Aanschrijving nr. 1 dd. 30.01.1984
AANSCHRIJVING 84/001
Aanschrijving nr. 1 dd. 30.01.1984
Deze aanschrijving werd opgeheven en vervangen vanaf 01.01.1995 door de aanschrijving nr. 1 dd. 02.01.1995.
Regeling voor tweedehandse goederen.
Vergunning voorzien in art. 58, § 4, BTW-Wetboek.
(Opgeheven vanaf 1 januari 1995)
INHOUD Onderwerp van de aanschrijving...................................... 1-3 AFDELING I. - DRAAGWIJDTE VAN ARTIKEL 58, § 4, VAN HET BTW-WETBOEK I. Bedoelde belastingplichtige.................................... 4-5 II. Tweedehandse goederen bedoeld in artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek.................................................... 6-8 III. Algemene draagwijdte van de bijzondere regeling................ 9 A. Tweedehandse goederen gekocht van niet-belastingplichtigen.. 10-16 B. Tweedehandse goederen gekocht van belastingplichtigen of door de handelaar ingevoerd................................. 17-29 C. Nieuwe goederen; tweedehandse goederen die uit de bijzondere regeling zijn gesloten krachtens artikel 58, § 4, 2de lid, van het BTW-Wetboek; van belastingplichtigen gekochte of ingevoerde tweedehandse goederen die de handelaar zelf uit de bijzondere regeling sluit............. 30-35 IV. Aftrekregeling voor de handelaars in tweedehandse goederen..... 36 V. Regeling die van toepassing is bij verkoop van tweedehandse goederen tussen twee handelaars die onderworpen zijn aan de bijzondere regeling............................................ 37-38 AFDELING II. - VOORWAARDEN EN MODALITEITEN VAN DE VERGUNNING BEDOELD IN ARTIKEL 58, § 4, VAN HET BTW-WETBOEK I. Uitreiken van de vergunning.................................... 39-41 II. Voorwaarden van de vergunning A. Algemeenheden................................................ 42 B. Opstellen van een aankoopborderel om de aankoop van tweedehandse goederen bij een niet-belastingplichtige vast te stellen.................................................. 43-45 C. Houden van een inkoopregister van tweedehandse goederen..... 46-50 D. Houden van een vergelijkingsregister........................ 51-52 E. Identificatie van de tweedehandse goederen die de vergunninghouder in zijn bezit heeft........................ 53 F. Niet-aftrek van de belasting geheven van de goederen gekocht bij belastingplichtigen en van ingevoerde goederen.......... 54 AFDELING III. - BEREKENING VAN DE VERSCHULDIGDE BELASTING I. Periodieke afsluiting van het ontvangstenboek en van het boek voor uitgaande facturen........................................ 55-57 II. Periodieke afsluiting van het inkoopregister................... 58 III. Transport naar het vergelijkingsregister. Globale berekening van de verschuldigde belasting voor het aangiftetijdvak................................................ 59-62 IV. Voorbeeld van de berekening van de belasting na transport naar het vergelijkingsregister. Voorstelling van dit register........ 63 AFDELING IV. - FACTURERING AAN EEN BELASTINGPLICHTIGE VAN EEN GOED DAT BIJ DE INKOOP WERD INGESCHREVEN IN HET INKOOPREGISTER I. Tweedehandse goederen gekocht van niet-belastingplichtigen..... 64-66 II. Tweedehandse goederen gekocht van belastingplichtigen of door de vergunninghouder ingevoerd.................................. 66-67 AFDELING V. - DIVERSE GEVALLEN - VRIJSTELLINGEN - ONTTREKKINGEN - HERROEPING VAN DE VERGUNNING I. Leveringen door de handelaar in tweedehandse goederen met vrijstelling van de belasting krachtens de artikelen 39 of 42, § 3, van het BTW-Wetboek..................................... 68-70 II. Onttrekking voor privé-doeleinden door de handelaar in tweedehandse goederen van voor doorverkoop bestemde goederen Stopzetting van werkzaamheid................................... 71-73 III. Overgang van de normale regeling naar de regeling met vergunning. A. Uitwerking van de vergunning................................ 74 B. Inventaris.................................................. 75 C. Toepassing van de regeling van artikel 58, § 4, op de goederen in voorraad........................................ 76 IV. Intrekking van de vergunning - Overgang naar de normale regeling van de belasting............................................... 77-81 V. Overgangsbepalingen A. De belastingplichtige verliest het voordeel van de vergunning volledig.................................................... 83 B. De belastingplichtige verliest het voordeel van de vergunning slechts gedeeltelijk........................................ 84-86 C. Uitvoering van de herziening AFDELING VI. - BIJZONDERE TOESTAND VAN VERKOOPZALEN WAAR DE TWEEDEHANDSE GOEDEREN OPENBAAR WORDEN VERKOCHT I. Inkoopprijs bij consignatiezending door een belastingplichtige. 90-92 II. In aanmerking te nemen verkoopprijs hij openbare verkopen waar de kosten ten laste van de kopers bedongen zijn................ 93-94 III. Het boeken van de inkopen en de verkopen....................... 95 A. Inkopen..................................................... 96-98 B. Verkopen.................................................... 99 C. Vaststelling van de wegens de publieke verkoop aan de Staat verschuldigde belasting - Ontheffing om een ontvangstenboek te houden..................................................100-101 IV. Bijzonder geval. De verkoopzaal, die handelt als consignataris commissionair-verkoper, stelt een tweedehands goed openbaar te koop en koopt zelf goed om het later door te verkopen................................................... 102 V. Bijzonder geval. De verkoopzaal die handelt als consignataris commissionair-verkoper, stelt een tweedehands goed openbaar te koop en wijst het toe aan diegene die het in consignatie had gegeven................................................... 103 VI. Tussenkomst van de verkoopzaal in de hoedanigheid van mandataris van de verzoekers van de openbare verkoop..........104-106 AFDELING VII. - INWERKINGTREDING Inwerkingtreding.................. 107 BIJLAGE. Originele kunstwerken, voorwerpen voor verzamelingen, antiquiteiten. Definities. ---------------------- Onderwerp van de aanschrijving. 1. Het Belgisch Staatsblad van 30 december 1983 publiceert de wet van 28 december 1983 (Z. deze Revue blz. 173) houdende fiscale en begrotingsbepalingen.
2. Krachtens artikel 46 van de voormelde Wet, wordt het artikel 58, § 4, tweeDe lid, van het BTW-Wetboek aangevuld, ten einde de oorspronkelijke kunstwerken, antiquiteiten en verzamelobjecten, de postzegels en de oude munten, zoals bedoeld in het hoofdstuk 99 van het Tarief van invoerrechten, uit te sluiten van de regeling voor tweedehandse goederen, uitgewerkt op grond van voornoemd artikel 58, § 4.
Anderdeels, wordt ingevolge artikel 2 van het koninklijk besluit van 29 december 1983 (Z. deze Revue blz. 182) tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 4 en 20 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde en van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30 december 1983), het BTW-tarief voor de oorspronkelijke kunstwerken, antiquiteiten, verzamelobjecten, de postzegels en de oude munten, met ingang van 1 januari 1984, vastgesteld op 6 pct.
De omschrijving van de hierboven bedoelde goederen kan worden teruggevonden in de bijlage bij de onderhavige aanschrijving.
3. Ingevolge deze wijziging wordt de toestand hersteld zoals hij bestond voor 1 maart 1982.
Deze aanschrijving heeft tot doel de regeling voor tweedehandse goederen nader toe te lichten. Zij vermeldt bovendien de voorwaarden en de modaliteiten van de vergunning waaraan de toepassing van de regeling voor tweedehandse goederen onderworpen is.
Tenslotte onderzoekt zij de maatregelen en de voorwaarden verbonden aan de overgang van de normale regeling naar de regeling met vergunning en omgekeerd, en inzonderheid de maatregelen te nemen ingevolge de wetswijziging (z. nrs. 74 tot 88), evenals de bijzondere toestand van de verkoopzalen waar tweedehandse goederen worden verkocht.
De aanschrijvingen nrs. 16 van 4 september 1979 (Z. Revue nr. 42, blz. 589) en 9 van 26 maart 1982 () worden door onderhavige aanschrijving opgeheven en vervangen.
AFDELING I. - DRAAGWIJDTE VAN ARTIKEL 58, § 4, VAN HET BTW-WETBOEK
4. Mits een vergunning kunnen belastingplichtigen zoals uitdragers, exploitanten van verkoopzalen, antiquairs, handelaars in oude boeken, handelaars in oude kleren, die gevestigd zijn als handelaar in tweedehandse goederen, onderworpen worden aan de bijzondere regeling, voor zover zij geregeld van hier te lande gevestigde niet-belastingplichtigen de in onderhavige aanschrijving bedoelde tweedehandse goederen kopen. In dit opzicht wordt de aankoop bij een andere aan de bijzondere regeling onderworpen handelaar beschouwd als een aankoop bij een niet-belastingplichtige, onder de in nr. 37 bedoelde voorwaarden.
5. De omstandigheid dat de handel ook slaat op nieuwe goederen of op goederen die uitgesloten worden van de bijzondere regeling van artikel 58, § 4, 2de lid, van het Wetboek, betekent niet dat de bijzondere regeling vervalt.
6. Voor de toepassing van deze bepaling wordt onder tweedehandse goederen verstaan de lichamelijke roerende goederen die reeds werden gebruikt en die nog kunnen worden gebruikt, hetzij in de staat waarin ze verkeren, hetzij na een eenvoudige herstelling.
8. Anderzijds wordt door het 2de lid van artikel 58, § 4, van het Wetboek uitdrukkelijk uit de bijzondere regeling gesloten :
9. Voor de klaarheid van de uiteenzetting wordt hierna achtereenvolgens de regeling uiteengezet die inzake BTW van toepassing is :
De goederen die door de handelaars en de exploitanten van verkoopzalen worden verkocht, kunnen, zoals gezegd, aan drie verschillende regelingen worden onderworpen. Deze belastingplichtigen moeten dan ook, op het ogenblik dat zij de goederen kopen of op het ogenblik dat zij ze in consignatie ontvangen, alle nodige voorzorgen treffen om de aard van de goederen te bepalen (nieuwe goederen, antiquiteiten, tweedehandse goederen, enz.), hun herkomst (invoer of aankoop in het land) en de hoedanigheid van de verkoper of de consignant (belastingplichtige die voor zijn eigen onderneming handelt, niet-belastingplichtige of particulier).
10. De bijzondere regeling bedoeld in artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek werd ingesteld om te vermijden dat de normale toepassing van de BTW over de verkoopprijs van de tweedehandse goederen, die worden verhandeld door handelaars, niet overdreven zou worden geheven door hun tussenkomst, ten opzichte van de rechtstreekse verkoop door een niet-belastingplichtige, die mag geschieden zonder toepassing van de BTW. De heffing van de BTW beperken tot de meerwaarde die door de handelaar wordt gerealiseerd en die vertegenwoordigd wordt door het verschil tussen de inkoopprijs en de verkoopprijs van bedoelde tweedehandse goederen is het objectief dat door de wetgever werd nagestreefd voor de goederen die de handelaar van niet-belastingplichtigen koopt met het oog op wederverkoop.
11. Door verkoopprijs wordt bedoeld de prijs, inclusief belasting, die aan de koper wordt gevraagd, ongeacht of die belasting al dan niet afzonderlijk in rekening wordt gebracht.
12. Door inkoopprijs wordt bedoeld de prijs die de handelaar aan de verkoper, niet-belastingplichtige, betaalt.
13. De door de handelaar verschuldigde belasting wordt berekend over het verschil, belasting inbegrepen, tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs zoals hierboven vastgesteld. De berekening van het verschil wordt niet individueel voor ieder beschouwd goed gemaakt, maar globaal per aangiftetijdvak, rekening houdend met het geheel der tijdens beoogd tijdvak gekochte en verkochte goederen. De aftrek van de inkoopprijs van een goed gebeurt dus onmiddellijk en wordt niet uitgesteld tot de dag van de doorverkoop.
14. De handelaar schrijft naarmate van zijn inkopen het bedrag ervan, per BTW-tarief in in het inkoopregister dat hij moet houden krachtens de vergunning (z. nr. 46). Hij schrijft naarmate van zijn verkopen het bedrag ervan "BTW inbegrepen" per BTW-tarief, hetzij in zijn dagboek van ontvangsten, hetzij in zijn boek voor uitgaande facturen (z. nr. 55). Op het einde van elk aangiftetijdvak brengt hij, per BTW-tarief, het totaalbedrag van zijn verkopen, BTW inbegrepen, en het totaalbedrag van zijn aankopen over naar het vergelijkingsregister (z. nrs. 51 en 59). Hij berekent, per tarief, de BTW die begrepen is in het verschil tussen beide bedragen (z. nr. 63).
15. Voorbeeld. Eenvoudigheidshalve en om beter het voordeel aan te tonen dat onderhavige bijzondere regeling biedt, gaat men van de onderstelling uit dat de handelaar, tijdens een zelfde aangiftetijdvak, verschillende tweedehandse kasten heeft gekocht van niet-belastingplichtigen voor een totaalbedrag van 200 000 F en dat hij ze verkocht heeft voor een totaalbedrag van 300 000 F, belasting inbegrepen. Die kasten zijn onderworpen aan het BTW-tarief van 19 pct.
De belasting, die begrepen is in het verschil tussen het totaalbedrag van de verkopen (300 000 F) en het totaalbedrag van zijn aankopen (200 000 F), wordt berekend volgens de formule hierna : + ------------------------------------------------------------------------+ ¦(D x t)/(100 + t) waarin D het verschil (100 000 F) vertegenwoordigt en ¦ ¦ waarin t het op de goederen toepasselijk tarief vertegenwoordigt. De ¦ ¦verschuldigde belasting bedraagt dus (100.000 x 19)/119 hetzij 15 966 F.¦ +------------------------------------------------------------------------+ Bij toepassing van de normale regeling van de belasting, zou de inbegrepen belasting berekend worden op 300 000 F en zou zij driemaal groter zijn dan onder de bijzondere regeling. 16. Facturering aan belastingplichtigen. Wanneer een handelaar tweedehandse goederen, gekocht van niet-belastingplichtigen en waarop de bijzondere regeling van toepassing is, verkoopt aan een belastingplichtige, wordt de verkoopprijs geacht de belasting te begrijpen die voor aftrek bij de koper in aanmerking komt. Deze is forfaitair vastgesteld op 6 pct. van die prijs, belasting inbegrepen (z. nrs. 64 en 65). De forfaitaire regel van aftrek beantwoordt aan het commercieel voorschrift om de meerwaarde, die door de handelaar effectief werd gerealiseerd, voor de koper verborgen te houden.
Bij openbare verkoop moet onder "prijs" worden verstaan : de toewijzingsprijs verhoogd met de bedongen kosten.
17. De toestand van de handelaars in tweedehandse goederen is voor de toepassing van de BTW geheel verschillend van deze bedoeld in A (aankopen van niet-belastingplichtigen) wanneer ze die goederen kopen van belastingplichtigen of wanneer ze die invoeren
Vermits de BTW, ingevolge dergelijke handelingen, verschuldigd is over de aan de verkoper betaalde prijs of over de waarde bij de invoer, ongeacht de hoedanigheid van de koper of de geadresseerde, gaat het niet op de heffing te beperken tot de door de handelaar gerealiseerde meerwaarde. De BTW moet op een of andere manier definitief worden geheven over de door de handelaar gevraagde verkoopprijs.
18. Dit objectief is bereikt in de normale regeling van de belasting, waar de handelaar de BTW over zijn verkoopprijs berekent, maar de BTW geheven van zijn aankopen of bij de invoer in aftrek mag brengen. Dit objectief kan slechts worden verwezenlijkt in de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58, § 4, van het Wetboek, wanneer de heffing beperkt tot de door de handelaar gerealiseerde meerwaarde gecombineerd wordt met het verwerpen van de aftrek van de belasting die hij gedragen heeft ingevolge zijn aankoop of invoer.
19. Om commerciële redenen kan de handelaar er belang bij hebben één zelfde handelwijze van facturatie en taxatie toe te passen voor het geheel van de tweedehandse goederen die deel uitmaken van zijn handel. Daarom mag de bijzondere regeling, onder de hiernavolgende speciale voorwaarden, worden uitgebreid tot de bedoelde tweedehandse goederen (z. nrs. 6 tot 8) die door de handelaar bij belastingplichtigen worden aangekocht of die door hem werden ingevoerd.
20. Het aanvaarden van de bijzondere regeling houdt in dat de handelaar verzaakt aan het recht op aftrek van de belastingen geheven van de aankopen of de invoer van bedoelde tweedehandse goederen (z. nr. 54).
21. Onder die voorwaarde mag de handelaar de belasting die verschuldigd is over genoemde goederen berekenen op het verschil tussen verkoopprijs en inkoopprijs.
22. Door verkoopprijs wordt bedoeld : de prijs, inclusief belasting, die aan de koper wordt gevraagd, ongeacht of die belasting al dan niet afzonderlijk in rekening wordt gebracht.
24. De belasting verschuldigd over het verschil tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs wordt berekend op de in nr. 13 uiteengezette manier, vertrekkende van de in de fiscale registers gedane inschrijvingen en transporten, bedoeld in nr. 14. Dit gebeurt samen met de handelingen die slaan op de van niet-belastingplichtigen gekochte goederen.
25. Voorbeeld. Men gaat van de onderstelling uit dat de handelaar, tijdens een zelfde aangiftetijdvak :
De handelaar mag de belasting van 19 000 F (11.400 + 7.600) geheven van zijn aankopen en invoeren niet aftrekken. Hij heeft dus in totaal 23 950 F (4.950 + 19.000) aan BTW betaald.
26. Er wordt aangestipt dat hij onder de normale regeling van de belasting de BTW zou moeten betekenen die begrepen is in de verkoopprijs, inclusief BTW, van 150 000 F. De verschuldigde BTW zou dan bedragen [(150 000 F x 19)/119] = 23 950 F.
