Circulaire nr. 3-4 d.d. 17.01.2002

Vlaamse registratierechten
Registratierecht op de overdrachten ten bezwarende titel van onroerende goederen
Abattement
Decreet van het Vlaams Parlement tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
AFZ/2001-1131 - Dos. 279
Het Vlaams Parlement heeft op 16 januari 2002 in plenaire vergadering het decreet tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten gestemd.
Bij deze eerste circulaire wordt een commentaar verstrekt bij artikel 6 van dat decreet, waarvan de tekst werd medegedeeld in de bijlage bij circulaire nr. 3-2/2002. De overige artikelen van het decreet maken het onderwerp uit van andere circulaires (nrs. 3-3/2002 en 3-5/2002).
Artikel 6 van het decreet voegt een nieuw artikel 46bis in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten in, waarbij onder strikt bepaalde voorwaarden een abattement op de heffingsgrondslag wordt verleend in geval van aankoop van een woning of van een bouwgrond voor een woning waar de belastingplichtige zijn hoofdverblijfplaats wil vestigen.
De bijlage bevat de tekst van het nieuwe artikel 46bis van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
COMMENTAAR
Afdeling 1. - Inleiding
De Vlaamse Regering kondigde na de goedkeuring van de Lambermontakkoorden aan twee maatregelen aan het Vlaams Parlement ter goedkeuring te zullen voorleggen op het vlak van de registratierechten: een vermindering van (sommige van) de tarieven voor de overdrachten onder bezwarende titel van in België gelegen onroerende goederen en de invoering van een systeem van meeneembaarheid van rechten betaald op de achtereenvolgende hoofdverblijfplaatsen.
De meeneembaarheid houdt enkel een fiscaal voordeel in voor degenen die hun hoofdverblijfplaats overbrengen naar een nieuw, aangekocht onroerend goed met wederverkoop van het onroerend goed waar voorheen hun hoofdverblijfplaats was gevestigd. De Vlaamse Regering wou ook iets doen voor degenen die nog geen eigenaar zijn voor de geheelheid van een onroerend goed dat kan dienen om er hun hoofdverblijfplaats te vestigen. Daarom heeft de Vlaamse Regering haar oorspronkelijk voorstel aangevuld met een voordeel voor laatstbedoelden.
Dat voordeel neemt de vorm aan van een forfaitaire vermindering van de heffingsgrondslag met 12.500 euro. Men zou evengoed kunnen spreken van een vrijstelling van een eerste "schijf' van 12.500 euro. Naar analogie met de aanduiding van de forfaitaire vrijstelling van 12.500 euro in artikel 54 van het "federale" wetboek der successierechten (1) als "abattement", zal onderhavige maatregel in het fiscale jargon ook aangeduid worden met de omschrijving "abattement op de heffingsgrondslag" of kortweg met het woord "abattement".
[(1) In het Vlaams Gewest is die bepaling opgeheven bij het decreet van 20 december 1996.]
Afdeling 2.- Ruimtelijk toepassingsgebied van het abattement
Vermits het hier gaat om een decreet van het Vlaams Parlement geldt het abattement enkel voor overdrachten die in het Vlaamse Gewest te lokaliseren zijn volgens de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de gemeenschappen en gewesten. Het overgedragen onroerend goed moet dus in het Vlaamse Gewest gelegen zijn.
Afdeling 3. - Nadere toelichting bij de in artikel 46bis gebruikte begrippen.
In het nieuwe artikel 46bis komen een aantal begrippen voor die ook terug te vinden zijn in de nieuwe artikelen waarin de "meeneembaarheid" wordt geregeld (nieuwe artikelen 61/3 e.v. en 212bis). Het betreft inzonderheid de begrippen "hoofdverblijfplaats" en "zuivere en eenvoudige aankoop". Ze hebben in al die artikelen dezelfde inhoud, vermits de Vlaamse Regering het abattement ziet als een aanvulling op het concept van de meeneembaarheid (cf. Memorie van toelichting bij artikel 6).
3.1. Hoofdverblijfplaats
Het begrip "hoofdverblijfplaats" is niet in de nieuwe bepalingen van het Wetboek gedefinieerd. In de memorie van toelichting wordt daarover het volgende gezegd: "Met het begrip "hoofdverblijfplaats" heeft de indiener (lees: de Vlaamse Regering) die woning voor ogen die door de belastingplichtige effectief en voornamelijk wordt bewoond. De hoofdverblijfplaats is een feitelijk gegeven dat niet noodzakelijk overeenstemt met de administratieve toestand.".
