Circulaire 2019/C/44 Addendum op de Btw-aanschrijving nr. 24 van 29.08.1978 - schepen voor de vaart op volle zee

Door de wet van 29.11.2017 werd een wijziging aangebracht in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek.Het begrip 'zeeschip' werd vervangen door het begrip 'schip voor de vaart op volle zee'.Met dit addendum wordt de aanschrijving nr. 24 van 29.08.1978 bijgestuurd door te definiëren hoe dit nieuwe begrip moet worden toegepast.

schepen voor de vaart op volle zee ; levering van vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen en smeermiddelen ; laden en lossen

FOD Financiën, 29.05.2019

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde

Basisdocument:

Aanschrijving Btw nr. 24 d.d. 29.08.1978 betreffende zee- en binnenschepen

Zie ook voor een eerste commentaar:

Circulaire 2018/C/20 betreffende de aanpassingen aan het Btw-Wetboek door de wet van 29.11.2017

Inhoudstafel

Wettelijke bepaling

A. Schepen voor de vaart op volle zee waarmee passagiersvervoer tegen betaling plaatsvindt of die worden gebruikt voor de uitoefening van een industriële, handels- of visserijactiviteit

a. Voorwaarden om te worden beschouwd als een schip voor de vaart op volle zee

b. Verschillende berekeningsmethodes voor de bepaling van de 70 % voor de in België ingeschreven schepen

1) Op basis van het aantal trajecten

2) Op basis van afgelegde afstanden

3) Op basis van tijd

c. Termijn voor de berekening van de 70 %

B. Schepen voor de kustvisserij

C. Binnenvaart

D. Niet vrijgestelde vaartuigen of goederen

E. Levering van vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen en smeermiddelen

F. Diensten – Laden en lossen van een schip voor de vaart op volle zee

G. Formaliteiten. Purchase order of Bestelbon voor leveringen van goederen of diensten aan schepen, al dan niet ingeschreven in België

H. Aansprakelijkheid

I. Overgangsmaatregelen

Wettelijke bepaling

Door de wet van 29.11.2017 (BS van 06.12.2017) werd een wijziging aangebracht in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, van het Btw-Wetboek.

Met punt 5 van de circulaire 2018/C/20 werd reeds een eerste commentaar gegeven op deze wijziging.

Het begrip 'zeeschip' werd vervangen door het begrip 'schip voor de vaart op volle zee'.

Met dit addendum wordt de aanschrijving nr. 24 van 29.08.1978 bijgestuurd door te definiëren hoe dit nieuwe begrip moet worden toegepast.

In punt 1 van de aanschrijving nr. 24/78 wordt de wettekst vervangen door de volgende tekst.

1. Artikel 42, § 1, eerste lid, van het Btw-Wetboek werd gewijzigd door de wet van 29.11.2017 (Belgisch Staatsblad van 06.12.2017) en luidt nu als volgt:

§ 1. Van de belasting zijn vrijgesteld:

1° de levering:

a) van schepen voor de vaart op volle zee waarmee passagiersvervoer tegen betaling plaatsvindt of die worden gebruikt voor de uitoefening van een industriële, handels- of visserijactiviteit;

b) van reddingsboten en -schepen voor hulpverlening op zee en schepen voor de kustvisserij;

c) van oorlogsschepen;

d) van binnenschepen bestemd voor de binnenlandse commerciële vaart.

