Circulaire nr. Ci.RH.244/545.147 (AOIF 14/2002) dd. 15.05.2002

CIRC 15.05.02/1

Circulaire nr. Ci.RH.244/545.147 (AOIF 14/2002) dd. 15.05.2002


Bull. nr. 829, pag. 2321-2340

BEDRIJFSVOORHEFFING
Buitenlandse sportbeoefenaar

CONTROLEMAATREGEL
Uitwisseling van inlichtingen

SPORTBEOEFENAAR
Buitenlandse sportbeoefenaar
Erkenning als niet-inwoner
Erkenningsvoorwaarde
Procedure van erkenning als niet-inwoner


Erkenning inzake bepaalde buitenlandse sportbeoefenaars

Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+, 2 en 3

I. ALGEMEEN

1. Gelet op de talrijke problemen op vlak van de bedrijfsvoorheffing in de sportsector, dringt zich een harmonisering van bepaalde regels op, inzonderheid met het oog op de vereenvoudiging van de fiscale verplichtingen van de clubs en om zodoende hun rechtszekerheid te verbeteren.

Om die reden heeft de Minister van Financiën beslist om, in het kader van de voetbal-en basketballicenties, een procedure van erkenning in te voeren die ertoe strekt om, vanaf de aanwerving van een buitenlandse sportbeoefenaar, zijn hoedanigheid van inwoner of niet-inwoner van België vast te stellen.

Een dergelijke erkenning moet de club, als schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing, in staat stellen bij voorbaat en met zekerheid de terzake geldende regels te kennen.

II. REGELS MET BETREKKING TOT DE BEDRIJFSVOORHEFFING

2. De inkomsten die voortkomen uit een door een niet-inwonende sportbeoefenaar persoonlijk en als zodanig in België verrichte werkzaamheid, zijn, ongeacht de omstandigheden van de uitoefening van de activiteit (in dienstverband of als zelfstandige, geregeld of toevallig) en ongeacht aan wie de inkomsten worden betaald of toegekend (aan de sportbeoefenaar zelf of aan een derde), onderworpen aan de bedrijfsvoorheffing die éénvormig is vastgesteld op18%.

Die bedrijfsvoorheffing geldt als de definitief verschuldigde belasting op die inkomsten zodat die inkomsten door de belastingplichtige niet meer in een aangifte in de belasting van niet-inwoners moeten worden vermeld.

De bedrijfsvoorheffing is verschuldigd door degenen die als schuldenaar, bewaarder, mandataris of tussenpersoon de betrokken inkomsten betalen of toekennen of, bij ontstentenis daarvan, door de organisator van de vertoningen of van de sportwedstrijden.

De inkomsten die worden toegekend aan sportbeoefenaars die inwoners zijn van België, zijn aan de gewone regels van de bedrijfsvoorheffing onderworpen en moeten ten name van de verkrijger altijd het voorwerp uitmaken van een aangifte in de personenbelasting.

Als schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing is het dus belangrijk voor de club die een buitenlandse sportbeoefenaar aanwerft, om vanaf dat ogenblik, diens hoedanigheid van inwoner of niet-inwoner van België te kennen, teneinde haar verplichtingen terzake correct te kunnen vervullen.

III.VOORWAARDEN VOOR DE ERKENNING

3. A. Algemene voorwaarden

1. De Sportfederatie, die daartoe door de betrokken sportbeoefenaar is gemachtigd, moet een schriftelijke aanvraag indienen bij de Directeur van de dienst "Buitenland" van de Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit, Jan Jacobsplein 10 te 1000 Brussel.

2. De club die de betrokken sportbeoefenaar tewerkstelt en die wat hem betreft schuldenaar is van de bedrijfsvoorheffing, is op het tijdstip dat de aanvraag wordt ingediend, houder van de licentie toegekend door de licentiecommissie.

3. De sportbeoefenaar moet de buitenlandse nationaliteit bezitten en mag gedurende de vijf kalenderjaren die aan de aanvraag voorafgaan niet als rijksinwoner van België zijn aangemerkt.

