Circulaire 2021/C/99 over de berekening van de 'één derde-norm'

Actualisering van de FAQ over de berekening van de 'één derde-norm' voor de toepassing van de steunmaatregelen 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid', 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor een volcontinu arbeidssysteem' en 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat'.

bedrijfsvoorheffing ; vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing ; ploegen- en nachtarbeid ; volcontinu arbeidssysteem ; ploegenarbeid en werken in onroerende staat ; berekening van de 'één derde-norm'

FOD Financiën, 16.11.2021
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Personenbelasting

Inhoudstafel

I. Inleiding

A. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid

B. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor een volcontinu arbeidssysteem

C. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat

D. Overige aanpassingen

II. Inwerkingtreding

III. FAQ

1. Wat wordt bedoeld met het begrip 'één derde-norm'?

2. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend?

2.1. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid

2.2. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat

2.3. Opmerkingen

3. Wordt de 'één derde-norm' berekend op uur- of dagbasis?

3.1. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid

3.2. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid

3.3. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat

4. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend voor een werknemer die deeltijds tewerkgesteld is?

5. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend indien de werknemer in de loop van de maand in of uit dienst is getreden?

6. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend indien de arbeidsregeling van de werknemer in de loop van de maand verandert?

7. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend indien een werknemer in eenzelfde maand zowel ploegenarbeid als nachtarbeid heeft verricht?

8. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend indien een werknemer volcontinu arbeid heeft verricht?

9. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend indien de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van de werknemer geschorst werd?

9.1. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid

9.2. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat

9.3. Schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst

9.4. Schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst waarvoor het loon wordt doorbetaald

9.5. Voorbeelden

10. Hoe berekent de onderneming erkend voor uitzendarbeid de 'één derde-norm' voor haar werknemer/uitzendkracht?

11. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend indien er overuren worden gepresteerd?

12. Hoe wordt de ‘één derde-norm’ berekend indien er een ADV-dag (arbeidsduurvermindering) wordt opgenomen?

I. Inleiding

A. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid

1. Om in aanmerking te komen voor de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid' (artikel 275^5, §§ 1 en 2, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (afgekort WIB 92)), moet de werkgever aan de volgende voorwaarden voldoen (1):

- de werkgever is een onderneming waarin ploegen- of nachtarbeid wordt verricht

- de werkgever betaalt of kent een ploegenpremie toe

- de werkgever is krachtens artikel 270, eerste lid, 1°, WIB 92, schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing op die premie

- de werkgever houdt de bedrijfsvoorheffing volledig in op de bezoldigingen en de ploegenpremie van de betrokken werknemers.

(1) Zie circulaire 2019/C/42 d.d. 27.05.2019, FAQ 1.

2. Opdat de werkgever zou kwalificeren als een 'onderneming waarin ploegenarbeid wordt verricht, ' moet de onderneming voldoen aan de volgende voorwaarden (2):

- het werk wordt verricht in minstens twee ploegen van minstens twee werknemers

- de ploegen doen hetzelfde werk zowel qua inhoud als qua omvang

- de ploegen volgen elkaar op in de loop van de dag zonder onderbreking

- er is geen overlapping van meer dan een vierde van hun dagtaak tussen de opeenvolgende ploegen.

(2) Zie circulaire 2019/C/42 d.d. 27.05.2019, FAQ 2.

3. Opdat de werkgever zou kwalificeren als een 'onderneming waarin nachtarbeid wordt verricht' (3):

- moeten de werknemers van de onderneming overeenkomstig de in die onderneming toepasselijke arbeidsregeling, prestaties verrichten tussen 20 uur en 6 uur,

- met uitsluiting van:

* de werknemers die enkel prestaties verrichten tussen 6 uur en 24 uur en

* de werknemers die gewoonlijk beginnen te werken vanaf 5 uur.

(3) Zie circulaire 2019/C/42 d.d. 27.05.2019, FAQ 7.

4. De werkgevers die beantwoorden aan de definitie van een onderneming waarin ploegenarbeid wordt verricht, of aan de definitie van een onderneming waarin nachtarbeid wordt verricht, kunnen deze steunmaatregel toepassen op de werknemers die behoren tot één van de volgende categorieën (4):

- de werknemers van categorie 1 bedoeld in artikel 330 van de programmawet (I) van 24.12.2002

- de statutaire werknemers bij de volgende autonome overheidsbedrijven:

* de naamloze vennootschap van publiek recht Proximus

* de naamloze vennootschap van publiek recht bpost

- de werknemers bij de naamloze vennootschap van publiek recht HR Rail met uitzondering van de door haar ter beschikking gestelde werknemers aan de naamloze vennootschap van publiek recht NMBS en de naamloze vennootschap van publiek recht Infrabel in het kader van hun activiteiten van openbare dienstverlening.

(4) Zie circulaire 2019/C/42 d.d. 27.05.2019, FAQ 11.

5. Bovendien kan deze steunmaatregel enkel toegekend worden voor werknemers die, overeenkomstig de arbeidsregeling waarin zij tewerkgesteld zijn, over de betrokken maand waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd, tenminste één derde van hun arbeidstijd in ploegen- of nachtarbeid zijn tewerkgesteld. Deze voorwaarde wordt de 'één derde-norm' genoemd.

6. Voor de toepassing van de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid' heeft het hof van beroep van Bergen, in het arrest van 21.10.2020 uitdrukkelijk gesteld dat uit de duidelijke tekst van artikel 275^5, WIB 92, blijkt dat de 'één derde-norm' wordt berekend op basis van het aantal uur dat door de betrokken arbeiders wordt gewerkt en niet op basis van het aantal dagen.

Hoewel het geschil betrekking had op nachtarbeid, geldt het door het hof ingenomen principieel standpunt zowel voor ploegen- als voor nachtarbeid.

7. Bijgevolg wordt, voor een duidelijke toepassing van deze steunmaatregel en met het oog op voldoende rechtszekerheid, de FAQ over de berekening van de 'één derde-norm' aangepast. De berekening op uurbasis vormt voortaan de regel.

B. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor een volcontinu arbeidssysteem

8. Om in aanmerking te komen voor de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor een volcontinu arbeidssysteem' (artikel 275^5, § 3, WIB 92), moet de werkgever aan de volgende voorwaarden voldoen:

- de werkgever is een onderneming die werkt in een volcontinu arbeidssysteem

- de werkgever betaalt of kent een ploegenpremie toe

- de werkgever is krachtens artikel 270, eerste lid, 1°, WIB 92, schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing op die premie

- de werkgever houdt de bedrijfsvoorheffing volledig in op de bezoldigingen en de ploegenpremie van de betrokken werknemers.

9. Opdat de werkgever zou kwalificeren als een 'onderneming die werkt in een volcontinu arbeidssysteem', moet de onderneming voldoen aan de volgende voorwaarden (5):

- het gaat om een onderneming uit de profitsector

- waar gewerkt wordt in minstens vier ploegen van minstens twee werknemers die hetzelfde werk doen zowel qua inhoud als qua omvang, die een continue bezetting tijdens de gehele week en het weekend garanderen en die elkaar opvolgen zonder dat er een onderbreking is tussen de opeenvolgende ploegen en zonder dat de overlapping meer bedraagt dan een vierde van hun dagtaak

- waar de bedrijfstijd, zijnde de tijd dat het bedrijf functioneert, minstens 160 uur bedraagt op weekbasis.

10. Uit het voorgaande volgt dat per week geëvalueerd moet worden of een onderneming voldoet aan de voorwaarden inzake een volcontinu arbeidssysteem.

De verhoogde vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor een volcontinu arbeidssysteem mag enkel toegepast worden voor de bedrijfsvoorheffing die verband houdt met de prestaties van ploegen die effectief voldoen aan de voorwaarden inzake een volcontinu arbeidssysteem (5).

(5) Zie FAQ Nacht- en ploegenarbeid – Volcontinu arbeidssysteem.

C. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat

11. Voor de bezoldigingen betaald of toegekend vanaf 01.01.2018 heeft de wetgever in artikel 275^5, § 5, WIB 92, een specifieke vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat ingevoerd (6).

(6) Wet van 26.03.2018 betreffende de versterking van de economische groei en de sociale cohesie (Belgisch Staatsblad, 30.03.2018 – Ed. 2) zoals aangepast door de wet van 28.04.2019 houdende diverse fiscale bepalingen en tot wijziging van artikel 1, § 1ter, van de wet van 5 april 1955 (Belgisch Staatsblad, 06.05.2019). Zie ook circulaire 2020/C/38 d.d. 02.03.2020.

