Circulaire nr. 8/2011 d.d. 28.10.2011
(Circulaire AFZ nr. 9/2011)
Waals Gewest – Wl.W.Reg.: art. 131quinquies en 135bis – Wl.W.Succ.: art. 37, 38, 40, 55bis en 56bis
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN
Administratie van Fiscale Zaken
4de dienst - 2de directie
PATRIMONIUM DOCUMENTATIE
Kadaster, Registratie en Domeinen
2 bijlagen
Verkorte versie van de Franstalige circulaire
1. Inleiding
In het Belgisch Staatsblad van 14 juni 2011 werd het Waals decreet van 3 juni 2011 tot wijziging van het Wetboek van successierechten, het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, evenals het Wetboek van inkomstenbelastingen voor wat betreft de uitvoering van de Natura 2000 bekendgemaakt.
Dat decreet breidt de reeds bestaande vrijstelling in het kader van de successierechten uit en introduceert een gelijkaardige vrijstelling in het kader van het registratierecht op de schenkingen.
Een uittreksel van de officieuze vertaling (1) van het voornoemde decreet van 3 juni 2011 gaat in bijlage 1.
----------
(1) In deze officieuze vertaling werden alleen de onjuiste benamingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten rechtgezet.
In bijlage 2 gaan de geconsolideerde teksten van de in het Wetboek der successierechten gewijzigde artikelen. De wijzigingen aan het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten behelzen alle de invoering van nieuwe artikelen, zodat er geen aanleiding is om ook een bijlage met de geconsolideerde teksten van de gewijzigde artikelen van dat wetboek op te nemen. Er kan immers volstaan worden met te verwijzen naar de teksten van de betreffende artikelen in bijlage 1 die (een uittreksel van) de officieuze vertaling van het decreet weergeeft (cf. art. 6 en 7 van het decreet - nieuwe artikelen 131quinquies en 135bisWl.W.Reg.).
In deze verkorte Nederlandstalige versie van de volledige Franstalige circulaire wordt de commentaar hernomen bij de invoering van de nieuwe vrijstelling van het registratierecht op schenkingen. Voor de commentaar bij de vrijstelling op het vlak van de successierechten wordt verwezen naar de Franstalige circulaire, omdat geen van de in het Vlaams of het Brussels Gewest gelegen kantoren kan geroepen worden om die regelgeving toe te passen.
2. Wetboek der registratierechten
2.1. Vrijstelling – Betrokken goederen – Onderscheid – Definitieve of voorlopige vrijstelling
Art. 131quinquies
"§ 1. In afwijking van artikel 131 wordt vrijgesteld van het schenkingsrecht:
a) de waarde van de onroerende goederen opgenomen in de omtrek van (2) een Natura Natura 2000-gebied;
b) de waarde van de onroerende goederen opgenomen in de omtrek van een site die in aanmerking komt voor het Natura Natura 2000-netwerk en onderworpen is aan de primaire beschermingsregeling (3)...
(...)".
----------
(2) Met "opgenomen in de omtrek van" wordt bedoeld "gelegen binnen de perimeter van".
(3) De tekst stelt nog als voorwaarde "en waarvoor de schenkingsrechten geacht worden in het Waalse Gewest gelegen te zijn". Die toevoeging is uiteraard overbodig.
2.1.1. Natura 2000-sites
De aanwijzing van een in het Waals Gewest gelegen onroerend goed als een Natura 2000-gebied (hierna: een "site") geschiedt bij een ad hoc besluit dat in het Belgisch Staatsblad wordt bekendgemaakt. Het aanwijzingsbesluit vermeldt o.m. de kadastrale aanduiding van de betrokken percelen.
Voor de onroerende goederen gelegen binnen de perimeter van een site is de vrijstelling van het schenkingsrecht definitief (4), mits naleving van de vereiste om een desbetreffende verklaring in bijlage bij de schenkingsakte te voegen (z. 2.2., infra).
----------
(4) Merk op dat in geval van een terugvalling of van een aanwas de vrijstelling enkel toepasselijk is indien het betrokken onroerend goed nog steeds is erkend als site of kandidaat-site (cf. art. 25, § 5, van de wet van 12 juli 1973 zoals gewijzigd door het Waals decreet van 6 december 2001 "betreffende de bescherming van de Natura 2000-gebieden alsook van de wilde flora en fauna", art. 10)).
Omgekeerd kan men zich theoretisch voorstellen dat een site die niet erkend was als site of als kandidaat site op het ogenblik van de initiële schenking, dat wel is op het ogenblik van de aanwas of de terugvalling. De initiële schenking blijft belastbaar, de aanwas of de terugvalling niet.
2.1.2. Kandidaat Natura 2000-sites
Voor de onroerende goederen die gelegen zijn binnen de grenzen van een kandidaat Natura 2000-site die onderworpen is aan het stelsel van het primair beschermingsbeleid (hierna: een "kandidaat-site"), is het genot van de vrijstelling eveneens onderworpen aan de nakoming van de vereiste van de toevoeging, in bijlage aan de akte van schenking, van een verklaring (z. 2.2., infra), maar zij is in het begin steeds voorlopig (zie 2.3., en 2.4., infra).
Een bij de akte te voegen verklaring moet inderdaad melding maken van onder meer de nummers van de betrokken kadastrale percelen en, in voorkomend geval, van het percentage ervan waarop het Natura 2000-stelsel van toepassing is. Alleen op basis van die kadastrale verwijzing kan de belastingadministratie nauwkeurig nagaan of de schenking van het onroerend goed al of niet de vrijstelling van het schenkingsrecht kan genieten.
