Circulaire nr. 8/2013 d.d. 25.06.2013
(Circulaire AAF nr. 8/2013)
Brussels Hoofdstedelijk Gewest – Successierechten – Wijziging art. 21, III – Nieuwe bijzondere waarderingsregel voor EER- openbare effecten en niet in de prijscourant opgenomen Belgische openbare effecten
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN
Beleidsexpertise en -ondersteuning
Administratie van Fiscale Zaken
4de dienst – 2de directie
PATRIMONIUMDOCUMENTATIE
Kadaster, Registratie en Domeinen,
3 bijlagen
In het Belgisch Staatsblad van 4 december 2012 werd de ordonnantie van 22 november 2012 tot wijziging van het Wetboek der successierechten bekendgemaakt.
Bij deze ordonnantie wordt artikel 21 van het Wetboek der successierechten, zoals dat geldt in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, gewijzigd.
Deze ordonnantie is in werking getreden op14 december 2012.
Deze circulaire bevat een eerste commentaar bij de nieuwe bepalingen. De tekst van de ordonnantie gaat in bijlage 1. Bijlage 2 bevat de geconsolideerde tekst van het gewijzigde artikel van het W. Succ. Br. Bijlage 3 herneemt voor een goed begrip enkele definities uit de wet van 2 augustus 2002 (geconsolideerde versie) betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
Commentaar
1. Inleiding
De wijzigingen werden door de Brusselse ordonnantiegever doorgevoerd om de betreffende bepalingen van het Brussels Wetboek der successierechten te doen sporen met de Europese voorschriften op het vlak van vrijheid van kapitaalverkeer of van vestiging.
De wijzigingen die bij artikel 2 van de ordonnantie aan artikel 21 van het W. Succ. Br. worden aangebracht, betreffen - naast een updating van de terminologie in het kader van de reeds bestaande bijzondere waarderingsregel voor de in de prijscourant vermelde "in België genoteerde" effecten (artikel 21, III, W. Succ. Br., nieuw eerste lid) - de invoering van een nieuwe regel houdende een eveneens bijzondere manier van waardebepaling voor niet in de prijscourant vermelde maar wel "in de EER (1) genoteerde" effecten (artikel 21, III/ter, W. Succ. Br., nieuw).
----------
(1) EER = Europese Economische Ruimte, bestaande uit de landen van de Europese Unie, inclusief België, aangevuld met de landen van de Europese Vrijhandels Associatie met uitzondering van Zwitserland.
2. Wijziging van artikel 21, III, W. Succ. Br.
2.1. Algemeen
2.1.1. Oude toestand
Vóór de inwerkingtreding van het decreet gold de bijzondere waarderingsregel neergelegd in artikel 21 III W. Succ. enkel voor "openbare effecten". Dit konden zowel Belgische als vreemde effecten zijn mits ze maar in België werden genoteerd (2).
----------
(2) cf. Vakcursus "Cursus van successierechten, bepalingen toepasselijk in het Vlaams Gewest", uitgave 2010, blz. 121, nr. f 14.07
"Met openbare effecten bedoelt men de aandelen en obligaties van vennootschappen, de obligaties van de Staat, de Gewesten en Gemeenschappen, van provincies, gemeenten, alsmede van de openbare instellingen, van de Europese en internationale instellingen die in een effectenbeurs worden of kunnen worden genoteerd. Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen Belgische of vreemde effecten; het enig in aanmerking te nemen criterium is hun notering in Belgie.".
2.1.2. Nieuwe toestand : uitbreiding toepassingsgebied van de bijzondere waarderingsregel in het oude artikel 21 III W. Succ.
Ingevolge de kritiek van de Europese Commissie heeft de Brusselse ordonnantiegever een analoge bijzondere waarderingsregel toegevoegd voor "effecten" genoteerd in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte (EER) en die niet in de Belgische prijscourant voorkomen. Juridisch-technisch omvat die nieuwe waarderingsregel twee luiken:
eerste luik: EER-openbare effecten (definitie zie verder: Opmerking over de terminologie, punt 2.2. in fine)
tweede luik: niet in de prijscourant genoteerde Belgische openbare effecten (definitie zie verder: Opmerking over de terminologie, punt 2.2. in fine)
2.2. Artikel 21 III, eerste lid - herneming - mutatis mutandis - van de bestaande bijzondere waarderingsregel
Het nieuwe eerste lid van artikel 21, III, is in feite niets anders dan een geüpdate versie van de oude regeling zoals beschreven onder punt 2.1.1. De terminologie ervan wordt in overeenstemming gebracht met die van de MiFID-richtlijn (3) en de Belgische omzetting ervan.
----------
(3) MiFID staat voor Markets in Financial Instruments Directive. MiFID is kort gezegd de Europese beleggingsrichtlijn.