In dit verband dient er te worden opgemerkt dat sinds de Wet van 19 juli 1991 betreffende de bevolkingsregisters en de identiteitskaarten en het K.B. van 16 juli 1992 betreffende de bevolkingsregisters en het vreemdelingenregister de effectieve woonplaats en de hoofdverblijfplaats in principe overeenstemmen.
Overeenkomstig artikel 1 van voornoemde Wet van 19 juli 1991 worden personen slechts ingeschreven in de bevolkingsregisters van een gemeente wanneer zij hun hoofdverblijfplaats in de gemeente gevestigd hebben.
Overeenkomstig artikel 3 van deze wet wordt onder hoofdverblijfplaats verstaan "de plaats waar de leden van een huishouden dat uit verscheidene personen is samengesteld gewoonlijk leven, ongeacht of die personen al dan niet door verwantschap verbonden zijn, of de plaats waar een alleenstaande gewoonlijk leeft". Krachtens artikel 16 van het K.B. van 16 juli 1992 is de bepaling van de hoofdverblijfplaats gebaseerd op een feitelijke situatie, dat wil zeggen de vaststelling van een effectief verblijf in een gemeente gedurende het grootste deel van het jaar. Het feit dat iemand is ingeschreven in de bevolkingsregisters op een bepaalde plaats is bijgevolg, alhoewel geen afdoend, alleszins een belangrijk criterium om te beoordelen of hij daar zijn hoofdverblijfplaats heeft gevestigd.
3.2. Zuivere en eenvoudige aankoop
De begrippen "zuivere aankoop" en "eenvoudige" aankoop zijn nieuw in het kader van het Wetboek der registratierechten.
Met het adjectief "zuivere" heeft de Vlaamse decreetgever, zowel in de regeling van het abattement als in die van de meeneembaarheid, willen aangeven dat de aankoop moet gedaan zijn bij een contract van koop in de enge zin. Voldoen dus niet aan die vereiste de verkrijgingen van onroerende goederen die juridisch te kwalificeren zijn als een ruil, een afstand van onverdeelde rechten bedoeld in artikel 113, of nog als contracten waarop de artikelen 129 of 130 van toepassing zijn, hoewel 2 dergelijke overdrachten ook aan het verkooprecht onderworpen zijn (2).
[(2) Vgl. administratieve interpretatie van het woord "verkopingen" in de artikelen 53 en 57 W.Reg. met betrekking tot de toekenning van het verlaagd recht voor bescheiden woningen. Deze interpretatie kan dus niet mutatis mutandis worden ingeroepen in het kader van het abattement en de meeneembaarheid.]
Met "eenvoudige" aankoop wordt bedoeld dat de eigendomsoverdracht onvoorwaardelijk moet zijn (cf. artikel 1584 van het Burgerlijk Wetboek). Bedoeling is dat de eigendomsoverdracht van de woning of van de bouwgrond in de relatie verkoper(s) - koper(s) een definitief karakter heeft. Een voorwaardelijke eigendomsoverdracht in die relatie valt niet te rijmen met de vereiste dat in hoofde van de koper de bedoeling moet voorliggen om zijn hoofdverblijfplaats binnen relatief korte termijn duurzaam te vestigen op de plaats van het aangekochte goed en met de vereiste dat de koper desbetreffend een resultaatverbintenis moet aangaan. Of aan de vereiste van "eenvoudige" aankoop voldaan is, moet beoordeeld worden aan de hand van het definitieve contract zoals vastgesteld in de authentieke akte.
Afdeling 4. Voorwaarden die moeten vervuld zijn/worden om het abattement te bekomen en te behouden
ONDERAFDELING 1. - GRONDVOORWAARDEN
4.1.1. Alleen natuurlijke personen kunnen het voordeel van het abattement genieten
Een rechtspersoon kan dus nooit genieten van het abattement. Wat meer is, indien een rechtspersoon medekoper is met natuurlijke personen, kunnen deze laatsten het abattement niet genieten, ook al vestigen zij hun hoofdverblijfplaats in het aangekochte onroerend goed. Het eerste lid van artikel 46bis vereist immers de aankoop van de geheelheid volle eigendom door een of meer natuurlijke personen. De situatie is hier anders dan bij de meeneembaarheid.