De inhoud van het stelsel van het primair beschermingsbeleid (z. o.a. artikel 28 van voormelde wet van 12 juli 1973) heeft geen belang voor de fiscale behandeling van de schenkingsakte.
2.2. Vrijstelling – Formaliteit – Verklaring
De vrijstelling wordt alleen toegekend indien een gedagtekende en - door alle begiftigden die de vrijstelling genieten - ondertekende, geschreven verklaring is gevoegd bij de authentieke schenkingsakte.
Deze verklaring van vrijstelling bevat:
hetzij de verwijzing naar het Belgisch Staatsblad waarin het besluit tot aanwijzing van het onroerend goed als Natura 2000-gebied werd bekendgemaakt;
hetzij de identificatiecode en de naam van de kandidaat-site, evenals de nummers van de kadastrale percelen gelegen in die kandidaat-site met, in voorkomend geval, vermelding van het percentage van het perceel dat binnen de grenzen van de kandidaat-site ligt. (cf. art. 131quinquies, § 2, Wl.W.Reg.).
Wat de sites aangaat, de nummers van de betrokken percelen zijn te vinden in het aanwijzingsbesluit bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.
Wat de kandidaat-sites aangaat, de nummers van de betrokken percelen en, in voorkomend geval, het percentage waarvoor een perceel onder het Natura 2000-stelsel valt, zijn te vinden in de verklaring die moet worden gevoegd bij de schenkingsakte.
Alleen op grond van de kadastrale verwijzingen kan de belastingadministratie nauwkeurig controleren of het geschonken onroerend goed in aanmerking komt voor de vrijstelling.
De Waalse administratie (de overheidsdienst "Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu") zal aan de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie overmaken:
enerzijds wat de kandidaat-sites betreft: een lijst van de percelen die zich binnen de perimeter van een kandidaat-site bevinden, met inbegrip van de percelen die niet onderworpen zijn aan het stelsel van de primaire beschermingsregeling omdat ze bebouwd zijn, maar voor dewelke, gelet op hun uitsluiting van de vrijstelling, het mogelijk is ze er als dusdanig uit te nemen;
anderzijds wat de sites betreft: een lijst met opgave van alle kadastrale percelen die zich bevinden binnen de perimeter van een site.
Wat de deels vrijgestelde percelen aangaat, is het noodzakelijk in de akte te verduidelijken of de pro fisco aangegeven waarde het geheel van het perceel betreft of enkel van het niet-vrijgestelde gedeelte. De pro fisco opgave van het niet-vrijgestelde gedeelte volstaat. In voorkomend geval zal de controle van de venale waarde inderdaad gericht zijn op de waarde van dat - belastbaar - gedeelte.
Merk op dat de bebouwde percelen die zich situeren binnen de perimeter van een kandidaat-site door de Waalse decreetgever werden uitgesloten van het stelsel van de primaire beschermingsregeling (art. 28bis van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud), zodat ze in geen geval voor de vijstelling in aanmerking komen.
In geval de kadastrale verwijzingen zouden ontbreken in de bij de akte gevoegde verklaring kan, indien de termijn voor de registratie dat nog toelaat, toepassing gemaakt worden van artikel 168 W. Reg. Bij gebreke van de kadastrale verwijzingen wordt de akte geregistreerd tegen betaling van het gewone recht zonder mogelijkheid van enige teruggave ervan (vgl. art. 209, eerste lid, 1°, b, Wl.W.Reg.).
In geval de vereiste verklaring ontbreekt wordt de akte eveneens tegen betaling van het gewoon recht geregistreerd, zonder mogelijkheid van teruggave (cf. art. 209, eerste lid, 1°, b, Wl.W.Reg.).
De decreettekst is duidelijk: een verklaring in bijlage wordt vereist. Het is dus uitgesloten de vrijstelling te genieten op grond van een gewone vermelding in het corpus van de akte.
Vermits een vrijstelling neerkomt op een bijzondere vorm van onderwerping aan een tarief, wordt een schenkingsakte die uitsluitend van het schenkingsrecht vrijgestelde onroerende goederen tot voorwerp heeft, kosteloos geregistreerd (art. 11, tweede lid, W. Reg.), met inbegrip van de verplicht bij te voegen verklaring waarvan hiervoor sprake.
2.3. Voorlopige vrijstelling die definitief wordt
De vrijstelling wordt definitief als en enkel als de goederen gelegen binnen de perimeter van een kandidaat-site uiteindelijk worden opgenomen binnen de perimeter van een site als dusdanig aangewezen bij een besluit van de Waalse regering (art. 131quinquies, §3, Wl.W.Reg.).
De Waalse administratie (de overheidsdienst genoemd onder punt 2.2.) zal aan de Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie een kopie van bedoelde aanwijzingsbesluiten overmaken.
Bij een instructie zal nader aangegeven worden hoe toezicht zal worden georganiseerd op de voorlopige vrijstellingen.
2.4. Verlies van het voordeel van de voorlopige vrijstelling
2.4.1. Principe
Het voordeel van de vrijstelling gaat verloren in twee gevallen:
1° in geval van een negatieve beslissing ten aanzien van een kandidaat-site, dit wil zeggen een beslissing van niet-aanduiding als een werkelijke site;
2° in geval van uitblijven van een positieve beslissing tot ten laatste 13 mei 2014 (datum die de Waalse regering nog kan verdagen).
