ADDENDUM dd. 15.02.2016 aan de circulaire AAFisc Nr. 33/2014 (nr. Ci.RH.231/633.892) dd. 20.08.2014

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst VENB
Vennootschapsbelasting/Personenbelasting

ADDENDUM dd. 15.02.2016 aan de circulaire AAFisc Nr. 33/2014 (nr. Ci.RH.231/633.892) dd. 20.08.2014

Inkomsten uit roerende goederen en kapitalen
Interesten
Aandelen of rechten van deelneming van een collectieve beleggingsinstelling in effecten
Bepaling van de belastbare grondslag
Inhouding van de roerende voorheffing aan de bron

Inkomsten van bepaalde ICBE’s – Art. 19bis, WIB 92 – Verwezenlijkte meerwaarde – Roerende voorheffing ingehouden aan de bron.

1. De circ. van 20.08.2014 heeft betrekking op de bepaling van het belastbaar roerend inkomen overeenkomstig art. 19bis, WIB 92, in het geval dat de rentegevende effecten werden verkregen vóór de in dat artikel opgenomen referentiedata, namelijk 01.07.2005 of 01.07.2008, al naargelang het geval.

Deze circulaire dient ertoe het principe te bevestigen dat indien de datum en de aanschaffings- of de beleggingswaarde van de aandelen of de rechten van deelneming zijn gekend, het belastbaar inkomen zoals bedoeld in art. 19bis, WIB 92, in voorkomend geval, beperkt wordt tot de door de verkrijger ontvangen meerwaarde.

Wanneer de datum of de aanschaffingswaarde van de effecten niet is gekend, wordt de situatie zoals aangehaald in art. 19bis, § 2, derde lid, WIB 92, bedoeld en moet er worden verwezen naar de nrs. 21, 22 en 32, circ. 25.10.2013, ref. Ci.RH.231/629.328, AAFisc Nr. 41/2013.

2. Om elk misverstand te vermijden met betrekking tot de voormelde circ. wordt erop gewezen dat dat principe, namelijk de beperking van het belastbaar inkomen tot de door de verkrijger werkelijk ontvangen meerwaarde, van toepassing is vanaf het ogenblik van de toekenning of de betaalbaarstelling van de inkomsten en niet enkel achteraf aan de hand van een bezwaarschrift.

3. Er wordt benadrukt dat de voormelde beperking van toepassing is op voorwaarde dat de datum waarop de verkrijger (of de schenker) de aandelen of de rechten van deelneming die de inkomsten hebben opgebracht en die moeten worden geïdentificeerd (1), evenals de aanschaffingswaarde ervan, op afdoende wijze worden aangetoond.

(1) De bepaling van het belastbaar inkomen zoals bedoeld in art. 19bis, WIB 92, moet gebeuren aan de hand van de aanschaffingswaarde van de aandelen of de rechten van deelneming die daadwerkelijk zijn afgestaan (geen gebruik van een gemiddelde aanschaffingswaarde). In voorkomend geval moet, met betrekking tot de aandelen of de rechten van deelneming die werden aangehouden vóór de verrichting die de inkomsten oplevert, een onderscheid worden gemaakt tussen diegene die het voorwerp hebben uitgemaakt van de verrichting en diegene die in het bezit zijn gebleven van de belastingplichtige.

4. Ten slotte wordt eraan herinnerd dat inzake RV, zowel de schuldenaar van de RV als de verkrijger van de inkomsten een bezwaarschrift kunnen indienen bij de bevoegde gewestelijke directeur (zie de art. 366 e.v., WIB 92, en nr. 366/31, Com.IB 92).

Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

Danny DELVAUX
Adviseur-generaal