Circulaire 2017/C/49 betreffende de 'Chèque Habitat' (Wooncheque)
Commentaar op het Waalse decreet van 20.07.2016 betreffende de toekenning van een fiscaal voordeel voor de verwerving van de eigen woning: de 'Chèque Habitat' (Wooncheque)
Bijzondere financieringswet ; bevoegdheid van de gewesten ; uitgaven die recht geven op een belastingvermindering ; hypothecaire leningen ; 'Chèque Habitat' (Wooncheque)
FOD Financiën, 14.07.2017
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting en Belasting van niet-inwoners (natuurlijke personen)
Bijlagen: 2
Inhoudstafel
II. Regel van niet-tegenstelbaarheid
IV. Hypothecaire leningen aangegaan vanaf 01.01.2016: overgangsbepalingen
I. Inleiding
1. De Zesde Staatshervorming heeft de fiscale autonomie van de gewesten aanzienlijk uitgebreid. Voor een algemene bespreking van de gevolgen van deze uitbreiding wordt verwezen naar de circulaire AAFisc nr. 29/2014 (nr. Ci.RH.331/633.424) van 07.07.2014.
2. Zo zijn de gewesten vanaf aanslagjaar 2015 exclusief bevoegd voor de belastingverminderingen en belastingkredieten met betrekking tot de uitgaven die werden gedaan voor het verwerven of het behouden van de eigen woning (art. 5/5, § 4, eerste lid, 1°, van de bijzondere wet van 16.01.1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en gewesten (hierna 'BFW')).
De gewesten zijn sindsdien dus exclusief bevoegd voor het verlenen van de fiscale voordelen betreffende de woning die op het moment van de uitgaven de eigen woning van de belastingplichtige is. De federale staat blijft daarentegen bevoegd voor de fiscale voordelen betreffende een woning die op het moment van de uitgaven niet als eigen woning wordt aangemerkt.
Aangezien de kwalificatie van een woning als eigen woning van dag tot dag wordt beoordeeld, is het bovendien mogelijk dat een gewest bevoegd is om een fiscaal voordeel gedurende een deel van het belastbaar tijdperk te verlenen, terwijl de federale staat bevoegd is voor het verlenen van de fiscale voordelen betreffende het andere deel van het belastbaar tijdperk.
Deze circulaire bespreekt echter, omwille van de duidelijkheid, enkel de door het Waals Gewest verleende voordelen en maakt abstractie van de federale voordelen. De termen 'fiscaal voordeel' of 'fiscale voordelen' beogen hier dus enkel de door het Waals Gewest verleende voordelen.
Voor het begrip 'eigen woning' wordt verwezen naar de circulaire AAFisc nr. 6/2015 (nr. Ci.RH.331/633.998) van 03.02.2015.
3. Het bevoegde gewest wordt niet bepaald aan de hand van de ligging van de desbetreffende woning, maar in functie van:
- wat de personenbelasting (PB) betreft, het gewest waar de belastingplichtige zijn fiscale woonplaats op 1 januari van het aanslagjaar heeft (art. 5/1, § 2, BFW);
- wat de belasting van niet-inwoners – natuurlijke personen (BNI/nat.pers.) betreft, het gewest waar de belastingplichtige volgens de lokalisatieregels van de art. 248/2 en 248/3, WIB 92, wordt gelokaliseerd.
Iedere belastingplichtige kan derhalve maar in één gewest worden gelokaliseerd. Deze regel geldt per aanslagjaar.
4. Door die overgehevelde bevoegdheden werd het landschap van de op dat ogenblik bestaande fiscale voordelen voor leningen, gesloten voor het verwerven of behouden van een woning en de tot waarborg of wedersamenstelling daarvan gesloten individuele levensverzekeringscontracten, grondig hertekend. Deze wijziging gebeurde door de wet van 08.05.2014 tot wijziging van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen 1992 ingevolge de invoering van de gewestelijke aanvullende belasting op de personenbelasting als bedoeld in titel III/1 van de bijzondere wet van 16.01.1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot wijziging van de regels op het stuk van de belasting van niet-inwoners en tot wijziging van de wet van 06.01.2014 met betrekking tot de Zesde Staatshervorming inzake de aangelegenheden bedoeld in artikel 78 van de Grondwet (BS 28.05.2014, tweede editie) (hierna de W 08.05.2014).
Zo heeft de W 08.05.2014 de art. 14537 tot 145^46 in het WIB 92 ingevoegd, om daar de belastingverminderingen en de belastingkredieten betreffende de eigen woning van de belastingplichtige (op het moment van betaling van de uitgaven) te hernemen, zoals ze op 30.06.2014 in de fiscale wetgeving bestonden. Deze bepalingen werden voor de aanslagjaren 2015 en volgende bij wijze van overgangsmaatregel opgenomen, tot wanneer de gewesten hun eigen regels hebben aangenomen. Elk gewest heeft dus sindsdien de exclusieve bevoegdheid om deze bepalingen die haar aanbelangen te wijzigen, af te schaffen of aan te vullen.
In dit verband wordt verwezen naar de circulaire AAFisc nr. 6/2015 (nr. Ci.RH.331/633.998) van 03.02.2015.
5. Het Waals Gewest heeft vanaf aj. 2016 deze bepalingen reeds gewijzigd, door middel van:
- de art. 13 tot 15 en 17 van het programmadecreet van 12.12.2014 houdende verschillende maatregelen betreffende de begroting inzake natuurrampen, verkeersveiligheid, openbare werken, energie, huisvesting, leefmilieu, ruimtelijke ordening, dierenwelzijn, landbouw en fiscaliteit (BS 29.12.2014, ed. 2); en
- de art. 217 tot 225 van het decreet van 17.12.2015 houdende de algemene uitgavenbegroting van het Waals Gewest voor het begrotingsjaar 2016 (BS 25.01.2016, ed. 1). Deze aanpassingen zijn het onderwerp van een definitieve bekrachtiging, vanaf aj. 2017, in het decreet van 20.07.2016 betreffende de toekenning van een fiscaal voordeel voor de verwerving van de eigen woning: de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) (BS 10.08.2016, erratum 10.10.2016 – zie bijlage 1).
Deze circulaire bespreekt die maatregelen niet, met uitzondering van het art. 145^46bis, WIB 92, ingevoegd door art. 224 van het voormelde decreet van 17.12.2015 (regel van niet-tegenstelbaarheid zoals hierna bedoeld onder punt 6, eerste streepje) dat, samen met de overige bepalingen van het decreet van 20.07.2016, hier wel wordt besproken.
6. Deze circulaire bespreekt het decreet van 20.07.2016 van het Waals Gewest betreffende de toekenning van een fiscaal voordeel voor het verwerven van de eigen woning: de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) (BS 10.08.2016, erratum 10.10.2016 – zie bijlage 1), wat betreft:
- de regel van niet-tegenstelbaarheid voor elke handeling, in principe vanaf 01.11.2015 gesteld of gesloten, in de mate dat die handeling de op 01.11.2015 vastgestelde duur verlengt waarvoor de in de artikelen 145^37 tot 145^46, WIB 92, bedoelde belastingverminderingen of –kredieten kunnen worden verleend. Het voordeel van die belastingverminderingen- en kredieten wordt beperkt tot de contractueel voorziene duur ervan, zoals vastgesteld op 01.11.2015. In een beperkt aantal gevallen betreft deze regel de vanaf 01.01.2016 gestelde of gesloten handelingen, waarvoor de referentiedatum dan 01.01.2016 is;
- het stelsel van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) voor de interesten en kapitaalsaflossingen betreffende vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire leningen die aan bepaalde voorwaarden voldoen en de premies voor individuele levensverzekeringen die uitsluitend dienen voor het wedersamenstellen of waarborgen van dergelijke leningen;
- de overgangsbepalingen waarbij, hoewel de hypothecaire lening werd aangegaan vanaf 01.01.2016, niet het nieuwe stelsel van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), maar in principe een oud fiscaal stelsel van toepassing is (als alle voorwaarden zijn voldaan en behoudens toepassing van de niet-verlenging, zoals bedoeld in het 1ste streepje hiervoor).
7. De datum van de hypothecaire lening is bijgevolg bepalend om uit te maken voor welke voordelen van het Waals Gewest de uitgaven betreffende de eigen woning in aanmerking kunnen komen:
- op de vóór 01.01.2016 aangegane hypothecaire leningen kunnen de oude stelsels zoals bedoeld in de art.145^37 tot 145^46, WIB 92, van toepassing zijn (behoudens toepassing van de niet-verlenging, zoals bedoeld in het 1ste streepje van nr. 6 hiervoor);
- op de vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire leningen is het stelsel van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), zoals bedoeld in de art. 145^46ter tot 145^46quinquies, WIB 92, van toepassing, tenzij het gaat om een lening die:
* ofwel een contract herfinanciert dat ten laatste op 31.12.2015 werd aangegaan. De lening volgt in dat geval het in art. 145^37 tot 145^46, WIB 92, bedoelde stelsel dat van toepassing was op de geherfinancierde lening voor zover de herfinancieringslening daarvoor eveneens voldoet aan de voorwaarden en behoudens de toepassing van de niet-verlenging, zoals bedoeld in het 1ste streepje van nr. 6 hiervoor;
* ofwel voldoet aan alle voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), maar er voor dezelfde woning nog één of meer andere leningen bestaan die door dezelfde belastingplichtige ten laatste op 31.12.2015 zijn aangegaan en die in aanmerking komen voor de toepassing van de art. 145^37 tot 145^46, WIB 92. De lening volgt in dat geval in principe het oud regime van belastingvoordelen dat van toepassing is op die oudere lening(en) voor zover deze lening eveneens aan die voorwaarden voldoet en behoudens de toepassing van de niet-verlenging, zoals bedoeld in het 1e streepje van nr. 6 hiervoor;
* ofwel niet aan alle voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) voldoet. In dit geval komt de lening niet in aanmerking voor enig fiscaal voordeel.
II. Regel van niet-tegenstelbaarheid
8. De oude stelsels van de in art.145^37 tot 145^46, WIB 92, bedoelde gewestelijke voordelen (woonbonus, vermindering voor het lange termijnsparen, enz.) blijven van toepassing op de tot en met 31.12.2015 aangegane hypothecaire leningen, en, in twee specifieke gevallen, op bepaalde vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire leningen (zie nr. 7 hiervoor en hoofdstuk IV hierna). Vanaf 01.11.2015 (of in sommige gevallen vanaf 01.01.2016) is het echter niet meer mogelijk om de periode te verlengen waarvoor men deze voordelen kan verkrijgen.
9. Het art. 145^46bis, eerste lid, WIB 92 (zoals ingevoegd door art. 224 van het voormeld decreet van 17.12.2015 en bevestigd door art. 16 van het voormeld decreet van 20.07.2016) heeft immers de volgende regel van niet-tegenstelbaarheid ingesteld: elke handeling gesteld of gesloten vanaf 01.11.2015 is niet tegenstelbaar aan de fiscale administratie, in de mate dat die handeling de op 01.11.2015 contractueel vastgestelde duur verlengt waarvoor de in de artikelen 145^37 tot 145^46, WIB 92, bedoelde belastingverminderingen of –kredieten kunnen worden verkregen.
