Aanschrijving nr. 18 dd. 12.11.1980
AANSCHRIJVING 80/018
Aanschrijving nr. 18 dd. 12.11.1980
Belasting over de toegevoegde waarde
Dwangbevel
Beslag
Zekerheden
Onderwerp van de aanschrijving.
Het Belgisch Staatsblad van 15 augustus 1980 heeft de wet van 8 augustus 1980 (Z. Revue nr. 46, blz. 313.), betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, bekendgemaakt.
Onderhavige aanschrijving geeft toelichting met betrekking tot deze wettelijke bepalingen.
Artikel 67 wijzigt artikel 85 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde betrekkelijk de wijze van uitvaardiging en van notificatie van de dwangbevelen.
Artikel 68 voegt in dit Wetboek een nieuw artikel 85bis in dat de procedure van het uitvoerend beslag onder derden vereenvoudigt, terwijl artikel 69 een wijziging aanbrengt aan artikel 86 van het Wetboek door de mogelijkheid om een wettelijke hypotheek uit te breiden tot schepen en vaartuigen.
De artikelen 70 en 71 wijzigen respectievelijk de bepalingen vervat in de artikelen 88 en 89 van het Wetboek met betrekking tot de rang en de wijze van inschrijving van de wettelijke hypotheek en de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.
Eerste hoofdstuk.--Uitvaardiging en wijze van betekening van het dwangbevel.
1. Het dwangbevel is een buitengerechtelijke akte die door de administratie wordt aangewend om als uitvoerbare titel te gelden voor de invordering van staatsgelden.
Om als uitvoerbare titel te kunnen gelden, moeten de drie volgende handelingen achtereenvolgend uitgevoerd zijn :
1° de uitvaardiging van het dwangbevel;
2° het visum en de uitvoerbaarverklaring van het dwangbevel;
3° de kennisgeving of de betekening van het dwangbevel.
Uitvaardiging van het dwangbevel.
2. Het dwangbevel wordt, zoals dit voorheen het geval was, door de met invordering belaste ambtenaar uitgevaardigd.
Visum en uitvoerbaarverklaring.
3. De nieuwe tekst van artikel 85 van het Wetboek bepaalt dat de dwangbevelen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen of door de door hem aangewezen ambtenaar.
4. De bevoegde ambtenaar wordt thans door de wet zelf aangeduid, namelijk de gewestelijke directeur of de door hem aangewezen ambtenaar. De gewestelijke directeur wordt aldus in de mogelijkheid gesteld om voor het visum en de uitvoerbaarverklaring van de dwangbevelen zijn bevoegdheid te delegeren aan een inspecteur of aan het hoofd van het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert.
Wijze van kennisgeving of betekening.
5. Van het ogenblik dat de administratie over een geviseerd en uitvoerbaar verklaard dwangbevel beschikt, is het ook noodzakelijk dat de schuldenaar in kennis wordt gesteld van deze titel. Vroeger kon deze informatie slechts uitsluitend gebeuren door een betekening met bevel tot betaling bij deurwaardersexploot. Van nu af kan ze ook geschieden door een kennisgeving bij een ter post aangetekende brief.
6. De afgifte van het stuk ter post geldt als kennisgeving vanaf de daaropvolgende dag. Zulks betekent dat het feit dat de geadresseerde afwezig was bij de bestelling of dat hij deze heeft geweigerd, de regelmatigheid van de kennisgeving niet in de weg staat.
In het voorziene stelsel wordt de kennisgeving immers niet verwezenlijkt door de ontvangst van de brief door de geadresseerde, maar door de afgifte van het stuk aan de post. De wet hecht enkel belang aan het materieel verzenden van het stuk.
7. De kennisgeving per aangetekende brief gebeurt aan het adres dat de belastingplichtige heeft laten kennen aan de administratie en ze is geldig zelfs indien deze belastingplichtige veranderd is van adres zonder de administratie te informeren.
8. De kennisgeving moet niet noodzakelijk op de hierboven uiteengezette wijze gebeuren. Artikel 85, § 3, voorziet ook nog steeds in de mogelijkheid om het dwangbevel te betekenen bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling.
Gevolgen van de kennisgeving van het dwangbevel bij aangetekende brief.
