25.06.2020 - Circulaire 2020/C/85 betreffende de verschillende gebieden van de Europese Unie - (Opgeheven)
Vervangt de circulaire betreffende de verschillende gebieden van de Europese Unie D.I. 509.10 - OEO/D.D. 281.815
Wordt vervangen door Circulaire 2024/C/65
D.I. 509.10; douanegebied; accijnsgebied; btw-gebied
FOD Financiën, 25.06.2020
Algemene Administratie van de Douane en Accijnzen
Inhoudstabel
III. Schematische voorstelling
1. Overzicht per lidstaat van de verschillende gebieden die al dan niet tot het douanegebied behoren
2. Toestand van de verschillende gebieden in relatie tot het douane-, accijns- en btw-gebied
3. Toestand van San Marino en de berg Athos
4. Accijnsgebied in relatie tot het douanegebied
5. Btw-gebied in relatie tot het douane- en accijnsgebied
1
I. Inleiding
§ 1. In principe worden Uniegoederen tijdens het verkeer tussen de lidstaten niet meer onderworpen aan douaneformaliteiten of -controles. Uniegoederen die herkomstig zijn uit delen van het douanegebied die niet tot het btw-gebied of accijnsgebied behoren, moeten echter bij binnenkomst in het btw-gebied of in het accijnsgebied onderworpen blijven aan douaneformaliteiten. Uniegoederen die bestemd zijn voor delen van het douanegebied die niet tot het btw-gebied of accijnsgebied behoren, moeten eveneens bij verzending uit het btw-gebied of uit het accijnsgebied onderworpen blijven aan douaneformaliteiten.
Voorbeeld
De Canarische Eilanden behoren niet tot het btw- en accijnsgebied maar wel tot het douanegebied. Bij het binnenbrengen in België van accijnsproducten, herkomstig van deze eilanden, moeten douaneformaliteiten (waaronder de overlegging van een Enig document) worden vervuld in verband met de accijnzen en de btw.
§ 2. In deze circulaire worden de toepasselijke wettelijke bepalingen voor het douane-, btw- en accijnsgebied vermeld.
Er wordt eveneens een schematische vergelijking van de verschillende gebieden van de Unie gegeven, alsook van de toestand van sommige gebieden met een bijzonder statuut.
II. Wettelijke bepalingen
1. Douanegebied
§ 3. Het artikel 4 van het Douanewetboek van de Unie (hierna ‘DWU’ genoemd) (1) bevat de wettelijke bepalingen voor het douanegebied van de Unie:
“1. Het douanegebied van de Unie omvat de volgende grondgebieden, daaronder begrepen de territoriale wateren, de binnenwateren en het luchtruim:
- het grondgebied van het Koninkrijk België;
- het grondgebied van de Republiek Bulgarije;
- het grondgebied van de Tsjechische Republiek;
- het grondgebied van het Koninkrijk Denemarken, met uitzondering van de Faeroër en Groenland;
- het grondgebied van de Bondsrepubliek Duitsland, met uitzondering van het eiland Helgoland en het grondgebied van Büsingen (Verdrag van 23 november 1964 tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Zwitserse Bondsstaat);
- het grondgebied van de Republiek Estland;
- het grondgebied van Ierland;
- het grondgebied van de Helleense Republiek;
- het grondgebied van het Koninkrijk Spanje (2), met uitzondering van Ceuta en Melilla;
- het grondgebied van de Franse Republiek (3), met uitzondering van de Franse landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) van toepassing zijn;
- het grondgebied van de Republiek Kroatië (4);
- het grondgebied van de Italiaanse Republiek, met uitzondering van de gemeente Livigno (5);
- het grondgebied van de Republiek Cyprus overeenkomstig de bepalingen van de Toetredingsakte van 2003 (6);
- het grondgebied van de Republiek Letland;
- het grondgebied van de Republiek Litouwen;
- het grondgebied van het Groothertogdom Luxemburg;
- het grondgebied van Hongarije;
- het grondgebied van Malta;
- het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa;
- het grondgebied van de Republiek Oostenrijk;
- het grondgebied van de Republiek Polen;
- het grondgebied van de Portugese Republiek;
- het grondgebied van Roemenië;
- het grondgebied van de Republiek Slovenië;
- het grondgebied van de Slowaakse Republiek;
- het grondgebied van de Republiek Finland (7);
- het grondgebied van het Koninkrijk Zweden; en
- het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland alsmede de Kanaaleilanden en het eiland Man.