10. Diezelfde regel van niet-tegenstelbaarheid is ingevoegd in het tweede lid van art. 145^46bis, WIB 92 (door art. 16 van het voornoemd decreet van 20.07.2016), behoudens de toepassing van de regel die werd opgenomen in het eerste lid. Deze regel is eigenlijk identiek aan de onder nr. 9 hiervoor beschreven regel, behalve dat de datum van 01.01.2016 telkens de datum van 01.11.2015 vervangt.
Gezien de voorrang van het eerste lid kan deze 'subsidiaire' regel van niet-tegenstelbaarheid enkel van toepassing zijn als de lening die bij de belastingplichtige aanleiding heeft gegeven tot een voordeel voor zijn eigen woning volgens één van de oude stelsels zoals bedoeld in art.145^37 tot 145^46, WIB 92, werd aangegaan vanaf 02.11.2015 tot en met 31.12.2015. In dat geval was het niet mogelijk om op 01.11.2015 een contractueel voorziene duur van één van de bovenvermelde oude fiscale voordelen vast te stellen, maar wel op 01.01.2016.
Daaruit volgt dat de regel van niet-tegenstelbaarheid elke vanaf 01.01.2016 gestelde of gesloten handeling treft, in de mate dat die handeling de op 01.01.2016 vastgestelde duur van de belastingverminderingen of –kredieten zoals bedoeld in de art. 145^37 tot 145^46, WIB 92, verlengt.
De in het tweede lid bedoelde regel van niet tegenstelbaarheid wordt verder op dezelfde wijze geïnterpreteerd als de regel van niet-tegenstelbaarheid die is voorzien in het eerste lid van art. 145^46bis, WIB 92.
11. Het begrip 'handeling' moet worden geïnterpreteerd in de gebruikelijke betekenis van het woord, in de meest ruime zin en dus niet enkel in de zin van een 'rechtshandeling'. Dit wordt bevestigd door de woorden 'gesteld of gesloten' die net daarna werden ingevoegd.
12. De 'contractueel voorziene duur van het voordeel van deze belastingverminderingen en –kredieten' wordt, naargelang het geval, vastgesteld op 01.11.2015 of op 01.01.2016, in functie van de laatste overeenkomst die voor de desbetreffende eigen woning werd aangegaan en recht geeft op één van de in art. 145^37 tot 145^46, WIB 92, bedoelde fiscale voordelen.
Er wordt bijgevolg verwezen naar de belastingverminderingen en –kredieten zoals bedoeld in de art. 145^37 tot 145^46, WIB 92, zoals ze bestonden op 01.11.2015 of 01.01.2016, naargelang het geval.
13. Om op 01.11.2015 of 01.01.2016, naargelang het geval, een 'voorziene duur' van de betreffende belastingverminderingen en –kredieten vast te stellen, moet men logischerwijs op die datum 'een recht hebben' op voornoemde belastingvoordelen. Dit is bijvoorbeeld niet het geval als op 01.11.2015 de betreffende lening voor de eigen woning enkel wordt gewaarborgd door een hypothecair mandaat. In dat geval is de 'contractueel voorziene duur voor het voordeel van deze belastingverminderingen en –kredieten' gelijk aan nul jaar. Dat is bijvoorbeeld ook het geval als het leningscontract een looptijd heeft van minder dan tien jaar, zodat de 'voorziene duur' van de fiscale voordelen op 01.11.2015 ook in dit geval gelijk is aan nul jaar. Elke handeling in de ruime zin, die na 01.11.2015 een niet-hypothecaire lening zou omvormen tot een hypothecaire lening (hypothecaire inschrijving) of de duur van een lening zou verlengen tot ten minste 10 jaar, is niet-tegenstelbaar aan de administratie, gezien deze de duur van de verkrijging van fiscale voordelen, die op 01.11.2015 nul jaar was, verlengt.
14. De regel van niet-tegenstelbaarheid zoals bedoeld in art. 145^46bis, WIB 92 (de verlenging van de duur voor het verkrijgen van de in art 145^37 tot 145^46, WIB 92, bedoelde voordelen) geldt ook voor de herfinancieringsleningen die administratief worden gelijkgesteld met de oorspronkelijke lening.
Voorbeelden van de regel van niet-tegenstelbaarheid
Voorbeeld 1
15. Een belastingplichtige heeft in 2010 een hypothecaire lening aangegaan, met een looptijd van 10 jaar. De lening diende voor het verwerven van zijn enige en eigen woning. Het leningscontract voorziet de laatste vervaldag op 02.04.2020. Op 01.11.2015 kwam deze lening in aanmerking voor de in art. 145^37 en 145^38, WIB 92, bedoelde woonbonus. Op 03.11.2015 stelt hij een handeling om de oorspronkelijke looptijd met 10 jaar te verlengen.
De op 03.11.2015 doorgevoerde verlenging is niet tegenstelbaar. Bijgevolg zal de lening voor het voorgenoemd belastingvoordeel in aanmerking kunnen komen, doch beperkt tot de contractueel voorziene looptijd voor dat fiscaal voordeel, zoals vastgesteld op 01.11.2015, met name tot en met 02.04.2020. De vanaf 03.04.2020 betaalde uitgaven voor die lening kunnen niet meer in aanmerking komen voor een fiscaal voordeel.
Voorbeeld 2
16. Een belastingplichtige ging in 2010 een hypothecaire lening aan, met een looptijd van 7 jaar. De lening diende voor het verwerven van zijn enige en eigen woning. Op 01.11.2015 kwam deze lening niet in aanmerking voor de in art. 145^37 en 145^38, WIB 92, bedoelde woonbonus, maar wel voor de in art. 145^43, WIB 92 bedoelde vermindering voor gewone interesten. Op 31.12.2015 stelt hij een handeling om de oorspronkelijke looptijd te verlengen met 10 jaar.
Op 01.11.2015 is de 'voorziene duur' voor de voornoemde woonbonus gelijk aan 'nul jaar'. De op 31.12.2015 doorgevoerde verlening is derhalve niet tegenstelbaar. Bijgevolg zal de lening nog steeds geen recht geven op dat fiscaal voordeel.
Deze verlening is ook voor de voornoemde vermindering voor gewone intresten niet tegenstelbaar. De lening zal derhalve voor dat belastingvoordeel in aanmerking blijven komen, doch beperkt tot de contractueel voorziene looptijd, zoals vastgesteld op 01.11.2015, met name tot en met de eindvervaldatum in 2017. De vanaf die datum betaalde uitgaven voor de lening kunnen niet meer in aanmerking komen voor een fiscaal voordeel.
Voorbeeld 3
17. Een belastingplichtige ging in 2010 een hypothecaire lening aan met een looptijd van 20 jaar. De lening diende voor het verwerven van zijn enige en eigen woning. De contractueel voorziene eindvervaldatum van het leningscontract is 02.04.2030. Op 01.11.2015 kwam deze lening in aanmerking voor de in art. 145^37 en 145^38, WIB 92, bedoelde woonbonus. Op 01.12.2015 ging hij een herfinancieringslening aan, met een looptijd van 20 jaar. De herfinancieringslening voldoet eveneens aan alle voorwaarden van de voornoemde woonbonus.
De op 01.12.2015 doorgevoerde verlening van de looptijd, door middel van de herfinancieringslening is niet tegenstelbaar. Bijgevolg zal de herfinancieringslening nog steeds in aanmerking kunnen komen voor voorgenoemd belastingvoordeel, doch beperkt tot de contractueel voorziene looptijd zoals vastgesteld op 01.11.2015, met name tot en met 02.04.2030. De vanaf 03.04.2030 betaalde uitgaven voor de herfinancieringslening kunnen niet meer in aanmerking komen voor een belastingvoordeel.
Voorbeeld 4
18. Zelfde gegevens als in voorbeeld 3, maar de herfinancieringslening werd aangegaan op 01.11.2015. De contractueel voorziene eindvervaldatum van het leningscontract is 02.11.2035.
In dat geval is de verlenging op 01.11.2015 door het afsluiten van de herfinancieringslening wel tegenstelbaar. De contractuele voorziene duur voor de in art. 145^37 en 145^38, WIB 92, bedoelde woonbonus, zoals vastgesteld op 01.11.2015, is hier de duur van de herfinancieringslening. Bijgevolg zal de herfinancieringslening in aanmerking komen voor de woonbonus, en dit tot de eindvervaldatum.
Voorbeeld 5
19. Een belastingplichtige ging in 2010 een hypothecaire lening aan, met een looptijd van 20 jaar. De lening diende voor het verwerven van zijn enige en eigen woning.
Op 01.12.2013 ging hij een herfinancieringslening aan, met een looptijd van 20 jaar. De contractueel voorziene eindvervaldatum is 02.12.2033. Op 01.11.2015 komt de herfinancieringslening in aanmerking voor de in art. 145^37 en 145^38, WIB 92, bedoelde woonbonus. Op die datum stemt de contractueel voorziene duur voor de woonbonus overeen met de duur van die herfinancieringslening.
Op 01.12.2015 ging de belastingplichtige een nieuwe lening aan die de lening van 2013 herfinanciert. Deze herfinancieringslening heeft een looptijd van 25 jaar. De contractueel vastgestelde eindvervaldatum van dat contract is 02.12.2040.
De op 01.12.2015 doorgevoerde verlenging door middel van de nieuwe herfinancieringslening is niet tegenstelbaar. Bijgevolg zal de herfinancieringslening recht kunnen blijven geven op de woonbonus, doch beperkt tot de contractuele voorziene looptijd zoals vastgesteld op 01.11.2015, met name 02.12.2033. De vanaf 03.12.2033 betaalde uitgaven voor de herfinancieringslening kunnen niet meer in aanmerking komen voor een fiscaal voordeel.
Voorbeeld 6
20. Op 02.11.2015 ging een belastingplichtige een hypothecaire lening aan met een looptijd van 10 jaar. De lening diende voor het verwerven van zijn enige en eigen woning. Deze lening komt in aanmerking voor de in art. 145^37 en 145^38, WIB 92, bedoelde woonbonus.
Op 15.12.2015 ging hij een andere hypothecaire lening aan, met een looptijd van 20 jaar. Deze lening diende voor het financieren van de verbouwingswerken aan dezelfde woning. De laatste contractueel voorziene eindvervaldatum is 16.12.2035. Deze lening komt eveneens in aanmerking voor de voornoemde woonbonus. Op 01.11.2015 kon bij de belastingplichtige geen duur voor de in art. 145^37 tot 145^46, WIB 92, bedoelde oude belastingvoordelen worden vastgesteld. De hypothecaire lening die het recht op de woonbonus deed ontstaan werd immers op 02.11.2015 aangegaan (dit wil zeggen in de periode tussen 02.11.2015 tot en met 31.12.2015). Als referentiedatum voor de beoordeling van de regel van niet-tegenstelbaarheid geldt derhalve 01.01.2016 (en niet 01.11.2015). Hieruit volgt dat de doorgevoerde verlenging van de duur waarvoor de woonbonus van toepassing kan zijn (ten opzichte van de duur van de lening van 02.11.2015) wel tegenstelbaar is.
Op 15.02.2017 gaat de belastingplichtige een nieuwe hypothecaire lening aan om de lening van 15.12.2015 te herfinancieren. De hypothecaire lening heeft een looptijd van 25 jaar en de contractueel vastgestelde eindvervaldatum is 16.02.2042. Deze lening komt eveneens in aanmerking voor de voornoemde woonbonus. De op 15.02.2017 doorgevoerde verlening door middel van de herfinancieringslening is echter niet tegenstelbaar. Bijgevolg kan deze herfinancieringslening recht geven op de voornoemde woonbonus, doch beperkt tot de op 01.01.2016 vastgestelde duur, met name 16.12.2035. De vanaf 17.12.2035 betaalde uitgaven voor de herfinancieringslening kunnen niet meer in aanmerking komen voor een fiscaal voordeel.
