Aanschrijving nr. 50 dd. 02.04.1971
AANSCHRIJVING 71/050
Aanschrijving nr. 50 dd. 02.04.1971
Prestaties van architecten, landmeters en ingenieurs.
INHOUDSTAFEL
1. Tijdstip waarop de BTW opeisbaar wordt.
2. Boekhoudkundige verplichtingen.
3. De BTW-aangifte
4. Het tarief
Bijlagen.
Het studiewerk en het toezicht die behoren tot de geregelde werkzaamheid van architecten, landmeters en ingenieurs, en meer algemeen alle prestaties die door deze personen in het kader van hun beroep worden verricht, zijn diensten als bedoeld in artikel 18, § 1, 1°, van het BTW- Wetboek.
Deze aanschrijving heeft tot doel de toepassing van de BTW op die prestaties te regelen.
Bij beslissing van 3 mei 1990, nr. E.T. 63.401, heeft de Administratie beslist dat de regeling bedoeld in deze aanschrijving voor de toekomst slechts kan worden toegepast door architecten, landmeters en ingenieurs die onderworpen zijn aan de boekhoudkundige verplichtingen waarin artikel 226 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen voorziet. Het betreft met name de natuurlijke personen of de natuurlijke personen die zich verenigen in een burgerlijke vennootschap of vereniging die geen rechtspersoonlijkheid heeft.
De toepassing van genoemde regeling zal derhalve worden ontzegd aan de andere belastingplichtigen die ze thans toepassen voor hun handelingen die zullen gerealiseerd worden vanaf 1 januari 1991, tenzij is aangetoond dat zij voortvloeien uit contracten gesloten vóór die datum.
Daar het gaat om belastingplichtigen die geregeld diensten verstrekken aan niet-belastingplichtigen neemt de administratie aan dat de BTW slechts opeisbaar wordt naarmate van de incassering van het ereloon. Deze regel geldt zowel voor de prestaties die verstrekt worden aan belastingplichtigen als voor deze welke verleend worden aan niet- belastingplichtigen.
De betaling van het ereloon of van een deel ervan heeft tot gevolg dat de architect, de landmeter of de ingenieur, persoonlijk schuldenaar wordt tegenover de Schatkist van de BTW die op het betaalde ereloon opeisbaar wordt.
De vaststelling van de BTW die opeisbaar wordt op het betaalde ereloon is niet moeilijk wanneer de cliënt benevens het gevorderde honorarium ook de daarop aangerekende BTW voldoet.
Voorbeeld: een architect vordert de betaling van een bedrag van 10.000 F als ereloon, verhoogd met 21 pct. (2.100 F) als BTW. De betaling door de cliënt van een bedrag van 12.100 F brengt mede dat de architect tegenover de Schatkist een som van 2.100 F als BTW verschuldigd is.
Wanneer de cliënt zonder nadere aanduiding slechts een deel van de gevorderde 12.100 F betaalt, moet ondersteld worden dat in de betaalde som de BTW begrepen is.
Voorbeeld: indien in het gegeven voorbeeld de cliënt een bedrag van 5.700 F zou betalen, zonder nadere aanduiding, dan wordt in werkelijkheid betaald:
als ereloon: 5.700 x 100/121 = 4.711 F
als BTW : 5.700 x 21/121 = 989 F
De door de architect verschuldigde BTW bedraagt in die onderstelling 989 F.
Indien daarentegen de cliënt uitdrukkelijk zou preciseren dat wat hij betaalt het gevorderde ereloon is, dan is de BTW over dit volledige bedrag door de architect verschuldigd.
Voorbeeld: indien de cliënt een som van 10.000 F betaalt met de verduidelijking dat het gaat om de voldoening van het ereloon zelf, dan is de BTW op de betaalde som verschuldigd. De verschuldigde BTW bedraagt bijgevolg 2.100 F.
Ten slotte wordt aangestipt dat het uitreiken van de gebruikelijke ereloonnota zonder invloed is op het tijdstip waarop de BTW opeisbaar wordt (zie ook parl. vr. nr. 316 van "VAN DEN EYNDE" van 29.02.1996).
Een ministerieel besluit van 4 februari 1971 (z. bijlage), genomen ter uitvoering van artikel 226 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, legt het model vast van het ontvangstbewijs en van het ontvangstenboek, te gebruiken door de personen die een vrij beroep uitoefenen en belastingplichtigen zijn zoals bedoeld in artikel 4 van het BTW-Wetboek. Genoemd ministerieel besluit is derhalve toepasselijk op architecten, landmeters en ingenieurs.
