Circulaire AAFisc Nr. 36/2014 (nr. Ci.RH.231/631.675) d.d. 04.09.2014

Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst VENB
Vennootschapsbelasting

Inkomsten uit roerende goederen en kapitalen
Inkomsten uit auteursrechten
Personenbelasting

Inkomsten uit de cessie of de concessie van auteursrechten of naburige rechten - Kwalificatie van de inkomsten - Draagwijdte van de overeenkomsten.

1. Deze circulaire heeft betrekking op de kwalificatie van de inkomsten die zijn verkregen door een natuurlijke persoon die een cessie of concessie van auteursrechten of naburige rechten heeft verleend in het kader van zijn beroepswerkzaamheid.

1. Principes

2. Wanneer de activiteit die aan de basis ligt van de inkomsten van die aard is dat zij voor een gedeelte bijdraagt tot de originele creatie die de persoonlijkheid van de auteur weergeeft (bv. stylist, graficus, journalist, …), rijst de vraag of en in welke mate de inkomsten die zijn verkregen, belastbaar zijn als inkomsten uit de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten zoals bedoeld in de wet van 30.06.1994 betreffende het auteursrecht en de naburige rechten (hierna W 30.06.1994) of in overeenkomstige bepalingen in het buitenlands recht (zie art. 17, § 1, 5°, WIB 92), of als baten.

3. Voor de vaststelling van de inkomsten die worden bedoeld in art. 17, § 1, 5°, WIB 92, zijn de volgende principes van toepassing.

4. Met betrekking tot de toepassing van de W 16.07.2008 tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 en tot instelling van een forfaitaire belastingregeling inzake auteursrechten en naburige rechten (hierna W 16.07.2008), heeft de toenmalige Minister van Financiën verklaard dat:

- Er zou op basis van de nieuwe wet geen sprake van kunnen zijn om inkomsten die tot nu toe uit bezoldigingen of baten uit vrije beroepen bestaan in auteursrechten om te zetten (zie in die zin: Bericht aan de schuldenaars van auteursrechten en naburige rechten in de loop van het jaar 2008, BS 09.12.2008, blz. 65483, 8ste lid);

- "De wet van 16 juli 2008 heeft alleen betrekking op de rechten die door kunstenaars en auteurs worden geïnd voor hun oorspronkelijke beschermde letterkundige en kunstwerken waarvan ze het recht tot verspreiding en exploitatie hebben overgedragen of verleend".

"De wet definieert als bezoldiging van werknemers elke beloning die voor betrokkene voortvloeit uit zijn werk in dienst van een werkgever, ongeacht wie die bezoldiging moet betalen, en ongeacht de kwalificatie en de modaliteiten waaronder die bezoldiging wordt bepaald en toegekend. Zodra vaststaat dat belastingplichtige een bezoldiging heeft ontvangen die rechtstreeks of onrechtstreeks voortvloeit uit zijn werk, is hij of zij voor die bezoldiging belasting verschuldigd zonder dat de fiscus het beroep van betrokkene moet kwalificeren.

Voor baten geldt hetzelfde belastingprincipe. De inkomsten uit een vrij beroep, een post of een ambt bestaan uit geldbedragen, die belastingplichtige, ongeacht de benaming ervan, ontvangt als vergoeding voor zijn of haar beroepsactiviteit." (zie het antwoord op de parlementaire vraag nr. 4-641 gesteld door de heer Senator Ph. Monfils, Senaat, Handelingen 4-64, 19.02.2009).

Bijgevolg heeft de W 16.07.2008 niet als doel om inkomsten die tot nu toe werkelijke beroepsinkomsten waren om te zetten in auteursrechten. Daarentegen is het sinds de inwerkingtreding van die wet niet meer mogelijk om, ongeacht de feitelijke omstandigheden, inkomsten uit auteursrechten te belasten als beroepsinkomsten, ten belope van ten minste 37.500 EUR (bedrag te indexeren).

5. Op praktisch vlak heeft de Minister van Financiën verklaard dat een beredenering in twee fases nodig is om te bepalen of de inkomsten die aan een auteur of kunstenaar worden toegekend door de W 16.07.2008 worden bedoeld (zie het voormeld Bericht van 09.12.2008, blz. 65483, 13de lid):

1° is het werk waarmee hij inkomsten kon behalen een beschermd werk, d.w.z. een werk zoals bedoeld door de W 30.06.1994?

2° vloeien deze inkomsten voort uit de cessie of de concessie van zijn geldelijke rechten op het werk?