4. De erkenning wordt per kalenderjaar en voor een maximumduur van 4 opeenvolgende kalenderjaren verleend voor zover :

a) de sportbeoefenaar, voor elk van de twee eerste kalenderjaren, een woonplaatsverklaring voorlegt;

bij ontstentenis van de voorlegging van dergelijke verklaring, moet hij het bewijs leveren :

- ofwel dat zijn gezin gedurende het volledige kalenderjaar in het buitenland is gevestigd;

- ofwel dat hij minder dan 10 maanden per kalenderjaar in België verblijft;

b) de sportbeoefenaar, voor elk van de twee volgende kalenderjaren, verplicht een woonplaatsverklaring voorlegt.

B. Draagwijdte van de erkenning

4.1 Deze erkenning bestaat uit een akkoord van de Administratie ten opzichte van de sportbeoefenaar over zijn hoedanigheid van niet-inwoner. Die hoedanigheid wordt verleend op basis van een éénmalige aanvraag en op voorwaarde dat elk jaar de nodige documenten worden voorgelegd. De erkenning wordt voor maximum 4 opeenvolgende kalenderjaren verleend en wordt per kalenderjaar afzonderlijk verkregen.

4.2 De sportbeoefenaar kan een dergelijke erkenning slechts éénmaal verkrijgen.

4.3 Ingeval van verandering van club, wordt de erkenning opgeschort vanaf het kalenderjaar dat volgt op dat van de verandering. Eventueel kan een nieuwe bijkomende erkenning door de Sportfederatie worden aangevraagd, waarbij rekening wordt gehouden met de nieuwe club.

4.4 Het niet voorleggen van bewijsstukken die vereist zijn ingevolge de toekenning van de erkenning heeft alleen gevolgen voor de erkenning van het lopende jaar en van de volgende jaren, behalve wanneer de erkenning werd verleend op basis van een verbintenis inzake de verblijfsduur in België waarvan niet werd bewezen dat ze werd nageleefd.

4.5 Het eerste kalenderjaar van de erkenning stemt altijd overeen met het jaar waarin de sportbeoefenaar in België wordt tewerkgesteld. Het feit dat de aanvraag tot erkenning wordt ingediend in de loop van een later jaar, heeft daarop geen invloed; de aanvraag is echter alleen van belang voor zover ze wordt ingediend tijdens één van de drie kalenderjaren die volgen op de tewerkstelling van de sportbeoefenaar in België.

4.6 De aanvragen die vanaf 01.01.2003 zijn ingediend zullen nog alleen ontvankelijk zijn voor zover ze worden ingediend binnen drie maanden die volgen op de tewerkstelling van de sportbeoefenaar in België.

4.7 De erkenning mag niet worden verleend indien een aanslag in de personenbelasting ten name van de sportbeoefenaar definitief is geworden, voor een belastbaar tijdperk dat begrepen is in één van de vijf kalenderjaren die voorafgaan aan de aanvraag.

C. Jaar van tewerkstelling in België

5. Onder "jaar van tewerkstelling in België" moet het jaar worden verstaan waarin de sportbeoefenaar in België is aangekomen met het oog op het leveren van sportieve prestaties waarvoor hij in het buitenland werd aangeworven (trainingen, match). Het is dus de datum van vestiging in België die in aanmerking moet worden genomen en dit ongeacht de datum van aanwerving.

D. Beoogde sportbeoefenaars

6. Worden met deze erkenning beoogd :

- de voetbal- en basketbalspelers die op het tijdstip dat de aanvraag wordt ingediend spelen in de nationale afdelingen I of II;

- die uitsluitend de buitenlandse nationaliteit bezitten;

- die spelen voor een club die houder is van een licentie op het tijdstip dat de aanvraag wordt ingediend.

E. Licentie - afwijking voor de basketbal

7.1 De erkenning kan alleen worden verleend voor sportbeoefenaars die tewerkgesteld worden door clubs die de licentie hebben verkregen die door de licentiecommissie van hun sportfederatie is toegekend.

Die licentie hangt inzonderheid af van de naleving door de club van een reeks verplichtingen inzake de sociale en fiscale wetgeving, waaronder de sociale bijdragen, de bedrijfsvoorheffing, de inkomstenbelastingen en de BTW.

