Circulaire 2017/C/23 betreffende de vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°, van het BTW-Wetboek

Circulaire 2017/C/23 betreffende de vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°, van het BTW-Wetboek

Deze circulaire is bedoeld als toelichting bij het toepassingsgebied van de BTW-vrijstelling beoogd door artikel 44, § 2, 12°, van het BTW-Wetboek.

vrijstellingen ; artikel 44, § 2, 12°, van het BTW-Wetboek

FOD Financiën, 19.04.2017
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde

I. Inleiding

1. Met ingang van 17.07.2016 (zie de wet van 27.06.2016 tot wijziging van het BTW-Wetboek, BS 07.07.2016) zijn overeenkomstig artikel 44, § 2, 12°, van het BTW-Wetboek vrijgesteld: 'de leveringen van goederen en de diensten, verricht door instellingen waarvan de handelingen overeenkomstig 1° tot 4°, 6°, 7°, 9° en 11° zijn vrijgesteld, in samenhang met werkzaamheden die zijn bestemd ter verkrijging van financiële steun en die uitsluitend ten bate van henzelf zijn georganiseerd, mits deze vrijstelling niet tot concurrentieverstoring kan leiden'.

2. Artikel 44, § 2, 6°, 7° en 9°, van het Wetboek stelt bepaalde culturele diensten verricht door publiekrechtelijke instellingen of door andere instellingen erkend door de bevoegde overheid vrij van de belasting.

3. Artikel 44, § 2, 12°, van het Wetboek verleent anderzijds vrijstelling van de belasting voor de leveringen van goederen en de diensten, verricht in samenhang met werkzaamheden die ter verkrijging van financiële steun zijn georganiseerd door en uitsluitend ten bate van onder meer instellingen die vrijgestelde culturele diensten verrichten.

4. De wijziging van artikel 44, § 2, 12°, van het Wetboek heeft tot gevolg dat deze bepaling voortaan ook van toepassing is op de culturele diensten bedoeld in de bepalingen onder 6° en 9°, van artikel 44, § 2, van het Wetboek.

5. Deze circulaire heeft tot doel het toepassingsgebied van de vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°, van het Wetboek te verduidelijken.

II. toepassingsgebied van de vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°, van het BTW-Wetboek

6. De vrijstelling van artikel 44, § 2, 12°, is slechts van toepassing indien de drie navolgende voorwaarden cumulatief zijn voldaan:

7. Eerste voorwaarde: de werkzaamheid ter verkrijging van steun wordt georganiseerd door de instelling zelf waarvan de handelingen in het kader van haar gebruikelijke activiteiten als belastingplichtige van de belasting zijn vrijgesteld overeenkomstig artikel 44, § 2, 1° tot 4°, 6°, 7°, 9° en 11°, van het BTW-Wetboek. Om als organisator van een dergelijk evenement te worden aangemerkt, moet deze instelling de volledige verantwoordelijkheid hebben over de organisatie, inzonderheid inzake de programmering, de opbouw en de werking van het evenement, de publiciteit, het innen van de ontvangsten …

8. Worden onder meer beoogd:

- een ziekenhuis of dergelijke (artikel 44, § 2, 1°, van het BTW-Wetboek)

- een instelling voor bejaarden, voor mindervaliden, voor een jeugdhuis of elke andere erkende instelling van sociale aard (artikel 44, § 2, 2°, van het BTW-Wetboek)

- een sportvereniging zonder winstoogmerk (artikel 44, § 2, 3°, van het BTW-Wetboek)

- een onderwijsinstelling zonder winstoogmerk (artikel 44, § 2, 4°, a), van het BTW-Wetboek)

- een bibliotheek of leeszaal zonder winstoogmerk (artikel 44, § 2, 6°, van het BTW-Wetboek)

- een exploitant van een van de in deze bepaling beoogde instellingen (musea, monumenten, natuurmonumenten, …) zonder winstoogmerk (artikel 44, § 2, 7°, van het BTW-Wetboek)

- een erkende organisator van spektakels zonder winstoogmerk (artikel 44, § 2, 9°, van het BTW-Wetboek)

- een instelling zonder winstoogmerk (artikel 44, § 2, 11°, van het BTW-Wetboek) die doeleinden van politieke, syndicale, religieuze, levensbeschouwelijke, vaderlandslievende, filantropische of staatsburgerlijke aard nastreeft en die diensten en nauw daarmee samenhangende leveringen van goederen verricht ten behoeve en in het gemeenschappelijk belang van haar leden en tegen betaling van een krachtens de statuten bepaalde bijdrage.