Na aftrek van de belasting geheven van zijn aankopen en invoeren (19 000 F) zou hij aan de staat 4 950 F. betalen. Indien men de belastingen (19 000 F) betaald aan de belastingplichtige leveranciers en bij de invoer en de belasting (4 950 F) betaald aan de Staat optelt, samen 23 950 F, stelt men vast dat de toepassing van de bijzondere regeling dezelfde fiscale gevolgen heeft als de normale regeling, wat beantwoordt aan het nagestreefde objectief (z. nrs. 17 en 18).
27. Facturering aan belastingplichtigen. Wanneer een handelaar een tweedehands goed verkoopt dat hij van een belastingplichtige heeft gekocht of dat hij heeft ingevoerd, en hij dit tweedehands goed heeft opgenomen in de bijzondere regeling, wordt de verkoopprijs geacht de belasting over de totale verkoopprijs te begrijpen (z. nr. 26).
Wanneer hij een dergelijk tweedehands goed verkoopt aan een belastingplichtige stemt het recht op aftrek voor de koper, in tegenstelling tot wat geldt voor de goederen die de belasthlgplichtigeverkoper van niet-belastingplichtigen heeft gekocht (z. nr. 16), overeen met de belasting berekend tegen het tarief eigen aan het verkochte goed en begrepen in de verkoopprijs.
Om dit recht op aftrek over de ganse verkoopprijs te kunnen uitoefenen zal de facturering (z. nrs. 66 en 67) dan ook verschillend zijn van deze welke gedaan wordt wanneer de verkoper de goederen van niet-belastingplichtigen gekocht heeft (z. nrs. 64 en 65).
28. Het onderscheid in facturering voor de goederen, onderworpen aan de bijzondere regeling en verkocht aan een belastingplichtige-koper, naargelang deze goederen werden ingekocht van niet-belastingplichtigen dan wel werden gekocht van belastingplichtigen of door de handelaar werden ingevoerd, beklemtoont het belang ieder goed te identificeren en in het inkoopregister de herkomst van ieder goed aan te duiden (z. nrs. 47 en 53).
29. Facultatief kenmerk van de bijzondere regeling. De handelaars in tweedehandse goederen mogen, naar hun goedvinden, de bijzondere regeling al dan niet uitbreiden, hetzij tot al de van belastingplichtigen gekochte goederen, hetzij tot al de ingevoerde goederen, hetzij tot deze twee soorten goederen. Zij moeten echter voor het geheel van de betrokken goederen een eenvormige handelwijze aannemen.
Wanneer zij beslissen genoemde goederen uit de bijzondere regeling te sluiten, passen ze daarop de hierna onder letter C omschreven regeling toe.
30. Voor de verkopen van nieuwe goederen, van tweedehandse goederen die uit de bijzondere regeling gesloten zijn door artikel 58, § 4, 2de lid, van het Wetboek, van tweedehandse goederen gekocht van belastingplichtigen of ingevoerd die hij zelf uit de bijzondere regeling heeft gesloten, moet de handelaar de normale BTW-regeling toepassen. Hij moet de verschuldigde belasting berekenen over de verkoopprijs van deze goederen en hij mag de belasting geheven van hun aankoop of van hun invoer aftrekken volgens de normale regeling.
31. De aankopen van deze goederen mogen nooit worden ingeschreven in het inkoopregister, dat uitsluitend voorbehouden is voor de goederen die onder de bijzondere regeling vallen. Wanneer deze goederen worden gekocht van belastingplichtigen of worden ingevoerd, met toepassing van de BTW, moet die handeling, uitgesplitst in een bedrag, exclusief BTW en de erop toegepaste BTW, worden ingeschreven in het boek voor inkomende facturen.
Alleen de belasting die regelmatig in dit factuurboek wordt ingeschreven op zicht van ontvangen facturen of invoerdocumenten komt voor aftrek in aanmerking.
32. De verkopen van deze goederen worden, wanneer ze niet worden gefactureerd (inzonderheid bij verkopen aan particulieren), ingeschreven in het dagboek van ontvangsten of in het boek voor uitgaande facturen wanneer er facturatie is en dit volgens de gewone regels. Die inschrijvingen moeten niet afzonderlijk worden gedaan van deze betreffende de goederen die onder de bijzondere regeling vallen. De handelaar mag dus één dagboek van ontvangsten en één boek voor uitgaande facturen houden voor het geheel van de handelingen van zijn handel.
33. Om het de handelaar te vergemakkelijken wordt aan de hand van het dagboek van ontvangsten en het boek voor uitgaande facturen (z. nr. 59) het totaalbedrag van de verkoop van goederen, "inclusief belasting" overgebracht naar het vergelijkingsregister, zonder onderscheid te maken of de goederen al dan niet onderworpen zijn aan de bijzondere regeling. Dit totaalbedrag van de verkopen wordt, per aangiftetijdvak, vergeleken met het totaalbedrag van aankopen van goederen onderworpen aan de bijzondere regeling, dat overgebracht is van het inkoopregister naar het vergelijkingsregister. De inbegrepen verschuldigde belasting wordt berekend op het verschil tussen het totaalbedrag van de verkopen en het totaalbedrag van de aankopen voorkomend in het inkoopregister.
34. Vermits de aankopen van goederen die uit de bijzondere regeling gesloten zijn niet vervat zijn in het inkoopregister, bevat het belaste verschil, in feite, de verkoopprijs "belasting inbegrepen" van die goederen. De belasting gehaald uit deze prijs, tegen het tarief van genoemde goederen, volgens de formule onder nr. 15, vertegenwoordigt dus effectief de belasting die verschuldigd is over de verkoopprijs, exclusief BTW. De globalisatie in het vergelijkingsregister en de berekeningswijze die eruit voortvloeit, zijn dus technische handelwijzen die bestemd zijn om de taak van de handelaar te verlichten, zonder afbreuk te doen aan de normale heffing van de BTW voor uit de bijzondere regeling gesloten goederen.
35. Facturering aan belastingplichtigen van uit de bijzondere regeling gesloten goederen. Zoals onder de normale regeling van de belasting moet de factuur die wordt uitgereikt aan de belastingplichtige-kopers afzonderlijk de prijs "exclusief BTW", het bij de verkoop toepasselijk BTW-tarief en het bedrag van de BTW vermelden. Die kopers mogen dus de belasting aftrekken die geheven is van de goederen die ze kopen (verg. nr. 27).
36. Onder voorbehoud van de beperkingen en de uitsluitingen voorzien in het BTW-Wetboek mag de handelaar, houder van een vergunning, zoals alle belastingplichtigen de belasting geheven van zijn beroepsuitgaven, die hij heeft ingeschreven in zijn boek voor inkomende facturen, in principe, in aftrek brengen. Hij mag echter de belasting geheven bij de aankoop bij belastingplichtigen of bij de invoer van tweedehandse goederen, welke goederen hij heeft willen onderwerpen aan de bijzondere regeling en bijgevolg heeft ingeschreven in zijn inkoopregister, niet in aftrek brengen (z. nr. 20).
37. Indien de verkoper het verkochte goed factureert overeenkomstig de in het nr. 16 omschreven factureringswijze, nl. met vermelding van het forfaitair tarief van 6 pct. omdat het gaat om een goed dat door hem van een niet-belastingplichtige werd aangekocht, moet de handeling in hoofde van de handelaar-koper aangemerkt worden als een aankoop gedaan bij een niet-belastingplichtige. Voor de berekening van de belasting over het prijsverschil moet de handelaar het goed onderwerpen aan de bijzondere regeling en de prijs "belasting inbegrepen" die hem werd gevraagd beschouwen als inkoopprijs.
38. Wanneer de verkoper daarentegen factureert zoals onder de normale regeling van de belasting tegen een prijs exclusief BTW, verhoogd met de belasting die van toepassing is op het verkochte goed (z. nr. 35), of wanneer hij factureert op de wijze voorzien in de nrs. 27, 66 en 67, nl. in de gevallen waarin de belasting over de volledige verkoopprijs werd geheven, moet de handeling als een aankoop bij een belastingplichtige worden aangemerkt en moeten de algemene regels, die voor een dergelijke aankoop voorzien zijn in onderhavige aanschrijving, worden gevolgd.
AFDELING II. - VOORWAARDEN EN MODALITEITEN VAN DE VERGUNNING BEDOELD IN ARTIKEL 58, § 4, VAN HET BTW-WETBOEK
39. Artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek kan slechts worden toegepast nadat bij de hoofdcontroleur van de BTW, waaronder de belastingplichtige ressorteert, een aanvraag wordt gedaan en mits hiervoor voorafgaandelijk een vergunning wordt verkregen. Bij die vergunning wordt een handleiding gevoegd welke deel uitmaakt van de vergunning.
40. De aanvraag tot het bekomen van de vergunning moet vergezeld zijn van een uittreksel van de inschrijving in het handelsregister. De aanvrager moet bevestigen dat hij tweedehandse goederen koopt of zal kopen van niet-belastingplichtigen (z. nr. 4).
41. De vergunning is persoonlijk en herroepbaar. Ze zal worden ingetrokken indien een misbreuk mocht worden vastgesteld (bijvoorbeeld, wanneer de belastingplichtige niet geregeld koopt van niet-belastingplichtigen of wanneer een fictief of onjuist aankoopborderel wordt opgesteld) of indien de opgelegde voorwaarden (z. nr. 42), onder meer met betrekking tot het houden van de voorgeschreven registers, niet worden nageleefd, dit alles onverminderd de sancties voorgeschreven door de artikelen 60, 63, 70 en 74 van het BTW-Wetboek.
42. De vergunning wordt uitgereikt op voorwaarde dat de belastingplichtige :
43. Bij iedere aankoop bij een niet-belastingplichtige of bij iedere consignatiezending door een niet-belastingplichtige moet de houder van de vergunning een aankoopborderel in tweevoud opmaken, met vermelding van :
44. Eén exemplaar van het aankoopborderel wordt overhandigd aan de verkoper of aan de consignant op het tijdstip van de levering en bij consignatiezending op het tijdstip van de zending.
Het andere exemplaar wordt door de koper bewaard om het in te schrijven in zijn inkoopregister (z. nrs. 46 en 47). Het volgnummer van inschrijving wordt vermeld op het borderel.
45. Voor de goederen die, met het oog op de openbare verkoop ervan, door een niet-belastingplichtige in consignatie worden gegeven aan een verkoopzaal, mag het aankoopborderel worden vervangen door de rekeningopgave die de verkoopzaal na de publieke verkoop aan de consignant stuurt (z. nr. 96).
46. Dit register dient, in principe, voor de inschrijving van de in onderhavige aanschrijving bedoelde aankopen van tweedehandse goederen (z. nrs. 6 tot 8) die door de vergunninghouder bij een niet- belastingplichtige werden gedaan en waarvoor een aankoopborderel werd opgesteld (z. nr. 43).
Deze inschrijving is facultatief. Ze houdt in dat de door de bijzondere regeling bedoelde goederen er in opgenomen zijn en dat verzaakt wordt aan de aftrek van de belasting geheven van hun aankoop of hun invoer (z. nr. 54).
Zodra deze inschrijving gebeurt, dient te worden aangeduid dat het handelt om een inschrijving hetzij van tweedehandse goederen ingekocht bij verkopers-belastingplichtigen, hetzij van tweedehandse goederen die door de handelaar werden ingevoerd. In het eerste geval is de houder van de vergunning verplicht de vermelding "FACTUUR", in het tweede geval de vermelding "DOC. 136" in het inkoopregister aan te brengen voor elke desbetreffende inschrijving.
In principe mogen de genoemde goederen niet worden ingeschreven in het boek voor inkomende facturen omdat het vervangen wordt door het inkoopregister. Nochtans, indien om reden van de boekhouding de exploitant niettemin wenst deze aankopen of invoeren in zijn boek voor inkomende facturen in te schrijven, dan zal hun inschrijving niet worden bekritiseerd in zover dat het bedrag van de factuur (of van het invoerdocument) en het bedrag van de erop betrekking hebbende niet-aftrekbare belasting, opgenomen worden in twee supplementaire kolommen die speciaal hiervoor worden aangelegd. Deze inschrijving sluit de gelijkaardige inschrijving in het inkoopregister niet uit.
48. Voor de in consignatie gezonden goederen heeft de inschrijving slechts plaats onder de schorsende voorwaarde dat de aankoop definitief wordt afgesloten, dit wil in de regel zeggen op het tijdstip van de verkoop door de consignataris. Bij consignatiezending door een niet-belastingplichtige wordt het aankoopborderel pas dan aangevuld (z. nr. 43, 4°) terwijl bij consignatiezending door een belastingplichtige het voorlopig stuk, dat hij krachtens artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1 moet opstellen om deze zending vast te stellen, bij de factuur moet worden gevoegd.
49. De inschrijving in het register geschiedt naarmate van de inkopen volgens een doorlopende nummerreeks. Ze vermeldt voor ieder tweedehands goed :
1° de datum van het aankoop- of invoerdocument;
2° de volledige identiteit van de leverancier;
3° de "inkoopprijs" die in aanmerking moet worden genomen voor de
berekening van de belasting over het prijsverschil, te weten :
51. Het vergelijkingsregister is een centralisatieregister dat, uitgaande van het ontvangstenboek, het boek voor uitgaande facturen en het inkoopregister, toelaat op het einde van elk aangiftetijdvak de belasting vast te stellen die door de vergunninghouder verschuldigd is over de verkopen die hij heeft gedaan. Het laat inderdaad toe, per BTW-tarief, de globale maatstaf van heffing voor het tijdvak en de erop verschuldigde belasting weder samen te stellen.
52. De wijze waarop dit register moet worden gehouden in functie van de inschrijvingen die erin moeten worden overgebracht, is vastgesteld in de nrs. 55 tot 63, die handelen over de berekening van de op het einde van het tijdvak verschuldigde belasting.
53. De vergunninghouder moet, op elk ogenblik, op verzoek van de controleambtenaren de herkomst kunnen aantonen van de tweedehandse goederen die hij in zijn bezit heeft. Daartoe moet hij ieder goed individualiseren, hetzij door een etiket waarop het nummer van inschrijving in het inkoopregister (z. nr. 49) of in het boek voor inkomende facturen is vermeld, hetzij op om het even welke andere wijze, die dezelfde waarborgen geeft (z. nr. 9, laatste lid).
54. Wanneer een handelaar in tweedehandse goederen beslist de van belastingplichtigen gekochte goederen of de ingevoerde goederen te onderwerpen aan de bijzondere regeling door ze in te schrijven in het inkoopregister, verbindt hij er zich toe, door het feit zelf, de belasting geheven van de aankoop of de invoer van genoemde goederen niet af te trekken.
AFDELING III. - BEREKENING VAN DE VERSCHULDIGDE BELASTING
55. Zoals iedere belastingplichtige moet de handelaar in tweedehandse goederen houden :
56. Op het einde van elk aangiftetijdvak totaliseert de vergunninghouder, per BTW-tarief, de ontvangsten "BTW inbegrepen", die blijken uit zijn ontvangstenboek voor de beschouwde periode, alsook het bedrag van zijn verkopen, hierin begrepen de aan zijn klanten aangerekende BTW, die voorkomen in zijn boek voor uitgaande facturen tijdens hetzelfde tijdvak. Dit totaal moet slaan op alle aan de BTW onderworpen verkopen, die door de vergunninghouder werden gedaan, zonder onderscheid te maken of ze al dan niet goederen bedoeld in artikel 58, § 4, van het Wetboek (nieuwe goederen, personenwagens, antiquiteiten, enz.) tot voorwerp hebben en ongeacht hun oorsprong (aankopen bij niet- belastingplichtigen of bij belastingplichtigen, invoeren).
57. Bij verkoop van tweedehandse automobielen, is het in aanmerking te nemen bedrag de minimummaatstaf van heffing, bepaald in artikel 35, eerste lid, van het BTW-Wetboek en in artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 17 van 20 juli 1970, wanneer deze maatstaf hoger is dan de overeengekomen prijs. De aan de koper aangerekende BTW wordt bij dit bedrag gevoegd.
58. Op het einde van ieder aangiftetijdvak totaliseert de vergunninghouder de tijdens dit tijdvak in de kolommen van het inkoopregister ingeschreven bedragen, die overeenstemmen met de verschillende BTW-tarieven, zonder onderscheid te maken of de gekochte tweedehandse goederen al of niet werden verkocht.
59. Op het einde van ieder aangiftetijdvak transporteert de vergunninghouder, enerzijds, het totaalbedrag van zijn verkopen, per BTW-tarief, die voor genoemde periode voorkomen in zijn ontvangstenboek en in zijn boek voor uitgaande facturen (z. nr. 56) en, anderzijds, het totaalbedrag van zijn aankopen, per BTW-tarief, die voor genoemd tijdvak voorkomen in zijn inkoopregister, naar het vergelijkingsregister (z. nr. 58).
60. Het verschil, berekend per BTW-tarief, tussen het totaalbedrag van de verkopen (z. nr. 56) en het totaalbedrag van de inkopen (z. nr. 58) vormt het belastbaar bedrag, belasting inbegrepen, van de handelingen die de vergunninghouder tijdens het beschouwde tijdvak heeft verricht.
61. De inbegrepen verschuldigde belasting wordt per BTW-tarief, eventueel verhoogd met de speciale taks, berekend volgens de formule (D x t)/(100 + t), waarin D het belastbaar verschil "belasting inbegrepen" vertegenwoordigt en t het tarief, eventueel verhoogd met de speciale taks.
De belastbare bedragen "exclusief BTW en speciale taks" die per tarief na aftrek van de belasting worden bekomen, worden overgebracht naar de vakken 01 (6 pct.), 02 (17 pct.), 03 (19 pct.) en 04 (25 pct. en 33 pct.) van de periodieke aangifte.