7.2 In afwijking van de voorwaarde vermeld onder de algemene voorwaarden, sub A.2, en tot de invoering van de licentie KBBB die is voorzien voor het seizoen 2002-2003, mogen de aanvragen slechts betrekking hebben op de basketbalclubs van de eerste nationale afdeling.

IV. PROCEDUREREGELS

A. Wat de sportfederatie betreft

1. Te verstrekken bewijsstukken

8.1 Woonplaatsverklaring (dienstig voor elk van de twee eerste jaren en verplicht voor elk van het derde en vierde jaar).

Het betreft een document van de fiscale autoriteiten van een andere Staat waarin wordt geattesteerd dat de sportbeoefenaar fiscaal wordt aangemerkt als een inwoner van die andere Staat.

Wordt over het algemeen als inwoner van een Staat aangemerkt, éénieder die krachtens de wetgeving van die Staat aldaar belastbaar is ingevolge zijn woonplaats of verblijfplaats.

De woonplaatsverklaring verschilt naargelang het referentie­kalenderjaar al dan niet verstreken is :

  • indien het jaar is verstreken vermeldt de verklaring dat de sportbeoefenaar gedurende het volledige kalenderjaar als een inwoner van de andere Staat wordt of zal worden aangemerkt;
  • indien het om het lopende jaar gaat, vermeldt de verklaring dat de sportbeoefenaar op dat ogenblik (op datum van de verklaring) als inwoner van die andere Staat wordt of zal worden aangemerkt; die verklaring wordt geacht het volledige kalenderjaar te bestrijken en moet dus niet door een andere verklaring worden bevestigd.
8.2 Bewijsstukken met betrekking tot het gezin van de sportbeoefenaar (dienstig voor elk van de twee eerste jaren).

De betrokkene kan, naargelang van het geval, bewijzen dat zijn echtgenote, en in voorkomend geval zijn kinderen, met wie hij een gezin vormt, in de regel in het buitenland blijven wonen.

Indien het referentiejaar verstreken is, dient te worden bewezen dat het gezin in het buitenland was gevestigd gedurende het volledige kalenderjaar.

Indien het referentiejaar het lopende jaar is, dient te worden bewezen dat het gezin op dat ogenblik in het buitenland is gevestigd. Dit attest wordt geacht het volledige kalenderjaar te bestrijken en moet dus niet door een ander attest worden bevestigd.

8.3 Bewijsstukken met betrekking tot het verblijf in België (dienstig voor elk van de twee eerste jaren).

De sportbeoefenaar moet met alle door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed, bewijzen dat hij gedurende het referentiekalenderjaar minder dan 10 opeenvolgende maanden in België verbleef.

Dergelijk bewijs kan worden geleverd door een geheel van documenten, feiten en omstandigheden zoals inzonderheid, de bevolkingsregisters, de opzegging van een huurcontract, de vervoerbewijzen naar het buitenland, de contracten en facturen die het bestaan van de woonplaats in het buitenland aantonen (huurcontract, facturen van gas, elektriciteit, telefoon, …).

Indien het referentiekalenderjaar het lopende jaar is, moet de sportbeoefenaar zich er schriftelijk toe verbinden, gedurende dat jaar minder dan 10 opeenvolgende maanden in België te verblijven. In dat geval, moeten de bewijsstukken, met betrekking tot het verblijf, tijdens het volgende jaar worden verstrekt, behalve indien, de sportbeoefenaar ondertussen België definitief heeft verlaten.

Met betrekking tot het eerste jaar van de erkenning, is het evident dat indien de sportbeoefenaar aantoont dat hij in België is aangekomen na 1 maart, een verbintenis geen zin heeft.

8.4 De bovenbedoelde documenten moeten worden verstrekt in één van de volgende talen:

  • Nederlands;
  • Frans;
  • Duits;
  • Engels.
Bij ontstentenis moet de vertaling van de documenten in één van de bovenvermelde talen worden voorgelegd. Gelet op de moeilijkheid dat dit met zich meebrengt en afhankelijk van de specifieke omstandigheden eigen aan de woonplaatsstaat en aan de daar gebruikte talen, zal de administratie de documenten soepel beoordelen voor zover ze een voldoende bewijskrachtig geheel vormen. Wat de eventuele woonplaatsverklaring betreft, moet de vertaling een officieel karakter hebben.