2. De volgende grondgebieden, daaronder begrepen de territoriale wateren, de binnenwateren en het luchtruim, die buiten het grondgebied van de lidstaten zijn gelegen, worden, met inachtneming van de verdragen en overeenkomsten die erop van toepassing zijn, beschouwd als deel uitmakende van het douanegebied van de Unie:
a) Frankrijk: het grondgebied van Monaco als omschreven in de te Parijs op 18 mei 1963 ondertekende Douaneovereenkomst (Journal officiel de la République Française (Staatsblad van de Franse Republiek)) van 27 september 1963, blz. 8679);
b) Cyprus: het grondgebied van Akrotiri en Dhekelia, zijnde de zones van Cyprus die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen als omschreven in het Verdrag betreffende de oprichting van de Republiek Cyprus, ondertekend in Nicosia op 16 augustus 1960 (United Kingdom Treaty Series No 4 (1961), Cmnd. 1252).”
2. Accijnsgebied
§ 4. De Wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen voorziet in de omzetting van Richtlijn 2008/118/EG van de Raad van 16 december 2008 houdende een algemene regeling inzake accijns en houdende intrekking van Richtlijn 92/12/EEG (hierna ‘accijnsrichtlijn’ genoemd).
Het artikel 5 van deze wet bevat de wettelijke bepalingen van het accijnsgebied (8):
“§ 1. In deze wet wordt verstaan onder:
1° "lidstaat" en "grondgebied van een lidstaat": het grondgebied van een lidstaat van de Gemeenschap waarop het Verdrag overeenkomstig artikel 299 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap van toepassing is, met uitzondering van derdelandsgebieden bedoeld in de bepaling onder 4°;
2° "Gemeenschap" en "grondgebied van de Gemeenschap": het geheel van de grondgebieden van de lidstaten in de zin van de bepaling onder 1°;
3° "derde land" : elke staat of elk grondgebied waarop het Verdrag niet van toepassing is;
4° "derdelandsgebieden":
a) de volgende gebieden die deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap:
- de Canarische eilanden;
- de Franse ultraperifere gebieden vermeld in artikel 349 en artikel 355, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
- de Åland-eilanden;
- de Kanaaleilanden;
b) de volgende gebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap:
- het eiland Helgoland;
- het gebied Büsingen;
- Ceuta;
- Melilla;
- Livigno;
……..……..
§ 2. De overbrenging van accijnsgoederen met als herkomst of bestemming:
a) het Vorstendom Monaco wordt als een overbrenging met als herkomst of bestemming Frankrijk behandeld;
b) Jungholz en Mittelberg (Kleines Walsertal) wordt als een overbrenging met als herkomst of bestemming de Bondsrepubliek Duitsland behandeld (9);
c) het eiland Man wordt als een overbrenging met als herkomst of bestemming het Verenigd Koninkrijk behandeld;
d) San Marino wordt als een overbrenging met als herkomst of bestemming Italië behandeld;
e) de zones te Akrotiri en Dhekelia die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen, worden als overbrenging met als herkomst of bestemming Cyprus behandeld.
3. Btw-gebied
§ 5. De wettelijke bepalingen voor het btw-gebied zijn opgenomen in de §§ 2 t/m 5 van artikel 1 van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (Btw-Wetboek) (10), ingevoerd door de Wet van 3 juli 1969:
“§ 2. Voor de toepassing van dit Wetboek wordt verstaan onder:
1) "Lidstaat" en "grondgebied van een lidstaat": het binnenland zoals dat in de §§ 3, 4 en 5, voor elke lidstaat wordt omschreven;
2) "Gemeenschap" en "grondgebied van de Gemeenschap": het binnenland van de lidstaten;
3) "derdelands gebied" en "derde land": elk ander grondgebied dan het binnenland van een lidstaat.
§ 3. Het "binnenland" komt overeen met het grondgebied van iedere lidstaat van de Europese Unie waarop de verdragen betreffende de Europese Unie en betreffende de werking van de Europese Unie van toepassing zijn overeenkomstig de artikelen 52 van het Verdrag betreffende de Europese Unie en 349 en 355 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie.