De verschuldigde BTW van 6, 17, 19 en 25 pct., evenals het gedeelte van 25 pct. BTW begrepen in het tarief van 33 pct., wordt overgebracht naar vak 11 van de BTW-aangifte. De speciale taks van 8 pct. begrepen in het tarief van 33 pct. wordt overgebracht naar het vak 12 van de BTW-aangifte.
62. Wanneer voor één of meer BTW-tarieven het bedrag dat uit het inkoopregister werd overgebracht groter is dan het bedrag dat uit het boek voor uitgaande facturen en uit het ontvangstenboek is overgebracht, moet het overschot bij het begin van het volgende tijdvak de eerste inschrijving vormen in de overeenstemmende kolommen van het inkoopregister.
63. Een handelaar in tweedehandse goederen die gehouden is tot het indienen van kwartaalaangiften, moet de verschuldigde belasting berekenen over zijn handelingen van het laatste kwartaal 1983.
80 000 F tegen het tarief van 6 pct. 60 000 F tegen het tarief van 17 pct. 250 000 F tegen het tarief van 19 pct. 100 000 F tegen het tarief van 25 pct. 50 000 F tegen het tarief van 33 pct. (25 pct. BTW + 8 pct. speciale taks).
30 000 F tegen het tarief van 6 pct. 150 000 F tegen het tarief van 17 pct. 270 000 F tegen het tarief van 19 pct. 30 000 F tegen het tarief van 25 pct. 40 000 F tegen het tarief van 33 pct. (25 pct. BTW + 8 pct. speciale taks).
120 000 F tegen het tarief van 6 pct. 10 000 F tegen het tarief van 17 pct. 330 000 F tegen het tarief van 19 pct. 90 000 F tegen het tarief van 25 pct. 60 000 F tegen het tarief van 33 pct. (25 pct. BTW + 8 pct. speciale taks). Bovendien heeft de vergunninghouder in dit inkoopregister een aankoop van een kast bij een belastingplichtige ingeschreven voor een waarde van 20 000 F en werd hem een BTW tegen het tarief van 19 pct., zegge 3 800 F, in rekening gebracht. Anderzijds heeft hij een andere kast ingevoerd en heeft hij bij de invoer over een maatstaf van 30 000 F, de BTW tegen het tarief van 19 pct., zegge 5 700 F, betaald (er wordt verondersteld dat de vergunninghouder gekozen heeft om de van belastingplichtigen gekochte of ingevoerde tweedehandse goederen te onderwerpen aan de bijzondere regeling). De afsluiting van het inkoopregister heeft dus betrekking op een totaalbedrag van aankopen van : 120 000 F tegen het tarief van 6 pct. 10 000 F tegen het tarief van 17 pct. 389 500 F (belasting inbegrepen) tegen het tarief van 19 pct. namelijk 330.000 + 20.000 + 3.800 + 30.000 + 5.700 90 000 F tegen het tarief van 25 pct. 60 000 F tegen het tarief van 33 pct. (25 pct. BTW + 8 pct. speciale taks). Berekening van de verschuldigde belasting BTW Speciale taks tegen het tarief van 6 pct. : geen belasting verschuldigd tijdens dit kwartaal tegen het tarief van 17 pct : (200 000 F x 17) ----------------- = 29 060 F 117 tegen het tarief van 19 pct : (130 500 F x 19) ----------------- = 20 836 F 119 tegen het tarief van 25 pct. : (40 000 F x 25) ----------------- = 8 000 F 125 tegen het tarief van 33 pct. (25 pct. BTW + 8 pct. speciale taks) : (30.000 x 33) -------------- = 7 444 F 133 - BTW (25 pct.) : (25/33) 5 639 F of - speciale taks (8 pct.) : (8/33) 1 805 F ---------------------- Totalen : 63 535 F 1 805 F
Het totaal van 63 535 F BTW wordt overgebracht naar vak 11 van de kwartaalaangifte. Het bedrag van 1 805 F speciale taks wordt overgebracht naar vak 12 van de kwartaalaangifte.
Maatstaf van heffing "exclusief BTW" : - bedrag over te brengen naar vak 01 van de kwartaalaangifte (6 pct. BTW) : nihil; - bedrag over te brengen naar vak 02 van de kwartaalaangifte (17 pct. BTW) : 200 000 F - 29 060 F = 170 940 F; - bedrag over te brengen naar vak 03 van de kwartaalaangifte (19 pct. BTW) : 130 500 F - 20 836 F = 109 664 F; - bedrag over te brengen naar vak 04 van de kwartaalaangifte (25 pct. BTW, evenals 33 pct. (BTW + speciale taks)) : 40 000 F - 8 000 F = 32 000 F 30 000 F - 7 444 F = 22 556 F -------- 54 556 F. De grondslag van 22 556 F waarover de BTW en de speciale taks werd geheven dient aldus samengevoegd te worden met deze (32 000 F) waarover alleen de BTW van 25 pct. wordt geheven. Het totaalbedrag (54 556 F) wordt overgebracht naar het vak 04 van de kwartaalaangifte. Aftrek.
Onder voorbehoud van de beperkingen en uitsluitingen voorzien voor elke belastingplichtige door het BTW-Wetboek, mag de vergunninghouder de belasting geheven van zijn beroepsuitgaven, die voorkomen in zijn boek voor inkomende facturen, in aftrek brengen. Maar gelet op het feit dat hij de bij belastingplichtigen gekochte tweedehandse goederen en de ingevoerde tweedehandse goederen onderworpen heeft aan de bijzondere regeling en ingeschreven in het inkoopregister, mag hij, in het gekozen voorbeeld, noch de belasting van 3 800 F die hem werd aangerekend door de belastingplichtige-verkoper, noch de belasting van 5 700 F die hij heeft betaald bij de invoer van de kast, in aftrek brengen.
AFDELING 4. - FACTURERING AAN EEN BELASTINGPLICHTIGE VAN EEN GOED DAT BIJ DE INKOOP IN HET INKOOPREGISTER WERD INGESCHREVEN
64. Wanneer de vergunninghouder een in onderhavige aanschrijving bedoeld tweedehands goed, dat hij van een niet-belastingplichtige heeft ingekocht of een daarmee gelijkgesteld goed (z. nr. 37), verkoopt aan een belastingplichtige en hij de aankoop heeft ingeschreven in het inkoopregister, wordt de belasting, die hij op de factuur welke hij gehouden is uit te reiken in rekening moet brengen, forfaitair en eenvormig vastgesteld op 6 pct. van de verkoopprijs "belasting inbegrepen". Dit werd ingesteld om te vermijden dat de handelaar zijn gerealiseerde winst zou moeten vaststellen en kenbaar maken (z. nr. 16).
65. De uitgereikte factuur moet evenwel het tarief vermelden dat in werkelijkheid op het voorwerp van toepassing is en uitdrukkelijk volgende vermelding dragen : "Toepassing van artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek. Belasting van 6 pct. in de prijs begrepen en, in principe, aftrekbaar tegen dat tarief. Vergunning van. . . . ., nr. . . .".
66. Wanneer de vergunninghouder een in onderhavige aanschrijving bedoeld tweedehands goed, dat hij van een belastingplichtige heeft ingekocht of dat hij heeft ingevoerd, verkoopt aan een belastingplichtige en hij de aankoop heeft ingeschreven in het inkoopregister, wordt de belasting die hij in rekening moet brengen op de factuur welke hij gehouden is uit te reiken berekend aan het tarief dat eigen is aan het verkochte goed over de verkoopprijs "belasting inbegrepen" (z. nr. 27).
67. De uitgereikte factuur moet benevens de vermeldingen voorgeschreven door artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969, de melding dragen : "Toepassing van artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek. Vergunning van . . . . . ., nr. . . .Belasting aftrekbaar tegen het hierboven vermelde tarief".
De vergunninghouder moet op het dubbel van de verkoopfactuur er in het boek voor uitgaande facturen het nummer vermelden waarop de aankoop of de invoer in het inkoopregister werd ingeschreven. Tevens moet hij kunnen aantonen dat hij bij de aankoop of de invoer de belasting over de volledige maatstaf van heffing heeft voldaan en dat hij die voorbelasting niet in aftrek heeft gebracht.
AFDELING 5.- DIVERSE GEVALLEN - VRIJSTELLINGEN - ONTTREKKINGEN - OVERGANG VAN DE NORMALE NAAR DE BIJZONDERE REGELING - HERROEPING VAN DE VERGUNNING.
68. De BTW is niet verschuldigd over de handelingen die betrekking hebben op goederen die werden vervoerd naar het buitenland en voor de uitvoer van de goederen waarvoor de vergunninghouder kan genieten van de vrijstelling ingesteld door artikel 39 van het BTW-Wetboek (z. aanschr. 21/1978 (Z. Revue nr. 37, blz. 625.)).
Ze is evenmin verschuldigd over de leveringen die krachtens artikel 42, § 3, van het BTW-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld (verkopen aan internationale organisaties of onder de diplomatieke en consulaire regeling; aanschr. 1 en 2/1978).
70. De toepassing van deze regeling is afhankelijk van de volgende voorwaarden :
71. Onder de normale regeling van de belasting moet de belastingplichtige, die voor privé-doeleinden een voor doorverkoop bestemd goed aan zijn voorraad onttrekt, de belasting tegen het op dat goed toepasselijk tarief betalen over de inkoopprijs van dat goed (art. 12, § 1, 3°, en 33, 1°, van het BTW-Wetboek). Om deze onttrekking vast te stellen moet hij een intern stuk opmaken zoals bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 1. Deze regels moeten worden gevolgd door de vergunninghouder voor de goederen die niet onderworpen werden aan de bijzondere regeling en waarvoor na inschrijving in het boek voor inkomende facturen de belasting geheven van hun verkrijging of invoer werd afgetrokken.
72. Indien daarentegen het onttrokken goed begrepen was in de bijzondere regeling en bij de aankoop aldus werd ingeschreven in het inkoopregister, heeft de betrokkene door de overdracht naar het vergelijkingsregister met betrekking tot het kwartaal waarin die aankoop plaatshad, zijn "belastbaar verschil" verminderd in de mate van de inkoopprijs (al dan niet BTW inbegrepen) van het onttrokken goed. De onttrekking brengt mede dat de oorspronkelijke inschrijving in het inkoopregister moet worden teniet gedaan.
Dit kan gebeuren
Tijdens het laatste kwartaal van het jaar 1983 onttrekt de belastingplichtige een koffiemolen (niet elektrisch - geen antiek) die hij zelf aangekocht heeft van een particulier voor de prijs van 4 000 F (tarief 19 pct, ).
Eerste mogelijkheid.
Er werden voldoende aankopen ingeschreven tijdens het aangiftetijdvak.
Tijdens het aangiftetijdvak heeft hij in zijn inkoopregister goederen van de tariefgroep 19 pct. ingeschreven ten bedrage van 40 000 F, terwijl het totaal van zijn verkopen in dezelfde tariefgroep 100 000 F bedraagt. Tariefgroep 19 pct. Totaal van de verkopen van het tijdvak : 100 000 F Totaalbedrag van de aankopen ingeschreven in het inkoopregister : 40 000 F Regularisatie van het onttrokken goed : - 4 000 F --------- Aftrekbare aankopen : 36 000 F - 36 000 F ---------- Te belasten : 64 000 F Verschuldigde belasting (64 000 F x 19) ---------------- = 10 219 F. 119 Maatstaf van heffing : (64 000 F x 100) ---------------- = 53 781 F. 119 Tweede mogelijkheid.
Er werden geen of onvoldoende aankopen ingeschreven tijdens het aangiftetijdvak. Tijdens het aangiftetijdvak heeft hij in zijn inkoopregister geen aankopen van goederen van de tariefgroep 19 pct. ingeschreven. Het totaalbedrag van de verkopen in dezelfde tariefgroep bedraagt 100 000 F. Tariefgroep 19 pct. Totaal van de verkopen van het tijdvak : 100 000 F Totaalbedrag van de aankopen : 0 Regularisatie van het onttrokken goed : + 4 000 F ------------- ------------ Totaal : 0 104 000 F Aftrekbare aankopen : - 0 ------------ Te belasten : 104 000 F Verschuldigde belasting : (104.000 x 19) --------------- = 16 605 F 119 Maatstaf van heffing : (104.000 x 100) --------------- = 87 395 F 119 73. Dezelfde regels moeten worden gevolgd voor de onverkochte goederen die de handelaar voor privé-doeleinden behoudt bij de stopzetting van werkzaamheid.
74. Wanneer de vergunning wordt uitgereikt heeft zij uitwerking vanaf de eerste dag van de maand volgend op de uitreiking.
75. De belastingplichtige die de vergunning aanvraagt moet bij het controlekantoor waaronder hij ressorteert een inventaris indienen van de goederen die hij in voorraad heeft en die hij bestemt voor doorverkoop. Hij moet hierbij onderscheid maken naargelang de goederen al dan niet gekocht werden bij particulieren (niet-belastingplichtigen) of aangekocht werden bij andere belastingplichtigen of ingevoerd werden.
De goederen waarvan de belastingplichtige niet kan aantonen dat hij ze gekocht heeft bij particulieren zullen geacht worden verkregen te zijn van belastingplichtigen of bij invoer. Deze goederen zullen onder de normale regeling worden verder verkocht.
76. De goederen in voorraad bij de overgang, waarvan de vergunninghouder kan aantonen dat hij ze gekocht heeft bij niet- belastingplichtigen, kunnen verkocht worden onder de regeling van artikel 58, § 4, met betaling van de belasting over het verschil tussen de verkoopprijs en de aankoopprijs.
Hiertoe brengt de vergunninghouder per kwartaal, en dit gedurende de eerste vier opeenvolgende kwartalen, één vierde van de totale aankoopprijs van de voorraad goederen gekocht bij niet- belastingplichtigen over naar het vergelijkingsregister.
De goederen in voorraad bij de overgang, waarvan de vergunninghouder niet kan aantonen dat hij ze gekocht heeft bij particulieren, alsmede de goederen verkregen van belastingplichtigen of bij invoer, worden buiten de regeling van artikel 58, § 4, gehouden. Hun verkoopprijs blijft volledig belastbaar tegen het voor die goederen gangbare BTW-tarief.
77. Wanneer de vergunning wordt ingetrokken (z. nr. 41), deze intrekking steeds uitwerking vanaf de eerste dag volgend op het aangiftetijdvak waarin de intrekking aan de handelaar in tweedehandse goederen werd betekend. De handelaar moet binnen de maand van de kennisgeving van deze beslissing bij het controlekantoor waaronder hij ressorteert een volledige inventaris indienen van de goederen die hij in voorraad heeft en bestemt voor doorverkoop. Hij moet hierbij onderscheid maken naargelang de goederen al dan niet aan de bijzondere regeling onderworpen werden door hun inschrijving in het inkoopregister. Deze inventaris moet onder meer de inkoopprijs en het volgnummer van inschrijving in het inkoopregister vermelden.
78. Voor de in de inventaris opgenomen goederen die vroeger werden ingeschreven in het inkoopregister moet de handelaar overgaan tot de verbetering van de inschrijving in dit register.
Deze verbetering geschiedt op dezelfde wijze als uiteengezet in nr. 72, d.w.z. :
Het totaalbedrag van de verschuldigde en aftrekbare belasting moet worden ingeschreven samen met de te regulariseren belasting van het aangiftetijdvak waarin de vergunning werd ingetrokken.
79. Dezelfde regels moeten worden gevolgd wanneer de handelaar in tweedehandse goederen de administratie in kennis stelt van de verzaking aan de vergunning en beslist naar de normale regeling van de belasting over te gaan.
Deze overgang mag, behoudens afwijking toegestaan door het controlekantoor, slechts gebeuren vanaf de eerste januari van een kalenderjaar en moet ten laatste de eerste december van het voorgaande jaar aan het controlekantoor worden betekend.
Een handelaar in tweedehandse goederen, die de vergunning bezit, beslist over te gaan naar de normale regeling. Hij plaatste steeds al zijn aankopen onder de bijzondere regeling. Op 31 december 1983 heeft hij de volgende goederen in voorraad : tariefgroep 6 pct. (boeken) : 120 000 F, waarvan 42 400 F (inclusief BTW) aangekocht bij BTW-belastingplichtigen; tariefgroep 17 pct. (schoenen, antiek) : 400 000 F waarvan 117 000 F (inclusief BTW) aangekocht bij BTW-belastingplichtigen en ingevoerd; tariefgroep 19 pct. (meubelen) : 600 000 F, waarvan 238 000 F (inclusief BTW) aangekocht bij BTW- belastingplichtigen en ingevoerd; tariefgroep 25 pct. (electro, foto) : 80 000 F, uitsluitend aankopen bij particulieren; tariefgroep 33 pct. (juwelen e.d.) : 260 000 F, waarvan 66 500 F (inclusief BTW) aangekocht bij BTW- belastingplichtigen en ingevoerd. Tijdens het laatste aangiftekwartaal heeft de belastingplichtige de volgende aankopen ingeschreven in zijn inkoopregister : aan 6 pct. : nihil
aan 17 pct. : 620 000 F
aan 19 pct. : 800 000 F
aan 25 pct. : 140 000 F
aan 33 pct. : 200 000 F.