2. Bij de aanvraag te voegen documenten

9.1 Bij de aanvraag moeten de volgende documenten worden gevoegd :

  • een gedateerde en ondertekende volmacht waarbij de sportbeoefenaar aan zijn sportfederatie machtiging verleent om een aanvraag tot erkenning in te dienen;
  • een recto verso fotokopie van de identiteitspapieren van de sportbeoefenaar (identiteitskaart, paspoort, enz.);
  • een fiche met betrekking tot de betrokken sportbeoefenaar met de volgende vermeldingen : zijn naam en voornamen, zijn geboortedatum, zijn burgerlijke woonplaats, zijn werkelijk adres in België, zijn burgerlijke staat, het adres waar zijn gezin (in voorkomend geval zijn echtgenote en zijn kinderen) is gevestigd, de datum van aankomst in België;
  • een kopie van de beslissing van de licentiecommissie die de licentie aan de betrokken club toekent;
  • de lijst van de bestuurders van de betrokken club evenals de geactualiseerde statuten (publicatie in het Belgisch Staatsblad);
  • een kopie van de contracten die de sportbeoefenaar aan de club bindt;
  • naargelang van de omstandigheden :
    • een fiscale woonplaatsverklaring voor het (de) vorig(e) kalenderja(a)r(en);
    • een fiscale woonplaatsverklaring voor het lopende kalenderjaar;
    • de bewijsstukken met betrekking tot de vestiging van het gezin in het buitenland voor het (de) vorig(e) kalenderja(a)r(en);
    • de bewijsstukken met betrekking tot de vestiging van het gezin in het buitenland voor het lopende kalenderjaar;
    • een verklaring waarin de sportbeoefenaar zich ertoe verbindt minder dan 10 maanden in België te verblijven tijdens het lopende kalenderjaar;
    • de bewijsstukken betreffende de duur van het verblijf in België (minder dan 10 maanden) gedurende het (de) voorbije kalenderja(a)r(en).
9.2 Wanneer de aanvraag tot erkenning wordt ingediend tijdens het jaar van tewerkstelling in België, moet de bij de aanvraag te voegen woonplaatsverklaring van latere datum zijn dan de datum van tewerkstelling. Ingeval de tewerkstelling in België plaatsheeft ná 1 maart, moeten bij de aanvraag noch een woonplaatsverklaring noch bewijsstukken met betrekking tot het gezin worden gevoegd.

3. Nadien te verstrekken bewijsstukken

10.1 Voor elk kalenderjaar waarop de erkenning betrekking heeft en dat volgt op het jaar waarin de aanvraag werd ingediend, dienen naargelang van de omstandigheden, het of de voormelde documenten uit eigen beweging te worden verstrekt en dit ten laatste op 31 maart van elk jaar.

10.2 Die documenten zijn naargelang van het geval :

  • een woonplaatsverklaring voor het lopende kalenderjaar;
  • de bewijsstukken met betrekking tot de vestiging van het gezin in het buitenland;
  • de verbintenis inzake het verblijf in België voor het lopende kalenderjaar;
  • de bewijsstukken met betrekking tot het verblijf in België voor het verstreken jaar.
10.3 De niet-voorlegging van deze documenten op 31 maart van een kalenderjaar zal de intrekking van de erkenning vanaf dat kalenderjaar met zich meebrengen.

10.4 Tijdens het tweede en derde jaar van erkenning dienen in voorkomend geval, de bewijzen te worden overgelegd met betrekking tot het verblijf in België tijdens het vorige jaar, waarvoor een verbintenis werd voorgelegd. Indien die bewijzen niet worden aangevoerd, is de Administratie niet langer gebonden door haar akkoord en wordt de erkenning ingetrokken vanaf het kalenderjaar waarvoor de verbintenis werd afgeleverd.

