Aanschrijving nr. 5 dd. 02.03.1995

AANSCHRIJVING 95/005

Aanschrijving nr. 5 dd. 02.03.1995.


Deze aanschrijving werd met ingang van 01.05.2004 vervangen door de aanschrijving nr. 16 dd. 23.03.2004.
Register voor werken aan motorvoertuigen.

INHOUDSTAFEL. - Voorwerp van de aanschrijving. nr. 1 - 2 - Reglementaire bepalingen. nr. 3 - Bedoelde belastingplichtigen en werken. nr. 4 - 9 - Bedoelde voertuigen. nr. 10 - In het register in te schrijven voertuigen nr. 11 - 12 - Tijdstip waarop het vervoermiddel moet worden ingeschreven. nr. 13 - Vermeldingen die het register moet bevatten. nr. 14 - 16 - Plaats waar het register zich moet bevinden. nr. 17 - Aantal registers. nr. 18 - 19 - Vorm van het register. nr. 20 - 22 - Formaliteiten. nr. 23 - 24 - Vervanging van het register door werkfiches. nr. 25 - Vervanging van het register door een geïnformatiseerde procedure. nr. 26 - Sancties. nr. 27 - Opheffingsbepaling en inwerkingtreding. nr. 28 Voorwerp van de aanschrijving. 1. Artikel 28, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, gewijzigd door artikel 3, a, van het koninklijk besluit van 22 november 1994 (Belgisch Staatsblad, 1 december 1994), verplicht de garagisten en, meer algemeen, de belastingplichtigen die aan motorvoertuigen werken verrichten, het wassen uitgezonderd, een register te houden waarin zij ieder voertuig dat zij aan voormelde werken onderwerpen, inschrijven.

2. Deze aanschrijving vermeldt en becommentarieert de nieuwe bepalingen opgenomen in artikel 28, § 1, van voormeld koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.

Reglementaire bepalingen.

3. De garagisten en, meer algemeen, de belastingplichtigen die aan motorvoertuigen werken verrichten, het wassen uitgezonderd, moeten een register houden waarin zij, voor ieder voertuig dat zij aan voormelde werken onderwerpen, inschrijven :

1° vóór de aanvang van het werk : de datum, alsmede de nummerplaat van het voertuig;

2° na de voltooiing van het werk : een verwijzing naar de factuur die aan de klant wordt uitgereikt of, indien geen factuur wordt uitgereikt, de reden daarvan.

Tijdens de uren dat de inrichting toegankelijk is voor de klanten, moet het in gebruik zijnde register zich in de beroepslokalen bevinden. De belastingplichtige moet dit register, zonder verplaatsing, ter inzage voorleggen op ieder verzoek, niet alleen van de ambtenaren en beambten van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen maar ook van de ambtenaren en beambten van de Administratie der douane en accijnzen en van de Administratie der directe belastingen (art. 28, §§ 1 en 4 van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992).

Bedoelde belastingplichtigen en werken.

4. Iedere belastingplichtige die aan motorvoertuigen werken verricht, het wassen uitgezonderd, moet het in nr. 1 hiervoor bedoelde register houden.

5. Buiten het wassen moet elk type van werk aan motorvoertuigen ingeschreven worden in het register. De maatregel heeft dus niet alleen betrekking op herstellings- of onderhoudswerken en bijgevolg niet alleen op belastingplichtigen die, al dan niet uitsluitend, dergelijke werken verrichten. Integendeel, voormelde bepalingen hebben betrekking op elk type van werk aan motorvoertuigen, het wassen uitgezonderd.



6.Worden aldus onder meer beoogd :
a) de "uitlaatcentra" die zich al dan niet uitsluitend bezighouden met het herstellen en het vervangen van uitlaten van motorvoertuigen;

b) de belastingplichtigen van wie de activiteit, al dan niet uitsluitend, bestaat uit het verkopen met plaatsing en het plaatsen van banden evenals, in voorkomend geval, het herstellen van banden, het uitbalanceren van wielen of het verrichten van andere werken van hetzelfde type wanneer het voertuig waaraan de werken worden verricht zich in de inrichting van de belastingplichtige bevindt;

c) de belastingplichtigen van wie de activiteit, al dan niet uitsluitend, bestaat uit het verkopen met plaatsing en het plaatsen van batterijen, evenals, in voorkomend geval, het herstellen en opladen ervan;

d) iedere andere belastingplichtige van wie de activiteit, al dan niet uitsluitend, bestaat uit het verrichten, van elk type van werk - met uitzondering van het wassen - aan motorvoertuigen; worden inzonderheid bedoeld de verkoop met plaatsing en de plaatsing, evenals de herstelling of het onderhoud van radio-, video- of telefooninstallaties, alarm- of anti-diefstalsystemen, air-conditioning, voorruiten, schuifdaken, zetelbekledingen, trekhaken, schokdempers, boordcomputers, ..., evenals het demonteren, ongeacht of dit gepaard gaat met het opnieuw samenstellen, van ieder onderdeel van een motorvoertuig, en zelfs de expertisewerkzaamheden.