III. Hypothecaire leningen aangegaan vanaf 01.01.2016: het stelsel van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque)
1. Inleiding
21. Het Waals Gewest heeft een nieuw stelsel van fiscale voordelen ingevoerd, 'Chèque Habitat' (Wooncheque) genaamd, en dit voor vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire leningen die aan bepaalde voorwaarden voldoen.
22. De 'Chèque Habitat' (Wooncheque) neemt in principe de vorm aan van een forfaitaire en individuele belastingvermindering, die wordt toegekend om bepaalde uitgaven voor het verwerven van de enige en eigen woning van de belastingplichtige aan te moedigen.
Bij gebrek aan voldoende verschuldigde belasting, wordt het gedeelte van de belastingvermindering dat niet kan worden aangerekend, omgezet in een gewestelijk terugbetaalbaar belastingkrediet (zie nr. 75 en 76 hierna).
23. Het stelsel van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) vormt de regel voor vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire leningen.
24. Er zijn echter twee uitzonderingen, waarbij de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) niet van toepassing is:
- de leningen die een contract herfinancieren, ten laatste aangegaan op 31.12.2015;
- de leningen die voldoen aan de voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), terwijl er voor dezelfde woning, nog één of meerdere andere leningen bestaan die de belastingplichtige ten laatste op 31.12.2015 aanging en in aanmerking komen voor de toepassing van de art. 145^37 tot 145^46, WIB 92.
In deze twee gevallen kunnen de oude fiscale stelsels voor belastingvoordelen zoals bedoeld in art. 145^37 tot 145^46, WIB 92 van toepassing zijn, behoudens toepassing van de niet-verlenging waarvan sprake in hoofdstuk II hiervoor.
Deze twee gevallen die onder de toepassing van de overgangsbepaling vallen worden besproken onder hoofdstuk IV hierna.
25. Tot slot geven de andere, vanaf 01.01.2016 aangegane leningen, die niet voldoen aan alle voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), geen recht op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), noch op enig ander fiscaal voordeel.
2. Wettelijke bepalingen
26. De bepalingen betreffende de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) zijn opgenomen in de art. 14546ter tot 145^46quinquies, WIB 92 (zie bijlage 2), zoals ingevoerd door art. 17 tot 19 en 22 van het decreet van 20.07.2016 van het Waals Gewest betreffende de toekenning van een fiscaal voordeel voor de aankoop van de eigen woning: de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) (BS 10.8.2016, erratum 10.10.2016 - zie bijlage 1).
3. Toekenningsvoorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque)
A. Bedoelde uitgaven
27. Het gaat om:
- de interesten en de betalingen aangewend voor de aflossing of de wedersamenstelling van een hypothecaire lening die specifiek is aangegaan om een enige woning te verwerven; en
- de bijdragen voor een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdig overlijden die de belastingplichtige definitief heeft betaald om een rente of een kapitaal te vestigen bij leven of bij overlijden ter uitvoering van een levensverzekeringscontract dat hij individueel heeft gesloten en dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een dergelijke hypothecaire lening.
28. Deze interesten, betalingen en bijdragen komen enkel in aanmerking voor de vermindering als de woning waarvoor die uitgaven zijn gedaan, de eigen woning van de belastingplichtige is op het ogenblik waarop die uitgaven zijn gedaan.
29. Deze uitgaven moeten zijn gedaan voor het verwerven van de eigendom van de woning die op 31 december van het jaar waarin de leningsovereenkomst is aangegaan de enige woning van de belastingplichtige is en die hij op die datum ook zelf betrekt.
B. Bedoelde hypothecaire leningen
30. Het aangaan van een hypothecaire lening is vereist. Het aangaan van een lening die is gewaarborgd door een hypothecair mandaat volstaat niet.
31. De hypothecaire lening moet door de belastingplichtige zijn aangegaan bij een instelling die in de Europese Economische Ruimte is gevestigd, om in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte zijn eigen woning te verwerven.
32. De hypothecaire lening moet zijn aangegaan vanaf 01.01.2016 en moet een looptijd van ten minste 10 jaar hebben.
33. De hypothecaire lening is specifiek aangegaan om een woning te verwerven als ze is aangegaan voor:
- de aankoop van een onroerend goed;
- de bouw van een onroerend goed;
- de betaling van successierechten of schenkingsrechten betreffende die woning, met uitzondering van nalatigheidsinteresten verschuldigd bij laattijdige betaling;
- de herfinanciering van een vanaf 01.01.2016 aangegaan contract dat aan de voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) voldoet.
34. In geval van een herfinanciering zoals bedoeld onder het vierde streepje van nr. 33 hiervoor, worden de voorwaarden voor het verkrijgen van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) beoordeeld op 31 december van het jaar van aangaan van die herfinancieringslening.
35. Als een hypothecaire lening zowel dient voor het herfinancieren van een vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire lening die voldoet aan de voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), als voor het financieren van een nieuwe verwerving (bv. de verwerving van een ander eigendomsaandeel in de woning), dan gelden de bepalingen van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) op alle uitgaven van de nieuwe hypothecaire lening.
36. Als de nieuwe lening daarentegen zowel dient voor de herfinanciering van een eerder gesloten contract als voor de financiering van andere dingen, zoals bijvoorbeeld werkzaamheden in de woning, dan moet de overeenkomst van de hypothecaire lening een uitsplitsing pro fisco bevatten. In dat geval zal de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) alleen van toepassing zijn op de uitgaven die proportioneel verband houden met de herfinanciering stricto sensu.
37. Kan eveneens worden beschouwd als een lening die specifiek werd aangegaan voor het verwerven van een woning: de overeenkomst waarbij een belastingplichtige voor de eigendom van die woning met een andere belastingplichtige in een onroerende onverdeeldheid stapt, waarbij die andere belastingplichtige reeds een hypothecaire lening had die voldeed aan de voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) en de belastingplichtige hoofdelijke medeschuldenaar wordt van een dergelijke, reeds bestaande lening.
Het gaat meer bepaald om de volgende situatie: een belastingplichtige gaat een hypothecaire lening aan voor het verwerven van zijn eigen woning en woont na verloop van tijd samen met een nieuwe partner, aan wie hij een eigendomsaandeel in de woning overdraagt. Het tussen de kredietinstelling en de nieuwe partner gesloten akkoord zorgt ervoor dat deze hoofdelijk en onverdeeld medeschuldenaar wordt van de hypothecaire lening die oorspronkelijk door de partner was aangegaan. Dit kan worden beschouwd als een hypothecaire lening die werd aangegaan om de eigen woning te verwerven.
In die omstandigheden moeten de toekenningsvoorwaarden voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) (enige en eigen woning, looptijd van 10 jaar, etc.) worden beoordeeld op 31 december van het jaar waarin de belastingplichtige de hoedanigheid aanneemt van hoofdelijke en onverdeelde medeschuldenaar van de hypothecaire lening.
38. Onder de 'verwerving van de eigendom' moet de verwerving van de volle eigendom worden verstaan.
Worden dus niet bedoeld: de verwerving van een vruchtgebruik, de naakte eigendom of een recht van erfpacht. Het recht van de opstalhouder op de onroerende goederen die het voorwerp uitmaken van een recht van opstal voldoet daarentegen aan de vereiste van volle eigenaar, zij het tijdelijk, van de woning.
Wordt eveneens beoogd door de 'Chèque Habitat' (Wooncheque): de verwerving van een deel van de eigendom van een andere belastingplichtige (bv. een ex-partner of een ex-echtgenoot) in de woning.
39. De 'Chèque Habitat' (Wooncheque) wordt niet toegekend als de hypothecaire lening specifiek is aangegaan om de betreffende eigen woning te behouden (bv. door renovatiewerken).
Als een hypothecaire lening evenwel specifiek werd aangegaan voor het financieren van zowel de verwerving als de verbouwing of vernieuwing van de woning, kan bij wijze van administratieve tolerantie de volledige hypothecaire lening in aanmerking komen voor de vaststelling van de belastingvermindering.
Die administratieve tolerantie geldt enkel in de hiervoor beschreven situatie, en mag niet worden aangevoerd voor de toepassing van andere bepalingen.
C. Voorwaarde enige woning
40. Het 'enige' karakter van de woning van de belastingplichtige wordt op 31 december van het jaar van aangaan van de lening vastgesteld. Op die datum wordt nagegaan of de belastingplichtige naast de verworven woning (waarvoor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) wordt gevraagd) al dan niet één of meerdere andere woningen bezit waarvan hij volle eigenaar, naakte eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is.
41. Om te bepalen of de woning van de belastingplichtige op 31 december van het jaar waarin de lening is aangegaan zijn enige woning is, wordt evenwel geen rekening gehouden met:
- de andere woningen waarvan hij door erfenis of schenking mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is;
- een andere woning die op die datum op de vastgoedmarkt te koop is aangeboden en die uiterlijk op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de leningsovereenkomst is aangegaan, ook daadwerkelijk is verkocht;
- de andere woningen die zijn verhuurd via een sociaal vastgoedkantoor of een openbare huisvestingsmaatschappij.
42. De belastingvermindering kan niet meer worden verleend vanaf het jaar volgend op het jaar van aangaan van de leningsovereenkomst, als op 31 december van dat jaar de andere woning niet daadwerkelijk is verkocht.
D. Voorwaarde eigen woning
43. Om het 'eigen' karakter van de woning van de belastingplichtige op 31 december van het jaar van aangaan van het leningscontract te beoordelen, moet geen rekening worden gehouden met het feit dat de belastingplichtige de woning niet zelf betrekt omwille van:
- beroepsredenen of redenen van sociale aard;
- wettelijke of contractuele belemmeringen die het de belastingplichtige onmogelijk maken de woning op die datum zelf te betrekken;
- de stand van de bouw- of verbouwwerkzaamheden die het de belastingplichtige niet mogelijk maken de woning daadwerkelijk op diezelfde datum te betrekken.
44. De belastingvermindering kan niet meer worden verleend vanaf het tweede jaar volgend op het jaar van aangaan van de lening, als de belastingplichtige de woning waarvoor de lening werd aangegaan op 31 december van dat jaar niet zelf betrekt, tenzij hij die om beroepsredenen of redenen van sociale aard niet zelf betrekt.
45. Als volgens nr. 44 hiervoor de belastingvermindering gedurende één of meer belastbare tijdperken niet kon worden verleend en de belastingplichtige de woning waarvoor de lening werd aangegaan zelf betrekt op 31 december van het belastbaar tijdperk waarin de wettelijke of contractuele belemmeringen, of de belemmeringen wegens de stand van de bouw- of verbouwingswerkzaamheden zijn weggevallen, kan de belastingvermindering opnieuw worden verleend vanaf dat belastbaar tijdperk.
46. De aandacht wordt erop gevestigd dat de voorwaarde inzake eigen woning moet zijn vervuld op 31 december van het jaar van aangaan van de lening (behoudens de uitzonderingen waarvan sprake onder nr. 43-45 hiervoor). Als dit niet het geval is, zal de belastingplichtige nooit recht hebben op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), ook al was die woning vóór die datum de eigen woning van de belastingplichtige, of is ze dit na die datum geworden.