9. De kennisgeving van het dwangbevel gedaan bij aangetekende brief :
1° stuit de verjaring van de vordering tot voldoening van de belasting, van de interesten, van de administratieve geld-
boeten en van het toebehoren en doet vanaf deze dag een nieuwe verjaringstermijn lopen van vijf jaar (z. art. 83, BTW-Wetboek);
2° maakt het mogelijk inschrijving te nemen van de wettelijke hypotheek (z. nrs. 27 tot 33 hierna);
3° stelt de belastingschuldige in staat verzet aan te tekenen tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel (z. nrs. 37 tot 39 hierna);
4° doet, overeenkomstig artikel 91, § 4, de moratoire interesten lopen.
Hoofdstuk 2.--Uitvoerend beslag onder derden.
Algemeen.
10. Het nieuw artikel 85bis van het BTW-Wetboek biedt de mogelijkheid om bij een ter post aangetekende brief uitvoerend beslag onder derden te leggen op de bedragen en zaken die de bewaarnemer of schuldenaar aan de belastingplichtige verschuldigd is of moet teruggeven. Het beslag wordt eveneens bij een ter post aangetekende brief aan de belastingschuldige aangezegd.
Kennisgeving en aanzegging van het derden-beslag.
11. Na de kennisgeving van het dwangbevel kan de met de invordering belaste ambtenaar uitvoerend beslag onder derden leggen op de bedragen en zaken die de bewaarnemer of schuldenaar aan de belastingschuldige verschuldigd is of moet teruggeven. Te dien einde, geeft hij bij een ter post aangetekende brief kennis aan de derden van het beslag.
12. Geen enkele bijzondere termijn is voorzien, wat betekent dat de aanzegging reeds kan gebeuren daags na de afgifte ter post van de aangetekende zending waarbij het dwangbevel wordt genotificeerd.
13. Onafhankelijk van het beslag genotificeerd aan de derde-beslagene moet eveneens een aanzegging aan de beslagen belastingschuldige overeenkomstig de bepalingen van artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek, dat terzake toepasselijk gemaakt wordt door artikel 85bis, § 2, van het BTW-Wetboek, geschieden binnen de acht dagen van de notificatie aan de derde-beslagene.
Uitwerking van de notificatie van beslag.
14. Het beslag kan slechts uitwerking hebben vanaf de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde. Dit betekent dat er niet verder kan gehandeld worden zolang de derde beslagene de brief niet effectief ontvangen heeft.
Vormvereisten van de kennisgeving en van de aanzegging van het beslag.
15. Krachtens het vierde lid van artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek, toepasselijk gemaakt door artikel 85bis, § 2, van het BTW-Wetboek, moet de tekst van de artikelen 1452 tot 1455 en van artikel 1543 in de brief waarbij het uitvoerend beslag aan de derde-beslagene wordt genotificeerd, worden overgenomen.
16. De bedoelde aangetekende brief bevat bovendien een opgave van de sommen welke verschuldigd zijn en tot betaling waarvan het uitvoerend beslag gelegd wordt. Een andere aanduiding van de bedragen en zaken, in handen van de derdebeslagene en die door het beslag geviseerd worden, is niet vereist.
17. De aanzegging aan de beslagen belastingschuldige geeft hem kennis van het feit dat het derden-beslag werd genotificeerd in handen van zijn schuldenaar of bewaarnemer van de beslagen zaken en waarden. Bovendien deelt ze hem de titel volgens dewelke en de bedragen waarvoor het derden-beslag gebeurt mede.
Verdere procedure.
18. Onder voorbehoud van het feit dat de notificatie het uitvoerend beslag onder derden en de aanzegging door middel van een aangetekende brief kunnen geschieden, zijn op het beslag de bepalingen toepasselijk van de artikelen 1539, 1540, 1542, eerste en tweede lid, en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek.
19. De afgifte van het bedrag van het beslag geschiedt evenwel in handen van de met de invordering belaste ambtenaar.
20. Ingeval de belastingschuldige redenen heeft om zich tegen het derden-beslag te verzetten, kan hij zijn niet-akkoord mededelen aan de derde-beslagene die zulks zal vermelden in de verklaring die hij overeenkomstig artikel 1542 van het Gerechtelijk Wetboek moet doen aan de beslaglegger, ter zake aan de met de invordering belaste ambtenaar. Dit verzet brengt automatisch mede dat de procedure van derden-beslag zal moeten aangevat worden door middel van een deurwaardersexploot en op de wijze bepaald in de artikelen 1539 tot 1544 van het Gerechtelijk Wetboek (z. nr. 25 hierna).