2° de levering aan bouwers, eigenaars en gebruikers van in 1° bedoelde vaartuigen, van voorwerpen bestemd om in die vaartuigen te worden ingelijfd of om te dienen voor de exploitatie van die vaartuigen;

3° de diensten die tot voorwerp hebben de bouw, de verbouwing, de herstelling, het onderhoud, de verhuur of de bevrachting van in 1° bedoelde vaartuigen of in 2° bedoelde voorwerpen;

4° de levering aan de eigenaars of gebruikers van in 1°, a, b en c, bedoelde vaartuigen, van goederen bestemd voor de bevoorrading van die vaartuigen. De vrijstelling is nochtans niet toepasselijk op boordprovisie voor vaartuigen, die gebruikt worden voor de kustvisserij, terwijl met betrekking tot oorlogsschepen de vrijstelling beperkt is tot de bevoorrading van de schepen vallende onder de GN-Code 8906 10 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschap en die het land verlaten met als bestemming een haven of ankerplaats in het buitenland;

5° de andere diensten dan deze genoemd in 3°, die verricht worden voor de rechtstreekse behoeften van in 1°, a en b, bedoelde vaartuigen en hun lading, zoals het slepen, het loodsen, het meren, de reddings- en expertiseverrichtingen, het gebruik van de havens, de diensten als agent verleend door scheepsagenten aan rederijen, de diensten ten behoeve van de aan en afvaart en het verblijf van de bedoelde vaartuigen in de havens, de diensten ten behoeve van passagiers en bemanning verleend voor rekening van rederijen.

De Koning bepaalt de beperkingen en de voorwaarden voor de toepassing van deze paragraaf.

De invoer van de hierboven bedoeld goederen is niet meer opgenomen in artikel 42, § 1, maar kan nog worden vrijgesteld bij toepassing van artikel 40, § 1, 1, a, van het Btw-Wetboek en dat luidt als volgt:

§ 1. Van de belasting zijn vrijgesteld:

1° de invoer en de intracommunautaire verwerving:

a) van goederen waarvan de levering door belastingplichtigen in het binnenland in elk geval is vrijgesteld.

A. Schepen voor de vaart op volle zee waarmee passagiersvervoer tegen betaling plaatsvindt of die worden gebruikt voor de uitoefening van een industriële, handels- of visserijactiviteit

Punt 5 van de aanschrijving nr. 24/78 wordt vervangen door de hiernavolgende tekst.

5. Vrijgestelde vaartuigen

De levering van schepen is vrijgesteld indien is voldaan aan de volgende voorwaarden:

1. Het betreft een schip voor de vaart op volle zee;
2. Het schip is bestemd voor passagiersvervoer tegen betaling of voor de uitoefening van een industriële, handels- of visserijactiviteit;
3. Het schip mag enkel worden gebruikt voor activiteiten die een recht op aftrek doen ontstaan.

a. Voorwaarden om te worden beschouwd als een schip voor de vaart op volle zee

Om een schip te kunnen aanmerken als een schip voor de vaart op volle zee moet het schip voor minstens 70 % worden gebruikt op volle zee.

Voor schepen die voorzien zijn van een IMO-nummer (afgeleverd onder de voorwaarden van de International Maritime Organization) wordt aangenomen dat ze voldoen aan deze voorwaarde.

Voor schepen waarvoor het niet verplicht is om een IMO-nummer te hebben is het aan de eigenaar of gebruiker, die zich wenst te beroepen op de vrijstelling, om aan de leverancier of dienstverrichter de nodige informatie te verstrekken dat het schip wordt gebruikt voor de vaart op volle zee. Dit kan onder meer worden aangetoond aan de hand van een zeebrief of van de werkelijk uitgeoefende activiteit van het desbetreffende schip.

Als er voor in het Belgisch register der zeeschepen ingeschreven schepen met een IMO-nummer twijfel zou ontstaan over het gebruik of voor deze schepen die geen IMO-nummer hebben zal moeten worden aangetoond dat ze de 70 %-drempel respecteren.

b. Verschillende berekeningsmethodes voor de bepaling van de 70 % voor de in België ingeschreven schepen

Om van de vrijstelling te kunnen genieten moet het schip voor minstens 70 % worden gebruikt op volle zee, d.w.z. buiten de nationale territoriale wateren van België (Dit zijn de wateren die niet verder reiken dan 12 zeemijl gemeten vanaf de basislijn vastgelegd volgens het Verdrag van de Verenigde Naties inzake de rechten van de Zee).