2.4.2. Formaliteit – Verklaring
In geval van verlies van de voorlopige vrijstelling dienen de begiftigden die de vrijstelling hebben genoten een verklaring in te dienen vermeldende dat de goederen vallende binnen de perimeter van een kandidaat-site uiteindelijk niet zijn opgenomen binnen de perimeter van een site.
Deze verklaring moet:
in twee exemplaren zijn opgesteld;
- melding maken van de authentieke akte van schenking, van de oorzaak van het verschuldigd worden van het schenkingsrecht en van alle elementen nodig voor de heffing van de belasting;
ondertekend zijn door alle begiftigden die de vrijstelling hebben genoten;
neergelegd worden op het registratiekantoor waar de schenkingsakte werd geregistreerd, binnen de vier maanden te rekenen van de datum van de negatieve beslissing waarvan kennisgeving moet worden gegeven aan alle begiftigden die de vrijstelling hebben genoten, of, bij het ontbreken van een negatieve beslissing, te rekenen van 13 mei 2014 (die datum kan worden verdaagd door de Waalse regering).
Eén exemplaar van de verklaring blijft op het registratiekantoor.
Gelet op de formulering van de wettekst begint de termijn van 4 maanden niet te lopen indien een beslissing tot niet-erkenning niet wordt medegedeeld aan alle begiftigden die de vrijstelling hebben genoten. In dat geval begint de termijn te lopen vanaf 13 mei 2014 (onder voorbehoud van verdaging van die datum door de Waalse regering).
Merk op dat de wettekst niet bepaalt dat deze verklaring moet worden geregistreerd (vgl. bvb. art. 31, 68 of 140octies Wl.Reg.W.). Hieruit volgt dat de initiële akte de titel van heffing blijft zodat die dus opnieuw moet voorgelegd worden om de initiële heffing te herzien. Daaruit vloeit bovendien voort dat:
het toepasselijk tarief is het tarief dat van toepassing is op de datum van de schenkingsakte, hetgeen overigens een bron van zekerheid vormt voor de begiftigden;
de heffingsgrondslag wordt gevormd door de waarde van de goederen op dezelfde datum (behalve indien de schenking onder opschortende voorwaarde werd gedaan);
de invorderingsmogelijkheid verjaart na 15 jaar (artikel 214, eerste lid, 7° W. Reg.)
Om praktische redenen neemt de administratie aan dat de oorspronkelijke akte niet moet worden voorgelegd en dat in voorkomend geval de herziene heffing kan worden vermeld op de verklaring betreffende het verlies van de vrijstelling.
2.4.3. Opeisbaar recht – Verzachting
In geval van verlies van de voorlopige vrijstelling is het recht verschuldigd overeenkomstig de artikelen 131 tot 140octies, door alle begiftigden die de vrijstelling genoten.
Zoals vermeld is het toepasselijk tarief dat welke van toepassing is op de datum van de authentieke schenkingsakte en is de heffingsgrondslag de waarde van de goederen op de dag van de schenking vermits de titel van de heffing de schenkingsakte is en niet de verklaring van het verlies van het voordeel van de vrijstelling (cf. ook de wettekst die bepaalt dat "De vrijstelling wordt enkel behouden (...). Een en ander heeft als voordeel dat men vanaf de schenking aldus zeker is van hetgeen zou kunnen verschuldigd worden indien er geen aanduiding als werkelijke site volgt. Voor wat aangaat de successierechten, ook daar is, in geval van verlies van het voordeel van de vrijstelling, het toepasselijk tarief en de belastbare waarde te beschouwen op de dag van de overdracht en niet op de dag van het verlies van het voordeel van de schenking (cf. 3.5., infra).
Het bedrag van het aanvullende recht wordt, in voorkomend geval (5), verminderd met 5 pct. per jaar gedurende hetwelk het stelsel van de primaire beschermingsregeling van toepassing is geweest op de goederen gelegen binnen de perimeter van de kandidaat-site (art. 135bis Wl.W.Reg.). Een begonnen jaar wordt voor een vol jaar gerekend (6).
Deze vermindering vormt een compensatie voor de kosten en lasten verbonden aan de beschermingsmaatregelen die van toepassing waren in zones met het statuut van kandidaat-site (7).
----------
(5) zo is er in het geval van de artikelen 140bis e.v. geen aanleiding tot vermindering
(6) Doc., W. Parl., 2010-2011, nr 380/1, blz. 4, commentaar bij artikel 7 van het ontwerp, die terugwijst naar de commentaar gegeven op blz. 3 in verband met het overeenkomstig artikel op het vlak van successierechten.
(7) Doc., W. Parl., 2010-2011, nr 380/1, blz. 4, commentaar bij artikel 7 van het ontwerp, die terugwijst naar de commentaar gegeven op blz. 3 in verband met het overeenkomstig artikel op het vlak van successierechten.
Voorbeeld 1.
Veronderstel een schenkingsakte betreffende goederen die binnen de perimeter van een kandidaat-site zijn gelegen en andere goederen. Geheven 15.000 Eur. 2 jaar en 3 maanden nadat het stelsel van de primaire beschermingsregeling van toepassing is geweest, wordt een beslissing van niet-aanwijzing als site genomen. Als gevolg van het verlies van de vrijstelling is een bedrag van – vóór vermindering overeenkomstig artikel 135bis Wl.W.Reg. – 6.000 Eur als aanvullende rechten verschuldigd. Na de vermindering geeft dit: 6.000 - (6.000 x 5% x 3%) = 5.100 EUR.