Formaliteiten te vervullen door de derde-beslagene.
21. Binnen de vijftien dagen na het derden-beslag is de derde-beslagene verplicht de verklaring voorzien in artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek te doen aan de ontvanger die het beslag legt.
22. De bedoelde verklaring moet inzonderheid bevatten :
1° de oorzaken en het bedrag van de schuld, de dag van haar opeisbaarheid en in voorkomend geval haar modaliteiten;
2° de bevestiging door de derde-beslagene dat hij niet of niet meer de schuldenaar is van de beslagenen;
3° de opgave van de beslagnemingen onder derden waarvan aan de derde-beslagene reeds kennis is gegeven.
Bovendien moet de derde, naast alle dienstige gegevens voor de vaststelling van partijen, ook nog vermelden :
a) of hij zijn schuld tegenover de belastingschuldige betwist;
b) of de beslagen schuldenaar zich al of niet tegen het uitvoerend beslag verzet.
Indien het derden-beslag op roerende goederen geschiedt, moet de derde-beslagene een omstandige staat van de bedoelde goederen bij zijn verklaring voegen.
23. Deze verklaring moet verzonden worden bij een ter post aangetekende brief of afgegeven worden tegen ontvangstbewijs aan de beslaglegger.
24. Indien de bedoelde verklaring binnen de gestelde termijn niet of indien ze niet nauwkeurig wordt gedaan, kan de derde-beslagene op dagvaarding voor de beslagrechter schuldenaar verklaard worden voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaken van het beslag, alsmede voor de kosten daarvan, onverminderd de kosten van de tegen hem ingestelde rechtspleging die in die gevallen te zijnen laste zijn.
Gevallen waarin de vereenvoudigde procedure moet gevolgd worden door een procedure ingeleid door een deurwaardersakte.
25. Wanneer blijkt uit de verklaring (z. nr. 21 hierboven) waartoe de derde-beslagene gehouden is :
1° dat de beslagen schuldenaar zich verzet tegen hel uitvoerend beslag onder derden (z. nr. 20 hierboven),
2° dat de derde-beslagene zijn schuld tegenover de beslagen schuldenaar betwist,
3° dat voor het beslag door de rekenplichtige een andere schuldeiser zich heeft verzet tegen de afgifte door de derde beslagene van de door deze verschuldigde sommen, moet het uitvoerend beslag onder derden geschieden door middel van een deurwaardersexploot op de wijze bepaald in de artikelen 1539 tot 1544 van het Gerechtelijk Wetboek.
Bewarend effect.
26. In geval het derden-beslag moet worden aangevat volgens de procedure voorzien in het Gerechtelijk Wetboek, blijft het beslag gelegd bij een ter post aangetekende brief zijn bewarend effect behouden, voor zover het uitvoerend beslag onder derden bij deurwaardersexploot wordt gelegd, binnen de maand na de afgifte ter post, van de verklaring van de derdebeslagene (z. nr. 21 hierboven).
Hoofdstuk 3.--Wettelijke hypotheek.
Goederen waarop de wettelijke hypotheek kan worden genomen.
27. De wijziging aangebracht aan artikel 86 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde heeft tot doel de mogelijkheid tot het nemen van een wettelijke hypotheek, welke tot nu toe bestond voor de onroerende goederen van de belastingplichtige, uit te breiden tot schepen en vaartuigen, zoals ook het geval is inzake inkomstenbelastingen.
Inschrijving van de wettelijke hypotheek.
28. De wijzigingen aangebracht aan artikel 88 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde hebben tot doel dit artikel in overeenstemming te brengen met het nieuw artikel 85 (z. nr. 9, 2°, hierboven).
29. De inschrijving van de wettelijke hypotheek zal voortaan kunnen gevorderd worden krachtens een uitvoerbaar verklaard dwangbevel dat overeenkomstig artikel 85 van het BTW-Wetboek aan de belastingschuldige bij aangetekende brief werd genotificeerd. Ook al blijft die mogelijkheid bestaan, is de inschrijving van de wettelijke hypotheek dus niet meer afhankelijk van de betekening van het dwangbevel door een gerechtsdeurwaarder.