§ 4. Het binnenland omvat niet de volgende nationale grondgebieden die deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap:
1° Koninkrijk Spanje: de Canarische Eilanden;
2° Franse Republiek: de gebieden bedoeld in artikel 349 en artikel 355, lid 1, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie;
3° Helleense Republiek : de Berg Athos;
4° Verenigd Koninkrijk van Groot Brittannië en Noord-Ierland : de Kanaaleilanden;
5° Republiek Finland: de Åland Eilanden.
6° Italiaanse Republiek:
a) Campione d’Italia;
b) de nationale wateren van het meer van Lugano.
Het binnenland omvat evenmin de volgende nationale grondgebieden die geen deel uitmaken van het douanegebied van de Gemeenschap:
1° Bondsrepubliek Duitsland:
a) het eiland Helgoland;
b) het grondgebied van Büsingen;
2° Koninkrijk Spanje:
a) Ceuta;
b) Melilla;
3° Italiaanse Republiek: Livigno;
4° Verenigd Koninkrijk van Groot Brittannië en Noord-Ierland: Gibraltar.
§ 6. Voor de toepassing van dit Wetboek worden geacht deel uit te maken van:
1° het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland: het Eiland Man;
2° de Franse Republiek: het Vorstendom Monaco;
3° de Republiek Cyprus: de zones Akrotiri en Dhekelia die onder de soevereiniteit van het Verenigd Koninkrijk vallen.”
III. Schematische voorstelling
1. Overzicht per lidstaat van de verschillende gebieden die al dan niet tot het douanegebied behoren
§ 6. In onderstaande tabel wordt per lidstaat een overzicht gegeven van de verschillende gebieden die al dan niet tot het douanegebied behoren.
DOUANEGEBIED | Lidstaten | Met inbegrip van | Met uitzondering van |
1. België | - | - | |
2. Bulgarije | - | - | |
3. Tsjechië | - | - | |
4. Denemarken | - | a) Faeroër | |
5. Duitsland | - | a) Helgoland | |
6. Estland | - | - | |
7. Ierland | - | - | |
8. Griekenland | Berg Athos | - | |
9. Spanje | Canarische eilanden | a) Ceuta | |
10. Frankrijk | a) Franse overzeese departementen | Franse landen en gebieden overzee | |
11. Kroatië | - | - | |
12. Italië | a) Campione d’Italia | Livigno | |
13. Cyprus | Akrotiri en Dhekelia | Noordelijk deel van Cyprus, bezet door Turkije | |
14. Letland | - | - | |
15. Litouwen | - | - | |
16. Luxemburg | - | - | |
17. Hongarije | - | - | |
18. Malta | - | - | |
19. Nederland | (enkel Europa) | - | |
20. Oostenrijk | Jungholz en Mittelberg | - | |
21. Polen | - | - | |
22. Portugal | - | - | |
23. Roemenië | - | - | |
24. Slovenië | - | - | |
25. Slowakije | - | - | |
26. Finland | Åland-eilanden | - | |
27. Zweden | - | - | |
28. Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland | a) Kanaaleilanden | - |
2. Toestand van de verschillende gebieden in relatie tot het douane-, accijns- en btw-gebied
§ 7. In onderstaande tabel wordt verduidelijkt of de in § 6 opgenomen gebieden tot het douane-, accijns- en btw-gebied behoren. In deze tabel is ook San Marino opgenomen (zie § 9).
Douanegebied | Accijnsgebied | Btw-gebied | |
Faeroër (11) | neen | neen | neen |
Groenland (11) | neen | neen | neen |
Helgoland (12) | neen | neen | neen |
Büsingen (13) | neen | neen | neen |
Canarische eilanden (14) | ja | neen | neen |
Ceuta (15) | neen | neen | neen |
Melilla (15) | neen | neen | neen |
Franse overzeese departementen (16) | ja | neen | neen |
Monaco (17) | ja | ja | ja |
Franse landen en gebieden overzee (18) | neen | neen | neen |
Campione d’Italia (19) | ja | ja | neen |
Nationale wateren van het meer van Lugano (19) | ja | ja | neen |
Livigno (20) | neen | neen | neen |
Akrotiri en Dhekelia (21) | ja | ja | ja |
Noordelijk deel van Cyprus, bezet door Turkije (22) | neen | neen | neen |
Jungholz en Mittelberg (9) | ja | ja | ja |
ja | neen | neen | |
Kanaaleilanden (24) | ja | neen | neen |
Eiland Man (25) | ja | ja | ja |
Berg Athos (zie § 8) | ja | ja | neen |
San Marino (zie § 9) | neen | neen | neen |
3. Toestand van San Marino en de berg Athos
§ 8. In deze afdeling wordt dieper ingegaan op de specifieke situatie van San Marino en de berg Athos.