Het behoorlijk ingevulde ontvangstbewijs kan gelden als factuur (kon. besl. nr. 1, van 29 december 1992, art. 6, § 3).
Het uitreiken van een ontvangstbewijs is ingevolge artikel 5, tweede lid, van het ministerieel besluit van 4 februari 1971 niet verplicht wanneer de betaling wordt gedaan op de postrekening of op een bankrekening van de schuldeiser. Indien in zulk geval het ereloon betaald werd door een belastingplichtige die de erop verschuldigde BTW kan aftrekken, zal de uitreiking van de gebruikelijke ereloonnota, voorzien van een kwijting en met aanduiding van de wijze waarop de betaling werd gedaan, evenwel nodig zijn om de cliënt-belastingplichtige in de mogelijkheid te stellen het recht op aftrek op geldige wijze te kunnen uitoefenen.
Het dagboek van ontvangsten en uitgaven dat gehouden wordt volgens het bij het ministerieel besluit van 4 februari 1971 gevoegde model, voldoet aan de voorschriften van artikel 14, van het koninklijk besluit nr. 1, van 29 december 1992, op voorwaarde dat het aangevuld wordt met een kolom bestemd voor de inschrijving van de op de ontvangen erelonen verschuldigde BTW.
Het aangehechte model van het dagboek van ontvangsten bevat anderdeels een kolom bestemd voor het aanduiden van het "registratienummer in het boek voor uitgaande facturen BTW".
Daar de BTW ter zake van de prestaties van architecten, landmeters en ingenieurs steeds opeisbaar is naarmate van de incassering van het ereloon, is het houden van een afzonderlijk boek voor uitgaande facturen niet langer vereist voor de toepassing van de BTW. Daaruit volgt dat genoemde kolom als dusdanig overbodig is geworden en kan vervangen worden door de aanduiding van het bedrag dat als BTW is verschuldigd.
Terloops zij gezegd dat deze vereenvoudigde vorm van boekhouding ook mag gevoerd worden door de architect, de landmeter of de ingenieur, wiens jaarlijkse omzet toevallig eens de twintig miljoen frank overtreft. Het spreekt echter vanzelf dat wanneer de omzet geregeld hoger ligt dan twintig miljoen frank, een boekhouding moet worden gevoerd zoals bepaald in artikel 14 van genoemd koninklijk besluit nr. 1.
Overeenkomstig artikel 18, § 2, van het koninklijk besluit nr. 1, mag de architect, de landmeter of de ingenieur, wiens jaarlijkse omzet niet meer bedraagt dan twintig miljoen frank, exclusief belasting over de toegevoegde waarde, een maandaangifte indienen in de plaats van een kwartaalaangifte.
De architecten, landmeters en ingenieurs met een jaarlijkse omzet die niet hoger is dan twintig miljoen frank en die niet wensen een maandaangifte in te dienen blijven verder gehouden tot de betaling van voorschotten op de wijze en overeenkomstig de regelen die bepaald zijn in artikel 19, §§ 1 en 2 van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992.
Het studiewerk en het toezicht die behoren tot de geregelde werkzaamheid van architecten, landmeters en ingenieurs zijn onderworpen aan het normale tarief dat vanaf 1 januari 1996 21 pct. bedraagt.
BIJLAGE
BELGISCH STAATSBLAD VAN 19 FEBRUARI 1971
4 februari 1971 - Ministerieel besluit tot vastlegging van het model van het ontvangstbewijsboekje en van het dagboek te gebruiken door de personen die een vrij beroep uitoefenen en die, wegens dat beroep, belastingplichtigen inzake belasting over de toegevoegde waarde zijn.
De Minister van Financiën,
Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen, inzonderheid op artikel 226;
Gelet op het ministerieel besluit van 24 december 1962 tot vastlegging van het model van het boekje en van het dagboek bij te houden door de personen die vrije beroepen, ambten of posten uitoefenen;
Gelet op de wet van 23 december 1946 houdende instelling van een Raad van State, namelijk op artikel 2, lid 2;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid,
Besluit:
Artikel 1. Het ontvangstbewijsboekje en het dagboek als bedoeld in artikel 226 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en die moeten gebruikt worden door de personen die een vrij beroep uitoefenen en die, wegens dat beroep, belastingplichtigen inzake belasting over de toegevoegde waarde zijn, moeten overeenkomen met de bijgaande modellen.