4. Voorbeelden

11.1 Voorbeeld 1

Tewerkstelling van de sportbeoefenaar in België op 01.06.2002.

Aanvraag ingediend op 01.09.2002.

Het eerste jaar van erkenning stemt overeen met het jaar 2002.

Op het ogenblik van de aanvraag (in 2002)

Vermits het verblijf in België tijdens dit jaar in elk geval korter is dan 10 maanden, wordt voor dit jaar noch een woonplaatsverklaring noch een bewijsstuk met betrekking tot het gezin gevraagd.

Ten laatste op 31.03.2003

Er moet een woonplaatsverklaring gedateerd in 2003 worden afgeleverd, waarbij wordt aangetoond dat de sportbeoefenaar, op dat ogenblik, op fiscaal vlak als een inwoner van de andere Staat wordt aangemerkt.

Indien dergelijke verklaring niet kan worden voorgelegd, moet :

  • ofwel worden aangetoond dat het gezin van de sportbeoefenaar in 2003 nog steeds in het buitenland is gevestigd;
  • ofwel een verklaring worden voorgelegd waarbij de sportbeoefenaar zich ertoe verbindt om in 2003 minder dan 10 maanden in België te verblijven.
Bij ontstentenis van de voorlegging van het of de bovenbedoelde documenten, wordt de erkenning ingetrokken vanaf 01.01.2003.

Ten laatste op 31.03.2004

Er moet verplicht een woonplaatsverklaring gedateerd in 2004 worden voorgelegd, waarbij wordt aangetoond dat de sportbeoefenaar, op dat ogenblik, op fiscaal vlak als een inwoner van een vreemde Staat wordt aangemerkt. Bij ontstentenis van dergelijke verklaring wordt de erkenning ingetrokken vanaf 01.01.2004.

Voor zover de erkenning van het vorige jaar werd verleend op basis van een verbintenis met betrekking tot het verblijf in België, moeten de bewijsstukken met betrekking tot dat verblijf worden verstrekt. Bij ontstentenis van dergelijke bewijsstukken, wordt de erkenning ingetrokken vanaf 01.01.2003.

Ten laatste op 31.03.2005

Er moet verplicht een woonplaatsverklaring gedateerd in 2005 worden voorgelegd, waarbij wordt aangetoond dat de sportbeoefenaar, op dat ogenblik, op fiscaal vlak als een inwoner van een vreemde Staat wordt aangemerkt. Bij ontstentenis van dergelijke verklaring wordt de erkenning ingetrokken vanaf 01.01.2005.

11.2 Voorbeeld 2

Tewerkstelling van sportbeoefenaar in België op 01.02.2000.

Aanvraag ingediend op 01.12.2002.

Het eerste jaar van erkenning stemt overeen met het jaar 2000.

Op het ogenblik van de aanvraag (in 2002)

De bij de aanvraag te voegen documenten betreffen inzonderheid :

  • een woonplaatsverklaring waarbij wordt aangetoond dat de sportbeoefenaar gedurende het volledige jaar 2000 en het volledige jaar 2001 als inwoner van een andere Staat werd aangemerkt;
Bij ontstentenis van dergelijke verklaring moet worden bewezen :

  • ofwel dat het gezin van de sportbeoefenaar gedurende het volledige jaar 2000 en het volledige jaar 2001 in het buitenland gevestigd is gebleven;
  • ofwel dat het verblijf van de sportbeoefenaar in België gedurende elk van de jaren 2000 en 2001 korter was dan 10 maanden;
  • een woonplaatsverklaring gedateerd in 2002 waarbij wordt aangetoond dat de sportbeoefenaar op dat ogenblik op fiscaal vlak als inwoner van een andere Staat wordt aangemerkt.
Ten laatste op 31.03.2003

Er moet verplicht een woonplaatsverklaring gedateerd in 2003 worden voorgelegd, waarbij wordt aangetoond dat de sportbeoefenaar, op dat ogenblik, als een inwoner van een vreemde Staat wordt aangemerkt. Bij ontstentenis van dergelijke verklaring wordt de erkenning ingetrokken vanaf 01.01.2003.

