Aanschrijving nr. 15 d.d. 25.07.1979
Het punt 20 van deze aanschrijving is vanaf 01.01.2022 niet meer van toepassing. Zie punt 1.29. van de Circulaire 2022/C/61 betreffende de vrijstelling van de belasting inzake medische verzorging verricht door bepaalde personen en inzake ziekenhuisverpleging – FAQ van 22.06.2022 |
Tolk
Vertaler
Gerechtelijke opdracht
Gerecht
Belastbaarheid
Onderwerp.
1. Ingevolge de wijzigingen die de wet van 27 december 1977 (Belgisch Staatsblad van 30 december 1977; aanschr. 3/1978 (1) in het BTW-Wetboek heeft aangebracht, inzonderheid in artikel 19, § 1, van dat wetboek, behoren de diensten die door deskundigen, tolken en vertalers ter uitvoering van een gerechtelijke opdracht worden verricht, vanaf 1 januari 1978 tot de werkingssfeer van de BTW. (1)
(1) Z. Revue nr.35, blz. 389.
Deze aanschrijving heeft ten doel de regeling toe te lichten die op het stuk van de belasting over de toegevoegde waarde toepasselijk is op de prestaties van bovengenoemde personen.
Eerste hoofdstuk. Prestaties van gerechtelijke deskundigen.
Belastbaarheid van de prestaties verricht door gerechtelijke deskundigen
2. Krachtens artikel 18, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek, wordt elk materieel of intellectueel werk dat zelfstandig wordt verricht ter uitvoering van een contract onder bezwarende titel, voor de toepassing van dat wetboek als een dienst aangemerkt. Bovendien wordt, overeenkomstig artikel 19, § 1, van dat wetboek, de uitvoering van een in artikel 18 bedoelde handeling die tegen een tegenprestatie wordt verricht ingevolge de wet of een administratief reglement, gelijkgesteld met het verrichten van een dienst.
3. Bij toepassing van artikel 2, § 1, 1°, van het BTW-Wetboek, zijn de deskundigenonderzoeken aan de belasting onderworpen wanneer ze hier te lande plaatsvinden.
De door de deskundige verrichte dienst vindt in de regel plaats, overeenkomstig artikel 21, § 2, van het BTW-Wetboek, daar waar de deskundige de zetel van zijn beroepswerkzaamheid of een vaste inrichting heeft gevestigd van waaruit de dienst wordt verricht.
De diensten van deskundigen, met uitzondering van de prestaties van deskundigen die bestaan in de expertise van een roerend goed uit zijn aard of een onroerend goed uit zijn aard (z. volgend lid), zijn evenwel bedoeld in artikel 21, § 3, 7, d, van het Wetboek. De plaats van die diensten, andere dan de expertise van een roerend goed uit zijn aard of een onroerend goed uit zijn aard, wordt bijgevolg geacht zich te bevinden daar waar de ontvanger van die dienst is gevestigd, wanneer die dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Europese Economische Gemeenschap is gevestigd of aan een ontvanger die in die Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor beroepsdoeleinden.
Wanneer de prestatie van de deskundige bestaat in de expertise van een roerend goed uit zijn aard of van een onroerend goed uit zijn aard, wordt die dienst, bij toepassing van artikel 21, § 3, 1° en 2°, van het BTW-Wetboek, geacht plaats te vinden daar waar het goed waarop de expertise betrekking heeft zich bevindt.
4. Wanneer de belasting verschuldigd is, beloopt het tarief 16 pct.
5. De factuur met betrekking tot de door hem verrichte diensten moet door de deskundige, binnen de in nr. 15 gestelde termijn, worden uitgereikt aan zijn opdrachtgever, dit wil zeggen, naargelang van het geval, de rechtbank of de bij het rechtsgeding betrokken partijen. Voor de toepassing van de in nr. 3 hierboven aangehaalde regelen, moet die opdrachtgever als de daar bedoelde ontvanger worden aangemerkt.
