Circulaire nr. Ci.RH.231/569.168 (AOIF 29/2005) dd. 11.05.2007

CIRC 11.05.07/1

Circulaire nr. Ci.RH.231/569.168 (AOIF 29/2005) dd. 11.05.2007


INTEREST
Uitbetalende instantie
Uiteindelijk gerechtigde

ROEREND INKOMEN
Inkomen uit spaargeld
Interest
Woonstaatheffing

ROERENDE VOORHEFFING
Inhouding van de RV
Spaarder niet-inwoner


Woonstaatheffing geheven overeenkomstig de richtlijn 2003/48/EG (omzetting wet door de wet van 17.5.2004) : toepassingsmodaliteiten internationale ambtenaren.

ADDENDUM bij de circulaire van 8.7.2005, zelfde nummer

Aan alle ambtenaren van de niveaus A tot C.

1. De onderhavige circulaire betreft de toepassing van de W 17.5.2004 tot omzetting in het Belgisch recht van de richtlijn 2003/48/EG van 3 juni 2003 van de Raad van de Europese Unie betreffende belastingheffing op inkomsten uit spaargelden in de vorm van rentebetaling en tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de roerende voorheffing (hierna W 17.5.2004), voor wat betreft de vaststelling van de fiscale woonplaats van een uiteindelijk gerechtigde die behoort tot bepaalde categorieën van spaarders niet-inwoners (leden van de NAVO/IMS/SHAPE, buitenlandse diplomatieke of consulaire ambtenaren, leden van buitenlandse diplomatieke zendingen en consulaire posten in België, ambtenaren van internationale organisaties die een diplomatiek statuut hebben, buitenlandse ambtenaren en buitenlandse kaderleden).

2. Er wordt aan herinnerd dat de bepalingen voorzien in de nrs 123 en 124 van de circ. Ci.RH.231/569.168 van 8.7.2005, evenals in de circ. Ci.RH.233/ 573.971 van 9.1.2006 in principe altijd moeten worden toegepast, ongeacht het bijzonder statuut van bepaalde spaarders niet-inwoners.

De uiteindelijk gerechtigde die over een vast adres in België beschikt en die voor de toepassing van de Belgische fiscale wetgeving als spaarder niet-inwoner wordt aangemerkt, moet zijn woonplaats in het buitenland aantonen aan de hand van bewijskrachtige documenten (zie art. 2, § 2, KB 26.3.2005 ter uitvoering van art. 4, § 1, derde lid, eerste streepje van de W 17.5.2004). Wanneer het bedoelde bewijs niet wordt geleverd, moet de betrokken uiteindelijk gerechtigde als rijksinwoner worden aangemerkt (zie nr 123 van de voormelde circ. van 8.7.2005).

3. In de circ. Ci.RH.233/573.971 van 9.1.2006 wordt hieromtrent verduidelijkt dat :

  • de schuldenaar van de RV en/of de WSH zal moeten letten op de samenhang van de informatie op basis waarvan hij overgaat tot de betaalbaarstelling van de inkomsten, ten einde op de juiste wijze de verplichtingen te vervullen die op hem rusten op het vlak van de inhouding van de RV en/of de WSH;
  • indien de schuldenaar van de RV en/of de WSH over inlichtingen beschikt die overduidelijk onsamenhangend of in tegenspraak zijn met de kwalificatie als "spaarder niet-inwoner", die door de begunstigde van de inkomsten naar voren wordt geschoven, kan de verzaking van de RV die verbonden is met die kwalificatie slechts worden toegepast nadat dienaangaande voorafgaandelijk de nodige verduidelijking werd verkregen;
  • bij gebrek aan dergelijke verduidelijking vanwege de begunstigde van de inkomsten die aan de schuldenaar van de RV tijdig moet worden overgemaakt met inachtneming van de bepalingen van artikel 412, WIB 92, zal de RV aan de bron moeten worden ingehouden.
4. Voor de Europese ambtenaren, alsmede voor de leden van de NAVO/IMS/SHAPE, kan hun fiscale woonplaats respectievelijk worden vastgesteld op basis van het formulier 276 EUR en 276 NAVO/IMS/SHAPE.

5. Overeenkomstig art. 4, 1°, WIB 92, zijn de buitenlandse diplomatieke ambtenaren en de consulaire beroepsambtenaren die in België zijn geaccrediteerd, alsmede hun inwonende gezinsleden niet aan de personenbelasting onderworpen; ze behouden hun fiscale woonplaats in de afzendstaat, dit kan worden vastgesteld op basis van hun diplomatieke identiteitskaart.

6. Voor de andere leden van buitenlandse diplomatieke zendingen en consulaire posten in België (alsmede hun inwonende gezinsleden), de ambtenaren van internationale organisaties die een diplomatiek statuut hebben, de andere buitenlandse ambtenaren, alsmede voor de "buitenlandse kaderleden", dient het bewijs van hun fiscale woonplaats in het buitenland te worden geleverd aan de hand van bewijskrachtige documenten in toepassing van art. 2, § 2 van voormeld KB van 26.3.2005. In geen enkel geval kan de nationaliteit als basis dienen om de fiscale woonplaats van de uiteindelijk gerechtigde vast te stellen.

7. In geval van betwisting omtrent de ingehouden RV of WSH kan door de uiteindelijk gerechtigde van de inkomsten een bezwaarschrift worden ingediend bij de Gewestelijk directeur van Brussel II-vennootschappen, Louizalaan 245, te 1050 Brussel.

Voor de administrateur
Kleine en Middelgrote Ondernemingen :

G. DELSOIR
Auditeur-generaal van financiën