Circulaire nr. AOIF 1/2006 (E.T.675.5) dd. 02.01.2006
Circulaire nr. AOIF 1/2006 (E.T.675.5) dd. 02.01.2006
AANSCHRIJVING NR. 3/1973 (BIJWERKING 2006)
INVERBRUIKSTELLING
INVOER
VERLEGGING VAN DE BETALING
VOLDOENING VAN DE BELASTING
Aan alle diensten (sectorBTW).
De aanschrijving nr. 3 van11 januari 1973 (bijwerking 2002), handelt over de verleggingvan de heffing van de ter zake van invoer verschuldigde BTW naar deperiodieke BTW-aangifte van de belastingplichtigen die houder zijnvan een vergunning om die bijzondere wijze van betalen toe tepassen.
Er werd beslist een nieuwe uitgave vandie aanschrijving te publiceren. Deze nieuwe uitgave, waarvan eenexemplaar hierbij gaat, draagt onder de titel de vermelding"bijwerking 2006".
De toepassingsmodaliteiten van debijzondere wijze van betalen van de bij invoer verschuldigde BTWdie in deze aanschrijving worden uiteengezet, ondergaan geenfundamentele wijzigingen ten opzichte van de bestaanderegeling.
De bijwerking 2006 strekt ervoornamelijk toe de regels te verduidelijken die toepasselijk zijnwanneer de invoeraangiften maandelijks worden geglobaliseerd. Indat geval moet immers, overeenkomstig artikel 5, § 4, van hetkoninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 metbetrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van debelasting over de toegevoegde waarde, de verleggingsregelingverplicht worden toegepast.
In deze bijwerking wordt de aandachter tevens op gevestigd dat de aanvraag tot het bekomen van devergunning om de regeling toe te passen, de jaarlijkse herzieningvan het vooruit te betalen bedrag en de verzaking aan de regeling, voortaan kunnen geschieden met documenten die gedownload kunnenworden op de website www.finform.fgov.be van deFOD Financiën.
Deze aanschrijving bundelt de vorigeaanschrijving en haar addenda in één enkele bijgewerkte tekst. Zevervangt dus vanaf 1 januari 2006 de in 2002 bijgewerkteaanschrijving nr. 3 van 11 januari 1973 (z. circulaireAOIF nr. 22/2002 van 21 augustus 2002) zoals die werdgewijzigd bij de aanschrijving nr. 14 van 22 september1992 en haar addendum van 6 november 2003 (z. circulaireAOIF nr. 29/2003).
NAMENS DEMINISTER :
Voor de Administrateur-generaal
van de Belastingen en Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
F.HAMELS
Bijlage
(Aanschrijving nr. 3/1973 -bijwerking 2006)
| INHOUDSTAFEL | |
| A.VOORWERP | |
| B.ALGEMEENHEDEN | |
| Personen diede bijzondere wijze van betalen bij invoer kunnen aanvragen | |
| Invoerenwaarop deze wijze van betalen betrekking heeft | |
| Maandelijkseglobalisatie van de invoeraangiften | |
| C.VERGUNNING | |
| Aanvraag tothet bekomen van een vergunning | |
| Weigeringvan de vergunning | |
| Inwerkingtredingvan de vergunning | |
| Duur van devergunning | |
| Afzien vande vergunning | |
| Ambtshalveverval van de vergunning | |
| Wijzigingof intrekking van de vergunning | |
| D. WERKINGVAN DE REGELING | |
| E. VOORUITTE BETALEN BTW | |
| Bedrag vande vooruitbetaling bij de aanvraag | |
| Wijze vanbetaling van de vooruit te betalen belasting | |
| Herzieningvan het bedrag van de vooruit te betalen belasting | |
| Teruggaafvan de vooruitbetaalde belasting | |
| F. BIJ DEINVOER TE VERVULLEN FORMALITEITEN | |
| Invoerdocument | |
| G.BOEKHOUDKUNDIGE VERPLICHTINGEN | |
| Bijlage I :AANVRAAG OM VERGUNNING | |
| Bijlage II: HERZIENING VAN DE VOORUITBETALING | |
| Bijlage III: VERZAKING AAN DE VERGUNNING | |
| Bijlage IV: VOORBEELDEN | |
Brussel, 11 januari 1973
Invoer - Bijzondere wijze vanbetalen
1. Artikel 5, § 3, van het koninklijkbesluit nr. 7 van 29 december 1992 m.b.t. de invoer vangoederen voor de toepassing van de belasting over de toegevoegdewaarde, machtigt de Minister van Financiën of zijn afgevaardigde, om aan belastingplichtigen die de in artikel 53, § 1, 2°, van hetBTW-Wetboek bedoelde periodieke aangifte indienen, met uitsluitingvan de belastingplichtigen bedoeld in artikel 55, § 3, laatste lid, van het BTW-Wetboek, een vergunning te verlenen om onder de daaringestelde voorwaarden de wegens invoer verschuldigde BTW niet tevoldoen op het tijdstip van de aangifte ten verbruik, mits diebelasting als verschuldigde BTW wordt opgenomen in de vorenbedoeldeperiodieke aangifte.
