Circulaire AAFisc Nr. 9/2015 (nr. Ci.RH.331/631.355) van 24.02.2015
Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst PB
Personenbelasting
Belastingvermindering
Dienstencheques
PWA-cheques
Wijziging van het maximumbedrag van de uitgaven voor dienstencheques en PWA-cheques die voor de belastingvermindering in aanmerking komen. Regionalisering. Bespreking van artikel 40, W 30.07.2013 houdende diverse bepalingen (BS 01.08.2013, ed. 2) en artikel 14, W 21.12.2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen (BS 31.12.2013, ed. 2).
INHOUDSTAFEL
Nrs. | |
1 | |
4 | |
6 | |
7 | |
8 | |
13 | |
19 | |
23 | |
24 | |
25 | |
26 | |
30 |
I. INLEIDING
1. Tijdens de begrotingsonderhandelingen heeft de regering beslist om het maximumbedrag van de uitgaven voor dienstencheques en PWA-cheques die voor de belastingvermindering in aanmerking komen, te verlagen van 1.810 naar 920 euro. Deze wijziging is van toepassing op de uitgaven gedaan vanaf 01.01.2013. Voor de dienstencheques en PWA-cheques gekocht vóór 01.07.2013, is evenwel een afwijking voorzien.
2. Deze circulaire bespreekt de wijzigingen aangebracht aan artikel 145^21, eerste lid, WIB 92, door:
- de wet van 30.07.2013 houdende diverse bepalingen – Hoofdstuk 15 – Afdeling 1 – Natuurlijke personen – art. 40 en 42, eerste en tweede lid (BS 01.08.2013, editie 2);
- de wet van 21.12.2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen – Titel 2 – Hoofdstuk 1 – Afdeling 1 – Diverse bepalingen – art. 14 (BS 31.12.2013, editie 2).
3. Deze circulaire vult de informatie aan die reeds werd verspreid op de internetsite van de FOD Financiën (http://financien.belgium.be):
- het persbericht van 21.08.2013;
- de aanpassing van de FAQ.
II. WETTEKSTEN
W 30.07.2013
Art. 40
4. In artikel 145^21, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 21.12.1994, gewijzigd bij de wet van 07.04.1999, bij het koninklijk besluit van 13.07.2001, en bij de wetten van 20.07.2001, 22.12.2003 en 22.12.2009, worden de woorden "tot ten hoogste 1.810 EUR" vervangen door de woorden "tot ten hoogste 920 EUR per belastingplichtige".
Art. 42, eerste en tweede lid
5. Artikel 40 is van toepassing op de uitgaven gedaan vanaf 01.07.2013.
In afwijking van het eerste lid, mag voor de uitgaven gedaan voor 01.07.2013 nog rekening worden gehouden met het maximumbedrag van de uitgaven bepaald in artikel 145^21, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 zoals het bestond voor te zijn gewijzigd bij artikel 40 van deze wet.
…
W 21.12.2013
Art. 14
6. In artikel 42 van de wet van 30.07.2013 houdende diverse bepalingen, worden het eerste en tweede lid vervangen als volgt:
"Art. 42. Artikel 40 is van toepassing op de uitgaven gedaan vanaf 01.01.2013.
In afwijking van het eerste lid blijft, wat de in 2013 gedane uitgaven betreft, het maximumbedrag van de uitgaven bepaald in artikel 145^21, eerste lid, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, zoals het bestond voor te zijn gewijzigd bij artikel 40 van deze wet, van toepassing wanneer de uitgaven gedaan voor 01.07.2013 het maximumbedrag van 920 EUR per belastingplichtige reeds overschrijden. In dit geval komen de vanaf 01.07.2013 gedane uitgaven evenwel niet meer in aanmerking voor de vermindering.".
