Circulaire nr. 4/2003 d.d. 24.02.2003
(Circulaire AFZ 4/2003)
Zie Erratum Circ. nr. 17/2010 dd. 16.05.2011 (tot wijziging van HOOFDSTUK II., Afdeling 1., Onderafdeling 1. - Grondvoorwaarden, punt B.)
Brussels Hoofdstedelijk Gewest - Verkooprecht - Schenkingsrecht - Wijzigingen
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN
Administratie Fiscale Zaken
4de dienst - 3de directie
2 bijlagen
In het Belgisch Staatsblad van 31 december 2002 (3de editie) en errata (B.S. 16 januari 2003), werd de ordonnantie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad van 20 december 2002 tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten bekendgemaakt.
De artikelen 2 tot 5 en 11 en 12 van de ordonnantie wijzigen de bepalingen betreffende de overdrachten onder bezwarende titel van onroerende goederen:
voor de verkopingen wordt er, in geval van verkrijging door één of meerdere natuurlijke personen samen, van de geheelheid in volle eigendom van een geheel of gedeeltelijk tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed dat dient tot hoofdverblijfplaats van de verkrijgers, onder strikte voorwaarden een abattement (naargelang het geval 45.000 of 60.000 euro) op de belastbare basis ingevoerd (art. 46bis nieuw en 212bis nieuw W. Reg. - art. 2 en 5 van de ordonnantie);
opheffen van het stelsel van de bescheiden woningen en de kleine landeigendommen (art. 53 tot 61^2 W. Reg. - art. 11 en 12 van de ordonnantie);
verhogen van 5 pct. tot 8 pct. van het tarief van het verkooprecht voor de verkopingen aan personen die hun beroep maken van het kopen van onroerende goederen met het oog op de wederverkoop (art. 62, eerste lid, W. Reg. - art. 3 van de ordonnantie);
verminderen van 3/5 (of 60 pct.) tot 9/25 (of 36 pct.) van het bedrag van de teruggave van het betaalde registratierecht in geval van wederverkoop binnen twee jaar (art. 212 W. Reg. - art. 4 van de ordonnantie).
De artikelen 6 tot 10 van de ordonnantie wijzigen de bepalingen betreffende de schenkingen onder de levenden van roerende en onroerende goederen:
vaststellen van een nieuw tarief (art. 131 W. Reg. - art. 6 van de ordonnantie);
invoeren, onder strikte voorwaarden, van een voordeeltarief voor de schenkingen van woningen (art. 131bis nieuw, W. Reg. - art. 7 van de ordonnantie);
gelijkschakelen van wettelijk samenwonenden en echtgenoten (art. 131, 132^2, 3° en 135 W. Reg. - art. 6, 8 en 9 van de ordonnantie);
beperken van de kosteloze registratie tot de akten van schenking gedaan aan de openbare instellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (art. 161, 1°, 6de lid nieuw, W. Reg. - art. 10 van de ordonnantie).
Deze ordonnantie treedt in werking op 1 januari 2003. Zij is dus van toepassing op de vanaf deze datum gesloten overeenkomsten (1).
----------
(1) Zie de memorie van toelichting bij artikel 13 (oorspronkelijk art. 14) van de ordonnantie - Gedr. St. Rd. Bruss. Hfdst. Gew. A-361/1 - 2002/2003, p. 9.
Opmerkingen.
1) Art. 16 W. Reg.:voor de toepassing van artikel 46bis (primaire vorm van het abattement - Zie B. Titel I van de commentaar) kunnen de verkoopovereenkomsten aangegaan vóór 1 januari 2003 onder een schorsende voorwaarde die wordt vervuld na 1 januari 2003, bij toepassing van artikel 16, tweede lid, W. Reg., genieten van het abattement (zie B. Titel I, Hfdst. I, afdeling I, onderafdeling 1, punt 1, p. 4 en 5 van de commentaar).
2) Art. 212 W. Reg. dat de teruggave ten belope van 36% bepaalt is eveneens onmiddellijk van toepassing vanaf 1 januari 2003.
3) Indien de prijs gelijk is aan of kleiner is dan het abattement zal er steeds geregistreerd worden aan het algemeen vast recht.
In deze circulaire wordt een eerste commentaar verstrekt bij de nieuwe bepalingen. Bijlage 1 bevat de tekst van de ordonnantie. Bijlage 2 bevat de gecoördineerde tekst van de gewijzigde bepalingen van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten.
Commentaar
A. Territoriaal toepassingsgebied van de nieuwe bepalingen.
Vermits het hier gaat om een ordonnantie van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad gelden de nieuwe bepalingen enkel voor de overdrachten die in het Brussels Gewest te lokaliseren zijn volgens de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten.
Hieruit volgt:
dat voor de toepassing van de nieuwe bepalingen inzake de registratierechten op de overdrachten onder bezwarende titel van onroerende goederen, en waarbij enkel de overdracht door verkoop wordt bedoeld, het overgedragen onroerend goed in het Brussels Gewest gelegen moet zijn (art. 5, § 2, 6°, van de bijzondere wet);
dat voor de toepassing van de nieuwe bepalingen inzake de registratierechten op de schenkingen (art. 5, § 2, 8°, van de bijzondere wet):
-
in geval van schenking van een roerend of een onroerend goed door een rijksinwoner, de schenker, op het ogenblik van de schenking, zijn fiscale woonplaats in het Brussels Gewest heeft. Als de fiscale woonplaats van de schenker tijdens de periode van vijf jaar voor zijn schenking op meer dan één plaats in België gevestigd was moet hij, tijdens de voormelde periode, zijn fiscale woonplaats het langst gevestigd gehad hebben in het Brussels Gewest (2);
Opmerking: de ordonnantie legt bovendien op dat het onroerend goed in het Brussels Gewest moet gelegen zijn indien het gaat om een schenking van een onroerend goed waarvoor het voordeeltarief wordt gevraagd (zie eerste Hoofdstuk, afdeling 1, onderafdeling 1., punt 3, van deze commentaar):
in geval van schenking van een in België gelegen onroerend goed door een niet-rijksinwoner, het onroerend goed gelegen moet zijn in het Brussels Gewest.
----------
(2) Om het Gewest waaraan de rechten worden toegewezen praktisch te bepalen, wordt verwezen naar de circulaire AKRED nr. 7/2002, AFZ nr. 9/2002, punt II, pagina 9 en volgende
B.- Commentaar bij de nieuwe bepalingen betreffende de overdracht onder bezwarende titel van onroerende goederen.
Titel I. - Verkopingen - vermindering van de heffingsgrondslag in geval van verwerving door één of meerdere natuurlijke personen van een woning waar de hoofdverblijfplaats gevestigd is
Inleiding
1. Doel van de maatregel
Het toekennen van een belangrijk fiscaal voordeel inzake het registratierecht op verkopingen heeft specifiek tot doel om personen - meer bepaald de gezinnen met een middeninkomen - aan te moedigen een woning te verwerven in het Brussels Gewest, waar zij hun hoofdverblijfplaats zullen vestigen, en om aldus voor het Gewest nieuwe bewoners aan te trekken.