Tijdens hetzelfde kwartaal heeft hij de volgende verkopen gerealiseerd (BTW inclusief) : Totaal Ontvangstenboek Factuurboek aan 6 pct. : 45 000 F 45 000 F - aan 17 pct. : 800 000 F 600 000 F 200 000 F aan 19 pct : 700 000 F 450 000 F 250 000 F aan 25 pct. : 200 000 F 150 000 F 50 000 F aan 33 pct. : 100 000 F 80 000 F 20 000 F Berekening van de verschuldigde belasting : BTW Speciale taks tarief 6 pct. : (165.000 x 6) -------------- = 9 340 F 106 tarief 17 pct. : (580.000 x 17) -------------- = 84 274 F 117 tarief 19 pct. : (500.000 x 19) -------------- = 79 832 F 119 tarief 25 pct. : (140.000 x 25) -------------- = 28 000 F 125 tarief 33 pct. : (160.000 x 33) --------------- = 39.699 30 075 F 9 624 F 133 (25/33) (8/33) -------- ------- Totalen 231 521 F 9 624 F (vak 11) (vak 12) Maatstaf van heffing : vak 01 : (165.000 x 100) ---------------- = 155 660 F 106 vak 02 : (580.000 x 100) --------------- = 495 726 F 117 vak 03 : (500.000 x 100) --------------- = 420 168 F 119 vak 04 : (140.000 x 100) --------------- = 112.000 ---+ 125 ¦ ¦- 232 301 F (160.000 x 100) ¦ --------------- = 120.301 ---+ 133 Aftrekbare BTW Vermits de vergunninghouder al zijn aankopen en invoeren onder de toepassing van de bijzondere regeling heeft geplaatst, heeft hij met betrekking tot de nog in voorraad zijnde goederen de aftrek van de voorbelasting niet uitgevoerd.
Bij de overgang mag de vergunninghouder deze aftrekbare BTW in mindering brengen van de verschuldigde BTW.
Berekening : volgens de inventaris zijn de volgende goederen waarover de belasting is geheven in voorraad :
voorraad aftrekbaar incl. BTW (42.400 x 6) tariefgroep 6 pct. : 42 400 F ------------- = 2 400 F 106 (117.000 x 17) tariefgroep 17 pct. : 117 000 F -------------- = 17 000 F 117 (238.000 x 19) tariefgroep 19 pct. :238 000 F -------------- = 38 000 F 119 tariefgroep 25 pct. : - - (66.500 x 33) tariefgroep 33 pct. : 66 500 F -------------- = 16 500 F 133 -------- totaal aftrekbare BTW : 73 900 F over te brengen naar het vak 21 van de aangifte (samen met de aftrekbare BTW betaald over de algemene onkosten, en desgevallend de investeringen). Uiteindelijk verschuldigde belasting. Verschuldigde BTW : 231 521 F Verschuldigde speciale taks : 9 624 F --------- 241 145 F Aftrekbare BTW + taks : 73 900 F --------- Verschuldigd : 167 245 F 81. Indien de handelaar uitsluitend zijn aankopen bij particulieren en bij belastingplichtigen welke ook verkopen onder de bijzondere regeling van artikel 58, § 4, onder de bijzondere regeling heeft geplaatst, dient de herziening van het inkoopregister alleen te geschieden rekening houdende met de voorraad van die goederen. De inventaris bij de overgang dient dus een duidelijk onderscheid te maken tussen de goederen welke wel en welke niet onder de bijzondere regeling werden geplaatst.
82. Ingevolge de wijziging van artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek, werden de oorspronkelijke kunstwerken, de antiquiteiten, verzamelobjecten, postzegels en oude munten uit de bijzondere regeling gesloten. Zulks brengt mede dat bepaalde belastingplichtigen het voordeel van deze regeling voor gans hun activiteit verliezen, terwijl anderen het voordeel slechts verliezen voor de in artikel 58, § 4, 2de lid, voorziene goederen doch het kunnen behouden voor de rest van hun activiteiten - vb. een antiquair die tegelijkertijd ook brocante verkoopt. Een onderscheid dient aldus gemaakt te worden naargelang de belastingplichtige het voordeel van de bijzondere regeling volledig of slechts gedeeltelijk verliest.
83. Indien de belastingplichtige voor zijn ganse activiteit naar de gewone regeling moet overgaan, zal hij zich gedragen naar hetgeen gezegd wordt onder de nrs. 78, 79, 80 en 81 hierboven.
84. Indien de belastingplichtige ingevolge de wijziging van artikel 58, § 4, de gewone regeling opnieuw moet toepassen voor een gedeelte van zijn activiteit, inzonderheid voor wat de goederen betreft opgesomd in het 2de lid van artikel 58, § 4, dient er slechts een gedeeltelijke herziening van het inkoopregister plaats te hebben.
Hiertoe dient de belastingplichtige een inventaris te maken waarin hij de oorspronkelijke kunstwerken, antiquiteiten, verzamelobjecten, de postzegels en oude munten afzonderlijk opneemt en tevens aanduidt of ze gekocht werden van particulieren, van belastingplichtigen met betaling van de BTW of dat ze werden ingevoerd met betaling van de BTW.
85. Heeft de belastingplichtige al zijn aankopen en invoeren onder de bijzondere regeling geplaatst, wordt het inkoopregister herzien, overeenkomstig de wijze bepaald in nr. 72, voor wat de ganse voorraad oorspronkelijke kunstwerken, antiquiteiten, verzamelobjecten, postzegels en oude munten betreft.
De bij de aankoop of bij de invoer geheven en niet in aftrek gebrachte BTW, met betrekking tot de in voorraad zijnde goederen, mag in de aangifte waarin de regularisatie werd opgenomen worden in aftrek gebracht.
86. Heeft de belastingplichtige alleen zijn aankopen bij particulieren of bij belastingplichtigen die eveneens de bijzondere regeling van artikel 58, § 4, volgen, onder de bijzondere regeling geplaatst, wordt het inkoopregister herzien, overeenkomstig de wijze bepaald in nr. 72, doch alleen voor wat dat gedeelte van de voorraad oorspronkelijke kunstwerken, antiquiteiten, verzamelobjecten, postzegels en oude munten betreft. Desgevallend kan de BTW forfaitair bepaald op 6 pct.), geheven van de aankopen bij belastingplichtigen die eveneens de bijzondere regeling volgen, in mindering worden gebracht.
87. Gelet op de datum van inwerkingtreding van artikel 46 van de wet van 28 december 1983, nl. 1 januari 1984, dient de herziening te geschieden rekening houdend met de toestand op die datum.
De herziening kan dus reeds, en moet in principe, gebeuren in de aangifte van het 4de kwartaal 1983.
Gelet evenwel op de praktische moeilijkheden die zich kunnen voordoen, zal de administratie geen kritiek uitoefenen indien de herziening geschiedt in de aangifte voor het eerste kwartaal 1984 (in te dienen voor 20 april 1984).
88. In geen geval is het toegelaten de bijzondere regeling van artikel 58, § 4, na 1 januari 1984 nog toe te passen met betrekking tot de verkopen van originele kunstwerken, antiquiteiten, verzamelobjecten, postzegels en oude munten.
AFDELING 6. - BIJZONDERE TOESTAND VAN VERKOOPZALEN WAAR DE TWEEDEHANDSE GOEDEREN OPENBAAR WORDEN VERKOCHT
89. De regels vervat in onderhavige aanschrijving zijn, in principe, van toepassing op de verkoopzalen en dit zowel voor de verkopen uit de hand als voor de openbare verkopen waarvoor zij tussenkomen hetzij als koper-verkoper, hetzij als commissionair, die krachtens artikel 13 van het BTW-Wetboek worden gelijkgesteld met koper-verkoper. Er kunnen zich evenwel bijzondere toestanden voordoen bij openbare verkopen. Ze worden in het bijzonder in onderhavige afdeling onderzocht.
90. Gewoonlijk komt de verkoopzaal met de consignatie- belastingplichtige overeen dat de toewijzingsprijs (bedongen kosten niet inbegrepen) hem toekomt onder aftrek van een commissieloon dat voorafgenomen wordt (bijvoorbeeld 10 pct.). In de praktijk is in het bedrag dat de consignant toekomt de belasting begrepen die deze laatste in rekening moet brengen aan de verkoopzaal.
91. Voorbeeld. Op een toewijzingsprijs van 100 000 F komt, na aftrek van het percentage van 10 pct. weerhouden door de verkoopzaal, aan de consignant 90 000 F toe. Het BTW-tarief is 19 pct.
Vermits de partijen hebben afgesproken dat de belasting begrepen is in de som van 90 000 F die aan de consignant toekomt, zal deze laatste aan de verkoopzaal in rekening brengen :
[(90 000 F x 19)/119] of 14 370 F.
92. Wanneer de verkoopzaal het genoemde goed overbrengt naar haar inkoopregister en het aldus onderwerpt aan de bijzondere regeling schrijft zij in dit register een prijs van 90 000 F, , belasting inbegrepen".
93. In de mate dat de bedongen kosten de wettelijke kosten (erelonen van de notaris of van de deurwaarder, het algemeen vast registratierecht en het zegelrecht), met uitsluiting van de BTW, overtreffen vormen zij een last die, voor de berekening van de belasting, aan de eigenlijke toewijzingsprijs moet worden toegevoegd.
Hieruit volgt :
94. Gemakkelijkheidshalve wordt er aangenomen dat de verkoopzaal op het einde van elk aangiftetijdvak de wettelijke kosten - met uitsluiting van de BTW zelf - vaststelt die ze werkelijk heeft gedragen en ze aftrekt van de bedongen kosten voor de openbare verkopen die zij tijdens dat zelfde tijdvak heeft verricht. Ze stelt dan het percentage vast dat de extra-wettelijke kosten vertegenwoordigt in verhouding tot het totaalbedrag van de toewijzingsprijzen en zij voegt dit percentage, eenvormig per BTW-tarief, bij de prijs van de openbaar verkochte goederen.
95. De publieke verkoopzalen beschikken, voor de door hen gehouden verkopen, over een proces-verbaal waarin de instrumenterende ambtenaar, naarmate van de verkopen, de toewijzing van de verschillende aan het publiek te koop aangeboden loten inschrijft. Vertrekkende van dit proces-verbaal kunnen zij dan na afloop van de publieke verkoop, voor de verschillende consignanten, de rekeningopgaven opstellen en de op de gedane verrichtingen verschuldigde belastingen berekenen. Om met deze particulariteit rekening te houden, wijkt de administratie, in de hierna uiteengezette mate, af van de regels die in de voorgaande afdelingen werden bepaald.
96. Wat de tweedehandse goederen betreft die in consignatie werden gegeven door een in het land gevestigde niet-belastingplichtige, mag het in nr. 43 voorgeschreven aankoopborderel worden vervangen door de rekeningopgave die de verkoopzaal aan zijn consignant stuurt op grond van het procesverbaal van de publieke verkoop. De inschrijving in het inkoopregister van het aan de consignant toekomende netto-bedrag (toewijzingsprijs onder aftrek van het door de verkoopzaal ingehouden commissieloon) geschiedt op het zien van de rekeningopgaven waarnaar ze verwijst.
Deze opgaven moeten worden opgemaakt uiterlijk de vijfde werkdag van de maand die volgt op de maand tijdens welke de publieke verkoop plaatshad.
97. Wat de tweedehandse goederen betreft die in consignatie gegeven werden door een in het land gevestigde belastingplichtige, stelt de consignant zijn definitieve factuur op op grond van de rekeningopgave die de verkoopzaal hem heeft uitgereikt. In principe moet deze factuur uitgereikt worden uiterlijk de vijfde werkdag van de maand die volgt op de publieke verkoop van het goed. Nochtans zal de factuur die uitgereikt zou worden in de loop van de maand volgend op de maand dat de publieke verkoop plaatsvond, niet als laattijdig worden beschouwd, wanneer de wettelijke termijn om praktische redenen niet kon worden nageleefd (bijvoorbeeld in geval van verkoop in de tweede helft van de maand).
Voor het gemak van de verkoopzalen mogen ze de bedoelde goederen in het inkoopregister inschrijven op zicht van de rekeningopgaven bestemd voor de belastingplichtige consignanten. Deze inschrijving is echter voorlopig en mag alleen behouden blijven indien de definitieve factuur uitgereikt wordt binnen de in voorgaand lid gestelde termijn.
98. Er wordt opgemerkt dat geen enkele afwijking van de algemene regels werd voorzien betreffende de verkopen van nieuwe goederen, van goederen die uitgesloten zijn van de bijzondere regeling voor tweedehandse goederen, alsmede voor de verkopen van tweedehandse goederen die het voorwerp uitgemaakt hebben van werkelijke verkopen hier te lande of die ingevoerd werden met betaling van de BTW in hoofde van de verkoopzaal.
99. Aan de hand van het proces-verbaal van de publieke verkoop mogen de verkoopzalen een verzamelstaat opmaken waarin zij, per BTW-tarief, de prijzen van de verschillende verkochte loten omslaan. Op die manier bepalen zij, per toegepast tarief, het globaal bedrag, BTW inbegrepen, van de toewijzingsprijzen en bij dit bedrag voegen zij de last van de extra-wettelijke kosten die aan de kopers werden opgelegd (z. nr. 93). Het totale bedrag wordt vervolgens per BTW-tarief afzonderlijk van het vergelijkingsregister overgedragen (z. nr. 59).
100. In de praktijk berekenen de verkoopzalen de aan de Staat te betalen belastingen, wegens de publieke verkopen die ze gehouden hebben, tijdens de hierop volgende dagen, aan de hand van de verzamelstaat opgemaakt volgens het proces-verbaal van de publieke verkoop, van de rekeningopgaven die ze onmiddellijk aan de consignanten sturen en van de inschrijvingen die op deze basis in het vergelijkingsregister overgedragen zijn
Wanneer deze praktijk wordt gevolgd, worden de verkoopzalen vrijgesteld van het houden van een ontvangstenboek. Het wordt vervangen door het proces-verbaal van de publieke verkoop en de gedetailleerde verzamelstaat die ze opmaken. Wat de facturen betreft die ze aan hun klanten uitreiken, deze moeten in het boek voor uitgaande facturen worden ingeschreven, ondanks het feit dat, in de gezegde praktijk, de samenstelling van de verschuldigde belastingen niet aan de hand van dit register geschiedt.
101. Het gebeurt dat een zelfde publieke verkoop zich uitstrekt over een periode van verscheidene dagen gespreid over twee opeenvolgende maanden. In dat geval neemt de administratie aan dat de belasting, voor het geheel van de verrichtingen, slechts verschuldigd is na afloop van de verkoop.
102. De toewijzing van het goed aan de vergunninghouder, die krachtens artikel 13 van het Wetboek met een koper-verkoper is gelijkgesteld, maakt de BTW niet opeisbaar, maar heeft voor gevolg dat de consignatiezending naar de vergunninghouder wordt omgezet in een definitieve aankoop door deze laatste. Bijgevolg moet de toewijzingsprijs en de eraan verbonden extra-wettelijke kosten noch in het boek voor uitgaande facturen, noch in het ontvangstenboek worden ingeschreven. De aankoop moet daarentegen door de vergunninghouder worden ingeschreven in het inkoopregister of in het boek voor inkomende facturen, naargelang hij de aankoop aan de normale of de bijzondere regeling onderwerpt.
103. Er wordt aangenomen dat in een dergelijk geval de consignatie niet wordt gevolgd door een eigenlijke verkoop. Inderdaad, door zijn eigen goed terug te kopen uit de consignant zijn wens eigenaar te willen blijven.
Hieruit volgt dat de toewijzingsprijs van het door zijn eigenaar wederingekocht goed noch in het boek voor uitgaande facturen, noch in het ontvangstenboek moet worden ingeschreven indien de vergunninghouder, onwetend van de hoedanigheid van de koper, de handeling toch heeft ingeschreven in het een of ander register, mag hij een verbeterende inschrijving doen in rode inkt.
Dezelfde regel mag worden gevolgd om een inschrijving te verbeteren die ten onrechte in het boek voor inkomende facturen of in het inkoopregister werd gedaan. De exploitant van de verkoopzaal behoort tegenover de administratie de uitzonderlijke toestand die hij inroept en de eventuele verbeteringen te rechtvaardigen.
Wanneer in bedoeld geval de verkoopzaal van de eigenaar een commissie vordert voor de dienst waarmee hij haar had belast, is de belasting over deze commissie verschuldigd tegen het tarief van 19 pct. De belasting is begrepen in het gevorderde bedrag.
104. De regeling voorzien in onderhavige aanschrijving is slechts van toepassing wanneer de verkoopzaal bij de openbare verkopen van goederen in eigen naam handelt.
Deze regeling moet worden geweerd voor de verkopen waar ze optreedt als mandataris van de verzoekers. Deze toestand doet zich inzonderheid voor bij verkopen van goederen die voortkomen uit een erfenis, hetzij wanneer wordt aangegeven in het procesverbaal van de notaris of van de gerechtsdeurwaarder dat de verkoop geschiedt op verzoek van de erfgenamen - al of niet met name genoemd -, van een bepaalde overledene, hetzij wanneer de verkoop geschiedt op verzoek van de exploitant van de verkoopzaal maar handelend in naam van de erfgenamen - al of niet met name genoemd - van een bepaalde overledene. De eenvoudige melding in het proces-verbaal dat het gaat om de verkoop van meubelen voortkomende van de erfenis van een omschreven persoon volstaat, op zichzelf, niet om aan te nemen dat de verkoop al of niet op verzoek van de erfgenamen plaatsheeft.
105. Wanneer de verkoopzaal als mandataris optreedt worden de goederen rechtstreeks verkocht door de verzoekers. De verkoop is slechts onderworpen aan de BTW wanneer zij de hoedanigheid van belastingplichtige hebben en wanneer de verkoop betrekking heeft op goederen die voortkomen uit hun onderneming. De verkoop is in de andere gevallen onderworpen aan het evenredig registratierecht van 5 pct. (Wetboek Reg. art. 80), tenzij hij betrekking heeft op goederen bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen (1). In dit verband moet worden aangestipt dat een openbare verkoop van een voorraad goederen of andere goederen met beroepskarakter gedaan op verzoek of in naam van de erfgenamen van een belastingplichtige, in het kader van de liquidatie van zijn onderneming, dient aangemerkt te worden als zijnde gedaan door een belastingplichtige.
106. De vergoeding die de verkoopzaal van de verzoekers vordert voor haar tussenkomst als mandataris bij de verkoop van de goederen, is onderworpen aan de BTW van 19 pct. en dit zonder onderscheid te maken of de verkoop gebeurde met toepassing van de BTW, van het registratierecht of van de inschrijvingstaks. De BTW moet worden berekend op het bedrag van de vergoeding "belasting inbegrepen".