Voorbeeld 2.
Veronderstel een schenking door A, sedert 5 jaar wonende in Namen, aan B waarmee hij wettelijk samenwoont. B heeft drie kinderen ten laste. De akte betreft goederen gelegen binnen de perimeter van een kandidaat-site en andere in België gelegen percelen. Op 5 juli 2011 geheven rechten: 2.125 - (3 x 4% x 2.125) EUR = 1.870 EUR.
Op 13 mei 2014 is geen enkele beslissing genomen. Ingevolge het verlies van de vrijstelling moet de heffing op de akte worden herzien:
Verschuldigde rechten, met voorbijzien van art. 135bis: 10.625 - (3 x 124) EUR = 10.253 EUR.
Bedrag van de aanvullende rechten, met voorbijzien van art. 135bis: 10.253 - 1.870 = 8.383 EUR.
Verschuldigde aanvullende rechten: 8.383 - (5% x 3 x 8.383) = 7.125,55 EUR.
Bij de toepassing van de vermindering is er dus geen aanleiding om het pro rata te berekenen van het totaal van de verschuldigde rechten die betrekking hebben op de goederen waarvan de waarde voorlopig werd vrijgesteld.
In geval van een tekortschatting van andere goederen die bij dezelfde akte werden geschonken, moeten de rechten wegens de tekortschatting vereffend worden vooraleer over te gaan tot het berekenen van de aanvullende rechten wegens het verlies van het voordeel van de vrijstelling.
Tot slot, voor de toepassing van het progressievoorbehoud moet er natuurlijk rekening worden gehouden met de schenkingen die verleden werden binnen de drie jaar voorafgaand aan de schenkingsakte (8).
----------
(8) Indien na de schenking van een kandidaat site binnen de drie jaar een andere schenking tussen dezelfde partijen wordt gedaan, zal de heffing op de latere schenking eventueel moeten worden herzien indien het voordeel van de Natura 2000 vrijstelling verloren gaat en zal de regel van het progressievoorbehoud (art. 137 Wl.W.Reg.) moeten worden toegepast op de latere schenking. Ter herinnering, de regel van het progressievoorbehoud in artikel 137 Wl.W.Reg. veronderstelt opeenvolgende schenkingen, tussen dezelfde partijen, binnen de drie jaar, onderworpen aan de tarieven van de artikelen 131 en/of 131ter Wl.W.Reg. De schenkingen die onderworpen zijn aan de tarieven van de artikelen 131bis en/of 140bis vallen buiten de toepassing van de regel van het progressievoorbehoud.
2.5. Vrijstelling – Teruggave
Er werd reeds vermeld dat in geval van het ontbreken van de vereiste verklaring of van in het bijzonder de kadastrale verwijzingen van de betrokken kadastrale percelen (behalve wanneer er nog toepassing kan worden gemaakt van artikel 168 W. Reg. vóór het verstrijken van de termijn voor aanbieding ter registratie) de akte geregistreerd wordt tegen betaling van het evenredig recht, zonder mogelijkheid van teruggave.
Gelet op de retroactieve inwerkingtreding van dit decreet hebben de akten die ter registratie werden aangeboden vóór de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, niet kunnen genieten van de vrijstelling die erbij wordt ingevoerd.
Vandaar dat er, niettegenstaande er dus geen onregelmatigheid werd begaan bij de heffing, toepassing zal worden gemaakt van artikel 208 W. Reg. en dat een verzoek tot teruggave kan worden gedaan binnen de twee jaar te rekenen van 14 juni 2011 zijnde de datum waarop de vordering is ontstaan.
Bij het verzoek tot teruggave zal een bijlage gevoegd worden met een verklaring zoals die welke bijgevoegd had moeten zijn om de vrijstelling te genieten. Indien de akte uitsluitend schenking van goederen betrof waarvan de waarde vrijgesteld was op grond van artikel 131quinquies Wl.W.Reg., worden de geheven rechten integraal terug gegeven, dit wil zeggen dat ze worden teruggegeven zonder inhouding van het algemeen vast recht.
3. Wetboek van successierechten
Dit nummer van de oorspronkelijke circulaire wordt om de reden vermeld in de inleiding, in deze verkorte Nederlandse versie niet vertaald.
4. Inwerkingtreding
Dit decreet heeft uitwerking met ingang van 13 januari 2011 wat aangaat de bepalingen inzake registratie- en successierechten (zie art. 9 van het decreet).
Daaruit volgt:
1°) dat de nieuwe of gewijzigde artikelen van het Wl.W.Succ. van toepassing zijn op de nalatenschappen die openvallen vanaf 13 januari 2011 en waarvoor het recht van successie of van overgang bij overlijden dat hierdoor verschuldigd wordt gelokaliseerd moet worden in het Waals Gewest;
2°) dat de artikelen 131quinquies en 135bis Wl.W.Reg. van toepassing zijn op de schenkingen die geschieden vanaf 13 januari 2011 en waarvoor het schenkingsrecht dat erdoor verschuldigd wordt gelokaliseerd moet worden in het Waals Gewest.
De circulaire nr. 12/2002 (AFZ 17/2002) van 8 augustus 2002 is niet meer van toepassing met ingang van 13 januari 2011 en de bekendmaking S 15/25-08 in het Repertorium RJ is opgeheven.