Dit voordeel neemt de vorm aan van een forfaitaire vermindering van de heffingsgrondslag. Het bestaat in feite uit een vrijstelling van de eerste schijf van de aankoop, aangeduid met de term "abattement ". Dit abattement is aan strikte voorwaarden verbonden.
2. Toekenningsvormen van het abattement
Het abattement wordt, in principe, enkel toegekend aan de verkrijgers die, op het moment van de overeenkomst tot verkrijging, nog geen volle eigenaars zijn van een ander geheel of gedeeltelijk tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed. Zij genieten dan onmiddellijk van het abattement voor deze nieuwe aankoop. Dit is wat wij de "primaire vorm van het abattement" noemen, waarvan de toepassingsvoorwaarden en -modaliteiten worden bepaald door het nieuwe artikel 46bis W. Reg.
De Brusselse wetgever heeft nochtans degenen die, op het moment van de overeenkomst tot verkrijging, niet voldoen aan deze essentiële voorwaarde en die willen verhuizen naar of in het Brussels Gewest, niet definitief van het voordeel van het abattement willen uitsluiten. Indien zij de reeds bezeten goederen binnen een periode van twee jaar na de nieuwe aankoop wederverkopen kunnen zij van het abattement genieten. Het abattement wordt in dat geval toegekend onder de vorm van een teruggave van een gedeelte van de op de nieuwe aankoop betaalde registratierechten. Deze vorm van toekenning van het abattement wordt in de commentaar aangeduid als "secundaire vorm van het abattement", waarvan de toepassingsvoorwaarden en -modaliteiten worden bepaald door het nieuwe artikel 212bis W. Reg.
3. Bedrag van het abattement
In principe bedraagt het abattement 45.000 euro, ongeacht de vorm van de toekenning van het abattement. Het abattement wordt evenwel op 60.000 euro gebracht wanneer het verkregen onroerend goed gelegen is in een "ruimte voor versterkte ontwikkeling van de huisvesting en de stadsvernieuwing", zoals afgebakend in het Gewestelijk Ontwikkelingsplan (GewOP) tot uitvoering van de artikelen 16 tot 24 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw. Dit extra voordeel heeft tot doel de renovatie en de ontwikkeling van achtergestelde wijken van het Gewest te begunstigen. De melding van de stedenbouwkundige voorschriften in de aankoopakte moet de ontvanger inlichten over de toestand van het bedoelde goed in het GewOP.
Eerste hoofdstuk. - Primaire vorm van het abattement - Toepassingsvoorwaarden en -modaliteiten (art. 2 van de ordonnantie - art. 46bis nieuw W. Reg.)
Afdeling 1. Voorwaarden die moeten vervuld zijn/worden om het abattement te bekomen en te behouden
Onderafdeling 1. - Grondvoorwaarden.
1. Het moet gaan om een verkrijging door een koopovereenkomst in de enge zin.
Worden dus uitgesloten van het voordeel van het abattement, de verkrijgingen van onroerende goederen die juridisch te kwalificeren zijn als een ruil, een afstand van onverdeelde delen als bedoeld in artikel 113 W. Reg., of nog als overeenkomsten waarop de artikelen 129 of 130 W. Reg. van toepassing zijn, hoewel dergelijke overdrachten ook aan het verkooprecht onderworpen zijn. De koop kan onder opschortende of ontbindende voorwaarde zijn.
Opgelet:
De ordonnantie bepaalt dat de nieuwe bepalingen van toepassing zijn op de overeenkomsten gesloten vanaf 1 januari 2003 (3).
----------
(3) Zie de memorie van toelichting bij artikel 13 (oorspronkelijk 14) van de ordonnantie - Gedr. St. Bruss. Hfdst. Rd. A-361/1 - 2002/2003, p. 9.
Voor de toepassing van artikel 46bis (primaire vorm van het abattement) kunnen de koopovereenkomsten die werden gesloten vóór 1 januari 2003 onder een opschortende voorwaarde die vervuld wordt na 1 januari 2003, evenwel genieten van het abattement door toepassing van artikel 16, tweede lid, W. Reg.
2. Alleen natuurlijke personen kunnen genieten van het abattement.
Een rechtspersoon kan dus nooit genieten van het abattement. Wat meer is: indien een rechtspersoon medeverkrijger is met natuurlijke personen, kunnen deze laatsten het abattement niet genieten, ook al vestigen zij hun hoofdverblijfplaats in het aangekochte goed. Artikel 46bis vereist immers de aankoop van de geheelheid volle eigendom door één of meer natuurlijke personen.
Het abattement kan maar éénmaal toepassing vinden op een aankoop, ook al geschiedt die door meerdere natuurlijke personen (4).
----------
(4) In die zin is het abattement een éénmalig recht - vergelijk met opmerking in fine van punt 6.
3. Het moet gaan om de aankoop van een in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gelegen onroerend goed.
Deze voorwaarde staat niet met zoveel woorden in de tekst van het nieuwe artikel 46bis. Ze volgt uit het lokalisatiecriterium in de bijzondere financieringswet van het registratierecht op de overdracht ten bezwarende titel van in België gelegen onroerende goederen (art. 5, § 2, 6°) en vindt haar uitdrukking in artikel 1 van de ordonnantie waarin wordt bepaald dat de ordonnantie een gewestaangelegenheid regelt (5).
----------
(5) Zie de memorie van toelichting bij artikel 13 (oorspronkelijk art. 14) van de ordonnantie - Gedr. St. Rd. Bruss. Hfdst. Gew. A-361/1 - 2002/2003, p. 9.
4. Het moet gaan om de aankoop van de geheelheid volle eigendom van een tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed.
De aankoop moet gaan om de geheelheid volle eigendom van het onroerend goed. Het abattement kan dus niet genoten worden indien de koopovereenkomst enkel slaat op het vruchtgebruik of op de blote eigendom van het onroerend goed of op een onverdeeld deel volle eigendom, vruchtgebruik of blote eigendom.
Het abattement kan wel toepassing vinden wanneer de verkrijgers samen in dezelfde koopovereenkomst, de geheelheid volle eigendom aankopen van twee of meer verkopers, hetzij door de aankoop van het vruchtgebruik en de blote eigendom, hetzij door de aankoop van alle onverdeelde delen volle eigendom.
5. Het moet gaan om de aankoop van een tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed.
De vereiste dat het moet gaan om een tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed is logisch omdat de koper (6) er zijn hoofdverblijfplaats moet vestigen (zie hierna punt 7).
----------
(6) Wanneer de aankoop geschiedt door meerdere natuurlijke personen, dan moeten ze uiteraard allen hun hoofdverblijfplaats binnen de daartoe gestelde termijn vestigen op de plaats van het aangekochte goed ((zie art. 46bis, tweede lid, nieuw, W.Reg. "... dienen tot gemeenschappelijke hoofdverblijfplaats van de verkrijgers").