Onder "vergoeding" zoals bedoeld in vorig lid moet worden verstaan, de som die de verkoopzaal voor haar tussenkomst van de verzoekers vordert, verhoogd met het bedrag van de extra-wettelijke kosten, d.w.z. het verschil tussen de bedongen kosten en de wettelijke kosten (erelonen van de instrumenterende notaris of deurwaarder, BTW of het evenredig registratierecht van 5 pct. en het zegelrecht).
AFDELING 7.- INWERKINGTREDING
NOTEN
BIJLAGE
Originele kunstwerken; voorwerpen voor verzamelingen; antiquiteiten. Definities.
Worden voor de toepassing van artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek aangemerkt als originele kunstwerken :
Worden bedoeld : de schilderijen, schilderingen en tekeningen, geheel met de hand vervaardigd, met uitzondering van :
Om als originele kunstwerken te worden aangemerkt moeten de schilderijen, schilderingen en tekeningen geheel met de hand vervaardigd zijn; dit sluit de toepassing uit van alle procédés welke de hand van de kunstenaar geheel of gedeeltelijk vervangen. Worden dus niet bedoeld : schilderingen welke zijn verkregen langs fotomechanische weg, schilderingen welke met de hand zijn bijgeschilderd op een gegraveerde of gedrukte schets of tekening (namaakschilderijen), z.g. "authentieke kopieën", welke zijn verkregen met behulp van een aantal maskers (of sjablonen), ook indien zij door de kunstenaar voor echt zijn verklaard.
Kopieën van schilderijen, welke geheel met de hand zijn vervaardigd, worden daarentegen, ongeacht hun artistieke waarde, wel bedoeld.
De schilderijen, schilderingen en tekeningen, geheel met de hand vervaardigd, mogen al dan niet ingelijst zijn.
De originele gravures, originele etsen en originele litho's worden aangemerkt als originele kunstwerken.
Worden slechts als dusdanig aangemerkt : de gravures, etsen en litho's, welke rechtstreeks in het zwart of in kleuren zijn afgedrukt, van één of meer door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde platen, ongeacht het materiaal waarop dit afdrukken is geschied en ongeacht de gevolgde techniek, met uitzondering van de mechanische en van de fotomechanische reproduktietechniek.
De originele gravures, de originele etsen en de originele litho's mogen al dan niet ingelijst zijn.
De originele standbeelden en het origineel beeldhouwwerk, ongeacht het materiaal waarvan zij vervaardigd zijn, worden, voor de toepassing van artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek, aangemerkt als originele kunstwerken.
Zijn daarentegen niet als dusdanig aangemerkt :
Worden voor de toepassing van artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek aangemerkt als voorwerpen voor verzamelingen :
Opgezette dieren of delen van dieren die niet bestemd zijn voor de verzamelingen van zoölogisten of van musea zijn niet bedoeld
Onder voorwerpen voor verzamelingen welke van belang zijn uit numismatiek oogpunt verstaat men de munten en medailles, welke in verzamelingen of afzonderlijk worden aangeboden. In laatst bedoeld geval gaat het in de regel om een beperkt aantal exemplaren van iedere soort en moeten de voorwerpen kennelijk voor verzamelingen bestemd zijn.
Onder antiquiteiten in de zin van artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek wordt verstaan de voorwerpen van alle aard en van welk materiaal ook die, ongeacht hun oorsprong, hun huidig of vroeger gebruik, de hoedanigheid of het beroep van hen die ze hebben vervaardigd en de werkmethodes die deze hebben gebruikt, ouder zijn dan honderd jaar op het tijdstip waarop zij voor de eerste keer worden opgenomen in handelingen onderworpen aan de belasting in België.
Als antiquiteiten worden echter niet aangemerkt de afvalstoffen, d.w.z. geheel versleten of onbruikbaar geworden produkten en voorwerpen die worden gerecupereerd om in de regel opnieuw als grondstoffen te worden gebruikt (oud papier, oude vodden, materiaal voor de breekwerf, voor het smelten bestemd ijzer of andere metalen, enz.).
Aanschrijving nr. 1 dd. 30.01.1984
Deze aanschrijving werd opgeheven en vervangen vanaf 01.01.1995 door de aanschrijving nr. 1 dd. 02.01.1995.
Regeling voor tweedehandse goederen.
Vergunning voorzien in art. 58, § 4, BTW-Wetboek.
(Opgeheven vanaf 1 januari 1995)
INHOUD Onderwerp van de aanschrijving...................................... 1-3 AFDELING I. - DRAAGWIJDTE VAN ARTIKEL 58, § 4, VAN HET BTW-WETBOEK I. Bedoelde belastingplichtige.................................... 4-5 II. Tweedehandse goederen bedoeld in artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek.................................................... 6-8 III. Algemene draagwijdte van de bijzondere regeling................ 9 A. Tweedehandse goederen gekocht van niet-belastingplichtigen.. 10-16 B. Tweedehandse goederen gekocht van belastingplichtigen of door de handelaar ingevoerd................................. 17-29 C. Nieuwe goederen; tweedehandse goederen die uit de bijzondere regeling zijn gesloten krachtens artikel 58, § 4, 2de lid, van het BTW-Wetboek; van belastingplichtigen gekochte of ingevoerde tweedehandse goederen die de handelaar zelf uit de bijzondere regeling sluit............. 30-35 IV. Aftrekregeling voor de handelaars in tweedehandse goederen..... 36 V. Regeling die van toepassing is bij verkoop van tweedehandse goederen tussen twee handelaars die onderworpen zijn aan de bijzondere regeling............................................ 37-38 AFDELING II. - VOORWAARDEN EN MODALITEITEN VAN DE VERGUNNING BEDOELD IN ARTIKEL 58, § 4, VAN HET BTW-WETBOEK I. Uitreiken van de vergunning.................................... 39-41 II. Voorwaarden van de vergunning A. Algemeenheden................................................ 42 B. Opstellen van een aankoopborderel om de aankoop van tweedehandse goederen bij een niet-belastingplichtige vast te stellen.................................................. 43-45 C. Houden van een inkoopregister van tweedehandse goederen..... 46-50 D. Houden van een vergelijkingsregister........................ 51-52 E. Identificatie van de tweedehandse goederen die de vergunninghouder in zijn bezit heeft........................ 53 F. Niet-aftrek van de belasting geheven van de goederen gekocht bij belastingplichtigen en van ingevoerde goederen.......... 54 AFDELING III. - BEREKENING VAN DE VERSCHULDIGDE BELASTING I. Periodieke afsluiting van het ontvangstenboek en van het boek voor uitgaande facturen........................................ 55-57 II. Periodieke afsluiting van het inkoopregister................... 58 III. Transport naar het vergelijkingsregister. Globale berekening van de verschuldigde belasting voor het aangiftetijdvak................................................ 59-62 IV. Voorbeeld van de berekening van de belasting na transport naar het vergelijkingsregister. Voorstelling van dit register........ 63 AFDELING IV. - FACTURERING AAN EEN BELASTINGPLICHTIGE VAN EEN GOED DAT BIJ DE INKOOP WERD INGESCHREVEN IN HET INKOOPREGISTER I. Tweedehandse goederen gekocht van niet-belastingplichtigen..... 64-66 II. Tweedehandse goederen gekocht van belastingplichtigen of door de vergunninghouder ingevoerd.................................. 66-67 AFDELING V. - DIVERSE GEVALLEN - VRIJSTELLINGEN - ONTTREKKINGEN - HERROEPING VAN DE VERGUNNING I. Leveringen door de handelaar in tweedehandse goederen met vrijstelling van de belasting krachtens de artikelen 39 of 42, § 3, van het BTW-Wetboek..................................... 68-70 II. Onttrekking voor privé-doeleinden door de handelaar in tweedehandse goederen van voor doorverkoop bestemde goederen Stopzetting van werkzaamheid................................... 71-73 III. Overgang van de normale regeling naar de regeling met vergunning. A. Uitwerking van de vergunning................................ 74 B. Inventaris.................................................. 75 C. Toepassing van de regeling van artikel 58, § 4, op de goederen in voorraad........................................ 76 IV. Intrekking van de vergunning - Overgang naar de normale regeling van de belasting............................................... 77-81 V. Overgangsbepalingen A. De belastingplichtige verliest het voordeel van de vergunning volledig.................................................... 83 B. De belastingplichtige verliest het voordeel van de vergunning slechts gedeeltelijk........................................ 84-86 C. Uitvoering van de herziening AFDELING VI. - BIJZONDERE TOESTAND VAN VERKOOPZALEN WAAR DE TWEEDEHANDSE GOEDEREN OPENBAAR WORDEN VERKOCHT I. Inkoopprijs bij consignatiezending door een belastingplichtige. 90-92 II. In aanmerking te nemen verkoopprijs hij openbare verkopen waar de kosten ten laste van de kopers bedongen zijn................ 93-94 III. Het boeken van de inkopen en de verkopen....................... 95 A. Inkopen..................................................... 96-98 B. Verkopen.................................................... 99 C. Vaststelling van de wegens de publieke verkoop aan de Staat verschuldigde belasting - Ontheffing om een ontvangstenboek te houden..................................................100-101 IV. Bijzonder geval. De verkoopzaal, die handelt als consignataris commissionair-verkoper, stelt een tweedehands goed openbaar te koop en koopt zelf goed om het later door te verkopen................................................... 102 V. Bijzonder geval. De verkoopzaal die handelt als consignataris commissionair-verkoper, stelt een tweedehands goed openbaar te koop en wijst het toe aan diegene die het in consignatie had gegeven................................................... 103 VI. Tussenkomst van de verkoopzaal in de hoedanigheid van mandataris van de verzoekers van de openbare verkoop..........104-106 AFDELING VII. - INWERKINGTREDING Inwerkingtreding.................. 107 BIJLAGE. Originele kunstwerken, voorwerpen voor verzamelingen, antiquiteiten. Definities. ---------------------- Onderwerp van de aanschrijving. 1. Het Belgisch Staatsblad van 30 december 1983 publiceert de wet van 28 december 1983 (Z. deze Revue blz. 173) houdende fiscale en begrotingsbepalingen.
2. Krachtens artikel 46 van de voormelde Wet, wordt het artikel 58, § 4, tweeDe lid, van het BTW-Wetboek aangevuld, ten einde de oorspronkelijke kunstwerken, antiquiteiten en verzamelobjecten, de postzegels en de oude munten, zoals bedoeld in het hoofdstuk 99 van het Tarief van invoerrechten, uit te sluiten van de regeling voor tweedehandse goederen, uitgewerkt op grond van voornoemd artikel 58, § 4.
Anderdeels, wordt ingevolge artikel 2 van het koninklijk besluit van 29 december 1983 (Z. deze Revue blz. 182) tot wijziging van de koninklijke besluiten nrs. 4 en 20 met betrekking tot de belasting over de toegevoegde waarde en van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen (gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 30 december 1983), het BTW-tarief voor de oorspronkelijke kunstwerken, antiquiteiten, verzamelobjecten, de postzegels en de oude munten, met ingang van 1 januari 1984, vastgesteld op 6 pct.
De omschrijving van de hierboven bedoelde goederen kan worden teruggevonden in de bijlage bij de onderhavige aanschrijving.
3. Ingevolge deze wijziging wordt de toestand hersteld zoals hij bestond voor 1 maart 1982.
Deze aanschrijving heeft tot doel de regeling voor tweedehandse goederen nader toe te lichten. Zij vermeldt bovendien de voorwaarden en de modaliteiten van de vergunning waaraan de toepassing van de regeling voor tweedehandse goederen onderworpen is.
Tenslotte onderzoekt zij de maatregelen en de voorwaarden verbonden aan de overgang van de normale regeling naar de regeling met vergunning en omgekeerd, en inzonderheid de maatregelen te nemen ingevolge de wetswijziging (z. nrs. 74 tot 88), evenals de bijzondere toestand van de verkoopzalen waar tweedehandse goederen worden verkocht.
De aanschrijvingen nrs. 16 van 4 september 1979 (Z. Revue nr. 42, blz. 589) en 9 van 26 maart 1982 () worden door onderhavige aanschrijving opgeheven en vervangen.
AFDELING I. - DRAAGWIJDTE VAN ARTIKEL 58, § 4, VAN HET BTW-WETBOEK
| I. | Bedoelde belastingplichtigen |
5. De omstandigheid dat de handel ook slaat op nieuwe goederen of op goederen die uitgesloten worden van de bijzondere regeling van artikel 58, § 4, 2de lid, van het Wetboek, betekent niet dat de bijzondere regeling vervalt.
| II. | Tweedehandse goederen bedoeld in artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek. |
| 7. | Benevens nieuwe goederen sluit deze definitie uit : |
| 1° | de vernieuwde goederen, met andere woorden zij die een dermate grondige herstelling hebben ondergaan, dat ze aan de koper als praktisch nieuw worden voorgesteld; |
| 2° | de goederen die, voor hun wederverkoop, een zodanige vervorming hebben ondergaan dat er geen identificatie mogelijk is tussen het voorwerp in zijn oorspronkelijke toestand en zijn toestand bij de verkoop (bijvoorbeeld : wedersamenstelling van een kast met stukken van verschillende kasten); |
| 3° | goederen, zoals wijn, die tenietgaan door het eerste gebruik dat men ervan maakt; |
| 4° | goederen die niet in aanmerking komen om als dusdanig opnieuw te worden gebruikt (schroot, lompen, vodden, afval en oud goed van bindgaren, van touw en van kabels, enz.). |
| 1° | de goederen bedoeld in artikel 35, 1ste lid, van het Wetboek en meer in het bijzonder de automobielen en hun aanhangwagens (caravans), de motorrijwielen, de jachten en plezierboten en de private vliegtuigen; |
| 2° | de oorspronkelijke kunstwerken, antiquiteiten en verzamelobjecten, de postzegels en oude munten, zoals bedoeld in hoofdstuk 99 van het Tarief van invoerrechten (z. bijlage). |
| III. | Algemene draagwijdte van de bijzondere regeling. |
| 1° | op de tweedehandse goederen bedoeld in artikel 58, § 4, van het Wetboek (z. nrs. 6 tot 8) die een handelaar koopt, met het oog op wederverkoop, van niet-belastingplichtigen; |
| 2° | op de tweedehandse goederen bedoeld in artikel 58, . § 4, van het Wetboek (z. nrs. 6 tot 8) die een handelaar koopt, met het oog op wederverkoop, van belastingplichtigen of die hij invoert met het oog op wederverkoop; |
| 3° | op de nieuwe goederen of op de tweedehandse goederen die uitdrukkelijk uit de bijzondere regeling zijn gesloten krachtens artikel 58, § 4, 2de lid, van het BTW-Wetboek, wanneer deze tevens deel uitmaken van de handel van een handelaar in tweedehandse goederen die houder is van een vergunning. |
| A. | Tweedehandse goederen gekocht van niet-belastingplichtigen. |
11. Door verkoopprijs wordt bedoeld de prijs, inclusief belasting, die aan de koper wordt gevraagd, ongeacht of die belasting al dan niet afzonderlijk in rekening wordt gebracht.
12. Door inkoopprijs wordt bedoeld de prijs die de handelaar aan de verkoper, niet-belastingplichtige, betaalt.
13. De door de handelaar verschuldigde belasting wordt berekend over het verschil, belasting inbegrepen, tussen de verkoopprijs en de inkoopprijs zoals hierboven vastgesteld. De berekening van het verschil wordt niet individueel voor ieder beschouwd goed gemaakt, maar globaal per aangiftetijdvak, rekening houdend met het geheel der tijdens beoogd tijdvak gekochte en verkochte goederen. De aftrek van de inkoopprijs van een goed gebeurt dus onmiddellijk en wordt niet uitgesteld tot de dag van de doorverkoop.
14. De handelaar schrijft naarmate van zijn inkopen het bedrag ervan, per BTW-tarief in in het inkoopregister dat hij moet houden krachtens de vergunning (z. nr. 46). Hij schrijft naarmate van zijn verkopen het bedrag ervan "BTW inbegrepen" per BTW-tarief, hetzij in zijn dagboek van ontvangsten, hetzij in zijn boek voor uitgaande facturen (z. nr. 55). Op het einde van elk aangiftetijdvak brengt hij, per BTW-tarief, het totaalbedrag van zijn verkopen, BTW inbegrepen, en het totaalbedrag van zijn aankopen over naar het vergelijkingsregister (z. nrs. 51 en 59). Hij berekent, per tarief, de BTW die begrepen is in het verschil tussen beide bedragen (z. nr. 63).
15. Voorbeeld. Eenvoudigheidshalve en om beter het voordeel aan te tonen dat onderhavige bijzondere regeling biedt, gaat men van de onderstelling uit dat de handelaar, tijdens een zelfde aangiftetijdvak, verschillende tweedehandse kasten heeft gekocht van niet-belastingplichtigen voor een totaalbedrag van 200 000 F en dat hij ze verkocht heeft voor een totaalbedrag van 300 000 F, belasting inbegrepen. Die kasten zijn onderworpen aan het BTW-tarief van 19 pct.
De belasting, die begrepen is in het verschil tussen het totaalbedrag van de verkopen (300 000 F) en het totaalbedrag van zijn aankopen (200 000 F), wordt berekend volgens de formule hierna : + ------------------------------------------------------------------------+ ¦(D x t)/(100 + t) waarin D het verschil (100 000 F) vertegenwoordigt en ¦ ¦ waarin t het op de goederen toepasselijk tarief vertegenwoordigt. De ¦ ¦verschuldigde belasting bedraagt dus (100.000 x 19)/119 hetzij 15 966 F.¦ +------------------------------------------------------------------------+ Bij toepassing van de normale regeling van de belasting, zou de inbegrepen belasting berekend worden op 300 000 F en zou zij driemaal groter zijn dan onder de bijzondere regeling. 16. Facturering aan belastingplichtigen. Wanneer een handelaar tweedehandse goederen, gekocht van niet-belastingplichtigen en waarop de bijzondere regeling van toepassing is, verkoopt aan een belastingplichtige, wordt de verkoopprijs geacht de belasting te begrijpen die voor aftrek bij de koper in aanmerking komt. Deze is forfaitair vastgesteld op 6 pct. van die prijs, belasting inbegrepen (z. nrs. 64 en 65). De forfaitaire regel van aftrek beantwoordt aan het commercieel voorschrift om de meerwaarde, die door de handelaar effectief werd gerealiseerd, voor de koper verborgen te houden.