30. Verder kan de inschrijving van de wettelijke hypotheek voortaan steeds gevorderd worden, niettegenstaande verzet, betwisting of beroep (z. art. 88, § 2, 2de lid, BTW-Wetboek).
Hieruit volgt onder meer dat het verzet tegen het dwangschrift geen hinderpaal vormt voor deze inschrijving.
31. De inschrijving van de wettelijke hypotheek gebeurt op verzoek van de Minister van Financiën of van zijn afgevaardigde (z. nr. 32 hierna).
32. Ze wordt genomen op voorlegging van een afschrift van het dwangbevel dat eensluidend werd verklaard door de ambtenaar aangewezen door de Minister van Financiën en dat melding maakt van de kennisgeving of betekening ervan. De ambtenaar die een eensluidend verklaard afschrift van het dwangbevel kan afleveren is het hoofd van het ontvangkantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige, die eigenaar of vruchtgebruiker is van het voor hypotheek vatbaar goed of van een gedeelte daarvan, ressorteert (min. besl. nr. 14, d.d. 17 oktober 1980 (Z. deze Revue, blz. 40.)).
Uitwerking van de wettelijke hypotheek.
33. Onder voorbehoud van de bijzondere rang toegekend aan de wettelijke hypotheek genomen in uitvoering van artikel 93quinquies van het BTW-Wetboek (z. aanschr. 16/1980 (Z. deze Revue, blz. 57.)), neemt de wettelijke hypotheek rang op datum van haar inschrijving.
Hoofdstuk 4.--Tenuitvoerlegging van het dwangbevel.
Tenuitvoerlegging.
34. Aan de tekst van het bestaande artikel 89 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt een nieuw eerste lid toegevoegd dat bepaalt dat, onder voorbehoud van wat bepaald is in de artikelen 85, § 1 en 2, en 85bis, de tenuitvoerlegging van het dwangbevel geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het vijfde deel, titel III, van het Gerechtelijk Wetboek inzake gedwongen tenuitvoerlegging.
35. Vermits er slechts uitzonderingsbepalingen bestaan in verband met de notificatie van het dwangbevel (z. nrs. 5 tot 9 hierboven), het uitvoerend beslag onder derden en zijn aanzegging (z. nrs. 10 tot 26 hierboven) blijven de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek inzake het uitvoerend beslag op roerend goed, beslag op tak- en wortelvaste vruchten, uitvoerend beslag op zeeschepen en binnenschepen, uitvoerend beslag op onroerend goed, en de bepalingen inzake de evenredige verdeling en de rangregeling onverminderd van toepassing.
36. Telkens wanneer men aldus wil overgaan tot de tenuitvoerlegging van het dwangbevel, het beslag onder derden genotificeerd bij aangetekende brief uitgezonderd, is de tussenkomst van een deurwaarder vereist.
Verzet tegen dwangbevel.
37. Krachtens artikel 85, § 2, 3°, van het BTW-Wetboek heeft de belastingschuldige de mogelijkheid om onmiddellijk na de notificatie van het dwangbevel, bij aangetekende brief, verzet aan te tekenen. Hij hoeft dus niet te wachten tot er een bevel tot betaling betekend wordt.
Het verzet moet bij deurwaardersexploot worden betekend en moet tevens dagvaarding inhouden van de Belgische Staat, in de persoon van de ambtenaar die het dwangbevel heeft uitgevaardigd, voor de rechtbank.
39. De aantekening van het verzet tegen dwangbevel belet niet dat de inschrijving van de wettelijke hypotheek nog steeds kan genomen worden (z. nr. 30 hierboven).
Hoofdstuk 5.--Inwerkingtreding.
40. Luidens artikel 89, § 1, 4°, van de wet van 8 augustus 1980, zijn de bepalingen vervat in de artikelen 61 tot 73 van die wet van toepassing vanaf de eerste dag van de derde maand nadat de wet in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Die bepalingen zijn bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 augustus 1980.
41. De gewijzigde en de nieuwe bepalingen vervat in de artikelen 85, 85biS, 86, 88 en 89 van het BTW-Wetboek treden aldus in werking vanaf 1 november 1980.
Aanschrijving nr. 18 dd. 12.11.1980
Belasting over de toegevoegde waarde
Dwangbevel
Beslag
Zekerheden
Onderwerp van de aanschrijving.