Het abattement kan maar éénmaal toepassing vinden op een aankoop, ook al geschiedt die door meerdere natuurlijke personen (3).
[(3) In die zin is het abattement een éénmalig recht - vergelijk met opmerking in fine van punt 4.1.5.]
4.1.2. Het moet gaan om de aankoop van een in het Vlaams Gewest gelegen onroerend goed.
Deze voorwaarde staat niet met zoveel woorden in de tekst van het nieuwe artikel 46bis. Ze volgt uit het localisatiecriterium in de bijzondere financieringswet van het registratierecht op de overdracht ten bezwarende titel van in België gelegen onroerende goederen en vindt haar uitdrukking in artikel 1 van het decreet waarin wordt bepaald dat het decreet een gewestaangelegenheid regelt.
4.1.3. Het moet gaan om de aankoop van de geheelheid volle eigendom van een tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed.
De vereiste dat het moet gaan om een tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed is logisch omdat de aankoper (4) er zijn hoofdverblijfplaats moet vestigen (zie punt 4.1.6.).
[(4) Wanneer de aankoop geschiedt door meerdere natuurlijke personen, dan moeten ze uiteraard allen hun hoofdverblijfplaats binnen de daartoe gestelde termijnen vestigen op de plaats van het aangekochte goed.]
Het abattement geldt ook voor de aankoop van een bouwgrond. Er kan daarover geen enkele twijfel bestaan, gelet op hetgeen bepaald wordt in artikel 46bis, derde lid, 2°, c.
Het abattement kan verkregen worden bij de aankoop van een gebouwd onroerend goed dat nog niet tot bewoning is bestemd, maar door de aankoper bestemd wordt om tot woning te worden omgebouwd. Een dergelijk onroerend goed kan volgens de omstandigheden worden gelijkgesteld met een bouwgrond, inzonderheid voor wat de termijn aangaat waarbinnen de verkrijger er zijn hoofdverblijfplaats moet vestigen.
De aankoop moet de geheelheid volle eigendom van het onroerend goed betreffen. Het abattement kan dus niet genoten worden indien de aankoop enkel slaat op het vruchtgebruik of op de blote eigendom van het onroerend goed
Het abattement kan wel toepassing vinden wanneer de verkrijgers in één authentieke akte de geheelheid volle eigendom aankopen van twee of meer verkopers, hetzij door de aankoop van het vruchtgebruik en de blote eigendom, hetzij door de aankoop van alle onverdeelde delen volle eigendom.
4.1.4. Het moet gaan om een zuivere en eenvoudige aankoop
Voor de inhoud van de adjectieven "zuivere" en "eenvoudige" zie de toelichting bij die begrippen hiervoor onder punt 3.2. Of het om een eenvoudige aankoop gaat moet beoordeeld worden aan de hand van de inhoud van de authentieke (definitieve) akte.
4.1.5. Uitsluitingsregel: geen recht op abattement bij reeds bezit van een woning.
De uitsluitingsregel bevat twee componenten, althans wanneer de aankoop wordt gedaan door twee of meer personen. Wordt de aankoop gedaan door slechts één persoon, dan moet enkel nagegaan worden of er voldaan is aan de eerste component van de uitsluitingsregel.
1ste component
Krachtens artikel 46bis, 3de lid, 1°, mag geen van de verkrijgers voor de geheelheid eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd op de datum van de overeenkomst tot koop.
Geschiedt de aankoop door méér dan één persoon, dan moet deze voorwaarde in hoofde van elke aankoper vervuld zijn. Voldoet één van de aankopers er niet aan, dan is op die aankoop het abattement niet van toepassing.
Met "voor de geheelheid eigenaar zijn" wordt bedoeld de geheelheid volle eigendom bezitten. Bezit een verkrijger enkel de blote eigendom of het vruchtgebruik van een andere woning, dan geldt de uitsluitingsregel niet. Bezit een verkrijger enkel een fractie van de volle eigendom van een andere woning dan geldt de uitsluitingsregel evenmin.
In het kader van het abattament valt het bezit van een bouwgrond onder de uitsluitingsregel.
Om te beoordelen of de verkrijgers reeds eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd, moet men zich plaatsen op de datum van de overeenkomst van aankoop van het goed waarvoor men het abattement wenst te genieten.