7.Anderzijds is de huidige reglementering niet van toepassing op :
  • belastingplichtigen van wie de activiteit uitsluitend bestaat uit het wassen van motorvoertuigen;
  • belastingplichtigen die uitsluitend handelingen verrichten bestaande uit montage, assemblage of constructie van motorvoertuigen.
8. De inschrijving in het register heeft uiteraard enkel betrekking op de voertuigen die zich in de inrichting van de belastingplichtige bevinden met het oog op het verrichten van werken, zonder verder onderscheid naargelang het voertuig binnen in het of de gebouw(en) wordt gebracht of het werk op een terrein in open lucht wordt verricht.

De verplichting tot inschrijving in het register is dus niet van toepassing voor werken verricht buiten de inrichting van de belastingplichtige (zo geeft, bijvoorbeeld, het depanneren van een motorvoertuig op de openbare weg of bij de klant zelf geen aanleiding tot inschrijving in het register, maar het spreekt voor zich dat de verplichting tot inschrijving zich wel voordoet wanneer het voertuig uiteindelijk in de inrichting van de belastingplichtige moet worden gebracht en er aldaar werken worden aan uitgevoerd).

9. Wat meer in het bijzonder de uitbater van een parking of van een benzinestation betreft die, zelfs op bijkomstige wijze, de olie van motorvoertuigen ververst of kleine dringende herstellingen aan motorvoertuigen verricht, wordt opgemerkt dat zulke uitbater ook het register moet houden voor het inschrijven van de voertuigen waaraan hij een door de maatregel beoogd werk heeft verricht.

Daarentegen moeten niet in het register worden ingeschreven, de voertuigen die slechts enkele ogenblikken in de inrichting van een dergelijke uitbater worden binnengebracht, uitsluitend voor de bevoorrading van brandstof, voor het nazicht van de druk van de banden en, in voorkomend geval, om ze op te pompen, of voor het wassen van de ruiten.

Bedoelde voertuigen.

10. De voertuigen die worden bedoeld zijn de motorvoertuigen die onderworpen zijn aan de reglementering op de inschrijving van voertuigen, ongeacht of ze aan derden of aan de belastingplichtige toebehoren : personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen, autobussen of autocars, vrachtwagens, bestelwagens, tractoren (landbouw-, bosbouw- of andere tractoren), motorfietsen.

Zijn daarentegen niet bedoeld en moeten niet worden ingeschreven in het onder nr. 1 hiervoor bedoelde register, aanhangwagens van voormelde voertuigen evenals kampeerwagens, bromfietsen en fietsen.

Te verrichten inschrijvingen in het register.

In het register in te schrijven voertuigen.

11. Moeten worden ingeschreven in het onder nr. 1 bedoeld register, de in nr. 10 omschreven voertuigen die in de inrichting, binnen of buiten, van de belastingplichtige worden gebracht (garage, loods, werkplaats of andere plaatsen, zelfs in open lucht) om er de in de nrs. 5 tot 7 hiervoor beoogde werken, andere dan het wassen, te ondergaan.

Moeten derhalve in het register worden ingeschreven de aan derden toebehorende voertuigen die aan de belastingplichtige worden toevertrouwd met het oog op het uitvoeren van werken alsmede de voertuigen die de belastingplichtige in eigendom heeft en waaraan hij werken verricht als bedoeld in de nrs. 5 tot 7 hiervoor.

De verplichting tot inschrijving behelst derhalve de gebruikte voertuigen, die de belastingplichtige bestemt voor doorverkoop of waarvoor hij is belast met de verkoop, waaraan werken worden verricht als bedoeld in de nrs. 5 tot 7 hiervoor.

