Circulaire 2019/C/100 over de bezoldigingen ontvangen van een buitenlandse verbonden vennootschap
Eerste commentaar op art. 8 t.e.m. 24 van de wet van 11.02.2019 houdende fiscale, fraudebestrijdende, financiële alsook diverse bepalingen.
personenbelasting ; belasting van niet-inwoners/natuurlijke personen ; bezoldiging van werknemers ; bezoldiging van bedrijfsleiders ; buitenlandse vennootschap ; bedrijfsvoorheffing ; individuele fiche
FOD Financiën, 02.10.2019
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting
I. Wat wijzigt er?
1. De wet van 11.02.2019 (1) voert een fictie in, waardoor een belastingplichtige geacht wordt de bezoldigingen toe te kennen die een begunstigde ontvangt van een met die belastingplichtige verbonden buitenlandse vennootschap, naar aanleiding van de beroepsactiviteit van de begunstigde ten behoeve van die belastingplichtige (2).
(1) Wet van 11.02.2019 houdende fiscale, fraudebestrijdende, financiële alsook diverse bepalingen (BS 22.03.2019).
(2) Artikel 270, tweede lid, WIB 92.
2. In dat geval is die belastingplichtige bedrijfsvoorheffing op die bezoldigingen verschuldigd en moet hij individuele fiches opstellen. Hij heeft het recht om die bedrijfsvoorheffing in te houden op het geheel van de belastbare inkomsten waarvan hij schuldenaar is (3).
(3) Artikel 272, eerste lid, 3°, WIB 92.
II. Voor wie?
3. De door de fictie beoogde belastingplichtigen zijn:
-de binnenlandse vennootschappen, bedoeld in artikel 179, WIB 92
-de rechtspersonen, bedoeld in artikel 220, WIB 92
-de niet-inwoners, bedoeld in artikel 227, 2° en 3°, WIB 92, die aan de begunstigde in België of in het buitenland bezoldigingen betalen of toekennen die beroepskosten zijn in de zin van artikel 237, WIB 92.
4. De begunstigde kan zowel een rijksinwoner als een niet-inwoner zijn.
5. De fictie geldt wanneer een buitenlandse vennootschap
-met een hiervoor vermelde belastingplichtige verbonden (4) is
-en bezoldigingen toekent aan de begunstigde, wegens of naar aanleiding van zijn beroepswerkzaamheid ten behoeve van die belastingplichtige.
(4) In de zin van artikel 1:20 van het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.
6. Het betreft zowel bezoldigingen van werknemers (5) als van bedrijfsleiders (6).
(5) Artikel 30, 1°, WIB 92.
(6) Artikel 30, 2°, WIB 92.
7. De bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de door de verbonden vennootschap toegekende of betaalde bezoldigingen is uitgesloten van de toepassing van de vrijstellingen van doorstorting van bedrijfsvoorheffing (7).
(7) Zoals bedoeld in artikel 275^1 t.e.m. 275^11, WIB 92.
III. Overgangsperiode
8. De wet van 11.02.2019 bevat een specifieke bepaling voor debeoogde bezoldigingen, betaald of toegekend van 01.01.2019 tot en met 28.02.2019 (8).
(8) Artikel 22, W. 11.02.2019.
9. Voor deze bezoldigingen geldt wel een ficheverplichting maar is geen bedrijfsvoorheffing verschuldigd. De fiches moeten langs elektronische weg worden ingediend voor 01.03.2020.
10. De koning stelt het model op van de fiche waarop de belastingplichtige de beoogde bezoldigingen moet vermelden.
11. In geval van afwezigheid, onvolledigheid of laattijdigheid van deze fiche, is per vastgestelde inbreuk een boete verschuldigd van 10 % van de betaalde of toegekende bezoldigingen.
12. Er wordt geen boete toegepast wanneer de belastingplichtige aantoont dat die bezoldigingen begrepen zijn in een door de begunstigde in België ingediende aangifte, of een gelijkaardige in het buitenland ingediende aangifte.
IV. Vanaf wanneer?
13. De wet treedt in werking op 01.03.2019 en is van toepassing op bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 01.03.2019 (9). Op deze bezoldigingen is bedrijfsvoorheffing verschuldigd en is de ficheverplichting van toepassing.
(9) Artikel. 24, W. 11.02.2019.
14. Er is een overgangsregeling voorzien voor de inkomsten, betaald of toegekend van 01.01.2019 tot en met 28.02.2019. Voor deze inkomsten geldt enkel de ficheverplichting.
V. Wetgeving
-Artikelen 270, 272 en 275^1 - 275^11, WIB 92.
-Artikelen 8 t.e.m. 24 van de wet van 11.02.2019 houdende fiscale, fraudebestrijdende, financiële alsook diverse bepalingen (BS 22.03.2019).
Interne ref.: 720.221