Opdrachtgever van de gerechtelijke deskundige.
6. Alhoewel gerechtelijke deskundigenonderzoeken steeds door de gerechtelijke overheid worden bevolen, hetzij ambtshalve (Gerechtelijk Wetboek, art. 962), hetzij op verzoek van de bij een rechtsgeding betrokken partijen (Gerechtelijk Wetboek, art. 964), dient de vraag wie als opdrachtgever van de gerechtelijke deskundige moet worden aangemerkt, te worden opgelost volgens het hiernavolgende onderscheid.
A. Burgerlijke zaken zonder rechtsbijstand.
7. Bij een gerechtelijk deskundigenonderzoek zijn het steeds de partijen of één ervan die aan de door de rechtbank benoemde deskundige vragen zijn opdracht te vervullen. Zelfs wanneer de deskundige ambtshalve door de rechter werd aangewezen, wordt hij immers niet in beweging gebracht door de rechtbank. Hij moet wachten tot hij door een der partijen hiertoe uitgenodigd wordt, wat gebeurt door toezending van de gerechtsbrief door de griffier op verzoek van de meest gerede partij (z. Gerechtelijk Wetboek, art. 965; Algemene Practische Rechtsverzameling, Clocquet, Deskundig onderzoek in Burgerlijke zaken en in zaken van Koophandel, nr. 27; Algemene Practische Rechtsverzameling, Clocquet, Deskundigenonderzoek in zaken van Privaat Recht, nr. 270; P. Lurquin, Précis de l'expertise du Code Judiciaire, blz. 33, nr. 26; Van Lennep, Gerechtelijk Wetboek, blz. 1081).
Het is bijgevolg de partij die de deskundige in beweging brengt die als opdrachtgeefster van de deskundige moet worden aangemerkt (z. Van Lennep, op. cit., blz. 1103 en 1115; Alg. Pract. Rechtsverzameling, Clocquet, Deskundig onderzoek in Burgerlijke zaken en in zaken van Koophandel, nr. 1383; Alg. Pract. Rechtsverzameling, Clocquet, Deskundigenonderzoek in Zaken van Privaatrecht, nrs. 5 en 6.
B. Burgerlijke zaken met rechtsbijstand.
8. De toekenning van de kosteloze rechtspleging heeft onder andere tot gevolg dat de kosten en honoraria van de gerechtelijke deskundige door de Staat worden voorgeschoten ter ontlasting van degene die kosteloze rechtsbijstand geniet (Gerechtelijk Wetboek, art. 692).
Wanneer de rechtspleging volledig kosteloos is, dit is wanneer de deskundige volledig zal worden vergoed met gelden van de Staat, wordt ervan uitgegaan dat de rechtbank bij wie het desbetreffende geding aanhangig is, in feite als opdrachtgeefster van de deskundige optreedt.
9. De rechtsbijstand kan ook gedeeltelijk zijn. In die veronderstelling dient het voorschot, dat overeenkomstig artikel 669 van het Gerechtelijk Wetboek moet worden gestort door diegene die rechtsbijstand geniet, ter betaling van de kosten en honoraria verschuldigd aan gerechtsdeurwaarders, notarissen, deskundigen en getuigen, naar de tijdsorde van de onderscheiden werkzaamheden (Gerechtelijk Wetboek, art. 696).
Ten aanzien van burgerlijke zaken met gedeeltelijke rechtsbijstand, wordt de Staat echter maar als opdrachtgever aangemerkt in de mate dat degene die rechtsbijstand geniet en die de deskundige in beweging heeft gebracht, niet over de nodige middelen beschik, om de kosten van rechtspleging te betalen. Om praktische redenen wordt echter aanvaard dat de deskundige zijn honorarium volledig en uitsluitend in rekening brengt aan de betrokken rechtbank (voor de aftrek, z. nr. 19).