9. Wanneer één van de hiervoor beoogde instellingen of exploitanten eveneens andere belaste of vrijgestelde handelingen verricht, is artikel 44, § 2, 12°, van het BTW-Wetboek slechts van toepassing wanneer het evenement uitsluitend wordt georganiseerd tot verkrijging van steun voor de hiervoor beoogde vrijgestelde handelingen of voor het goede doel (zie verder).

10. Voorbeeld

Een sportvereniging onder vorm van een vzw biedt aan haar leden tegen betaling de mogelijkheid om een sport te beoefenen (handeling vrijgesteld ingevolge artikel 44, § 2, 3°, van het Wetboek). De vzw baat eveneens een cafetaria uit (niet vrijgesteld) die vrij toegankelijk is voor het publiek en waarvan de omzet 15 % van de omzet uit de vrijgestelde activiteit bedraagt (zie BTW-beslissing nr. E.T.130.298 van 12.09.2016). De vzw heeft zich voor deze horeca-activiteit geïdentificeerd als BTW-belastingplichtige.

Een maal per jaar organiseert deze vzw een eetfestijn (mosselen met friet) met een omzet van 45.000 euro. Opdat de omzet van het eetfestijn kan vrijgesteld zijn op basis van artikel 44, § 2, 12°, van het Wetboek is het noodzakelijk dat de opbrengst uitsluitend ten goede komt van de vrijgestelde activiteiten van de vereniging.

11. Tweede voorwaarde: de werkzaamheid vormt geen economische activiteit van de belastingplichtige: ze is slechts occasioneel van aard, is er op gericht om financiële steun te verkrijgen voor de gebruikelijke vrijgestelde activiteit en wordt exclusief ten bate van de instelling zelf georganiseerd. Bij administratieve toegeving wordt aanvaard dat deze opbrengsten ook mogen worden aangewend voor de financiële steun van 'een goed doel' (zie antwoord op de mondelinge vraag nr. 3617 van de heer Volksvertegenwoordiger Servais Verherstraeten van 06.05.2015).

12. Onder 'een goed doel' (liefdadigheidswerk) in de zin van deze bepaling wordt verstaan elke instelling, vereniging, fonds of natuurlijk persoon die zich, zonder commercieel oogmerk, inzet voor een project of werk op het vlak van gezondheid, welzijn, cultuur, natuur, milieu of internationale hulp. Het is niet noodzakelijk dat de begunstigde van de ingezamelde middelen een erkenning geniet.

13. Derde voorwaarde: de werkzaamheid mag geen concurrentieverstoring veroorzaken met andere economische operatoren die gelijkaardige handelingen verrichten. Zij beoogt slechts de uitzonderlijke opbrengsten die voortkomen uit activiteiten die geen reële afzonderlijke economische activiteit mogen vormen en die er op gericht zijn de realisatie van de nagestreefde doelen te vergemakkelijken.

14. Het betreft een feitenkwestie. De gerealiseerde omzet naar aanleiding van het evenement is echter van geen belang.

Administratieve toegeving

15. De administratie gaat ervan uit dat er geen concurrentieverstoring is indien het liefdadigheidsevenement of evenement ter verkrijging van steun hoogstens vier keer per kalenderjaar wordt georganiseerd. De organisatie van een evenement dat maximaal drie opeenvolgende dagen duurt (vb. tijdens het weekend) wordt als één evenement beschouwd.

16. Wanneer dat evenement door meerdere belastingplichtigen gezamenlijk wordt georganiseerd moet deze voorwaarde beoordeeld worden in hoofde van elke medeorganisator afzonderlijk.

Zodra er in een kalenderjaar meer dan vier evenementen worden georganiseerd moet de betrokken instelling contact opnemen met het bevoegd KMO/GO-centrum dat, nadat kennis is genomen van de argumenten van deze instelling, zal oordelen of er al dan niet sprake is van concurrentieverstoring. Er wordt geen rekening gehouden met een toevallige overschrijding.

17. Indien de verplichting om zich te identificeren als belastingplichtige wordt vastgesteld is de BTW van toepassing op de bedoelde werkzaamheden vanaf het eerste kwartaal dat volgt op die overschrijding, en dit gedurende minstens één volledig kalenderjaar.

18. De belastingplichtige die zich na afloop van dat kalenderjaar opnieuw wil beroepen op deze administratieve toegeving dient hiervoor een gemotiveerd verzoekschrift in bij het bevoegd KMO/GO-centrum.

III. Inwerkingtreding

19. Voornoemde wijzigende wettelijke bepaling is van toepassing vanaf 17.07.2016.

20. Voor de toepassing van de administratieve toegeving wordt rekening gehouden met het aantal evenementen georganiseerd vanaf 01.01.2017.

Voor de Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

Jerry SERLIPPENS

Adviseur

Interne ref.: 131.306