5. Opgaven 325.30

12. Elk jaar dienen de Sportfederaties een kopie van de door de clubs opgemaakte samenvattende opgaven 325.30 aan de Directeur van de Dienst "Buitenland" toe te sturen waarin tegenover de gegevens betreffende iedere voor het betrokken jaar erkende sportbeoefenaar de vermelding "erkend" voorkomt in de kolom "opmerkingen".

B. Wat de administratie betreft

1. Dossier

13.1 Bij ontvangst van een aanvraag, moet de dienst "Buitenland" nagaan of de aanvraag volledig is. Indien dit niet het geval is, moet binnen twee weken een brief, met precisering van de ontbrekende documenten, aan de Sportfederatie worden verstuurd, waarbij een antwoordtermijn van twee weken wordt toegestaan.

Indien het dossier, bij het verstrijken van deze termijn, niet is vervolledigd, wordt een nieuwe brief naar de Sportfederatie gestuurd waarin wordt medegedeeld dat de aanvraag zal worden afgewezen wanneer ze niet binnen een laatste termijn van twee weken wordt vervolledigd met de reeds gevraagde, ontbrekende documenten (opnieuw te preciseren).

13.2 De termijn van 30 dagen voor de betekening van de erkenning, begint pas te lopen vanaf dedatum van de ontvangst van het volledige dossier, in voorkomend geval, na afloop van de procedure om het dossier te vervolledigen.

2. Onderzoek

14.1 Bij de ontvangst van de aanvraag onderzoekt de dienst "Buitenland" de fiscale toestand van de sportbeoefenaar met betrekking tot de vijf kalenderjaren die aan de aanvraag voorafgaan, teneinde zich ervan te vergewissen dat geen enkele aanslag in de personenbelasting is gevestigd die definitief is geworden.

Een dergelijk onderzoek kan tot verschillende conclusies leiden die bijzondere werkzaamheden vereisen :

14.2 De procedure voor de vestiging van een aanslag in de personenbelasting is aan de gang voor een belastbaar tijdperk begrepen in de vijf jaren voorafgaand aan de aanvraag.

In dit geval en voor zover het belastbare tijdperk terzake overeenstemt met één van de vier kalenderjaren waarvoor de belastingplichtige voor erkenning in aanmerking komt, licht de dienst "Buitenland" de betrokken taxatiedienst PB zo spoedig mogelijk in over de lopende erkenningsprocedure, teneinde de vestiging van de aanslag in beraad te houden, en in geval van een gunstige beslissing niet door te voeren.

In de veronderstelling dat de vestiging van de aanslag betrekking zou hebben op één of meerdere belastbare tijdperken voorafgaand aan de vier kalenderjaren beoogd in de erkenningsaanvraag, zal het onderzoek van die aanvraag wegens niet naleving van de voorwaarde gesteld sub III.A.3 in beraad worden gehouden (zolang die aanslag voor beroep vatbaar is).

14.3 Er werd een aanslag in de personenbelasting ingekohierd die nog niet definitief is geworden en betrekking heeft op een belastbaar tijdperk begrepen in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan de aanvraag.

Voor zover het belastbare tijdperk terzake overeenstemt met één van de vier kalenderjaren waarvoor de belastingplichtige voor erkenning in aanmerking komt, nodigt de dienst "Buitenland" de belastingplichtige uit om tegen die aanslag zo spoedig mogelijk een regelmatig bezwaarschrift in te dienen, indien hij dat nog niet gedaan heeft, waarbij hij zijn hoedanigheid van rijksinwoner betwist. Hij zal eventueel worden uitgenodigd om de grieven in die zin te vervolledigen.

De dienst "Buitenland" licht de Gewestelijk directeur die dit bezwaarschrift behandelt, zo spoedig mogelijk in teneinde het onderzoek ervan in beraad te houden in afwachting van de beslissing inzake de erkenning.

Een kopie van de erkenningsbeslissing of van de afwijzing wordt te gelegener tijd toegezonden aan de Gewestelijk directeur bij wie het bezwaarschrift in behandeling is. Een gunstige beslissing inzake de erkenning dringt zich op aan de Gewestelijk directeur bij het nemen van zijn eigen beslissing.