Deze bepaling voert dus een regelingin waarbij de betaling van de bij invoer van goederen verschuldigdeBTW wordt verlegd naar de periodieke BTW-aangifte, zodat diebelasting niet meer aan de douane moet worden betaald.
Personen die de bijzondere wijze van betalen bijinvoer kunnen aanvragen
2. De verlegging van de heffing van deter zake van invoer van goederen verschuldigde BTW kan wordenaangevraagd door alle belastingplichtigen die de in artikel 53, §1, 2°, van het BTW-Wetboek bedoelde BTW maand- of kwartaalaangiftenindienen, met uitsluiting van de belastingplichtigen bedoeld inartikel 55, § 3, laatste lid, van het BTW-Wetboek.
Komen derhalve in aanmerking :
1. de in België gevestigde belastingplichtigen dieperiodieke aangiften indienen en die handelingen verrichtenwaarvoor recht op aftrek is ontstaan;
2. de niet in België gevestigde belastingplichtigen dieperiodieke aangiften indienen en die handelingen verrichtenwaarvoor recht op aftrek is ontstaan. Het feit dat diebelastingplichtige al dan niet een aansprakelijke vertegenwoordigerheeft laten erkennen speelt daarbij geen rol.
Zijn daarentegen uitgesloten van deregeling, de niet in België gevestigde belastingplichtigen die inBelgië niet over een individueel BTW-identificatienummerbeschikken, doch die voor de invoeren die zij verrichten wordenvertegenwoordigd door een persoon die vooraf werd erkend (globaalBTW-nummer met beginkenmerk BE 796.5) op grond van het bepaalde inartikel 55, § 3, laatste lid, van het BTW-Wetboek.
Invoeren waarop dezewijze van betalen betrekking heeft
3. De verlegging van de heffing van deter zake van invoer verschuldigde BTW is toepasselijk op deinvoeren van goederen die in België plaatsvinden in de zin vanartikel 23 van het BTW-Wetboek en die de BTW opeisbaar maken.
Met de invoer van een goed wordtbedoeld, het binnenkomen in het BTW-gebied van de Gemeenschap vaneen goed uit een derde land of een derdelands gebied.
Onder derde landen en derdelandsgebieden wordt verstaan de Staten die geen lid zijn van de EuropeseGemeenschap alsmede de hierna bedoelde nationale gebieden vanbepaalde Lid-Staten :
- Koninkrijk Denemarken :
- de Faeröer-eilanden;
- Groenland;
- Bondsrepubliek Duitsland :
- het eiland Helgoland;
- het grondgebied van Büsingen;
- Koninkrijk Spanje :
- Ceuta;
- Melilla;
- de Canarische eilanden;
- Italiaanse Republiek :
- Livigno;
- Campione d'Italia;
- de nationale wateren van het meer van Lugano;
- Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland :
- De overzeese gebieden;
- Gibraltar;
- de Anglo-Normandische eilanden;
- Franse Republiek :
- de overzeese gebieden;
- het eiland Mayotte;
- het eiland St. Pierre en Miquelon;
- de overzeese departementen;
- Helleense Republiek :
- de Berg Athos;
- de Berg Athos;
- Republiek Finland :
- de Åland-Eilanden;
- de Åland-Eilanden;
- Koninkrijk der Nederlanden :
- de overzeese gebieden;
- de overzeese gebieden;
- Republiek Cyprus:
- de zones waarover de regering niet feitelijk het gezaguitoefent.
Er wordt evenwel opgemerkt datvoor de toepassing van de BTW worden geacht deel uit te maken:
1° van het Verenigd Koninkrijk vanGroot-Brittannië en Noord-Ierland : het eiland Man;
2° van de Franse Republiek : het Vorstendom Monaco;
3° van de Republiek Cyprus : Akrotiri en Dhekelia, zijnde dezones die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijkvallen.
4. De invoer van een goed vindt plaatsin België wanneer dat goed het BTW-gebied van de Gemeenschapbinnenkomt via België of in België onttrokken wordt aan één van deopschortende regelingen bedoeld in artikel 23, §§ 4 en 5 vanhet BTW-Wetboek.
5. De belastingplichtigen die devergunning hebben verkregen om de bijzondere wijze van betalen toete passen, moeten deze toepassen voor alle invoeren die zij inBelgië verrichten en waarvoor de BTW opeisbaar is bij het indienenvan de aangifte ten verbruik. Tijdens de geldigheidsduur van devergunning mogen zij dus de normale wijze van betalen van de bijinvoer verschuldigde BTW, namelijk de betaling van die belastingaan de douane, niet meer toepassen.