Het Belgisch Staatsblad van 15 augustus 1980 heeft de wet van 8 augustus 1980 (Z. Revue nr. 46, blz. 313.), betreffende de budgettaire voorstellen 1979-1980, bekendgemaakt.
Onderhavige aanschrijving geeft toelichting met betrekking tot deze wettelijke bepalingen.
Artikel 67 wijzigt artikel 85 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde betrekkelijk de wijze van uitvaardiging en van notificatie van de dwangbevelen.
Artikel 68 voegt in dit Wetboek een nieuw artikel 85bis in dat de procedure van het uitvoerend beslag onder derden vereenvoudigt, terwijl artikel 69 een wijziging aanbrengt aan artikel 86 van het Wetboek door de mogelijkheid om een wettelijke hypotheek uit te breiden tot schepen en vaartuigen.
De artikelen 70 en 71 wijzigen respectievelijk de bepalingen vervat in de artikelen 88 en 89 van het Wetboek met betrekking tot de rang en de wijze van inschrijving van de wettelijke hypotheek en de tenuitvoerlegging van het dwangbevel.
Eerste hoofdstuk.--Uitvaardiging en wijze van betekening van het dwangbevel.
1. Het dwangbevel is een buitengerechtelijke akte die door de administratie wordt aangewend om als uitvoerbare titel te gelden voor de invordering van staatsgelden.
Om als uitvoerbare titel te kunnen gelden, moeten de drie volgende handelingen achtereenvolgend uitgevoerd zijn :
1° de uitvaardiging van het dwangbevel;
2° het visum en de uitvoerbaarverklaring van het dwangbevel;
3° de kennisgeving of de betekening van het dwangbevel.
Uitvaardiging van het dwangbevel.
2. Het dwangbevel wordt, zoals dit voorheen het geval was, door de met invordering belaste ambtenaar uitgevaardigd.
Visum en uitvoerbaarverklaring.
3. De nieuwe tekst van artikel 85 van het Wetboek bepaalt dat de dwangbevelen worden geviseerd en uitvoerbaar verklaard door de gewestelijke directeur van de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen of door de door hem aangewezen ambtenaar.
4. De bevoegde ambtenaar wordt thans door de wet zelf aangeduid, namelijk de gewestelijke directeur of de door hem aangewezen ambtenaar. De gewestelijke directeur wordt aldus in de mogelijkheid gesteld om voor het visum en de uitvoerbaarverklaring van de dwangbevelen zijn bevoegdheid te delegeren aan een inspecteur of aan het hoofd van het controlekantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige ressorteert.
Wijze van kennisgeving of betekening.
5. Van het ogenblik dat de administratie over een geviseerd en uitvoerbaar verklaard dwangbevel beschikt, is het ook noodzakelijk dat de schuldenaar in kennis wordt gesteld van deze titel. Vroeger kon deze informatie slechts uitsluitend gebeuren door een betekening met bevel tot betaling bij deurwaardersexploot. Van nu af kan ze ook geschieden door een kennisgeving bij een ter post aangetekende brief.
6. De afgifte van het stuk ter post geldt als kennisgeving vanaf de daaropvolgende dag. Zulks betekent dat het feit dat de geadresseerde afwezig was bij de bestelling of dat hij deze heeft geweigerd, de regelmatigheid van de kennisgeving niet in de weg staat.
In het voorziene stelsel wordt de kennisgeving immers niet verwezenlijkt door de ontvangst van de brief door de geadresseerde, maar door de afgifte van het stuk aan de post. De wet hecht enkel belang aan het materieel verzenden van het stuk.
7. De kennisgeving per aangetekende brief gebeurt aan het adres dat de belastingplichtige heeft laten kennen aan de administratie en ze is geldig zelfs indien deze belastingplichtige veranderd is van adres zonder de administratie te informeren.
8. De kennisgeving moet niet noodzakelijk op de hierboven uiteengezette wijze gebeuren. Artikel 85, § 3, voorziet ook nog steeds in de mogelijkheid om het dwangbevel te betekenen bij deurwaardersexploot met bevel tot betaling.
Gevolgen van de kennisgeving van het dwangbevel bij aangetekende brief.
