ADDENDUM dd. 07.10.2013 aan de circulaire nr. Ci.RH.244/613.502 (AAFisc Nr. 35/2012) dd. 12.11.2012
Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten
Personenbelasting
ADDENDUM dd. 07.10.2013 aan de circulaire nr. Ci.RH.244/613.502 (AAFisc Nr. 35/2012) dd. 12.11.2012
Inkomstenbelasting
Betaling van de belasting
Bedrijfsvoorheffing
Betaling van de BV
Vrijstelling van storting van de BV
Sportbeoefenaar
Maximumbedrag van de bezoldigingen van jonge sportbeoefenaars die in aanmerking komen voor de in art. 275^6, tweede lid, WIB 92, bedoelde bestedingsverplichting.
Aan alle ambtenaren.
1. De vanaf 1 juli 2010 betaalde of toegekende bezoldigingen van jonge sportbeoefenaars worden overeenkomstig artikel 275^6, derde lid, WIB 92, beperkt tot maximaal het achtvoud van het bedrag bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars. Concreet gaat het dan om het minimumbedrag van het loon dat men moet genieten om als een betaalde sportbeoefenaar te worden beschouwd.
2. Dat minimumbedrag wordt jaarlijks door middel van een koninklijk besluit vastgelegd:
| Periode | Bedrag |
| 1.7.2012 - 30.6.2013 | 9.027 EUR |
| 1.7.2013 - 30.6.2014 | 9.208 EUR |
3. De termijn voor de invulling van de in artikel 275^6, tweede lid, WIB 92, bedoelde bestedingsverplichting verstrijkt steeds op 31 december van het jaar dat volgt op het jaar waarin de vrijstelling wordt gevraagd.
4. Wanneer voor eenzelfde kalenderjaar verschillende bedragen gelden als bedoeld in artikel 2, § 1, van de wet van 24 februari 1978 betreffende de arbeidsovereenkomst voor betaalde sportbeoefenaars (de bedragen worden per seizoen vastgesteld), mag het gemiddelde van de voor dat kalenderjaar van toepassing zijnde bedragen worden gemaakt. Om uit te maken in welke mate de bezoldigingen van jonge sportbeoefenaars in aanmerking kunnen worden genomen voor de in artikel 275^6, tweede lid, WIB 92, bedoelde bestedingsverplichting, wordt voormeld gemiddeld bedrag vervolgens vermenigvuldigd met 8.
Zo kan voor het kalenderjaar 2013 het in artikel 275^6, derde lid, WIB 92, bedoelde grensbedrag als volgt worden bepaald:
(9.027 + 9.208) : 2 x 8 = 72.940 EUR.
Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,
P. GYSEN
Adviseur - Directeur