3.1 San Marino
§ 9. In 1992 is tussen de EG en San Marino een interim-overeenkomst inzake handel en een douane-unie gesloten. Deze overeenkomst is vervolgens vervangen door de Overeenkomst tot instelling van een douane-unie en samenwerking die op 1 april 2002 in werking is getreden.
De douane-unie is van toepassing op goederen van de hoofdstukken 1-97 van het Geharmoniseerd Systeem, met uitzondering van de producten van de hoofdstukken 72 en 73 waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal (EGKS-producten) van toepassing is. San Marino behoort niet tot het douanegebied: het is een derde land waarmee de Unie specifieke afspraken heeft gemaakt over douaneafhandeling.
San Marino is niet opgenomen in de bepalingen inzake het geografisch toepassingsgebied van de artikelen 5 t/m 8 van Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (hierna ‘btw-richtlijn’ genoemd), omgezet in nationaal recht door artikel 1 van het Btw-Wetboek. Bijgevolg dient San Marino overeenkomstig artikel 5, punt 4 van de btw-richtlijn beschouwd te worden als een derde land en behoort het niet tot het btw-gebied.
San Marino maakt evenmin deel uit van het accijnsgebied. Voor accijnsdoeleinden is de afspraak dat marktdeelnemers uit San Marino die accijnsvergunningen als geregistreerde geadresseerden of als erkende entrepothouders willen verwerven, hun vergunningen moeten aanvragen bij de Italiaanse douane. In artikel 6 van de accijnsrichtlijn, omgezet in nationaal recht door artikel 5 van de Wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen, is bepaald dat een overbrenging van accijnsgoederen met als herkomst of bestemming San Marino als een overbrenging met als herkomst of bestemming Italië wordt behandeld. San Marino heeft echter niet de plicht het acquis op het gebied van accijns intern uit te voeren (minimumtarieven voor accijnzen). Er zijn bilaterale overeenkomsten inzake tarieven gesloten met Italië waardoor verlies aan belastinginkomsten wordt vermeden.
3.2 De berg Athos
§ 10. De berg Athos is een confederale republiek onder de canonieke rechtspraak van het patriarchaat van Constantinopel en onder het politiek protectoraat van Griekenland.
Er wonen uitsluitend monniken.
Overeenkomstig artikel 4 van het DWU omvat het douanegebied van de Unie o.a. het grondgebied van de Helleense Republiek (m.a.w. Griekenland). Aangezien de berg Athos deel uitmaakt van het grondgebied van Griekenland behoort het eveneens tot het douanegebied van de Unie.
Artikel 6, lid 1, onder a) van de btw-richtlijn (omgezet in nationaal recht door artikel 1, § 4 van het Btw-Wetboek) bepaalt dat deze richtlijn niet van toepassing is op de berg Athos. Bijgevolg maakt de berg Athos geen deel uit van het btw-gebied.
Artikel 5, lid 6 van de accijnsrichtlijn stelt dat de bepalingen van deze richtlijn geen beletsel vormen om in Griekenland het aan de berg Athos verleende bijzondere statuut, zoals gewaarborgd bij artikel 105 van de Griekse grondwet, te handhaven. Hieruit vloeit voort dat de berg Athos deel uitmaakt van het accijnsgebied.
4. Accijnsgebied in relatie tot het douanegebied
§ 11. Het accijnsgebied is gelijk aan het douanegebied, met uitzondering van:
- de Franse overzeese departementen;
- de Canarische eilanden;
- de Kanaaleilanden;
- de Åland-eilanden.
5. Btw-gebied in relatie tot het douane- en accijnsgebied
§ 12. Het btw-gebied is gelijk aan het douanegebied met uitzondering van:
- de berg Athos;
- de Franse overzeese departementen;
- de Canarische eilanden;
- de Kanaaleilanden;
- de Åland-eilanden;
- Campione d’Italia;
- de Italiaanse wateren van het meer van Lugano.
§ 13. Het btw-gebied is gelijk aan het accijnsgebied met uitzondering van:
- de berg Athos;
- Campione d’Italia;
- de Italiaanse wateren van het meer van Lugano.
IV. Intrekking
§ 14. De omzendbrief betreffende de verschillende gebieden van de Europese Unie van 20 februari 2014, nr. D.D. 281.815 (D.I. 509.10) wordt ingetrokken.