Ontvangstbewijsboekje
Art. 2. De hiervoren bedoelde personen schaffen zich op hun kosten ontvangstbewijsboekjes aan bij de drukkers die door de Administratie der directe belastingen zijn aangenomen.
Zij zijn ertoe gehouden, op elk verzoek, aan de ambtenaren van dezelfde Administratie hun niet gebruikte boekjes te tonen.
Art. 3. Elk boekje bevat 50 uitscheurbare bladen (originelen) en 50 vastgehechte bladen (duplicaten) die door de drukker van 1 tot 50 worden genummerd.
De inschrijvingen op de uitscheurbare bladen die als ontvangstbewijs aan de cliënten worden overhandigd worden op de vastgehechte bladen overgebracht door middel van carbonpapier of van een laag carbon of ander produkt.
Art. 4. De nummering van de boekjes geschiedt per jaar. Het nummer van het boekje moet op de omslag van het boekje en op elk ontvangstbewijs worden vermeld.
Art. 5. Al de in artikel 226 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen beoogde bedrijfsontvangsten, de provisies en voorschotten inbegrepen, moeten aanleiding geven tot uitreiking van het ontvangstbewijs.
Ontheffing van de verplichting tot het opstellen en het uitreiken van het ontvangstbewijs wordt nochtans toegestaan voor de betalingen die op de postrekening of op een bankrekening van de begunstigde worden gedaan.
Art. 6. Wanneer de belasting over de toegevoegde waarde verschuldigd is, moeten de maatstaf van heffing, het tarief en het bedrag van die belasting afzonderlijk op het ontvangstbewijs voorkomen.
Dagboek
Art. 7. Vóór elk gebruik wordt het in artikel 1 beoogde dagboek, om te worden genummerd en geparafeerd, voorgelegd aan de hoofdcontroleur der directe belastingen van het gebied, die het op de eerste bladzijde voorkomende attest invult.
Art. 8. Op het einde van elke dag wordt het in de ontvangstbewijsboekjes ingeschreven bedrag van de ontvangsten en dat van de ontvangsten gedaan door bemiddeling van de postrekening of van een bankrekening van de begunstigde, overgebracht naar het dagboek, per inning, belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen.
De personen die meer dan één ontvangstbewijsboekje per maand gebruiken, mogen het totale bedrag van de in elk boekje vermelde ontvangsten, op de afsluitingsdatum van het boekje, in zijn geheel naar het dagboek overbrengen, op voorwaarde dat zij de opgave van de genoemde ontvangsten bij het boekje voegen.
Het dagboek wordt afgesloten op het einde van elk jaar.
Art. 9. De bedrijfsuitgaven worden in het dagboek ingeschreven, post per post, hetzij bij het ontvangen van de factuur of van het bewijsstuk, hetzij op de datum van betaling wanneer voor de overeenkomstige uitgave geen factuur of bewijsstuk geleverd werd.
Het gedeelte "Bedrijfsuitgaven" van het dagboek is derwijze opgevat dat het tegelijkertijd dienstig is als boek voor inkomende facturen inzake belasting over de toegevoegde waarde.
Opheffings- en uitvoeringsmaatregelen
Art. 10. Het ministerieel besluit van 24 december 1962 tot vaststelling van het model van het boekje en van het dagboek bij te houden door de personen die vrije beroepen, ambten of posten uitoefenen, wordt opgeheven wat de personen betreft die bij dit besluit worden bedoeld.
Brussel, 4 februari 1971.