In deze geüpdatete versie wordt niet meer gesproken van "openbare effecten", maar van "financiële instrumenten toegelaten tot verhandeling op Belgische gereglementeerde markten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 5°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en Belgische multilaterale handelsfaciliteiten (4) als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van dezelfde wet".
----------
(4) De genoemde wet van 2 augustus 2002, zoals gewijzigd, bevat deels de omzetting in Belgisch recht van de MiFID-richtlijn.
Het begrip "financiële instrumenten" (5) komt in de plaats van het vroeger gebruikte begrip "effecten". Voor de precieze juridische inhoud van het begrip "financiële instrumenten" wordt verwezen naar bijlage 3.
----------
(5) De redactie van het nieuwe eerste lid van artikel 21, III, verwijst wat het begrip "financiële instrumenten" betreft, niet naar de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten. De administratie neemt echter aan dat de Vlaamse decreetgever aan dat begrip dezelfde inhoud heeft willen geven als die welke het heeft in het kader van vermelde wet.
De vereiste van het "openbaar" karakter van de waarden is vervangen door de vereiste van "toegelaten zijn tot verhandeling op Belgische gereglementeerde markten … en Belgische multilaterale handelsfaciliteiten (6) …". Ook voor de definitie van deze begrippen wordt verwezen naar bijlage 3 (7).
----------
(6) De lijst van de Belgische gereglementeerde markten en de lijst van Belgische MTF-exploitanten en de MTF's die zij uitbaten kan men vinden op de website van FSMA (http://www.fsma.be/nl/Supervision/fm/ma/moma.aspx)
MTF staat voor "Multilateral Trading Facility" zijnde de vertaling in het Engels van "Multilaterale Handelsfaciliteit" ; FSMA staat voor "Financial Services And Markets Authority", in het Nederlands "Autoriteit Financiële Diensten en Markten", de opvolger van de vroegere Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen (CBFA).
(7) De begrippen "Belgische gereglementeerde markten" en "Belgische multilaterale handelsfaciliteiten" worden door de decreettekst zelf wel rechtstreeks gelinkt aan de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten.
Puur praktisch bekeken verandert er niets wat betreft de aan te geven effecten die in de prijscourant zijn vermeld . Die waarden moeten zoals in het verleden worden aangegeven overeenkomstig de in de gekozen prijscourant opgegeven waarde. Evenzeer blijft gelden dat wanneer een effect dat in de gekozen prijscourant is opgenomen (8) maar niet is genoteerd (bijvoorbeeld wegens geen handel), dat effect overeenkomstig artikel 19 van het Wetboek moet worden geschat op zijn verkoopwaarde.
----------
(8) Deze situatie moet onderscheiden worden van het geval waarin het effect weliswaar is toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt of op een Belgische Multilaterale Handelsfaciliteit (MTF), maar niet is vermeld in de prijscourant. Zie verder punt 2.3.2.
Opmerking over de terminologie in het vervolg van de circulaire
Hierna wordt in de circulaire verder gebruik gemaakt van de oude terminologie ("effecten" en "openbare") omdat dat toelaat de wijzigingen op een beknoptere manier te duiden. Bijgevolg moet hierna verstaan worden onder:
effecten: financiële instrumenten zoals gedefinieerd in artikel 2, 1° van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten;
openbare effecten: effecten die "toegelaten zijn tot verhandeling op een gereglementeerde markt of op een multilaterale handelsfaciliteit" ongeacht of die toelating volgens de Belgische wetgeving en/of volgens de wetgeving van een EER-lidstaat andere dan België, is gegeven.
Belgische openbare effecten =openbare effecten genoteerd in België: effecten die toegelaten zijn tot verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt of op een Belgische multilaterale handelsfaciliteit, ongeacht of ze in België uitgegeven zijn of niet en ongeacht of ze ook zijn toegelaten tot verhandeling op een gereglementeerde markt van een E.E.R-lidstaat andere dan België, of op een multilaterale handelsfaciliteit van een E.E.R-lidstaat andere dan België.
-
EER-openbare effecten= openbare effecten genoteerd in een EER-lidstaat: effecten die, ongeacht of ze in een EER-land uitgegeven zijn of niet, toegelaten zijn tot:
ofwel verhandeling op een gereglementeerde markt van een EER-lidstaat andere dan België, en die niet ook zijn toegelaten tot verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit
ofwel op een multilaterale handelsfaciliteit van een EER-lidstaat andere dan België, en die niet ook zijn toegelaten tot verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt of multilaterale handelsfaciliteit.
2.3. Artikel 21 III/ter, toevoeging aan de bestaande bijzondere waarderingsregel van een nieuwe bijzondere waarderingsregel.
2.3.1. Voor EER-openbare effecten.
De nieuwe bijzondere waarderingsregel geldt in de eerste plaats voor de EER-openbare effecten.