Gecoördineerde tekst van art. 145^21, WIB 92
Art. 145^21, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 40, W 30.07.2013 en door art. 14, W 21.12.2013 (de wijzigingen worden in vet weergegeven)
7. Onder de voorwaarden bepaald in artikel 145^22, wordt een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de uitgaven tot ten hoogste 920 EUR per belastingplichtige die geen beroepskosten zijn en die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald voor prestaties, te verrichten door een werknemer in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen of voor prestaties betaald met dienstencheques bedoeld in de wet van 20.07.2001 tot bevordering van buurtdiensten en –banen, andere dan sociale dienstencheques.
De belastingvermindering is gelijk aan 30 pct. van de in het eerste lid bedoelde uitgaven.
Voor het bepalen van het bedrag van de in het eerste lid vermelde uitgaven wordt alleen rekening gehouden met de nominale waarde van de PWA-cheques vermeld in de reglementering betreffende de plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen of met de nominale waarde van de in het eerste lid bedoelde dienstencheques.
III. BESPREKING
8. Er wordt een belastingvermindering verleend die wordt berekend op de uitgaven die geen beroepskosten zijn en die tijdens het belastbaar tijdperk werkelijk zijn betaald voor de verwerving van PWA-cheques of dienstencheques (overeenkomstig art. 145^21, eerste lid, WIB 92).
9. Tot en met aj. 2012 bedroeg het maximumbedrag van de uitgaven waarvoor de vermindering werd toegekend, 1.810 euro (geïndexeerd bedrag voor aj. 2014 = 2.720 euro).
10. Het voormelde maximumbedrag van de voor de belastingvermindering toegelaten uitgaven werd gewijzigd.
Het maximumbedrag van de uitgaven voor in 2013 aangekochte dienstencheques en PWA-cheques, die in aanmerking komen voor de belastingvermindering, is verlaagd van 1.810 euro naar 920 euro (geïndexeerd bedrag voor aj. 2014 = 1.380 euro).
11. Voor de dienstencheques en PWA-cheques die in 2013 werden gekocht vóór 1 juli, werd evenwel een afwijking voorzien. Voor deze uitgaven blijft het maximumbedrag 1.810 euro (geïndexeerd bedrag voor aj. 2014 = 2.720 euro).
12. De manier waarop deze nieuwe bedragen moeten worden toegepast, wordt hierna verduidelijkt.
Aj. 2014 – uitgaven van 2013
13. Uit de nieuwe wettelijke bepalingen volgt dat het van toepassing zijnde limietbedrag voor het aj. 2014 zal verschillen naargelang de uitgaven voor dewelke de vermindering wordt gevraagd vóór 01.07.2013 of vanaf 01.07.2013 werden gedaan. Met "gedane uitgaven” wordt de aankoop van de cheques bedoeld.
14. Er werd eerst voorzien dat het verlaagde bedrag van 920 euro van toepassing zou zijn vanaf 01.07.2013 (1), terwijl het oude bedrag van toepassing zou blijven voor de uitgaven gedaan vóór die datum.
(1) Art. 42, eerste en tweede lid, W 30.7.2013.
15. Teneinde elke twijfel weg te nemen omtrent het feit dat de twee voormelde bedragen van toepassing zijn op jaarbasis, werd vervolgens verduidelijkt dat het verlaagde bedrag van toepassing is op de uitgaven gedaan vanaf 01.01.2013 (2).
(2) Art. 14, W 21.12.2013 tot wijziging van art. 42, eerste en tweede lid, W 30.07.2013.
16. De bedoeling van de regering was die uitgaven te beperken tot 920 euro (per belastingplichtige – 1.380 euro geïndexeerd bedrag), met dien verstande dat het maximumbedrag (op jaarbasis) – wat het inkomstenjaar 2013 betreft – ten hoogste 1.810 euro (2.720 euro geïndexeerd bedrag) kan bedragen, in het geval waarin iemand in de eerste helft van 2013 al voor dat bedrag dienstencheques zou hebben aangekocht (3).
(3) Parlementaire stukken, Kamer, 5e zitting van de 53e zittingsperiode, DOC 53 3236/001, blz. 15.