Bij openbare verkoop moet onder "prijs" worden verstaan : de toewijzingsprijs verhoogd met de bedongen kosten.
| B. | Tweedehandse goederen gekocht van belastingplichtigen of door de handelaar ingevoerd. |
Vermits de BTW, ingevolge dergelijke handelingen, verschuldigd is over de aan de verkoper betaalde prijs of over de waarde bij de invoer, ongeacht de hoedanigheid van de koper of de geadresseerde, gaat het niet op de heffing te beperken tot de door de handelaar gerealiseerde meerwaarde. De BTW moet op een of andere manier definitief worden geheven over de door de handelaar gevraagde verkoopprijs.
18. Dit objectief is bereikt in de normale regeling van de belasting, waar de handelaar de BTW over zijn verkoopprijs berekent, maar de BTW geheven van zijn aankopen of bij de invoer in aftrek mag brengen. Dit objectief kan slechts worden verwezenlijkt in de bijzondere regeling bedoeld in artikel 58, § 4, van het Wetboek, wanneer de heffing beperkt tot de door de handelaar gerealiseerde meerwaarde gecombineerd wordt met het verwerpen van de aftrek van de belasting die hij gedragen heeft ingevolge zijn aankoop of invoer.
19. Om commerciële redenen kan de handelaar er belang bij hebben één zelfde handelwijze van facturatie en taxatie toe te passen voor het geheel van de tweedehandse goederen die deel uitmaken van zijn handel. Daarom mag de bijzondere regeling, onder de hiernavolgende speciale voorwaarden, worden uitgebreid tot de bedoelde tweedehandse goederen (z. nrs. 6 tot 8) die door de handelaar bij belastingplichtigen worden aangekocht of die door hem werden ingevoerd.
20. Het aanvaarden van de bijzondere regeling houdt in dat de handelaar verzaakt aan het recht op aftrek van de belastingen geheven van de aankopen of de invoer van bedoelde tweedehandse goederen (z. nr. 54).
21. Onder die voorwaarde mag de handelaar de belasting die verschuldigd is over genoemde goederen berekenen op het verschil tussen verkoopprijs en inkoopprijs.
22. Door verkoopprijs wordt bedoeld : de prijs, inclusief belasting, die aan de koper wordt gevraagd, ongeacht of die belasting al dan niet afzonderlijk in rekening wordt gebracht.
| 23. | Door inkoopprijs wordt bedoeld : |
| 1° | bij aankoop bij een belastingplichtige, de maatstaf van heffing (in principe de inkoopprijs) verhoogd met de BTW die door deze belastingplichtige in rekening werd gebracht; |
| 2° | bij invoer, de maatstaf van heffing waarover de BTW werd berekend, verhoogd met deze belasting. |
25. Voorbeeld. Men gaat van de onderstelling uit dat de handelaar, tijdens een zelfde aangiftetijdvak :
- tweedehandse kasten heeft gekocht van belastingplichtigen voor een prijs van 60 000 F, BTW niet inbegrepen, die de maatstaf van heffing uitmaakt, en die wordt verhoogd met de belasting tegen het tarief van 19 pct., of 11 400 F;
- tweedehandse kasten heeft ingevoerd, mits betaling van 7 600 F BTW, over een maatstaf van heffing van 40 000 F;
- deze kasten heeft verkocht voor 150 000 F, BTW inbegrepen.
De handelaar mag de belasting van 19 000 F (11.400 + 7.600) geheven van zijn aankopen en invoeren niet aftrekken. Hij heeft dus in totaal 23 950 F (4.950 + 19.000) aan BTW betaald.
26. Er wordt aangestipt dat hij onder de normale regeling van de belasting de BTW zou moeten betekenen die begrepen is in de verkoopprijs, inclusief BTW, van 150 000 F. De verschuldigde BTW zou dan bedragen [(150 000 F x 19)/119] = 23 950 F.
Na aftrek van de belasting geheven van zijn aankopen en invoeren (19 000 F) zou hij aan de staat 4 950 F. betalen. Indien men de belastingen (19 000 F) betaald aan de belastingplichtige leveranciers en bij de invoer en de belasting (4 950 F) betaald aan de Staat optelt, samen 23 950 F, stelt men vast dat de toepassing van de bijzondere regeling dezelfde fiscale gevolgen heeft als de normale regeling, wat beantwoordt aan het nagestreefde objectief (z. nrs. 17 en 18).
27. Facturering aan belastingplichtigen. Wanneer een handelaar een tweedehands goed verkoopt dat hij van een belastingplichtige heeft gekocht of dat hij heeft ingevoerd, en hij dit tweedehands goed heeft opgenomen in de bijzondere regeling, wordt de verkoopprijs geacht de belasting over de totale verkoopprijs te begrijpen (z. nr. 26).
Wanneer hij een dergelijk tweedehands goed verkoopt aan een belastingplichtige stemt het recht op aftrek voor de koper, in tegenstelling tot wat geldt voor de goederen die de belasthlgplichtigeverkoper van niet-belastingplichtigen heeft gekocht (z. nr. 16), overeen met de belasting berekend tegen het tarief eigen aan het verkochte goed en begrepen in de verkoopprijs.
Om dit recht op aftrek over de ganse verkoopprijs te kunnen uitoefenen zal de facturering (z. nrs. 66 en 67) dan ook verschillend zijn van deze welke gedaan wordt wanneer de verkoper de goederen van niet-belastingplichtigen gekocht heeft (z. nrs. 64 en 65).
28. Het onderscheid in facturering voor de goederen, onderworpen aan de bijzondere regeling en verkocht aan een belastingplichtige-koper, naargelang deze goederen werden ingekocht van niet-belastingplichtigen dan wel werden gekocht van belastingplichtigen of door de handelaar werden ingevoerd, beklemtoont het belang ieder goed te identificeren en in het inkoopregister de herkomst van ieder goed aan te duiden (z. nrs. 47 en 53).
29. Facultatief kenmerk van de bijzondere regeling. De handelaars in tweedehandse goederen mogen, naar hun goedvinden, de bijzondere regeling al dan niet uitbreiden, hetzij tot al de van belastingplichtigen gekochte goederen, hetzij tot al de ingevoerde goederen, hetzij tot deze twee soorten goederen. Zij moeten echter voor het geheel van de betrokken goederen een eenvormige handelwijze aannemen.
Wanneer zij beslissen genoemde goederen uit de bijzondere regeling te sluiten, passen ze daarop de hierna onder letter C omschreven regeling toe.
| C. | Nieuwe goederen; tweedehandse goederen die uit de bijzondere regeling zijn gesloten krachtens artikel 58, § 4, 2de lid, van het BTW-Wetboek; van belastingplichtigen gekochte of ingevoerde tweedehandse goederen die de handelaar zelf uit de bijzondere regeling sluit. |
31. De aankopen van deze goederen mogen nooit worden ingeschreven in het inkoopregister, dat uitsluitend voorbehouden is voor de goederen die onder de bijzondere regeling vallen. Wanneer deze goederen worden gekocht van belastingplichtigen of worden ingevoerd, met toepassing van de BTW, moet die handeling, uitgesplitst in een bedrag, exclusief BTW en de erop toegepaste BTW, worden ingeschreven in het boek voor inkomende facturen.
Alleen de belasting die regelmatig in dit factuurboek wordt ingeschreven op zicht van ontvangen facturen of invoerdocumenten komt voor aftrek in aanmerking.
32. De verkopen van deze goederen worden, wanneer ze niet worden gefactureerd (inzonderheid bij verkopen aan particulieren), ingeschreven in het dagboek van ontvangsten of in het boek voor uitgaande facturen wanneer er facturatie is en dit volgens de gewone regels. Die inschrijvingen moeten niet afzonderlijk worden gedaan van deze betreffende de goederen die onder de bijzondere regeling vallen. De handelaar mag dus één dagboek van ontvangsten en één boek voor uitgaande facturen houden voor het geheel van de handelingen van zijn handel.
33. Om het de handelaar te vergemakkelijken wordt aan de hand van het dagboek van ontvangsten en het boek voor uitgaande facturen (z. nr. 59) het totaalbedrag van de verkoop van goederen, "inclusief belasting" overgebracht naar het vergelijkingsregister, zonder onderscheid te maken of de goederen al dan niet onderworpen zijn aan de bijzondere regeling. Dit totaalbedrag van de verkopen wordt, per aangiftetijdvak, vergeleken met het totaalbedrag van aankopen van goederen onderworpen aan de bijzondere regeling, dat overgebracht is van het inkoopregister naar het vergelijkingsregister. De inbegrepen verschuldigde belasting wordt berekend op het verschil tussen het totaalbedrag van de verkopen en het totaalbedrag van de aankopen voorkomend in het inkoopregister.
34. Vermits de aankopen van goederen die uit de bijzondere regeling gesloten zijn niet vervat zijn in het inkoopregister, bevat het belaste verschil, in feite, de verkoopprijs "belasting inbegrepen" van die goederen. De belasting gehaald uit deze prijs, tegen het tarief van genoemde goederen, volgens de formule onder nr. 15, vertegenwoordigt dus effectief de belasting die verschuldigd is over de verkoopprijs, exclusief BTW. De globalisatie in het vergelijkingsregister en de berekeningswijze die eruit voortvloeit, zijn dus technische handelwijzen die bestemd zijn om de taak van de handelaar te verlichten, zonder afbreuk te doen aan de normale heffing van de BTW voor uit de bijzondere regeling gesloten goederen.
35. Facturering aan belastingplichtigen van uit de bijzondere regeling gesloten goederen. Zoals onder de normale regeling van de belasting moet de factuur die wordt uitgereikt aan de belastingplichtige-kopers afzonderlijk de prijs "exclusief BTW", het bij de verkoop toepasselijk BTW-tarief en het bedrag van de BTW vermelden. Die kopers mogen dus de belasting aftrekken die geheven is van de goederen die ze kopen (verg. nr. 27).
| IV. | Aftrekregeling voor de handelaars in tweedehandse goederen. |
| V. | Regeling die van toepassing is bij verkoop van tweedehandse goederen tussen twee handelaars die onderworpen zijn aan de bijzondere regeling. |
38. Wanneer de verkoper daarentegen factureert zoals onder de normale regeling van de belasting tegen een prijs exclusief BTW, verhoogd met de belasting die van toepassing is op het verkochte goed (z. nr. 35), of wanneer hij factureert op de wijze voorzien in de nrs. 27, 66 en 67, nl. in de gevallen waarin de belasting over de volledige verkoopprijs werd geheven, moet de handeling als een aankoop bij een belastingplichtige worden aangemerkt en moeten de algemene regels, die voor een dergelijke aankoop voorzien zijn in onderhavige aanschrijving, worden gevolgd.
AFDELING II. - VOORWAARDEN EN MODALITEITEN VAN DE VERGUNNING BEDOELD IN ARTIKEL 58, § 4, VAN HET BTW-WETBOEK
| I. | Uitreiken van de vergunning |
40. De aanvraag tot het bekomen van de vergunning moet vergezeld zijn van een uittreksel van de inschrijving in het handelsregister. De aanvrager moet bevestigen dat hij tweedehandse goederen koopt of zal kopen van niet-belastingplichtigen (z. nr. 4).
41. De vergunning is persoonlijk en herroepbaar. Ze zal worden ingetrokken indien een misbreuk mocht worden vastgesteld (bijvoorbeeld, wanneer de belastingplichtige niet geregeld koopt van niet-belastingplichtigen of wanneer een fictief of onjuist aankoopborderel wordt opgesteld) of indien de opgelegde voorwaarden (z. nr. 42), onder meer met betrekking tot het houden van de voorgeschreven registers, niet worden nageleefd, dit alles onverminderd de sancties voorgeschreven door de artikelen 60, 63, 70 en 74 van het BTW-Wetboek.
| II. | Voorwaarden van de vergunning |
| A. | Algemeenheden |
| 1° | een aankoopborderel opmaakt om de aankoop van tweedehandse goederen bij een niet-belastingplichtige vast te stellen (z. nrs. 43 tot 45); |
| 2° | een inkoopregister houdt met de aankopen van de tweedehandse goederen (z. nrs. 46 tot 50); |
| 3° | een vergelijkingsregister houdt (z. nrs. 51 en 52); |
| 4° | de tweedehandse goederen die hij koopt individualiseert (z. nr. 53); |
| 5° | zich verbindt geen belasting geheven van tweedehandse goederen gekocht bij een belastingplichtige of ingevoerd in aftrek te brengen indien hij ze onderwerpt aan de bijzondere regeling (z. nr. 54). |
| B. | Opstellen van een aankoopborderel om de aankoop van tweedehandse goederen bij een niet-belastingplichtige vast te stellen. |
| 1° | de naam, de voornaam en het adres van de verkoper of van de bewaargever; |
| 2° | de datum van de levering of van de consignatiezending; |
| 3° | de nauwkeurige benaming en de hoeveelheid van gekochte of in consignatie ontvangen goederen; |
| 4° | de inkoopprijs (bij consignatie moet de inkoopprijs slechts worden ingeschreven op het exemplaar van het aankoopborderel dat door de consignataris wordt bewaard op het tijdstip dat de aankoop definitief is afgesloten, dit wil in de regel zeggen op het tijdstip van de verkoop door de consignataris); |
| 5° | het BTW-tarief dat van toepassing is op de gekochte goederen (wanneer de goederen onderworpen zijn aan verschillende tarieven dienen de inkoopprijzen per tarief uitgesplitst te worden). |
Het andere exemplaar wordt door de koper bewaard om het in te schrijven in zijn inkoopregister (z. nrs. 46 en 47). Het volgnummer van inschrijving wordt vermeld op het borderel.
45. Voor de goederen die, met het oog op de openbare verkoop ervan, door een niet-belastingplichtige in consignatie worden gegeven aan een verkoopzaal, mag het aankoopborderel worden vervangen door de rekeningopgave die de verkoopzaal na de publieke verkoop aan de consignant stuurt (z. nr. 96).
| C. | Houden van een inkoopregister van tweedehandse goederen |
| 47. | In dit register mogen eveneens worden ingeschreven : |
| 1° | de inkopen van bedoelde goederen die werden gedaan bij verkopers-belastingplichtigen, op zicht van de door de verkopers opgestelde facturen met BTW; |
| 2° | de invoeren van bedoelde goederen, op zicht van de opgestelde invoerdocumenten, met betaling van de belasting op naam van de titularis van de vergunning. |
Zodra deze inschrijving gebeurt, dient te worden aangeduid dat het handelt om een inschrijving hetzij van tweedehandse goederen ingekocht bij verkopers-belastingplichtigen, hetzij van tweedehandse goederen die door de handelaar werden ingevoerd. In het eerste geval is de houder van de vergunning verplicht de vermelding "FACTUUR", in het tweede geval de vermelding "DOC. 136" in het inkoopregister aan te brengen voor elke desbetreffende inschrijving.
In principe mogen de genoemde goederen niet worden ingeschreven in het boek voor inkomende facturen omdat het vervangen wordt door het inkoopregister. Nochtans, indien om reden van de boekhouding de exploitant niettemin wenst deze aankopen of invoeren in zijn boek voor inkomende facturen in te schrijven, dan zal hun inschrijving niet worden bekritiseerd in zover dat het bedrag van de factuur (of van het invoerdocument) en het bedrag van de erop betrekking hebbende niet-aftrekbare belasting, opgenomen worden in twee supplementaire kolommen die speciaal hiervoor worden aangelegd. Deze inschrijving sluit de gelijkaardige inschrijving in het inkoopregister niet uit.
48. Voor de in consignatie gezonden goederen heeft de inschrijving slechts plaats onder de schorsende voorwaarde dat de aankoop definitief wordt afgesloten, dit wil in de regel zeggen op het tijdstip van de verkoop door de consignataris. Bij consignatiezending door een niet-belastingplichtige wordt het aankoopborderel pas dan aangevuld (z. nr. 43, 4°) terwijl bij consignatiezending door een belastingplichtige het voorlopig stuk, dat hij krachtens artikel 5 van het koninklijk besluit nr. 1 moet opstellen om deze zending vast te stellen, bij de factuur moet worden gevoegd.