Opgelet: het abattement wordt uitdrukkelijkuitgesloten voor de aankoop van een bouwgrond, (zie art. 46bis vijfde lid). De Brusselse wetgever heeft immers geoordeeld dat degene die een bouwgrond - zeldzaam in Brussel en bijgevolg duur - kan verwerven, niet moet genieten van een tegemoetkoming waarvan het voornaamste doel is de fiscale instapdrempel voor middeninkomens bij de verwerving van een eigen woning te verlagen.
Uitzondering: Deze uitsluiting geldt niet voor de verkrijger(s) van een appartement in aanbouw of een appartement op plan, waarvan enkel de waarde van de grond onderworpen is aan het evenredig recht. Zij kunnen dus genieten van het abattement. Maar opgelet, de bepalingen van de ordonnantie zijn duidelijk: de uitzondering geldt niet voor de verkopingen van huizen waarbij enkel de waarde van de grond onderworpen is aan het evenredig recht.
Het abattement kan verkregen worden bij de aankoop van een gebouwd onroerend goed dat nog niet tot bewoning werd aangewend maar dat de koper wenst om te bouwen tot bewoning.
Het abattement geldt eveneens in geval van verkrijging van een goed dat gedeeltelijk tot bewoning aangewend/bestemd wordt, voor zover alle andere voorwaarden worden vervuld. De aankoopprijs moet niet omgeslagen worden over het gedeelte van het goed dat wordt aangewend tot bestemd en het andere gedeelte van het goed.
6. Uitsluitingsregel: geen recht op abattement indien de verkrijger of de verkrijgers reeds volle eigenaar zijn van een tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed (art. 46bis, zesde lid, 1°, W. Reg.)
De fiscale tegemoetkoming geldt in principe enkel voor de verkrijgers die nog geen volle eigenaar zijn van een ander tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed.
De onroerende goederen die in aanmerking moeten worden genomen zijn alle reeds bezeten onroerende goederen, ongeacht hun ligging en zelfs in het buitenland (7).
----------
(7) Mondeling antwoord van 6 januari 2003 van het Kabinet van de Minister van Financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Aangezien de uitsluiting enkel geldt voor degenen die al eigenaar zijn van een ander tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed, spreekt het vanzelf dat de eigenaar van een ander onroerend goed dat niet tot bewoning bestemd is alsook de personen die al eigenaar zijn van een onverdeeld deel van een woning niet worden uitgesloten van het fiscaal voordeel.
Voor zover de ordonnantie uitdrukkelijk de bouwgronden uitsluit van het voordeel van het abattement (voor de toepassing van de ordonnantie worden zij dus niet beschouwd als geheel of gedeeltelijk tot bewoning aangewende of bestemde onroerende goederen), vormt het bezit van de volle eigendom van een bouwgrond op het ogenblik van de aankoop van een ander onroerende goed dat voldoet aan de door de ordonnantie opgelegde voorwaarden, geen beletsel voor het recht op het abattement.
Opmerking.
Voor de verkrijgers die niet aan deze voorwaarde voldoen (niet-eigenaar zijn op het ogenlik van de aankoop), maar die binnen een strikte termijn hun reeds bezeten goederen wederverkopen zie verder Hoofdstuk 2. Secundaire vorm van het abattement - teruggave - bijzondere toepassingsmodaliteit van de uitsluitingsregel.
Toepassing van de uitsluitingsregel.
De uitsluitingsregel bevat twee componenten, althans wanneer de aankoop wordt gedaan door twee of meer personen. Wordt de aankoop gedaan door slechts één persoon, dan moet enkel nagegaan worden of er voldaan is aan de eerste component van de uitsluitingsregel.
1ste component
Krachtens artikel 46bis, 6de lid, 1°, mag op de datum van de overeenkomst tot verkrijging geen van de verkrijgers voor de geheelheid volle eigendom eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd.
Geschiedt de aankoop door méér dan één persoon, dan moet deze voorwaarde in hoofde van elke aankoper vervuld zijn. Voldoet één van de kopers niet aan deze voorwaarde, dan wordt die aankoop, voor de geheelheid, uitgesloten van het voordeel van het abattement.
De woorden "voor de geheelheid volle eigenaar zijn" zijn duidelijk. Dit betekent dat de uitsluitingregel niet geldt indien één van de verkrijgers slechts de blote eigendom of het vruchtgebruik van een andere woning bezit. De uitsluitingregel geldt evenmin indien een verkrijger enkel een fractie van de volle eigendom van een andere woning bezit.
Om te beoordelen of de verkrijgers reeds eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd, moet men zich plaatsen op de datum van de overeenkomst van aankoop van het goed waarvoor men het abattement wenst te genieten.
Indien dus tussen de overeenkomst van aankoop van een eerste woning en het verlijden van de desbetreffende authentieke akte de verkrijger een tweede woning koopt, heeft hij wel degelijk recht op het abattement voor de eerste woning, ook al wordt de authentieke akte betreffende de tweede woning verleden vóór die betreffende de aankoop van de eerste woning, op voorwaarde natuurlijk dat de verkrijger ten aanzien van de administratie bewijst dat de datum van de overeenkomst betreffende de eerste woning voorafgaat aan die van de tweede woning.
2de component
Krachtens dezelfde bepaling mogen, de verkrijgers - deze voorwaarde geldt dus enkel indien de woning verkregen wordt door méér dan één persoon - op de datum van de overeenkomst tot koop gezamenlijk niet voor de geheelheid eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd.
De uitsluiting is eveneens van toepassing wanneer de eigendomsdelen van de kopers niet dezelfde zijn in de verschillende goederen die zij gezamenlijk voor de geheelheid bezitten. Ze is tevens van toepassing wanneer de ene aankoper al eigenaar is van de blote eigendom van een woning en de andere aankoper het vruchtgebruik bezit van dezelfde woning.
Opmerking. Net zoals bij het verlaagd recht voor bescheiden woningen geldt ook bij het abattement, dat het meer dan éénmaal door eenzelfde persoon kan genoten worden, mits de uitsluitingsregel op het ogenblik van de nieuwe overeenkomst tot koop geen toepassing vindt. Dit laatste onderstelt dat de eerste woning-hoofdverblijfplaats al verkocht is op het ogenblik van de overeenkomst betreffende de aankoop van de tweede woning-hoofdverblijfplaats. Het abattement is dus geenszins een éénmalig recht, in de zin dat men er slechts éénmaal in zijn leven beroep zou kunnen op doen (8).
----------
(8) Het is wel een éénmalig recht in de zin dat het op eenzelfde aankoop slechts éénmaal kan toegepast worden, ongeacht het aantal kopers.
7. De koper of kopers moeten de aankoop van het onroerend goed doen met de bedoeling er hun hoofdverblijfplaats te vestigen en ze er ook effectief vestigen binnen een strikt bepaalde termijn.
a) Iedere aankoper moet dus de bedoeling hebben zijn om zijn hoofdverblijfplaats te vestigen in het aangekochte goed.