Bijlage 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 14 juni 2011
Decreet van 3 juni 2011 tot wijziging van het Wetboek van successierechten, het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, evenals het Wetboek van inkomstenbelastingen voor wat betreft de uitvoering van de Natura 2000
Artikel 1. Artikel 55bis van het Wetboek van successierechten, ingevoegd bij het decreet van 6 december 2001 betreffende de instandhouding van de Natura 2000-gebieden alsook de wilde fauna en flora, wordt vervangen door hetgeen volgt:
« Art. 55bis.
§ 1. Vrijgesteld wordt van de successierechten en rechten bij overdracht door overlijden:
a) de waarde van de onroerende goederen opgenomen in de omtrek van een Natura 2000-gebied;
b) de waarde van de onroerende goederen opgenomen in de omtrek van een gebied dat in aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk en onderworpen is aan de primaire beschermingsregeling en waarvoor de successierechten en de rechten bij overdracht door overlijden geacht worden in het Waalse Gewest gelegen te zijn.
§ 2. De vrijstellingen dienen het voorwerp uit te maken van een schriftelijke verklaring, gedateerd en ondertekend door alle erfgenamen, legatarissen of begiftigden van die vrijstellingen, die gevoegd moet worden bij de aangifte van nalatenschap.
De verklaring van vrijstelling bevat één van de volgende verwijzingen:
1° de verwijzing naar de publicatie in het Belgisch Staatsblad van het besluit tot aanwijzing van het onroerend goed als Natura 2000-gebied krachtens artikel 26, § 1, van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud;
2° de identificatiecode en de eigennaam van de site die in aanmerking komt als Natura 2000-gebied in de zin van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud zoals vermeld in de berichten van het Waalse Gewest bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad respectievelijk op 30 juli 2004 en 23 februari 2011, evenals de nummers van de kadastrale percelen in het in aanmerking komend gebied met in voorkomend geval vermelding van het percentage van het gebied dat in het netwerk besloten ligt.
Het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst zal het algemeen bestuur belast met de belastingdienst in de Federale Overheidsdienst Financiën een lijst mededelen van de gezamenlijke kadastrale percelen opgenomen in de omtrek van de gebieden die voor Natura 2000 in aanmerking komen, gelegen in Wallonië.
§ 3. De vrijstelling bedoeld in § 1, b), wordt enkel behouden als de goederen die opgenomen worden in de omtrek van de site die voor het Natura 2000-netwerk in aanmerking komt uiteindelijk opgenomen worden in de omtrek van een gebied aangewezen bij regeringsbesluit als Natura 2000-gebied in de zin van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud. Dat aanwijzingsbesluit wordt door het Overkoepelend Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst overgemaakt aan het algemeen bestuur belast met de belastingdienst bij de Federale Overheidsdienst Financiën.
§ 4. Het overeenkomstig de artikelen 48 tot 60ter verschuldigde recht wordt eisbaar voor alle erfgenamen, legatarissen of begiftigden die het voordeel van de vrijstelling bedoeld in § 1, b), genieten vanaf het ogenblik waarop de voorwaarde van § 3 niet vervuld is, en uiterlijk op 13 mei 2014. Die termijn kan door de Regering verlengd worden.
In dat geval dient er een nieuwe aangifte van nalatenschap in de zin van artikel 37, 7°, te worden ingediend. »
Art. 2. Er wordt een artikel 56bis ingevoegd in het Wetboek van successierechten, luidend als volgt:
« Art. 56bis. Het bedrag van de successierechten, vereffend ten laste van de erfgenaam, de legataris of de begiftigde krachtens artikel 55bis, §§ 3 en 4, wordt met 5 p.c. verminderd per jaar waarin de primaire beschermingsregeling toegepast is op de goederen opgenomen in de omtrek van de site die in aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk. »
Art. 3. Er wordt een 7° in artikel 37 ingevoegd van het Wetboek van successierechten, luidend als volgt:
« 7° in geval van intrekking van de vrijstelling bedoeld in artikel 55bis, § 1, b), wegens het niet-genomen worden van het aanwijzingsbesluit uiterlijk op de uiterste datum bedoeld in § 4 van voornoemd artikel 55bis. »
Art. 4. Er wordt een 8° in artikel 38 ingevoegd van het Wetboek van successierechten, luidend als volgt:
« 8° in het geval bedoeld in artikel 37, 7°, door alle erfgenamen, legatarissen of begiftigden die het voordeel genieten van de vrijstelling bedoeld in artikel 55bis, § 1, b), in het registratiekantoor waar de verklaring van vrijstelling bedoeld in artikel 55bis, § 2, wordt ingediend. »
Art. 5. Er wordt een lid 6 in artikel 40 ingevoegd van het Wetboek van successierechten, luidend als volgt:
« In geval van intrekking van de vrijstelling bedoeld in artikel 55bis, § 1, b), gaat de termijn voor de nieuwe aangifte bedoeld in artikel 37, 7°, in te rekenen van de datum van de beslissing waarbij alle erfgenamen, legatarissen of begiftigden die het voordeel van de vrijstelling genieten erover ingelicht zijn dat de goederen opgenomen in de omtrek van de site die in aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk uiteindelijk niet besloten liggen in de omtrek van een gebied aangewezen als Natura 2000-gebied in de zin van de wet van 12 juli 1973 of, bij ontstentenis, te rekenen van de uiterste datum voor het verkrijgen van een aanwijzingsbesluit zoals bedoeld in § 4 van artikel 55bis. »
Art. 6. Er wordt een artikel 131quinquies ingevoegd in het Wetboek van registratie-, hypotheek en griffierechten, luidend als volgt:
« Art. 131quinquies.