Overzicht van de eindnoten
(1) Verordening (EU) nr. 952/2013 van het Europees Parlement en van de Raad van 9 oktober 2013 tot vaststelling van het douanewetboek van de Unie (Publicatieblad van de Europese Unie van 10 oktober 2013, nr. L 269).
(2) De Canarische Eilanden worden geacht deel uit te maken van het douanegebied. Krachtens artikel 1 van Verordening (EEG) nr. 1911/91 van 26 juni 1991 betreffende de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische eilanden (Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen van 29 juni 1991, nr. L 171) zijn de bepalingen van de verdragen en van de besluiten van de Instellingen van de Europese Gemeenschappen onder de in deze verordening bedoelde voorwaarden van toepassing op de Canarische Eilanden.
De Canarische eilanden zijn Lanzarote, Fuerteventura, Gran Canaria, Tenerife,
La Gomera, El Hierro en La Palma.
(3) Met inbegrip van de Franse overzeese departementen: Frans Guyana, Guadeloupe, Martinique, Mayotte en Réunion.
(4) Deze wijziging werd ingevoerd door de Verordening (EU) nr. 517/2013 van de Raad van 13 mei 2013 tot aanpassing van bepaalde verordeningen, besluiten en beschikkingen op het gebied van vrij verkeer van goederen, vrij verkeer van personen, vennootschapsrecht, mededingingsbeleid, landbouw, voedselveiligheid, veterinair en fytosanitair beleid, vervoersbeleid, energie, belastingen, statistieken, trans-Europese netwerken, rechtswezen en grondrechten, justitie, vrijheid en veiligheid, milieu, douane-unie, externe betrekkingen, buitenlands en veiligheids- en defensiebeleid en instellingen, in verband met de toetreding van de Republiek Kroatië (Publicatieblad van de Europese Unie van 10 juni 2013, nr. L 158).
(5) Gewijzigd door artikel 1, lid 1 van Verordening (EU) 2019/474 van het Europees Parlement en de Raad van 19 maart 2019 houdende wijziging van Verordening (EU) nr. 952/2013 tot vaststelling van het douanewetboek (Publicatieblad van de Europese Unie van 25 maart 2019, nr. L 83).
(6) Met inbegrip van Akrotiri en Dhekelia, zijnde de zones van Cyprus die onder Britse soevereiniteit vallen maar met uitzondering van het Turkse deel van het land. De zones waarover Cyprus geen effectieve controle uitoefent, zijn uitgesloten van het douane-, btw- en accijnsgebied: het betreft het noordelijk deel van Cyprus, bezet door de Turken. Deze bezetting wordt niet erkend door de internationale gemeenschap.
(7) Met inbegrip van de Åland-Eilanden.
(8) Het artikel 5 van de Wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen werd laatst gewijzigd door de Wet van 20 december 2019 tot wijziging van de Wet van 22 december 2009 betreffende de algemene regeling inzake accijnzen (Belgisch Staatsblad van 24 december 2019) (omzetting van artikel 2 van Richtlijn (EU) 2019/475 van de Raad van 18 februari 2019 tot wijziging van Richtlijnen 2006/112/EG en 2008/118/EG wat betreft de opname van de Italiaanse gemeente Campione d'Italia en de Italiaanse wateren van het meer van Lugano in het douanegebied van de Unie en in het territoriale toepassingsgebied van Richtlijn 2008/118/EG (Publicatieblad van de Europese Unie van 25 maart 2019, nr. L 83)).
(9) Jungholz en Mittelberg zijn exclaves van Oostenrijk die enkel toegankelijk zijn vanaf Duits grondgebied.
(10) Het artikel 1 van het Btw-Wetboek werd laatst gewijzigd door artikel 3 van de Wet van 3 november 2019 tot wijziging van het Btw-Wetboek ter omzetting van Richtlijn (EU) 2019/475 en Richtlijn (EU) 2018/1910 (B.S. van 13 november 2019) (omzetting van artikel 1 van Richtlijn (EU) 2019/475 van de Raad van 18 februari 2019 tot wijziging van Richtlijnen 2006/112/EG en 2008/118/EG wat betreft de opname van de Italiaanse gemeente Campione d'Italia en de Italiaanse wateren van het meer van Lugano in het douanegebied van de Unie en in het territoriale toepassingsgebied van Richtlijn 2008/118/EG (Publicatieblad van de Europese Unie van 25 maart 2019, nr. L 83)).