9. De kennisgeving van het dwangbevel gedaan bij aangetekende brief :
1° stuit de verjaring van de vordering tot voldoening van de belasting, van de interesten, van de administratieve geld-
boeten en van het toebehoren en doet vanaf deze dag een nieuwe verjaringstermijn lopen van vijf jaar (z. art. 83, BTW-Wetboek);
2° maakt het mogelijk inschrijving te nemen van de wettelijke hypotheek (z. nrs. 27 tot 33 hierna);
3° stelt de belastingschuldige in staat verzet aan te tekenen tegen de tenuitvoerlegging van het dwangbevel (z. nrs. 37 tot 39 hierna);
4° doet, overeenkomstig artikel 91, § 4, de moratoire interesten lopen.
Hoofdstuk 2.--Uitvoerend beslag onder derden.
Algemeen.
10. Het nieuw artikel 85bis van het BTW-Wetboek biedt de mogelijkheid om bij een ter post aangetekende brief uitvoerend beslag onder derden te leggen op de bedragen en zaken die de bewaarnemer of schuldenaar aan de belastingplichtige verschuldigd is of moet teruggeven. Het beslag wordt eveneens bij een ter post aangetekende brief aan de belastingschuldige aangezegd.
Kennisgeving en aanzegging van het derden-beslag.
11. Na de kennisgeving van het dwangbevel kan de met de invordering belaste ambtenaar uitvoerend beslag onder derden leggen op de bedragen en zaken die de bewaarnemer of schuldenaar aan de belastingschuldige verschuldigd is of moet teruggeven. Te dien einde, geeft hij bij een ter post aangetekende brief kennis aan de derden van het beslag.
12. Geen enkele bijzondere termijn is voorzien, wat betekent dat de aanzegging reeds kan gebeuren daags na de afgifte ter post van de aangetekende zending waarbij het dwangbevel wordt genotificeerd.
13. Onafhankelijk van het beslag genotificeerd aan de derde-beslagene moet eveneens een aanzegging aan de beslagen belastingschuldige overeenkomstig de bepalingen van artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek, dat terzake toepasselijk gemaakt wordt door artikel 85bis, § 2, van het BTW-Wetboek, geschieden binnen de acht dagen van de notificatie aan de derde-beslagene.
Uitwerking van de notificatie van beslag.
14. Het beslag kan slechts uitwerking hebben vanaf de overhandiging van het stuk aan de geadresseerde. Dit betekent dat er niet verder kan gehandeld worden zolang de derde beslagene de brief niet effectief ontvangen heeft.
Vormvereisten van de kennisgeving en van de aanzegging van het beslag.
15. Krachtens het vierde lid van artikel 1539 van het Gerechtelijk Wetboek, toepasselijk gemaakt door artikel 85bis, § 2, van het BTW-Wetboek, moet de tekst van de artikelen 1452 tot 1455 en van artikel 1543 in de brief waarbij het uitvoerend beslag aan de derde-beslagene wordt genotificeerd, worden overgenomen.
16. De bedoelde aangetekende brief bevat bovendien een opgave van de sommen welke verschuldigd zijn en tot betaling waarvan het uitvoerend beslag gelegd wordt. Een andere aanduiding van de bedragen en zaken, in handen van de derdebeslagene en die door het beslag geviseerd worden, is niet vereist.
17. De aanzegging aan de beslagen belastingschuldige geeft hem kennis van het feit dat het derden-beslag werd genotificeerd in handen van zijn schuldenaar of bewaarnemer van de beslagen zaken en waarden. Bovendien deelt ze hem de titel volgens dewelke en de bedragen waarvoor het derden-beslag gebeurt mede.
Verdere procedure.
18. Onder voorbehoud van het feit dat de notificatie het uitvoerend beslag onder derden en de aanzegging door middel van een aangetekende brief kunnen geschieden, zijn op het beslag de bepalingen toepasselijk van de artikelen 1539, 1540, 1542, eerste en tweede lid, en 1543 van het Gerechtelijk Wetboek.
19. De afgifte van het bedrag van het beslag geschiedt evenwel in handen van de met de invordering belaste ambtenaar.
20. Ingeval de belastingschuldige redenen heeft om zich tegen het derden-beslag te verzetten, kan hij zijn niet-akkoord mededelen aan de derde-beslagene die zulks zal vermelden in de verklaring die hij overeenkomstig artikel 1542 van het Gerechtelijk Wetboek moet doen aan de beslaglegger, ter zake aan de met de invordering belaste ambtenaar. Dit verzet brengt automatisch mede dat de procedure van derden-beslag zal moeten aangevat worden door middel van een deurwaardersexploot en op de wijze bepaald in de artikelen 1539 tot 1544 van het Gerechtelijk Wetboek (z. nr. 25 hierna).