§ 1. In afwijking van artikel 131 wordt vrijgesteld van het schenkingsrecht:
a) de waarde van de onroerende goederen opgenomen in de omtrek van een Natura 2000-gebied;
b) de waarde van de onroerende goederen opgenomen in de omtrek van een site die in aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk en onderworpen is aan de primaire beschermingsregeling en waarvoor de schenkingsrechten geacht worden in het Waalse Gewest gelegen te zijn.
§ 2. De vrijstellingen dienen het voorwerp uit te maken van een schriftelijke verklaring, gedateerd en ondertekend door alle begiftigden van die vrijstellingen,
die gevoegd moet worden bij de authentieke schenkingsaangifte.
De verklaring van vrijstelling bevat één van de volgende verwijzingen:
1° de verwijzing naar de publicatie in het Belgisch Staatsblad van het besluit tot aanwijzing van het onroerend goed als Natura 2000-gebied krachtens artikel 26, § 1, van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud;
2° de identificatiecode en de eigennaam van de site die in aanmerking komt als Natura 2000-gebied in de zin van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud zoals vermeld in de berichten van het Waalse Gewest bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad respectievelijk op 30 juli 2004 en 23 februari 2011, evenals de nummers van de kadastrale percelen in het in aanmerking komend gebied met in voorkomend geval vermelding van het percentage van het gebied dat in het netwerk besloten ligt.
Het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst zal het algemeen bestuur belast met de belastingdienst in de Federale Overheidsdienst Financiën een lijst mededelen van de gezamenlijke kadastrale percelen opgenomen in de omtrek van de gebieden die voor Natura 2000 in aanmerking komen, gelegen in Wallonië.
§ 3. De vrijstelling bedoeld in § 1, b), wordt enkel behouden als de goederen die opgenomen worden in de omtrek van de site die voor het Natura 2000-netwerk in aanmerking komt uiteindelijk opgenomen worden in de omtrek van een gebied aangewezen bij regeringsbesluit als Natura 2000-gebied in de zin van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud. Dat aanwijzingsbesluit wordt door het Overkoepelend Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst overgemaakt aan het algemeen bestuur belast met de belastingdienst bij de Federale Overheidsdienst Financiën.
§ 4. Het overeenkomstig de artikelen 131 tot 140octies verschuldigde recht wordt eisbaar voor alle begiftigden die het voordeel van de vrijstelling bedoeld in § 1, b), genieten vanaf het ogenblik waarop de voorwaarde van § 3 niet vervuld is, en uiterlijk op 13 mei 2014. Die termijn kan door de Regering verlengd worden.
In dat geval dienen bedoelde begiftigden een aangifte in te dienen bij het registratiekantoor waar de verklaring van vrijstelling bedoeld in § 2 werd ingediend, binnen de vier maanden na de datum van de beslissing alle begiftigden die het voordeel van voornoemde vrijstelling genoten hebben erover ingelicht zijn dat de goederen opgenomen in de omtrek van de site die in aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk uiteindelijk niet besloten liggen in de omtrek van een gebied aangewezen als Natura 2000-gebied in de zin van de wet van 12 juli 1973 of, bij ontstentenis, te rekenen van de uiterste datum voor het verkrijgen van een aanwijzingsbesluit zoals bovenbedoeld.
De aangifte opgelegd bij deze paragraaf maakt melding van de authentieke schenkingsakte zoals bovenbedoeld, van de oorzaak van het verschuldigd zijn van het schenkingsrecht en van alle nodige bestanddelen voor de vereffening van de belasting. Ze wordt ondertekend door alle begiftigden die het voordeel van de vrijstelling genieten, wordt opgemaakt in twee exemplaren waarvan één in het registratiekantoor bewaard wordt. »
Art. 7. Er wordt een artikel 135bis ingevoegd in het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten, luidend als volgt:
« Art. 135bis. Het bedrag van de rechten, vereffend ten laste van de begiftigde krachtens artikel 131quinquies, §§ 3 en 4, wordt met 5 p.c. verminderd per jaar waarin de primaire beschermingsregeling toegepast is op de goederen opgenomen in de omtrek van het gebied dat in aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk. »
Art. 8. (weggelaten; betreft een vrijstelling van de onroerende voorheffing)
Art. 9. Dit decreet heeft uitwerking op 13 januari 2011, behoudens artikel 8, dat in werking treedt op 1 januari 2012.
Bijlage 2
Geconsolideerde tekst van de gewijzigde artikelen in het W. W. Succ. (9)
----------
(9) Er wordt geen bijlage met de geconsolideerde tekst van de gewijzigde artikelen van het Waals Wetboek der registrtatie-, hypotheek- en griffierechten opgenomen, omdat het allemaal nieuwe artikelen betreft, waarvan de "geconsolideerde" tekst al in de tekst van het decreet zelf is te vinden (cf. art. 6 en 7 van het decreet - nieuwe artikelen 131quinquies en 135bis Wl.W.Reg.).
