Circulaire AAFisc Nr. 39/2014 (nr. Ci.RH.241/633.255) van 13.10.2014

Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst PB
Inkomstenbelasting

Inkomstenbelasting
Bijdragen van accountants en belastingconsulenten
Aftrekbare beroepskosten
Terugbetaling van kosten eigen aan de werkgever

Commentaar betreffende het fiscaal statuut van de jaarlijkse bijdragen betaald door accountants en belastingconsulenten aan het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten.

A. INLEIDING

1. Overeenkomstig artikel 50 van de Wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen, moet de betrokkene om erkend te worden en te blijven als boekhouder of als boekhouder-fiscalist, "een bijdrage betalen waarvan het bedrag jaarlijks wordt vastgesteld door de Nationale Raad van het Beroepsinstituut binnen de perken en overeenkomstig de modaliteiten voorzien bij het huishoudelijk reglement van het Instituut".

2. Deze circulaire bespreekt het fiscaal statuut van dergelijke bijdragen.

B. AFTREKBAARHEID VAN DE BIJDRAGE VOOR ACCOUNTANTS EN BELASTINGCONSULENTEN

3. Artikel 49 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 92) bepaalt: "Als beroepskosten zijn aftrekbaar de kosten die de belastingplichtige in het belastbaar tijdperk heeft gedaan of gedragen om de belastbare inkomsten te verkrijgen of te behouden en waarvan hij de echtheid en het bedrag verantwoordt door middel van bewijsstukken of, ingeval zulks niet mogelijk is, door alle andere door het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen, met uitzondering van de eed. Als in het belastbare tijdperk gedaan of gedragen worden beschouwd, de kosten die in dat tijdperk werkelijk zijn betaald of gedragen of het karakter van zekere en vaststaande schulden of verliezen hebben verkregen en als zodanig zijn geboekt".

4. De jaarlijkse bijdragen die aan het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten worden gestort door accountants en belastingconsulenten die hun activiteit effectief in de zin van de artikelen 34 en 38 van voormelde Wet van 22 april 1999 uitoefenen (voorheen artikel 78, W 21.02.1985 tot hervorming van het bedrijfsrevisoraat), zijn dus aftrekbare beroepskosten. Deze regel geldt zowel voor bezoldigde als voor zelfstandige accountants en belastingconsulenten, met dien verstande dat de betreffende bijdragen worden geacht begrepen te zijn in het in art. 51, WIB 92 bedoelde wettelijk forfait. Dit standpunt wordt bevestigd in het nr. 52/196 van de Commentaar op het WIB 92 (Com.IB 92).

C. TUSSENKOMST VAN DE WERKGEVER IN DE BIJDRAGE

5. Artikel 31, WIB 92 bepaalt wat volgt: "Bezoldigingen van werknemers zijn alle beloningen die voor de werknemer de opbrengst zijn van arbeid in dienst van een werkgever.

Daartoe behoren inzonderheid:

1° wedden, lonen, commissies, gratificaties, premies, vergoedingen en alle andere soortgelijke beloningen, met inbegrip van fooien en toelagen die, zelfs toevallig, uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid op enige andere wijze worden verkregen dan als terugbetaling van eigen kosten van de werkgever;

2° voordelen van alle aard verkregen uit hoofde of naar aanleiding van het uitoefenen van de beroepswerkzaamheid;

(…)".

6. Zijn dus in principe belastbare bezoldigingen ten name van een werknemer, alle voordelen die ontstaan doordat kosten die voor de werknemer eigen beroeps- of privé-kosten zijn, door de werkgever ten laste worden genomen (nr. 31/12, Com.IB 92).

7. Niettegenstaande alles wat een rechtstreeks of onrechtstreeks, hoofdzakelijk of bijkomstig inkomen van in dienst van een werkgever verrichte arbeid vertegenwoordigt, een belastbare bezoldiging is, wordt niettemin door art. 31, tweede lid, 1°, in fine, WIB 92, van die regel afgeweken voor de vergoedingen die worden verkregen als terugbetaling van eigen kosten van de werkgever (nr. 31/30, Com.IB 92).

8. Opdat deze vergoedingen zouden kunnen worden beschouwd als verleend als terugbetaling van eigen kosten van de werkgever, moet de werkgever in principe een dubbel bewijs leveren, namelijk dat de vergoeding bestemd is tot het dekken van kosten die hem eigen zijn en dat die vergoeding ook daadwerkelijk aan dergelijke kosten is besteed (nr. 31/32, Com.IB 92).

9. Om te bepalen of de tenlasteneming van de bijdrage door de werkgever van een bezoldigde accountant of belastingconsulent voor deze laatste een belastbaar voordeel van alle aard vormt, of een niet-belastbare terugbetaling van eigen kosten van de werkgever, volstaat het om te bepalen of deze beroepsuitgave eigen is aan de werknemer of aan de werkgever. De vraag of een uitgave eigen is aan de werknemer of aan de werkgever is een feitenkwestie en hangt af van de omstandigheden eigen aan elk geval. Ieder geval zou dus het voorwerp moeten uitmaken van een afzonderlijk onderzoek en het antwoord op de vraag zal dus van geval tot geval verschillen.

10. Niettemin, bij wijze van administratieve tolerantie, en vanuit de bekommernis van vereenvoudiging, aanvaardt de Administratie dat de tussenkomst van de werkgever in de jaarlijkse bijdrage die accountants en belastingconsulenten die hun activiteit effectief uitoefenen in de zin van de artikelen 34 en 38 van de voormelde Wet van 22 april 1999 betalen aan het Instituut van de Accountants en de Belastingconsulenten, wordt beschouwd als een vergoeding bestemd tot het dekken van kosten die hem eigen zijn.

Deze vergoeding kan dus worden beschouwd als toegekend als terugbetaling van uitgaven eigen aan de werkgever, voor zover evenwel is aangetoond dat deze vergoeding daadwerkelijk aan dergelijke kosten werd besteed.

Deze regel geldt zowel voor bezoldigde accountants en belastingconsulenten als voor bedrijfsleiders.

Voor de Administrateur Grote Ondernemingen, tijdelijk belast met de functie van Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

P. GYSEN
Adviseur - Directeur