Maandelijkseglobalisatie van de invoeraangiften
6. Overeenkomstig artikel 5, § 4, vanhet koninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 metbetrekking tot de invoer van goederen voor de toepassing van debelasting over de toegevoegde waarde, kan de Minister van Financiënof zijn afgevaardigde bepalen dat de belasting volgens deverleggingsregeling moet worden voldaan wanneer de ingevoerdegoederen overeenkomstig de geldende communautairedouanereglementering met één globale aangifte voor het verbruikworden aangegeven.
Krachtens die bepaling wordt deuitreiking door de Administratie der douane en accijnzen van eenvergunning tot maandelijkse globalisatie van deinvoeraangiften, afhankelijk gesteld van het feit dat de aanvragerhouder moet zijn van een vergunning die hem toelaat de BTW bijinvoer te voldoen met verlegging van de heffing. Deverleggingsregeling is dan ook verplicht van toepassing in gevalvan maandelijkse globalisatie van de invoeraangiften.
Aanvraag tot het bekomen van een vergunning
7. Om de verleggingsregelingvan de wegens invoer verschuldigde BTW te mogen toepassen moet debelastingplichtige een vergunning hebben bekomen die door ofvanwege de Minister van Financiën wordt uitgereikt.
De belastingplichtige moet dievergunning aanvragen bij de centrale diensten van de AOIF gevestigdop volgend adres :
Federale OverheidsdienstFinanciën
Administratie van de ondernemings- eninkomensfiscaliteit
Centrale diensten - Sector BTW
Dienst I - Directie 9
Koning Albert II-laan 33 bus 25
1030 BRUSSEL
De aanvraag moet in tweevoud wordeningediend op briefpapier van de aanvrager en volgens het model inbijlage I van onderhavige aanschrijving. De aanvrager kan ook op dewebsite www.finform.fgov.be van deFOD Financiën een formulier downloaden dat hij zelf moet invullenen in duplo moet toesturen aan voornoemd adres.
8. De administratie weigert devergunning te verlenen wanneer de op het spel zijnde belangenminiem zijn. Zo wordt de vergunning hoe dan ook niet uitgereiktwanneer het bedrag dat overeenkomstig het bepaalde in denrs. 16 en 20 als BTW moet worden vooruitbetaald, minderbedraagt dan 250 EUR.
Zij reikt de vergunning evenmin uitwanneer de betrokkene zijn verplichtingen inzake BTW niet nauwgezetnaleeft, onder meer wat betreft het indienen van zijn periodiekeaangiften en het betalen van de belasting waarvan de opeisbaarheiduit die aangiften blijkt binnen de termijnen gesteld bij hetkoninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 of wanneerinbreuken werden vastgesteld op de BTW-wetgeving of op de teruitvoering ervan gegeven regelen.
9. De toepassing van de regelingvereist bovendien het bestaan van een regelmatige invoeractiviteit.De occasionele invoer van investeringsgoederen bijvoorbeeld, laatniet toe een gunstig gevolg te geven aan de aanvraag.
Inwerkingtreding vande vergunning
10. De vergunning is toepasselijkvanaf de datum waarop ze werd verleend voor alle aangiften voor hetverbruik die vanaf die datum worden gevalideerd en die deopeisbaarheid van de belasting vaststellen.
11. De vergunning wordt verleend vooronbepaalde duur.
12. De vergunninghouder mag op iederogenblik afzien van de vergunning. In dat geval moet hij dit meldenaan de administratie. Hij stelt daartoe een brief ter verzaking op, conform aan het model in bijlage III bij deze aanschrijving. Dezeverzaking stuurt hij in twee exemplaren per aangetekend schrijvennaar het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert.
De belastingplichtige heeft eveneensde mogelijkheid om op de website www.finform.fgov.be van deFOD Financiën een formulier te downloaden dat hij zelf moetinvullen en in duplo per aangetekend schrijven moet toesturen aanvoornoemd controlekantoor.
Het afzien van de vergunning is inprincipe definitief en doet het recht ontstaan op teruggaaf van dereeds vooruitbetaalde belasting (z. nr. 30 e.v.).
Ambtshalve vervalvan de vergunning
13. De vergunning vervalt ambtshalvewanneer de vergunninghouder :
- geen maand- of kwartaalaangiften bedoeld in artikel 53, § 1,2°, van het BTW-Wetboek meer indient (stopzetting van activiteit, faillissement, …);
- de in nr. 16 hierna bedoelde vooruitbetaling volledig heeftteruggevorderd.
Wijziging ofintrekking van de vergunning
14. De Minister van Financiën of zijnafgevaardigde behoudt zich het recht voor om op gelijk welktijdstip de voorwaarden of de formaliteiten waarvan de vergunningafhankelijk wordt gesteld geheel of gedeeltelijk te wijzigen of omde vergunning in te trekken. Zo zal de vergunning wordeningetrokken indien de houder de daarin opgelegde voorwaarden nietnaleeft.