Artikel 37
Een nieuwe aangifte moet ingeleverd worden:
1° In het geval van een aan machtiging of goedkeuring onderworpen legaat gemaakt aan een rechtspersoon, wanneer de machtiging of de goedkeuring voorkomt, indien op dat ogenblik, de rechten nog niet betaald zijn;
2° Wanneer, na het openvallen van de nalatenschap, de actieve samenstelling er van vermeerderd wordt, hetzij door het intreden van een voorwaarde of van elk ander voorval, hetzij door de erkenning van het eigendomsrecht van de overledene op door een derde bezeten goederen, hetzij door de oplossing van een geschil, tenzij de vermeerdering van actief het gevolg is van een ontbinding die haar oorzaak vindt in het niet uitvoeren, door de erfgenamen, legatarissen of begiftigden, van de voorwaarden van een contract;
3° Wanneer een verandering in de devolutie van de erfenis ontstaat;
4° In geval van aanwas of van terugvalling van eigendom, vruchtgebruik of van al ander tijdelijk of levenslang recht voortkomende van een ter zake des doods door de overledene genomen beschikking;
5° In geval van ophouding van vruchtgebruik dat een krachtens artikel 79 uit hoofde van de blooten eigendom in schorsing gehouden successierecht opvorderbaar maakt, wanneer de erfgenaam bloote eigenaar of zijn rechtver¬krijgenden tot het genot van het volle goed komen door het overlijden van de vruchtgebruiker of door het verstrijken van de vaste of onzekere termijn waarvoor het vruchtgebruik gevestigd werd;
6° In geval van fideïcommis, wanneer de met den last van teruggaaf bezwaarde goederen aan den verwachter overgaan;
7° In geval van intrekking van de vrijstelling bedoeld in artikel 55bis, § 1, b), wegens het niet-genomen worden van het aanwijzingsbesluit uiterlijk op de uiterste datum bedoeld in § 4 van voornoemd artikel 55bis.
Artikel 38
De aangifte van successie dient ingeleverd:
1° Bij overlijden van een Rijksinwoner: door de erfgenamen, de algemene legatarissen en begiftigden, met uitsluiting van alle andere legatarissen of begiftigden, ten kantore van de successierechten binnen welk gebied de overledene zijn laatste fiscale woonplaats had. Als de fiscale woonplaats van de overledene tijdens de periode van vijf jaar voor zijn overlijden in meer dan één gewest gevestigd was, moet de aangifte worden ingediend ten kantore van de successierechten van de laatste fiscale woonplaats binnen het gewest waarin de fiscale woonplaats van de overledene tijdens de vermelde periode het langst gevestigd was.
Evenwel, in geval van stilzitten der erfgenamen, algemeene legatarissen en begiftigden, zijn de legatarissen en begiftigden ten algemeenen of bijzonderen titel ertoe gehouden, op aanzoek van den ontvanger bij aangeteekenden brief, de aangifte in te leveren voor datgene wat hen betreft, en zulks uiterlijk binnen de maand na de afgifte van het stuk ter post.
In geval van devolutie van geheel de gemeenschap aan de overlevende echtgenoot, krachtens een niet aan de regelen betreffende de schenkingen onderworpen huwelijksovereenkomst, is de genieter ertoe gehouden het actief en het passief der gemeenschap aan te geven;
2° In geval van overlijden van een persoon die geen Rijksinwoner is: door de erfgenamen, legatarissen of begiftigden der in België gelegen onroerende goederen, ten kantore der successierechten in welks gebied deze goederen gelegen zijn;
Zoo de door eenzelfde erfgenaam, legataris of begiftigde verkregen onroerende goederen gelegen zijn in het ambtsgebied van verscheidene kantoren, is het bevoegd kantoor dit binnen het gebied waarvan zich het deel der goederen bevindt met het hoogste federaal kadastraal inkomen;
3° Bij afwezigheid: door de personen die krachtens het 1° en 2° van dit artikel tot aangifte verplicht zijn, ten kantore van de laatste fiscale woonplaats van de afwezige binnen het Rijk als bedoeld in 1°, wat het recht van successie betreft, en ten kantore van de plaats waar de goederen gelegen zijn, zoals onder 2° is aangeduid, wat het recht van overgang bij overlijden betreft;
4° In het geval voorzien in artikel 37, 1°: door den ingestelden rechtspersoon, ten kantore waar de belasting nog te betalen blijft;
5° In de gevallen bedoeld in artikel 37, 2° tot 4° door de hiervoren aangewezen personen, tenzij slechts bepaalde erfgenamen, legatarissen of begiftigden uit de gebeurtenis voordeel trekken, in welk geval deze alleen tot aangifte zijn verplicht. De aangifte moet worden ingeleverd ten kantore waar de eerste aangifte werd neergelegd;
6° In geval van ophouding van vruchtgebruik: door de erfgenamen bloote eigenaars of hun rechtverkrijgenden, ten kantore waar de voor de overdracht van den blooten eigendom verschuldigde rechten in schorsing gebleven zijn;
7° In geval van fideïcommis door den verwachter alleen, indien de overdracht geschiedt ten gevolge van het overlijden van den bezwaarden erfgenaam, en door den verwachter en den bezwaarde, wanneer de goederen op den verwachter overgaan tijdens het leven van den bezwaarde, ten kantore waar de nalatenschap van hem die de beschikking gedaan heeft aangegeven werd;
8° in het geval bedoeld in artikel 37, 7°, door alle erfgenamen, legatarissen of begiftigden die het voordeel genieten van de vrijstelling bedoeld in artikel 55bis, § 1, b), in het registratiekantoor waar de verklaring van vrijstelling bedoeld in artikel 55bis, § 2, wordt ingediend.