BIJLAGE Model van het boekje (omslag) : ------------------------------------------------------------------------- Koninkrijk België Boekje nr. ......... -- MINISTERIE VAN FINANCIEN -- Administratie der directe belastingen -- Ontvangstbewijsboekje bevattende 50 uit te scheuren bladen en 50 vastgehechte bladen (duplicata), genummerd van 1 tot 50, te gebruiken, ter uitvoering van artikel 228 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, door de personen die een vrij beroep uitoefenen en die, wegens dat beroep, belastingplichtigen inzake belasting over de toegevoegde waarde zijn. +--------------------------+ N.B. - Dit boekje moet gedurende zes ¦Zegel van de Administratie¦ jaar worden bewaard te rekenen ¦ der directe belastingen ¦ vanaf 1 januari van het jaar +--------------------------+ van gebruik van het laatste ontvangstbewijs. -------------------------------------------------------------------------- Model van het ontvangstbewijs en van het duplicaat. -------------------------------------------------------------------------- Boekje nr. ...... ¦ Naam, voornaam, adres en beroep Ontvangstbewijs nr. ....... ¦ van de titularis ¦Nr. B.T.W. : ............... +-------------------------------- Ontvangen van ........................................................ ...................................................................... ...................................................................... Nr. B.T.W. : ......................................................... als : provisie, honorarium, bezoldiging, terugbetaling van kosten, .........(1) ..............................F B.T.W. : ............ % op ..........F ..............................F ------------------------------- Totaal ..............................F +--------------------------+ ¦Zegel van de Administratie¦ ........................, .......19.. ¦ der directe belastingen ¦ (handtekening) +--------------------------+ (1) Doorhalen wat niet past en eventueel aanvullen. -------------------------------------------------------------------------- Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 4 februari 1971 . De Minister van Financiën, Baron SNOY et d'OPPUERS ------------------------------------------------------------------------- Koninkrijk België -- MINISTERIE VAN FINANCIEN -- Administratie der directe belastingen -- DAGBOEK -- te houden ter uitvoering van art. 226 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen door de personen die een vrij beroep uitoefenen en die, wegens dat beroep, belastingplichtigen inzake belasting over de toegevoegde waarde zijn (model vastgesteld bij ministerieel besluit van ............................ 1971). Datum waarop dit dagboek in gebruik wordt genomen : ..................... ............................... 19.. Dit dagboek dat door de Heer ............................................ ......................................................................... (naam, voornaam, beroep en adres) zal worden gebruikt, werd heden ....... ................................. 19.. door de ondergetekende hoofdcontroleur der directe belastingen, genummerd en geparafeerd. (Handtekening - stempel van de controle) Registratienummer B.T.W. : ............ ------------------------------------------------------------------------- Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 4 februari 1971 . De Minister van Financiën, Baron SNOY et d'OPPUERS ONTVANGSTEN ------------------------------------------------------------------------- ¦ ¦ ¦Ontvangsten met¦Ontvangsten met¦Registra-¦ ¦ ¦ ¦ontvangstbewijs¦vrijstelling ¦nummer in¦ ¦ ¦ ¦(exclusief BTW)¦van het uitrei-¦het boek ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ken van het ¦voor uit-¦ ¦ ¦ ¦ ¦ontvangstbewijs¦gaande ¦ ¦ ¦ ¦ ¦(exclusief BTW)¦facturen ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦B.T.W. ¦ Volg- ¦Datum¦Schuldenaar¦---------------+---------------¦ ¦ nummer¦ ¦ ¦Nr. van¦Bedrag ¦Wijze ¦Bedrag ¦ ¦ ¦ ¦ ¦het ¦ ¦van ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦boekje ¦ ¦beta- ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦en van ¦ ¦ling ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦het ¦ ¦(1) ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ont- ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦vangst-¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦bewijs ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ 1 ¦ 2 ¦ 3 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ------+-----+-----------+-------+-------+-------+-------+---------+------ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ .... ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ------------------------------------------------------------------------- (1) P.C.R. of Bank Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 4 februari 1971 . De Minister van Financiën, Baron SNOY et d'OPPUERS BEDRIJFSUITGAVEN - BOEK VOOR INKOMENDE FACTUREN ------------------------------------------------------------------------- ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ (a) ¦ (b) ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦-----------+-------------------------¦ 1 ¦ 2 ¦ 3 ¦ 4 ¦ 5 ¦ 6 ¦ 7 ¦ 8 ¦ 9 ¦ 10 ¦ 11 ¦ 12 -----+-----+-----+-----+-----+-----+-----+-----+-----+------+------+----- ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ... ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ -----------------+-----+-----+-----+-----+-----+-----+------+------+----- Over te brengen: ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ------------------------------------------------------------------------- 1 = Volgnummer 2 = Datum 3 = Leverancier 4 = Totaal bedrag van de factuur (inclusief BTW) of van de uitgave (kol. 4 = kol. 6 + kol. 7 + kol. 8) (Over te brengen naar vak 51 van de BTW-aangifte : kol. 4 - kol. 8) 5 = Aard (Indien mogelijk bijgaande afkortingen gebruiken) 6 = Bedrijfslasten 7 = Investeringen (Over te brengen naar vak 52 van de BTW-aangifte) 8 = Totaal 9 = Inzake BTW aftrekbaar gedeelte (Over te brengen naar vak 21 van de BTW-aangifte) 10 = Privé-gedeelte 11 = Inzake inkomstenbelastingen aftrekbaar saldo (a) Bedrag van de factuur (exclusief BTW) of van de uitgave (b) BTW (kol. 9 + kol. 10 + kol. 11 = kol. 8) Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 4 februari 1971 .