Deze evaluatie gebeurt per schip en dus niet op basis van de economische activiteit van de eigenaar of gebruiker.

De 70 %-drempel kan worden aangetoond volgens een van de volgende methodes.

1) Op basis van het aantal trajecten

Het aantal trajecten dat het schip in het kader de economische activiteit heeft afgelegd (niet noodzakelijk vervoer van goederen of personen) in het jaar dat direct voorafgaat aan het jaar waarvoor de toepassing van de vrijstelling wordt gevraagd, is voor tenminste 70 % op volle zee afgelegd. Ieder traject buiten de Belgische territoriale wateren telt mee, ongeacht de duur of de afstand.

In dit verband wordt onder een 'traject' verstaan: de reis tussen twee zeehavens. Met 'zeehavens' wordt bedoeld: door schepen vanuit zee te bereiken havengebieden die zijn ingericht voor het aanleggen van schepen voor de vaart op volle zee. Bij een reis tussen twee zeehavens kan het (ook) gaan om een reis waarbij het schip vertrekt vanuit een zeehaven en vervolgens terugkeert naar diezelfde zeehaven. Zoals de situatie waarin een schip vanuit een zeehaven uitvaart naar een boor-/werkeiland of een windmolenpark dat zich (deels) op volle zee bevindt en vervolgens terugkeert naar diezelfde zeehaven.

2) Op basis van afgelegde afstanden

In het jaar dat direct voorafgaat aan het jaar waarvoor de toepassing van de vrijstelling wordt gevraagd, heeft het schip tenminste 70 % van de totaal gevaren afstand afgelegd op volle zee.

3) Op basis van tijd

Het schip heeft in het jaar dat direct voorafgaat aan het jaar waarvoor de toepassing van de vrijstelling wordt gevraagd voor tenminste 70 % van de vaartijd op volle zee gevaren of 70 % van de operationele tijd op volle zee doorgebracht.

c. Termijn voor de berekening van de 70 %

1) In principe wordt de berekening gedaan op basis van de gegevens van het kalenderjaar voorafgaand aan het jaar waarvoor de toepassing van de vrijstelling wordt gevraagd.

2) Deze periode kan worden uitgebreid naar 5 jaar in bijzondere omstandigheden zoals het buiten gebruik zijn wegens herstelling, onderhoud, verminderde economische activiteit ...

3) Voor nieuwe schepen, schepen in aanbouw of aangekochte schepen, moet een schatting worden gemaakt voor het lopende jaar en het komende jaar.

In punt 6 van de aanschrijving nr. 24/78 worden de woorden 'Zijn aldus bedoeld bij' vervangen door de woorden 'Indien aan de voorwaarden van punt 5 wordt voldaan komen in aanmerking voor de toepassing van'.

In punt 7 van de aanschrijving nr. 24/78 worden de woorden 'De vrijstelling voorzien in artikel 42, § 1, 1°, a, van het Wetboek is eveneens toepasselijk op' vervangen door ''De vrijstelling voorzien in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, a, van het Wetboek kan, als aan de voorwaarden van punt 5 wordt voldaan, eveneens worden toegepast op'.

B. Schepen voor de kustvisserij

De schepen voor de kustvisserij werden door de wetswijziging nu ondergebracht in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, b, van het Wetboek. Dit betekent dat deze schepen niet moeten voldoen aan het criterium van een gebruik van tenminste 70 % op volle zee om van de vrijstelling te kunnen genieten.

Punt 8 van de aanschrijving nr. 24/78 wordt vervangen door de volgende tekst.

8. De vrijstelling bedoeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, b, van het Wetboek betreft uitsluitend de reddingsboten en -schepen voor hulpverlening op zee en de schepen voor de kustvisserij, daaronder begrepen de schepen bestemd voor de garnalen-, mosselen- en kokkelsvisserij.