De verplichting tot inschrijving strekt zich ook uit tot de nieuwe voertuigen die al dan niet toebehoren aan de belastingplichtige en waaraan hij een bijzonder werk verricht, zelfs indien dat gebeurt op eigen initiatief (b.v. anti-roestbehandeling, plaatsing van een alarmsysteem, ...). De werken met betrekking tot de gebruikelijke behandeling van nieuwe voertuigen (gebruiksklaar maken) zijn daarentegen niet door de betrokken verplichting beoogd.

De voertuigen die voor andere doeleinden in de inrichting van de belastingplichtige worden binnengebracht, moeten niet het voorwerp uitmaken van een inschrijving in het in nr. 1 beoogde register.

12. Er wordt bovendien aan herinnerd dat de voertuigen, andere dan nieuwe voertuigen, die in de inrichting van de belastingplichtige worden binnengebracht met het oog op de verkoop door de belastingplichtige of door zijn bemiddeling het voorwerp moeten uitmaken van een inschrijving hetzij in het aankoopregister van de tweedehandse vervoermiddelen voorzien in het kader van de bijzondere regeling van belastingheffing over de winstmarge (z. aanschrijving nr. 2 van 2 januari 1995), hetzij in het register van de tweedehandse vervoermiddelen bedoeld in artikel 28, § 2, van het voornoemd koninklijk besluit nr. 1 (z. aanschrijving nr. 4 van 22 februari 1995).

In het geval de belastingplichtige deze voertuigen voorafgaandelijk aan de verkoop onderwerpt aan werken als bedoeld in de nrs. 5 tot 7 hiervoor, heeft dit tot gevolg dat deze voertuigen worden ingeschreven zowel in één van beide voornoemde registers als in het register van de werken als bedoeld in nr. 1 hiervoor.

Tijdstip waarop het vervoermiddel moet worden ingeschreven.

13. Het voertuig moet in het in nr. 1 bedoelde register der werken worden ingeschreven vóór de aanvang van het werk.

Vermeldingen die het register moet bevatten.

14. De inschrijving die voor de aanvang van het werk verricht wordt, moet de datum en de nummerplaat van het voertuig bevatten.

15. Na het voltooien van het werk moet de inschrijving worden aangevuld met een verwijzing naar de factuur (nummer van uitgaand factuurboek en datum) die aan de klant is uitgereikt of naar de in artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 beoogde afrekening die door de klant wordt overhandigd. Indien geen factuur of afrekening is uitgereikt (bijvoorbeeld, werkzaamheden gratis uitgevoerd wegens garantieverplichtingen) moet eveneens de reden daarvan vermeld worden.

Aangezien de factuur of de afrekening in principe uiterlijk op de vijfde werkdag van de maand na die waarin het werk werd verricht mag worden uitgereikt (z. kon. besl. nr. 1, art. 4, § 1), wordt aanvaard dat deze aanvullende inschrijving wordt gedaan uiterlijk op het einde van de maand na die waarin het voertuig de inrichting verlaat.

16. In het geval dat een voertuig zonder nummerplaat in het register moet worden ingeschreven (b.v. nog niet in het verkeer gebrachte nieuwe voertuigen), worden de gegevens van de nummerplaat vervangen door het merk, het type en het chassisnummer.

Plaats waar het register zich moet bevinden.

17. Tijdens de uren dat de inrichting toegankelijk is voor de klanten moet het in gebruik zijnde register zich bevinden in de beroepslokalen (werkplaatsen, burelen, ...).

Aantal registers.

18. De belastingplichtige die meerdere garages of andere inrichtingen uitbaat waar motorvoertuigen andere werkzaamheden dan wassen ondergaan, moet per inrichting een register houden. Ieder register vermeldt bovenaan de inrichting waarvoor het bestemd is.

19. Bovendien mag de belastingplichtige die zowel het in nr. 1 beoogde register der werken als het register van de voor verkoop bestemde tweedehandse vervoermiddelen (artikel 28, § 2, van voormeld koninklijk besluit nr. 1 - aanschrijving nr. 4 van 22 februari 1995) moet houden, slechts één enkel register houden voor zover dit alle door deze twee bepalingen opgelegde vermeldingen bevat (artikel 28, § 3, van voormeld koninklijk besluit nr. 1).

Vorm van het register.

20. Het register moet bestaan uit bladen die door alle middelen samengevoegd zijn (innaaien, nieten, plakken van de rug, ...). Het mag niet door losse bladen worden vervangen (z. nochtans nrs. 25 en 26).

21. Voor het overige wordt geen bijzondere vorm opgelegd. Het volstaat dat het register op zodanige wijze wordt opgesteld dat alle in de nrs. 14 tot 16 hiervoor beoogde vermeldingen er op voorkomen.