C. Zaken van Koophandel. Faillissementen.
10. In zaken van koophandel, net als in burgerlijke zaken, dient de initiatiefnemende partij als opdrachtgeefster van de deskundige te worden aangemerkt (vgl. R. Van Lennep, Gerechtelijk Wetboek, blz. 1.075; Alg. Pract. Rechtsverzameling, Clocquet, Deskundig onderzoek in Burgerlijke zaken en in zaken van Koophandel, nrs. 225 en 227; Repertoire Pratique du Droit Belge, v° Expert, nr. 89).
11. Maar wanneer inzake faillissement de rechtbank de kosteloze rechtspleging heeft bevolen (z. Gerechtelijk Wetboek, art. 666), wordt ervan uitgegaan dat die rechtbank in feite als opdrachtgeefster optreedt (verg. nr. 8).
12. Wanneer een handelaar, ter voorkoming van een faillissement, een gerechtelijk akkoord aanvraagt, kan de rechter-commissaris deskundigen aanwijzen om de toestand van die handelaar te onderzoeken (art . l 2 van het besluit van de Regent van 25 september 1946 houdende samenschakeling der wetten op het gerechtelijk akkoord, Belgisch Staatsblad van 11 oktober 1946). Ook wanneer het gerechtelijk akkoord werd toegestaan, moet de rechter-commissaris ten minste om de drie maanden en telkens wanneer de rechtbank het beveelt, de toestand van de zaken van de schuldenaar onderzoeken. Bij dit onderzoek kan hij zich laten bijstaan door deskundigen (ibidem, art. 37).
In beide voornoemde gevallen, niettegenstaande de deskundigen worden aangewezen door de rechter-commissaris, is de handelaar in feite de werkelijke opdrachtgever van de deskundige (vgl. Frédéricq, Handboek van Belgisch Handelsrecht, nrs. 2089 en 2156, a; id., Traité de Droit Commercial Belge, d. VIII, nrs. 666 en 733).
13. Evenzo dient de handelaar, die om uitstel van betaling verzoekt, hetzij bij de aangifte van zijn faillissement, hetzij daarbuiten (z. Wetboek van Koophandel, art. 474 en 595), als werkelijke opdrachtgever te worden aangemerkt van de deskundige die door de rechtbank van koophandel wordt aangesteld om de zaken van die handelaar te onderzoeken.
D. Strafzaken.
14. In strafzaken dient er voor het bepalen van de opdrachtgever van de deskundige een onderscheid te worden gemaakt naargelang de expertise wordt bevolen in de onderzoeksfaze, door de onderzoekende magistraat, of door de rechtbank, voor de noden van het onderzoek ter zitting, dan wel door de burgerlijke partijen (z. Alg. Pract. Rechtsverzameling, Clocquet, Deskundig onderzoek in Burgerlijke zaken en in zaken van Koophandel, nrs. 27 en 238; J. Mathys, Wetboek van Strafvordering, nr. 162; Répertoire Pratique du Droit Belge, v° Expert, nrs. 150 en volg.).
Wanneer de onderzoekende magistraat of de rechter, als orgaan van de openbare macht, het deskundigenonderzoek hebben bevolen, dienen zij als opdrachtgever van de deskundige te worden aangemerkt. Wanneer het deskundigenonderzoek daarentegen werd bevolen door de burgerlijke partij, dient deze laatste als opdrachtgever van de deskundige te worden aangemerkt (verg. nr. 7).
Tijdstip van verschuldigdheid van de belasting.
15. Wanneer een dienst wordt verricht voor de overheid, wordt de belasting, behoudens in de in nr. 16 vermelde uitzondering, verschuldigd op het tijdstip waarop de overheid haar instemming betuigt met het bedrag van de vergoeding. Deze regel geldt eveneens wanneer de opdrachtgever van de deskundige de gedingvoerende partijen zijn of één ervan, aangezien ook in dat geval de honoraria en de kosten van de deskundige door de rechter of de aangestelde rechter moeten worden begroot (z. Gerechtelijk Wetboek, art. 984 en 985, vierde lid; Alg. Pract. Rechtsverzameling, Clocquet, Deskundig onderzoek in Burgerlijke zaken en in zaken van Koophandel, nrs. 1406 en volg., en Deskundigen- onderzoek in zaken van Privaat Recht, nrs. 547 en volg.; P. Lurquin, Précis de l'expertise du Code Judiciaire, nrs. 97 en volg.).