Omdat het praktisch onmogelijk is om voor alle EER-landen (27 EU-landen + IJsland, Noorwegen en Liechtenstein) (9) een met de Belgische prijscourant vergelijkbare maandelijkse tabel van de gemiddelde noteringen van die effecten op te stellen, heeft de Brusselse ordonnantiegever voor die effecten een nieuwe bijzondere waarderingsregel ingevoerd.
----------
(9) Volgens de gegevens beschikbaar in de door ESMA (European Securitiesand Markets Authority) bijgehouden MiFID databases zijn er heden ongeveer (toestand kan ondertussen zijn gewijzigd) 92 gereglementeerde markten (waarop 6012 aandelen tot verhandeling zijn toegelaten) en 142 MTF's (http://mifiddatabase.cesr.eu/Index.aspx?sectionlinks_id=4=0=Home)
2.3.1.1. Zelf te berekenen
Afwijkend ten opzichte van de voor Belgische openbare effecten geldende waardebepaling volgens de opgave in de prijscourant - en waar dus de Federale Overheid voor de berekening van de gemiddelde maandnotering instaat - moeten in het kader van de nieuwe bijzondere waarderingsregel de tot indiening van de aangifte van nalatenschap gehouden personen zelf het gemiddelde van de "noteringen" in de loop van de gekozen maand bepalen.
2.3.1.2. Gemiddelde (slot)koers
De aan te geven EER-effecten moeten gewaardeerd worden op de gemiddelde (slot)koers ervan gedurende de gekozen maand. Normaliter wordt er iedere beursdag een slotkoers vermeld. De aan te geven waarde van een effect bestaat dan in het gemiddelde van de gedurende de maand genoteerde slotkoersen (10). De voor de berekening van dat gemiddelde noodzakelijke gegevens zullen de aangevers moeten putten uit koersinformatie beschikbaar in de gespecialiseerde geschreven pers en/of op websites van de betrokken gereglementeerde markten of multilaterale handelsfaciliteiten, banken die beursinformatie ter beschikking stellen, enz...
----------
(10) Indien er geen slotkoersen worden vermeld, zal voor elke beursdag het gemiddelde moeten gemaakt worden van de hoogste en laagste notering. Het aan te geven bedrag bestaat dan in het gemiddelde van die gemiddelde dagkoersen.
Quid als een aandeel genoteerd wordt op verschillende Europese (in deze context uiteraard andere dan Belgische) gereglementeerde markten of MTF's? In principe hebben de aangevers dan de vrije keuze tussen die Europese beurzen. Vb. Het aandeel "Royal Dutch Shell" wordt genoteerd op NYSE-Euronext Amsterdam (AEX-aandeel), London Stock Exchange, Chi-X Europe (11) en op Wallstreet (NYSE-Euronext New York). Behalve Wallstreet, dat immers een niet-EER beurs is, mogen de aangevers voor de noteringen op één van de andere genoemde beurzen kiezen.
----------
(11) Een in London gevestigde MTF-operator die door de FSA-UK (Financial Services Authority - de controlerende instantie in het Verenigd Koninkrijk) toegelaten is.
2.3.1.3. Genoteerd gedurende één van de maanden die kan worden gekozen
De aangifteplichtigen kunnen kiezen tussen het gemiddelde van de slotkoersen gedurende:
ofwel de maand van het overlijden (12).
ofwel één van de twee maanden volgend op de maand van het overlijden.
----------
(12) Merk op dat de periode van drie maand waaruit voor de waardering van EER-openbare effecten een maand moet gekozen worden, overeenstemt met de periode van drie maand bestreken door de drie prijscouranten waaruit er één moet gekozen worden voor de waardering van in de prijscourant genoteerde Belgische effecten. De prijscourant die principieel in aanmerking wordt genomen is immers die welke gepubliceerd wordt in de maand volgend op die van het overlijden en de in die prijscourant opgenomen noteringen betreffen de koersgemiddelden van de effecten tijdens de maand van het overlijden.
2.3.1.4. De gekozen maand geldt voor alle EER-openbare effecten
De aangevers moeten één maand kiezen voor de waarderingen van alle aan te geven EER-openbare effecten.
Quid indien de nalatenschap naast EER-openbare effecten ook Belgische openbare effecten bevat die in de prijscourant zijn genoteerd (13)? Uit de opbouw van het III van artikel 21, zoals gewijzigd, moet worden geconcludeerd dat de gekozen prijscourant niet noodzakelijk de noteringen van dezelfde maand moet betreffen als de maand welke voor de waardebepaling van de EER-openbare effecten is gekozen.
----------
(13) Te onderscheiden van het geval waarin de nalatenschap naast EER-openbare effecten ook Belgische openbare effecten die niet zijn opgenomen in de Belgische prijscourant - zie verder: punt 2.3.2. in fine.