Indien dus tussen de overeenkomst van aankoop van een eerste woning en het verlijden van de desbetreffende authentieke akte de verkrijger een tweede woning koopt, heeft hij wel degelijk recht op het abattement voor de eerste woning, ook al wordt de authentieke akte betreffende de tweede woning verleden vóór die betreffende de aankoop van de eerste woning, op voorwaarde natuurlijk dat de verkrijger ten aanzien van de administratie bewijst dat de datum van de overeenkomst betreffende de eerste woning voorafgaat aan die betreffende de tweede woning.
2de component
Krachtens dezelfde bepaling mogen de aankopers - deze voorwaarde geldt dus enkel indien de woning of de bouwgrond verkregen wordt door meer dan één persoon - op de datum van de overeenkomst tot koop gezamenlijk niet voor de geheelheid eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd.
De uitsluiting is van toepassing ook wanneer de eigendomsdelen van de aankopers niet dezelfde zijn in de verschillende onroerende goederen die zij gezamenlijk voor de geheelheid bezitten. Ze is tevens van toepassing wanneer de ene aankoper al eigenaar is van de blote eigendom van een woning en de andere aankoper het vruchtgebruik bezit van dezelfde woning.
Opmerking
Net zoals bij het verlaagd recht voor bescheiden woningen geldt ook bij het abattement, dat het meer dan éénmaal door eenzelfde persoon kan genoten worden, mits de uitsluitingsregel op het ogenblik van de nieuwe aankoop geen toepassing vindt. Dit laatste onderstelt dat de eerste woning-hoofdverblijfplaats al verkocht is op het ogenblik van de overeenkomst betreffende de aankoop van de tweede woninghoofdverblijfplaats. Het abattement is dus geenzins een éénmalig recht, in de 5 zin dat men er slechts éénmaal in zijn leven beroep zou kunnen op doen (5).
[(5) Het is wel een eenmalig recht in de zin dat het op eenzelfde aankoop slechts éénmaal kan toegepast worden, ongeacht het aantal kopers.]
4.1.6. De aankoper of aankopers moeten de aankoop van het onroerend goed doen met de bedoeling er hun hoofdverblijfplaats te vestigen en ze er ook effectief vestigen binnen een strikt bepaalde termijn.
Het abattement geldt enkel bij de aankoop van een woning of een bouwgrond voor een woning door een of meer natuurlijke personen "om er hun hoofdverblijfplaats te vestigen". Wat de inhoud van de notie hoofdverblijfplaats betreft: zie hoger onder punt 3.1.
Iedere koper moet op het ogenblik van het verlijden van de authentieke akte dus definitief beslist hebben dat hij van het aangekochte goed zijn hoofdverblijfplaats zal maken. Dat is essentieel bij het inroepen van het abattement (6).
[(6) Bij de meeneembaarheid ligt de situatie anders ingevolge het "vangnet" waarin artikel 212quater voorziet. Dat artikel laat de facto toe de beslissing om de hoofdverblijfplaats op de plaats van het nieuw aangekochte goed te vestigen, uit te stellen, gezien men nog teruggave van de meeneembare rechten kan krijgen indien men dat alsnog vraagt binnen een termijn van zes maanden te rekenen van de datum van de registratie van de akte van aankoop.]
De Vlaamse decreetgever heeft een strikte termijn bepaald waarbinnen de aankoper of aankopers hun hoofdverblijfplaats moeten vestigen op de plaats van het aangekochte goed. De termijn gaat in op de datum van de authentieke akte van aankoop en bedraagt:
  • twee jaar indien het aangekochte onroerend goed een woning is;
  • drie jaar indien het aangekochte onroerend goed een bouwgrond of een daarmee gelijk te stellen onroerend goed is.
De vereiste van naleving van deze strikte termijnen vindt zijn vertaling in de voorwaarde dat de aankopers zich daartoe schriftelijk moeten verbinden in een vermelding in of onderaan op de authentieke akte van aankoop (zie verder vormvoorwaarden).
Wat de termijn betreft gelden de gewone regels inzake vervaltermijnen (7).
[(7) De dies a quo (hier: de datum van de authentieke akte) wordt er niet in begrepen, de dies ad quem (de laatste dag van de termijn) wel. De zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen zijn in de termijn begrepen. Valt de laatste dag van de termijn op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de termijn niet verlengd tot de eerstvolgende werkdag. De termijn kan niet verlengd worden.]