6. De kwalificatie van de inkomsten wordt bepaald in functie van de juridische en feitelijke gegevens (de overeenkomst, het statuut, in voorkomend geval de facturen, de bestelbons, …) eigen aan elk geval, waarbij in voorkomend geval een onderscheid moet worden gemaakt tussen:

- enerzijds, de vergoeding voor de prestatie van de auteur of de kunstenaar, d.w.z. de inkomsten die worden verkregen als tegenprestatie voor de uitoefening van zijn beroep. Zoals in het verleden blijft die vergoeding in principe, belastbaar als beroepsinkomen (baten of bezoldigingen);

- en anderzijds de vergoeding die wordt verkregen naar aanleiding van de cessie of de concessie van auteursrechten, naburige rechten of wettelijke en verplichte licenties aan een derde met betrekking tot een letterkundig werk of een kunstwerk.

7. Op het algemene vlak moeten, om te beoordelen of de bepalingen van art. 17, § 1, 5°, WIB 92, van toepassing zijn, vooraf de volgende elementen worden onderzocht:

1) heeft de geleverde prestatie aanleiding gegeven tot de productie van een "werk van letterkunde of kunst"?

2) zo ja, hebben de auteursrechten met betrekking tot dat werk het voorwerp uitgemaakt van een cessie of een concessie aan een derde ingevolge een (schriftelijk) contract?

3) tenslotte, wordt de vergoeding voor de voormelde cessie of de concessie van auteursrechten duidelijk gespecificeerd in het contract?

8. De aanwezigheid van elementen die het bestaan van een cessie of een concessie van auteursrechten of naburige rechten staven, betekent niet ipso facto dat een bedrag zal belast worden als roerende inkomsten (zie hierna).

2. Draagwijdte van de overeenkomst

9. Op het fiscale vlak bestaat er geen enkele tabel of referentie forfait met betrekking tot de vaststelling van de inkomsten die belastbaar zijn als inkomsten uit auteursrechten.

10. De eventuele uitsplitsing tussen roerende inkomsten en beroepsinkomsten zal a priori op basis van de bepalingen van de overeenkomst, die de wil van de partijen weergeven, worden uitgevoerd.

De contractuele bepalingen van de overeenkomst moeten dus worden onderzocht om de draagwijdte van de overeenkomst en de modaliteiten die betrekking hebben op de vergoeding van de prestaties volgens hun aard vast te stellen. Hetzelfde geldt als de cessie van de auteursrechten is opgenomen in een reglement.

De wijze van vergoeding is op zich geen element dat toelaat om te beslissen dat er inkomsten uit auteursrechten bestaan. Bijvoorbeeld, een forfaitaire vergoeding houdt niet op zich in dat het gaat om roerende inkomsten zoals bedoeld in art. 17, § 1, 5°, WIB 92.

11. Er wordt opgemerkt dat het mogelijk is dat er situaties zijn waarbij de cessie of de concessie van auteursrechten en naburige rechten kosteloos wordt overgedragen.

Er wordt vanuit gegaan dat dit het geval is bij overeenkomsten die, niettegenstaande de bepalingen van de W 30.06.1994 (zie inzonderheid art. 3, § 1 van die wet met betrekking tot de nodige vermeldingen in het contract), niet verduidelijken welk gedeelte van de vergoeding specifiek betrekking heeft op de cessie of de concessie van auteursrechten of naburige rechten.

12. In de praktijk moet, om het gedeelte van de inkomsten, dat begrepen is in de globale vergoeding voor de prestatie, te bepalen dat specifiek betrekking heeft op de cessie of de concessie van auteursrechten of naburige rechten als volgt worden gehandeld:

- indien het contract in een verdeelsleutel of in een afzonderlijke vergoeding voorziet in functie van het bezoldigde deel (de uitoefening van het beroep zelf of de cessie/concessie van auteursrechten of naburige rechten), wordt verwezen naar de verdeelsleutel zoals voorzien in het contract;

- indien het contract in het bijzonder in een cessie of een concessie van auteursrechten of naburige rechten voorziet met vermelding van een globale vergoeding (dus zonder in het gedeelte van de vergoeding te voorzien die de cessie of concessie vergoeden), dan worden de rechten geacht gratis te zijn overgedragen of verleend;

- indien het contract enkel in een cessie of een concessie van auteursrechten of naburige rechten voorziet en niet in de prestatie van de kunstenaar, dan wordt de volledige vergoeding geacht betrekking te hebben op de cessie of de concessie van auteursrechten of naburige rechten;

- indien het contract niet voorziet in een cessie of een concessie van auteursrechten of naburige rechten, niettegenstaande het feit dat de bedoelde prestatie als zodanig noodzakelijkerwijs een dergelijke cessie of concessie omvat, dan is er a priori geen toepassing van de bepalingen van art. 17, § 1, 5°, WIB 92.

Voor de Administrateur Grote Ondernemingen, tijdelijk belast met de functie van Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

R.ROSOUX
Adviseur-generaal dd. - Auditeur-generaal van financiën dd.