Ten aanzien van de door een gerechtelijke deskundige gepresteerde diensten, wordt de belasting bijgevolg slechts verschuldigd op het tijdstip waarop die deskundige in kennis wordt gesteld van de definitieve begroting van zijn kosten en honoraria door de bevoegde overheid. Ofschoon het bedrag van de verschuldigde BTW reeds dient te worden opgenomen in de staat van de kosten en honoraria die wordt gesteld onderaan het verslag dat door de deskundige ter griffie van de rechtbank moet worden ingediend, moet de eigenlijke factuur voor het honorarium door de deskundige aan zijn opdrachtgever slechts worden uitgereikt uiterlijk de vijfde werkdag van de maand die volgt op die waarin hij in kennis wordt gesteld van de definitieve begroting van zijn kosten en honoraria (kon. besl. nr. 1, van 23 juli 1969, art. 1, tweede lid).
16. Wanneer, in afwijking van de in het vorige nummer gegeven regeling, de deskundige gebruik maakt van zijn recht om een gedeelte van het op de griffie van de rechtbank in consignatie gegeven voorschot op te nemen (Gerechtelijk Wetboek, art. 990, laatste lid), is de BTW verschuldigd op het tijdstip waarop dit voorschot hem ter beschikking wordt gesteld. De factuur met betrekking tot dit voorschot en de daarover verschuldigde BTW moet dan worden uitgereikt uiterlijk de vijfde werkdag van de maand die volgt op de datum van de terbeschikkingstelling.
17. De BTW is daarentegen niet verschuldigd bij de consignatie van een voorschot op de griffie van de rechtbank door de meest gerede partij of door de partij die volgens bijzondere wetten of artikel 1017, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, in de kosten wordt verwezen (Gerechtelijk Wetboek, art. 990).
Aftrek door de opdrachtgever.
18. Zoals hierboven werd uiteengezet, moet de deskundige zijn honorarium, ofschoon uiteindelijk een andere partij in die kosten kan worden verwezen, factureren aan zijn opdrachtgever die in werkelijkheid de eigenlijke schuldenaar is (z. R. Van Lennep, Gerechtelijk Wetboek, blz. 1115, Uitvoerbaarheid; Répertoire Pratique du Droit Belge, v° Expert, nr. 191). Het louter feit van de veroordeling tot de gerechtskosten, waartoe de expertisekosten behoren, schept immers geen enkele rechtsband tussen de in die kosten verwezen partij en de deskundige (Alg. Pract. Rechtsverzameling, Clocquet, Deskundig Onderzoek in Burgerlijke zaken en in zaken van Koophandel, nr. 1388; P. Lurquin, Précis de l'expertise du Code Judiciaire, nr. 122) .
Het is dan ook de opdrachtgever van de deskundige die, wanneer hij een BTW-belastingplichtige is en voor zover uiteraard het geding waarin hij werd betrokken verband houdt met zijn als belastingplichtige uitgeoefende werkzaamheid, de hem door de deskundige aangerekende BTW volgens de gewone regels kan aftrekken. De omstandigheid dat die belastingplichtige achteraf een recht van verhaal zou kunnen uitoefenen tegen de partij die tot de gerechtskosten werd veroordeeld, heeft niet tot gevolg dat hij de aftrek moet herzien. De terugvordering van de kosten van het deskundigenonderzoek door de opdrachtgever van de deskundige, ten laste van de tot die kosten veroordeelde partij, geeft geen aanleiding tot verschuldigdheid van BTW. De tot de kosten veroordeelde partij kan dus nooit enig recht op aftrek laten gelden.
