Circulaire nr. Ci.RH.241/606.414 (AOIF Nr. 57/2010) dd 13.08.2010

Circulaire nr. Ci.RH.241/606.414 (AOIF Nr. 57/2010) dd 13.08.2010

Personenbelasting

Beroepsinkomen

Vrijgesteld inkomen

Forfaitaire onkostenvergoeding aan een kunstenaar

Vrijstellingsvoorwaarde

Vergoeding

Vergoeding voor vrijwilligerswerk

Belastingstelsel van de vergoeding

Toepassingsvoorwaarde

De circulaire Ci.RH.241/509.803 van 5.3.1999 betreffende het belastingstelsel van de vergoedingen voor vrijwilligerswerk, mag niet worden toegepast indien de belastingplichtige artistieke prestaties verricht en artikel 38, § 1, eerste lid, 23°, WIB 92 van toepassing is (kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars).

Aan alle ambtenaren.

I. INLEIDING

1. Deze circulaire bespreekt de onverenigbaarheid tussen de circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 van 5 maart 1999 betreffende het belastingstelsel van de vergoedingen voor vrijwilligerswerk en artikel 38, § 1, eerste lid, 23° van het Wetboek van de Inkomsten- belastingen 1992 (WIB 92).

Die circulaire van 5 maart 1999 betreffende het belastingstelsel van de vergoedingen voor vrijwilligerswerk, mag niet worden toegepast indien de belastingplichtige artistieke prestaties verricht en artikel 38, § 1, eerste lid, 23°, WIB 92 (kleine vergoedings- regeling voor kunstenaars) van toepassing is. De bepalingen van artikel 38, § 1, eerste lid, 23°, WIB 92 vormen immers geen keuzestelsel. Alle vergoedingen die de belastingplichtige in het kader van artistieke prestaties ontvangt, vallen onder toepassing van dit artikel.

II. BESPREKING

Toepassingsgebied algemene circulaire vrijwilligerswerk

2. Het belastingstelsel van de vergoedingen voor vrijwilligerswerk wordt uiteengezet in de circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 van 5 maart 1999 en de addenda hieraan.

Sommige vergoedingen geven geen aanleiding tot belastingheffing, omdat zij de terugbetaling vertegenwoordigen van kosten die de verkrijgers doen in het kader van één of andere activiteit die als vrijetijdsbesteding kan worden beschouwd, zodat er geen sprake kan zijn van beroepsinkomsten.

3. Er mag aangenomen dat de vergoedingen toegekend aan onbezoldigde vrijwilligers werkelijke kosten dekken en derhalve niet belastbaar zijn, wanneer zij per verkrijger niet meer bedragen dan 24,79 EUR per dag (basisbedrag; 30,22 EUR voor aanslagjaar 2011) en 991,57 EUR per jaar (basisbedrag; 1.208,72 EUR voor aanslagjaar 2011).

Sinds 29 mei 2009 mag de forfaitaire terugbetaling van kosten tot beloop van de bovengenoemde dagen maandgrenzen, gecombineerd worden met de terugbetaling van reële verplaatsingskosten tot maximaal 2.000 km per jaar per vrijwilliger (zie 7de addendum dd. 13.11.2009 van de circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 van 5.3.1999).

Toepassingsgebied art. 38, § 1, eerste lid, 23°, WIB 92 (kleine vergoedingsregeling voor kunstenaars)

4. Artikel 38, § 1, eerste lid, 23°, WIB 92 bepaalt dat forfaitaire onkostenvergoedingen toegekend wegens het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken voor rekening van een opdrachtgever, voor een maximum bedrag van 2.000 EUR (basisbedrag; 2.234,73 EUR voor het aanslagjaar 2011) per kalenderjaar zijn vrijgesteld, voorzover de in artikel 38, § 4, WIB 92 gestelde voorwaarden worden nageleefd.

Deze voorwaarden zijn de volgende:

1. de belastingplichtige moet in het bezit zijn van een behoorlijk ingevulde kunstenaarskaart (zie terzake ook de circulaire nr. Ci.RH.242/599.141 - AOIF nr. 42/2009 - van 26.8.2009);

2. de forfaitaire onkostenvergoeding mag per opdrachtgever niet hoger zijn dan 100 EUR per dag (basisbedrag; 111,74 EUR voor het aanslagjaar 2011). Indien de opdrachtgever een hoger bedrag uitbetaalt, komt de volledige vergoeding niet in aanmerking voor de vrijstelling;

3. de belastingplichtige mag op het ogenblik van het leveren van een artistieke prestatie en/of het produceren van een artistiek werk niet gebonden zijn door een arbeidsovereenkomst, een aannemingsovereenkomst of een statutaire aanstelling met dezelfde opdrachtgever, tenzij hij en de opdrachtgever bewijzen dat de prestaties van de verschillende activiteiten van verschillende aard zijn.

5. Onder "het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken" moet worden verstaan, de creatie en/of uitvoering of interpretatie van artistieke werken in de audiovisuele en de beeldende kunsten, in de muziek, de literatuur, het spektakel, het theater en de choreografie.

6. De bepalingen van art. 38, § 1, eerste lid, 23°, WIB 92 vormen geen keuzestelsel. Wanneer de belastingplichtige artistieke prestaties verricht, vallen alle vergoedingen die hij in het kader van die prestaties ontvangt, onder de toepassing van voormeld artikel. De bepalingen van de circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 van 5 maart 1999 kunnen voor deze artistieke prestaties niet worden ingeroepen.

Immers, die laatste circulaire heeft betrekking op vergoedingen die niet als belastbare beroepsinkomsten worden aangemerkt, terwijl de kleine vergoedingsregeling juist betrekking heeft op belastbare beroepsinkomsten waarvoor een uitdrukkelijke vrijstelling is ingevoerd bij art. 38, § 1, eerste lid, 23°, WIB 92.

7. Voorbeeld

Een belastingplichtige levert in 2010 (aanslagjaar 2011) volgende artistieke prestaties:

- dirigent bij een koor te Roosdaal;

- dirigent bij een koor te Wambeek;

- organist in de kapel van Dilbeek.

De belastingplichtige verricht, in zijn hoedanigheid van dirigent, respectievelijk organist, ontegensprekelijk een artistieke prestatie. Alle vergoedingen die hij ontvangt in het kader van zijn artistieke activiteiten, vallen onder de toepassing van art. 38, § 1, eerste lid, 23°, WIB 92. De bepalingen van de circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 van 5 maart 1999 kunnen voor deze artistieke prestaties niet worden ingeroepen. De belastingplichtige kan dus bijvoorbeeld niet art. 38, § 1, eerste lid, 23°, WIB 92 toepassen voor zijn activiteiten als diri gent en de circulaire van 5.3.1999 voor zijn activiteit als organist. Van zodra het grensbedrag van 2.234,73 EUR (geïndexeerd bedrag voor het aanslagjaar 2011, inkomsten van het jaar 2010) per kalenderjaar wordt overschreden, is het deel boven 2.234,73 EUR een belastbaar inkomen.

Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d.:

De Eerste attaché van financiën,

P. GYSEN