In principe kan het register slechts drie kolommen bevatten, bestemd voor de inschrijving van de datum, de nummerplaat en van de verwijzing naar de factuur of naar de in artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 beoogde afrekening die door de klant wordt opgemaakt ter vervanging van de factuur (het betreft in dit geval het inschrijvingsnummer in het boek voor uitgaande facturen), of van de reden waarom geen factuur werd uitgereikt. Maar de betrokken belastingplichtigen mogen ook een indeling gebruiken volgens de aard van de verrichtingen (onderhoud, herstellingen, enz. ...) of volgens andere supplementaire gegevens.

Volgend model kan als voorbeeld dienen : ------------------------------------------------------------------ | Datum | Nummerplaat | Datum en nummer van de factuur of reden | | | | waarom geen factuur is uitgereikt. | |----------|-------------|-----------------------------------------| | 04.02.95 | ABB 111 | fact. 06.02.95, nr. 42 | | d° | BIC 007 | " 05.02.95, nr. 40 | | d° | SEL 281 | " 06.02.95, nr. 43 | | d° | CKU 015 | werk onder garantie | | d° | SOL 999 | onderhoudsabonnement (fact. 05.01.95, | | | | nr. 3) | | | | fact. 05.02.95, nr. 41 (benodigdheden) | |----------|-------------|-----------------------------------------| 22. Het register moet niet worden vervaardigd door een drukker erkend door de Administratie voor het vervaardigen van bepaalde andere documenten bestemd voor BTW-doeleinden. Formaliteiten.

23. Het register moet worden genummerd. Dit wil zeggen dat al de bladen of al de bladzijden een nieuw nummer moeten dragen. Die nummering kan gedaan worden ter gelegenheid van het drukken, of daarna, onder andere met de hand.

24. Vóór elk gebruik, moet het register worden voorgelegd aan het BTW-controlekantoor waaronder de belastingplichtige ressorteert om geviseerd en geparafeerd te worden.

De formule van het visum mag worden gedrukt maar moet worden aangevuld met het aantal bladzijden of bladen van het register en de aanduiding van de belastingplichtige.

Ze wordt gevolgd door de stempelafdruk van het controlekantoor.

De paraaf zal eenvoudig bestaan in het aanbrengen van die stempelafdruk op iedere bladzijde.

Vervanging van het register door werkfiches.

25. De administratie staat onder de volgende voorwaarden toe dat bovenbedoeld register wordt vervangen door werkfiches die, vóór de aanvang van het werk, voor ieder voertuig worden opgesteld :

1° de belastingplichtige moet vooraf, bij ter post aangetekende brief, de hoofdcontroleur van het controlekantoor waaronder hij ressorteert, in kennis stellen van zijn voornemen om het register te vervangen door werkfiches; wat de ondernemingen betreft die meerdere exploitatiezetels bezitten, duidt het verzoek de zetels aan waarvoor de vergunning wordt aangevraagd; indien binnen de maand geen tegenbericht wordt ontvangen van de hoofdcontroleur van voormeld kantoor, mag de belastingplichtige gebruik maken van deze procedure;

2° de werkfiches moeten op kosten van de belastingplichtige worden vervaardigd in twee exemplaren of in één enkel exemplaar met een uitscheurblad, door een drukker die door de administratie is erkend voor het drukken van officiële BTW-documenten;

3° de twee exemplaren van de werkfiche of, in voorkomend geval, de werkfiche in enkel exemplaar en het uitscheurblad, moeten de volgende gedrukte meldingen bevatten :

a) de aanduiding en het adres van de belastingplichtige en, in voorkomend geval, de aanduiding van de exploitatiezetel waarvoor de documenten zijn bestemd;

b) het BTW-identificatienummer;


c) een kader voorbehouden voor het drukken van volgende vermeldingen:


  • "Belasting over de toegevoegde waarde";
  • "Inschrijving van voertuigen";
  • een waarmerk waarvan het cliché door de administratie aan de drukker is verstrekt;
  • een volgnummer genomen uit een reeks van 00.001 tot 99.999, waarbij iedere reeks wordt aangeduid door één of meer letters van het alfabet;
  • de naam van de drukker;
  • een druknummer waardoor het mogelijk is de maand en het jaar van het drukken te bepalen (b.v. 1/95 voor de documenten gedrukt in januari 1995).
Om redenen van interne organisatie mogen de fiches in meer dan twee exemplaren worden gedrukt, maar in dat geval mogen de bijkomende exemplaren niet de meldingen bevatten "Belasting over de toegevoegde waarde" en "Inschrijving van voertuigen", noch het waarmerk dragen;