Aanschrijving nr. 50 dd. 02.04.1971
Prestaties van architecten, landmeters en ingenieurs.
INHOUDSTAFEL
1. Tijdstip waarop de BTW opeisbaar wordt.
2. Boekhoudkundige verplichtingen.
| a) | Het ontvangstbewijs. |
| b) | Het dagboek van ontvangsten en uitgaven |
4. Het tarief
Bijlagen.
Het studiewerk en het toezicht die behoren tot de geregelde werkzaamheid van architecten, landmeters en ingenieurs, en meer algemeen alle prestaties die door deze personen in het kader van hun beroep worden verricht, zijn diensten als bedoeld in artikel 18, § 1, 1°, van het BTW- Wetboek.
Deze aanschrijving heeft tot doel de toepassing van de BTW op die prestaties te regelen.
Bij beslissing van 3 mei 1990, nr. E.T. 63.401, heeft de Administratie beslist dat de regeling bedoeld in deze aanschrijving voor de toekomst slechts kan worden toegepast door architecten, landmeters en ingenieurs die onderworpen zijn aan de boekhoudkundige verplichtingen waarin artikel 226 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen voorziet. Het betreft met name de natuurlijke personen of de natuurlijke personen die zich verenigen in een burgerlijke vennootschap of vereniging die geen rechtspersoonlijkheid heeft.
De toepassing van genoemde regeling zal derhalve worden ontzegd aan de andere belastingplichtigen die ze thans toepassen voor hun handelingen die zullen gerealiseerd worden vanaf 1 januari 1991, tenzij is aangetoond dat zij voortvloeien uit contracten gesloten vóór die datum.
| 1. | Tijdstip waarop de BTW opeisbaar wordt. |
De betaling van het ereloon of van een deel ervan heeft tot gevolg dat de architect, de landmeter of de ingenieur, persoonlijk schuldenaar wordt tegenover de Schatkist van de BTW die op het betaalde ereloon opeisbaar wordt.
De vaststelling van de BTW die opeisbaar wordt op het betaalde ereloon is niet moeilijk wanneer de cliënt benevens het gevorderde honorarium ook de daarop aangerekende BTW voldoet.
Voorbeeld: een architect vordert de betaling van een bedrag van 10.000 F als ereloon, verhoogd met 21 pct. (2.100 F) als BTW. De betaling door de cliënt van een bedrag van 12.100 F brengt mede dat de architect tegenover de Schatkist een som van 2.100 F als BTW verschuldigd is.
Wanneer de cliënt zonder nadere aanduiding slechts een deel van de gevorderde 12.100 F betaalt, moet ondersteld worden dat in de betaalde som de BTW begrepen is.
Voorbeeld: indien in het gegeven voorbeeld de cliënt een bedrag van 5.700 F zou betalen, zonder nadere aanduiding, dan wordt in werkelijkheid betaald:
als ereloon: 5.700 x 100/121 = 4.711 F
als BTW : 5.700 x 21/121 = 989 F
De door de architect verschuldigde BTW bedraagt in die onderstelling 989 F.
Indien daarentegen de cliënt uitdrukkelijk zou preciseren dat wat hij betaalt het gevorderde ereloon is, dan is de BTW over dit volledige bedrag door de architect verschuldigd.
Voorbeeld: indien de cliënt een som van 10.000 F betaalt met de verduidelijking dat het gaat om de voldoening van het ereloon zelf, dan is de BTW op de betaalde som verschuldigd. De verschuldigde BTW bedraagt bijgevolg 2.100 F.