49. De inschrijving in het register geschiedt naarmate van de inkopen volgens een doorlopende nummerreeks. Ze vermeldt voor ieder tweedehands goed :
1° de datum van het aankoop- of invoerdocument;
2° de volledige identiteit van de leverancier;
3° de "inkoopprijs" die in aanmerking moet worden genomen voor de
berekening van de belasting over het prijsverschil, te weten :
- bij de aankoop bij een niet-belastingplichtige, de werkelijk met deze laatste afgesloten prijs (z. nr. 12);
- bij de aankoop bij een belastingplichtige, de maatstaf van heffing voor de berekening van de BTW (in principe de inkoopprijs), verhoogd met de BTW (z. nr. 23), gevolgd door de vermelding "FACTUUR" in een afzonderlijke kolom (z. nr. 47);
- bij invoer van een goed, de maatstaf van heffing bij invoer, verhoogd met de BTW berekend over deze maatstaf (z. nr. 23), gevolgd door de vermelding "DOC. 136" in een afzonderlijke kolom (z. nr. 47).
| D. | Houden van een vergelijkingsregister. |
52. De wijze waarop dit register moet worden gehouden in functie van de inschrijvingen die erin moeten worden overgebracht, is vastgesteld in de nrs. 55 tot 63, die handelen over de berekening van de op het einde van het tijdvak verschuldigde belasting.
| E. | Identificatie van de tweedehandse goederen die de vergunninghouder in zijn bezit heeft. |
| F. | Niet-aftrek van de belasting geheven van de goederen gekocht bij belastingplichtigen en van de ingevoerde goederen. |
AFDELING III. - BEREKENING VAN DE VERSCHULDIGDE BELASTING
| I. | Periodieke afsluiting van het ontvangstenboek en van het boek voor uitgaande facturen. |
| 1° | voor de verkopen aan particulieren, waarvoor hij gebruik maakt van de ontheffing van de factureringsplicht, een ontvangstenboek waarin hij dagelijks en, in beginsel, globaal zijn ontvangsten "BTW inbegrepen" inschrijft. De ontvangsten van meer dan 5 000 F (per in de handel gebruikelijke eenheid) moeten echter afzonderlijk, met vermelding van de aard van het geleverde goed, worden ingeschreven. Worden eveneens afzonderlijk ingeschreven, ongeacht de prijs, de ontvangsten voortkomende van de levering van bijouterieën, juwelen, uurwerken, edelsmidswerk en pelterijen bedoeld in de rubrieken II, III, cijfer 1, en IV van tabel C van de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970; |
| 2° | voor de verkopen waarvoor hij niet ontheven is een factuur uit te reiken (verkopen aan belastingplichtigen, verkopen van automobielen, enz.), een boek voor uitgaande facturen waarin hij de uitgereikte facturen inschrijft (kon. besl. nr. 1, art. 12). |
57. Bij verkoop van tweedehandse automobielen, is het in aanmerking te nemen bedrag de minimummaatstaf van heffing, bepaald in artikel 35, eerste lid, van het BTW-Wetboek en in artikel 3 van het koninklijk besluit nr. 17 van 20 juli 1970, wanneer deze maatstaf hoger is dan de overeengekomen prijs. De aan de koper aangerekende BTW wordt bij dit bedrag gevoegd.
| II. | Periodieke afsluiting van hel inkoopregister. |
| III. | Transport naar het vergelijkingsregister. Globale berekening van de verschuldigde belasting voor het aangiftetijdvak. |
60. Het verschil, berekend per BTW-tarief, tussen het totaalbedrag van de verkopen (z. nr. 56) en het totaalbedrag van de inkopen (z. nr. 58) vormt het belastbaar bedrag, belasting inbegrepen, van de handelingen die de vergunninghouder tijdens het beschouwde tijdvak heeft verricht.
61. De inbegrepen verschuldigde belasting wordt per BTW-tarief, eventueel verhoogd met de speciale taks, berekend volgens de formule (D x t)/(100 + t), waarin D het belastbaar verschil "belasting inbegrepen" vertegenwoordigt en t het tarief, eventueel verhoogd met de speciale taks.
De belastbare bedragen "exclusief BTW en speciale taks" die per tarief na aftrek van de belasting worden bekomen, worden overgebracht naar de vakken 01 (6 pct.), 02 (17 pct.), 03 (19 pct.) en 04 (25 pct. en 33 pct.) van de periodieke aangifte.
De verschuldigde BTW van 6, 17, 19 en 25 pct., evenals het gedeelte van 25 pct. BTW begrepen in het tarief van 33 pct., wordt overgebracht naar vak 11 van de BTW-aangifte. De speciale taks van 8 pct. begrepen in het tarief van 33 pct. wordt overgebracht naar het vak 12 van de BTW-aangifte.
62. Wanneer voor één of meer BTW-tarieven het bedrag dat uit het inkoopregister werd overgebracht groter is dan het bedrag dat uit het boek voor uitgaande facturen en uit het ontvangstenboek is overgebracht, moet het overschot bij het begin van het volgende tijdvak de eerste inschrijving vormen in de overeenstemmende kolommen van het inkoopregister.
| IV. | Voorbeeld voor de berekening van de belasting na transport naar het vergelijkingsregister. Voorstelling van dit register. |
| A. | In de loop van dit kwartaal heeft hij in zijn ontvangstenboek de ontvangsten "BTW en speciale taks inbegrepen" ingeschreven ten bedrage van : |
| B. | Tijdens datzelfde kwartaal heeft hij aan belastingplichtigen leveringen gefactureerd, met inbegrip van de hun aangerekende belasting, ten bedrage van : |
| C. | Tijdens die zelfde periode werden in het inkoopregister de aankopen van tweedehandse goederen, bedoeld in onderhavige aanschrijving, gekocht van niet-belastingplichtigen, ingeschreven ten bedrage van : |
Maatstaf van heffing "exclusief BTW" : - bedrag over te brengen naar vak 01 van de kwartaalaangifte (6 pct. BTW) : nihil; - bedrag over te brengen naar vak 02 van de kwartaalaangifte (17 pct. BTW) : 200 000 F - 29 060 F = 170 940 F; - bedrag over te brengen naar vak 03 van de kwartaalaangifte (19 pct. BTW) : 130 500 F - 20 836 F = 109 664 F; - bedrag over te brengen naar vak 04 van de kwartaalaangifte (25 pct. BTW, evenals 33 pct. (BTW + speciale taks)) : 40 000 F - 8 000 F = 32 000 F 30 000 F - 7 444 F = 22 556 F -------- 54 556 F. De grondslag van 22 556 F waarover de BTW en de speciale taks werd geheven dient aldus samengevoegd te worden met deze (32 000 F) waarover alleen de BTW van 25 pct. wordt geheven. Het totaalbedrag (54 556 F) wordt overgebracht naar het vak 04 van de kwartaalaangifte. Aftrek.
Onder voorbehoud van de beperkingen en uitsluitingen voorzien voor elke belastingplichtige door het BTW-Wetboek, mag de vergunninghouder de belasting geheven van zijn beroepsuitgaven, die voorkomen in zijn boek voor inkomende facturen, in aftrek brengen. Maar gelet op het feit dat hij de bij belastingplichtigen gekochte tweedehandse goederen en de ingevoerde tweedehandse goederen onderworpen heeft aan de bijzondere regeling en ingeschreven in het inkoopregister, mag hij, in het gekozen voorbeeld, noch de belasting van 3 800 F die hem werd aangerekend door de belastingplichtige-verkoper, noch de belasting van 5 700 F die hij heeft betaald bij de invoer van de kast, in aftrek brengen.
AFDELING 4. - FACTURERING AAN EEN BELASTINGPLICHTIGE VAN EEN GOED DAT BIJ DE INKOOP IN HET INKOOPREGISTER WERD INGESCHREVEN
| I. | Tweedehandse goederen gekocht van niet-belastingplichtigen. |
65. De uitgereikte factuur moet evenwel het tarief vermelden dat in werkelijkheid op het voorwerp van toepassing is en uitdrukkelijk volgende vermelding dragen : "Toepassing van artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek. Belasting van 6 pct. in de prijs begrepen en, in principe, aftrekbaar tegen dat tarief. Vergunning van. . . . ., nr. . . .".
| II. | Tweedehandse goederen gekocht van belastingplichtigen of door de vergunninghouder ingevoerd. |
67. De uitgereikte factuur moet benevens de vermeldingen voorgeschreven door artikel 2 van het koninklijk besluit nr. 1 van 23 juli 1969, de melding dragen : "Toepassing van artikel 58, § 4, van het BTW-Wetboek. Vergunning van . . . . . ., nr. . . .Belasting aftrekbaar tegen het hierboven vermelde tarief".
De vergunninghouder moet op het dubbel van de verkoopfactuur er in het boek voor uitgaande facturen het nummer vermelden waarop de aankoop of de invoer in het inkoopregister werd ingeschreven. Tevens moet hij kunnen aantonen dat hij bij de aankoop of de invoer de belasting over de volledige maatstaf van heffing heeft voldaan en dat hij die voorbelasting niet in aftrek heeft gebracht.
AFDELING 5.- DIVERSE GEVALLEN - VRIJSTELLINGEN - ONTTREKKINGEN - OVERGANG VAN DE NORMALE NAAR DE BIJZONDERE REGELING - HERROEPING VAN DE VERGUNNING.
| I. | Leveringen door de handelaar in tweedehandse goederen met vrijstelling van de belasting krachtens de artikelen 39 of 42, § 3, van het BTW-Wetboek. |
Ze is evenmin verschuldigd over de leveringen die krachtens artikel 42, § 3, van het BTW-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld (verkopen aan internationale organisaties of onder de diplomatieke en consulaire regeling; aanschr. 1 en 2/1978).
| 69. | Hieruit volgt : |
| 1° | dat het bedrag van voornoemde handelingen niet moet worden opgenomen in het totaal van de verkopen dat de vergunninghouder moet maken op het einde van ieder aangiftetijdvak (z. nr. 56); |
| 2° | dat, wanneer de levering van een tweedehands goed is vrijgesteld van de belasting en werd ingeschreven in het inkoopregister, de inkoopprijs van dat goed moet worden afgetrokken van het totaalbedrag dat werd ingeschreven in het inkoopregister tijdens het aangiftetijdvak, in de loop waarvan de levering van dit goed plaatshad (z. nr. 58); |
| 3° | dat, wanneer het een goed betreft dat werd gekocht bij een belastingplichtige of werd ingevoerd, en de vergunninghouder het heeft onderworpen aan de bijzondere regeling en daardoor verzaakt aan de aftrek van de belasting geheven van de aankoop of de invoer, hij, wegens de levering van genoemd goed met vrijstelling van de belasting, deze aftrek mag uitoefenen in de aangifte met betrekking tot het tijdvak tijdens hetwelk deze levering plaatshad. |
| 1° | de vergunninghouder moet aan de koper een detaxatie toestaan die overeenstemt met de vrijstelling waarvan hij gebruik maakt, te weten : |
| a) | indien de verkoop slaat op een tweedehands goed dat van een niet-belastingplichtige werd gekocht, een detaxatie gelijk aan de belasting van 6 pct. die geacht wordt te zijn begrepen in de prijs die wordt gevraagd aan de koper die van de vrijstelling geen gebruik kan maken (z. nr. 16); |
| b) | indien de verkoop slaat op een tweedehands goed dat van een belastingplichtige werd gekocht of werd ingevoerd, een detaxatie gelijk aan de belasting berekend tegen het BTW-tarief dat op het verkochte goed van toepassing is (z. nr. 27); |
| 2° | de vergunninghouder moet op het dubbel van de verkoopfactuur en in het boek voor uitgaande facturen het nummer vermelden waaronder de aankoop in het inkoopregister werd ingeschreven; |
| 3° | de vergunninghouder moet op iedere vraag van de administratie de ingeroepen vrijstelling kunnen rechtvaardigen (aangifte van uitvoer, wanneer de bestelling uitgaat van het hoofd van de consulaire of diplomatieke post of van de internationale organisatie, enz. (z. aanschr. 1, 2 en 21/1978). |
| II. | Onttrekking voor privé-doeleinden door de handelaar in tweedehandse goederen van voor doorverkoop bestemde goederen. Stopzetting van werkzaamheid. |
72. Indien daarentegen het onttrokken goed begrepen was in de bijzondere regeling en bij de aankoop aldus werd ingeschreven in het inkoopregister, heeft de betrokkene door de overdracht naar het vergelijkingsregister met betrekking tot het kwartaal waarin die aankoop plaatshad, zijn "belastbaar verschil" verminderd in de mate van de inkoopprijs (al dan niet BTW inbegrepen) van het onttrokken goed. De onttrekking brengt mede dat de oorspronkelijke inschrijving in het inkoopregister moet worden teniet gedaan.
Dit kan gebeuren
- ofwel door de inkoopprijs van het onttrokken goed af te trekken van het totaalbedrag van de inkopen dat werd ingeschreven tegen hetzelfde BTW-tarief als dit van het onttrokken goed, in het aangiftetijdvak tijdens hetwelk de onttrekking plaatsvond;
- ofwel, ingeval tijdens het beoogde aangiftetijdvak geen of onvoldoende aankopen werden ingeschreven, door de inkoopprijs van het onttrokken goed te voegen bij het totaal van de verkopen van goederen van hetzelfde tarief tijdens dat aangiftetijdvak
Tijdens het laatste kwartaal van het jaar 1983 onttrekt de belastingplichtige een koffiemolen (niet elektrisch - geen antiek) die hij zelf aangekocht heeft van een particulier voor de prijs van 4 000 F (tarief 19 pct, ).
Eerste mogelijkheid.
Er werden voldoende aankopen ingeschreven tijdens het aangiftetijdvak.
Tijdens het aangiftetijdvak heeft hij in zijn inkoopregister goederen van de tariefgroep 19 pct. ingeschreven ten bedrage van 40 000 F, terwijl het totaal van zijn verkopen in dezelfde tariefgroep 100 000 F bedraagt. Tariefgroep 19 pct. Totaal van de verkopen van het tijdvak : 100 000 F Totaalbedrag van de aankopen ingeschreven in het inkoopregister : 40 000 F Regularisatie van het onttrokken goed : - 4 000 F --------- Aftrekbare aankopen : 36 000 F - 36 000 F ---------- Te belasten : 64 000 F Verschuldigde belasting (64 000 F x 19) ---------------- = 10 219 F. 119 Maatstaf van heffing : (64 000 F x 100) ---------------- = 53 781 F. 119 Tweede mogelijkheid.
Er werden geen of onvoldoende aankopen ingeschreven tijdens het aangiftetijdvak. Tijdens het aangiftetijdvak heeft hij in zijn inkoopregister geen aankopen van goederen van de tariefgroep 19 pct. ingeschreven. Het totaalbedrag van de verkopen in dezelfde tariefgroep bedraagt 100 000 F. Tariefgroep 19 pct. Totaal van de verkopen van het tijdvak : 100 000 F Totaalbedrag van de aankopen : 0 Regularisatie van het onttrokken goed : + 4 000 F ------------- ------------ Totaal : 0 104 000 F Aftrekbare aankopen : - 0 ------------ Te belasten : 104 000 F Verschuldigde belasting : (104.000 x 19) --------------- = 16 605 F 119 Maatstaf van heffing : (104.000 x 100) --------------- = 87 395 F 119 73. Dezelfde regels moeten worden gevolgd voor de onverkochte goederen die de handelaar voor privé-doeleinden behoudt bij de stopzetting van werkzaamheid.
| III. | Overgang van de normale regeling naar de regeling met vergunning. |
| A. | Uitwerking van de vergunning. |
| B. | Inventaris. |
De goederen waarvan de belastingplichtige niet kan aantonen dat hij ze gekocht heeft bij particulieren zullen geacht worden verkregen te zijn van belastingplichtigen of bij invoer. Deze goederen zullen onder de normale regeling worden verder verkocht.
| C. | Toepassing van de regeling van artikel 58, § 4, op de goederen in voorraad. |
Hiertoe brengt de vergunninghouder per kwartaal, en dit gedurende de eerste vier opeenvolgende kwartalen, één vierde van de totale aankoopprijs van de voorraad goederen gekocht bij niet- belastingplichtigen over naar het vergelijkingsregister.
De goederen in voorraad bij de overgang, waarvan de vergunninghouder niet kan aantonen dat hij ze gekocht heeft bij particulieren, alsmede de goederen verkregen van belastingplichtigen of bij invoer, worden buiten de regeling van artikel 58, § 4, gehouden. Hun verkoopprijs blijft volledig belastbaar tegen het voor die goederen gangbare BTW-tarief.
| IV. | Intrekking van de vergunning.- Overgang naar de normale regeling van de belasting. |
78. Voor de in de inventaris opgenomen goederen die vroeger werden ingeschreven in het inkoopregister moet de handelaar overgaan tot de verbetering van de inschrijving in dit register.
Deze verbetering geschiedt op dezelfde wijze als uiteengezet in nr. 72, d.w.z. :
- ofwel door de inkoopprijs van de in de inventaris opgenomen goederen af te trekken van de totaalbedragen van de inkopen die werden ingeschreven overeenkomstig de verschillende BTW-tarieven voor het aangiftetijdvak waarin de vergunning werd ingetrokken;
- ofwel, ingeval geen of onvoldoende aankopen werden ingeschreven voor een bepaalde tariefgroep, door de inkoopprijs van de in de inventaris opgenomen goederen te voegen bij het totaal van de verkopen van de goederen van dezelfde BTW-tariefgroep tijdens het beoogde aangiftetijdvak.
Het totaalbedrag van de verschuldigde en aftrekbare belasting moet worden ingeschreven samen met de te regulariseren belasting van het aangiftetijdvak waarin de vergunning werd ingetrokken.
79. Dezelfde regels moeten worden gevolgd wanneer de handelaar in tweedehandse goederen de administratie in kennis stelt van de verzaking aan de vergunning en beslist naar de normale regeling van de belasting over te gaan.
Deze overgang mag, behoudens afwijking toegestaan door het controlekantoor, slechts gebeuren vanaf de eerste januari van een kalenderjaar en moet ten laatste de eerste december van het voorgaande jaar aan het controlekantoor worden betekend.
| 80. | Voorbeeld. |
aan 17 pct. : 620 000 F
aan 19 pct. : 800 000 F
aan 25 pct. : 140 000 F
aan 33 pct. : 200 000 F.
Tijdens hetzelfde kwartaal heeft hij de volgende verkopen gerealiseerd (BTW inclusief) : Totaal Ontvangstenboek Factuurboek aan 6 pct. : 45 000 F 45 000 F - aan 17 pct. : 800 000 F 600 000 F 200 000 F aan 19 pct : 700 000 F 450 000 F 250 000 F aan 25 pct. : 200 000 F 150 000 F 50 000 F aan 33 pct. : 100 000 F 80 000 F 20 000 F Berekening van de verschuldigde belasting : BTW Speciale taks tarief 6 pct. : (165.000 x 6) -------------- = 9 340 F 106 tarief 17 pct. : (580.000 x 17) -------------- = 84 274 F 117 tarief 19 pct. : (500.000 x 19) -------------- = 79 832 F 119 tarief 25 pct. : (140.000 x 25) -------------- = 28 000 F 125 tarief 33 pct. : (160.000 x 33) --------------- = 39.699 30 075 F 9 624 F 133 (25/33) (8/33) -------- ------- Totalen 231 521 F 9 624 F (vak 11) (vak 12) Maatstaf van heffing : vak 01 : (165.000 x 100) ---------------- = 155 660 F 106 vak 02 : (580.000 x 100) --------------- = 495 726 F 117 vak 03 : (500.000 x 100) --------------- = 420 168 F 119 vak 04 : (140.000 x 100) --------------- = 112.000 ---+ 125 ¦ ¦- 232 301 F (160.000 x 100) ¦ --------------- = 120.301 ---+ 133 Aftrekbare BTW Vermits de vergunninghouder al zijn aankopen en invoeren onder de toepassing van de bijzondere regeling heeft geplaatst, heeft hij met betrekking tot de nog in voorraad zijnde goederen de aftrek van de voorbelasting niet uitgevoerd.