17. Om te bepalen welk van de 2 grensbedragen van toepassing is (2.720 euro of 1.380 euro) wanneer de belastingplichtige in zijn aangifte zowel uitgaven voor dienstencheques en/of PWA-cheques van vóór 01.07.2013 als dergelijke uitgaven vanaf 01.07.2013 vermeldt, zal als volgt te werk worden gegaan:
- wanneer het totaal van de uitgaven voor dienstencheques en PWA-cheques gedaan vóór 01.07.2013, 1.380 euro overschrijdt, worden enkel de uitgaven gedaan vóór 01.07.2013 in aanmerking genomen, en dat tot maximum 2.720 euro;
- wanneer het totaal van de uitgaven voor dienstencheques en PWA-cheques gedaan vóór 01.07.2013, 1.380 euro niet overschrijdt, worden zowel de uitgaven van vóór 01.07.2013 als de uitgaven vanaf 01.07.2013 in aanmerking genomen, maar slechts tot maximum 1.380 euro.
18. De grensbedragen zijn van toepassing per belastingplichtige. Deze begrenzingen worden uitgevoerd door de belastingberekening. Het is evenwel mogelijk dat de bedragen vermeld op de attesten reeds volgens voorgaande principes werden begrensd door de instellingen die de attesten opmaken.
Voorbeelden
19. Voorbeeld 1: in de loop van het eerste semester van het jaar 2013 heeft mijnheer X dienstencheques en PWA-cheques gekocht voor een bedrag van 3.200 euro. In de loop van het tweede semester bedraagt het bedrag van de voormelde uitgaven 500 euro.
Voor het volledige jaar 2013 is het toegelaten bedrag 2.720 euro.
20. Voorbeeld 2: in de loop van het eerste semester van het jaar 2013 heeft mijnheer X dienstencheques en PWA-cheques gekocht voor een bedrag van 1.800 euro. In de loop van het tweede semester bedraagt het bedrag van de voormelde uitgaven 700 euro.
Voor het volledige jaar 2013 is het toegelaten bedrag 1.800 euro.
21. Voorbeeld 3: in de loop van het eerste semester van het jaar 2013 heeft mijnheer X dienstencheques en PWA-cheques gekocht voor een bedrag van 1.200 euro. In de loop van het tweede semester bedraagt het bedrag van de voormelde uitgaven 300 euro.
Voor het volledige jaar 2013 is het toegelaten bedrag 1.380 euro.
22. Voorbeeld 4: Mijnheer X heeft enkel in het tweede semester van 2013 dienstencheques en PWA-cheques gekocht. De uitgaven in kwestie bedragen 1.700 euro.
Het toegelaten bedrag is 1.380 euro.
Echtgenoten en wettelijk samenwonenden
23. Gehuwden en wettelijk samenwonenden hebben beiden recht op de belastingvermindering voor de PWA- en dienstencheques die ze in eigen naam hebben gekocht. De maximumbedragen gelden per jaar en per afzonderlijke echtgenoot of wettelijk samenwonende.
Nieuwe codes
24. De aangifte in de personenbelasting (Tax-on-web) en de voorbereiding van de aangifte in de personenbelasting (papieren versie) van aj. 2014 werden aangepast om het onderscheid mogelijk te maken tussen de uitgaven gedaan vóór 01.07.2013 en deze gedaan vanaf 01.07.2013.
De nieuwe codes die werden ingevoegd voor de belastingvermindering met betrekking tot deze twee types uitgaven zijn:
- PWA-cheques gekocht in de periode van 01.01.2013 – 30.06.2013: code 1365/2365
- PWA-cheques gekocht in de periode van 01.07.2013 – 31.12.2013: code 1380/2380
- Dienstencheques gekocht in de periode van 01.01.2013 – 30.06.2013: code 1364/2364
- Dienstencheques gekocht in de periode van 01.07.2013 – 31.12.2013: code 1372/2372
Aj. 2015 – uitgaven van 2014
25. Voor het uitgavenjaar 2014 en volgende, blijft één grens bestaan. Deze bedraagt 920 euro (geïndexeerd bedrag = 1.400 euro).