Voorbeeld:
Een nalatenschap opengevallen op 10 januari 2013 bevat onder meer:
1.000 aandelen X, zijnde een Belgisch openbaar effect opgenomen in de prijscourant
1.000 aandelen Y, zijnde een EER-openbaar effect dat enkel verhandeld wordt op NYSE Euronext-Amsterdam.
Voor de waardering van de X-aandelen mogen de aangevers bijvoorbeeld de prijscourant die verschijnt op 20 februari 2013 kiezen (14) - die dus betrekking heeft op de noteringen in de maand januari - en voor de waardering van de Y- aandelen zich baseren op de noteringen in de maand maart (15) op NYSE-Euronext Amsterdam.
----------
(14) Keuze voor deze prijscourant hoeft niet te worden vermeld in de aangifte, vermits het die is van de maand volgend op de maand van het overlijden; anders zou het zijn bij de keuze voor één van de drie overige kiesbare maanden.
(15) Keuze voor deze maand moet uitdrukkelijk vermeld worden in de aangifte, vermits het niet de maand van het overlijden is.
2.3.1.5. Vermelding gekozen maand en overmaking koersinformatie
De keuze van de maand moet uitdrukkelijk in de aangifte worden vermeld, althans wanneer gekozen wordt voor een andere maand dan de maand van het overlijden (zie voorbeeld hierboven en voetnoot 14). De aangifte zal evenwel niet als onvolledig worden beschouwd indien de gekozen maand onmiddellijk en ondubbelzinnig blijkt uit de door de aangevers aan de ontvanger bezorgde gegevens die gediend hebben om tot de aangegeven waarde te komen.
De vereiste van overmaking aan de ontvanger van de voor de waardering gebruikte koersinformatie is niet uitdrukkelijk gesteld in de ordonnantie. De reden daartoe is dat de Brusselse ordonnantiegever die vereiste als inherent aan de nieuwe regeling beschouwt. Inderdaad, in de memorie van toelichting bij het ontwerp van ordonnantie (16) luidt het als volgt: "Dit is de koersinformatie die in de gespecialiseerde geschreven pers en/of middels gespecialiseerde elektronisch raadpleegbare bronnen beschikbaar is. Deze aanpak impliceert dat de aangever in de successierechten de relevante marktdata verzamelt middels deze publiek beschikbare informatiebronnen en vervolgens overmaakt aan de administratie.".
----------
(16) Brussels Parlement, doc A-318/1, Ontwerp van ordonnantie tot wijziging van het Wetboek der successierechten, blz. 3.
Het tijdstip van overmaking van de bedoelde relevante marktdata (inclusief de gekozen maand) aan de administratie hoeft strikt genomen niet samen te vallen met het tijdstip van indiening van de aangifte van nalatenschap maar moet zich normaliter situeren vóór het verstrijken van de termijn voor de indiening van de aangifte. Indien bij het verstrijken van die termijn de aangifte al is ingediend maar de relevante marktdata niet zijn meegedeeld hoewel de ontvanger de aandacht van de indieners op de verplichting daartoe heeft gevestigd bij de indiening van de aangifte, zal de ontvanger de aangifte terugsturen wegens onregelmatig; indien de aangifteplichtigen vervolgens binnen een redelijke termijn geen regelmatige aangifte indienen door bijvoeging van de relevante marktdata, is de ontvanger gerechtigd de verschuldigde sommen van ambtswege te begroten en bij dwangbevel in te vorderen.
De Brusselse ordonnantiegever heeft er willen voor zorgen dat de aangevers betrouwbare marktdata aandragen. Hij heeft immers de administratie de mogelijkheid gegeven van de aangevers te vragen dat zij de aangebrachte data middels een tweede onafhankelijke bron staven. Dit bijkomend bewijs zal door de administratie enkel gevraagd worden indien de waardering door de eerste onafhankelijke bron niet als aannemelijk kan worden beschouwd. Falen de aangifteplichtigen erin de oorspronkelijke waardebepaling met gegevens uit een tweede onafhankelijke bron te staven, dan kan de ontvanger de aangifte als onregelmatig beschouwen en is hij gerechtigd de nagelaten goederen ambtshalve te waarderen en de verschuldigde rechten bij dwangbevel in te vorderen.
Praktisch voorbeeld: aan te geven waarde van EER-openbare effecten
X is overleden op 20 januari 2013. Zijn nalatenschap bevat 1.000 aandelen «Heineken Holding» (17) en 1.000 aandelen «Fugro» (18).
----------
(17) Niet te verwarren met het aandeel «Heineken», zonder meer.
(18) "Fugro" is een in Nederland gebaseerde onderneming die gegevens over het aardoppervlak en de (zee)bodem verzamelt, verwerkt en interpreteert en die op basis daarvan adviezen verstrekt ten behoeve van klanten in diverse sectoren.