Onverminderd, in voorkomend geval, debij de wet uitgevaardigde straffen, zal de vergunning onmiddellijkworden ontnomen aan iedere persoon die er misbruik van maakt oftracht te maken of die op gelijk welke wijze de controleopdrachtvan de ambtenaren van de administratie belemmert.
De vergunning kan tevens wordeningetrokken wanneer de vergunninghouder de bepalingen van hetBTW-Wetboek of van de ter uitvoering ervan gegeven regels nietnaleeft.
Iedere intrekking van vergunning wordtgemotiveerd en per aangetekende brief aan de belastingplichtigegenotificeerd door de eerstaanwezend inspecteur van hetBTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert. De afgifte van debrief aan de post geldt als notificatie vanaf de volgendedag.
Vanaf de dag die op deze notificatievolgt, kan van de vergunning geen gebruik meer wordengemaakt.
15. Belastingplichtigen die goedereninvoeren en de BTW daarbij volgens de normale wijze voldoen aan dedouane, ondergaan een voorfinanciering van die belasting omdat deBTW steeds op een vroeger tijdstip moet worden voldaan dan hettijdstip waarop die belasting kan worden afgetrokken.
16. In de regeling waarbij devoldoening van de ter zake van invoer verschuldigde BTW wordtverlegd naar de periodieke BTW-aangifte, verdwijnt dittijdsverschil aangezien de BTW in dezelfde aangifte alsverschuldigde en als aftrekbare belasting wordt opgenomen. Om ditverschil in behandeling te vermijden, moeten de belastingplichtigendie de verleggingsregeling willen toepassen, vooraf een bedrag aanBTW vooruitbetalen op hun invoeren. Dit bedrag vormt op forfaitairewijze de voorfinanciering van de belasting. Het stemt momenteelovereen met een BTW-voorfinanciering van een halve maand.
17. In de logische gedachtegang van deregeling ontslaat de vooruitbetaling de belastingplichtige niet vande verplichting om in rooster 57 van de maand- of kwartaalaangifte, als verschuldigde belasting, een bedrag op te nemen datovereenstemt met het bedrag van de BTW bij invoer dat voorkomt opde aangiften voor het verbruik die werden gevalideerd tijdens demaand of het kwartaal waarop die periodieke BTW-aangifte betrekkingheeft.
18. De belastingplichtigen die deverlegging van de heffing toepassen, moeten ieder jaar hetvooruitbetaalde bedrag herzien. Die herziening gebeurt op basis vande belasting die ze hebben voldaan voor de invoeren gedaan tijdenshet voorgaande kalenderjaar.
Wanneer die herziening een bedraggeeft dat groter is dan hetgeen effectief bij wijze vanvooruitbetaling werd gestort, moet een bijkomende betaling wordengedaan. In het tegenovergestelde geval wordt het te veel betaaldebedrag teruggegeven.
19. Wanneer, om gelijk welke reden, een einde wordt gesteld aan de bijzondere wijze van betalen, moetde belastingplichtige de belasting bij invoer voldoen volgens denormale regeling bedoeld in artikel 7, § 1, van het koninklijkbesluit nr. 7 van 29 december 1992, met name door debetaling ervan aan de douane. Hij kan evenwel teruggaaf bekomen vande BTW die hij als vooruitbetaling heeft gestort.
Bedrag van de vooruitbetaling bij de aanvraag
20. Het bedrag van de vooruitbetalingmoet bij de aanvraag om vergunning (1) door de aanvragerzelf berekend worden. Dat bedrag is gelijk aan één vierentwintigstevan het totaalbedrag van de wegens invoer verschuldigde BTW (2)zoals die bedragen zijn vermeld in vak 47 van de aangiften voor hetverbruik (3) die werden gevalideerd tijdens de vierkalenderkwartalen die de aanvraag om vergunning voorafgaan (z.eerste voorbeeld in bijlage IV).
[(1) De regels die uiteengezet zijn in het nr. 20 zijn nietvan toepassing bij de jaarlijkse herziening van de vooruit tebetalen som (z. hiervoor nrs. 25 en volgende).
(2)Er moet dus geen rekening worden gehouden met goederen die zichonder een regeling bevinden bedoeld in artikel 23, §§ 4 of 5, vanhet BTW-Wetboek of die bij hun invoer vrijstelling van belastinghebben genoten.
(3) Er wordt in dit verband opgemerkt dat krachtens artikel 34 vanhet BTW-Wetboek dat de maatstaf van heffing van de ingevoerdegoederen bepaalt, de BTW niet louter over de aankoopprijs van degoederen verschuldigd is.]