12. Om in aanmerking te komen voor deze steunmaatregel, moet de werkgever aan de volgende voorwaarden voldoen (7):

- de werkgever is een onderneming waar ploegenarbeid wordt verricht volgens de definitie hiervan voor ondernemingen waarvan de werknemers werken in onroerende staat op locatie verrichten

- de werkgever betaalt of kent aan de werknemers van de ploeg een minimum bruto-uurloon toe; in dat geval wordt hij geacht aan de vereiste een ploegenpremie betaald of toegekend te hebben, te voldoen

- de werkgever is schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing op die premie krachtens artikel 270, eerste lid, 1°, WIB 92

- de werkgever houdt de bedrijfsvoorheffing volledig in op de bezoldigingen van de betrokken werknemers.

(7) Circulaire 2020/C/38 d.d. 02.03.2020, FAQ 1.

13. Opdat de werkgever zou kwalificeren als een 'onderneming waar ploegenarbeid wordt verricht', moet de onderneming aan de volgende voorwaarden voldoen (8):

- het werk wordt verricht in één of meerdere ploegen

- de ploegen omvatten minstens twee personen zonder rekening te houden met studenten en leerlingen in een alternerende opleiding

- de ploegen doen hetzelfde of complementair werk zowel qua inhoud als qua omvang

- de ploegen verrichten het werk op locatie

- het gaat om werken in onroerende staat.

(8) Circulaire 2020/C/38 d.d. 02.03.2020, FAQ 2.

14. Deze steunmaatregel wordt bovendien enkel toegekend voor werknemers die, overeenkomstig de arbeidsregeling waarin zij tewerkgesteld zijn, over de betrokken maand tenminste één derde van hun arbeidstijd in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie verrichten (9). Bijgevolg wordt de FAQ over de berekening van de 'één derde-norm' uitgebreid naar deze nieuwe steunmaatregel.

(9) Circulaire 2020/C/38 d.d. 02.03.2020, FAQ 13.

15. De berekening op uurbasis vormt, om de hiervoor aangehaalde redenen, ook hier voortaan de regel.

D. Overige aanpassingen

16. Tenslotte wordt duiding gegeven bij de berekening van de 'één derde-norm' in een aantal specifieke situaties, zoals bv. overuren en ADV-dagen.

II. Inwerkingtreding

17. Deze FAQ treedt in werking op datum van publicatie in Fisconetplus.

18. FAQ 3 over de berekening van de 'één derde-norm' op uurbasis of op dagbasis, treedt in werking op 01.01.2022.

Deze uitgestelde inwerkingtreding geeft de schuldenaars van de bedrijfsvoorheffing de nodige tijd om hun informaticasystemen aan te passen zodat vanaf 01.01.2022 de berekening van de 'één derde-norm' steeds op uurbasis gebeurt.

Omwille van de beginselen van behoorlijk bestuur en in het bijzonder het vertrouwensbeginsel en het rechtszekerheidsbeginsel, behoudt de schuldenaar van de bedrijfsvoorheffing de keuzemogelijkheid voor de berekening van de 'één derde-norm' (op uurbasis dan wel op dagbasis) op voorwaarde dat hij de 'één derde-norm' op coherente wijze toepast en dit voor de aangiften in de bedrijfsvoorheffing waarin de toepassing van deze steunmaatregel wordt gevraagd, en die worden ingediend voor 01.01.2022.

III. FAQ

1. Wat wordt bedoeld met het begrip 'één derde-norm'?

De vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid wordt enkel toegekend voor werknemers die, overeenkomstig de arbeidsregeling waarin zij tewerkgesteld zijn, over de betrokken maand waarvoor de vrijstelling wordt gevraagd, tenminste één derde van hun arbeidstijd in ploegen- of nachtarbeid zijn tewerkgesteld.

De vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat wordt enkel toegekend voor werknemers die, overeenkomstig de arbeidsregeling waarin zij tewerkgesteld zijn, over de betrokken maand tenminste één derde van hun arbeidstijd in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie verrichten.

De voorwaarde dat de betrokken werknemer één derde van zijn arbeidstijd in ploegen- of nachtarbeid is tewerkgesteld, of één derde van zijn arbeidstijd in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie verricht, wordt de 'één derde-norm' genoemd.

De 'één-derde norm' wordt dus voor iedere werknemer individueel berekend.

2. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend?

2.1. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid

De 'één derde-norm' voor de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid wordt als volgt berekend:

de arbeidstijd in ploegen- of nachtarbeid
over de betrokken maand

de totale arbeidstijd van de betrokken maand

2.2. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat

De 'één derde-norm' voor de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat wordt als volgt berekend:

de arbeidstijd waarin in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie werden verricht over de betrokken maand

de totale arbeidstijd van de betrokken maand

2.3. Opmerkingen

Indien in de betrokken maand de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van de werknemer wordt geschorst, dan wordt de 'één derde-norm' berekend zoals uitgelegd in FAQ 9.

Er is geen cumul mogelijk tussen enerzijds de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid, en anderzijds de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat, in hoofde van eenzelfde werknemer voor de betrokken maand (10).

(10) Circulaire 2020/C/38 d.d. 02.03.2020, FAQ 15.

3. Wordt de 'één derde-norm' berekend op uur- of dagbasis?

3.1. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid

De werkgever berekent de 'één derde-norm' op uurbasis, voor alle werknemers in ploegenarbeid.

Onderstaand voorbeeld verduidelijkt de berekening van de 'één derde-norm' voor de toepassing van de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid'.

Voorbeeld

Werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid.

Werknemer X werkt voltijds bij werkgever A en zijn werkrooster voor de maand februari van het jaar N ziet er als volgt uit:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren waarop werknemer X ploegenarbeid heeft verricht

Week 1

tewerkgesteld in ochtendploeg

38

38

Week 2

niet tewerkgesteld in ploegenarbeid

38

0

Week 3

tewerkgesteld in de namiddagploeg

38

38

Week 4

niet tewerkgesteld in ploegenarbeid

38

0

De 'één derde-norm' voor werknemer X voor de maand februari N is:

(38+0+38+0)/(38+38+38+38) = 76/152 = 0,50.

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever A de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid voor werknemer X in de maand februari N toepassen.

3.2. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid

De werkgever berekent de 'één derde-norm' op uurbasis, voor alle werknemers in nachtarbeid.

Onderstaand voorbeeld verduidelijkt de berekening van de 'één derde-norm' voor de toepassing van de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid'.

Voorbeeld

Werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid.

Werknemer X werkt voltijds bij werkgever A en zijn werkrooster voor de maand februari van het jaar N ziet er als volgt uit:

Werkdagen

Aantal te presteren uren/werkdag

Uurrooster

Aard stelsel

Maandag

7

17 uur – 24 uur

Geen nachtarbeid

Dinsdag

7

17 uur – 24 uur

Geen nachtarbeid

Woensdag

7

17 uur – 24 uur

Geen nachtarbeid

Donderdag

8

17 uur – 1 uur

Nachtarbeid (5 uren)

Vrijdag

9

17 uur – 2 uur

Nachtarbeid (6 uren)

Berekening van het aantal uren waarin de betrokken werknemer nachtarbeid heeft verricht:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren waarop werknemer X nachtarbeid heeft verricht

Week 1

38

11 (5+6)

Week 2

38

11 (5+6)

Week 3

38

11 (5+6)

Week 4

38

11 (5+6)

De 'één derde-norm' voor werknemer X voor de maand februari N is:

(11+11+11+11)/(38+38+38+38) = 44/152 = 0,29.

Werkgever A kan de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid voor werknemer X in de maand februari N niet toepassen.

3.3. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat

De werkgever berekent de 'één derde-norm' op uurbasis, voor alle werknemers in ploegenarbeid en werken in onroerende staat.

Onderstaand voorbeeld verduidelijkt de berekening van de 'één derde-norm' voor de toepassing van de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat'.

Voorbeeld

Werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat.

Werknemer X werkt voltijds bij werkgever A en zijn werkrooster voor de maand februari van het jaar N ziet er als volgt uit:

Werkdagen

Aantal te presteren uren/werkdag

Uurrooster

Maandag

8

8 uur – 16 uur

Dinsdag

8

8 uur – 16 uur

Woensdag

8

8 uur – 16 uur

Donderdag

8

8 uur – 16 uur

Vrijdag

8

8 uur – 16 uur

Berekening van het aantal uren waarin de betrokken werknemer ploegenarbeid en werken in onroerende staat op locatie heeft verricht:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren waarop werknemer X in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie heeft verricht

Week 1

40

24 (2+2+4+8+8)

Week 2

40

15 (0+0+5+5+5)

Week 3

40

12 (0+0+4+4+4)

Week 4

40

16 (8+8+0+0+0)

De 'één derde-norm' voor werknemer X voor de maand februari N is:

(24+15+12+16)/(40+40+40+40) = 67/160 = 0,42.

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever A de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat voor werknemer X in de maand februari N toepassen.

4. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend voor een werknemer die deeltijds tewerkgesteld is?

De 'één derde-norm' wordt berekend rekening houdend met de arbeidsregeling waarin de werknemer tewerkgesteld is.

Onderstaand voorbeeld verduidelijkt de berekening van de 'één derde-norm' in het geval de werknemer deeltijds wordt tewerkgesteld.

Voorbeeld

Werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid.

Werknemer X werkt deeltijds bij werkgever A en zijn werkrooster voor de maand februari van het jaar N ziet er als volgt uit:

Werkdagen

Aantal te presteren uren/werkdag

Uurrooster

Aard stelsel

Maandag

6

9 uur – 15 uur

Geen ploegenarbeid

Dinsdag

6

9 uur – 15 uur

Geen ploegenarbeid

Woensdag

0

-

-

Donderdag

8

6 uur – 14 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

8

6 uur – 14 uur

Ploegenarbeid

Berekening van het aantal uren waarin de betrokken werknemer ploegenarbeid heeft verricht:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren waarop werknemer X ploegenarbeid heeft verricht

Week 1

28

16 (8+8)

Week 2

28

16 (8+8)

Week 3

28

16 (8+8)

Week 4

28

16 (8+8)

De 'één derde-norm' voor werknemer X voor de maand februari N is:

(16+16+16+16)/(28+28+28+28) = 64/112 = 0,57.

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever A de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid voor werknemer X in de maand februari N toepassen.

5. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend indien de werknemer in de loop van de maand in of uit dienst is getreden?

Voor de werknemer die in de loop van de maand in of uit dienst treedt, wordt de 'één derde-norm' berekend rekening houdend met de duur van zijn tewerkstelling binnen die maand. Zo zal bijvoorbeeld voor de werknemer die slechts drie weken van de betrokken maand in dienst was, de 'één derde-norm' worden berekend op de arbeidstijd die geldt voor de betrokken drie weken en niet over de gehele maand.

Onderstaand voorbeeld verduidelijkt de berekening van de 'één derde-norm' in het geval dat de werknemer in dienst treedt in de loop van een maand.

Voorbeeld

Werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid.

Werknemer X treedt in dienst bij werkgever A op maandag 15 februari van het jaar N en werkt voltijds. Zijn werkrooster voor de maand februari N ziet er als volgt uit:

Werkdagen

Aard stelsel

Maandag

Geen ploegenarbeid

Dinsdag

Geen ploegenarbeid

Woensdag

Ploegenarbeid

Donderdag

Ploegenarbeid

Vrijdag

Ploegenarbeid

Berekening van het aantal uren waarin de betrokken werknemer ploegenarbeid heeft verricht:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren waarop werknemer X ploegenarbeid heeft verricht

Week 1

0

-

Week 2

0

-

Week 3

40

24 (8+8+8)

Week 4

40

24 (8+8+8)

De 'één derde-norm' voor werknemer X voor de maand februari N is:

(24+24)/(40+40) = 48/80 = 0,60.

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever A de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid voor werknemer X in de maand februari N toepassen.

6. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend indien de arbeidsregeling van de werknemer in de loop van de maand verandert?

Ook wanneer de werknemer in de loop van de maand van arbeidsregeling verandert, wordt de 'één derde-norm' globaal berekend over de betrokken maand.

Onderstaand voorbeeld verduidelijkt de berekening van de 'één derde-norm' indien de arbeidsregeling van de werknemer in de loop van de maand verandert.

Voorbeeld

Werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat.

Werknemer X werkt van 1 februari tot 14 februari van het jaar N voltijds bij werkgever A en van 15 februari tot 28 februari van het jaar N deeltijds, overeenkomstig volgend werkrooster:

Werkdagen van 1 februari tot 14 februari

Aard stelsel

Maandag

Ploegenarbeid

Dinsdag

Ploegenarbeid

Woensdag

Ploegenarbeid

Donderdag

Ploegenarbeid

Vrijdag

Ploegenarbeid

Werkdagen van 15 februari tot 28 februari

Aard stelsel

Maandag

Geen ploegenarbeid

Dinsdag

Geen ploegenarbeid

Woensdag

Geen ploegenarbeid

Donderdag

Geen ploegenarbeid

Vrijdag

-

Berekening van het aantal uren waarin de betrokken werknemer ploegenarbeid heeft verricht:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren waarop werknemer X ploegenarbeid heeft verricht

Week 1

40

40

Week 2

40

40

Week 3

32

0

Week 4

32

0

De 'één derde-norm' voor werknemer X voor de maand februari N is:

(40+40)/(40+40+32+32) = 80/144 = 0,56.

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever A de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid voor werknemer X in de maand februari N toepassen.

7. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend indien een werknemer in eenzelfde maand zowel ploegenarbeid als nachtarbeid heeft verricht?

Voor de werknemer die in de loop van de maand zowel ploegenarbeid als nachtarbeid heeft verricht, wordt de 'één derde-norm' berekend rekening houdend met zowel de ploegenarbeid als de nachtarbeid die de werknemer gedurende die maand heeft verricht.

Onderstaand voorbeeld verduidelijkt de berekening van de 'één derde-norm' voor een werknemer die zowel ploegen- als nachtarbeid heeft verricht binnen eenzelfde maand.

Voorbeeld

Werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid.

Werknemer X werkt overeenkomstig volgend werkrooster in de maand februari van het jaar N:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Werkdagen

Werkuren

Aard stelsel

Week 1

Maandag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Week 2

Maandag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Woensdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Donderdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Week 3

Maandag

13 uur – 21 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

13 uur – 21 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

13 uur – 21 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

13 uur – 21 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

13 uur – 21 uur

Ploegenarbeid

Week 4

Maandag

21 uur – 5 uur

Nachtarbeid (8 uren)

Dinsdag

21 uur – 5 uur

Nachtarbeid (8 uren)

Woensdag

21 uur – 5 uur

Nachtarbeid (8 uren)

Donderdag

21 uur – 5 uur

Nachtarbeid (8 uren)

Vrijdag

21 uur – 5 uur

Nachtarbeid (8 uren)

De 'één derde-norm' voor werknemer X voor de maand februari N is:

((8 x 5) + (0 x 5) + (8 x 5) + (8 x 5))

((8 x 5) + (8 x 5) + (8 x 5) + (8 x 5))

= 120/160 = 0,75.

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever A de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid voor werknemer X in de maand februari N toepassen.

8. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend indien een werknemer volcontinu arbeid heeft verricht?

De fiscale definitie van een 'onderneming die werkt in een volcontinu arbeidssysteem' beantwoordt aan de fiscale voorwaarden van 'een onderneming waar ploegenarbeid wordt verricht'.

Voor de werknemer die in de loop van de maand zowel ploegen- en/of nachtarbeid, als volcontinu arbeid heeft verricht, wordt bijgevolg de 'één derde-norm' berekend rekening houdend met zowel de ploegen- en/of nachtarbeid, als de volcontinu arbeid die de werknemer gedurende die maand heeft verricht.

Opgelet!

De verhoogde vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor een volcontinu arbeidssysteem mag enkel toegepast worden voor de bedrijfsvoorheffing die verband houdt met de prestaties van ploegen die effectief voldoen aan de voorwaarden inzake een volcontinu arbeidssysteem (11).

(11) Zie FAQ ploegen- en nachtarbeid – Volcontinu arbeidssysteem.

Onderstaand voorbeeld verduidelijkt de berekening van de 'één derde-norm' voor een werknemer die zowel ploegen- en/of nachtarbeid, als volcontinu arbeid heeft verricht binnen eenzelfde maand.

Voorbeeld 1

Afdeling 1 van werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid.

Afdeling 2 van werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor een volcontinu arbeidssysteem.

In afdeling 3 van werkgever A wordt er geen ploegenarbeid verricht.

Werknemer X werkt overeenkomstig volgend werkrooster in de maand februari van het jaar N:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Werkdagen

Werkuren

Aard stelsel

Week 1

Maandag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Week 2

Maandag

13 uur – 21 uur

Volcontinu arbeid

Dinsdag

13 uur – 21 uur

Volcontinu arbeid

Woensdag

13 uur – 21 uur

Volcontinu arbeid

Donderdag

13 uur – 21 uur

Volcontinu arbeid

Vrijdag

13 uur – 21 uur

Volcontinu arbeid

Week 3

Maandag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Woensdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Donderdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Week 4

Maandag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Woensdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Donderdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

De 'één derde-norm' voor werknemer X voor de maand februari N is:

((8 x 5) + (8 x 5) + (0 x 5) + (0 x 5))

((8 x 5) + (8 x 5) + (8 x 5) + (8 x 5))

= 80/160 = 0,50.