Formaliteiten te vervullen door de derde-beslagene.
21. Binnen de vijftien dagen na het derden-beslag is de derde-beslagene verplicht de verklaring voorzien in artikel 1452 van het Gerechtelijk Wetboek te doen aan de ontvanger die het beslag legt.
22. De bedoelde verklaring moet inzonderheid bevatten :
1° de oorzaken en het bedrag van de schuld, de dag van haar opeisbaarheid en in voorkomend geval haar modaliteiten;
2° de bevestiging door de derde-beslagene dat hij niet of niet meer de schuldenaar is van de beslagenen;
3° de opgave van de beslagnemingen onder derden waarvan aan de derde-beslagene reeds kennis is gegeven.
Bovendien moet de derde, naast alle dienstige gegevens voor de vaststelling van partijen, ook nog vermelden :
a) of hij zijn schuld tegenover de belastingschuldige betwist;
b) of de beslagen schuldenaar zich al of niet tegen het uitvoerend beslag verzet.
Indien het derden-beslag op roerende goederen geschiedt, moet de derde-beslagene een omstandige staat van de bedoelde goederen bij zijn verklaring voegen.
23. Deze verklaring moet verzonden worden bij een ter post aangetekende brief of afgegeven worden tegen ontvangstbewijs aan de beslaglegger.
24. Indien de bedoelde verklaring binnen de gestelde termijn niet of indien ze niet nauwkeurig wordt gedaan, kan de derde-beslagene op dagvaarding voor de beslagrechter schuldenaar verklaard worden voor het geheel of voor een gedeelte van de oorzaken van het beslag, alsmede voor de kosten daarvan, onverminderd de kosten van de tegen hem ingestelde rechtspleging die in die gevallen te zijnen laste zijn.
Gevallen waarin de vereenvoudigde procedure moet gevolgd worden door een procedure ingeleid door een deurwaardersakte.
25. Wanneer blijkt uit de verklaring (z. nr. 21 hierboven) waartoe de derde-beslagene gehouden is :
1° dat de beslagen schuldenaar zich verzet tegen hel uitvoerend beslag onder derden (z. nr. 20 hierboven),
2° dat de derde-beslagene zijn schuld tegenover de beslagen schuldenaar betwist,
3° dat voor het beslag door de rekenplichtige een andere schuldeiser zich heeft verzet tegen de afgifte door de derde beslagene van de door deze verschuldigde sommen, moet het uitvoerend beslag onder derden geschieden door middel van een deurwaardersexploot op de wijze bepaald in de artikelen 1539 tot 1544 van het Gerechtelijk Wetboek.
Bewarend effect.
26. In geval het derden-beslag moet worden aangevat volgens de procedure voorzien in het Gerechtelijk Wetboek, blijft het beslag gelegd bij een ter post aangetekende brief zijn bewarend effect behouden, voor zover het uitvoerend beslag onder derden bij deurwaardersexploot wordt gelegd, binnen de maand na de afgifte ter post, van de verklaring van de derdebeslagene (z. nr. 21 hierboven).
Hoofdstuk 3.--Wettelijke hypotheek.
Goederen waarop de wettelijke hypotheek kan worden genomen.
27. De wijziging aangebracht aan artikel 86 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde heeft tot doel de mogelijkheid tot het nemen van een wettelijke hypotheek, welke tot nu toe bestond voor de onroerende goederen van de belastingplichtige, uit te breiden tot schepen en vaartuigen, zoals ook het geval is inzake inkomstenbelastingen.
Inschrijving van de wettelijke hypotheek.
28. De wijzigingen aangebracht aan artikel 88 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde hebben tot doel dit artikel in overeenstemming te brengen met het nieuw artikel 85 (z. nr. 9, 2°, hierboven).
29. De inschrijving van de wettelijke hypotheek zal voortaan kunnen gevorderd worden krachtens een uitvoerbaar verklaard dwangbevel dat overeenkomstig artikel 85 van het BTW-Wetboek aan de belastingschuldige bij aangetekende brief werd genotificeerd. Ook al blijft die mogelijkheid bestaan, is de inschrijving van de wettelijke hypotheek dus niet meer afhankelijk van de betekening van het dwangbevel door een gerechtsdeurwaarder.