Het abattement geldt enkel bij de aankoop van een woning door één of meer personen "dat zal dienen tot hoofdverblijfplaats van de verkrijger" of "gezamenlijke hoofdverblijfplaats van de verkrijgers".
Voor wat betreft het begrip "hoofdverblijfplaats" bepaalt de Brusselse wetgever in artikel 46bis, derde lid, uitdrukkelijk dat "Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder hoofdverblijfplaats, tenzij tegenbewijs, het adres waarop de verkrijgers zijn ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister. Als datum van vestiging van de hoofdverblijfplaats geldt de datum van inschrijving in die registers.".
Vermits "tenzij tegenbewijs" werd benadrukt, schept de inschrijving in de daartoe vereiste registers slechts een vermoeden van effectieve vestiging van de hoofdverblijfplaats in het aangekochte onroerend goed, dit vermoeden kan worden weerlegd door alle rechtsmiddelen, getuigen en vermoedens inbegrepen, met uitzondering van de eed.
b) Maar deze bedoeling volstaat niet. Iedere verkrijger moet zijn hoofdverblijfplaats effectief vestigen op de plaats van het verkregen onroerend goed, binnen de door de ordonnantie bepaalde termijn.
Deze termijn bedraagt twee jaar en gaat in:
ofwel op de datum van de registratie tegen betaling van het evenredig recht, van het document (authentieke akte, overeenkomst tot aankoop of verklaring in toepassing van artikel 31) dat het evenredig recht opeisbaar maakt, indien dit document geregistreerd werd binnen de daarvoor voorziene termijn;
ofwel op de uiterste datum voor de aanbieding ter registratie van dat document, wanneer dat document ter registratie wordt aangeboden na het verstrijken van de ervoor bepaalde termijn.
Om zo weinig mogelijk misverstanden over de berekening van de termijn te creëren heeft de wetgever beslist om deze te koppelen aan een onbetwistbaar vertrekpunt: de effectieve of uiterste datum van registratie.
Deze verduidelijking was nodig vermits de verkrijging ook onder opschortende voorwaarde kan plaatsvinden. In dit geval werkt de vervulling van de voorwaarde, op juridisch vlak, terug tot op de datum van de overeenkomst, zodanig dat de verkrijgers nog over slechts één maand zouden beschikken om hun hoofdverblijfplaats over te brengen wanneer de voorwaarde slechts drieëntwintig maanden na de overeenkomst zou worden vervuld. Dit is onaanvaardbaar. Daarentegen mag een laattijdige aanbieding ter registratie geen enkel voordeel opleveren voor de nalatige belanghebbenden qua vertrekpunt van de termijn; daarom werd bepaald dat in dat geval de termijn begint op de uiterste datum voor de regelmatige aanbieding ter registratie.
De vereiste van naleving van deze strikte termijn vindt zijn vertaling in de voorwaarde dat de kopers zich daartoe schriftelijk moeten verbinden in een vermelding in of onderaan het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het registratierecht of in een bij dat document gevoegd geschrift (zie verder vormvoorwaarden).
Wat de termijn betreft gelden de gewone regels inzake vervaltermijnen (9).
----------
(9) De dies a quo (hier: ofwel de datum van de registratie van het document indien de registratie plaatsvond binnen de voorgeschreven termijn, ofwel de uiterste datum voor de aanbieding ter registratie) wordt er niet inbegrepen, de dies ad quem (de laatste dag van de termijn) wel. De zaterdagen, zondagen en wettelijke feestdagen zijn in de termijn begrepen. Valt de laatste dag van de termijn op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan wordt de termijn niet verlengd tot de eerstvolgende werkdag. De termijn kan niet verlengd worden.
8. De koper of de kopers moeten het onroerend goed aankopen met de bedoeling hun hoofdverblijfplaats te behouden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar vanaf het tijdstip waarop ze hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben in het onroerend goed waarvoor de vermindering is verkregen.
De Brusselse wetgever legt niet enkel de verplichting op om zijn hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het aangekochte goed binnen de strikte termijn van twee jaar zoals hierboven uiteengezet, maar eveneens het behoud, behoudens in geval van overmacht, van de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar vanaf het tijdstip waarop hun hoofdverblijfplaats werd gevestigd op de plaats van het goed waarvoor de vermindering werd toegekend.
De aandacht wordt er op gevestigd dat de hoofdverblijfplaats niet noodzakelijk moet behouden blijven op de plaats van het onder het voordeel van het abattement verkregen goed. Vereist en voldoende is dat ze behouden blijft in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. De Brusselse wetgever wil immers het verwerven en het renoveren van bestaande woningen steunen via een fiscale stimulans, maar wenst zeker niet de geografische mobiliteit van personen binnen het Gewest te belemmeren.
Deze verplichting vindt zijn vertaling in de voorwaarde dat de kopers zich daartoe schriftelijk moeten verbinden in een vermelding in of onderaan op het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig recht of in een bij dat document gevoegd geschrift (zie verder vormvoorwaarden).
Wat de termijn betreft gelden de gewone regels inzake vervaltermijnen (10).
----------
(10) zie voetnoot nr. 9.
Onderafdeling 2. - Vormvoorwaarden - In of onderaan het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig recht of in een bij dat document gevoegd en ondertekend geschrift op te nemen vermeldingen.
1. Vermelding dat de uitsluitingsregel niet van toepassing is.
De verkrijgers die artikel 46bis inroepen moeten verklaren dat de uitsluitingsregel (zie onderafdeling 1, punt 6 hiervoor) niet van toepassing is.
2. Vermelding dat de verbintenis werd aangegaan om hun hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het aangekochte goed binnen twee jaar vanaf ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig recht op het aangekochte goed aanleiding geeft, ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding indien het document laattijdig ter registratie werd aangeboden.
Uit de formulering van de vermelding moet duidelijk blijken dat de verbintenis wordt aangegaan door alle verkrijgers. De vermelding van de verbintenis en de andere noodzakelijke vermeldingen moeten in of onderaan het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig recht of in een bij dat document gevoegd en ondertekend geschrift gesteld worden.
3. Vermelding dat de verbintenis werd aangegaan om hun hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te behouden gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar vanaf het tijdstip waarop ze hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben in het onroerend goed waarvoor de vermindering is verkregen.
Onderafdeling 3. - Te vervullen voorwaarden voor het behoud van het abattement.
1. Effectieve vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het met het voordeel van het abattement aangekochte onroerend goed.
Om het bij de registratie van het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig recht toegekende abattement te behouden, moet uiteraard de aangegane verbintenis betreffende de vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het aangekochte goed binnen de daarvoor gestelde termijn worden uitgevoerd.
De verkrijgers moeten dus allen, binnen de door de ordonnantie gestelde termijn van twee jaar, hun inschrijving hebben bekomen op het adres van het verkregen goed, in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente waar het goed gelegen is. De kopers moeten er vanzelfsprekend effectief zijn gaan wonen en dat gedurende een voldoende lange periode opdat er sprake zou kunnen zijn van een effectieve vestiging aldaar van hun hoofdverblijfplaats. De ordonnantie bepaalt immers dat de inschrijving in de daartoe bestemde registers slechts een vermoeden van vestiging van de hoofdverblijfplaats in het verkregen onroerend goed vormt. Dit vermoeden kan bijgevolg worden weerlegd door het tegenbewijs.