Wanneer de aanvrager tijdens devoornoemde periode geen invoeren heeft verricht of wanneer zijninvoeractiviteit zich niet uitstrekt over de vier kalenderkwartalenvoorafgaand aan zijn aanvraag, vermeldt hij de bedragen van deinvoeren die hij, volgens zijn vooruitzichten, zal doentijdens de volgende twaalf maanden; op de aanvraag moetuitdrukkelijk worden vermeld dat het vooruitzichten betreft (z.tweede voorbeeld in bijlage IV). In dit geval dient de aanvraag tezijn vergezeld van een bijlage waarin een beschrijving wordtgegeven van de goederen, het toepasselijk BTW-tarief alsmede devermoedelijke frekwentie van de invoeren.
Wijze van betalingvan de vooruit te betalen belasting
21. Het bedrag van de vooruit tebetalen belasting moet in eenmaal worden volstort op hetBTW-kantoor waarvan de benaming en het rekeningnummer aanbetrokkene worden medegedeeld na goedkeuring van de aanvraag totverkrijging van de vergunning. Het mag in geen geval gestortworden op rekening nr. 679-2003000-47 van de BTW-ontvangsten teBrussel.
22. De storting moet verricht zijnbinnen de drie maanden na het verzenden van de brief waarbij deadministratie de belastingplichtige uitnodigt de vooruitbetaling tedoen.
23. De vooruit te betalen somvertegenwoordigt de BTW bij invoer die op voorhand wordt betaald(z. nr. 16). Zij heeft dus niet het karakter van een garantieof van een borg en kan bijgevolg nooit worden vervangen door eengelijkaardige akte of door een pand (bijvoorbeeld eenbankgarantie).
24. Het betalingsdocument moetverplicht de volgende gegevens bevatten : de naam en het adres vande belastingplichtige, evenals de gestructureerde mededeling diewordt opgegeven in de brief waarbij de administratie debelastingplichtige verzoekt de eerste vooruitbetaling tedoen.
Herziening van hetbedrag van de vooruit te betalen belasting
25. De houder van de vergunning isertoe gehouden ieder jaar uiterlijk op 20 april het bedrag van devooruitbetaalde belasting te herzien en de administratie op dehoogte te brengen van het resultaat van die herziening. Wanneer devergunning werd verleend tussen 1 januari en 20 april, moet de eerste herziening evenwel slechts gebeuren in de loop vanhet daaropvolgende jaar, uiterlijk op 20 april.
26. De berekening wordt verricht opbasis van het vierentwintigste deel van het totale bedrag van dewegens invoer verschuldigde BTW (1) zoals die bedragen vermeld zijnin vak 47 van de aangiften voor het verbruik (2) die werdengevalideerd tijdens het verlopen kalenderjaar (3).
[(1) Er moet dus geen rekening worden gehouden met de goederendie zich onder een regeling bevinden bedoeld in artikel 23, §§ 4 of5, van het BTW-Wetboek of die bij hun invoer vrijstelling vanbelasting hebben genoten.
(2) Er wordt in dit verband opgemerkt dat krachtens artikel 34 vanhet BTW-Wetboek dat de maatstaf van heffing van de ingevoerdegoederen bepaalt, de BTW niet louter over de aankoopprijs van deingevoerde goederen verschuldigd is.
(3) Wanneer de aangiften voor het verbruik maandelijks wordengeglobaliseerd, komen de invoeren die in de maand december van eenkalenderjaar hebben plaatsgevonden en waarvoor de douane eeninvoeraangifte heeft gevalideerd in de maand januari van het daaropvolgende kalenderjaar, slechts in aanmerking voor de herzieningm.b.t. de invoeren die in laatstgenoemd kalenderjaar hebbenplaatsgevonden en die uiterlijk moet worden verricht op 20 aprilvan het daarop volgende kalenderjaar (vb. goederen worden ingevoerdin december 2005, de desbetreffende aangifte wordt gevalideerd injanuari 2006; met deze invoeren dient rekening te worden gehoudenvoor de herziening m.b.t. de invoeren verricht in het jaar 2006, die uiterlijk op 20 april 2007 dient te geschieden).]
Bij de berekening van de eersteherziening dient evenwel niet alleen rekening te worden gehoudenmet de invoeren waarvoor de verlegging van de heffing bij invoerwerd toegepast maar eveneens met die welke hebben plaatsgevondenmet effectieve betaling van de BTW op het douanekantoor vaninvoer.
Wanneer de vergunninghouder slechts inde loop van het kalenderjaar dat de eerste herziening voorafgaat, gestart is met invoeren, mag de berekening niet worden verrichtop basis van één vierentwintigste, maar op basis van een breukwaarvan de teller één bedraagt en de noemer gelijk is aanhet dubbel van het aantal maanden van dat kalenderjaar terekenen vanaf de maand waarin de eerste invoer heeftplaatsgevonden. Voor de bepaling van deze maand dient geenonderscheid te worden gemaakt tussen invoeren met betaling eninvoeren met verlegging van de heffing. Een toepassing van dezeberekeningswijze is terug te vinden in het tweede voorbeeld van debijlage IV.