47. Naast die eenmalige beoordeling op 31 december moet aan de voorwaarde van eigen woning in feite gedurende de ganse looptijd van de hypothecaire lening zijn voldaan. De interesten, de betalingen aangewend voor de aflossing of de wedersamenstelling van een hypothecaire lening, alsook de premies voor de individuele levensverzekering, kunnen immers enkel in aanmerking komen voor de belastingvermindering, als de woning waarvoor die bestedingen zijn gedaan, de eigen woning van de belastingplichtige is op het ogenblik waarop die bestedingen zijn gedaan (zie nr. 28 hiervoor).
De uitgaven voor een hypothecaire lening komen bijgevolg enkel in aanmerking voor de belastingvermindering als ze op het ogenblik waarop ze worden gedaan betrekking hebben op de eigen woning van de belastingplichtige.
Een wijziging van de bestemming van de woning door de belastingplichtige gedurende de looptijd van de hypothecaire lening (bv. verhuis om een andere reden dan beroepsmatige of sociale redenen) doet het recht op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) verloren gaan. Echter, in tegenstelling tot de eenmalige beoordeling van het eigen karakter van de woning op 31 december van het jaar van aangaan van de hypothecaire lening, is dit verlies niet definitief. Immers, als de betreffende woning nadien opnieuw de eigen woning van de belastingplichtige wordt, dan recupereert hij zijn recht op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) voor de uitgaven die vanaf dan zijn gedaan.
Bij wijziging van de bestemming van de woning tijdens het belastbaar tijdperk, kunnen enkel de uitgaven die zijn betaald op het ogenblik dat de woning de eigen woning was in aanmerking voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque).
De uitgaven met betrekking tot de hypothecaire lening en de individuele levensverzekering die zijn betaald op een moment dat de woning niet meer de eigen woning was van de belastingplichtige, kunnen niet in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) of een ander fiscaal voordeel.
E. Bedoelde individuele levensverzekeringen
48. Kunnen onder bepaalde voorwaarden in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), de bijdragen voor een aanvullende verzekering tegen ouderdom en vroegtijdig overlijden die de belastingplichtige definitief heeft betaald om een rente of een kapitaal te vestigen bij leven of bij overlijden ter uitvoering van een individueel levensverzekeringscontract dat uitsluitend dient voor het wedersamenstellen of het waarborgen van een hypothecaire lening die zelf in aanmerking komt voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) (zie nrs. 27 tot en met 47 hiervoor).
49. De individuele levensverzekering moet door de belastingplichtige zijn aangegaan bij een instelling die in de Europese Economische Ruimte is gevestigd.
50. Dit levensverzekeringscontract moet zijn aangegaan:
- door de belastingplichtige die daarbij alleen zichzelf heeft verzekerd;
- vóór de leeftijd van 65 jaar; contracten die tot na de oorspronkelijk bepaalde termijn worden verlengd, hernieuwd, gewijzigd of verhoogd wanneer de verzekerde de leeftijd van 65 jaar heeft bereikt, worden geacht niet vóór die leeftijd te zijn aangegaan;
- voor een minimumlooptijd van 10 jaar, als het in voordelen bij leven voorziet.
51. De voordelen van dit levensverzekeringscontract moeten zijn bedongen:
- bij leven, ten gunste van de belastingplichtige vanaf de leeftijd van 65 jaar;
- bij overlijden, ten gunste van de personen die ingevolge het overlijden van de verzekerde de volle eigendom of het vruchtgebruik van die woning verwerven.
4. Berekening van de belastingvermindering 'Chèque Habitat' (Wooncheque)
52. De belastingvermindering heeft zowel een individueel karakter (het recht op de belastingvermindering en het bedrag ervan worden 'per belastingplichtige' bepaald) als een forfaitair karakter (de berekening gebeurt op basis van de hierna vermelde forfaitaire bedragen). De belastingvermindering bestaat uit twee bedragen:
- het ene kan afhankelijk zijn van het belastbaar inkomen;
- het andere is een vast bedrag per kind ten laste.
Als de belastingplichtige daadwerkelijk recht heeft op het eerste bedrag (op basis van zijn belastbaar inkomen), dan worden beide bedragen opgeteld om het bedrag van de belastingvermindering te bepalen waarop de belastingplichtige aanspraak kan maken.
In sommige gevallen wordt dit bedrag verminderd met de helft.
Het totale bedrag van de belastingvermindering wordt steeds geautomatiseerd berekend bij de berekening van de belastingen en wordt eventueel beperkt tot het werkelijke bedrag van de uitgaven die bij de belastingplichtige voor de vermindering in aanmerking komen en deze laatste heeft vermeld in zijn aangifte in de inkomstenbelasting.
A. Bedrag vastgesteld op basis van het belastbaar inkomen van de belastingplichtige
53. Het begrip 'belastbaar inkomen' heeft de betekenis volgens art. 6, WIB 92 (d.w.z. het totale netto-inkomen eventueel verminderd met de aftrekbare onderhoudsgelden en na toepassing van het huwelijksquotiënt), met uitzondering echter van de in art. 17, § 1, 1 ° en 2 °, WIB 92, bedoelde roerende inkomsten die geen beroepskarakter hebben.
54. Het eerste bedrag wordt voor elke belastingplichtige en voor elk aanslagjaar als volgt vastgesteld:
- als het belastbaar inkomen van het belastbaar tijdperk 21.000 euro niet overschrijdt, is de belastingvermindering gelijk aan 1.520 euro;
- als het belastbaar inkomen van het belastbaar tijdperk hoger is dan 21.000 euro, zonder 81.000 euro te overschrijden, is de belastingvermindering gelijk aan 1.520 euro verminderd met een bedrag dat gelijk is aan het verschil tussen het belastbaar inkomen en 21.000 euro, vermenigvuldigd met de coëfficiënt van 1,275 %;
- als het belastbaar inkomen van het belastbaar tijdperk hoger is dan 81.000 euro, is de belastingvermindering gelijk aan 0 euro.
B. Vast bedrag op basis van de kinderen ten laste van de belastingplichtige
55. Het eerste bedrag wordt vermeerderd met een tweede bedrag, dat voor elk aanslagjaar als volgt wordt bepaald:
- 125 euro per kind ten laste van de belastingplichtige op 1 januari van het aanslagjaar. Dit bedrag wordt dus één keer per kind ten laste toegekend en niet per ouder;
- de kinderen die op 1 januari van het aanslagjaar als zwaar gehandicapt worden aangemerkt tellen voor twee;
- bij een gezamenlijke aanslag mogen de echtgenoten in principe het bedrag van 125 euro per kind ten laste vrij verdelen. Om praktische redenen zal de optimale verdeling van dit bedrag echter geautomatiseerd gebeuren bij de berekening van de belasting;
- bij toepassing van artikel 132bis, WIB 92 (als de huisvesting van een kind gelijkmatig is verdeeld over beide ouders), wordt het bedrag van 125 euro per kind ten laste voor de helft toegekend aan de belastingplichtige die het kind ten laste heeft en voor de helft aan de belastingplichtige aan wie de helft van de toeslagen van de belastingvrije som bedoeld in artikel 132, eerste lid, 1° tot 6°, WIB 92, wordt toegekend. Het bedrag van 62,50 euro per kind wordt bij de ouder die op zijn beurt met een andere belastingplichtige samen wordt belast, automatisch (op de meest voordelige manier) verdeeld tussen die echtgenoten.
Voorbeeld
Een belastingplichtige heeft twee kinderen volledig ten laste en een ander kind waarvoor art. 132bis, WIB 92, van toepassing is. De verhoging voor de kinderen bedraagt in principe 312,50 euro (namelijk 2 x 125 euro + 62,50 euro). Het bedrag van 312,50 euro wordt geautomatiseerd (op de meest voordelige manier) verdeeld tussen de echtgenoten voor wie een gemeenschappelijke aanslag wordt gevestigd.
- De verhoging van 125 euro per kind ten laste (of 62,50 euro per kind waarvan de huisvesting gelijkmatig is verdeeld over beide ouders) is echter niet van toepassing als het belastbaar inkomen van de belastingplichtige voor het belastbaar tijdperk hoger is dan 81.000 euro;
- Bij een gemeenschappelijke aanslag zal, als slechts één van de partners voldoet aan de voorwaarden voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) of slechts één van de partners een belastbaar inkomen heeft dat kleiner of gelijk aan 81.000 euro, deze partner het volledige bedrag van de verhoging van 125 euro per kind ten laste verkrijgen, als aan alle toekenningsvoorwaarden van de belastingvermindering is voldaan.
C. Niet-indexering van de basisbedragen voor de berekening van de belastingvermindering
56. De basisbedragen voor de berekening van de belastingvermindering (1.520 euro en 125 euro) worden niet geïndexeerd. Daarentegen worden de twee inkomensgrenzen (21.000 euro en 81.000 euro) jaarlijks geïndexeerd (gezondheidsindex) vanaf aanslagjaar 2018.
D. Halvering van het bedrag van de belastingvermindering
57. Het totaalbedrag van de belastingvermindering voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), zoals bepaald volgens nrs. 53 tot en met 55 hiervoor, wordt in principe toegekend tijdens de eerste tien belastbare tijdperken voor dewelke de voorwaarden betreffende de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) bij de belastingplichtige zijn voldaan.
58. Dit bedrag wordt vervolgens gehalveerd vanaf het elfde belastbaar tijdperk waarvoor de voorwaarden betreffende de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) bij de belastingplichtige zijn voldaan.
59. Tijdens de negen belastbare tijdperken, volgend op het eerste belastbaar tijdperk waarin de voorwaarden voor het verkrijgen van de belastingvermindering zijn voldaan, kan het bedrag van die belastingvermindering toch worden gehalveerd. Dit is het geval vanaf het belastbaar tijdperk waarin de belastingplichtige volle eigenaar, naakte eigenaar, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker wordt van een tweede woning. De toestand wordt op 31 december van het belastbaar tijdperk beoordeeld.
Voor de toepassing van de voorgaande alinea wordt geen rekening gehouden met:
- de andere woningen waarvan de belastingplichtige door erfenis of schenking mede-eigenaar, naakte eigenaar of vruchtgebruiker is geworden;
- de andere woningen verhuurd via een sociaal vastgoedkantoor of een openbare huisvestingsmaatschappij.
60. Daarentegen zal het feit dat men volle eigenaar, naakte eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is of wordt van een tweede woning vanaf het elfde belastbaar tijdperk waarin is voldaan aan de toekenningsvoorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), niet leiden tot een bijkomende halvering van de belastingvermindering, zoals deze steeds wordt toegepast vanaf het elfde belastbaar tijdperk (zie nr. 58 hiervoor). De belastingvermindering wordt bijgevolg slechts één maal gehalveerd.
E. Beperking van de belastingvermindering tot de werkelijk betaalde uitgaven
61. Het bedrag van de belastingvermindering voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), in voorkomend geval beperkt tot de helft volgens nr. 58 of 59 hiervoor, kan per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk, nooit het totaalbedrag van de interesten, betalingen en bijdragen die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald, overschrijden.
Voorbeeld 1
Een alleenstaande belastingplichtige (zonder kinderen ten laste) ging in 2016 een hypothecaire lening aan met een looptijd van twintig jaar. De lening komt in aanmerking voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque). Zijn belastbaar inkomen bedraagt 50.000 euro voor het belastbaar tijdperk 2016. De door de belastingplichtige gedane uitgaven die in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) bedragen 3.000 euro.