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever A de verhoogde vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor volcontinu arbeid toepassen op dat gedeelte van de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de bezoldigingen van werknemer X voor zijn tewerkstelling aan de volcontinu lijn in de maand februari N. Op het gedeelte van de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de overige bezoldigingen van werknemer X in de maand februari N, kan werkgever A de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid toepassen, uiteraard mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden.

Voorbeeld 2

Afdeling 1 van werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor een volcontinu arbeidssysteem.

In afdeling 2 van werkgever A wordt er geen ploegenarbeid verricht.

Werknemer X werkt overeenkomstig volgend werkrooster in de maand februari van het jaar N:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Werkdagen

Werkuren

Aard stelsel

Week 1

Maandag

5 uur – 13 uur

Volcontinu arbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Volcontinu arbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Volcontinu arbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Volcontinu arbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Volcontinu arbeid

Week 2

Maandag

13 uur – 21 uur

Volcontinu arbeid

Dinsdag

13 uur – 21 uur

Volcontinu arbeid

Woensdag

13 uur – 21 uur

Volcontinu arbeid

Donderdag

13 uur – 21 uur

Volcontinu arbeid

Vrijdag

13 uur – 21 uur

Volcontinu arbeid

Week 3

Maandag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Woensdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Donderdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Week 4

Maandag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Woensdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Donderdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

De 'één derde-norm' voor werknemer X voor de maand februari N is:

((8 x 5) + (8 x 5) + (0 x 5) + (0 x 5))

((8 x 5) + (8 x 5) + (8 x 5) + (8 x 5))

= 80/160 = 0,50.

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever A de verhoogde vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor volcontinu arbeid toepassen op dat gedeelte van de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de bezoldigingen van werknemer X voor zijn tewerkstelling aan de volcontinu lijn in de maand februari N. Op het gedeelte van de bedrijfsvoorheffing met betrekking tot de overige bezoldigingen van werknemer X in de maand februari N, kan werkgever A de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid toepassen, uiteraard mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden.

Voorbeeld 3

Afdeling 1 van werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor een volcontinu arbeidssysteem.

In afdeling 2 van werkgever A wordt er geen ploegenarbeid verricht.

Werknemer X werkt overeenkomstig volgend werkrooster in de maand februari van het jaar N:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Werkdagen

Werkuren

Aard stelsel

Week 1

Maandag

5 uur – 13 uur

Volcontinu arbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Volcontinu arbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Volcontinu arbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Volcontinu arbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Volcontinu arbeid

Week 2

Maandag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Woensdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Donderdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Week 3

Maandag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Woensdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Donderdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Week 4

Maandag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Woensdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Donderdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

De 'één derde-norm' voor werknemer X voor de maand februari N is:

((8 x 5) + (0 x 5) + (0 x 5) + (0 x 5))

((8 x 5) + (8 x 5) + (8 x 5) + (8 x 5))

= 40/160 = 0,25.

Werkgever A kan de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid voor werknemer X in de maand februari N niet toepassen. Werkgever A kan ook niet de verhoogde vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor volcontinu arbeid toepassen.

9. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend indien de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van de werknemer geschorst werd?

Bij de berekening van de 'één derde-norm':

- worden naast de effectieve arbeidsprestaties, ook de schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst waarvoor het loon wordt doorbetaald, mee in de teller opgenomen

- worden perioden van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst zonder loon, niet meegerekend in de noemer.

Opgelet! De effectieve arbeidsprestaties en de schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst waarvoor het loon wordt doorbetaald, mogen enkel in de teller worden meegeteld als er in de feiten effectief sprake is van ploegen- of nachtarbeid, dan wel ploegenarbeid en werken in onroerende staat op locatie.

9.1. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid

Indien de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wordt geschorst, wordt de 'één derde-norm' voor de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid als volgt berekend:

[(het aantal uren van effectieve prestaties in ploegen- of nachtarbeid over de betrokken maand) + (het aantal uren waarvoor de uitvoering van de arbeidsovereenkomst werd geschorst en het loon door de werkgever werd doorbetaald en waarop de betrokken werknemer, overeenkomstig zijn arbeidsregeling, zou tewerkgesteld zijn in ploegen- of nachtarbeid, over de betrokken maand (12))]

(de arbeidstijd uitgedrukt in aantal uren van de betrokken maand waarbij perioden van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst zonder loon, niet worden meegerekend)

(12) Het aantal uren waarvoor de uitvoering van de arbeidsovereenkomst werd geschorst en het loon door de werkgever werd doorbetaald en waarop de betrokken werknemer, overeenkomstig zijn arbeidsregeling, zou tewerkgesteld zijn in ploegen- of nachtarbeid, mogen enkel in de teller worden meegeteld als er in de feiten ook effectief sprake is van ploegenarbeid, dan wel nachtarbeid.

9.2. Vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Indien de uitvoering van de arbeidsovereenkomst wordt geschorst, wordt de 'één derde-norm' voor de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat, als volgt berekend:

[(het aantal uren van effectieve prestaties in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie verrichten over de betrokken maand) + (het aantal uren waarvoor de uitvoering van de arbeidsovereenkomst werd geschorst en het loon door de werkgever werd doorbetaald en waarop de betrokken werknemer, overeenkomstig zijn arbeidsregeling, in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie zou verrichten, over de betrokken maand (13))]

(de arbeidstijd uitgedrukt in aantal uren van de betrokken maand waarbij perioden van schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst zonder loon, niet worden meegerekend)

(13) Het aantal uren waarvoor de uitvoering van de arbeidsovereenkomst werd geschorst en het loon door de werkgever werd doorbetaald en waarop de betrokken werknemer, overeenkomstig zijn arbeidsregeling, in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie zou verrichten, mogen enkel in de teller worden meegeteld als er in de feiten ook effectief sprake is van ploegenarbeid en werken in onroerende staat op locatie.

9.3. Schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst

Meer informatie over de schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst vindt u op de website van de FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg (https://werk.belgie.be/nl/themas/arbeidsovereenkomsten/schorsing-van-de-arbeidsovereenkomst).

9.4. Schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst waarvoor het loon wordt doorbetaald

Voor de berekening van de 'één derde-norm' tellen de schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst waarvoor het loon door de werkgever wordt doorbetaald mee in de teller, ongeacht of dit loon geheel of gedeeltelijk wordt doorbetaald.

Zo worden bijvoorbeeld de onderstaande schorsingen van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst beschouwd als een schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst waarvoor het loon – geheel of gedeeltelijk – wordt doorbetaald:

- de periodes van arbeidsongeschiktheid die het gevolg zijn van ziekte of ongeval en waarvoor de werkgever het loon geheel of gedeeltelijk heeft doorbetaald,

- de jaarlijkse vakantie (14),

- klein verlet of kort verzuim (het recht afwezig te zijn van het werk, met behoud van loon, ter gelegenheid van familiegebeurtenissen, voor de vervulling van staatsburgerlijke verplichtingen of van burgerlijke opdrachten en in geval van verschijning voor het gerecht),

- de eerste drie dagen van het vaderschapsverlof,

- … .

(14) Wat de jaarlijkse vakantie van de arbeiders betreft, de periodes waarin de arbeider vakantie neemt en tijdens de welke hij vakantiegeld ontvangt van een vakantiefonds worden beschouwd als een schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst waarvoor het loon wordt doorbetaald.

9.5. Voorbeelden

Onderstaande voorbeelden verduidelijken de berekening van de 'één derde-norm' in het geval de uitvoering van de arbeidsovereenkomst van de werknemer geschorst werd.

Voorbeeld 1

Werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid.

Situatie 1: Het loon werd tijdens de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst door de werkgever doorbetaald.

Werknemer X werkt voltijds bij werkgever A (38u/week) en zijn werkrooster voor de maand februari van het jaar N ziet er als volgt uit:

Werkdag

Aard stelsel

Maandag

Geen nachtarbeid

Dinsdag

Geen nachtarbeid

Woensdag

Nachtarbeid (5 uur)

Donderdag

Nachtarbeid (5 uur)

Vrijdag

Nachtarbeid (5 uur)

Van dinsdag 9 februari tot en met woensdag 17 februari N werd de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geschorst en werkgever A heeft op deze dagen het loon doorbetaald.

Berekening van het aantal uren waarin de betrokken werknemer nachtarbeid heeft verricht:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren per week waarop de werknemer nachtarbeid heeft verricht

Aantal uren waarop de uitvoering van de arbeidsovereenkomst werd geschorst en het loon werd doorbetaald en waarop werknemer X, overeenkomstig zijn arbeidsregeling:

Zou tewerk-gesteld zijn in nacht-arbeid

Niet zou tewerk-gesteld zijn in nacht-arbeid

Week 1

Maandag 1 tot vrijdag 5 februari

38

15 (5+5+5)

-

-

Week 2

Maandag 8 tot vrijdag 12 februari

7,6

0

15 (5+5+5)

15,4

Week 3

Maandag 15 tot vrijdag 19 februari

15,2

10 (5+5)

5

17,8

Week 4

Maandag 22 tot vrijdag 26 februari

38

15 (5+5+5)

-

-

De 'één derde-norm' voor werknemer X voor de maand februari N is:

((15+0+10+15)+(15+5))/(38x4) = 60/152 = 0,39.