ONDERAFDELING 2. VORMVOORWAARDEN - IN DE AUTHENTIEKE AKTE VAN AANKOOP OF ONDERAAN OP DIE AKTE OP TE NEMEN VERMELDINGEN
4.2.1. Uitdrukkelijke vermelding dat de toepassing van artikel 46bis wordt gevraagd door de verkrijgers.
4.2.2. Vermelding dat de uitsluitingsregel niet van toepassing is.
Net zoals in de regeling voor bescheiden woningen het geval is, moeten de verkrijgers die artikel 46bis inroepen verklaren dat de uitsluitingsregel (zie punt 4.1.5 hiervoor) niet van toepassing is.
4.2.3. Vermelding dat de verbintenis wordt aangegaan om de hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het aangekochte goed.
Uit de formulering van de vermelding moet duidelijk blijken dat de verbintenis wordt aangegaan door alle verkrijgers. Is de vermelding van de verbintenis samen met de andere noodzakelijke vermeldingen niet opgenomen in het corpus van de authentieke akte maar onderaan op die akte gesteld, dan moeten die vermeldingen uiteraard worden afgesloten met alle vereiste handtekeningen.
ONDERAFDELING 3. - VOORWAARDE TE VERVULLEN VOOR HET BEHOUD VAN HET ABATTEMENT.
Om het bij de registratie van de aankoopakte toegekende abattement te behouden, moet uiteraard de aangegane verbintenis betreffende de vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het aangekochte goed binnen de daarvoor gestelde termijnen worden uitgevoerd. Het is niet voldoende dat de verkrijgers allen hun inschrijving binnen de voorgeschreven termijn hebben bekomen in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente waar het aangekochte onroerend goed gelegen is. Zij moeten er effectief en voornamelijk zijn gaan wonen en dat gedurende een voldoende lange periode opdat er sprake zou kunnen zijn van een werkelijke vestiging aldaar van hun hoofdverblijfplaats.
De bewijslast dat aan deze voorwaarde voldaan is ligt in geval van geschil daarover bij de belastingplichtige.
Afdeling 5. Sancties bij niet vervulling van de voorwaardenen en bij onjuiste verklaring inzake de niet-toepasselijkheid van de uitsluitingsregel.
5.1. Niet-vervulling van de grondvoorwaarden die niet vertaald zijn in een vormvoorwaarde.
Het betreft hier de grondvoorwaarden waarvan sprake in afdeling 1 onder de nummers 4.1.1. tot 4.1.4.
De enige sanctie bestaat hier in de niet-toekenning of, indien het niet vervuld zijn maar na de registratie zou blijken, in de intrekking van het voordeel van het abattement.
5.2. Niet-vervulling van de grondvoorwaarden die vertaald zijn in een vormvoorwaarde en van de voorwaarde tot behoud van het toegekende voordeel.
5.2.1. Uitdrukking van de bedoeling van de verkrijgers om hun hoofdverblijfplaats te vestigen in het aangekochte goed - uitdrukkelijke vraag om toepassing van artikel 46bis.
Hier is de decreetgever streng: het ontbreken van de uitdrukkelijke vraag om toepassing van artikel 46bis wordt gesanctioneerd met het definitief verlies van het voordeel van het abattement.
Uit de authentieke akte of uit de verklaring onderaan op die akte moet dus onbetwistbaar blijken dat de toepassing van artikel 46bis wordt gevraagd. De decreetgever heeft daarvoor geen vast bepaalde bewoordingen voorgeschreven. De notarissen en de belastingplichtigen doen er echter goed aan in ieder geval in hun vraag het artikelnummer te vermelden. Dit is zeker het geval wanneer in dezelfde akte ook het verlaagd recht voor bescheiden woningen wordt gevraagd, gelet op de gelijkende voorwaarden inzake het reeds bezitten van een woning.
Indien duidelijk blijkt dat toepassing van artikel 46bis wordt gevraagd, maar de overige vormvoorwaarden ontbreken of onvolledig zijn, dan vestigt de ontvanger de aandacht van de notaris op het euvel vóór de registratie om hem toe te laten de nodige rechtzettingen te doen of te laten doen, indien dit nog kan voor het verstrijken van de registratietermijn. Eens die termijn verstreken kunnen geen rechtzettingen terzake meer gebeuren.