De belastingvermindering werd evenwel geregionaliseerd vanaf het voormelde aj. Dienaangaande wordt verwezen naar hoofdstuk V van onderhavige circulaire.
IV. Herinnering: tarief van de vermindering voor PWA-cheques en omdeling van de belastingvermindering
26. Het tarief van de belastingvermindering voor uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen (PWA-cheques) werd teruggebracht naar 30% vanaf aj. 2013 (4).
(4) Zie circulaire AAFisc nr. 37/2013 (Ci.RH.331/625.119) van 09.10.2013.
27. Sinds deze wijziging is het tarief van de belastingvermindering dus hetzelfde voor zowel de uitgaven betaald voor prestaties in het kader van plaatselijke werkgelegenheidsagentschappen als voor prestaties betaald met dienstencheques andere dan sociale dienstencheques.
28. Voorbeeld voor uitgaven van het jaar 2013, de belastingvermindering bedraagt 30% van het betaalde bedrag, namelijk:
- 816 euro wanneer de verkrijger van de vermindering recht heeft op het maximumbedrag van 2.720 euro;
- 414 euro wanneer de verkrijger recht heeft op het maximumbedrag van 1.380 euro.
29. Dezelfde wet (5) had eveneens de omdeling van de belastingvermindering tussen echtgenoten (of wettelijk samenwonenden) in geval van gemeenschappelijke aanslag gewijzigd.
(5) Wet van 13.12.2012 houdende fiscale en financiële bepalingen (BS 20.12.2012, ed. 4).
Vanaf aj. 2013 is het de belastingvermindering (in plaats van de uitgaven) die evenredig wordt omgedeeld in functie van het belastbaar inkomen van elk van de echtgenoten ten opzichte van de som van de belastbare inkomsten van de beide echtgenoten (art. 145^23, § 1, WIB 92).
V. REGIONALISERING
30. Met ingang van het aj. 2015 zijn de gewesten exclusief bevoegd voor een aantal belastingverminderingen, waaronder deze die hier wordt besproken (6).
(6) Zie nr. 56 en 69 van de circulaire AAFisc Nr. 29/2014, Ci.RH.331/633.424, van 07.07.2014; art. 5/5, § 4, eerste lid, 4°, bijzondere wet van 16.01.1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten zoals gewijzigd door art. 11 van de bijzondere wet van 06.01.2014 tot hervorming van de financiering van de gemeenschappen en de gewesten, tot uitbreiding van de fiscale autonomie van de gewesten en tot financiering van de nieuwe bevoegdheden (BS 31.01.2014).
31. De op 30.06.2014 bestaande bepalingen van de artikelen 145^21 tot 145^23, WIB 92, blijven evenwel van toepassing tot wanneer de gewesten hun eigen regels ter zake hebben aangenomen. Hetzelfde geldt voor de uitvoeringsbepalingen (7).
(7) Art. 81quater, eerste lid, 2°, bijzondere wet van 16.01.1989.
32. De regionalisering heeft de berekening van de belasting ingewikkelder gemaakt. Om eventuele twijfels weg te nemen, heeft de wetgever bevestigd dat de belastingvermindering evenredig wordt omgedeeld in functie van het overeenkomstig art. 130, WIB 92, belaste inkomen (art. 145^23, § 1, WIB 92). Het betreft dus een zuivere vormaanpassing.
33. De mogelijkheid om de belastingvermindering voor dienstencheques om te zetten in een terugbetaalbaar belastingkrediet is voortaan ingeschreven in artikel 145^23, § 2, WIB 92. Artikel 156bis, WIB 92, dat deze omzetting voorheen regelde, werd opgeheven.
Voor de Administrateur Grote Ondernemingen, tijdelijk belast met de functie van Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,
P. GYSEN
Adviseur – Directeur