27. Indien het resultaat van deherziening een bedrag geeft dat groter is dan de reedsvooruitbetaalde belasting, moet de belastingplichtige tenlaatste op 20 april, op de rekening van het BTW-kantoorwaarvan sprake in het nr. 21, een bijkomend bedrag voldoengelijk aan het verschil tussen beide bedragen. Hetbetalingsdocument moet de volgende gegevens bevatten : de naam enhet adres van de belastingplichtige, evenals de gestructureerdemededeling opgegeven in de brief waarbij de administratie bij deaanvang van elk jaar de aandacht van de belastingplichtige vestigtop zijn verplichting inzake de herziening van de vooruit te betalensom.
Hij moet bovendien, op dat ogenblik, aan het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert een brief metkennisgeving van de herziening zenden, in twee exemplaren, conformhet model van bijlage II. Hij kan dat document ook downloaden op dewebsite www.finform.fgov.be van deFOD Financiën.
28. Indien het resultaat van deherziening een bedrag geeft dat kleiner is dan het bedrag van dereeds vooruitbetaalde belasting, dan heeft de belastingplichtigede keuze om al of niet teruggaaf te vragen van hetverschil.
Wanneer hij om welke reden ook, geenteruggaaf vraagt van het verschil, dan zendt hij uiterlijk op20 april aan de eerstaanwezend inspecteur van hetBTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert een brief in tweeexemplaren conform het model van bijlage II. De belastingplichtigekan dat document ook downloaden op de website www.finform.fgov.be van deFOD Financiën.
Wanneer hij de teruggaaf wel vraagt, moet hij handelen op de wijze uiteengezet in de nrs. 30 envolgende.
29. Voorbeelden van herzieningen vande vooruit te betalen belasting zijn opgenomen in bijlage IV.
Teruggaaf van devooruitbetaalde belasting
30. De vooruitbetaalde belasting wordtgeheel of gedeeltelijk aan de belastingplichtige teruggegevenwanneer :
1. hij van de vergunning afziet (z. nr. 12);
2. de vergunninghouder om welke reden ook geen BTW maand- ofkwartaalaangiften meer indient (z. nr. 13);
3. de vergunning wordt ingetrokken (z. nr. 14);
4. teveel werd betaald (z. nr. 28).
31. De teruggaaf van devooruitbetaalde belasting is een terugbetaling van een als BTWontvangen bedrag, dat groter is dan het wettelijk verschuldigdezoals bedoeld in artikel 77, §1bis, 1°, van het BTW-Wetboek. Deteruggaaf wordt gedaan met inachtneming van het bepaalde in hetkoninklijk besluit nr. 4 van 29 december 1969 metbetrekking tot de teruggaven inzake belasting over de toegevoegdewaarde.
De belastingplichtige bekomt deteruggaaf door toerekening; hij neemt de voor teruggaaf vatbarebelasting op in rooster 62 van zijn periodieke maand- ofkwartaalaangifte, die betrekking heeft op de periode waarin deoorzaak van teruggaaf zich voordoet.
De oorzaak van teruggaaf van devooruitbetaalde belasting doet zich voor :
a) op de datum waarop de belastingplichtige aan devergunning verzaakt;
b) op de datum waarop van de vergunning geen gebruik meer magworden gemaakt. Dat is inzonderheid het geval wanneer de houder vande vergunning geen BTW maand- of kwartaalaangiften meerindient;
c) op de datum waarop de vergunning wordt ingetrokken;
d) op 1 januari van het jaar waarin de herziening van hetvooruitbetaalde bedrag uitwijst dat er teveel werd betaald.
32. Om zijn vordering tot teruggaaf tekunnen uitoefenen moet de belastingplichtige, overeenkomstigartikel 4 van het koninklijk besluit nr. 4 van29 december 1969, een document opstellen dat overeenstemt methet in bijlage II van de onderhavige aanschrijving gegevenmodel en het inschrijven in het register van teruggaaf. Debelastingplichtige kan dat document ook downloaden op de website www.finform.fgov.be van deFOD Financiën.
Twee exemplaren ervan moeten wordentoegezonden aan het BTW-controlekantoor waaronder debelastingplichtige ressorteert vóór het verstrijken van dewettelijk voorziene termijn betreffende de indiening van deperiodieke aangifte met betrekking tot het tijdvak waarin debelastingplichtige zijn recht op teruggaaf uitoefent.
33. Wanneer, in het geval bedoeld innr. 30, 2, de betrokkene geen teruggaaf door toerekening heeftbekomen in de laatste periodieke aangifte die hij heeft ingediend, dan kan hij, vóór het verstrijken van de verjaringstermijn van zijnvordering tot teruggaaf, een aanvraag tot teruggaaf indienen bij deeerstaanwezend inspecteur van het BTW-controlekantoor waaronder hijressorteert.