Berekening van de principiële belastingvermindering:
1.520 euro - ((50.000 euro - 21.000 euro) x 1,275 %) = 1.150,25 euro.
Daadwerkelijk toegekende belastingvermindering:
1.150,25 euro (er is geen bijkomende beperking tot de betaalde uitgaven, aangezien 1.150,25 euro 3.000 euro).
Voorbeeld 2
Zelfde gegevens als in voorbeeld 1 maar de belastingplichtige heeft 500 euro uitgaven gedaan die in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) (in plaats van 3.000 euro).
Berekening van de principiële belastingvermindering:
1.520 euro - ((50.000 euro - 21.000 euro) x 1,275 %) = 1.150,25 euro.
Daadwerkelijk toegekende belastingvermindering:
500 euro (beperking tot de werkelijk betaalde uitgaven want 1.150,25 euro > 500 euro).
62. Als meerdere belastingplichtigen hoofdelijk en onverdeeld een hypothecaire lening hebben aangegaan die voldoet aan de toekenningsvoorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), worden de interesten en betalingen aangewend voor de aflossing of de wedersamenstelling van de hypothecaire lening die in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) verdeeld in verhouding tot het eigendomsaandeel in de verworven woning.
63. In tegenstelling tot het stelsel van de in art. 145^37 en 145^38, WIB 92, bedoelde vermindering voor enige woning (woonbonus), kunnen echtgenoten of wettelijk samenwonenden hun uitgaven niet vrij onder hen verdelen, zelfs wanneer zij de hypothecaire lening hoofdelijk en onverdeeld hebben aangegaan. De verdeling van de interesten en betalingen moet eveneens in verhouding tot het eigendomsaandeel in de woning gebeuren.
64. Een dergelijke verdeling van de interesten en betalingen geldt eveneens als een hypothecaire lening oorspronkelijk werd aangegaan door één belastingplichtige, maar vervolgens door een aanpassing, een door meerdere belastingplichtigen hoofdelijk en onverdeelbaar onderschreven hypothecaire lening werd, voor zover elke belastingplichtige houder is van een eigendomsrecht (in onverdeeldheid) in de betreffende woning.
65. Daarentegen zijn de premies van een individuele levensverzekering die uitsluitend dient voor het waarborgen of het wedersamenstellen van de hypothecaire lening persoonlijk. Deze mogen dus niet worden verdeeld.
5. Toekenning van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) gedurende maximaal 20 aanslagjaren
66. Het fiscale voordeel wordt toegekend vanaf het aanslagjaar betreffende het belastbaar tijdperk waarin de hypothecaire lening specifiek werd aangegaan om de enige en eigen woning te verwerven, als in dat jaar een uitgave werd gedaan die in aanmerking komt voor de 'Cheque Habitat' (Wooncheque).
67. Elke belastingplichtige heeft in zijn leven gedurende 20 aanslagjaren het recht om aanspraak te maken op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), en dit vanaf het eerste aanslagjaar waarvoor de toekenningsvoorwaarden voor dat voordeel zijn voldaan (= 20 'trekkingsrechten').
68. De belastingplichtige die de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) wenst te verkrijgen dient deze te vragen in zijn jaarlijkse aangifte in de personenbelasting of, naargelang het geval, in de belasting van niet-inwoners (natuurlijke personen). De belastingplichtige doet dit door de werkelijke uitgaven die bij hem in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) in de daartoe voorziene rubriek te vermelden. Het concrete belastingvoordeel zal bijgevolg automatisch worden toegekend aan de belastingplichtige, rekening houdend met de geldende beperkingen.
69. Als voor een bepaald belastbaar tijdperk de voorwaarden voor het verkrijgen van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) zijn voldaan wordt de belastingplichtige, voor het tellen van de 20 trekkingsrechten waarop hij aanspraak kan maken, voor dat belastbaar tijdperk verondersteld dit belastingvoordeel te hebben verkregen. Dit betekent dat een trekkingsrecht wordt geacht verkregen te zijn, zodra er tijdens het belastbaar tijdperk uitgaven zijn gedaan die in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque). De vraag naar het belastingvoordeel van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) of het bedrag van het daadwerkelijk verkregen voordeel (totaal bedrag, beperkt bedrag of niets) is hierbij van geen belang. Men moet bijgevolg minstens één euro uitgaven hebben gedaan die in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque).
Voorbeeld 1
Een belastingplichtige heeft in 2016 een hypothecaire lening aangegaan, met een looptijd van 20 jaar. In een belastbaar tijdperk deed hij voor die lening 6.000 euro uitgaven die in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque). Er werd echter geen daadwerkelijke belastingvermindering verleend omdat zijn belastbaar inkomen hoger was dan 81.000 euro.
Hij wordt verondersteld een trekkingsrecht te hebben verkregen, omdat hij in het belastbaar tijdperk uitgaven deed die in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque). Het is van geen belang dat het daadwerkelijk verkregen belastingvoordeel gelijk is aan 0 euro.
Voorbeeld 2
Zelfde gegevens als in voorbeeld 1 maar het belastbaar inkomen van de belastingplichtige voor dat belastbaar tijdperk bedraagt 80.500 euro. De belastingplichtige beslist echter om de belastingvermindering niet te vragen in zijn aangifte in de personenbelasting, omdat hij het bedrag van het belastingvoordeel te laag acht.
Hij wordt verondersteld een trekkingsrecht te hebben verkregen, omdat hij uitgaven deed die voor dat belastbaar tijdperk in aanmerking kwamen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque). Zijn keuze om geen belastingvoordeel te vragen in zijn aangifte in de personenbelasting heeft dus geen impact.
70. De vaststelling of voor een belastbaar tijdperk al dan niet is voldaan aan de voorwaarden van de belastingvermindering 'Chèque Habitat' (Wooncheque) gebeurt per belastingplichtige en niet per woning.
71. Met uitzondering van de voorwaarde inzake de enige en eigen woning van de belastingplichtige, die eenmalig wordt beoordeeld op 31 december van het jaar waarin de hypothecaire lening is aangegaan (zie nrs. 40 tot en met 46 hiervoor), dienen alle andere voorwaarden jaarlijks te worden nagegaan:
- op het tijdstip van betaling van elke uitgave, wat de eigen woning betreft (zie nr. 47 hiervoor);
- op 1 januari van het aanslagjaar (in principe op 1 januari van het jaar dat volgt op het belastbaar tijdperk), wat betreft de lokalisatie van de fiscale woonplaats in het Waals Gewest voor de aan de personenbelasting onderworpen belastingplichtigen. Voor de aan de belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen onderworpen belastingplichtigen gebeurt de lokalisatie in het Waals Gewest voor een aanslagjaar volgens bepaalde criteria die gedurende het volledig belastbaar tijdperk moeten worden beoordeeld (zie nr. 80 hierna);
- op 31 december van het belastbaar tijdperk, wat de andere voorwaarden betreft (enige woning, etc.).
72. Als de 20 trekkingsrechten waarop de belastingplichtige recht heeft zijn uitgeput (in de zin van nr. 69 hiervoor), heeft die belastingplichtige nooit meer recht op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), ongeacht de aangevoerde omstandigheden (nieuwe hypothecaire lening, nieuwe enige en eigen woning, enz.).
73. De 20 aanslagjaren waarvoor de belastingplichtige over een trekkingsrecht beschikt zijn niet noodzakelijk opeenvolgend. Het recht op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) kan immers voor één of meerdere aanslagjaren zijn geschorst, als tijdens dit jaar of deze jaren aan bepaalde voorwaarden niet is voldaan. Dat aanslagjaar of die aanslagjaren geven dus geen aanleiding tot een trekkingsrecht. In dat geval kan de belastingplichtige naderhand opnieuw aanspraak maken op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) voor de resterende trekkingsrechten. Dit kan voor de bestaande hypothecaire lening zijn die opnieuw aan de voorwaarden voldoet of voor een nieuwe hypothecaire lening betreffende dezelfde woning of een andere woning.
Als de betreffende woning gedurende het volledige belastbaar tijdperk niet wordt aangemerkt als 'eigen woning', wordt derhalve voor het betreffende aanslagjaar het trekkingsrecht voor de belastingvermindering 'Chèque Habitat' (Wooncheque) en de hiervoor bedoelde termijn van 20 jaar geschorst. Evenwel, als de betreffende woning voor een gedeelte van het belastbaar tijdperk wel nog de eigen woning was, zodat er uitgaven in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), is er uiteraard geen schorsing van de twintigjarige periode voor dat belastbaar tijdperk.
De bevoegdheid van het Waals Gewest in de personenbelasting is afhankelijk van de vestiging van de fiscale woonplaats in dat gewest op 1 januari van het aanslagjaar. Het recht op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) en de twintigjarige periode wordt dus ook geschorst als de belastingplichtige zijn fiscale woonplaats op die datum niet was gevestigd in het Waals Gewest.
Voorbeeld
Een belastingplichtige ging op 01.02.2016 een hypothecaire lening aan met een looptijd van 20 jaar (240 maandelijkse betalingen) om zijn enige en eigen woning te verwerven (woning A). De laatste vervaldatum is voorzien op 02.03.2036. Woning A verliest vanaf 01.07.2020 definitief de aard van eigen woning van de belastingplichtige, gezien hij verhuisde naar zijn nieuwe eigen woning (woning B). De belastingplichtige verwierf woning B door middel van een op 01.06.2020 aangegane hypothecaire lening, met een looptijd van 20 jaar (de eerste betaling vindt plaats op 02.08.2020 en de laatste aflossing is voorzien op 02.07.2040). Woning A is daadwerkelijk verkocht op 21.12.2020.
De uitgaven voor de lening van 01.02.2016 komen voor de belastbare tijdperken 2016 tot en met 2020 in aanmerking voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque). De belastingplichtige lost deze lening nadien nog steeds af volgens de oorspronkelijke aflossingstabel tot en met 02.03.2036. De belastingplichtige beschikte voor deze hypothecaire lening over 5 trekkingsrechten (voor de jaren 2016 tot en met 2020). Het recht op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) wordt geschorst vanaf de datum waarop woning A niet meer de eigen woning was (het tweede deel van het jaar 2020 en de jaren 2021 tot 2036).
De uitgaven voor de lening van 01.06.2020 komen in aanmerking voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) voor de belastbare tijdperken 2020 tot en met 2040. Er zijn reeds 5 trekkingsrechten benut door de lening van 01.02.2016. De belastingplichtige kan dus vanaf 2021 nog maximaal 15 trekkingsrechten verkrijgen voor de lening van 01.06.2020 (deze 15 trekkingsrechten starten pas in 2021: de uitgaven voor 2020 slaan immers zowel op de lening van 01.02.2016 als op de lening van 01.06.2020, zodat de in 2020 betaalde uitgaven voor de lening van 01.06.2020 deel uitmaken van het vijfde trekkingsrecht).
74. Het recht op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) kan eveneens worden geschorst als de duur van de hypothecaire lening minder dan 20 jaar bedraagt. In dat geval kan de belastingplichtige voor een andere hypothecaire lening die voldoet aan alle voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) aanspraak maken op zijn resterende trekkingsrechten.
6. Omzetting van een belastingvermindering in een belastingkrediet
75. Bij onvoldoende verschuldigde belasting, zal het deel van de belastingvermindering voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) (berekend volgens de onder de nrs. 52-65 uiteengezette principes) dat niet overeenkomstig artikel 178/1, WIB 92, kan worden aangerekend, worden omgezet in een gewestelijk terugbetaalbaar belastingkrediet. Deze omzetting wordt bij de berekening van de verschuldigde belasting geautomatiseerd toegepast, zonder tussenkomst van de belastingplichtige.