De aangevers kunnen de aan te geven waarde van die aandelen baseren op de gemiddelde slotkoers van de aandelen in de maand januari, februari of maart. Bij veronderstelling kiezen ze voor de maand januari (19). Zowel de «Heineken Holding» als de «Fugro» aandelen zijn aandelen van Nederlandse bedrijven die niet worden vermeld in de (Belgische) Prijscourant en evenmin worden genoteerd op een Belgische gereglementeerde markt of NTF; ze worden wel genoteerd op NYSE-Euronext Amsterdam (20) (http://europeanequities.nyx.com/nl/markets/nyse-euronext)
----------
(19) Vermits het de maand van het overlijden is, hoeft de keuze voor de maand januari niet uitdrukkelijk in de aangifte van nalatenschap te worden vermeld.
(20) Het Fugro-aandeel wordt bovendien nog op enkele andere Europese beurzen genoteerd.
Een gemakkelijke en betrouwbare bron voor de weergave van de slotkoersen tijdens de gekozen maand is de "Officiële Prijscourant van Nederland" die voor iedere Amsterdamse beursdag verschijnt. De "OPC" kan men vinden via de volgende link: OPC – Official list. Het volstaat vervolgens op de geopende site van Nyse Euronext op één van de twee links naar de"Officiële Prijcourant" te klikken.
Het samenbrengen van de bedoelde slotkoersen geeft de volgende tabellen:
| Heineken Holding | FUGRO | ||
|---|---|---|---|
| Datum | Slotkoers | Datum | Slotkoers |
| 1 | 1 | ||
| 2 | 42,27 | 2 | 45,65 |
| 3 | 42,495 | 3 | 45,72 |
| 4 | 42,46 | 4 | 45,595 |
| 5 | 5 | ||
| 6 | 6 | ||
| 7 | 42,415 | 7 | 44,735 |
| 8 | 42,885 | 8 | 44,725 |
| 9 | 42,695 | 9 | 44,50 |
| 10 | 41,62 | 10 | 44,6 |
| 11 | 41,365 | 11 | 44,53 |
| 12 | 12 | ||
| 13 | 13 | ||
| 14 | 40,84 | 14 | 44,07 |
| 15 | 41,22 | 15 | 43,915 |
| 16 | 41,81 | 16 | 43,97 |
| 17 | 42,13 | 17 | 44,05 |
| 18 | 42,495 | 18 | 43,905 |
| 19 | 19 | ||
| 20 | 20 | ||
| 21 | 42,445 | 21 | 44,27 |
| 22 | 42,15 | 22 | 45,8 |
| 23 | 42,72 | 23 | 46,345 |
| 24 | 42,655 | 24 | 46,035 |
| 25 | 43,015 | 25 | 46,295 |
| 26 | 26 | ||
| 27 | 27 | ||
| 28 | 43,48 | 28 | 46,685 |
| 29 | 43,505 | 29 | 46,445 |
| 30 | 44,13 | 30 | 44,475 |
| 31 | 43,525 | 31 | 44,635 |
Als gemiddelde slotkoers geeft dit voor «Heineken Holding» (934,325 : 22 =) 42,47 € en voor Fugro (990,95 :22 =) 45,043 €, wat maakt dat het pakket «Heineken Holding»-aandelen moet gewaardeerd worden op 42,47 € x 1.000 = 42.470 € en het pakket Fugro-aandelen op 45,043 € x 1.000 45.043 €.
2.3.2. Voor bepaalde Belgische openbare effecten
De nieuwe bijzondere waarderingsregel geldt tevens voor de niet in de prijscourant opgenomen (21) Belgische openbare effecten.
----------
(21) Deze situatie moet onderscheiden worden van de situatie waarin het Belgisch openbaar effect wel in de gekozen prijscourant is vermeld, maar erin niet wordt genoteerd. Zie punt 2.2. in fine.
Het begrip "Belgisch openbaar effect" of "openbaar effect genoteerd in België"zoals gedefinieerd in deze circulaire is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest voortaan gekoppeld aan de concepten "gereglementeerde markt" en "multilaterale handelsfaciliteit" (22) (zie supra - "Opmerking over de terminologie"). In de prijscourant worden echter niet alle effecten opgenomen die genoteerd worden op één van de door de bevoegde overheid (23) erkende Belgische effectenmarkten (gereglementeerde markten en MTF's). In zijn huidige vorm bevat de prijscourant niet de effecten die zijn genoteerd op Belgische MTF's, andere dan Alternext, en op de gereglementeerde markt LIFFE (24) Brussel.
----------
(22) Doorgaans aangeduid met de Engelse afkorting "MTF" of "Multilateral Trade Facility".