Ten slotte wordt aangestipt dat het uitreiken van de gebruikelijke ereloonnota zonder invloed is op het tijdstip waarop de BTW opeisbaar wordt (zie ook parl. vr. nr. 316 van "VAN DEN EYNDE" van 29.02.1996).
| 2. | Boekhoudkundige verplichtingen. |
| a) | Het ontvangstbewijs. |
Het uitreiken van een ontvangstbewijs is ingevolge artikel 5, tweede lid, van het ministerieel besluit van 4 februari 1971 niet verplicht wanneer de betaling wordt gedaan op de postrekening of op een bankrekening van de schuldeiser. Indien in zulk geval het ereloon betaald werd door een belastingplichtige die de erop verschuldigde BTW kan aftrekken, zal de uitreiking van de gebruikelijke ereloonnota, voorzien van een kwijting en met aanduiding van de wijze waarop de betaling werd gedaan, evenwel nodig zijn om de cliënt-belastingplichtige in de mogelijkheid te stellen het recht op aftrek op geldige wijze te kunnen uitoefenen.
| b) | Het dagboek van ontvangsten en uitgaven. |
Het aangehechte model van het dagboek van ontvangsten bevat anderdeels een kolom bestemd voor het aanduiden van het "registratienummer in het boek voor uitgaande facturen BTW".
Daar de BTW ter zake van de prestaties van architecten, landmeters en ingenieurs steeds opeisbaar is naarmate van de incassering van het ereloon, is het houden van een afzonderlijk boek voor uitgaande facturen niet langer vereist voor de toepassing van de BTW. Daaruit volgt dat genoemde kolom als dusdanig overbodig is geworden en kan vervangen worden door de aanduiding van het bedrag dat als BTW is verschuldigd.
Terloops zij gezegd dat deze vereenvoudigde vorm van boekhouding ook mag gevoerd worden door de architect, de landmeter of de ingenieur, wiens jaarlijkse omzet toevallig eens de twintig miljoen frank overtreft. Het spreekt echter vanzelf dat wanneer de omzet geregeld hoger ligt dan twintig miljoen frank, een boekhouding moet worden gevoerd zoals bepaald in artikel 14 van genoemd koninklijk besluit nr. 1.
| 3. | De BTW-aangifte. |
De architecten, landmeters en ingenieurs met een jaarlijkse omzet die niet hoger is dan twintig miljoen frank en die niet wensen een maandaangifte in te dienen blijven verder gehouden tot de betaling van voorschotten op de wijze en overeenkomstig de regelen die bepaald zijn in artikel 19, §§ 1 en 2 van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992.
| 4. | Het tarief. |
Namens de Minister:
De Directeur-generaal,
C. SCAILTEUR
BIJLAGE
BELGISCH STAATSBLAD VAN 19 FEBRUARI 1971
4 februari 1971 - Ministerieel besluit tot vastlegging van het model van het ontvangstbewijsboekje en van het dagboek te gebruiken door de personen die een vrij beroep uitoefenen en die, wegens dat beroep, belastingplichtigen inzake belasting over de toegevoegde waarde zijn.
De Minister van Financiën,
Gelet op het Wetboek van de inkomstenbelastingen, inzonderheid op artikel 226;
Gelet op het ministerieel besluit van 24 december 1962 tot vastlegging van het model van het boekje en van het dagboek bij te houden door de personen die vrije beroepen, ambten of posten uitoefenen;
Gelet op de wet van 23 december 1946 houdende instelling van een Raad van State, namelijk op artikel 2, lid 2;
Gelet op de dringende noodzakelijkheid,
Besluit:
Artikel 1. Het ontvangstbewijsboekje en het dagboek als bedoeld in artikel 226 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen en die moeten gebruikt worden door de personen die een vrij beroep uitoefenen en die, wegens dat beroep, belastingplichtigen inzake belasting over de toegevoegde waarde zijn, moeten overeenkomen met de bijgaande modellen.
Ontvangstbewijsboekje
Art. 2. De hiervoren bedoelde personen schaffen zich op hun kosten ontvangstbewijsboekjes aan bij de drukkers die door de Administratie der directe belastingen zijn aangenomen.
Zij zijn ertoe gehouden, op elk verzoek, aan de ambtenaren van dezelfde Administratie hun niet gebruikte boekjes te tonen.
Art. 3. Elk boekje bevat 50 uitscheurbare bladen (originelen) en 50 vastgehechte bladen (duplicaten) die door de drukker van 1 tot 50 worden genummerd.
De inschrijvingen op de uitscheurbare bladen die als ontvangstbewijs aan de cliënten worden overhandigd worden op de vastgehechte bladen overgebracht door middel van carbonpapier of van een laag carbon of ander produkt.