Artikel 40
De termijn voor het inleveren van de aangifte van nalatenschap is vijf maand, te rekenen van de datum van het overlijden, wanneer dit zich in het Rijk heeft voorgedaan; zes maand, wanneer het overlijden in een ander land van Europa, en zeven maand, indien het overlijden buiten Europa heeft plaats gehad.
In geval van gerechtelijke verklaring van overlijden, begint de termijn te lopen, zodra het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan.
Gaat het om een aan een rechtspersoon gedaan legaat, zoo loopt de voor de nieuwe aangifte in artikel 37, 1°, voorziene termijn te rekenen van de datum der machtiging of goedkeuring.
In geval van intreden van voorvallen voorzien in artikel 37, 2° tot 4°, loopt de termijn, indien het gaat om een betwist recht, te rekenen van de datum van het vonnis niettegenstaande verzet of beroep, of van de dading en, in de andere gevallen, te rekenen van de gebeurtenis.
In geval van ophouding van vruchtgebruik, loopt de termijn te rekenen van den datum van de onder artikel 37, 5°, bedoelde vermenging.
In geval van fideïcommis, loopt de termijn te rekenen van den datum der door het overlijden van den bezwaarde of anders teweeggebrachte devolutie. Zoo de devolutie krachtens een contract bij vervroeging geschiedt, worden datum en plaats van het contract met datum en plaats van het overlijden gelijkgesteld.
In geval van intrekking van de vrijstelling bedoeld in artikel 55bis, § 1, b), gaat de termijn voor de nieuwe aangifte bedoeld in artikel 37, 7°, in te rekenen van de datum van de beslissing waarbij alle erfgenamen, legatarissen of begiftigden die het voordeel van de vrijstelling genieten erover ingelicht zijn dat de goederen opgenomen in de omtrek van de site die in aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk uiteindelijk niet besloten liggen in de omtrek van een gebied aangewezen als Natura 2000-gebied in de zin van de wet van 12 juli 1973 (1) of, bij ontstentenis, te rekenen van de uiterste datum voor het verkrijgen van een aanwijzingsbesluit zoals bedoeld in § 4 van artikel 55bis.
Artikel 55bis
§ 1. Vrijgesteld wordt van de successierechten en rechten bij overdracht door overlijden:
a) de waarde van de onroerende goederen opgenomen in de omtrek van een Natura 2000-gebied;
b) de waarde van de onroerende goederen opgenomen in de omtrek van een gebied dat in aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk en onderworpen is aan de primaire beschermingsregeling en waarvoor de successierechten en de rechten bij overdracht door overlijden geacht worden in het Waalse Gewest gelegen te zijn.
§ 2. De vrijstellingen dienen het voorwerp uit te maken van een schriftelijke verklaring, gedateerd en ondertekend door alle erfgenamen, legatarissen of begiftigden van die vrijstellingen, die gevoegd moet worden bij de aangifte van nalatenschap.
De verklaring van vrijstelling bevat één van de volgende verwijzingen:
1° de verwijzing naar de publicatie in het Belgisch Staatsblad van het besluit tot aanwijzing van het onroerend goed als Natura 2000-gebied krachtens artikel 26, § 1, van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud;
2° de identificatiecode en de eigennaam van de site die in aanmerking komt als Natura 2000-gebied in de zin van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud zoals vermeld in de berichten van het Waalse Gewest bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad respectievelijk op 30 juli 2004 en 23 februari 2011, evenals de nummers van de kadastrale percelen in het in aanmerking komend gebied met in voorkomend geval vermelding van het percentage van het gebied dat in het netwerk besloten ligt.
Het Operationeel Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst zal het algemeen bestuur belast met de belastingdienst in de Federale Overheidsdienst Financiën een lijst mededelen van de gezamenlijke kadastrale percelen opgenomen in de omtrek van de gebieden die voor Natura 2000 in aanmerking komen, gelegen in Wallonië.
§ 3. De vrijstelling bedoeld in § 1, b), wordt enkel behouden als de goederen die opgenomen worden in de omtrek van de site die voor het Natura 2000-netwerk in aanmerking komt uiteindelijk opgenomen worden in de omtrek van een gebied aangewezen bij regeringsbesluit als Natura 2000-gebied in de zin van de wet van 12 juli 1973 op het natuurbehoud. Dat aanwijzingsbesluit wordt door het Overkoepelend Directoraat-generaal Landbouw, Natuurlijke Hulpbronnen en Leefmilieu van de Waalse Overheidsdienst overgemaakt aan het algemeen bestuur belast met de belastingdienst bij de Federale Overheidsdienst Financiën.
§ 4. Het overeenkomstig de artikelen 48 tot 60ter verschuldigde recht wordt eisbaar voor alle erfgenamen, legatarissen of begiftigden die het voordeel van de vrijstelling bedoeld in § 1, b), genieten vanaf het ogenblik waarop de voorwaarde van § 3 niet vervuld is, en uiterlijk op 13 mei 2014. Die termijn kan door de Regering verlengd worden.
In dat geval dient er een nieuwe aangifte van nalatenschap in de zin van artikel 37, 7°, te worden ingediend.
Art. 56bis
Het bedrag van de successierechten, vereffend ten laste van de erfgenaam, de legataris of de begiftigde krachtens artikel 55bis, §§ 3 en 4, wordt met 5 p.c. verminderd per jaar waarin de primaire beschermingsregeling toegepast is op de goederen opgenomen in de omtrek van de site die in aanmerking komt voor het Natura 2000-netwerk.
Interne ref.: AFZ: Dossier nr. 458 / Kad., reg. en domeinen: L 208