Er wordt aangenomen dat de vrijstelling ook toepasselijk is voor reddingsboten en -schepen voor hulpverlening die langs de kust gebruikt worden evenals bergingsschepen, sleepboten, loodsboten, blusschepen alsook de vaartuigen van de politie gebruikt langs de kust.

C. Binnenvaart

Punt 10 wordt aangevuld met de volgende paragraaf:

Dit omvat onder meer schepen bestemd voor de estuaire vaart die worden ingezet binnen de 5 zeemijl uit de kust. Deze schepen verzorgen tevens de verbinding tussen de kusthavens en de andere havens en het binnenvaartnetwerk.

D. Niet vrijgestelde vaartuigen of goederen

Punt 11, c wordt vervangen door de volgende tekst:

c) jachten en plezierboten.

Punt 20 wordt vervangen door de volgende tekst:

20. De vrijstelling van de belasting ingesteld bij artikel 42, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek is evenmin van toepassing op de levering van goederen die eerder een privatief karakter of gebruik hebben, aan boord van reddingsboten en -schepen voor hulpverlening op zee en de schepen voor de kustvisserij, oorlogsschepen of binnenschepen gebruikt voor de commerciële binnenvaart, noch op de invoer van dergelijke goederen, door bouwers, eigenaars of gebruikers van genoemde vaartuigen.

E. Levering van vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen en smeermiddelen

Door meerdere arresten van het Hof van Justitie van de Europese Unie is er onduidelijkheid ontstaan wanneer de vrijstelling bedoeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 4°, van het Btw-Wetboek van toepassing kan zijn voor de bevoorrading van schepen voor de vaart op volle zee.

De punten 33, 34, 36, 43, 44 en 45 van de aanschrijving nr. 24/78 worden vervangen door de volgende tekst.

33. Artikel 42, § 1, eerste lid, 4°, van het Wetboek stelt van de belasting vrij de levering aan de eigenaars of gebruikers van in 1°, a, b en c, bedoelde vaartuigen, van goederen bestemd voor de bevoorrading van die vaartuigen.

De vrijstelling is nochtans niet toepasselijk op boordprovisie voor vaartuigen, die gebruikt worden voor de kustvisserij.

Voor oorlogsschepen is de vrijstelling beperkt tot de bevoorrading van de schepen vallende onder de GN-Code 8906 10 00 van de Gecombineerde Nomenclatuur van het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschap en die het land verlaten met als bestemming een haven of ankerplaats in het buitenland.

34. Opgeheven.

36. Ten opzichte van de goederen bestemd voor de bevoorrading bedoeld in nr. 35 hierboven, is de vrijstelling bedoeld bij artikel 42, § 1, eerste lid, 4°, van het Wetboek toepasselijk wanneer die goederen bestemd zijn voor de schepen en boten waarop artikel 42, § 1, eerste lid, 1 °, a, b en c, van het Wetboek betrekking heeft.

De vrijstelling werd ook toegestaan voor de goederen bestemd voor schepen gebruikt voor de kustvisserij, dat wil zeggen de vaartuigen die uitsluitend gebruikt worden door personen wier beroepswerkzaamheid de kustvisserij is, behalve voor wat de boordprovisie betreft. Het hier toegestane stelsel is dus niet toepasselijk op de goederen bestemd voor de bevoorrading van schepen aangewend voor de sportvisserij langs de kust.

40. Wordt opgeheven (zie de circulaire van 17.09.2001 met referte E.T.100.967 voor de levering van brandstof en smeermiddelen aan binnenschepen bestemd voor de binnenlandse commerciële vaart. De voorwaarden waaronder deze schepen kunnen genieten van de vrijstelling worden niet aangepast).

43. Leveringen hier te lande bestemd voor de in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, a, b en c, van het Wetboek omschreven schepen.

Onder dit artikel vallen alleen de bevoorradingsgoederen waarvan de leverancier kan aantonen dat de goederen bestemd zijn voor de in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, a, b en c, van het Wetboek omschreven schepen. Als de definitieve bestemming van de bevoorradingsgoederen niet vaststaat of niet kan worden aangetoond op het ogenblik van de levering kan de vrijstelling niet worden toegepast.