2. Behoud van de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar vanaf het tijdstip waarop ze hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben in het onroerend goed waarvoor de vermindering is verkregen.
Zoals hiervoor reeds werd verduidelijkt wordt vereist en volstaat het dat de hoofdverblijfplaats gedurende de vereiste periode in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behouden blijft, maar niet noodzakelijk in het onroerend goed waarvoor het voordeel van het abattement werd verkregen.
Afdeling 2. Sancties
1. Niet-vervullen van de grondvoorwaarden die niet vertaald zijn in vormvoorwaarden.
Het gaat hier om de grondvoorwaarden waarvan sprake is in onderafdeling 1, punten 1 tot 5.
De sanctie bestaat hier in het weigeren van het voordeel van het abattement of, indien het niet vervuld zijn maar na de registratie zou blijken, in het intrekken van het voordeel van het abattement.
2. Niet-vervullen van de grondvoorwaarden die vertaald zijn in een vormvoorwaarde
2.1. Afwezigheid van vermelding - niet-vervullen van de vormvoorwaarden in enge zin.
Het abattement wordt niet toegekend wanneer één van de vereiste vermeldingen (vermelding dat de uitsluitingsregel niet van toepassing is, vermelding van de verbintenis tot vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het met het voordeel van het abattement gekochte goed, vermelding van de verbintenis om zijn hoofdverblijfplaats te behouden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende de door de ordonnantie voorgeschreven termijn) niet werd opgenomen in of onderaan het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig recht of in een bij dat document gevoegd en ondertekend geschrift. In voorkomend geval zal, vóór registratie, de aandacht van de kopers gevestigd worden op de afwezigheid van de vereiste vermeldingen.
2.2. Uitsluitingsregel (zie onderafdeling 1, punt 6) - onjuistheid van de vermelding.
Indien deze vermelding onjuist blijkt te zijn, moeten niet alleen de aanvullende rechten betaald worden maar eveneens een boete gelijk aan deze aanvullende rechten. Alle verkrijgers zijn ondeelbaar gehouden tot betaling van deze aanvullende rechten en van de boete.
Er moet nog worden opgemerkt dat een onjuiste verklaring inzake het niet van toepassing zijn van de uitsluitingsregel ook strafrechtelijk strafbaar is bij toepassing van artikel 206 e.v. W. Reg., indien ze met bedrieglijk inzicht werd gedaan.
2.3. Niet-vervullen van de voorwaarde tot effectieve vestiging van zijn hoofdverblijfplaats op de plaats van aangekochte goed binnen de gestelde termijn (zie onderafdeling 1, punt 7).
Indien de hoofdverblijfplaats niet effectief binnen de gestelde termijn op de plaats van het aangekochte goed wordt gevestigd, dan moet volgend onderscheid worden gemaakt:
-
Geen van de verkrijgers voldoet aan de voorwaarde:
-
Afwezigheid van overmacht in hoofde van alle verkrijgers.
In dat geval zijn alle verkrijgers ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten over het bedrag waarmee de heffingsgrondslag werd verminderd >en van een boete gelijk aan die van de aanvullende rechten.
-
Aanwezigheid van overmacht in hoofde van sommige of van alle verkrijgers.
Voor de aanvullende rechten: In geval het niet nakomen van de voorwaarde te wijten is aan overmacht in hoofde van sommige of van alle kopers, blijven alle kopers ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten.
-
Voor de boete: het volgende onderscheid moet worden gemaakt
indien er overmacht is in hoofde van alle verkrijgers, dan is door niemand een boete verschuldigd,
Wat met de boete indien de niet-naleving van de voorwaarde in hoofde van sommige kopers wel en in hoofde van andere niet te wijten is aan overmacht? Deze hypothese werd door de Brusselse wetgever niet uitdrukkelijk voorzien. In dat geval wordt de boete berekend zoals hierna uiteengezet voor het geval waarin sommige verkrijgers voldoen aan de voorwaarde en andere niet. De kopers die de overmacht kunnen inroepen worden daarbij beschouwd alsof zij de voorwaarde hebben nageleefd.
-
-
Sommige verkrijgers voldoen aan de voorwaarde, andere niet.
-
Afwezigheid van overmacht in hoofde van alle verkrijgers die de voorwaarde niet hebben nageleefd.
In dat geval worden de verschuldigde aanvullende rechten bepaald naar verhouding van het wettelijk aandeel in de aankoop van de verkrijgers die de voorwaarde niet hebben nageleefd. De aanvullende rechten zijn ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers die de voorwaarde niet hebben nageleefd.
Vb.: W, X, Y en Z hebben in onverdeeldheid en zonder nadere specificatie van hun onderscheiden aandelen in de aankoop een woning gekocht en de toepassing van artikel 46bis gevraagd. Op de aankoop werd het gewoon recht van 12,50 pct. geheven. W en X vervullen de voorwaarde; Y en Z vervullen ze niet en kunnen daarvoor geen overmacht inroepen. Overeenkomstig artikel 577-2 van het Burgerlijk Wetboek wordt elk van de kopers geacht 1/4 in de woning te hebben aangekocht (= wettelijk aandeel). Het aanvullend recht dat ondeelbaar verschuldigd is door Y en Z bedraagt dan: 45.000 EUR x 12,50 % x 1/2 = 2.812,50 EUR of, 60.000 EUR x 12,50 % x 1/2 = 3.750 EUR.
De boete is gelijk aan de verschuldigde aanvullende rechten en is ondeelbaar verschuldigd door de in gebreke gebleven kopers. In het voorbeeld bedraagt de boete dus, naargelang het geval, 2.812,50 EUR of 3.750 EUR en de administratie kan zowel Y als Z tot betaling van het totale bedrag aanspreken. Het moet uiteraard maar éénmaal betaald worden.
-
Aanwezigheid van overmacht in hoofde van sommige in gebreke gebleven verkrijgers.
Alleen voor de berekening van de boete wordt deze verkrijger beschouwd alsof hij aan de voorwaarde voldaan heeft.
Hernemen we het hoger gegeven voorbeeld met dien verstande dat Y overmacht kan inroepen voor het niet-naleven van de voorwaarde. De aanvullende rechten bedragen onveranderd 2.812, 50 EUR of 3.750 EUR naargelang het geval, en zijn ondeelbaar verschuldigd door Y en Z. De boete bedraagt dan: 2.812,50 EUR x 1/2 = 1.406,25 EUR of 3.750 EUR x 1/2 = 1.875 EUR, en ze is enkel verschuldigd door Z.
-
2.4. Niet-vervullen van de verbintenis tot behoud van de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar vanaf het tijdstip waarop de hoofdverblijfplaats gevestigd werd in het onroerend goed waarvoor de vermindering is verkregen - bijzonder karakter van de sanctie.