(23) Naargelang het geval de federale Minister van Financiën of de FSMA. De FSMA (Financial Services and Markets Authority - Autoriteit voor Financiële Diensten en Markten) is de Belgische toezichthouder op de effectenmarkten die hier te lokaliseren zijn
(24) Liffe is de derivatenbeurs van NYSE Euronext
Voor de effecten genoteerd op een Belgische MTF, andere dan Alternext, en voor die genoteerd op LIFFE Brussel (25) geldt dus mutatis mutandis wat onder punt 2.3.1.1. tot 2.3.1.5. is gesteld.
----------
(25) In de huidige situatie ; niets belet echter dat er in de toekomst in België gereglementeerde markten of MTF's bijkomen of verdwijnen. De FSMA is ertoe gehouden op haar website de actuele lijsten van de Belgische gereglementeerde markten en MTF's te publiceren.
Indien EER-openbare effecten en effecten als bedoeld in de vorige alinea deel uitmaken van de nalatenschap, dan moet de waardebepaling van beide soorten effecten gebeuren aan de hand van de koersen ervan genoteerd gedurende dezelfde gekozen maand.
3. Overzichtstabel toepasselijke waarderingsregel voor openbare effecten
| OPENBAAR EFFECT | QUOTERING | WAARDERING | |
|---|---|---|---|
| A.R. | B.R. | ||
| Belgisch, vermeld in pc | genoteerd in gekozen pc | 1 | |
| niet genoteerd in gekozen pc | X | ||
| Belgisch, niet vermeld in pc | genoteerd gedurende gekozen maand | 2 | |
| niet genoteerd gedurende gekozen maand | X | ||
| E.E.R. | genoteerd gedurende gekozen maand | 2 | |
| niet genoteerd gedurende gekozen maand | X | ||
| andere | X | ||
waarbij:
pc staat voor prijscourant;
A.R. staat voor Algemene Regel (= art. 19 W. Succ. Br.)
B.R. 1 staat voor Bijzondere Regel 1 (= art. 21, III, W. Succ. Br.).
B.R. 2 staat voor Bijzondere Regel 2 (= art.21, IIIter, W. Succ. Br.)
4. Inwerkingtreding
De ordonnantie treedt in werking op 14 december 2012, zijnde - bij gebreke van een bijzondere bepaling ter zake - de tiende dag na de bekendmaking van de ordonnantie in het Belgisch Staatsblad.
De gewijzigde bepaling in het Wetboek der successierechten is dus van toepassing bij de heffing van de rechten verschuldigd op nalatenschappen die met ingang van 14 december openvallen, mits die rechten in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te lokaliseren zijn.
5. Taks tot vergoeding der successierechten
Voor de volledigheid wordt nog opgemerkt dat de wijzigingen aan artikel 21, W. Succ. Br., bij onderhavig decreet, geen invloed hebben in het kader van de zetting van de jaarlijkse taks tot vergoeding der successierechten (26). De oude federale wettekst - zoals vóór enige wijziging ervan door de Brusselse ordonnantiegever - blijft van toepassing.
----------
(26) Cf. art. 150, 4de lid, W. Succ. : "De bepalingen van boek I betreffende de belastinggrondslag en de rechtsregeling van de voorwaardelijke en betwiste bezittingen zijn van overeenkomstige toepassing op de belasting ingesteld bij art. 147.
Bijlage 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 4 december 2012
BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST
22 NOVEMBER 2012. - Ordonnantie tot wijziging van het Wetboek der Successierechten (1)
Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Executieve, bekrachtigen, het geen volgt :
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
Art. 2. In artikel 21 van het Wetboek der Successierechten, gewijzigd bij artikel 2 van de ordonnantie van 19 maart 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
- het eerste lid van III wordt vervangen als volgt :
«Voor financiële instrumenten toegelaten tot verhandeling op Belgische gereglementeerde markten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 5°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en Belgische multilaterale handelsfaciliteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van dezelfde wet, volgens de prijscourant die op last van de regering wordt uitgegeven, voor zover de noteringen van de prijscourant beantwoorden aan een gemiddelde (slot)-koers genoteerd gedurende de maand waarvoor deze opgemaakt wordt.»;
- een III/ter wordt ingevoegd, luidend :
«Voor financiële instrumenten toegelaten tot verhandeling op buitenlandse gereglementeerde markten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 6°, van dezelfde wet, buitenlandse multilaterale handelsfaciliteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van dezelfde wet, en voor financiële instrumenten toegelaten tot verhandeling op Belgische gereglementeerde markten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 5°, van dezelfde wet en Belgische multilaterale handelsfaciliteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van dezelfde wet welke niet zijn opgenomen in de prijscourant, volgens de gemiddelde (slot)koers gedurende de maand van het overlijden, zoals bepaald op basis van koersinformatie beschikbaar in de gespecialiseerde geschreven pers en/of middels gespecialiseerde elektronisch raadpleegbare bronnen. De belastingplichtige kan worden gevraagd deze koersinformatie middels een tweede onafhankelijke bron te staven.
