

IV. TERMIJN VOOR HET INDIENEN VAN DE AANGIFTE EN HET STORTEN VAN DE RV

11. Overeenkomstig art. 267, voorlaatste lid, WIB 92, worden de inkomsten, waarvoor de RV overeenkomstig art. 262, 1°, WIB 92, door de verkrijger is verschuldigd, geacht te zijn toegekend of betaalbaar gesteld op de laatste dag van het belastbare tijdperk waarin zij zijn verkregen, hetzij in het algemeen op 31 december van het jaar van de inning van de inkomsten voor de belastingplichtigen die onderworpen zijn aan de RPB.

In het algemeen hebben de verkrijgers dus de verplichting om een juiste aangifte in de RV in te dienen en de RV die er op betrekking heeft te storten in de Schatkist (4) ten laatste op 15 januari van het jaar dat volgt op het jaar van de inning van de inkomsten (zie de art. 312 en 412, WIB 92, en 85, KB/WIB 92).

(4) Rekening houdend met de aanslagvoeten die van toepassing zijn op de datum van toekenning zoals vastgesteld in art. 267, voorlaatste lid, WIB 92.

V. ADMINISTRATIEVE SANCTIES

12. De schuldenaar van de inkomsten (of de eerste tussenpersoon) zoals bedoeld in art. 261, WIB 92, die zijn verplichtingen inzake RV niet nakomt, kan in principe worden gesanctioneerd door het toepassen van administratieve boeten voor het niet naleven van de bepalingen zoals bedoeld in de art. 261, 1ste lid, 1°, 312 en 412, WIB 92.

In die zin heeft het hof van beroep van Antwerpen gesteld dat de schuldenaar van de RV in de eerste plaats de persoon is en blijft zoals aangeduid in art. 261, WIB 92, en indien die persoon zijn verplichtingen ter zake niet naleeft, hij de fiscale wetgeving overtreedt en daarvoor kan worden gesanctioneerd.

VI. INWERKINGTREDING

13. Deze circulaire is onmiddellijk van toepassing en is van toepassing op alle hangende administratieve en gerechtelijke geschillen.

Voor de Administrateur Grote Ondernemingen, tijdelijk belast met de functie van Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

D. DELVAUX
Adviseur – Directeur