De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de door de Brusselse wetgever ingevoerde sanctie in geval van niet-naleving van de verbintenis tot behoud van de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de volgende bijzondere karakteristieken heeft.
1° Opdat er een sanctie zou zijn is vereist dat geen enkele verkrijger de voorwaarde tot behoud van de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest naleeft. In dat geval zijn allen ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten, verhoogd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken.
Met andere woorden, dit betekent dat vereist en voldoende is dat één van de verkrijgers de voorwaarde tot behoud vervult opdat er geen sanctie zou zijn, zelfs niet voor de verkrijgers die de voorwaarde niet hebben nageleefd.
Om na te gaan of alle of sommige verkrijgers de voorwaarde hebben vervuld moet men zich plaatsen op de datum waarop de in de ordonnantie bepaalde termijn van vijf jaar verstrijkt, dit wil zeggen op het moment dat de controle van de vervulling van deze voorwaarde wordt uitgevoerd (vijf jaar vanaf de datum waarop de laatste van de verkrijgers zijn hoofdverblijfplaats gevestigd heeft in het aangekochte goed). Het ogenblik waarop ieder van deze verkrijgers ophoudt zijn hoofdverblijfplaats in Brussel te hebben heeft geen enkel belang.
Indien geen enkele van de verkrijgers de voorwaarde tot behoud heeft vervuld, wat dan als enkele of alle verkrijgers overmacht kunnen inroepen?
Allen kunnen overmacht inroepen: niemand wordt gesanctioneerd.
-
Slechts enkelen kunnen overmacht inroepen: er is geen sanctie voor degenen die overmacht kunnen inroepen.
Bijzonderheid:De ondeelbaarheid wordt enkel voorzien indien geen enkele van de verkrijgers de voorwaarde tot behoud naleeft en voor zover deze collectieve niet-naleving voor geen enkele van hen te wijten is aan overmacht. Hieruit volgt dan ook dat wanneer minstens één verkrijger overmacht kan inroepen, ieder van degenen die de overmacht niet kunnen inroepen slechts de aanvullende rechten, verhoogd met de wettelijke interesten, op zijn wettelijk aandeel in de verkrijging verschuldigd is.
2° Inzake de toepasselijke sanctie
De boete gelijk aan het aanvullend recht, voorzien in geval van onjuiste verklaring inzake de uitsluitingregel en de niet-naleving van de verbintenis om de hoofdverblijfplaats te vestigen, wordt hier vervangen door de wettelijke interest, berekend op het bedrag van de opeisbare aanvullende rechten.
Hoofdstuk II. - Secundaire vorm van het abattement - teruggave - bijzondere toepassingsmodaliteiten van de uitsluitingsregel - (art. 5 van de ordonnantie - art. 212bis nieuw W. Reg.)
De Brussels wetgever heeft de verkrijgers die, omdat zij op het ogenblik van de nieuwe verkrijging reeds volle eigenaars zijn van een ander tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed, niet "onmiddellijk " kunnen genieten van het fiscaal voordeel voor deze nieuwe verkrijging, niet definitief willen uitsluiten van het voordeel van het abattement (zie hiervoor de commentaar bij de uitsluitingsregel, onderafdeling 1, punt 6, opmerking).
Daarom voorziet artikel 212bis nieuw W. Reg. dat het voordeel van het abattement hen "a posteriori" kan worden toegekend, door middel van een teruggave van de rechten die geheven werden boven het bedrag dat zou verschuldigd geweest zijn indien het abattement onmiddellijk van toepassing zou geweest zijn; voorwaarde is dat alle onroerende goederen die de vermindering van de heffingsgrondslag op de nieuwe verkrijging verhinderden worden vervreemd bij overeenkomst, andere dan ruil, binnen een strikte termijn van twee jaar.
Afdeling 1. Voorwaarden die moeten vervuld zijn/worden om de teruggave te verkrijgen en te behouden
Onderafdeling 1. - Grondvoorwaarden
A. Inzake de verkrijging waarvoor de teruggave wordt gevraagd
Het spreekt voor zich dat de verkrijging moet voldoen aan dezelfde voorwaarden als de voorwaarden die worden opgelegd om het abattement onder de primaire vorm te verkrijgen of te behouden(zie hiervoor Hoofdstuk 1, afdeling 1, onderafdeling 1). Het enige onderscheid is de voorwaarde betreffende het feit dat men niet reeds eigenaar mag zijn op het moment van de verkrijging; dit moet begrepen worden in de zin van "geen volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is aangewend op het ogenblik van de vraag tot teruggave" (zie de commentaar bij de uitsluitingsregel in punt 6 van voormelde onderafdeling 1).
Opgelet
De ordonnantie voorziet dat de nieuwe bepalingen van toepassing zijn op de overeenkomsten gesloten vanaf 1 januari 2003 (11).
----------
(11) Zie de memorie van toelichting bij artikel 13 (oorspronkelijk 14) van de ordonnantie - Gedr. St. Bruss. Hfdst. Rd. A-361/1 - 2002/2003, p. 93
In tegenstelling tot wat voorzien wordt voor de toepassing van artikel 46bis (primaire vorm van het abattement) moet de vraag naar een eventuele toepassing van de maatregel tot teruggave voor de overeenkomsten tot koop die afgesloten werden vóór 1 januari 2003 onder een opschortende voorwaarde die pas vervuld wordt na 1 januari 2003, niet gesteld worden. De tekst van artikel 212bis, eerste lid, is volledig duidelijk: "Wanneer het voordeel van de vermindering van de belastbare grondslag als bepaald in artikel 46bisniet kon worden bekomen omdat niet voldaan was aan de voorwaarde daartoe gesteld in het zesde lid (niet reeds eigenaar zijn op het ogenblik van deze verkrijging..."). Vermits deze nieuwe maatregelen nog niet bestonden vóór 1 januari 2003 is het evident dat het voordeel van de vermindering op een overeenkomst die werd gesloten vóór deze datum uitgesloten is.
B. Inzake de vervreemding van de reeds op het ogenblik van de nieuwe verkrijging bezeten goederen. (*)
----------
(*) Zie Erratum Circ. nr. 17/2010 dd. 16.05.2011 (tot wijziging van HOOFDSTUK II., Afdeling 1., Onderafdeling 1. - Grondvoorwaarden, punt B.)
1° Het gevolg van de vervreemding moet zijn dat de verkrijger of de verkrijgers afstand gedaan heeft/hebben (zie de twee componenten van hogervermelde uitsluitingregel) van de volle eigendom van de goederen die hij (zij) reeds bezat(en) op het moment van de verkrijging waarvoor de teruggave wordt gevraagd.
De overeenkomst tot vervreemding van deze goederen kan gelijk welke juridische vorm aannemen (verkoop, inbreng in een vennootschap, schenking, e.v.) uitgezonderd de ruil. Deze beperking is logisch vermits de ruil geen ander gevolg heeft dan de vervanging van een goed door een ander.