76. Deze omzetting in een terugbetaalbaar belastingkrediet is evenwel niet van toepassing op de belastingplichtigen die beroepsinkomsten verkrijgen die bij overeenkomst zijn vrijgesteld en die niet in aanmerking worden genomen voor de berekening van de belasting op zijn andere inkomsten.
7. Toepassing van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) in de belasting van niet-inwoners (natuurlijke personen)
77. Zoals bij de andere door de gewesten toegekende fiscale voordelen, zijn de bepalingen van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) in de belasting van niet-inwoners (natuurlijke personen) van toepassing bij de belastingplichtigen die aan de volgende twee bijkomende voorwaarden voldoen:
- hun belasting moet zijn berekend volgens art. 244, WIB 92; en
- ze moeten zijn gelokaliseerd in het Waals Gewest.
78. De belastingplichtigen moeten aan deze twee bijkomende voorwaarden voldoen voor het aanslagjaar of de aanslagjaren waarvoor zij de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) vragen. Praktisch gezien moeten ze voor het betreffende aanslagjaar of de betreffende jaren de code 1094-70 van hun aangifte in die belasting hebben aangekruist.
79. De belasting van niet-inwoners (natuurlijke personen) wordt volgens art. 244, WIB 92, berekend, als de belastingplichtige:
- tijdens het belastbaar tijdperk in België belastbare beroepsinkomsten heeft verkregen die ten minste 75 % bedragen van het geheel van zijn in dat belastbaar tijdperk verkregen beroepsinkomsten van Belgische en buitenlandse oorsprong; en
- een fiscaal inwoner was van een lidstaat van de Europese Economische ruimte, andere dan België.
80. De lokalisatie van een niet-inwoner in het Waals Gewest hangt niet af van de ligging van zijn werkelijke verblijfplaats of van de ligging van zijn eigen woning. De lokalisatie wordt immers vastgesteld volgens het gewest waar hij zijn hoogste in België belastbare beroepsinkomsten heeft behaald, of bij een gelijk hoogste netto beroepsinkomen in twee gewesten, waar het hoogste aantal effectief gewerkte dagen werd gepresteerd (zie in dit verband de art. 248/2 en 248/3, WIB 92).
Deze bepalingen vallen echter buiten het bestek van de huidige circulaire.
IV. Hypothecaire leningen aangegaan vanaf 01.01.2016: overgangsbepalingen
81. Art. 145^46sexies, WIB 92, voorziet twee uitzonderingen waarbij de vanaf 01.01.2016 aangegane leningen in geen geval onder het stelsel van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) vallen, maar in principe onder een oud stelsel van belastingvoordelen.
Het gaat om:
- hypothecaire leningen die een uiterlijk op 31.12.2015 aangegane hypothecaire lening herfinancieren (de in art. 145^46sexies, eerste lid, WIB 92, bedoelde overgangsbepaling);
- hypothecaire leningen die voldoen aan de voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), terwijl er voor dezelfde woning nog één of meerdere uiterlijk op 31.12.2015 door dezelfde belastingplichtige aangegane leningen bestaan die in aanmerking komen voor de toepassing van de artikelen 145^37 tot 145^46, WIB 92 (de in art. 145^46sexies, tweede lid, WIB 92 bedoelde overgangsbepaling).
82. In die twee gevallen is er geen keuze mogelijk tussen het oude of nieuwe stelsel. De 'Chèque Habitat' (Wooncheque) is nooit van toepassing. Het in de art. 145^37 tot 145^46, WIB 92, bedoelde oude stelsel dat van toepassing is op de tot en met 31.12.2015 aangegane contracten is, behoudens uitzonderingen, ook van toepassing op die vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire leningen en, in voorkomend geval, de premies van de daarmee verband houdende individuele levensverzekering, als aan alle voorwaarden van dat oude stelsel is voldaan en behoudens toepassing van de niet- verlenging, waarvan sprake onder hoofdstuk II hiervoor.
Als de toekenningsvoorwaarden van het oude stelsel niet zijn voldaan, geven de uitgaven met betrekking tot de vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire lening (en, in voorkomend geval, de daarmee verband houdende individuele levensverzekering) geen recht op een fiscaal voordeel.
1. Hypothecaire leningen die een uiterlijk op 31.12.2015 aangegane hypothecaire lening herfinancieren
83. Hier worden alle vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire leningen bedoeld die een uiterlijk op 31.12.2015 aangegane lening herfinancieren, ongeacht of ze al dan niet voldoen aan de overige voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque).
In dat geval is het oude stelsel van belastingvoordelen, zoals bedoeld onder de art. 145^37 tot 145^46, WIB 92, waarvoor de geherfinancierde lening in aanmerking kwam van toepassing op de uitgaven van de herfinancieringslening, als deze lening aan alle toekenningsvoorwaarden voldoet, en behoudens toepassing van de niet-verlenging, waarvan sprake onder hoofdstuk II hiervoor. Als deze voorwaarden niet zijn voldaan, geeft de herfinancieringslening geen recht op dat oude stelsel of een ander fiscaal voordeel.
84. Als een vanaf 01.01.2016 aangegane lening zowel dient voor het herfinancieren van een uiterlijk op 31.12.2015 aangegane lening als voor de verwerving van een nieuw eigendomsaandeel in de woning, is deze uitzondering van toepassing (en niet de uitzondering van punt 2 hierna). In dat geval is er op hetzelfde ogenblik slechts één lening voor dezelfde woning. De twee leningen volgen elkaar op, maar bestaan niet tegelijkertijd.
In dat geval volgt enkel het gedeelte van de uitgaven betreffende de herfinanciering het oude stelsel van de geherfinancierde lening, zoals bedoeld door de art. 145^37 tot en met 145^46, WIB 92, als aan alle toekenningsvoorwaarden is voldaan en behoudens toepassing van de niet-verlenging, waarvan sprake onder hoofdstuk II hiervoor.
Het andere gedeelte van de uitgaven (betreffende de verwerving van een nieuw eigendomsaandeel in de woning) geeft geen recht op een fiscaal voordeel. Hierbij wordt opgemerkt dat, als de belastingplichtige dezelfde verrichtingen had gedaan, maar met twee afzonderlijke hypothecaire leningen (één lening voor de herfinanciering en één lening voor de nieuwe verwerving), de tweede uitzondering, zoals bedoeld onder punt 2 hierna, van toepassing zou zijn. In dat geval zouden de uitgaven met betrekking tot de twee leningen in principe in aanmerking kunnen komen voor het belastingvoordeel van het oude stelsel.
85. Als de vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire lening zowel dient voor het herfinancieren van een uiterlijk op 31.12.2015 aangegane lening als voor de financiering van verbouwings- of vernieuwingswerken in de woning, is deze uitzondering eveneens van toepassing (zoals in nr. 84 hiervoor).
Evenwel, enkel het gedeelte van de uitgaven betreffende de herfinanciering volgt het oude stelsel van de geherfinancierde lening, als aan alle toekenningsvoorwaarden is voldaan en behoudens toepassing van de niet-verlenging waarvan sprake onder hoofdstuk II hiervoor.
Daarentegen geeft het andere gedeelte van de uitgaven (betreffende de verbouwing- of vernieuwingswerken) geen recht op een fiscaal voordeel. Het aangaan van een aparte lening voor de financiering van die werken zou hier geen enkele invloed hebben, aangezien een dergelijke lening onder geen enkel beding bedoeld wordt door de tweede uitzondering van punt 2 hierna (de lening diende niet om de eigendom van de woning te verwerven).
86. Een vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire lening die een lening herfinanciert die eveneens is aangegaan vanaf 01.01.2016, valt uiteraard ook niet onder deze uitzondering. Deze valt onder het stelsel van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), als aan alle voorwaarden is voldaan.
87. Hetzelfde principe geldt voor een vanaf 01.01.2016 aangegane lening die zowel dient voor de herfinanciering van een vanaf 01.01.2016 aangegane lening (die in aanmerking komt voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque)) als voor de financiering van de verwerving van een nieuw eigendomsaandeel in de woning. In dat geval kan de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) van toepassing zijn op alle uitgaven betreffende deze lening en de individuele levensverzekering die daar eventueel mee verband houdt.
88. Daarentegen zal, in de meest gebruikelijke veronderstelling, waarbij één vanaf 01.01.2016 aangegane lening zowel dient voor de herfinanciering van een vanaf 01.01.2016 aangegane lening (die in aanmerking komt voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque)) als voor de financiering van werkzaamheden, de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) slechts van toepassing zijn op het gedeelte dat proportioneel verband houdt met de herfinanciering stricto sensu. Een opsplitsing moet derhalve in het contract worden gemaakt, met een vermelding pro fisco.
Het gedeelte van de lening dat de werkzaamheden financiert komt bijgevolg niet in aanmerking voor een fiscaal voordeel.
Toepassingsvoorbeelden
Voorbeeld 1
89. Een belastingplichtige ging op 02.03.2010 een hypothecaire lening aan met een looptijd van 10 jaar voor het verwerven van zijn enige en eigen woning. De laatste vervaldag is voorzien op 02.04.2020.
De belastingplichtige gaat op 04.04.2016 een hypothecaire lening aan voor de herfinanciering van de lening van 02.03.2010. Deze lening heeft een looptijd van 10 jaar en voorziet als laatste vervaldag 02.05.2026.
Op 01.11.2015 komt de lening van 02.03.2010 in aanmerking voor de in art. 145^37 en 145^38, WIB 92, bedoelde woonbonus. Op die datum vervalt de contractueel voorziene looptijd op 02.04.2020.
De herfinancieringslening van 04.04.2016 wordt beoogd door de in art. 145^46sexies, eerste lid, WIB 92, bedoelde uitzonderingsbepaling. Ze geeft bijgevolg recht op het belastingvoordeel volgens het stelsel dat van toepassing was op de geherfinancierde lening van 02.03.2010 (d.w.z. de in de art. 145^37 en 145^38, WIB 92, bedoelde woonbonus), als ze zelf voldoet aan alle toekenningsvoorwaarden van dat voordeel en behoudens toepassing van de niet-verlenging van de contractuele voorziene duur van het voordeel van de woonbonus, zoals vastgesteld op 01.11.2015.
Bijgevolg zal de herfinancieringslening van 04.04.2016, net zoals de daarmee verband houdende individuele levensverzekering, in aanmerking kunnen komen voor de in de art. 145^37 en 145^38, WIB 92, bedoelde woonbonus, doch beperkt tot de tot en met 02.04.2020 betaalde uitgaven. De vanaf 03.04.2020 betaalde uitgaven komen niet meer in aanmerking voor een fiscaal voordeel.
Voorbeeld 2
90. Zelfde gegevens als in voorbeeld 1, maar de hypothecaire lening van 04.04.2016 dient zowel voor de herfinanciering van de lening van 02.03.2010 als voor de financiering van verbouwingswerken aan de woning.
In dit geval zal de hypothecaire lening van 04.04.2016, en eventueel de daarmee verband houdende levensverzekering, in aanmerking kunnen komen voor de in de art. 145^37 en 145^38, WIB 92 bedoelde woonbonus, doch enkel voor de tot en met 02.04.2020 betaalde uitgaven en voor het deel dat verband houdt met de eigenlijke herfinanciering. De vanaf 03.04.2020 betaalde uitgaven betreffende de herfinanciering, geven geen recht op een fiscaal voordeel.