Bij de overgang mag de vergunninghouder deze aftrekbare BTW in mindering brengen van de verschuldigde BTW.
Berekening : volgens de inventaris zijn de volgende goederen waarover de belasting is geheven in voorraad :
voorraad aftrekbaar incl. BTW (42.400 x 6) tariefgroep 6 pct. : 42 400 F ------------- = 2 400 F 106 (117.000 x 17) tariefgroep 17 pct. : 117 000 F -------------- = 17 000 F 117 (238.000 x 19) tariefgroep 19 pct. :238 000 F -------------- = 38 000 F 119 tariefgroep 25 pct. : - - (66.500 x 33) tariefgroep 33 pct. : 66 500 F -------------- = 16 500 F 133 -------- totaal aftrekbare BTW : 73 900 F over te brengen naar het vak 21 van de aangifte (samen met de aftrekbare BTW betaald over de algemene onkosten, en desgevallend de investeringen). Uiteindelijk verschuldigde belasting. Verschuldigde BTW : 231 521 F Verschuldigde speciale taks : 9 624 F --------- 241 145 F Aftrekbare BTW + taks : 73 900 F --------- Verschuldigd : 167 245 F 81. Indien de handelaar uitsluitend zijn aankopen bij particulieren en bij belastingplichtigen welke ook verkopen onder de bijzondere regeling van artikel 58, § 4, onder de bijzondere regeling heeft geplaatst, dient de herziening van het inkoopregister alleen te geschieden rekening houdende met de voorraad van die goederen. De inventaris bij de overgang dient dus een duidelijk onderscheid te maken tussen de goederen welke wel en welke niet onder de bijzondere regeling werden geplaatst.
| V. | Overgangsbepalingen. |
| A. | De belastingplichtige verliest het voordeel van de vergunning volledig. |
| B. | De belastingplichtige verliest het voordeel van de vergunning slechts gedeeltelijk. |
Hiertoe dient de belastingplichtige een inventaris te maken waarin hij de oorspronkelijke kunstwerken, antiquiteiten, verzamelobjecten, de postzegels en oude munten afzonderlijk opneemt en tevens aanduidt of ze gekocht werden van particulieren, van belastingplichtigen met betaling van de BTW of dat ze werden ingevoerd met betaling van de BTW.
85. Heeft de belastingplichtige al zijn aankopen en invoeren onder de bijzondere regeling geplaatst, wordt het inkoopregister herzien, overeenkomstig de wijze bepaald in nr. 72, voor wat de ganse voorraad oorspronkelijke kunstwerken, antiquiteiten, verzamelobjecten, postzegels en oude munten betreft.
De bij de aankoop of bij de invoer geheven en niet in aftrek gebrachte BTW, met betrekking tot de in voorraad zijnde goederen, mag in de aangifte waarin de regularisatie werd opgenomen worden in aftrek gebracht.
86. Heeft de belastingplichtige alleen zijn aankopen bij particulieren of bij belastingplichtigen die eveneens de bijzondere regeling van artikel 58, § 4, volgen, onder de bijzondere regeling geplaatst, wordt het inkoopregister herzien, overeenkomstig de wijze bepaald in nr. 72, doch alleen voor wat dat gedeelte van de voorraad oorspronkelijke kunstwerken, antiquiteiten, verzamelobjecten, postzegels en oude munten betreft. Desgevallend kan de BTW forfaitair bepaald op 6 pct.), geheven van de aankopen bij belastingplichtigen die eveneens de bijzondere regeling volgen, in mindering worden gebracht.
| C. | Uitvoering van de herziening. |
De herziening kan dus reeds, en moet in principe, gebeuren in de aangifte van het 4de kwartaal 1983.
Gelet evenwel op de praktische moeilijkheden die zich kunnen voordoen, zal de administratie geen kritiek uitoefenen indien de herziening geschiedt in de aangifte voor het eerste kwartaal 1984 (in te dienen voor 20 april 1984).
88. In geen geval is het toegelaten de bijzondere regeling van artikel 58, § 4, na 1 januari 1984 nog toe te passen met betrekking tot de verkopen van originele kunstwerken, antiquiteiten, verzamelobjecten, postzegels en oude munten.
AFDELING 6. - BIJZONDERE TOESTAND VAN VERKOOPZALEN WAAR DE TWEEDEHANDSE GOEDEREN OPENBAAR WORDEN VERKOCHT
89. De regels vervat in onderhavige aanschrijving zijn, in principe, van toepassing op de verkoopzalen en dit zowel voor de verkopen uit de hand als voor de openbare verkopen waarvoor zij tussenkomen hetzij als koper-verkoper, hetzij als commissionair, die krachtens artikel 13 van het BTW-Wetboek worden gelijkgesteld met koper-verkoper. Er kunnen zich evenwel bijzondere toestanden voordoen bij openbare verkopen. Ze worden in het bijzonder in onderhavige afdeling onderzocht.
| I. | Inkoopprijs bij consignatiezending door een belastingplichtige. |
91. Voorbeeld. Op een toewijzingsprijs van 100 000 F komt, na aftrek van het percentage van 10 pct. weerhouden door de verkoopzaal, aan de consignant 90 000 F toe. Het BTW-tarief is 19 pct.
Vermits de partijen hebben afgesproken dat de belasting begrepen is in de som van 90 000 F die aan de consignant toekomt, zal deze laatste aan de verkoopzaal in rekening brengen :
[(90 000 F x 19)/119] of 14 370 F.
92. Wanneer de verkoopzaal het genoemde goed overbrengt naar haar inkoopregister en het aldus onderwerpt aan de bijzondere regeling schrijft zij in dit register een prijs van 90 000 F, , belasting inbegrepen".
| II. | In aanmerking te nemen verkoopprijs bij openbare verkopen waar de kosten ten laste van de kopers bedongen zijn. |
Hieruit volgt :
| 1° | dat de verkoopzaal de openbare verkopen waartoe ze overgaat moet scheiden van de verkopen uit de hand waar dergelijke kosten niet zijn bedongen; |
| 2° | dat zij de last over de openbaar verkochte goederen proportioneel, per BTW-tarief, moet verdelen over de bekomen toewijzingsprijzem |
| III. | Het boeken van de inkopen en de verkopen. |
| A. | Inkopen. |
Deze opgaven moeten worden opgemaakt uiterlijk de vijfde werkdag van de maand die volgt op de maand tijdens welke de publieke verkoop plaatshad.
97. Wat de tweedehandse goederen betreft die in consignatie gegeven werden door een in het land gevestigde belastingplichtige, stelt de consignant zijn definitieve factuur op op grond van de rekeningopgave die de verkoopzaal hem heeft uitgereikt. In principe moet deze factuur uitgereikt worden uiterlijk de vijfde werkdag van de maand die volgt op de publieke verkoop van het goed. Nochtans zal de factuur die uitgereikt zou worden in de loop van de maand volgend op de maand dat de publieke verkoop plaatsvond, niet als laattijdig worden beschouwd, wanneer de wettelijke termijn om praktische redenen niet kon worden nageleefd (bijvoorbeeld in geval van verkoop in de tweede helft van de maand).
Voor het gemak van de verkoopzalen mogen ze de bedoelde goederen in het inkoopregister inschrijven op zicht van de rekeningopgaven bestemd voor de belastingplichtige consignanten. Deze inschrijving is echter voorlopig en mag alleen behouden blijven indien de definitieve factuur uitgereikt wordt binnen de in voorgaand lid gestelde termijn.
98. Er wordt opgemerkt dat geen enkele afwijking van de algemene regels werd voorzien betreffende de verkopen van nieuwe goederen, van goederen die uitgesloten zijn van de bijzondere regeling voor tweedehandse goederen, alsmede voor de verkopen van tweedehandse goederen die het voorwerp uitgemaakt hebben van werkelijke verkopen hier te lande of die ingevoerd werden met betaling van de BTW in hoofde van de verkoopzaal.
| B. | Verkopen. |
| C. | Vaststelling van de wegens de publieke verkoop aan de Staat verschuldigde belasting. Ontheffing om een ontvangstenboek te houden. |
Wanneer deze praktijk wordt gevolgd, worden de verkoopzalen vrijgesteld van het houden van een ontvangstenboek. Het wordt vervangen door het proces-verbaal van de publieke verkoop en de gedetailleerde verzamelstaat die ze opmaken. Wat de facturen betreft die ze aan hun klanten uitreiken, deze moeten in het boek voor uitgaande facturen worden ingeschreven, ondanks het feit dat, in de gezegde praktijk, de samenstelling van de verschuldigde belastingen niet aan de hand van dit register geschiedt.
101. Het gebeurt dat een zelfde publieke verkoop zich uitstrekt over een periode van verscheidene dagen gespreid over twee opeenvolgende maanden. In dat geval neemt de administratie aan dat de belasting, voor het geheel van de verrichtingen, slechts verschuldigd is na afloop van de verkoop.
| IV. | Bijzonder geval. De verkoopzaal, die handelt als consignataris commissionair-verkoper, stelt een tweedehands goed openbaar te koop en koopt zelf het goed om het later door te verkopen. |
| V. | Bijzonder geval. De verkoopzaal die handelt als consignataris commissionair-verkoper, stelt een tweedehands goed openbaar te koop en wijst het toe aan diegene die het in consignatie had gegeven. |
Hieruit volgt dat de toewijzingsprijs van het door zijn eigenaar wederingekocht goed noch in het boek voor uitgaande facturen, noch in het ontvangstenboek moet worden ingeschreven indien de vergunninghouder, onwetend van de hoedanigheid van de koper, de handeling toch heeft ingeschreven in het een of ander register, mag hij een verbeterende inschrijving doen in rode inkt.
Dezelfde regel mag worden gevolgd om een inschrijving te verbeteren die ten onrechte in het boek voor inkomende facturen of in het inkoopregister werd gedaan. De exploitant van de verkoopzaal behoort tegenover de administratie de uitzonderlijke toestand die hij inroept en de eventuele verbeteringen te rechtvaardigen.
Wanneer in bedoeld geval de verkoopzaal van de eigenaar een commissie vordert voor de dienst waarmee hij haar had belast, is de belasting over deze commissie verschuldigd tegen het tarief van 19 pct. De belasting is begrepen in het gevorderde bedrag.
| VI. | Tussenkomst van de verkoopzaal in de hoedanigheid van mandataris van de verzoekers van de openbare verkoop. |
Deze regeling moet worden geweerd voor de verkopen waar ze optreedt als mandataris van de verzoekers. Deze toestand doet zich inzonderheid voor bij verkopen van goederen die voortkomen uit een erfenis, hetzij wanneer wordt aangegeven in het procesverbaal van de notaris of van de gerechtsdeurwaarder dat de verkoop geschiedt op verzoek van de erfgenamen - al of niet met name genoemd -, van een bepaalde overledene, hetzij wanneer de verkoop geschiedt op verzoek van de exploitant van de verkoopzaal maar handelend in naam van de erfgenamen - al of niet met name genoemd - van een bepaalde overledene. De eenvoudige melding in het proces-verbaal dat het gaat om de verkoop van meubelen voortkomende van de erfenis van een omschreven persoon volstaat, op zichzelf, niet om aan te nemen dat de verkoop al of niet op verzoek van de erfgenamen plaatsheeft.
105. Wanneer de verkoopzaal als mandataris optreedt worden de goederen rechtstreeks verkocht door de verzoekers. De verkoop is slechts onderworpen aan de BTW wanneer zij de hoedanigheid van belastingplichtige hebben en wanneer de verkoop betrekking heeft op goederen die voortkomen uit hun onderneming. De verkoop is in de andere gevallen onderworpen aan het evenredig registratierecht van 5 pct. (Wetboek Reg. art. 80), tenzij hij betrekking heeft op goederen bedoeld in de artikelen 2 en 3 van het Wetboek der met het zegel gelijkgestelde taksen (1). In dit verband moet worden aangestipt dat een openbare verkoop van een voorraad goederen of andere goederen met beroepskarakter gedaan op verzoek of in naam van de erfgenamen van een belastingplichtige, in het kader van de liquidatie van zijn onderneming, dient aangemerkt te worden als zijnde gedaan door een belastingplichtige.
106. De vergoeding die de verkoopzaal van de verzoekers vordert voor haar tussenkomst als mandataris bij de verkoop van de goederen, is onderworpen aan de BTW van 19 pct. en dit zonder onderscheid te maken of de verkoop gebeurde met toepassing van de BTW, van het registratierecht of van de inschrijvingstaks. De BTW moet worden berekend op het bedrag van de vergoeding "belasting inbegrepen".
Onder "vergoeding" zoals bedoeld in vorig lid moet worden verstaan, de som die de verkoopzaal voor haar tussenkomst van de verzoekers vordert, verhoogd met het bedrag van de extra-wettelijke kosten, d.w.z. het verschil tussen de bedongen kosten en de wettelijke kosten (erelonen van de instrumenterende notaris of deurwaarder, BTW of het evenredig registratierecht van 5 pct. en het zegelrecht).
AFDELING 7.- INWERKINGTREDING
| 107. | Onderhavige aanschrijving is onmiddellijk van toepassing. |
| (1) | In deze onderstelling is de inschrijvingstaks verschuldigd door de koper. Ze wordt gekweten, zonder tussenkomst van de werkende openbare ambtenaar, als bedoeld in artikel 5 van de Algemene Verordening op de met het zegel gelijkgestelde taksen. In dit gevat moet het tarief van de inschrijvingstaks niet begrepen zijn in het percentage van de in het proces-verbaal van de openbare verkoop bedongen kosten. |
Originele kunstwerken; voorwerpen voor verzamelingen; antiquiteiten. Definities.
| I. | Originele kunstwerken |
| a) | de schilderijen, schilderingen en tekeningen, geheel met de hand vervaardigd; |
| b) | de originele gravures, originele etsen en originele litho's; |
| c) | de originele standbeelden en origineel beeldhouwwerk. |
| a) | Schilderijen, schilderingen en tekeningen. |
| 1° | bouwplannen, alsmede andere plannen en tekeningen voor technische en industriële doeleinden, welke met de hand vervaardigd zijn; |
| 2° | originele modetekeningen, originele tekeningen van bijouterieën, van behangselpapier, van weefsels, van tapijten, van meubelen, enz.; |
| 3° | geschilderd doek voor coulissen, voor achtergronden, voor panorama's of voor dergelijk gebruik; |
| 4° | met de hand versierde fabrikaten, b.v. reissouvenirs, doosjes en koffertjes, keramische artikelen (borden, schotels, vazen, enz.) |
Kopieën van schilderijen, welke geheel met de hand zijn vervaardigd, worden daarentegen, ongeacht hun artistieke waarde, wel bedoeld.
De schilderijen, schilderingen en tekeningen, geheel met de hand vervaardigd, mogen al dan niet ingelijst zijn.
| b) | Originele gravures, originele etsen en originele litho's. |
Worden slechts als dusdanig aangemerkt : de gravures, etsen en litho's, welke rechtstreeks in het zwart of in kleuren zijn afgedrukt, van één of meer door de kunstenaar geheel met de hand vervaardigde platen, ongeacht het materiaal waarop dit afdrukken is geschied en ongeacht de gevolgde techniek, met uitzondering van de mechanische en van de fotomechanische reproduktietechniek.
De originele gravures, de originele etsen en de originele litho's mogen al dan niet ingelijst zijn.
| c) | Originele standbeelden en origineel beeldhouwwerk. |
Zijn daarentegen niet als dusdanig aangemerkt :
| 1° | beeldhouwwerk met een commercieel karakter; |
| 2° | ambachtswerk; |
| 3° | in serie verkregen reprodukties, alsmede afgietsels met commercieel karakter van metaal, van gips, van staff (kunststeen), van cement, van steenkarton, enz. |
| II. | Voorwerpen voor verzamelingen |
| 1° | postzegels en dergelijke zegels (gefrankeerde enveloppen en postkaarten daaronder begrepen), gestempeld of ongestempeld, voor zover zij niet geldig zijn of niet geldig zullen worden in België; |
| 2° | zoölogische, botanische, mineralogische en anatomische verzamelingen en voorwerpen voor die verzamelingen; voorwerpen voor verzamelingen van belang uit historisch, archeologisch, paleontologisch, etnografisch of numismatiek oogpunt; het betreft de voorwerpen ingedeeld onder post 99.05 van het Tarief van invoerrechten. |
Onder voorwerpen voor verzamelingen welke van belang zijn uit numismatiek oogpunt verstaat men de munten en medailles, welke in verzamelingen of afzonderlijk worden aangeboden. In laatst bedoeld geval gaat het in de regel om een beperkt aantal exemplaren van iedere soort en moeten de voorwerpen kennelijk voor verzamelingen bestemd zijn.
| III. | Antiquiteiten |
Als antiquiteiten worden echter niet aangemerkt de afvalstoffen, d.w.z. geheel versleten of onbruikbaar geworden produkten en voorwerpen die worden gerecupereerd om in de regel opnieuw als grondstoffen te worden gebruikt (oud papier, oude vodden, materiaal voor de breekwerf, voor het smelten bestemd ijzer of andere metalen, enz.).
Bron: FisconetPlus