F. BIJ DE INVOER TEVERVULLEN FORMALITEITEN
Invoerdocument
34. De belastingplichtigen die eenvergunning hebben verkregen, moeten voor elke invoer waarvoor deBTW opeisbaar is, op het douanekantoor van invoer een Enig documentoverleggen dat als aangifte ten verbruik wordt gebezigd (1).
[(1) Voor de regels die bij het gebruik van het Enig documentmoeten worden in acht genomen wordt verwezen naar de InstructieEnig document - 1999 (D.I. 530.11) van de Administratie der douaneen accijnzen.]
De aangever moet op eigenverantwoordelijkheid de code "G" aanbrengen in dekolom "WB" (wijze van betaling) van vak 47 van het Enigdocument. Bovendien moet vak 48 van dat document worden aangevuldmet het nummer van de uitgereikte vergunning.
G. BOEKHOUDKUNDIGEVERPLICHTINGEN
35. De als aangiften ten verbruikgebezigde Enige documenten moeten worden ingeschreven in het boekvoor inkomende facturen.
36. Het bedrag van de BTW, waarvan hetals aangifte ten verbruik gebezigde Enig document deverschuldigdheid vaststelt en voorkomt in vak 47, moet wordenopgenomen in rooster 57 van de maand- of kwartaalaangifte metbetrekking tot het tijdvak waarin de aangifte ten verbruik van deingevoerde goederen werd geldig gemaakt (1).
[(1) In geval van maandelijkse globalisatie van de aangiften, wordt de invoeraangifte geldig gemaakt in de loop van de maandvolgend op die waarin de invoeren werden verricht. De wegens invoerverschuldigde BTW moet dan ook slechts worden opgenomen in deperiodieke BTW-aangifte met betrekking tot de periode waarin dievalidatie heeft plaatsgevonden.]
Datzelfde bedrag mag worden opgenomenin rooster 59 van dezelfde aangifte, voor het gedeelte waarvan deaftrek bij toepassing van de artikelen 45 en 46 van het BTW-Wetboekis toegestaan.
Het rooster 57 mag niet verminderdworden met een bedrag van de belasting met betrekking tot invoerenwaarvoor een creditnota werd ontvangen.
De overeenkomstig artikel 34 van hetBTW-Wetboek bepaalde maatstaf van heffing bij invoer die voorkomtin het vak 47 van het Enig document, wordt opgenomen in rooster 87van de periodieke BTW-aangifte alsook, naargelang de aard deringevoerde goederen, in rooster 81, 82 of 83.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Administrateur-generaal van
de Belastingen en de Invordering :
De Auditeur-generaal van financiën,
F. HAMELS
AANVRAAG OM VERGUNNING
(in tweevoud in te dienen bij de Centrale diensten vande AOIF)
Federale Overheidsdienst Financiën
Administratie van de ondernemings- en inkomensfiscaliteit
Centrale diensten - Sector BTW
Dienst I - Directie 9
Koning Albert II-laan 33 bus 25
1030 Brussel
Ik, ondergetekende
Naam
Adres
BTW-identificatienummer
vraag devergunning aan om de belasting over de toegevoegde waarde, verschuldigd terzake van de invoer van goederen, te voldoen volgensde wijze van betalen ingesteld bij artikel 5, § 3, van hetkoninklijk besluit nr. 7 van 29 december 1992 met betrekking tot deinvoer van goederen voor de toepassing van de belasting over detoegevoegde waarde.
Ik verbind er mij toe de voorwaardenvan die vergunning uiteengezet in de aanschrijving nr. 3 van 11januari 1973 (bijwerking 2006) na te leven en onder meer jaarlijkshet bedrag te herzien van de als BTW vooruit te betalen som.
Ik verklaar :
a) dat het totaal van de maatstavenvan heffing van de BTW betreffende de invoeren bedoeld inde aanschrijving
- gedaan tijdens de vier voorbijekalenderkwartalen (1)
- volgens de vooruitzichten voor devolgende twaalf maanden (1)(2)
.........................................................................................................................................................................................................
............................................................................................................................................EUR (3)bedraagt;
b) dat het overeenkomstig bedrag aanBTW
.........................................................................................................................................................................................................
............................................................................................................................................EUR (3)bedraagt;
c) dat de vooruit te betalen som
.........................................................................................................................................................................................................
............................................................................................................................................EUR (3)bedraagt.
Opgemaakt in twee exemplaren,
te................................., .............................................
(Handtekening, naam en hoedanigheid)(4)
____________________
(1) Alleen de passende melding kopiëren, zie het onderscheidgemaakt in nr. 20.
(2) Bij de opgave van vooruitzichten dient een beschrijving teworden gevoegd (z. nr. 20).
(3) Voluit geschreven.