30. Verder kan de inschrijving van de wettelijke hypotheek voortaan steeds gevorderd worden, niettegenstaande verzet, betwisting of beroep (z. art. 88, § 2, 2de lid, BTW-Wetboek).
Hieruit volgt onder meer dat het verzet tegen het dwangschrift geen hinderpaal vormt voor deze inschrijving.
31. De inschrijving van de wettelijke hypotheek gebeurt op verzoek van de Minister van Financiën of van zijn afgevaardigde (z. nr. 32 hierna).
32. Ze wordt genomen op voorlegging van een afschrift van het dwangbevel dat eensluidend werd verklaard door de ambtenaar aangewezen door de Minister van Financiën en dat melding maakt van de kennisgeving of betekening ervan. De ambtenaar die een eensluidend verklaard afschrift van het dwangbevel kan afleveren is het hoofd van het ontvangkantoor van de belasting over de toegevoegde waarde waaronder de belastingplichtige, die eigenaar of vruchtgebruiker is van het voor hypotheek vatbaar goed of van een gedeelte daarvan, ressorteert (min. besl. nr. 14, d.d. 17 oktober 1980 (Z. deze Revue, blz. 40.)).
Uitwerking van de wettelijke hypotheek.
33. Onder voorbehoud van de bijzondere rang toegekend aan de wettelijke hypotheek genomen in uitvoering van artikel 93quinquies van het BTW-Wetboek (z. aanschr. 16/1980 (Z. deze Revue, blz. 57.)), neemt de wettelijke hypotheek rang op datum van haar inschrijving.
Hoofdstuk 4.--Tenuitvoerlegging van het dwangbevel.
Tenuitvoerlegging.
34. Aan de tekst van het bestaande artikel 89 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde wordt een nieuw eerste lid toegevoegd dat bepaalt dat, onder voorbehoud van wat bepaald is in de artikelen 85, § 1 en 2, en 85bis, de tenuitvoerlegging van het dwangbevel geschiedt met inachtneming van de bepalingen van het vijfde deel, titel III, van het Gerechtelijk Wetboek inzake gedwongen tenuitvoerlegging.
35. Vermits er slechts uitzonderingsbepalingen bestaan in verband met de notificatie van het dwangbevel (z. nrs. 5 tot 9 hierboven), het uitvoerend beslag onder derden en zijn aanzegging (z. nrs. 10 tot 26 hierboven) blijven de bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek inzake het uitvoerend beslag op roerend goed, beslag op tak- en wortelvaste vruchten, uitvoerend beslag op zeeschepen en binnenschepen, uitvoerend beslag op onroerend goed, en de bepalingen inzake de evenredige verdeling en de rangregeling onverminderd van toepassing.
36. Telkens wanneer men aldus wil overgaan tot de tenuitvoerlegging van het dwangbevel, het beslag onder derden genotificeerd bij aangetekende brief uitgezonderd, is de tussenkomst van een deurwaarder vereist.
Verzet tegen dwangbevel.
37. Krachtens artikel 85, § 2, 3°, van het BTW-Wetboek heeft de belastingschuldige de mogelijkheid om onmiddellijk na de notificatie van het dwangbevel, bij aangetekende brief, verzet aan te tekenen. Hij hoeft dus niet te wachten tot er een bevel tot betaling betekend wordt.
Het verzet moet bij deurwaardersexploot worden betekend en moet tevens dagvaarding inhouden van de Belgische Staat, in de persoon van de ambtenaar die het dwangbevel heeft uitgevaardigd, voor de rechtbank.
39. De aantekening van het verzet tegen dwangbevel belet niet dat de inschrijving van de wettelijke hypotheek nog steeds kan genomen worden (z. nr. 30 hierboven).
Hoofdstuk 5.--Inwerkingtreding.
40. Luidens artikel 89, § 1, 4°, van de wet van 8 augustus 1980, zijn de bepalingen vervat in de artikelen 61 tot 73 van die wet van toepassing vanaf de eerste dag van de derde maand nadat de wet in het Belgisch Staatsblad is bekendgemaakt.
Die bepalingen zijn bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 15 augustus 1980.
41. De gewijzigde en de nieuwe bepalingen vervat in de artikelen 85, 85biS, 86, 88 en 89 van het BTW-Wetboek treden aldus in werking vanaf 1 november 1980.
Bron: FisconetPlus