14.4 Belangrijk

De aandacht wordt erop gevestigd dat in die omstandigheden een gunstige erkenningsbeslissing in principe aanleiding geeft tot een ontheffing in de personenbelasting ten name van de sportbeoefenaar. Dergelijke ontheffing zou in bepaalde gevallen kunnen leiden tot moeilijkheden voor de administratie om de bevrijdende bedrijfsvoorheffing van 18 %, die voor het belastbare tijdperk terzake, in principe door de club verschuldigd is, te innen of te behouden.

Verschillende gevallen kunnen zich voordoen :

14.5 De club heeft voor het belastbare tijdperk terzake, bedrijfsvoorheffing gestort, die werd verrekend in de betwiste aanslag PB :

Er moet als volgt worden gehandeld :

  • de aanslag PB vernietigen, hetgeen de teruggave van de bedrijfsvoorheffing en, in voorkomend geval van de betaalde belasting aan de belastingplichtige tot gevolg heeft;
  • krachtens art. 355, WIB92 ten name van de belastingplichtige een aanslag BNI inkohieren voor een bedrag gelijk aan de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd was voor het belastbare tijdperk;
  • de bevoegde ontvangkantoren inlichten over voormelde dubbele verrichting.
14.6 De cijfers die nodig zijn voor de vestiging van de aanslag BNI en het schriftelijk akkoord van de belastingplichtige m.b.t. die vestiging worden door de dienst van de Directeur "Buitenland" aan de bevoegde taxatiedienst toegezonden. Een kopie van de erkenningsbeslissing wordt gelijktijdig toegezonden aan deGewestelijk directeur die belast is met het onderzoek van het bezwaarschrift.

14.7 Die aanslag moet door de bevoegde taxatiedienst BNI manueel worden ingekohierd voor een bedrag gelijk aan de bedrijfsvoorheffing volgens het éénvormig tarief van 18 % overeenkomstig Hoofdstuk X van de Bijlage III van het KB/WIB 92 en de bepalingen van de administratieve circulaire van 16.10.2001, nr.Ci.RH.244/536.588.

14.8 De vernietiging van de aanslag PB en de inkohiering van de aanslag BNI moeten vlak na mekaar en in ieder geval op dezelfde datum geschieden. Teneinde de toepassing van artikel 166, KB/WIB 92 mogelijk te maken, moet het aanslagbiljet noodzakelijkerwijze worden verzonden in de loop van de maand waarin de vernietiging en de inkohiering zijn verricht.

14.9 Als gevolg van de vernietiging van de aanslag PB, licht de Gewestelijk directeur de bevoegde ontvangkantoren PB en BNI in over voormelde verrichtingen, en deelt de data van inkohiering en van zijn beslissing mede, alsook de artikelnummers en belastingbedragen; dit om eventueel de terugbetalingen PB te kunnen aanrekenen voor de aanzuivering van de aanslag BNI.

14.10 De club heeft, voor het belastbare tijdperk terzake, vergeleken met de 18%-regel, voldoende bedrijfsvoorheffing gestort, die niet werd verrekend in de betwiste aanslag PB :

De Gewestelijk directeur zal zonder meer overgaan tot de ontheffing van de aanslag.

14.11 De club heeft, voor het belastbare tijdperk terzake, geen bedrijfsvoorheffing gestort :

De erkenning hangt af van de betaling van de bevrijdende bedrijfsvoorheffing voor dat jaar. In dergelijk geval, zal de Sportfederatie moeten bewijzen dat de bedrijfsvoorheffing werkelijk werd aangegeven en gestort bij het bevoegde ontvangkantoor.

14.12 Ingevolge deze aangifte zal de bedrijfsvoorheffing voor zover dit nog niet is gebeurd, eventueel op grond van art. 358, § 1, 1°, WIB 92 door het bevoegde documentatiecentrum-bedrijfsvoorheffing worden ingekohierd op vraag van het bevoegde ontvangkantoor.

Nadat hij over de erkenning is ingelicht, gaat de Gewestelijk directeur over tot de ontheffing van de aanslag PB.