Het deel van de uitgaven van de lening van 04.04.2016 betreffende de verbouwingswerken, geven geen recht op een fiscaal voordeel, ongeacht de betalingsdatum.
2. Hypothecaire leningen die voldoen aan de voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), terwijl voor dezelfde woning één of meerdere uiterlijk op 31.12.2015 door de belastingplichtige aangegane leningen bestaan die in aanmerking komen voor de art. 145^37 tot en met 145^46, WIB 92
91. Hier worden alle vanaf 01.01.2016 aangegane leningen bedoeld, als:
- ze voldoen aan de voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque); en
- er bij het aangaan van die lening voor dezelfde woning één of meerdere andere hypothecaire leningen bestaan, die door dezelfde belastingplichtige uiterlijk op 31.12.2015 werden aangegaan en nog in aanmerking komen voor de toepassing van de art. 145^37 tot en met 145^46, WIB 92.
Gezien hun nauw verband met de hiervoor vermelde hypothecaire leningen en de bedoeling van deze tweede overgangsbepaling, zijn hier ook de individuele levensverzekeringen bedoeld die uitsluitend dienen voor het waarborgen of wedersamenstellen van deze hypothecaire leningen.
92. In dit geval is het oude stelsel van fiscale voordelen, zoals vermeld in de eerste alinea van nr. 93 hierna, waarvoor de uiterlijk op 31.12.2015 aangegane lening in aanmerking komt ook van toepassing op de uitgaven van de vanaf 01.01.2016 aangegane lening en op de daarmee verband houdende individuele levensverzekering, als aan alle toekenningsvoorwaarden is voldaan en behoudens toepassing van de niet-verlenging waarvan sprake in hoofdstuk II hiervoor.
Het spreekt voor zich dat zowel de uitgaven betreffende de vanaf 01.01.2016 aangegane lening als de uitgaven van de uiterlijk op 31.12.2015 aangegane lening, onderworpen zijn aan de specifieke, voor dat oude stelsel van toepassing zijnde grenzen.
Als de vanaf 01.01.2016 aangegane lening niet aan alle voorwaarden van het oude stelsel voldoet, dan komt deze niet in aanmerking voor een fiscaal voordeel volgens dit stelsel of een ander fiscaal voordeel. Daarentegen zal of zullen de uiterlijk op 31.12.2015 aangegane lening(en) in aanmerking blijven komen voor het stelsel dat op hen van toepassing was.
93. De vanaf 01.01.2016 aangegane leningen (en, in voorkomend geval, de individuele levensverzekeringen die daarmee verband houden), die onder de toepassing van die overgangsbepaling vallen, kunnen enkel recht geven op de hierna vermelde overgangsbepalingen:
- de vermindering voor enige woning (woonbonus), zoals bedoeld in de art. 145^37 en 145^38, WIB 92;
- de vermindering voor het lange termijnsparen, zoals bedoeld in de art. 145^39 en 145^40, WIB 92;
- de vermindering voor het bouwsparen, zoals bedoeld in art. 145^42, WIB 92;
- de vermindering voor interesten kadastraal inkomen, zoals bedoeld in art. 145^44, WIB 92;
- de vermindering voor bijkomende interesten, zoals bedoeld in art. 145^45, WIB 92
en dit, gelet op het feit dat
- de artikelen 145^37 tot 145^46, WIB 92 bepalingen bevatten die de toepassing van de bedoelde oude stelsels beperken tot leningen (en schulden) die vóór een bepaalde datum zijn aangegaan (die telkens vóór 01.01.2016 ligt);
- deze tweede overgangsmaatregel hiervan enkel voor de hiervoor limitatief opgesomde bepalingen uitdrukkelijk afwijkt.
Dergelijke vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire lenigen (en de daarmee verband houdende individuele levensverzekeringen) kunnen dus nooit in aanmerking komen voor de volgende oude stelsels, ook al voldoen ze aan alle andere voorwaarden:
- de vermindering voor bouwsparen, zoals bedoeld in art. 145^41, WIB 92;
- de vermindering voor gewone interesten, zoals bedoeld in art. 145^43, eerste lid, 1°, WIB 92;
- de vermindering voor de erfpacht- en opstalvergoedingen of gelijkaardige vergoedingen, zoals bedoeld in art. 145^43, eerste lid, 2°, WIB 92.
Als dergelijke, vanaf 01.01.2016 aangegane leningen (en daarmee verband houdende individuele levensverzekeringen) niet in aanmerking komen voor één van de vijf hiervoor in de eerste alinea opgesomde oude stelsels, komen zij derhalve niet in aanmerking voor een fiscaal voordeel.
94. Als voorwaarde voor de overgangsbepaling geldt dat de vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire lening enerzijds moet voldoen aan de voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), en anderzijds moet bestaan terwijl er nog één of meer andere leningen zijn, die door de belastingplichtige uiterlijk op 31.12.2015 zijn aangegaan en betrekking hebben op dezelfde woning. Deze voorwaarde heeft tot gevolg dat deze overgangsregeling a priori voornamelijk betrekking heeft op hypothecaire leningen die vanaf 01.01.2016 specifiek werden aangegaan om een nieuw eigendomsaandeel in de enige en eigen woning van de belastingplichtige te verwerven, of om successie- of schenkingsrechten te voldoen betreffende dit nieuwe eigendomsaandeel. Andere toepassingsgevallen worden hiermee echter niet formeel uitgesloten.
95. Wordt eveneens bedoeld door deze tweede overgangsbepaling: het geval waarbij de belastingplichtige vanaf 01.01.2016 twee afzonderlijke hypothecaire leningen aangaat voor dezelfde woning: een lening ter herfinanciering van een door dezelfde belastingplichtige uiterlijk op 31.12.2015 aangegane hypothecaire lening die in aanmerking kwam voor de toepassing van de art. 145^37 tot en met 145^46, WIB 92, en een andere lening voor het verwerven van een nieuw eigendomsaandeel in de eigen woning van de belastingplichtige, of om de successie- of schenkingsrechten betreffende dit nieuwe eigendomsaandeel te financieren. In dit geval kunnen de uitgaven voor de twee leningen in aanmerking worden genomen voor het van toepassing zijnde belastingvoordeel volgens het oude stelsel, als aan alle toekenningsvoorwaarden is voldaan en behoudens toepassing van de niet-verlenging, waarvan sprake onder hoofdstuk II hiervoor.
Het geval waarbij eenzelfde lening zowel dient voor de herfinanciering, zoals hierboven bedoeld, als voor de financiering van een nieuwe verwerving, is evenwel niet bedoeld door deze tweede overgangsbepaling, maar door de eerste overgangsbepaling, waarvan sprake onder titel 1 hiervoor (zie nr. 84).
96. Worden daarentegen uitdrukkelijk uitgesloten van deze tweede overgangsbepaling, de vanaf 01.01.2016 aangegane leningen die niet specifiek zijn aangegaan voor het verwerven van de enige en eigen woning van de belastingplichtige.
Worden meer bepaald uitgesloten van deze overgangsbepaling:
- de leningen die werden aangegaan voor de verbouwingswerken aan de woning;
- de leningen die specifiek werden aangegaan om een woning te verwerven die op 31 december van het jaar van het aangaan van de hypothecaire lening wel de eigen woning van de belastingplichtige is, doch op die datum niet zijn enige woning is.
Dergelijke leningen komen niet in aanmerking voor een belastingvoordeel, hoewel andere door de belastingplichtige uiterlijk op 31.12.2015 aangegane leningen betreffende dezelfde woning in principe recht blijven geven op het belastingvoordeel van het oude stelsel dat op hen van toepassing was.
97. Als daarentegen eenzelfde, vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire lening zowel dient voor de financiering van de verwerving van een nieuw eigendomsaandeel in de enige en eigen woning van de belastingplichtige (of de financiering van de successie- of schenkingsrechten betreffende dat nieuw eigendomsaandeel) als voor de financiering van verbouwingswerken in die woning, dan is de tweede overgangsbepaling van toepassing, maar enkel voor het deel van de uitgaven betreffende de verwerving van een nieuw eigendomsaandeel in de enige en eigen woning van de belastingplichtige (of de financiering van de successie- of schenkingsrechten betreffende dat nieuw eigendomsaandeel). Dat deel van de uitgaven volgt derhalve het oude regime van belastingvoordelen waarvoor de uiterlijk op 31.12.2015 aangegane lening recht gaf, als aan alle toekenningsvoorwaarden is voldaan en behoudens toepassing van de niet-verlenging waarvan sprake onder hoofdstuk II hiervoor.
Het andere deel van de uitgaven (betreffende de werken) komt echter niet in aanmerking voor de overgangsbepalingen, zodat dit deel geen recht geeft op een fiscaal voordeel.
De premies van de individuele levensverzekering die met de vanaf 01.01.2016 aangegane lening verband houden vallen daarenboven niet onder de toepassing van de overgangsbepaling, zelfs niet gedeeltelijk. Deze levensverzekering dient immers niet uitsluitend voor het waarborgen of het wedersamenstellen van een hypothecaire lening die in aanmerking komt voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque). Die premies geven dus geen recht op een fiscaal voordeel.
98. De situatie waarbij eenzelfde, vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire lening zowel dient voor de herfinanciering van een uiterlijk op 31.12.2015 aangegane lening als voor de financiering van verbouwingswerken in diezelfde woning valt uiteraard buiten deze tweede overgangsregeling, maar valt onder de eerste overgangsregeling (zie nr. 85).
99. Voor de toepassing van de tweede overgangsregeling is daarenboven vereist dat er bij het aangaan van de hypothecaire lening (vanaf 01.01.2016) voor dezelfde woning ten minste één andere uiterlijk op 31.12.2015 door de belastingplichtige aangegane lening bestaat, die in aanmerking komt voor één van de oude stelsels, zoals bedoeld in de art. 145^37 tot en met 145^46, WIB 92 (woonbonus, vermindering voor het bouwsparen, vermindering voor het lange termijnsparen, etc.).
Als er voor dezelfde woning andere door de belastingplichtige uiterlijk op 31.12.2015 aangegane leningen bestaan, is dus niet vereist dat al deze leningen in aanmerking komen voor de toepassing van art. 145^37 tot en met 145^46, WIB 92. Het volstaat dat minstens één van deze leningen in aanmerking komt voor de toepassing van een oud stelsel, zoals bedoeld in de art. 145^37 tot en met 145^46, WIB 92.
Het is ook van geen belang of de uiterlijk op 31.12.2015 aangegane lening in aanmerking komt voor één enkel oud stelsel, zoals bedoeld in de art. 145^37 tot en met 145^46, WIB 92 (bv. voor de woonbonus) of voor meerdere van deze oude stelsels (bv. zowel voor de vermindering voor het lange termijnsparen als voor de vermindering voor de gewone interesten).
100. Deze overgangsbepaling is echter niet van toepassing als de belastingplichtige voor dezelfde woning:
- enerzijds, vanaf 01.01.2016 een hypothecaire lening aanging om bijvoorbeeld een nieuw eigendomsaandeel in die woning te verwerven; en
- anderzijds, uiterlijk op 31.12.2015 één of meerdere leningen aanging, maar er geen enkele daarvan in aanmerking kwam voor de toepassing van de art. 145^37 tot en met 145^46, WIB 92.
De vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire lening kan dan in aanmerking komen voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), als aan alle toekenningsvoorwaarden is voldaan. Als deze voorwaarden niet zijn voldaan, komen de uitgaven van deze lening niet in aanmerking voor een fiscaal voordeel.
101. Wordt uiteraard ook niet bedoeld door deze overgangsregeling: het geval waarbij vanaf 01.01.2016 een hypothecaire lening specifiek werd aangegaan om een woning te verwerven (en in aanmerking komt voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque)), terwijl er voor een andere woning één of meerdere door de belastingplichtige uiterlijk op 31.12.2015 aangegane leningen bestaan (die in aanmerking komen voor de toepassing van de art. 145^37 tot en met 145^46, WIB 92).
In dit geval komen de uitgaven van de uiterlijk op 31.12.2015 aangegane lening(en) in principe verder in aanmerking voor het oude stelsel, zoals bedoeld in de art. 145^37 tot en met 145^46, WIB 92.
De uitgaven betreffende de vanaf 01.01.2016 aangegane lening komen echter niet in aanmerking voor dat oude stelsel, omdat die lening een andere woning betreft. Deze uitgaven kunnen wel in aanmerking komen voor de toepassing van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque), zoals bedoeld in de art. 145^46ter tot en met 145^46quinquies, WIB 92, als aan alle toekenningsvoorwaarden is voldaan. Dit betekent dat ook moet zijn voldaan aan de voorwaarde inzake enige woning (zie nr. 40 en 41 hiervoor). Als niet aan alle voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) is voldaan, komen de uitgaven van deze lening niet in aanmerking voor een fiscaal voordeel.
Toepassingsvoorbeelden
Voorbeeld 1
102. Een belastingplichtige ging op 02.03.2010 een hypothecaire lening aan, met een looptijd van 10 jaar, om 50 % van de volle eigendom van zijn enige en eigen woning te verwerven. De laatste vervaldag is voorzien op 02.04.2020. De andere helft van de eigendom werd door zijn echtgenote verworven, die dit met eigen middelen financierde.
De belastingplichtige gaat, als gevolg van de scheiding in januari 2016, op 04.04.2016 een andere hypothecaire lening aan met een looptijd van 10 jaar, om het eigendomsaandeel van zijn ex-echtgenote te verwerven. De laatste vervaldag is voorzien op 02.05.2026. De lening van 02.03.2010 blijft onveranderd. Deze lening van 2016 voldoet aan alle voorwaarden van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque).
Op 01.11.2015 komt de lening van 02.03.2010 in aanmerking voor de in de art.145^37 en 145^38, WIB 92 bedoelde woonbonus. De op 01.11.2015 contractueel vastgestelde looptijd voor de woonbonus vervalt op 02.04.2020.
De lening van 04.04.2016 valt onder de uitzondering van art. 145^46sexies, tweede lid, WIB 92. Ze komt bijgevolg in aanmerking voor het fiscale voordeel dat van toepassing was op de lening van 02.03.2010 (d.w.z. de in de art.145^37 en 145^38, WIB 92, bedoelde woonbonus), als deze lening zelf aan alle toekenningsvoorwaarden van dit voordeel voldoet en behoudens toepassing van de niet-verlenging van de contractueel voorziene duur van de woonbonus voor de lening van 02.03. 2010, zoals vastgesteld op 01.11.2015.
Bijgevolg kan de lening van 04.04.2016, en de eventueel daarmee verband houdende individuele levensverzekering, bij de belastingplichtige in aanmerking komen voor de toepassing van de in de art. 145^37 en 145^38, WIB 92, bedoelde woonbonus, beperkt tot de tot en met 02.04.2020 betaalde uitgaven. De vanaf 03.04.2020 betaalde uitgaven komen niet meer in aanmerking voor een fiscaal voordeel.
Voorbeeld 2
103. Zelfde gegevens als in voorbeeld 1, maar de woning waarvoor de leningen van 02.03.2010 en 04.04.2016 zijn aangegaan, is op 31.12.2016 niet meer de enige woning van de belastingplichtige (op die datum is het wel nog steeds zijn eigen woning).
In dat geval valt de lening van 04.04.2016 niet onder de overgangsbepalingen. De voorwaarde inzake enige woning, die geldt voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) is immers niet voldaan. De lening komt dus niet in aanmerking voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) of een ander fiscaal voordeel.
De lening van 02.03.2010 blijft in principe in aanmerking komen voor de in art. 145^37 et 145^38, WIB 92, bedoelde woonbonus.
Voorbeeld 3
104. Zelfde gegevens als in voorbeeld 1, maar de lening van 04.04.2016 dient zowel om het eigendomsaandeel van de ex-echtgenote te verwerven als om de verbouwing van de eigen woning te financieren.
Wat de lening van 04.04.2016 betreft, kan in dat geval enkel het deel van de uitgaven betreffende de verwerving van het eigendomsaandeel van de ex-echtgenote onder de overgangsbepaling vallen. Enkel dit deel van de uitgaven kan dus bij de ontlener in aanmerking komen voor de in art.145^37 en 145^38, WIB 92, bedoelde woonbonus, doch beperkt tot de tot en met 02.04.2020 betaalde uitgaven. De vanaf 03.04.2020 betaalde uitgaven kunnen niet meer in aanmerking komen voor een fiscaal voordeel.
Het andere deel van de uitgaven (betreffende de verbouwingswerken) valt daarentegen niet onder de overgangsbepaling. Deze uitgaven komen dan ook niet in aanmerking voor een fiscaal voordeel.
De premies van de individuele levensverzekering die verband houdt met de lening van 04.04.2016 vallen daarenboven ook niet onder de overgangsbepaling, zelfs niet gedeeltelijk. Deze levensverzekering dient immers niet uitsluitend voor het waarborgen of wedersamenstellen van een hypothecaire lening die in aanmerking komt voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque). Die premies komen dus niet in aanmerking voor een fiscaal voordeel.
Voorbeeld 4
105. Zelfde gegevens als in voorbeeld 1, maar de lening van 04.04.2016 dient enkel om verbouwingswerken aan de eigen woning te financieren.
In dat geval valt de lening van 04.04.2016 niet onder de overgangsbepalingen. De lening voldoet immers niet aan de voorwaarde dat de lening moet zijn aangegaan om de enige en eigen woning te verwerven. De lening komt bijgevolg niet in aanmerking voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) of een ander fiscaal voordeel.
De lening van 02.03.2010 blijft in principe in aanmerking komen voor de in de art.145^37 en 145^38, WIB 92, bedoelde woonbonus.
Voorbeeld 5
106. Zelfde gegevens als in voorbeeld 1, maar de lening van 02.03. 2010 komt niet voor de woonbonus in aanmerking, maar voor de vermindering voor het lange termijnsparen, zoals bedoeld in de art. 145^39 en 145^40, WIB 92, en de vermindering voor gewone interesten, zoals bedoeld in art. 145^43, eerste lid, 1°, WIB 92.
De lening van 04.04.2016 valt onder de uitzondering van art. 145^46sexies, tweede lid, WIB 92. De lening komt dus in aanmerking voor de belastingvermindering voor het lange termijnsparen, zoals dit ook het geval was voor de lening van 02.03.2010, als de lening zelf voldoet aan alle voorwaarden van dat voordeel en behoudens toepassing van de niet-verlenging van de op 01.11.2015 vastgestelde contractueel voorziene looptijd van de woonbonus voor de lening van 02.03.2010.
De kapitaalaflossingen van de lening van 04.04. 2016, en de daarmee verband houdende individuele levensverzekering, kunnen bij de ontlener in aanmerking komen voor de belastingvermindering voor het lange termijnsparen, zoals bedoeld in de art. 145^39 en 145^40, WIB 92, evenwel beperkt tot de tot en met 02.04.2020 betaalde uitgaven. De vanaf 03.04.2020 betaalde uitgaven kunnen niet in aanmerking komen voor een fiscaal voordeel.
De interesten van de lening van 04.04.2016 komen niet in aanmerking voor de vermindering voor gewone interesten. De overgangsbepaling wijkt immers niet af van het artikel 145^43, eerste lid, 1°, WIB 92, dat de toepassing van de vermindering beperkt tot vóór 01.01.2015 aangegane schulden.
Voorbeeld 6
107. Een belastingplichtige ging op 02.03.2010 een hypothecaire lening aan om zijn enige en eigen woning te verwerven (woning A). De lening heeft een looptijd van 20 jaar. Deze lening komt in aanmerking voor de in art. 145^37 en 145^38, WIB 92, bedoelde gewestelijke woonbonus.
Hij gaat op 15.04.2016 een andere hypothecaire lening aan, met een looptijd van 20 jaar om een andere woning te verwerven die hij vanaf die datum zelf betrekt (woning B). Op 20.12.2016 verkoopt hij woning A en lost de lening van 02.03.2010 op dezelfde datum vervroegd af. De lening van 15.04.2016 komt in aanmerking voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque).
Voor het aj.2017 (inkomstenjaar 2016) heeft de belastingplichtige recht op de volgende gewestelijke voordelen:
- woonbonus voor de uitgaven met betrekking tot de lening van 02.03.2010 die werden betaald vanaf 01.01.2016 tot en met 14.04.2016 (de vanaf 15.04.2016 betaalde uitgaven komen niet meer in aanmerking voor een gewestelijk voordeel aangezien zij niet meer de eigen woning betreffen);
- 'Chèque Habitat' (Wooncheque) voor de uitgaven met betrekking tot de lening van 15.04.2016.
Vanaf aj.2018 heeft de belastingplichtige enkel recht op de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) voor de uitgaven met betrekking tot de lening van 15.04.2016.
Voorbeeld 7
108. Zelfde gegevens als in voorbeeld 6, maar de belastingplichtige heeft op 31.12.2016 de woning A nog niet te koop gesteld.
In dat geval komt de lening van 15.04.2016 niet in aanmerking voor de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) voor aj. 2017 of voor de volgende aanslagjaren (de voorwaarde inzake enige woning is niet voldaan op 31 december van het jaar waarin de lening werd aangegaan).
Voor aj. 2017 (inkomstenjaar 2016) kan de belastingplichtige enkel aanspraak maken op de gewestelijke woonbonus, voor de uitgaven die werden betaald vanaf 01.01.2016 tot en met 14.04.2016 (de vanaf 15.04.2016 betaalde uitgaven komen niet meer in aanmerking voor een gewestelijk voordeel aangezien zij niet meer de eigen woning betreffen).
Vanaf aj. 2018 kan de belastingplichtige geen aanspraak meer maken op een gewestelijk fiscaal voordeel.
V. Inwerkingtredingen
109. De onder hoofdstuk II hiervoor besproken regel van niet-tegenstelbaarheid treedt in werking op de handelingen gesteld of gesloten, naargelang het geval, vanaf 01.11.2015 of vanaf 01.01.2016.
110. Het stelsel van de 'Chèque Habitat' (Wooncheque) en de onder hoofdstukken III en IV hiervoor besproken overgangsbepalingen zijn van toepassing op de vanaf 01.01.2016 aangegane hypothecaire leningen.
VI. Bijlagen
- het decreet van het Waals Gewest van 20.07.2016 betreffende de toekenning van een fiscaal voordeel voor de verwerving van de eigen woning: de 'Chèque Habitat' (Wooncheque)
- gecoördineerde tekst van de art. 145^37 tot 145^46sexies, WIB 92 (aj. 2017), van toepassing voor het Waals Gewest.
Interne ref.: 705.585