(4) Wanneer de ondertekenaar handelt als lasthebber van deaanvrager, dient bij de aanvraag een fotokopie van de volmacht teworden gevoegd, die het mandaat bevestigt en er de draagwijdte vanbepaalt. In ieder geval moet de ondertekenaar gemachtigd zijn debelastingplichtige financieel te verbinden voor onbeperktebedragen.
HERZIENING VAN DEVOORUITBETALING
(in tweevoud toe te sturen aan hetBTW-controlekantoor)
Ik, ondergetekende
Naam
Adres
BTW-identificatienummer
breng U ter kennis dat de herziening van deBTW die vooruit werd betaald op grond van de vergunning die mijwerd uitgereikt op...................................., onder hetnr. ET14000/........., als volgt plaatsvindt.
Ik verklaar dat deze herzieninggebaseerd is op alle invoeren bedoeld in de aanschrijving nr.3/1973 (bijwerking 2006) gedaan tijdens het kalenderjaar ...... Hetbedrag van de verschuldigde belasting over deze invoeren bedraagt :.................EUR.
| Vooruit te betalenbelasting voor het jaar ... : | ........................ EUR |
| Reedsvooruitbetaalde belasting : | ........................ EUR |
| Verschil : | ........................ EUR |
| (1) | Ik betaal ........................EUR, op ........................, op rekeningnr.679-2003005-52 ten gunste van Invoer - BTW Mechelen. |
| (1) | Ik vraag geen teruggaaf van ditverschil. |
| (1) | Ik heb het bedrag van........................ EUR opgenomen in rooster 62 van mijnmaand/kwartaalaangifte met betrekking tot de handelingen van demaand/het kwartaal ........... |
Te ........................, ........................
(Handtekening, naam en hoedanigheid)
____________________
(1) Alleen de passende melding kopiëren.
VERZAKING AAN DEVERGUNNING
(in tweevoud toe te sturen aan hetBTW-controlekantoor)
AANGETEKEND
Ik, ondergetekende
Naam
Adres
BTW-identificatienummer
breng U ter kennis dat ik verzaak aande vergunning die mij werd uitgereiktop................................., onder het nr.ET14000/.......
Ik heb het bedrag van........................ EUR opgenomen in rooster 62 van mijnmaand/kwartaalaangifte met betrekking tot de handelingen van demaand/het kwartaal .....
Te ........................, ...............................
(Handtekening, naam en hoedanigheid)
VOORBEELDEN
1ste voorbeeld
Peeters, een in België gevestigdebelastingplichtige, gehouden tot het indienen van maandelijkseBTW-aangiften, vraagt op 5 april 2006 de regeling aan van deverlegging van de heffing van de BTW bij invoer.
Voor de invoeren die hij heeft gedaantijdens de vier kwartalen die zijn aanvraag voorafgaan (periodevanaf 1 april 2005 tot 31 maart 2006) heeft Peeters 108.000 EUR aanBTW voldaan.
Theoretisch schema van de doorPeeters in de loop van de jaren 2006, 2007 en 2008 gedanehandelingen.
| 05.04.2006 |
| ||||||||||||
| 17.04.2006 |
| ||||||||||||
| 29.04.2006 |
| ||||||||||||
| 07.05.2006 |
| ||||||||||||
| 10.04.2007 |
| ||||||||||||
| 13.04.2007 |
| ||||||||||||
| 12.04.2008 |
| ||||||||||||
| 20.04.2008 |
| ||||||||||||
2de voorbeeld
Janssens, een in België gevestigdebelastingplichtige, gehouden tot het indienen van kwartaalBTW-aangiften, voert in het kader van zijn economische activiteitgeregeld meubelen in uit Thailand en vraagt op 12 juli 2006 deregeling aan van de verlegging van de heffing van de BTW bijinvoer.
Aangezien Janssens pas in de loop van demaand mei 2006 gestart is met invoeren kan hij zich bij de aanvraagniet baseren op zijn invoeren gedaan tijdens de vier voorbijkalenderkwartalen, maar dient hij zijn invoervooruitzichten op tegeven voor de komende twaalf maanden.
Janssens geeft in zijn aanvraag eenmaatstaf van heffing op van 260.000 EUR waarover 21 % BTWverschuldigd is, nl. 54.600 EUR. In zijn aanvraag vergeet hijbovendien niet te vermelden dat het vooruitzichten betreft van demeubelen die hij de komende twaalf maanden zal invoeren a rato vangemiddeld twee invoeren per maand.
Theoretisch schema van de doorJanssens in de loop van de jaren 2006, 2007 en 2008 gedanehandelingen
| 12.07.2006 |
| |||||||||||||||
| 25.07.2006 |
| |||||||||||||||
| 10.08.2006 |
| |||||||||||||||
| 15.08.2006 |
| |||||||||||||||
| 10.04.2007 |
| |||||||||||||||
| 11.04.2007 |
| |||||||||||||||
| 12.04.2008 |
| |||||||||||||||
| 14.04.2008 |
| |||||||||||||||