Evenwel, kunnen de belanghebbenden zich beroepen op de gemiddelde (slot)koers van de betrokken effecten van een van de twee daaropvolgende maanden, op voorwaarde hun keuze in hun aangifte aan te duiden.
De belanghebbenden mogen slechts één van de voormelde maandperioden kiezen. Deze is toepasselijk op al de nagelaten waarden.».
Kondigen deze ordonnantie af, bevelen dat ze in het Belgisch Staatsblad zal worden bekendgemaakt.
Brussel, 22 november 2012.
volgen de handtekeningen van de ministers
Bijlage 2
Geconsolideerde tekst van artikel 21, III, W. Succ. BR.
Artikel 21
In afwijking van artikel 19, wordt de belastbare waarde der tot de nalatenschap behorende goederen als volgt vastgesteld:
...
III. Voor financiële instrumenten toegelaten tot verhandeling op Belgische gereglementeerde markten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 5°, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten en Belgische multilaterale handelsfaciliteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van dezelfde wet, volgens de prijscourant die op last van de regering wordt uitgegeven, voor zover de noteringen van de prijscourant beantwoorden aan een gemiddelde (slot)-koers genoteerd gedurende de maand waarvoor deze opgemaakt wordt.
De te bezigen prijscourant is deze welke werd bekendgemaakt binnen de maand die volgt op de maand van het overlijden. Evenwel, kunnen de belanghebbenden zich beroepen op een van de twee daaropvolgende prijscouranten, op voorwaarde hun keus in hun aangifte aan te duiden.
Slechts één prijscourant mag gekozen worden; deze is toepasselijk op al de nagelaten waarden.
Wanneer het overlijden heeft plaatsgevonden tussen 1 mei 2008 en 31 december 2009, kunnen de belanghebbenden ook de prijscourant gebruiken die bekendgemaakt is in de vierde of de vijfde maand na het overlijden, op voorwaarde dat ze hun keuze in de aangifte vermelden. Slechts één prijscourant mag worden gekozen; die is toepasselijk op al de nagelaten waarden.
III/bis.Voor de financiële instrumenten, in de zin van artikel 2, 1º, van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten, of de aandelen in de zin van artikel 60bis, § 4, die niet bedoeld worden in II en III, wanneer het overlijden plaatsgevonden heeft tussen 1 mei 2008 en 31 december 2009, volgens de koerswaarde van het goed of, bij gebreke van koerswaarde, volgens een door de aangever te ramen verkoopwaarde van het goed, ofwel op de dag van het overlijden ofwel op de laatste dag van de tweede, derde, vierde of vijfde maand volgend op de maand van het overlijden, op voorwaarde dat de belanghebbenden hun keuze vermelden in de aangifte.
Slechts één datum mag gekozen worden; die is toepasselijk op al de nagelaten waarde bedoeld in dit III/bis.
III/ter. Voor financiële instrumenten toegelaten tot verhandeling op buitenlandse gereglementeerde markten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 6°, van dezelfde wet, buitenlandse multilaterale handelsfaciliteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van dezelfde wet, en voor financiële instrumenten toegelaten tot verhandeling op Belgische gereglementeerde markten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 5°, van dezelfde wet en Belgische multilaterale handelsfaciliteiten als bedoeld in artikel 2, eerste lid, 4°, van dezelfde wet welke niet zijn opgenomen in de prijscourant, volgens de gemiddelde (slot)koers gedurende de maand van het overlijden, zoals bepaald op basis van koersinformatie beschikbaar in de gespecialiseerde geschreven pers en/of middels gespecialiseerde elektronisch raadpleegbare bronnen. De belastingplichtige kan worden gevraagd deze koersinformatie middels een tweede onafhankelijke bron te staven.
Evenwel, kunnen de belanghebbenden zich beroepen op de gemiddelde (slot)koers van de betrokken effecten van een van de twee daaropvolgende maanden, op voorwaarde hun keuze in hun aangifte aan te duiden.
De belanghebbenden mogen slechts één van de voormelde maandperioden kiezen. Deze is toepasselijk op al de nagelaten waarden.