44. Levering aan laatste schakel.

Uitgangspunt is dat de vrijstelling alleen van toepassing is op de levering van bevoorradingsgoederen aan de laatste schakel in de handelsketen, de eigenaar of gebruiker van de in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, a, b en c, van het Wetboek omschreven schepen (HvJ 26.06.1990, zaak C-185/89 (Velker International Oil Company), HvJ 14.09.2006, gevoegde zaken C-181/04 t/m C-183/04 (Elmeka NE), en HvJ 03.09.2015, zaak C-526/13 (Fast Bunkering Klaipėda UAB).

Volgens artikel 3 van het KB nr. 6 wordt voor de toepassing van artikel 42, § 1, eerste lid, 2°, van het Wetboek, aangemerkt als gebruiker van zee- en binnenschepen, iedere persoon die zee- of binnenschepen exploiteert of gebruikt voor passagiers- of goederenvervoer tegen betaling, voor visserij of, meer algemeen, voor de uitoefening van enigerlei industriële of handelsactiviteit.

Dit omvat de juridische eigenaren (de reders en de leasingmaatschappijen maar ook de btw-plichtige ondernemers die namens de juridische eigenaren de schepen feitelijk exploiteren (i.e. scheepsagenten) of (deels) huren.

Onder de in het koninklijk besluit vermelde term zeeschip moet worden verstaan een schip voor de vaart op volle zee.

De levering van vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen en smeermiddelen voor de voortstuwing van de bedoelde schepen aan eerdere schakels in de handelsketen, zoals de levering door een bunkeraar aan een in eigen naam handelde tussenpersonen, valt in beginsel niet onder de vrijstelling. Dit geldt ook als op het tijdstip van zo'n levering vaststaat dat de goederen zijn bestemd voor de laatste schakel in de handelsketen en voor deze eindbestemming bewijs is geleverd.

Het is mogelijk dat bij de levering van vorenbedoelde vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen en smeermiddelen meerdere personen (1) overeenkomsten sluiten met de verplichting tot levering van dezelfde vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen en smeermiddelen en dat deze goederen door de eerste leverancier in de handelsketen (de bunkeraar) rechtstreeks wordt afgeleverd aan de laatste afnemer in de keten (de eigenaar of gebruiker van het schip). In zo'n situatie valt de levering van de vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen en smeermiddelen door de bunkeraar aan de in eigen naam handelende tussenpersoon toch onder de vrijstelling, als:

- de bunkeraar de vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen en smeermiddelen rechtstreeks laadt in de tank van het betrokken schip of naast het schip plaats voor onmiddellijk aan boord te brengen door de bunkeraar of de eigenaar of gebruiker van het schip; en

- de eigendom van de vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen en smeermiddelen ten vroegste van de bunkeraar naar de tussenpersoon overgaat op het tijdstip waarop de eigenaar of gebruiker van een schip voor de vaart op volle zee de macht heeft verkregen om feitelijk als eigenaar over deze goederen te beschikken.

(1) De leverancier/bunkeraar sluit een overeenkomst tot levering met de op eigen naam handelende tussenpersoon en de op eigen naam handelende tussenpersoon sluit een overeenkomst tot levering met de eigenaar of gebruiker van het schip. Het is eveneens mogelijk dat de tussenpersoon een overeenkomst afsluit met een andere tussenpersoon die dan uiteindelijk een overeenkomst sluit tot levering met de eigenaar of gebruiker van het schip.

Overigens valt de levering van de vaste, vloeibare en gasvormige brandstoffen en smeermiddelen door de laatste tussenpersoon aan de eigenaar of gebruiker van het schip zeker onder de vrijstelling, omdat sprake is van een levering aan de laatste schakel in de handelsfase.