Daarentegen kan de overeenkomst tot vervreemding wel enkel betrekking hebben op een gedeelte in volle eigendom, in vruchtgebruik of in blote eigendom. De voor de verkrijging van het abattement vereiste voorwaarde is immers geen volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning aangewend of bestemd is (zie hiervoor de uitsluitingregel).
2° De overeenkomst tot vervreemding moetvaste datumgekregen hebben binnen twee jaar te rekenen van
ofwel de datum van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de verkrijging van het onroerend goed waarvoor de teruggave wordt gevraagd;
ofwel de uiterste datum voor de tijdige aanbieding wanneer het document te laat ter registratie werd aangeboden.
Deze grondvoorwaarde vindt haar vertaling in het feit dat de aanvraag tot teruggave de data moet vermelden waarop de overeenkomsten tot vervreemding vaste datum hebben gekregen, en een afschrift moet bevatten van het registratierelaas dat werd aangebracht op het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de verkrijging waarvoor de teruggave wordt gevraagd (vertrekpunt van de termijn van twee jaar).
Onderafdeling 2. - Vormvoorwaarden
1° De teruggave vereist, overeenkomstig artikel 217^2 W. Reg., het indienen van een gemotiveerd en ondertekend verzoek schrift aan de ontvanger die de ontvangst heeft gedaan of aan de gewestelijke directeur op het goed waarvoor het abattement wordt gevraagd.
2° Dit verzoekschrift moet bevatten:
een afschrift van het registratierelaas dat werd aangebracht op het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de verkrijging waarvoor de teruggave wordt gevraagd;
de kadastrale beschrijving van alle onroerende goederen die de toepassing van artikel 46bis hebben verhinderd en die bijgevolg het voorwerp hebben uitgemaakt van een vervreemding;
de data waarop de vervreemdingen van onroerende goederen die de toepassing van artikel 46bis hebben verhinderd vaste datum hebben verkregen.
3° De vermelding van de verbintenis aangegaan om de hoofdverblijfplaats op de plaats van het aangekochte goed te vestigen.
Deze vermelding is identiek aan deze die voorzien is voor de toepassing van het abattement onder de primaire vorm (zie hiervoor Hoofdstuk 1, afdeling 1, onderafdeling 2, punt 2), met uitzondering van het feit dat ze moet voorkomen in het verzoek tot teruggave en dat de vestiging van de hoofdverblijfplaats in het goed waarvoor de teruggave wordt gevraagd reeds plaats kan hebben gevonden.
4° De vermelding van de verbintenis aangegaan om zijn hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te behouden gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar vanaf het tijdstip waarop de hoofdverblijfplaats gevestigd wordt in het onroerend goed waarvoor de teruggave wordt gevraagd.
Zoals voor de vermelding inzake de vestiging van de hoofdverblijfplaats isde vermelding van de verbintenis tot behoud van de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest dezelfde als deze voorzien voor de toekenning van het abattement onder de primaire vorm, uitgezonderd het feit dat ze moet hernomen worden in het verzoek tot teruggave (zie hiervoor, Hoofdstuk 1, afdeling 1, onderafdeling 2, punt 3).
Onderafdeling 3. - Te vervullen voorwaarden voor het behoud van het abattement.
1. Effectieve vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het met het voordeel van het abattement aangekochte onroerend goed.
Om het voordeel van de teruggave te behouden spreekt het voor zich dat, zoals in het geval van de toepassing van het abattement onder primaire vorm, de verbintenis betreffende de vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het aangekochte goed binnen de daarvoor gestelde termijn moet worden nageleefd (zie hiervoor Hoofdstuk 1, afdeling 1, onderafdeling 3, punt 1).
Opmerking. Het vertrekpunt van de termijn voor de vestiging van de hoofdverblijfplaats in het goed waarvoor de teruggavae wordt gevraagd, is dezelfde als voor de toepassing van het abattement onder primaire vorm: twee jaar vanaf, ofwel de datum van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de nieuwe aankoop, ofwel de uiterste datum voor de tijdige aanbieding ter registratie wanneer dit document te laat ter registratie werd aangeboden. Met andere woorden, degene die aan de grens is van de termijn om de teruggave te vragen en die zijn hoofdverblijfplaats nog niet in het aangekochte onroerend goed gevestigd heeft, moet er voor waken de voorwaarde tot vestiging te kunnen naleven binnen de toegestane termijn van twee jaar op straffe van sanctionering in geval van niet-naleving van deze verbintenis.
2. Behoud van de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar vanaf het tijdstip waarop de hoofdverblijfplaats gevestigd werd in het onroerend goed waarvoor de vermindering werd bekomen.
Zoals hiervoor reeds werd vermeld is het nodig en volstaat het dat de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behouden blijft gedurende de vereiste termijn, maar het is niet noodzakelijk dat dit in het met het voordeel van het abattement aangekochte onroerend goed is.
Opmerking. Het vertrekpunt van de termijn van vijf jaar is eveneens dezelfde als in geval van toekenning van het abattement onder primaire vorm, zijnde het tijdstip van de vestiging van de hoofdverblijfplaats in het goed waarvoor het abattement werd gevraagd.
Afdeling 2. Sancties
Voor wat betreft de sancties, deze zijn dezelfden als deze voorzien in geval van niet-naleving van de voorwaarden die werden ingevoerd door de ordonnantie voor het verkrijgen van het in artikel 46bis W. Reg. voorziene abattement. Er wordt voor dit punt bijgevolg verwezen naar afdeling 2 van Hoofdstuk I van deze commentaar.
TITEL II. andere wijzigingen inzake de registratierechten op de overdrachten ten bezwarende titel van onroerende goederen
1. Het opheffen van het regime van bescheiden woningen en kleine landeigendommen (art. 53 tot 61^2 W. Reg. - art. 11 en 12 van de ordonnantie)
Het afschaffen van het verlaagd tarief van 6 procent voor de verkoop van de eigendom van onroerende landgoederen en bescheiden woningen met een kadastraal inkomen dat een bij koninklijk besluit vastgesteld maximum niet overschrijdt (respectievelijk 323 euro indien het gaat om gronden, en 745 euro indien het gaat om woningen, te verhogen met 100, 200 en 300 euro, volgens het aantal kinderen ten laste), is van toepassing op alle verkoopovereenkomsten van dergelijke goederen die gesloten worden vanaf 1 januari 2003.
Hieruit volgt natuurlijk, wat de Brusselse wetgever uitdrukkelijk in een overgangsbepaling heeft bepaald (zie artikel 13 van de ordonnantie), dat het regime van het klein beschrijf voor de bescheiden woningen en de kleine landeigendommen van toepassing blijft in al zijn onderdelen op verkoopovereenkomsten van dergelijke goederen die werden gesloten voor 1 januari 2003, zelfs indien deze overeenkomsten na deze datum ter registratie werden aangeboden.