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever A de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid voor de betrokken werknemer in de maand februari N toepassen.

Situatie 2: Het loon werd tijdens de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst niet doorbetaald door de werkgever.

Werknemer X werkt voltijds bij werkgever A en zijn werkrooster voor de maand februari van het jaar N ziet er als volgt uit:

Werkdag

Aard stelsel

Maandag

Geen nachtarbeid

Dinsdag

Geen nachtarbeid

Woensdag

Nachtarbeid (5 uur)

Donderdag

Nachtarbeid (5 uur)

Vrijdag

Nachtarbeid (5 uur)

Van dinsdag 9 februari tot en met woensdag 17 februari N werd de uitvoering van de arbeidsovereenkomst geschorst en werkgever A heeft op deze dagen het loon niet doorbetaald.

Berekening van het aantal uren waarin de betrokken werknemer nachtarbeid heeft verricht:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren per week waarop de werknemer nachtarbeid heeft verricht

Aantal uren waarop de uitvoering van de arbeidsovereenkomst werd geschorst en het loon niet werd doorbetaald

Week 1

Maandag 1 tot vrijdag 5 februari

38

15 (5+5+5)

-

Week 2

Maandag 8 tot vrijdag 12 februari

7,6

0

30,4

Week 3

Maandag 15 tot vrijdag 19 februari

15,2

10 (5+5)

22,8

Week 4

Maandag 22 tot vrijdag 26 februari

38

15 (5+5+5)

-

De 'één derde-norm' voor werknemer X voor de maand februari N is:

(15+0+10+15)/((38x4)-(30,4+22,8)) = 40/98,8 = 0,40.

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever A de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid voor werknemer X in de maand februari N toepassen.

Voorbeeld 2

Werkgever Z stelt twee werknemers A en B tewerk. Deze twee werknemers vormen een ploeg, en verrichten werken in onroerende staat op locatie. Werkgever Z voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat.

Beide werknemers werken voltijds (40u/week) maar de arbeidsovereenkomst van werknemer B werd in de eerste drie weken van februari van het jaar N geschorst.

Situatie 1: Het loon werd tijdens de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst door de werkgever doorbetaald.

Aangezien in de eerste drie weken van februari er in de feiten geen sprake is van een ploeg in de zin van artikel 275^5, § 5, WIB 92, kan in deze periode ook geen sprake zijn van ploegenarbeid en werken in onroerende staat.

Berekening van het aantal uren waarin werknemer A in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie heeft verricht:

Werknemer A

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren per week waarop in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie werden verricht

Week 1

40

0 (15)

Week 2

40

0 (15)

Week 3

40

0 (15)

Week 4

40

40

(15) Geen ploeg in de zin van artikel 275^5, § 5, WIB 92.

De 'één derde-norm' voor werknemer A voor de maand februari N is:

(0+0+0+40)/(40x4) = 40/160 = 0,25.

Werkgever Z kan de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat voor werknemer A in de maand februari N niet toepassen.

Berekening van het aantal uren waarin werknemer B in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie heeft verricht:

Werknemer B

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren per week waarop in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie werden verricht

Aantal uren waarop de uitvoering van de arbeidsovereenkomst werd geschorst en het loon werd doorbetaald, en waarop werknemer B in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie zou verrichten, op voorwaarde dat er dan in de feiten effectief sprake zou zijn van in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie verrichten

Week 1

0

0

0 (16)

Week 2

0

0

0 (16)

Week 3

0

0

0 (16)

Week 4

40

40

-

(16) Geen ploeg in de zin van artikel 275^5, § 5, WIB 92.

De 'één derde-norm' voor werknemer B voor de maand februari N is:

(0+0+0+40)/(40+40+40+40) = 0,25.

Werkgever Z kan de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat voor werknemer B in de maand februari N niet toepassen.

Situatie 2: Het loon werd tijdens de schorsing van de uitvoering van de arbeidsovereenkomst door de werkgever niet doorbetaald.

Aangezien in de eerste drie weken van februari er in de feiten geen sprake is van een ploeg in de zin van artikel 275^5, § 5, WIB 92, kan in deze periode ook geen sprake zijn van ploegenarbeid en werken in onroerende staat.

Berekening van het aantal uren waarin werknemer A in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie heeft verricht:

Werknemer A

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren per week waarop in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie werden verricht

Week 1

40

0 (17)

Week 2

40

0 (17)

Week 3

40

0 (17)

Week 4

40

40

(17) Geen ploeg in de zin van artikel 275^5, § 5, WIB 92.

De 'één derde-norm' voor werknemer A voor de maand februari N is:

(0+0+0+40)/(40x4) = 40/160 = 0,25.

Werkgever Z kan de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat voor werknemer A in de maand februari N niet toepassen.

Berekening van het aantal uren waarin werknemer B in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie heeft verricht:

Werknemer B

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren per week waarop in ploegen- arbeid werken in onroerende staat op locatie werden verricht

Aantal uren waarop de uitvoering van de arbeidsovereenkomst werd geschorst en het loon niet werd doorbetaald

Week 1

0

0

40

Week 2

0

0

40

Week 3

0

0

40

Week 4

40

40

-

De 'één derde-norm' voor werknemer B voor de maand februari N is:

(0+0+0+40)/((40+40+40+40)-(40+40+40)) = 40/40 = 1.

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever Z de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat voor werknemer B in de maand februari N toepassen.

10. Hoe berekent de onderneming erkend voor uitzendarbeid de 'één derde-norm' voor haar werknemer/uitzendkracht?

Inzake uitzendarbeid geldt het volgende:

- Voor de toepassing van de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid' in hoofde van een bepaalde uitzendkracht, wordt de onderneming erkend voor uitzendarbeid enkel gelijkgesteld met een 'onderneming waarin ploegen- of nachtarbeid wordt verricht', voor de periode waarin zij deze uitzendkracht ter beschikking stelt van deze onderneming.

- Voor de toepassing van de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat' in hoofde van een bepaalde uitzendkracht, wordt de onderneming erkend voor uitzendarbeid enkel gelijkgesteld met een 'onderneming waar ploegenarbeid en werken in onroerende staat wordt verricht', voor de periode waarin zij deze uitzendkracht ter beschikking stelt van deze onderneming.

Dit betekent dat de 'één-derde norm' in hoofde van een uitzendkracht voor iedere onderneming waaraan deze uitzendkracht ter beschikking wordt gesteld binnen een bepaalde maand, berekend moet worden.

De toepassing van de 'één derde-norm' in hoofde van de betrokken uitzendkracht leidt dus bij het uitzendkantoor tot hetzelfde resultaat als de toepassing in hoofde van een werknemer die door de onderneming zelf in identieke omstandigheden (dezelfde periode, en dezelfde tewerkstelling in ploegen) zou zijn tewerkgesteld.

Onderstaand voorbeeld verduidelijkt de berekening van de 'één derde-norm' voor een uitzendkracht die ter beschikking werd gesteld aan verschillende ondernemingen binnen eenzelfde maand.

Voorbeeld 1

De uitzendkrachten X en Y worden in de maand februari van het jaar N ter beschikking gesteld van de ondernemingen A, B en C:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Terbeschikking-stelling

Werkdagen

Werkuren

Aard stelsel

Week 1

Onderneming A

Maandag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Week 2

Onderneming A

Maandag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Woensdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Donderdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegenarbeid

Week 3

Onderneming B

Maandag

21 uur – 5 uur

Nachtarbeid

Dinsdag

21 uur – 5 uur

Nachtarbeid

Woensdag

21 uur – 5 uur

Nachtarbeid

Donderdag

21 uur – 5 uur

Nachtarbeid

Vrijdag

21 uur – 5 uur

Nachtarbeid

Week 4

Onderneming C

Maandag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Woensdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Donderdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Terbeschikkingstelling aan onderneming A

Het uitzendkantoor berekent de 'één derde-norm' voor de uitzendkrachten X en Y voor de eerste en tweede week van de maand februari N waarin deze tewerkgesteld waren bij onderneming A. Onderneming A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid:

((5 x 8) + (0 x 8)) / ((5 x 8) + (5 x 8)) = 0,50.

Aangezien voldaan is aan de 'één derde-norm' en mits naleving van de andere voorwaarden, komen de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen (18) betaald of toegekend voor de tewerkstelling bij onderneming A, in aanmerking voor de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid'.