(11) De Faeröer en Groenland zijn autonome regio's binnen het Koninkrijk Denemarken. Het zijn derde landen waarvoor een preferentiële regeling met de Unie geldt. De twee gebieden maken geen deel uit van het douanegebied van de Unie of Denemarken.
(12) Het eiland Helgoland maakt deel uit van de Unie, maar behoort niet tot het douanegebied van de Unie. Deze „belastingvrije" status werd verworven in het kader van de Anglo-Duitse koloniale overeenkomst van 1 juli 1890, toen het eiland door Groot-Brittannië aan Duitsland werd overgedragen.
(13) De Duitse exclave Büsingen am Hochrhein is volledig omringd door Zwitserland. Op basis van het verdrag tussen de Bondsrepubliek Duitsland en de Zwitserse Bondsstaat van 23 november 1964 maakt Büsingen deel uit van het Zwitserse douanegebied en behoort deze gemeente dus niet tot het douanegebied van de Unie.
(14) Overeenkomstig artikel 5, lid 4, van de accijnsrichtlijn kan Spanje er door een verklaring kennis van geven dat deze richtlijn en de in artikel 1 genoemde richtlijnen van toepassing zijn op de Canarische eilanden ter zake van alle of sommige accijnsgoederen. Tot nu toe heeft Spanje geen dergelijke verklaring gedaan. Bijgevolg behoren de Canarische eilanden niet tot het accijnsgebied.
Zie ook eindnoot (2).
(15) De aan de Middellandse Zeekust van Noord-Afrika gelegen gebieden Ceuta en Melilla maken deel uit van het Koninkrijk Spanje en dus tevens van de Europese Unie maar niet van het douanegebied van de Unie. De wettelijke grondslag van de positie die deze gebieden ten opzichte van de Europese Unie innemen, is vastgelegd in Protocol nr. 2 betreffende de toetreding van het Koninkrijk Spanje tot de Europese Gemeenschappen. Er bestaan bepaalde preferentiële regelingen tussen Ceuta en Melilla en de Unie als geheel.
(16) Op 19 maart 1946 werden Guadeloupe, Martinique, Réunion en Guyana departementen van de Franse Republiek. Op 31 maart 2011 werd Mayotte het vijfde Franse overzeese departement. De Franse overzeese departementen vormen een integrerend deel van de Unie en van het douanegebied van de Unie waarop alle douanevoorschriften van de Unie van toepassing zijn.
Overeenkomstig artikel 5, lid 5, van de accijnsrichtlijn kan Frankrijk er door een verklaring kennis van geven dat deze richtlijn en de in artikel 1 ervan bedoelde richtlijnen van toepassing zijn op de overzeese departementen ter zake van alle of sommige accijnsgoederen. Tot nu toe heeft Frankrijk geen dergelijke verklaring gedaan. Bijgevolg behoren deze overzeese departementen niet tot het accijnsgebied.
(17) Monaco is een derde land: het maakt geen deel uit van de Unie maar wel van het douanegebied van de Unie (zie daartoe artikel 4, lid 2 a) van het DWU). De wettelijke grondslag van deze toestand is de op 18 mei 1963 door de Franse Republiek en het Vorstendom Monaco ondertekende douaneovereenkomst. Hierin werd bepaald dat de Franse overheid verantwoordelijk is voor de douanecontrole op het nationale grondgebied van Monaco en met name voor de inning van douanerechten, heffingen en bepaalde accijnzen. Bijgevolg behoort Monaco ook tot het btw- en accijnsgebied.
(18) Dit zijn de Franse landen en gebieden overzee waarop de bepalingen van het vierde deel van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (VWEU) van toepassing zijn (zie artikel 355, lid 2 van het VWEU):
• Franse zuidelijke en Zuidpoolgebieden;
• Frans-Polynesië;
• Nieuw-Caledonië en onderhorigheden;
• Saint-Pierre en Miquelon;
• Wallisarchipel en Futunaeiland.
(19) Vanaf 1 januari 2020 werden de Italiaanse gemeente Campione d'Italia, een Italiaanse exclave op het grondgebied van Zwitserland, en de Italiaanse wateren van het meer van Lugano opgenomen in het douanegebied van de Unie omdat de historische argumenten die de uitsluiting van die gebieden rechtvaardigden, zoals hun afgelegen ligging en de economische achterstand, hun geldigheid hebben verloren. Om dezelfde redenen werden die gebieden vanaf 1 januari 2020 opgenomen in het territoriale toepassingsgebied van de accijnsrichtlijn (accijnsgebied).