19. Wanneer de gerechtelijke overheid als opdrachtgeefster van de deskundige wordt aangemerkt en deze laatste bijgevolg zijn factuur aan die overheid moet uitreiken (z. nrs. 8, 9, 11 en 14), kunnen de bij het geding betrokken partijen, zelfs wanneer ze belastingplichtige zijn, geen enkel recht op aftrek doen gelden van de door de deskundige aangerekende BTW.
Uitzondering op die regel dient echter te worden gemaakt ten aanzien van de partij die gedeeltelijke rechtsbijstand heeft genoten. Deze partij kan, indien zij BTW-belastingplichtige is en voor zover het geding waarin zij werd betrokken verband houdt met haar als belastingplichtige uitgeoefende werkzaamheid, de over de kosten van het deskundigenonderzoek berekende BTW in aftrek brengen voor zover die BTW betrekking heeft op kosten die werden betaald door middel van het door haar bij toepassing van artikel 692 van het Gerechtelijk Wetboek ter griffie van de rechtbank geconsigneerde voorschot (z. nr. 9).
Om dat recht op aftrek te kunnen uitoefenen moet de betrokken belastingplichtige, in afwijking van artikel 3, § 1, van het koninklijk besluit nr. 3, van 10 december 1969, in het bezit zijn van een door de griffie van de rechtbank uitgereikte afrekening waaruit de betaling door middel van het geconsigneerde voorschot blijkt van het gehele of van een gedeelte van het honorarium van de deskundige.
Punt 20 is vanaf 01.01.2022 niet meer van toepassing (zie punt 1.29 van de circulaire 2022/C/61 d.d. 22.06.2022)
Vrijstellingen.
20. De handelingen die ter uitvoering van een gerechtelijke opdracht door geneesheren in die hoedanigheid worden verricht, zijn op grond van de artikelen 5 en 44, § 1, 2°, van het BTW-Wetboek, niet aan de belasting onderworpen.
Dezelfde vrijstelling geldt eveneens ten aanzien van analyses van klinisch biologische aard die ter uitvoering van een gerechtelijke opdracht worden verricht, hetzij door artsen, hetzij door apothekers, hetzij door licentiaten in de scheikundige wetenschappen die daartoe bevoegd zijn, of nog onder de verantwoordelijkheid van deze personen (z. besl. van 19 mei 1978, nr. E.T. 28.944) (2).
(2) Z. Revue nr. 36. blz. 542.
Hoofdstuk II. Tolken en Vertalers.
21. Voor de toepassing van de BTW dient er een onderscheid te worden gemaakt tussen de diensten verricht als tolk en de diensten verricht als vertaler.
A. Tolken.
22. Als tolk moet worden aangemerkt, degene die ermee belast is de gesprekken te vertalen die worden gevoerd tussen personen welke een verschillende taal spreken.
De als tolk verrichte prestaties zijn ingevolge artikel 44, § 2, 8°, van het Wetboek, van de belasting vrijgesteld (verg. besl. van 22 juni 1970, nr. E.T. 1198) (3) (3) (3) Z. Revue nr.1, blz.112.
B. Vertalers.
23. Als vertaler moet worden aangemerkt, degene die geschreven teksten in een andere taal omzet.
De diensten die ter uitvoering van een gerechtelijke opdracht worden verricht door vertalers zijn, bij toepassing van de artikelen 18, § 1, 1°, en 19, § 1, van het BTW-Wetboek, aan de BTW in België onderworpen wanneer ze hier te lande plaatsvinden (Wetboek, art. 2, § 1, 1 °).