(18) Zie circulaire 2019/C/42 d.d. 27.05.2019, FAQ 15.

Terbeschikkingstelling aan onderneming B

Het uitzendkantoor berekent de 'één derde-norm' voor de uitzendkrachten X en Y voor de derde week waarin deze tewerkgesteld waren bij onderneming B. Onderneming B voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid:

(5 x 8) / (5 x 8) = 1.

Aangezien voldaan is aan de 'één derde-norm' en mits naleving van de andere voorwaarden, komen de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen (19) betaald of toegekend voor de tewerkstelling bij onderneming B, in aanmerking voor de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid'.

(19) Zie circulaire 2019/C/42 d.d. 27.05.2019, FAQ 15.

Terbeschikkingstelling aan onderneming C

De bezoldigingen die voor de vierde week werden uitbetaald aan de uitzendkrachten X en Y voor hun tewerkstelling bij onderneming C die niet voldoet aan de fiscale definitie van een 'onderneming waar ploegen- of nachtarbeid wordt verricht', komen niet in aanmerking voor deze steunmaatregel.

Opgelet!

Voor de toepassing van deze steunmaatregelen gebeurt de berekening van de van doorstorting vrijgestelde bedrijfsvoorheffing op het niveau van de groep van werknemers (20).

(20) Zie circulaire 2019/C/42 d.d. 27.05.2019, FAQ 16a.

Dit betekent voor een uitzendbureau dat de van doorstorting vrijgestelde bedrijfsvoorheffing berekend wordt op de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van al haar uitzendkrachten tezamen die in ploegen bij een welbepaalde gebruiker hebben gewerkt of die nachtarbeid bij die welbepaalde gebruiker hebben verricht, en die voldoen aan de overige voorwaarden, met dien verstande dat de belastbare bezoldigingen die door het uitzendkantoor aan hun uitzendkrachten worden betaald of toegekend voor prestaties in ondernemingen waar geen ploegen- of nachtarbeid wordt verricht, niet in aanmerking komen. Hetzelfde geldt voor de steunmaatregelen 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat' en 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor volcontinu arbeidssysteem' (21).

(21) FAQ Nacht- en ploegenarbeid – Volcontinu arbeidssysteem.

Concreet vormt het uitzendkantoor dus per maand en per gebruiker drie aparte groepen:

- de bezoldigingen betaald of toegekend aan uitzendkrachten die ploegen- of nachtarbeid hebben verricht overeenkomstig de bepalingen van artikel 275^5, §§ 1 en 2, WIB 92,

- de bezoldigingen betaald of toegekend aan uitzendkrachten die in een volcontinu arbeidssysteem hebben gewerkt overeenkomstig de bepalingen van artikel 275^5, § 3, WIB 92,

- de bezoldigingen betaald of toegekend aan uitzendkrachten die werken in onroerende staat in ploegenarbeid hebben verricht overeenkomstig de bepalingen van artikel 275^5, § 5, WIB 92.

Toegepast op het voorbeeld is het totale bedrag van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid waarop het uitzendkantoor aanspraak kan maken voor de betrokken maand gelijk aan de som van:

- 22,8 % van het totaal van de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y betaald of toegekend voor hun tewerkstelling in onderneming A, met dien verstande dat dit van doorstorting vrijgestelde bedrag eventueel beperkt moet worden tot de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y betaald of toegekend voor hun tewerkstelling in onderneming A

- 22,8 % van het totaal van de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y betaald of toegekend voor hun tewerkstelling in onderneming B, met dien verstande dat dit van doorstorting vrijgestelde bedrag eventueel beperkt moet worden tot de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y betaald of toegekend voor hun tewerkstelling in onderneming B.

De bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y in onderneming C komen niet in aanmerking voor de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid'.

Voorbeeld 2

De uitzendkrachten X en Y worden in de maand februari van het jaar N ter beschikking gesteld van de ondernemingen A, B, C en D:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Terbeschikking-stelling

Werkdagen

Werkuren

Aard stelsel

Week 1

Onderneming A

Maandag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Week 2

Onderneming B

Maandag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Woensdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Donderdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Week 3

Onderneming C

Maandag

5 uur – 13 uur

Volcontinu arbeidssysteem

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Volcontinu arbeidssysteem

Woensdag

5 uur – 13 uur

Volcontinu arbeidssysteem

Donderdag

5 uur – 13 uur

Volcontinu arbeidssysteem

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Volcontinu arbeidssysteem

Week 4

Onderneming D

Maandag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Woensdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Donderdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Terbeschikkingstelling aan onderneming A

Het uitzendkantoor berekent de 'één derde-norm' voor de uitzendkrachten X en Y voor de eerste week van de maand februari N waarin deze tewerkgesteld waren bij onderneming A. Onderneming A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid:

(5 x 8) / (5 x 8) = 1,00.

Aangezien voldaan is aan de 'één derde-norm' en mits naleving van de andere voorwaarden, komen de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen (22) betaald of toegekend voor de tewerkstelling bij onderneming A, in aanmerking voor de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid'.

(22) Zie circulaire 2019/C/42 d.d. 27.05.2019, FAQ 15.

Terbeschikkingstelling aan onderneming B

Het uitzendkantoor berekent de 'één derde-norm' voor de uitzendkrachten X en Y voor de tweede week waarin deze tewerkgesteld waren bij onderneming B. Onderneming B voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat:

(5 x 8) / (5 x 8) = 1,00.

Aangezien voldaan is aan de 'één derde-norm' en mits naleving van de andere voorwaarden, komen de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen (23) betaald of toegekend voor de tewerkstelling bij onderneming B, in aanmerking voor de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat'.

(23) Zie circulaire 2020/C/38 d.d. 02.03.2020, FAQ 18.

Terbeschikkingstelling aan onderneming C

Het uitzendkantoor berekent de 'één derde-norm' voor de uitzendkrachten X en Y voor de derde week van de maand februari N waarin deze tewerkgesteld waren bij onderneming C. Onderneming C voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor volcontinu arbeidssysteem:

(5 x 8) / (5 x 8) = 1,00.

Aangezien voldaan is aan de 'één derde-norm' en mits naleving van de andere voorwaarden, komen de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen betaald of toegekend voor de tewerkstelling bij onderneming C, in aanmerking voor de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor volcontinu arbeidssysteem'.

Terbeschikkingstelling aan onderneming D

De bezoldigingen die voor de vierde week werden uitbetaald aan de uitzendkrachten X en Y voor hun tewerkstelling bij onderneming D die niet voldoet aan de fiscale definitie van een 'onderneming waar ploegen- of nachtarbeid wordt verricht' of van een 'onderneming waar ploegenarbeid en werken in onroerende staat wordt verricht', komen niet in aanmerking voor deze steunmaatregel.

Het totale bedrag van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing waarop het uitzendkantoor aanspraak kan maken voor de betrokken maand, is gelijk aan de som van:

- 22,8 % van het totaal van de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y betaald of toegekend voor hun tewerkstelling in onderneming A, met dien verstande dat dit van doorstorting vrijgestelde bedrag eventueel beperkt moet worden tot de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y betaald of toegekend voor hun tewerkstelling in onderneming A

- 18 % van het totaal van de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y betaald of toegekend voor hun tewerkstelling in onderneming B, met dien verstande dat dit van doorstorting vrijgestelde bedrag eventueel beperkt moet worden tot de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y betaald of toegekend voor hun tewerkstelling in onderneming B

- 25 % van het totaal van de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y betaald of toegekend voor hun tewerkstelling in onderneming C, met dien verstande dat dit van doorstorting vrijgestelde bedrag eventueel beperkt moet worden tot de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y betaald of toegekend voor hun tewerkstelling in onderneming C.

De bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y in onderneming D komen niet in aanmerking voor de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing'.

Voorbeeld 3

De uitzendkrachten X en Y worden in de maand februari van het jaar N ter beschikking gesteld van onderneming A waarin ze in verschillende afdelingen worden tewerkgesteld:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Terbeschikking-stelling

Werkdagen

Werkuren

Aard stelsel

Week 1

Onderneming A

Afdeling 1

Maandag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Week 2

Onderneming A

Afdeling 2

Maandag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Woensdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Donderdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Week 3

Onderneming A

Afdeling 3

Maandag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Woensdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Donderdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Week 4

Onderneming A

Afdeling 3

Maandag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Woensdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Donderdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Geen ploegen- en nachtarbeid

Terbeschikkingstelling aan onderneming A

Het uitzendkantoor berekent de 'één derde-norm' voor de uitzendkrachten X en Y voor de vier weken van de maand februari N waarin deze tewerkgesteld waren bij onderneming A.

De 'één derde-norm' voor de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid is:

((5 x 8) + (0 x 8) + (0 x 8) + (0 x 8)) / ((5 x 8) + (5 x 8) + (5 x 8) + (5 x 8)) = 0,25.