Italië wil die gebieden evenwel blijven uitsluiten van de territoriale toepassing van de btw-richtlijn (btw-gebied) omdat dit van wezenlijk belang is om gelijke concurrentievoorwaarden te handhaven tussen in Zwitserland en in de Italiaanse gemeente Campione d'Italia gevestigde marktdeelnemers door middel van de toepassing van een lokale regeling voor indirecte belastingen die in overeenstemming is met de Zwitserse regeling voor de btw. Bijgevolg behoren Campione d’Italia en de Italiaanse wateren van het meer van Lugano niet tot het btw-gebied.
(20) Livigno maakt deel uit van Italië en bijgevolg van de Europese Unie. Historische oorzaken en de geografische ligging van Livigno hebben er echter toe geleid dat dit gebied een bevoorrechte positie binnen de Italiaanse douanewetgeving inneemt (artikel 1 van de Italiaanse douanewet nr. 1424 van 25 september 1940 en presidentieel decreet nr. 43 van 23 januari 1973). Als gevolg hiervan maakt Livigno geen deel uit van het douanegebied van de Unie. Livigno geldt in Italië als een „zona extradoganale", hetgeen betekent dat de gemeente ten aanzien van voor haar bestemde goederen in de praktijk als een derde land wordt beschouwd.
(21) Zie artikel 4, lid 2 b) van het DWU.
(22) De zones van de Republiek Cyprus waarover deze republiek geen effectieve controle uitoefent, zijn uitgesloten van het douane-, btw- en het accijnsgebied: het betreft hier het noordelijk deel van Cyprus, dat sinds 1974 door Turkije wordt bezet. In 1983 riep Turkije de onafhankelijk van dit gebied uit die echter enkel door Turkije zelf werd erkend. De internationale gemeenschap heeft de Turkse bezetting altijd veroordeeld.
(23) De Åland-eilanden behoren tot het douanegebied maar niet tot btw- en accijnsgebied (zoals bepaald in Protocol nr. 2 inzake de Åland-eilanden van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden voor het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden en de aanpassing van de Verdragen waarop de Europese Unie is gegrond).
(24) De Kanaaleilanden maken geen deel uit van het Verenigd Koninkrijk, maar zijn afhankelijke gebieden van de Britse kroon met een eigen wetgevende macht. Zij zijn nooit een Britse kolonie geweest maar het Verenigd Koninkrijk is verantwoordelijk voor hun buitenlandse betrekkingen. De situatie van de Kanaaleilanden is vastgelegd in de artikelen 25 tot 27 en in Protocol nr. 3 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van het Toetredingsverdrag van het Verenigd Koninkrijk. Het Verdrag heeft dus een beperkte toepassing, in samenhang met het feit dat de eilanden deel uitmaken van het douanegebied van de Unie maar niet van de Unie zelf.
Het Verenigd Koninkrijk en de Kanaaleilanden vormen met betrekking tot de indirecte belastingen niet één gebied. De Kanaaleilanden kennen geen btw en heffen andere accijnzen dan het Verenigd Koninkrijk.
De Kanaaleilanden zijn Alderney, Jersey, Guernsey, Sark, Herm en Les Minquires.
(25) Het eiland Man heeft een speciale band met het Verenigd Koninkrijk. Het is een oud koninkrijk met een eigen wetgevende vergadering, regering en rechtsstelsel. Het eiland Man kan worden beschreven als een onafhankelijk gebied van de Kroon en maakt geen deel uit van het Verenigd Koninkrijk. Van 1765 tot 1980 werd de Dienst Douane en Accijnzen van het eiland Man door de Britse overheid bestuurd. Op grond van de Customs and Excise Agreement en de Isle of Man Act van 1979 werd het bestuur van de Dienst Douane en Accijnzen aan de regering van het eiland Man overgedragen. Krachtens deze overeenkomst hanteren het eiland Man en het Verenigd Koninkrijk hetzelfde tarief van douanerechten en indirecte belastingen, op enkele kleine uitzonderingen na.
De positie van het eiland Man is vastgelegd in de artikelen 25 tot 27 en in Protocol nr. 3 van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden van het Toetredingsverdrag van het Verenigd Koninkrijk.