Art. 4. De nummering van de boekjes geschiedt per jaar. Het nummer van het boekje moet op de omslag van het boekje en op elk ontvangstbewijs worden vermeld.
Art. 5. Al de in artikel 226 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen beoogde bedrijfsontvangsten, de provisies en voorschotten inbegrepen, moeten aanleiding geven tot uitreiking van het ontvangstbewijs.
Ontheffing van de verplichting tot het opstellen en het uitreiken van het ontvangstbewijs wordt nochtans toegestaan voor de betalingen die op de postrekening of op een bankrekening van de begunstigde worden gedaan.
Art. 6. Wanneer de belasting over de toegevoegde waarde verschuldigd is, moeten de maatstaf van heffing, het tarief en het bedrag van die belasting afzonderlijk op het ontvangstbewijs voorkomen.
Dagboek
Art. 7. Vóór elk gebruik wordt het in artikel 1 beoogde dagboek, om te worden genummerd en geparafeerd, voorgelegd aan de hoofdcontroleur der directe belastingen van het gebied, die het op de eerste bladzijde voorkomende attest invult.
Art. 8. Op het einde van elke dag wordt het in de ontvangstbewijsboekjes ingeschreven bedrag van de ontvangsten en dat van de ontvangsten gedaan door bemiddeling van de postrekening of van een bankrekening van de begunstigde, overgebracht naar het dagboek, per inning, belasting over de toegevoegde waarde niet inbegrepen.
De personen die meer dan één ontvangstbewijsboekje per maand gebruiken, mogen het totale bedrag van de in elk boekje vermelde ontvangsten, op de afsluitingsdatum van het boekje, in zijn geheel naar het dagboek overbrengen, op voorwaarde dat zij de opgave van de genoemde ontvangsten bij het boekje voegen.
Het dagboek wordt afgesloten op het einde van elk jaar.
Art. 9. De bedrijfsuitgaven worden in het dagboek ingeschreven, post per post, hetzij bij het ontvangen van de factuur of van het bewijsstuk, hetzij op de datum van betaling wanneer voor de overeenkomstige uitgave geen factuur of bewijsstuk geleverd werd.
Het gedeelte "Bedrijfsuitgaven" van het dagboek is derwijze opgevat dat het tegelijkertijd dienstig is als boek voor inkomende facturen inzake belasting over de toegevoegde waarde.
Opheffings- en uitvoeringsmaatregelen
Art. 10. Het ministerieel besluit van 24 december 1962 tot vaststelling van het model van het boekje en van het dagboek bij te houden door de personen die vrije beroepen, ambten of posten uitoefenen, wordt opgeheven wat de personen betreft die bij dit besluit worden bedoeld.
| Art. | 11. Dit besluit treedt in werking op 1 maart 1971. |
Baron SNOY et d'OPPUERS
BIJLAGE Model van het boekje (omslag) : ------------------------------------------------------------------------- Koninkrijk België Boekje nr. ......... -- MINISTERIE VAN FINANCIEN -- Administratie der directe belastingen -- Ontvangstbewijsboekje bevattende 50 uit te scheuren bladen en 50 vastgehechte bladen (duplicata), genummerd van 1 tot 50, te gebruiken, ter uitvoering van artikel 228 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen, door de personen die een vrij beroep uitoefenen en die, wegens dat beroep, belastingplichtigen inzake belasting over de toegevoegde waarde zijn. +--------------------------+ N.B. - Dit boekje moet gedurende zes ¦Zegel van de Administratie¦ jaar worden bewaard te rekenen ¦ der directe belastingen ¦ vanaf 1 januari van het jaar +--------------------------+ van gebruik van het laatste ontvangstbewijs. -------------------------------------------------------------------------- Model van het ontvangstbewijs en van het duplicaat. -------------------------------------------------------------------------- Boekje nr. ...... ¦ Naam, voornaam, adres en beroep Ontvangstbewijs nr. ....... ¦ van de titularis ¦Nr. B.T.W. : ............... +-------------------------------- Ontvangen van ........................................................ ...................................................................... ...................................................................... Nr. B.T.W. : ......................................................... als : provisie, honorarium, bezoldiging, terugbetaling van kosten, .........(1) ..............................F B.T.W. : ............ % op ..........F ..............................F ------------------------------- Totaal ..............................F +--------------------------+ ¦Zegel van de Administratie¦ ........................, .......19.. ¦ der directe belastingen ¦ (handtekening) +--------------------------+ (1) Doorhalen wat niet past en eventueel aanvullen. -------------------------------------------------------------------------- Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 4 februari 1971 . De Minister van Financiën, Baron SNOY et d'OPPUERS ------------------------------------------------------------------------- Koninkrijk België -- MINISTERIE VAN FINANCIEN -- Administratie der directe belastingen -- DAGBOEK -- te houden ter uitvoering van art. 226 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen door de personen die een vrij beroep uitoefenen en die, wegens dat beroep, belastingplichtigen inzake belasting over de toegevoegde waarde zijn (model vastgesteld bij ministerieel besluit van ............................ 1971). Datum waarop dit dagboek in gebruik wordt genomen : ..................... ............................... 19.. Dit dagboek dat door de Heer ............................................ ......................................................................... (naam, voornaam, beroep en adres) zal worden gebruikt, werd heden ....... ................................. 19.. door de ondergetekende hoofdcontroleur der directe belastingen, genummerd en geparafeerd. (Handtekening - stempel van de controle) Registratienummer B.T.W. : ............ ------------------------------------------------------------------------- Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 4 februari 1971 . De Minister van Financiën, Baron SNOY et d'OPPUERS ONTVANGSTEN ------------------------------------------------------------------------- ¦ ¦ ¦Ontvangsten met¦Ontvangsten met¦Registra-¦ ¦ ¦ ¦ontvangstbewijs¦vrijstelling ¦nummer in¦ ¦ ¦ ¦(exclusief BTW)¦van het uitrei-¦het boek ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ken van het ¦voor uit-¦ ¦ ¦ ¦ ¦ontvangstbewijs¦gaande ¦ ¦ ¦ ¦ ¦(exclusief BTW)¦facturen ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦B.T.W. ¦ Volg- ¦Datum¦Schuldenaar¦---------------+---------------¦ ¦ nummer¦ ¦ ¦Nr. van¦Bedrag ¦Wijze ¦Bedrag ¦ ¦ ¦ ¦ ¦het ¦ ¦van ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦boekje ¦ ¦beta- ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦en van ¦ ¦ling ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦het ¦ ¦(1) ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ont- ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦vangst-¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦bewijs ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ 1 ¦ 2 ¦ 3 ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ------+-----+-----------+-------+-------+-------+-------+---------+------ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ .... ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ------------------------------------------------------------------------- (1) P.C.R. of Bank Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 4 februari 1971 . De Minister van Financiën, Baron SNOY et d'OPPUERS BEDRIJFSUITGAVEN - BOEK VOOR INKOMENDE FACTUREN ------------------------------------------------------------------------- ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ (a) ¦ (b) ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦-----------+-------------------------¦ 1 ¦ 2 ¦ 3 ¦ 4 ¦ 5 ¦ 6 ¦ 7 ¦ 8 ¦ 9 ¦ 10 ¦ 11 ¦ 12 -----+-----+-----+-----+-----+-----+-----+-----+-----+------+------+----- ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ... ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ -----------------+-----+-----+-----+-----+-----+-----+------+------+----- Over te brengen: ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ¦ ------------------------------------------------------------------------- 1 = Volgnummer 2 = Datum 3 = Leverancier 4 = Totaal bedrag van de factuur (inclusief BTW) of van de uitgave (kol. 4 = kol. 6 + kol. 7 + kol. 8) (Over te brengen naar vak 51 van de BTW-aangifte : kol. 4 - kol. 8) 5 = Aard (Indien mogelijk bijgaande afkortingen gebruiken) 6 = Bedrijfslasten 7 = Investeringen (Over te brengen naar vak 52 van de BTW-aangifte) 8 = Totaal 9 = Inzake BTW aftrekbaar gedeelte (Over te brengen naar vak 21 van de BTW-aangifte) 10 = Privé-gedeelte 11 = Inzake inkomstenbelastingen aftrekbaar saldo (a) Bedrag van de factuur (exclusief BTW) of van de uitgave (b) BTW (kol. 9 + kol. 10 + kol. 11 = kol. 8) Gezien om te worden gevoegd bij het ministerieel besluit van 4 februari 1971 .
De Minister van Financiën,
Baron SNOY et d'OPPUERS
Bron: FisconetPlus