De 'één derde-norm' voor de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat is:

((0 x 8) + (5 x 8) + (0 x 8) + (0 x 8)) / ((5 x 8) + (5 x 8) + (5 x 8) + (5 x 8)) = 0,25.

De bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y voor hun tewerkstelling in onderneming A komen noch in aanmerking voor de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid', noch voor de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat'.

Voorbeeld 4

De uitzendkrachten X en Y worden in de maand februari van het jaar N ter beschikking gesteld van onderneming A waarin ze in verschillende afdelingen worden tewerkgesteld:

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Terbeschikking-stelling

Werkdagen

Werkuren

Aard stelsel

Week 1

Onderneming A

Afdeling 1

Maandag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Week 2

Onderneming A

Afdeling 2

Maandag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Woensdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Donderdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Week 3

Onderneming A

Afdeling 1

Maandag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Week 4

Onderneming A

Afdeling 2

Maandag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Dinsdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Woensdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Donderdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Vrijdag

8 uur – 16 uur

Ploegenarbeid en werken in onroerende staat

Terbeschikkingstelling aan onderneming A

Het uitzendkantoor berekent de 'één derde-norm' voor de uitzendkrachten X en Y voor de vier weken van de maand februari N waarin deze tewerkgesteld waren bij onderneming A.

De 'één derde-norm' voor de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid is:

((5 x 8) + (0 x 8) + (5 x 8) + (0 x 8)) / ((5 x 8) + (5 x 8) + (5 x 8) + (5 x 8)) = 0,50.

De 'één derde-norm' voor de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat is:

((0 x 8) + (5 x 8) + (0 x 8) + (5 x 8)) / ((5 x 8) + (5 x 8) + (5 x 8) + (5 x 8)) = 0,50.

Het uitzendbureau moet een keuze maken: ofwel past het uitzendbureau de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid' toe, ofwel past het de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat' toe op de bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y voor hun tewerkstelling in onderneming A (24).

(24) Zie circulaire 2020/C/38 d.d. 02.03.2020, FAQ 15.

In de veronderstelling dat het uitzendbureau kiest voor de toepassing van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid is het totale bedrag van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing waarop het uitzendkantoor aanspraak kan maken voor de betrokken maand, gelijk aan 22,8 % van het totaal van de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen (25) van de uitzendkrachten X en Y betaald of toegekend voor hun tewerkstelling in onderneming A, met dien verstande dat dit van doorstorting vrijgestelde bedrag eventueel beperkt moet worden tot de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y betaald of toegekend voor hun tewerkstelling in onderneming A.

(25) Zie circulaire 2019/C/42 d.d. 27.05.2019, FAQ 15.

Voorbeeld 5

De uitzendkrachten X en Y worden in de maand februari van het jaar N ter beschikking gesteld van de ondernemingen A en B:

Uitzendkracht X

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Terbeschikking-stelling

Werkdagen

Werkuren

Aard stelsel

Week 1

Onderneming A

Maandag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Week 2

Onderneming A

Maandag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Week 3

Onderneming B

Maandag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Week 4

Onderneming B

Maandag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Terbeschikkingstelling aan onderneming A

Het uitzendkantoor berekent de 'één derde-norm' voor de uitzendkracht X voor de eerste en tweede week van de maand februari N waarin deze tewerkgesteld was bij onderneming A. Onderneming A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid:

((5 x 8) + (5 x 8)) / ((5 x 8) + (5 x 8)) = 1,00.

Aangezien voldaan is aan de 'één derde-norm' en mits naleving van de andere voorwaarden, komen de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen (26) betaald of toegekend voor de tewerkstelling bij onderneming A, in aanmerking voor de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegen- en nachtarbeid'.

(26) Zie circulaire 2019/C/42 d.d. 27.05.2019, FAQ 15.

Terbeschikkingstelling aan onderneming B

Het uitzendkantoor berekent de 'één derde-norm' voor de uitzendkracht X voor de derde en vierde week waarin deze tewerkgesteld was bij onderneming B. Onderneming B voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid:

((5 x 8) + (5 x 8)) / ((5 x 8) + (5 x 8)) = 1,00.

Aangezien voldaan is aan de 'één derde-norm' en mits naleving van de andere voorwaarden, komen de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen (27) betaald of toegekend voor de tewerkstelling bij onderneming B, in aanmerking voor de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid'.

(27) Zie circulaire 2020/C/38 d.d. 02.03.2020, FAQ 18.

Uitzendkracht Y

Februari N (deze maand telt 4 volledige weken en de eerste werkdag start op maandag 1 februari)

Terbeschikking-stelling

Werkdagen

Werkuren

Aard stelsel

Week 1

Onderneming B

Maandag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Week 2

Onderneming B

Maandag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Week 3

Onderneming B

Maandag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Week 4

Onderneming B

Maandag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Dinsdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Woensdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Donderdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Vrijdag

5 uur – 13 uur

Ploegenarbeid

Terbeschikkingstelling aan onderneming B

Het uitzendkantoor berekent de 'één derde-norm' voor de uitzendkracht Y voor de eerste, tweede, derde en vierde week waarin deze tewerkgesteld was bij onderneming B. Onderneming B voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid:

((5 x 8) + (5 x 8) + (5 x 8) + (5 x 8)) / ((5 x 8) + (5 x 8) + (5 x 8) + (5 x 8)) = 1,00.

Aangezien voldaan is aan de 'één derde-norm' en mits naleving van de andere voorwaarden, komen de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen (28) betaald of toegekend voor de tewerkstelling bij onderneming B, in aanmerking voor de steunmaatregel 'vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid'.

(28) Zie circulaire 2020/C/38 d.d. 02.03.2020, FAQ 18.

Het totale bedrag van de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing waarop het uitzendkantoor aanspraak kan maken voor de betrokken maand, is gelijk aan de som van:

- 22,8 % van het totaal van de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van de uitzendkracht X betaald of toegekend voor zijn tewerkstelling in onderneming A, met dien verstande dat dit van doorstorting vrijgestelde bedrag eventueel beperkt moet worden tot de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van uitzendkracht X betaald of toegekend voor zijn tewerkstelling in onderneming A

- 22,8 % van het totaal van de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y betaald of toegekend voor hun tewerkstelling in onderneming B, met dien verstande dat dit van doorstorting vrijgestelde bedrag eventueel beperkt moet worden tot de bedrijfsvoorheffing die verschuldigd is op de belastbare en in aanmerking komende bezoldigingen van de uitzendkrachten X en Y betaald of toegekend voor hun tewerkstelling in onderneming B.

11. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend indien er overuren worden gepresteerd?

De overuren tellen mee zowel in de teller als de noemer voor de berekening van de 'één derde-norm' in de maand waarin ze effectief worden gepresteerd, ongeacht of deze achteraf gerecupereerd worden of niet.

De overuren tellen niet mee in de maand waarin deze gerecupereerd worden voor de berekening van de 'één derde-norm', noch in de teller, noch in de noemer.

Dit principe geldt ook voor andere, soortgelijke uren zoals bv. meer uren.

Onderstaande voorbeelden verduidelijken de berekening van de 'één derde-norm' in het geval er overuren worden gepresteerd.

Voorbeeld 1 – Overuren gepresteerd tijdens de nachtarbeid en die gerecupereerd worden

Werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid.

Werknemer X werkt voltijds (38 uur per week) bij werkgever A en verricht nachtarbeid op woensdag, donderdag en vrijdag (telkens 6 uur). In februari van het jaar N presteert hij iedere week op donderdag en vrijdag één overuur tijdens de nachtarbeid. Hij recupereert deze overuren op een later tijdstip, met name de daaropvolgende maand.

Eerste maand (waarin de overuren effectief worden gepresteerd):

Maand februari N

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren per week waarop werknemer X nachtarbeid heeft verricht

Week 1

Maandag 1 tot vrijdag 5 februari

40 (38+2)

20 (6+7+7)

Week 2

Maandag 8 tot vrijdag 12 februari

40 (38+2)

20 (6+7+7)

Week 3

Maandag 15 tot vrijdag 19 februari

40 (38+2)

20 (6+7+7)

Week 4

Maandag 22 tot vrijdag 26 februari

40 (38+2)

20 (6+7+7)

De 'één derde-norm' is voor werknemer X voor de maand februari N:

(20+20+20+20)/(40+40+40+40) = 80/160 = 0,50.

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever A de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid voor werknemer X in de maand februari N toepassen.

De overuren tellen dus mee zowel in de teller als de noemer voor de berekening van de 'één derde-norm' in de maand waarin ze effectief worden gepresteerd.

