Circulaire 2017/C/66 betreffende de internationale standaard inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden

Actualisatie op 22 juni 2017 van de lijst van staten die de internationale standaard inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden niet effectief en substantieel toepassen

Inkomstenbelastingen; procedure; aangifteverplichting; betalingen; landenlijst; vennnootschapsbelasting; belasting van niet-inwoners; vennootschappen; aftrek als beroepskost; werkelijke en oprechte verrichtingen; personen andere dan artificiële constructies

FOD Financiën, 27.10.2017
Stafdienst beleidsexpertise en –ondersteuning – Afdeling reglementering

Addendum bij de Circulaire nr. Ci.RH.421/607.890 (AAFisc nr. 64/2010) en AFZ nr. 13/2010 dd. 30/11/2010 (aangevuld met Addendum d.d. 28.07.2011, Addendum dd. 22.11.2012, Addendum d.d. 03.09.2015, Addendum dd. 07.12.2015 en Addendum dd. 26.01.2017)

Sedert aanslagjaar 2010 moeten personen die onderworpen zijn aan de vennootschapsbelasting of aan de belasting van niet-inwoners (vennootschappen) aangifte doen van betalingen aan personen die in bepaalde staten gevestigd zijn (cf. artikel 307, § 1, 5de lid, WIB 92).

Deze maatregel viseert onder meer de rechtsgebieden die de internationale standaard inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden niet effectief en substantieel toepassen (cf. artikel 307, § 1, 5de lid, a, WIB 92). In het addendum van 26.01.2017 bij de Circulaire van 30.11.2010 werd aangegeven dat dit het geval is voor de volgende 5 rechtsgebieden: Guatemala, de Marshalleilanden, Micronesia (de Federale Staten van), Panama en Trinidad en Tobago. Deze rechtsgebieden hadden immers op 4 november 2016 van het Mondiaal Forum inzake transparantie en uitwisseling van inlichtingen voor belastingdoeleinden een beoordeling “non-compliant” ontvangen.

Nog op de 10de algemene vergadering van het Mondiaal Forum in november 2016 werd een bijzondere procedure goedgekeurd om rechtsgebieden op korte termijn toe te laten om hun vooruitgang aan te tonen tegen de G-20 Top in juli 2017.

Door de toepassing van deze bijzondere procedure worden met ingang van 22 juni 2017 4 van de 5 hierboven genoemde rechtsgebieden door het Mondiaal Forum niet langer als “non-compliant” aangemerkt, met name Guatemala, de Marshalleilanden, Micronesia (de Federale Staten van) en Panama. Van 4 november 2016 tot en met 21 juni 2017 zijn Guatemala, de Marshalleilanden, Micronesia (de Federale Staten van) en Panama door het Mondiaal Forum als “non-compliant” aangemerkt. Aangezien er geen nieuwe rechtsgebieden een beoordeling “non-compliant” hebben gekregen is er vanaf 22 juni 2017 slechts één rechtsgebied met de beoordeling “non-compliant”, Trinidad en Tobago.

De Marshalleilanden en Micronesia (de Federale Staten van) vallen evenwel nog steeds onder de andere categorie van staten die door de aangifteverplichting wordt geviseerd, nl. de categorie van Staten zonder belasting of met lage belasting (cf. artikel 307, § 1, 5de lid, b, WIB 92 en artikel 179, KB/WIB 92). De Marshalleilanden zijn opgenomen op deze lijst naar aanleiding van de bijwerking ervan door het koninklijk besluit van 1.3.2016. Micronesia (de Federale Staten van) is onafgebroken opgenomen op deze lijst vanaf de invoering ervan in 2010 (van toepassing vanaf 1 januari 2010).

Dit betekent dat de aangifteverplichting van betalingen gedaan aan personen gevestigd in Guatemala en Panama enkel geldt voor betalingen verricht tussen 4 november 2016 en 21 juni 2017. Wat de Marshalleilanden en Micronesië (de Federale Staten van) betreft, blijft de aangifteverplichting van betalingen gedaan aan personen gevestigd in die rechtsgebieden ook na 21 juni 2017 van toepassing: vanaf 1 januari 2016 voor de Marshalleilanden (met uitzondering van betalingen gedaan in de loop van een belastbaar tijdperk dat werd afgesloten voor 1 april 2016) en vanaf 1 januari 2010 voor Micronesië (de Federale Staten van). De aangifteverplichting van betalingen gedaan aan personen gevestigd in Trinidad en Tobago blijft gelden en dit voor betalingen gedaan vanaf 4 november 2016, ongeacht het belastbaar tijdperk of boekjaar waarin deze betaling plaats vindt (cf. artikel 307, § 1, vijfde lid, a, WIB 92 zoals gewijzigd door artikel 44, 2°, Programmawet 1.7.2016, B.S. 4.7.2016 (editie 2)).

NAMENS DE MINISTER:
De Directeur van de stafdienst
Chris DELAERE