4° de werkfiche en het dubbel ervan of het uitscheurblad moeten vóór de aanvang van het werk, worden aangevuld met de aanduiding van de datum waarop ze worden opgesteld en de nummerplaat van het voertuig. De eigenlijke werkfiche behoudt uiteraard haar specifieke bestemming binnen de organisatie van de onderneming, maar het moet evenwel steeds gemakkelijk zijn om voor elk voertuig waaraan in de inrichting van de belastingplichtige gewerkt wordt, het nummer van de overeenstemmende fiche te bepalen. De dubbels of de uitscheurbladen moeten steeds bewaard worden in de volgorde van gebruik en vervullen de rol van het register; zij moeten worden aangevuld met een verwijzing naar de factuur die aan de klant wordt uitgereikt of naar de in artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 beoogde afrekening die door de klant wordt overhandigd (zie nr. 15) of, indien geen factuur of afrekening moest worden uitgereikt, met de vermelding van de reden daarvan;

5° de werkfiches moeten worden gebruikt in de volgorde van hun nummering. De ondernemingen die deze voorwaarde om organisatorische redenen niet kunnen naleven, moeten dit evenwel signaleren in voormelde brief aan het controlekantoor (z. 1°); in dat geval moeten zij een tabel bijhouden waarin zij, naarmate van het gebruik, de nummers van de fiches en de dienst waarvoor ze bestemd zijn aantekenen;

6° de werkfiches, de dubbels ervan en/of de uitscheurbladen moeten worden bewaard overeenkomstig de bepalingen van artikel 60, § 1, van het BTW-Wetboek;

7° de vergunning wordt verleend voor onbeperkte duur; de administratie zal deze vergunning evenwel intrekken in omstandigheden die dit noodzakelijk maken (zo zal de vergunning onder meer worden ingetrokken wanneer misbruiken worden vastgesteld of wanneer de controletaak van de ambtenaren van de administratie op enigerlei wijze wordt bemoeilijkt).

Vervanging van het register door een geïnformatiseerde procedure.

26. De administratie aanvaardt eveneens dat, onder de volgende voorwaarden, voormeld register vervangen wordt door een geïnformatiseerde procedure :

1° de belastingplichtige moet vooraf, bij ter post aangetekende brief, de hoofdcontroleur van het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert, in kennis stellen van zijn voornemen om het register op geïnformatiseerde wijze te houden; de onderneming die over meerdere exploitatiezetels beschikt, duidt in het verzoek de zetels aan waarvoor de vergunning wordt aangevraagd; indien binnen de maand geen tegenbericht wordt ontvangen van de hoofdcontroleur van voormeld kantoor, mag de belastingplichtige gebruik maken van deze procedure;

2° bij het binnenkomen van het voertuig moet een werkfiche worden opgemaakt; de werkfiches moeten op kosten van de belastingplichtige worden vervaardigd door een door de administratie erkende drukker voor het drukken van officiële documenten inzake BTW (in dit verband wordt verwezen naar nr. 25, 2°, hiervoor); één enkel exemplaar, zonder uitscheurblad, volstaat;

3° de werkfiche moet de in nr. 25, 3°, a) tot c) hiervoor opgenomen gedrukte vermeldingen bevatten.

Zo nodig, om interne organisatorische redenen, mag de fiche in meerdere exemplaren gedrukt worden, maar dan mogen de supplementaire exemplaren niet de vermeldingen "Belasting over de toegevoegde waarde" en "Inschrijving van voertuigen", noch het waarmerk bevatten;

4° voor de aanvang van het werk moet de werkfiche worden aangevuld met de datum waarop zij werd opgemaakt en met de nummerplaat van het voertuig; zij behoudt haar specifieke bestemming binnen de organisatie van de onderneming, maar het moet wel gemakkelijk zijn om voor elk voertuig waaraan in de inrichting van de belastingplichtige wordt gewerkt, het nummer van de overeenstemmende fiche te bepalen;

5° het nummer van de werkfiche mag niet automatisch worden gegeven door de computer; het op de fiche gedrukte nummer moet daarentegen in de computer worden gebracht.

