Circulaire 2017/C/69 betreffende het maximumbedrag van de bezoldigingen van jonge sportbeoefenaars
4de addendum aan de circulaire nr. Ci.RH.244/613.502 (AAFisc 35/2012) d.d. 12.11.2012
Deze circulaire legt het maximumbedrag van de bezoldigingen van jonge sportbeoefenaars die in aanmerking komen voor de in art. 275^6, tweede lid, WIB 92, bedoelde bestedingsverplichting vast.
Bedrijfsvoorheffing ; vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing ; sportbeoefenaar
FOD Financiën, 06.11.2017
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting
1. De bezoldigingen van jonge sportbeoefenaars die in aanmerking kunnen komen als bedragen besteed aan de opleiding van jonge sportbeoefenaars (1) omvatten maximaal het achtvoud van het minimumbedrag dat men moet genieten om als een betaalde sportbeoefenaar te worden beschouwd (2) en de ermee verband houdende kosten (3).
(1) Artikel 275^6, derde lid, WIB 92.
(2) Bedrag bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 24.02.1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars.
(3) Bedoeld in artikel 52, 3°, WIB 92.
2. De volgende koninklijke besluiten leggen dat minimumbedrag voor de hierna vermelde periodes vast:
| Periode | Bedrag |
| 01.07.2016 – 30.06.2017 (Belgisch Staatsblad van 25.05.2016) | 9.800 euro |
| 01.07.2017 – 30.06.2018 (Belgisch Staatsblad van 30.05.2017) | 10.200 euro |
3. In bijlage gaat een overzicht van voormelde minimumbedragen vanaf 01.07.2010.
4. De termijn voor de invulling van de bestedingsverplichting verstrijkt steeds op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de vrijstelling van doorstorting wordt gevraagd (4).
(4) Artikel 275^6, tweede lid, WIB 92.
5. Omdat de minimumbedragen per seizoen worden vastgelegd, gelden voor eenzelfde kalenderjaar verschillende minimumbedragen. De bezoldigingen van jonge sportbeoefenaars die in aanmerking kunnen komen voor de bestedingsverplichting, omvatten dan maximaal het achtvoud van het gemiddelde van de voor dat kalenderjaar geldende minimumbedragen.
Voor het kalenderjaar 2017 bedraagt dat maximumbedrag (5) 80.000 euro (8 X (9.800 + 10.200)/2).
(5) Artikel 275^6, derde lid, WIB 92.
Interne ref.: 613.502
Bijlage bij 4de addendum aan de circulaire nr. Ci.RH.244/613.502 (AAFisc 35/2012)
| Periode | Minimumbedrag van het loon dat men moet genieten om als betaalde sportbeoefenaar te worden beschouwd |
| 01.07.2010 – 30.06.2011 | 8.675 euro |
| 01.07.2011 – 30.06.2012 | 8.850 euro |
| 01.07.2012 – 30.06.2013 | 9.027 euro |
| 01.07.2013 – 30.06.2014 | 9.208 euro |
| 01.07.2014 – 30.06.2015 | 9.400 euro |
| 01.07.2015 – 30.06.2016 | 9.600 euro |
| 01.07.2016 – 30.06.2017 | 9.800 euro |
| 01.07.2017 – 30.06.2018 | 10.200 euro |