Bijlage 3
Wettelijke definities van in de nieuwe regelgeving gebruikte begrippen
2 AUGUSTUS 2002. - WETBETREFFENDE HET TOEZICHT OP DE FINANCIELE SECTOR EN DE FINANCIELE DIENSTEN
Art. 2. Voor de toepassing van deze wet wordt verstaan onder:
1° " financieel instrument ": elk instrument dat tot één van de volgende categorieën behoort:
a) effecten, als omschreven in het 31°;
b) geldmarktinstrumenten, als omschreven in het 32°;
c) rechten van deelneming in instellingen voor collectieve belegging;
d) opties, futures, swaps, rentetermijn-contracten en andere derivatencontracten die betrekking hebben op effecten, valuta, rentevoeten of rendementen, of andere afgeleide instrumenten, financiële indexen of maatstaven en die kunnen worden afgewikkeld door middel van materiële aflevering of in contanten;
e) opties, futures, swaps, rentetermijn-contracten en andere derivatencontracten die betrekking hebben op grondstoffen en in contanten moeten of mogen worden afgewikkeld naar keuze van één van de partijen (tenzij de reden het in gebreke blijven is of een andere gebeurtenis die beëindiging van het contract tot gevolg heeft);
f) opties, futures, swaps en andere derivatencontracten die betrekking hebben op grondstoffen en kunnen worden afgewikkeld door middel van materiële levering, mits zij worden verhandeld op een gereglementeerde markt en/of een MTF;
g) andere, niet in f) vermelde opties, futures, swaps, termijncontracten en andere derivatencontracten die betrekking hebben op grondstoffen, die kunnen worden afgewikkeld door middel van materiële levering en niet voor commerciële doeleinden bestemd zijn, en die de kenmerken van andere afgeleide financiële instrumenten hebben, waarbij inzonderheid in aanmerking wordt genomen of de clearing en afwikkeling via erkende clearinghouses geschiedt en of er regelmatig sprake is van "margin calls" (verzoek om storting van extra zekerheden);
h) afgeleide instrumenten voor de overdracht van het kredietrisico;
i) financiële contracten ter verrekening van verschillen ("contracts for differences");
j) opties, futures, swaps, rentetermijncontracten en andere derivatencontracten met betrekking tot klimaatvariabelen, vrachttarieven, emissievergunningen, inflatiepercentages of andere officiële economische statistieken, en die contant moeten, of, op verzoek van één der partijen, kunnen worden afgewikkeld (tenzij de reden het in gebreke blijven is of een andere gebeurtenis die beëindiging van het contract tot gevolg heeft), alsmede andere derivatencontracten met betrekking tot activa, rechten, verbintenissen, indices en maatregelen dan die vermeld in het 1° die de kenmerken van andere afgeleide financiële instrumenten bezitten, waarbij inzonderheid in aanmerking wordt genomen of zij op een gereglementeerde markt of MTF worden verhandeld, of de clearing en afwikkeling via erkende clearinghouses geschiedt, en tevens of er regelmatig sprake is van "margin calls" (verzoek om storting van extra zekerheden);
k) andere waarden of rechten aangeduid door de Koning op advies van de FSMA en de Bank, in voorkomend geval voor de toepassing van de bepalingen die Hij aanwijst;
...
4° " multilaterale handelsfaciliteit (Multilateral trading facility - MTF) " : een door een beleggingsonderneming, een kredietinstelling of een marktonderneming geëxploiteerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten - binnen dit systeem en volgens niet-discretionaire regels - samenbrengt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II van deze wet of titel II van de Richtlijn 2004/39/EG.
5° " Belgische gereglementeerde markt " : een door een marktonderneming geëxploiteerd en/of beheerd multilateraal systeem dat verschillende koop- en verkoopintenties van derden met betrekking tot financiële instrumenten - binnen dit systeem en volgens de niet-discretionaire regels van dit systeem - samenbrengt of het samenbrengen daarvan vergemakkelijkt op zodanige wijze dat er een overeenkomst uit voortvloeit met betrekking tot financiële instrumenten die volgens de regels en/of de systemen van de markt tot de handel zijn toegelaten, en waaraan vergunning is verleend en die regelmatig werkt, overeenkomstig het bepaalde in hoofdstuk II;
6° " buitenlandse gereglementeerde markt " : elke markt voor financiële instrumenten die is georganiseerd door een marktonderneming waarvan de Staat van herkomst een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte is dan België, en waaraan in deze lidstaat een vergunning als gereglementeerde markt met toepassing van titel III van de Richtlijn 2004/39/EG is verleend;
...
31° " effecten " : alle categorieën op de kapitaalmarkt verhandelbare waardepapieren, betaalinstrumenten uitgezonderd, zoals:
a) aandelen in vennootschappen en andere met aandelen in vennootschappen, partnerships of andere entiteiten gelijk te stellen waardepapieren, alsmede aandelencertificaten;
b) obligaties en andere schuldinstrumenten, alsmede certificaten betreffende dergelijke effecten;
c) alle andere waardepapieren die het recht verlenen die effecten te verwerven of te verkopen of die aanleiding geven tot een afwikkeling in contanten waarvan het bedrag wordt bepaald op grond van effecten, valuta's, rentevoeten of rendementen, grondstoffenprijzen of andere indexen of maatstaven;
32° " geldmarktinstrumenten ": alle categorieën instrumenten die gewoonlijk op de geldmarkt worden verhandeld, zoals schatkistpapier, depositocertificaten en commercial paper, betaalinstrumenten uitgezonderd;
Interne ref.: AFZ: Dossier nr. 494 / Kad., Reg. en Domeinen: E.E./L 233B/LA