De werkfiches moeten worden gebruikt in de volgorde van hun nummering; ondernemingen die evenwel om organisatorische redenen deze voorwaarde niet kunnen naleven, moeten dit in de aan het controlekantoor gerichte brief signaleren (z. 1° hiervoor); zij dienen in dat geval een tabel bij te houden waarop, naarmate van het gebruik, de nummers van die fiches en de dienst waarvoor zij bestemd zijn, worden aangetekend;

6° dagelijks bij het sluiten van de garage of minstens eenmaal per week worden twee listings gedrukt die de datum en een volgnummer uit een ononderbroken reeks dragen, de ene met al de wagens waarvoor de werken zijn beëindigd sinds het opstellen van de voorgaande listing, de andere met al de wagens die zich nog voor het uitvoeren van de werken in de garage bevinden. Eerstgenoemde listing moet worden aangevuld met een verwijzing naar de factuur uitgereikt aan de klant of naar de afrekening bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 die werd overhandigd door de klant (z. nr. 15) of, in het geval geen factuur of afrekening moet worden uitgereikt, met een vermelding ter verantwoording van het niet-uitreiken van één van beide documenten.

Deze listings gelden als register.

De afgesloten werkfiches zullen samen met deze listings worden bewaard overeenkomstig de bepalingen van artikel 60 van het BTW-Wetboek;

7° ingeval van controle op het register moeten de gegevens die nog niet op een listing zijn voorgekomen (z. punt 6° hiervoor), onmiddellijk op papier worden afgedrukt in een leesbare en verstaanbare vorm; de bepalingen van artikel 61, § 1, tweede lid, van het BTW-Wetboek zijn volledig van toepassing;

8° overeenkomstig artikel 28, § 1, 2°, van voormeld koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, moet de belastingplichtige, na de voltooiing van het werk, in het register een verwijzing aanbrengen naar de uitgereikte factuur of naar de in artikel 6 van voormeld koninklijk besluit beoogde afrekening. Indien geen factuur of afrekening werd opgemaakt, moet hij de reden voor de niet-uitreiking ervan in het register vermelden (z. nr. 15 en 6° hiervoor).

Dit houdt in dat, wanneer geen factuur of afrekening moest worden uitgereikt, er steeds melding van gemaakt moet worden in het register. Nochtans kan aanvaard worden dat deze melding wordt verricht aan de hand van een code, op voorwaarde dat de sleutel van deze code vooraf in een brief werd meegedeeld aan de administratie (z. 1°) (deze brief moet eveneens de betekenis vermelden van de asterisken en de andere tekens die in voorkomend geval in het register worden gebruikt):

9° iedere inbreuk op de in 1° tot 8° uiteengezette voorwaarden heeft de onmiddellijke intrekking van deze vergunning voor gevolg (z. 1° hiervoor). De vergunning zal onder meer worden ingetrokken wanneer misbruiken worden vastgesteld of wanneer de controletaak van de ambtenaren van de administratie op enigerlei wijze wordt bemoeilijkt.

Tenslotte wordt aangestipt dat de reeds eerder door de administratie uitgereikte individuele vergunningen voor het vervangen van het register door een geautomatiseerde procedure, nog steeds mogen worden toegepast door de houders ervan, voor zover uiteraard aan de daarin gestelde voorwaarden wordt voldaan.

Sancties.

27. De overtredingen op de in deze aanschrijving uiteengezette bepalingen worden bestraft met een boete van 1.000 tot 100.000 frank per overtreding (z. Wetboek, artikel 70, § 4). Het bedrag van deze boete wordt vastgesteld overeenkomstig het barema opgenomen in de bijlage van het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 tot vaststelling van het bedrag van de niet-proportionele fiscale geldboeten op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde.

Opheffingsbepaling en inwerkingtreding.

28. Deze aanschrijving vervangt de aanschrijving nr. 12 van 24 mei 1982 met ingang van 1 juni 1995.

Alle voorheen genomen administratieve beslissingen met betrekking tot het houden van het in nr. 1 bedoelde register worden met ingang van bovengenoemde datum herroepen in de mate dat zij niet in overeenstemming zijn met de huidige aanschrijving.

Voor de periode tussen 1 december 1994, de voorziene datum voor de inwerkingtreding van de nieuwe bepalingen opgenomen in artikel 28, § 1, van voormeld koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, en 1 juni 1995 zal geen enkele inbreuk op deze bepalingen gesanctioneerd worden, voor zover uiteraard deze bepalingen in genoemde periode nog niet van toepassing waren overeenkomstig de bepalingen van artikel 28 van bedoeld koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 zoals deze van kracht waren tot 30 november 1994.

Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
J. DECUYPER.