De levering aan de bunkeraar wordt hier niet bedoeld omdat er al een effectieve eigendomsoverdracht is aan de bunkeraar op het ogenblik van het aan boord brengen van het bunkerschip.

45. Om de vrijstelling te kunnen toepassen is het absoluut noodzakelijk dat de eindbestemming van de goederen kan worden aangetoond. Dit gebeurt aan de hand van een document dat verschillende namen kan hebben zoals bestelbon, delivery note, delivery receipt, orderform, orderbevestiging

Dit document kan als verantwoordingsstuk worden aanvaard als het de volgende gegevens bevat:

- naam, adres, btw-nummer van de leverancier

- de naam van de afnemer, adres, in voorkomend geval het btw-nummer (eigenaar, gebruiker of opdrachtgever)

- naam van het schip

- IMO-code van het schip

- datum levering van de goederen

- omschrijving van de goederen

- de geleverde hoeveelheid

- ontvangstbevestiging van de goederen door een verantwoordelijke van het schip.

- verklaring op erewoord dat het schip uitsluitend bestemd is voor commerciële activiteiten en hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de vaart op volle zee en (dit laatste is niet van toepassing voor de reddingsboten en -schepen en schepen voor de kustvisserij). Deze verklaring dient in voorkomend geval door degene die ze heeft ontvangen te worden doorgegeven aan de tussenpersonen.

Wanneer het gaat om goederen bestemd voor de bevoorrading van oorlogsschepen die het land verlaten met als bestemming een haven of een ankerplaats in het buitenland, moet op de bestelbon tevens die plaats van bestemming in het buitenland voorkomen.

De factuur die aan de verkrijger wordt uitgereikt bevat dezelfde elementen en moet daarenboven verwijzen naar de bestelbon.

F. Diensten – Laden en lossen van een schip voor de vaart op volle zee

Met het arrest van 04.05.2017 in de zaak C-33/16 A Oy heeft het Hof van Justitie van de Europese Unie voor recht verklaard dat:

1) artikel 148, onder d), van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28.11.2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (artikel 42, § 1, eerste lid, 5°, van het Btw-Wetboek) aldus moet worden uitgelegd dat hijsdiensten bestaande in het laden en lossen van een schip diensten zijn die worden verricht voor de rechtstreekse behoeften van de lading van de in artikel 148, onder a), van die richtlijn bedoelde schepen (artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, a, en b, van het Btw-Wetboek).

2) artikel 148, onder d), van Richtlijn 2006/112 (artikel 42, § 1, eerste lid, 5°, van het Btw-Wetboek) aldus moet worden uitgelegd dat niet alleen hijsdiensten bestaande in het laden en lossen van een schip als bedoeld in artikel 148, onder a), van die richtlijn die plaatsvinden in de eindhandelsfase van een dergelijke dienst, kunnen worden vrijgesteld, maar tevens in een eerdere fase verrichte diensten, zoals een dienst verricht door een onderaannemer voor een ondernemer die deze vervolgens doorberekent aan een transit- of vervoeronderneming, en dat ook hijsdiensten bestaande in het laden en lossen van een schip die worden verricht voor degene die deze lading onder zich heeft, zoals de exporteur of de importeur ervan, kunnen worden vrijgesteld.

Door dit arrest wordt duidelijk gesteld dat het moet gaan om een dienst verricht aan een schip bedoeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, a, of b, van het Btw-Wetboek of zijn lading.

De vrijstelling van artikel 42, § 1, eerste lid, 5°, van het Btw-Wetboek kan aldus slechts worden verleend indien de handeling beantwoordt aan de volgende toepassingscriteria.

- aard: de dienst moet inherent zijn aan de scheepvaart, m.a.w. noodzakelijk zijn voor de exploitatie van het schip of zijn lading;

- bestemming: het moet gaan om diensten verricht aan een schip of zijn lading, wat een directe relatie veronderstelt.