Tweede maand (de werknemer recupereert iedere week op donderdag en vrijdag één overuur):

Maand maart N

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren per week waarop werknemer X nachtarbeid heeft verricht

Week 1

Maandag 1 tot vrijdag 5 maart

36

16 (6+5+5)

Week 2

Maandag 8 tot vrijdag 12 maart

36

16 (6+5+5)

Week 3

Maandag 15 tot vrijdag 19 maart

36

16 (6+5+5)

Week 4

Maandag 22 tot vrijdag 26 maart

36

16 (6+5+5)

Week 5

Maandag 29 tot woensdag 31 maart

22,8

6 (6)

De 'één derde-norm' is voor werknemer X voor de maand maart N:

(16+16+16+16+6)/(36+36+36+36+22,8) = 70/166,8 = 0,42.

De in deze maand gerecupereerde overuren tellen hierbij niet mee voor de berekening van de 'één derde-norm' (noch in de teller, noch in de noemer).

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever A de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid voor werknemer X in de maand maart N toepassen.

Voorbeeld 2 – Overuren gepresteerd tijdens de nachtarbeid en die gerecupereerd worden

Werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid.

Werknemer X werkt voltijds (38 uur per week) bij werkgever A en verricht nachtarbeid op woensdag, donderdag en vrijdag (telkens 6 uur, van 20u tot 2u). In februari van het jaar N presteert hij iedere week op donderdag en vrijdag één overuur tijdens de nachtarbeid. Hij recupereert deze overuren op een later tijdstip, met name de daaropvolgende maand.

Eerste maand (waarin de overuren effectief worden gepresteerd):

Maand februari 2021

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren per week waarop werknemer X nachtarbeid heeft verricht

Week 1

Maandag 1 tot vrijdag 5 februari

40 (38+2)

20 (6+7+7)

Week 2

Maandag 8 tot vrijdag 12 februari

40 (38+2)

20 (6+7+7)

Week 3

Maandag 15 tot vrijdag 19 februari

40 (38+2)

20 (6+7+7)

Week 4

Maandag 22 tot vrijdag 26 februari

40 (38+2)

20 (6+7+7)

De 'één derde-norm' is voor werknemer X voor de maand februari N:

(20+20+20+20)/(40+40+40+40) = 80/160 = 0,50.

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever A de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid voor werknemer X in de maand februari N toepassen.

De overuren tellen dus mee zowel in de teller als de noemer voor de berekening van de 'één derde-norm' in de maand waarin ze effectief worden gepresteerd.

Tweede maand (de werknemer recupereert 10 overuren van de vorige maanden op donderdag 4 maart (=2,4 overuren) en vrijdag 5 maart N (=7,6 overuren)).

Maand maart N

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren per week waarop werknemer X nachtarbeid heeft verricht

Week 1

Maandag 1 tot vrijdag 5 maart

28

6 (6+0(29)+0)

Week 2

Maandag 8 tot vrijdag 12 maart

38

18 (6+6+6)

Week 3

Maandag 15 tot vrijdag 19 maart

38

18 (6+6+6)

Week 4

Maandag 22 tot vrijdag 26 maart

38

18 (6+6+6)

Week 5

Maandag 29 tot woensdag 31 maart

22,8

6 (6)

(29) Door de opname van overuren is niet meer voldaan aan de fiscale definitie van nachtarbeid:

- op donderdag stopt werknemer X vroeger met werken omdat hij 2,4 overuren opneemt. Werknemer X heeft dus op donderdag geen nachtarbeid verricht overeenkomstig de fiscale definitie ervan omdat hij voor 24u stopt met werken.

- op vrijdag werkt werknemer X niet omdat hij 7,6 overuren opneemt.

De 'één derde-norm' is voor werknemer X voor de maand maart N:

(6+18+18+18+6)/(28+38+38+38+22,8) = 66/164,8 = 0,40.

De in deze maand gerecupereerde overuren tellen hierbij niet mee voor de berekening van de 'één derde-norm' (noch in de teller, noch in de noemer).

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever A de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid voor werknemer X in de maand maart N toepassen.

Voorbeeld 3 – Overuren gepresteerd tijdens de nachtarbeid en die niet gerecupereerd worden

In dit voorbeeld presteert de werknemer overuren tijdens de nachtarbeid, en worden deze uren gepresteerd zonder recuperatie.

Werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid.

Werknemer X werkt voltijds (38 uur per week) bij werkgever A en verricht nachtarbeid op donderdag en vrijdag (telkens 6 uur). In februari N presteert hij iedere week op donderdag en vrijdag één overuur tijdens de nachtarbeid. Deze overuren worden niet gerecupereerd op een later tijdstip.

Eerste maand (waarin de overuren effectief worden gepresteerd):

Maand februari N

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren per week waarop werknemer X nachtarbeid heeft verricht

Week 1

Maandag 1 tot vrijdag 5 februari

40 (38+2)

14 (7+7)

Week 2

Maandag 8 tot vrijdag 12 februari

40 (38+2)

14 (7+7)

Week 3

Maandag 15 tot vrijdag 19 februari

40 (38+2)

14 (7+7)

Week 4

Maandag 22 tot vrijdag 26 februari

40 (38+2)

14 (7+7)

De 'één derde-norm' is voor werknemer X voor de maand februari N:

(14+14+14+14)/(40+40+40+40) = 56/160 = 0,35.

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan werkgever A de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor nachtarbeid voor werknemer X in de maand februari N toepassen.

De overuren tellen dus mee zowel in de teller als de noemer voor de berekening van de 'één derde-norm' in de maand waarin ze effectief worden gepresteerd.

Tweede maand (de werknemer presteert geen overuren en neemt ook geen overuren op).

Maand maart N

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren per week waarop werknemer X nachtarbeid heeft verricht

Week 1

Maandag 1 tot vrijdag 5 maart

38

12 (6+6)

Week 2

Maandag 8 tot vrijdag 12 maart

38

12 (6+6)

Week 3

Maandag 15 tot vrijdag 19 maart

38

12 (6+6)

Week 4

Maandag 22 tot vrijdag 26 maart

38

12 (6+6)

Week 5

Maandag 29 tot woensdag 31 maart

22,8

0

De 'één derde-norm' is voor werknemer X voor de maand maart N:

(12+12+12+12+0)/(38+38+38+38+22,8) = 48/174,8 = 0,27.

Werkgever A kan de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat voor werknemer X in de maand maart N niet toepassen.

12. Hoe wordt de 'één derde-norm' berekend indien er een ADV-dag (arbeidsduurvermindering) wordt opgenomen?

De inhaalrustdagen toegekend aan werknemers als vermindering van de arbeidsduur (de zogenaamde ADV-dagen), tellen niet mee voor de berekening van de 'één derde-norm' (noch in de teller, noch in de noemer).

Onderstaand voorbeeld verduidelijkt de berekening van de 'één derde-norm' in het geval er ADV-dagen worden opgenomen.

Voorbeeld

Werkgever A voldoet aan alle voorwaarden om aanspraak te kunnen maken op de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat.

Werknemer X werkt voltijds (40 uur per week) in de bouwsector. Zijn werkschema voor de maand april N ziet er als volgt uit:

- op donderdag 1 en vrijdag 2 april verricht de werknemer ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie,

- maandag 5 april is een feestdag (Paasmaandag),

- dinsdag 6 april tot vrijdag 9 april zijn ADV-dagen, hij hoeft dan niet te werken,

- van maandag 12 tot vrijdag 16 april werkt hij in het atelier van zijn werkgever, hij verricht dan geen werken in onroerende staat in ploegenarbeid op locatie,

- van maandag 19 tot vrijdag 23 april werkt hij in het atelier van zijn werkgever, hij verricht dan geen werken in onroerende staat in ploegenarbeid op locatie,

- van maandag 26 tot vrijdag 30 april verricht hij werken in onroerende staat in ploegenarbeid op locatie.

Schematisch geeft het voorgaande:

Maand april N

Aantal gewerkte uren

Aantal gewerkte uren per week waarop werknemer X in ploegenarbeid werken in onroerende staat op locatie heeft verricht

Week 1

Donderdag 1 tot vrijdag 2 april

16

16 (8+8)

Week 2

Maandag 5 tot vrijdag 9 april

0

0

Week 3

Maandag 12 tot vrijdag 16 april

40

0

Week 4

Maandag 19 tot vrijdag 23 april

40

0

Week 5

Maandag 26 tot vrijdag 30 april

40

40

De 'één derde-norm' is voor werknemer X voor de maand april N:

(16+0+0+0+40)/(16+0+40+40+40) = 56/136 = 0,41.

Mits naleving van alle andere wettelijke voorwaarden, kan de werkgever de vrijstelling van doorstorting van de bedrijfsvoorheffing voor ploegenarbeid en werken in onroerende staat voor werknemer X in de maand april N toepassen.

Interne ref.: 635.401/3