10de ADDENDUM dd. 23.05.2011 bij de circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 (AAFisc Nr. 8/2003) dd. 05.03.1999

Algemene administratie van de FISCALITEIT - Centrale diensten

Directie I/5A

10de ADDENDUM dd 23.05.2011 bij de circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 (AAFisc Nr. 8/2003) dd. 5.3.1999

Personenbelasting

Vrijwilliger

Vergoeding voor vrijwilligerswerk

Vrijgestelde vergoeding

Belastingstelsel

Belastingstelsel van de vergoeding

Aanpassing van het nr. 6 van de circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 aan de bepalingen van de Wet van 3.7.2005 betreffende de rechten van vrijwilligers.

Aan alle ambtenaren.

INLEIDING

1. Dit addendum strekt ertoe de circulaire nr. Ci.RH.241/509.803 van 5.3.1999 inzake het belastingstelsel van de vergoedingen voor vrijwilligerswerk in overeenstemming te brengen met de Wet van 3.7.2005 betreffende de rechten van vrijwilligers (BS 29.8.2005). Met name het nr. 6 van de circulaire, dat handelt over de relatie tussen de vrijwilliger en de opdrachtgever, wordt hierbij herzien.

SOCIALE WETGEVING

2. Artikel 3, 1°, d) van de Wet van 3.7.2005 betreffende de rechten van vrijwilligers bepaalt dat "onder vrijwilligerswerk wordt verstaan: elke activiteit die niet door dezelfde persoon en voor dezelfde organisatie wordt verricht in het kader van een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract of een statutaire aanstelling".

3. Uit de toelichting bij het wetsvoorstel blijkt dat hiermee bedoeld wordt dat "dezelfde persoon niet dezelfde activiteiten mag verrichten voor dezelfde organisatie zowel in de hoedanigheid van vrijwilliger als in die van werknemer, zelfstandige of ambtenaar. Het is niet de bedoeling de activiteiten die doorgaans het voorwerp uitmaken van een arbeidsovereenkomst uit te sluiten van het vrijwilligerswerk. Het is wél de bedoeling misbruiken te vermijden" (zie Kamer, 2e zitting van de 51e zittingsperiode, doc 51 0455/001, p. 13).

4. Op sociaal vlak is het bijgevolg mogelijk dat iemand die een beroepsrelatie heeft met een organisatie, voor deze organisatie vrijwilligerswerk uitoefent, op voorwaarde dat het gaat om andere activiteiten dan diegene waarvoor hij werd aangeworven. Beide activiteiten (de bezoldigde activiteit en de activiteit als vrijwilliger) moeten dus duidelijk van elkaar verschillen.

FISCALE RICHTLIJNEN

5. Het nr. 6 van de circulaire van 5.3.1999 bepaalt dat "het gelegenheidswerk activiteiten betreft die onbaatzuchtig en rechtstreeks voor de opdrachtgever worden verricht zonder dat de vrijwilliger één of andere beroepsrelatie heeft met de opdrachtgever".

6. Aangezien voornoemd nr. 6 strikter is dan de Wet van 3.7.2005, wordt deze administratieve richtlijn van 5.3.1999 aangepast aan de sociale bepalingen.

7. De tekst van het nr. 6 van voornoemde circulaire wordt als volgt vervangen:

"Het gelegenheidswerk betreft activiteiten die onbaatzuchtig en rechtstreeks voor de opdrachtgever worden verricht.

Dezelfde persoon mag niet dezelfde activiteiten verrichten voor dezelfde organisatie zowel in de hoedanigheid van vrijwilliger als in die van werknemer, zelfstandige of ambtenaar.

Het is dus mogelijk dat iemand die met een organisatie verbonden is door een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract of een statutaire aanstelling, voor deze organisatie vrijwilligerswerk uitoefent, op voorwaarde dat het gaat om andere activiteiten dan diegene waarvoor hij werd aangeworven.

Voorbeeld: een persoon met een arbeidsovereenkomst als boekhouder binnen een organisatie, mag niet tegelijkertijd als vrijwillige penningmeester van die organisatie actief zijn. Betrokkene mag echter naast zijn betaalde functie wel een vrijwillige activiteit als bijvoorbeeld jeugdverantwoordelijke uitvoeren. De activiteit als jeugdverantwoordelijke is immers duidelijk verschillend van zijn bezoldigde activiteit als boekhouder".

8. Voor het overige zijn de regels die zijn vervat in de circulaire van 5.3.1999 en de addenda daaraan conform de bepalingen van de Wet van 3.7.2005 betreffende de rechten van vrijwilligers.

9. Dit addendum treedt onmiddellijk in werking en dat in elk stadium van de proce dure.

Voor de Administrateur-generaal van de fiscaliteit d.d.:

De Auditeur-generaal van financiën a.i.,

S. QUINTENS