Als diensten verricht voor de rechtstreekse behoeften van de vrijgestelde schepen en hun lading worden derhalve aangemerkt, de verrichtingen die, gelet op hun aard en bestemming, rechtstreeks verband houden met de behoeften van die schepen en hun lading en bijgevolg noodzakelijk eigen zijn aan de zeevaart.

Er wordt in de aanschrijving nr. 24/78 een punt 52bis ingevoegd:

52bis Laden en lossen van een schip voor de vaart op volle zee.

Door het arrest van 04.05.2017 in de zaak C-33/16 A Oy kan de vrijstelling voor het laden en lossen van een schip voor de vaart op volle zee worden toegepast in de rechtstreekse relatie tussen de eigenaar of gebruiker van het schip en de persoon die de goederen van of aan boord brengt. Deze vrijstelling kan echter ook indien de overeenkomst voor laden en lossen wordt afgesloten door eenieder die opdracht geeft om de goederen van boord te halen of aan boord te brengen van een schip bedoeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 1°, a, of b, van het Btw-Wetboek.

Vanaf het ogenblik dat de goederen de kade naast het schip hebben verlaten of vooraleer ze op deze kade naast het schip worden geplaatst, gaat het niet om de lading van een schip. In deze fases kan de vrijstelling bedoeld in artikel 42, § 1, eerste lid, 5°, niet worden ingeroepen.

G. Formaliteiten. Purchase order of Bestelbon voor leveringen van goederen of diensten aan schepen, al dan niet ingeschreven in België

Wanneer in de andere gevallen dan in punt 45, zoals hierboven beschreven, in de aanschrijving nr. 24/78 gesproken wordt van de aflevering van een bestelbon, delivery note, delivery receipt orderform, orderbevestiging en de inhoud ervan, dan moet deze bestelbon de hieronder vermelde elementen bevatten.

Dit document kan als verantwoordingsstuk worden aanvaard als het de volgende gegevens bevat:

1) naam, adres, btw-nummer van de leverancier of dienstverrichter

2) de naam van de afnemer, adres, in voorkomend geval het btw-nummer (eigenaar, gebruiker of opdrachtgever)

3) naam van het schip

4) IMO-code van het schip

5) datum levering van de goederen of de dienstverrichting

6) omschrijving van de goederen/diensten

7) in voorkomende geval de geleverde hoeveelheid

8) in voorkomend geval de melding dat de diensten noodzakelijk zijn voor het schip of zijn lading

9) ontvangstbevestiging van de goederen/diensten door een verantwoordelijke van het schip

10) verklaring op erewoord dat het schip uitsluitend bestemd is voor commerciële activiteiten en hoofdzakelijk wordt gebruikt voor de vaart op volle zee (dit laatste is niet van toepassing voor de reddingsboten- en schepen en schepen voor de kustvisserij). Deze verklaring dient in voorkomend geval door degene die ze heeft ontvangen te worden doorgegeven aan de tussenpersonen.

H. Aansprakelijkheid

Punt 54 wordt vervangen door de volgende tekst:

Door op de bestelbon, delivery note, delivery receipt, orderform, orderbevestiging … of op het invoerdocument de bij artikel 42, § 1, van het Wetboek ingestelde vrijstelling in te roepen en de verklaring op erewoord af te leggen, gaat de verkrijger of de invoerder de verbintenis aan de gestelde voorwaarden na te leven en zelf de belasting te voldoen die verschuldigd is over de aankoop of de invoer, in geval de vrijstelling onrechtmatig mocht zijn toegekend op basis van verkeerde of misleidende gegevens opgenomen in hogergenoemde documenten.

De bepalingen van artikel 70 van het Btw-Wetboek zijn van toepassing, inzonderheid artikel 70, § 4, tweede lid.

I. Overgangsmaatregelen

Voor de belastingplichtigen die tot op heden een werkwijze hebben toegepast vergelijkbaar met de hierboven beschreven procedure en die vergelijkbare informatie bevat waardoor de vrijstelling kan worden gemotiveerd, zal niet worden teruggekomen op het verleden.