5.2.2. Uitsluitingsregel - vermelding dat hij niet van toepassing is.
Indien de vermelding dat de uitsluitingsregel niet van toepassing is onjuist wordt bevonden moeten niet alleen de aanvullende rechten over het bedrag van het abattement betaald worden, maar wordt tevens een boete verbeurd gelijk aan die aanvullende rechten. Alle verkrijgers zijn ondeelbaar gehouden tot betaling van die aanvullende rechten en van de boete.
Betreft het een akte die bovendien werd geregistreerd met toepassing van het verminderd recht van 5%, en werd de uitsluitingsregel inzake het verlaagd recht voor bescheiden woningen ook ten onrechte ingeroepen, dan moet het aanvullend recht over het bedrag van het abattement niet aan 5% maar aan 10% worden berekend (onverminderd het aanvullend recht voor het niet voldoen aan de voorwaarden voor het genot van het verlaagd recht voor bescheiden woningen). Dit geldt uiteraard ook wanneer het verlaagd recht voor bescheiden woningen om een andere reden wordt herroepen.
Hier moet nog worden opgemerkt dat een onjuiste verklaring inzake het niet van toepassing zijn van de uitsluitingsregel ook strafrechtelijk strafbaar is bij toepassing van artikel 206 e.v. W.Reg., indien ze met bedrieglijk inzicht werd gedaan.
5.2.3. Effectieve vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het aangekochte goed binnen de gestelde termijnen - verbintenis daartoe.
Bevat de authentieke akte of de verklaring onderaan op die akte niet de vereiste verbintenis, dan wordt het abattement niet toegekend. In voorkomend geval zal de aandacht van de kopers op het ontbreken van de verbintenis worden gevestigd, vóór de registratie (zie hiervoor punt 5.2.1, laatste alinea).
Wordt de hoofdverblijfplaats niet effectief binnen de gestelde termijn op de plaats van het aangekochte goed gevestigd dan moet volgend onderscheid gemaakt worden:
  • Geen van de verkrijgers voldoet aan de voorwaarde:
In dat geval zijn alle verkrijgers ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten over het bedrag waarmee de heffingsgrondslag werd verminderd en van een boete gelijk aan die aanvullende rechten.
In geval het niet nakomen van de voorwaarde te wijten is aan overmacht in hoofde van sommige of alle kopers blijven alle kopers ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten.
De boete is evenwel niet verschuldigd indien de niet-naleving van de voorwaarde in hoofde van alle aankopers te wijten is aan overmacht.
Quid met de boete indien de niet-naleving van de voorwaarde in hoofde van sommige kopers wel en in hoofde van andere niet te wijten is aan overmacht? Deze hypothese werd door de decreetgever niet in ogenschouw genomen. In dat geval zal de boete berekend worden zoals hierna uiteengezet voor het geval waarin sommige verkrijgers voldoen aan de voorwaarde en andere niet. De kopers die de overmacht kunnen inroepen zullen daarbij beschouwd worden als hebbende de voorwaarde nageleefd.
  • Sommige verkrijgers voldoen aan de voorwaarde, andere niet.
In dat geval worden de verschuldigde aanvullende rechten bepaald naar verhouding van het wettelijk aandeel in de aankoop van de verkrijgers die de voorwaarde niet hebben nageleefd. De aanvullende rechten zijn ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers die de voorwaarde niet hebben nageleefd.
Vb. W, X, Y en Z hebben in onverdeeldheid en zonder nadere specificatie van hun onderscheiden aandelen in de aankoop een woning gekocht en de toepassing van artikel 46bis gevraagd. Op de aankoop werd het gewoon recht van 10 ten honderd geheven. W en X leven de voorwaarde na; Y en Z doen dat niet en kunnen daarvoor geen overmacht inroepen. Overeenkomstig artikel 577-2 van het burgerlijk Wetboek wordt elk van de kopers geacht 1/4 in de woning te hebben aangekocht (= wettelijk aandeel). Het aanvullend recht dat ondeelbaar verschuldigd is door Y en Z bedraagt dan: 12.500 EUR x 10% x 1/2 = 625 EUR.
De boete is gelijk aan de verschuldigde aanvullende rechten, en wordt ondeelbaar verbeurd door de in gebreke blijvende kopers. In het voorbeeld bedraagt de boete dus 625 EUR en de administratie kan zowel Y als Z tot betaling van het totale bedrag aanspreken. Het moet uiteraard maar éénmaal betaald worden.