14.13 In de veronderstelling dat het hangende bezwaarschrift betrekking zou hebben op één of meerdere belastbare tijdperken voorafgaand aan de vier kalenderjaren beoogd in de erkenningsaanvraag, zal het onderzoek van die aanvraag wegens niet naleving van de voorwaarde gesteld sub III.A.3 in beraad worden gehouden (zolang die aanslag voor beroep vatbaar is).

14.14 Er werd een definitieve aanslag in de personenbelasting ingekohierd voor een belastbaar tijdperk begrepen in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan de aanvraag.

In dat geval moet de aanvraag worden afgewezen wegens het niet naleven van de voorwaarde gesteld sub III.A.3.

3. Beslissing

15.1 Er is bepaald dat de bevoegde dienst "Buitenland" haar beslissing aan de Sportfederatie die de aanvraag heeft ingediend bekendmaakt binnen dertig dagen na het indienen van een volledige aanvraag.

15.2 De administratie is niet door dit akkoord gebonden, indien blijkt dat de aanvraag onvolledig of onjuist was of wanneer zij niet werd uitgevoerd op de voorgestelde wijze of wanneer één van de hiervoor uiteengezette voorwaarden niet werd vervuld.

15.3 De gunstige beslissing moet inzonderheid melding maken van :

  • de vier kalenderjaren waarop de erkenning in principe betrekking heeft;
  • de jaren waarvoor de beslissing afhangt van de voorwaarde dat bijkomende documenten worden voorgelegd;
  • de aard van de documenten, alsook de uiterste datum waarop die documenten later moeten worden voorgelegd.
15.4 De beslissing waarbij de erkenning in beraad wordt gehouden (zie nrs.14.2 en14.13) of tot afwijzing moet altijd worden gemotiveerd en melding maken van de mogelijkheid voor de Sportfederatie om haar opmerkingen binnen een termijn van twee weken schriftelijk mee te delen.

15.5 Wanneer de opmerkingen binnen deze termijn worden ingebracht, wordt een nieuwe beslissing bekendgemaakt binnen twee weken na ontvangst van de opmerkingen.

15.6 De afwijzende beslissing moet melding maken van de manier waarop daarentegen verhaal mogelijk is (zie sub V hierna).

4. Uitwisseling van inlichtingen tussen de verschillende betrokken diensten

Een kopie van de beslissing moet worden bezorgd :

16.1 in alle gevallen :

  • aan de opsporingsdienst van het ambtsgebied waarin de club is gevestigd
16.2 ingeval van bezwaar betreffende een belastbaar tijdperk waarop de erkenning betrekking heeft :

  • aan de Gewestelijk directeur die belast is met het onderzoek van het bezwaarschrift
16.3 wanneer de sportbeoefenaar is ingeschreven in het bevolkingsregister:

  • aan de taxatiedienst PB waarvan hij afhangt
16.4 wanneer de procedure voor de vestiging van een aanslag in de personenbelasting aan de gang is of een aanslag moet worden gevestigd ingevolge een afwijzing van de erkenning :

  • aan de betrokken taxatiedienst PB.
16.5 Een lijst van de erkende sportbeoefenaars moet regelmatig aan het CTK Brussel "Buitenland" worden toegezonden teneinde het bestand van de niet-inwoners bij te werken.

V. BEROEP

17.1 Ingeval van blijvende betwisting tussen de Sportfederatie en de Directeur van de Dienst "Buitenland", zal deze laatste het dossier aan de Centrale diensten voorleggen.

17.2 De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de afwijzing van de erkenning niet noodzakelijk tot gevolg heeft dat de buitenlandse sportbeoefenaar aan de personenbelasting moet worden onderworpen. Een afwijzing doet immers geen afbreuk aan het recht van de belastingplichtige om alsnog zijn hoedanigheid van niet-inwoner in het kader van de procedure van de vestiging van een aanslag in de personenbelasting of nog van een bezwaarschrift aan te tonen.

NAMENS DE MINISTER :

Voor de Directeur-generaal :

De Directeur,

P. LEROY.