Overeenkomstig artikel 21, § 2, van het BTW-Wetboek, wordt in de regel als plaats van die dienst aangemerkt, de plaats waar de dienstverrichter is gevestigd. Daar echter een dienst als vertaler wordt beoogd door artikel 21, § 3, 7°, d, van hetzelfde Wetboek, wordt als plaats van die dienst aangemerkt de plaats waar de ontvanger van die dienst is gevestigd, wanneer die dienst wordt verleend aan een ontvanger die buiten de Europese Economische Gemeenschap is gevestigd of aan een ontvanger die in die Gemeenschap doch buiten het land van de dienstverrichter is gevestigd en handelt voor beroepsdoeleinden. In die gevallen is de BTW niet verschuldigd in België.
24. Voor de voldoening van de BTW wordt een onderscheid gemaakt tussen zogenaamde beroeps- en gelegenheidsvertalers.
A. Gelegenheidsvertalers.
25. Voor de toepassing van deze aanschrijving kunnen als gelegenheidsvertalers worden aangemerkt, zij die geregeld, maar op aanvullende wijze, vertalingen voor de gerechtelijke overheden doen en verder geen enkele andere werkzaamheid uitoefenen die hen verplicht periodieke BTW-aangiften in te dienen. Als gelegenheidsvertalers kunnen eveneens worden aangemerkt de personeelsleden van de gerechtelijke diensten die geregeld zulke aanvullende werkzaamheid uitoefenen.
26. Ten aanzien van de vertalingen die worden verricht door die gelegenheidsvertalers, mag de van die diensten verschuldigde BTW worden berekend aan de hand van de door de griffies opgestelde samenvattende lijsten en globaal door het Ministerie van Justitie worden voldaan. Hiertoe dient iedere maand, uiterlijk de 20ste, op postrekening nr. 000-2003410-69 van het BTW-ontvangkantoor van Brussel 1, Handelsstraat 5-7, te 1040 Brussel, het totaal bedrag te worden gestort van de BTW die opeisbaar is met betrekking tot de sommen die aan de betrokken vertalers verschuldigd zijn voor de prestaties die ze in de loop van de vorige maand verricht hebben.
In overeenstemming hiermee zijn die gelegenheidsvertalers ontheven van elke verplichting op het stuk van de aangifte en de betaling van de BTW en dienen zij geen BTW-registratienummer te krijgen. Gelet op de bijzondere aard van die regeling hebben zij uiteraard geen recht op aftrek.
B. Beroepsvertalers.
27. Zij die in de uitoefening van een zelfstandige beroepswerkzaamheid vertalingen verrichten voor gerechtelijke overheden, zijn gehouden tot alle verplichtingen die aan BTW-belastingplichtigen zijn opgelegd. In het bijzonder moeten zij als BTW-belastingplichtige geregistreerd zijn en periodieke BTW-aangiften indienen voor de voldoening van de belasting. Daartegenover staat echter dat zij alle rechten genieten verbonden aan de hoedanigheid van BTW-belastingplichtige.
Aftrek in hoofde van deskundigen en beroepsvertalers.
28. Deskundigen en beroepsvertalers die zowel aan de gerechtelijke overheid als aan andere opdrachtgevers diensten verlenen, hebben vanaf 1 januari 1978, wegens de belastbaarheid van het gedeelte van hun werkzaamheid dat zij uitoefenen ter uitvoering van gerechtelijke opdrachten, de hoedanigheid van een volledige belastingplichtige.
Derhalve kan de BTW geheven van de hun vanaf 1 januari 1978 geleverde goederen en verleende diensten die worden gebruikt voor hun belastbare werkzaamheid, onder voorbehoud van de beperkingen bepaald in de artikelen 45, § 2 en 3, en 100 van het BTW-Wetboek, volledig in aftrek worden gebracht.
Overgangsmaatregel.
29. Geen kritiek zal worden uitgebracht wanneer in het verleden de door de deskundige over zijn honorarium berekende BTW werd afgetrokken door de tot de gerechtskosten veroordeelde partij die, gelet op hetgeen voorafgaat, niet als opdrachtgeefster van de deskundige kan worden aangemerkt.
Bron: FisconetPlus