Wat echter met de boete als een verkrijger die niet aan de voorwaarde voldoet overmacht kan inroepen. Voor de berekening van de boete - en alleen voor de boete - zal die verkrijger beschouwd worden aan de voorwaarde te hebben voldaan.
Hernemen we het hoger gegeven voorbeeld met dien verstande dat Y overmacht kan inroepen voor het niet-naleven van de voorwaarde. De verschuldigde aanvullende rechten bedragen onveranderd 625 EUR en zijn ondeelbaar verschuldigd door Y en Z. De boete bedraagt dan: 12.500 EUR x 10% x 1/4 = 312,50 EUR en is enkel verschuldigd door Z.
Afdeling 6. Niet combineerbaarheid van het voordeel van het abattement met dat van de meeneembaarheid.
Krachtens het tweede lid van artikel 46bis kan het voordeel van het abattement niet gecombineerd worden met het voordeel van de meeneembaarheid onder de vorm van verrekening (nieuw artikel 61/3 e.v.) en met de meeneembaarheid onder de vorm van teruggave (nieuw artikel 212bis).
In feite zou er maar samenloop van het voordeel van het abattement met het voordeel van de meeneembaarheid kunnen zijn wanneer het gaat om meeneembaarheid onder de vorm van verrekening. In dergelijke situatie zal de belastingplichtige een keuze moeten maken.
Er kunnen zich gevallen voordoen waarin het voordeel van het abattement groter is dan dat voortvloeiende uit de meeneembaarheid. In de circulaire over de meeneembaarheid zal daarvan een voorbeeld worden gegeven.
Afdeling 7.- Inwerkingtreding
Hiervoor wordt verwezen naar wat daarover gezegd wordt in de circulaire 3-2/2002.
NAMENS DE MINISTER:
De adjunct-administrateur-generaal van de belastingen,
Jean-Marc DELPORTE
----------
BIJLAGE
Tekst van het nieuwe artikel 46bis W.Reg. zoals het in het Vlaamse Gewest geldt met ingang van 1 januari 2002
Art. 46bis. - De heffingsgrondslag ten aanzien van de verkopingen, zoals bepaald in de artikelen 45 en 46, wordt verminderd met 12.500 euro in geval van zuivere en eenvoudige aankoop van de geheelheid volle eigendom van een tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed door een of meer natuurlijke personen om er hun hoofdverblijfplaats te vestigen.
Het voordeel van de vermindering van de heffingsgrondslag overeenkomstig dit artikel kan niet gecombineerd worden met het voordeel van de verrekening bedoeld in § 4bis van deze afdeling of met het voordeel van de teruggave bedoeld in artikel 212bis.
Aan de vermindering van de heffingsgrondslag zijn de volgende voorwaarden verbonden.
1° Geen van de verkrijgers mag op de datum van de overeenkomst tot koop voor de geheelheid eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd; indien de aankoop geschiedt door meerdere personen mogen zij bovendien op vermelde datum gezamenlijk niet voor de geheelheid eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd;
2° In de authentieke koopakte of in een verklaring onderaan op die akte gesteld moeten de verkrijgers :
a) uitdrukkelijk vermelden, op straffe van definitief verlies van het eraan verbonden voordeel, dat zij de toepassing van dit artikel vragen;
b) verklaren dat zij voldoen aan de voorwaarde vermeld in 1° van dit lid;
c) zich verbinden hun hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het aangekochte goed:
  • binnen de twee jaar na de datum van de authentieke akte van aankoop indien het een woning betreft;
  • binnen drie jaar na dezelfde datum, indien het een bouwgrond betreft.
In geval de verklaring bedoeld in 2°, b) van het derde lid onjuist wordt bevonden, zijn de verkrijgers ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten over het bedrag waarmee de heffingsgrondslag werd verminderd, en van een boete gelijk aan die aanvullende rechten.
Dezelfde aanvullende rechten en boete zijn ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2° c) van het derde lid bedoelde verbintenis naleeft. Komen sommige verkrijgers die verbintenis niet na dan worden de aanvullende rechten en de boete, waartoe zij ondeelbaar gehouden zijn, bepaald naar verhouding van hun wettelijk aandeel in de aankoop. Evenwel is de boete niet verschuldigd indien de niet-naleving van de bedoelde verbintenis het gevolg is vanovermacht.".