2. Het verhogen van 5 pct. naar 8 pct. van het tarief van het recht op verkopingen voor de verkopingen aan personen die hun beroep maken van de aankoop van onroerende goederen met het oog op wederverkoop (art. 62, eerste lid, W. Reg. - art. 3 van de ordonnantie)
Deze wijziging behoeft geen verdere commentaar. Net zoals voor het opheffen van het verlaagd tarief van 6 pct., hiervoor uiteengezet, is het nieuwe tarief van 8 pct. van toepassing op de overeenkomsten die werden gesloten vanaf 1 januari 2003. Het oude tarief blijft dus van toepassing voor de overeenkomsten die voor deze datum werden gesloten ondanks het feit dat de Brussels wetgever dit niet uitdrukkelijk heeft bepaald.
3. Het beperken van 3/5 (ofwel 60%) tot 9/25 (ofwel 36%) van het bedrag van de teruggave van het betaalde registratierecht ingeval van wederverkoop binnen de twee jaar (art. 212 W. Reg. - art. 4 van de ordonnantie)
Artikel 212 W. Reg. heeft in feite twee wijzigingen ondergaan:
1° De eerste wijziging beperkt het bedrag van de teruggave van het betaalde registratierecht op een goed, in geval van wederverkoop van dit goed binnen twee jaar. Dit bedrag wordt van 3/5 (ofwel 60%) op 9/25 (ofwel 36%) gebracht.
2° De tweede wijziging is een technische wijziging die het derde lid van artikel 212 van het Wetboek aanpast, ten gevolge van de invoering van het in het nieuwe artikel 46bis voorziene abattement.
Zonder deze aanpassing zou het voor de wederverkoper die een onroerend goed binnen de twee jaar vanaf de verkrijging verkoopt, en die dus recht heeft op een teruggave van 9/25 ofwel 36% van de overeenkomstig artikel 212 W. Reg. betaalde registratierechten, nadelig geweest zijn om dit goed te verkopen aan iemand die geniet van het abattement.
Voorbeeld ter illustratie van deze problematiek:
A koopt in 2003 een woning met een waarde van 200.000 EUR; de heffing (aan 12,5%) bedraagt 25.000 EUR, en A geniet niet van het abattement;
A verkoopt deze woning in 2004 aan B, waarbij de venale waarde onveranderd is gebleven (d.w.z. 200.000 EUR).
1ste hypothese:
B geniet niet van het abattement bij deze verkrijging;
A heeft dan bij toepassing van artikel 212 recht op teruggave van 9/25 x 25.000 EUR = 9.000 EUR.
2de hypothese:
B geniet wel van het abattement;
Het recht op teruggave van A zou, in dit geval, bepaald worden door het derde lid van het niet gewijzigde artikel 212:
"Niet teruggegeven wordt het recht dat betrekking heeft op het gedeelte van de prijs en de lasten van de verkrijging, dat hoger is dan het bedrag dat tot grondslag heeft gediend voor de heffing van de belasting op de akte van wederverkoop.".
In dit geval zou het bedrag gelijk zijn aan:
200.000 - 45.000 (abattement) = 155.000 EUR
A heeft bijgevolg slechts recht op teruggave (in toepassing van artikel 212) ten bedrage van
9/25 x (155.000 EUR x 12,5%) = 6.975 EUR.
Men bekomt aldus een verschil van 2.025 EUR naargelang B het abattement al dan niet geniet (opmerking: de toepassing van een abattement van 60.000 EUR in dit voorbeeld zou een verschil van 2.700 EUR geven).
Vanzelfsprekend moet het feit dat de nieuwe verkrijger al dan niet van het abattement geniet een neutraal element zijn voor de hoegrootheid van het bedrag van de teruggave waarop de wederverkoper, ten gevolge van de wederverkoop binnen twee jaar, recht heeft. Vandaar deze aanpassing.
C.- Commentaar bij de nieuwe bepalingen betreffende schenkingen onder de levenden van roerende of onroerende goederen
Titel I.- Nieuwe tarieven (art. 6 van de ordonnantie - art. 131 W. Reg.)
Het nieuw tariefschema dat door de Brusselse wetgever inzake schenkingen wordt ingevoerd is gelijklopend met de nieuwe tariefstructuur die werd ingevoerd inzake successierechten (12). Dit algemene tarief bevat, naast een wijziging van de belastingschalen en de toepasselijke tarieven - die geen bijzondere commentaar behoeven -, een bijzondere nieuwigheid: het gelijkschakelen van alle (13) wettelijk samenwonenden, maar alleen van wettelijk samenwonenden (zie de artikelen 1475 tot 1479 B.W.), met echtgenoten voor de toepassing van het schenkingsrecht (zie artikel 131, derde lid, W. Reg.). De andere vormen van samenwoning worden niet in aanmerking genomen.
----------
(12) Zie de ordonnantie van 20 december 2002 van de Brusselse Hoofdstedelijke raad tot wijziging van het Wetboek der successierechten, art. 2 (B.S. van 31 december 2002).
(13) Vgl. met het Waalse Gewest dat voor de toepassing van het successierecht bepaalde categorieën van wettelijk samenwonenden in de zin van het Burgerlijk Wetboek uitsluit van het voordeel van het tarief in rechte lijn en tussen echtgenoten, circ. nr. 2/2002.
Opmerking. De definitie van samenwonende die in artikel 131, derde lid, W. Reg. wordt gegeven geldt voor de toepassing vanal de bepalingen van afdeling XII, - Schenkingen, W. Reg., dus niet enkel voor de tarieven, maar eveneens voor de toepassing van de artikelen 132^2, tweede lid, 3° en 135 W. Reg. (zie het begin van de definitie die in artikel 131, derde lid, wordt gegeven "Voor de toepassing van deze afdeling ...").
Titel II.- Preferentieel tarief voor de schenkingen van woningen (art. 7 van de ordonnantie - art. 131bis nieuw W. Reg.)
Inleiding
1.Doel van de maatregel
Het toekennen van een belangrijk fiscaal voordeel inzake schenkingsrechten streeft hetzelfde doel na als het toegekende abattement inzake het verkooprecht(zie supra, B., titel I), namelijk de personen - en meer in het bijzonderde gezinnen met een middeninkomen - aan te moedigen hun hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te vestigen en zodoende nieuwe inwoners in het Gewest aan te trekken.
Vorm van het voordeel.
Het voordeel bestaat uit de toekenning, en dit enkel voor de schenkingen in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden, van een preferentieel(progressief)tarief op het gedeelte in volle eigendom van de schenker in een geheel of gedeeltelijk tot bewoning bestemd onroerend goed.
Het preferentieel tarief wordt enkel toegekend aan de begiftigde die er de toepassing van vraagt en is enkel van toepassing op hetpersoonlijkbruto-aandeel van deze begiftigde. Met andere woorden wordt er in geval van schenking aan meerdere personen niet vereist dat allen de toepassing van het voordeeltarief vragen. Zij die er de toepassing niet van vragen worden aan het normale tarief belast.
Het toekennen van het voordeeltarief is aan het naleven van zeer strikte voorwaarden verbonden.
Afdeling 1. Voorwaarden die moeten/zullen moeten vervuld worden om het preferentieel tarief te verkrijgen en te behouden
Onderafdeling 1. - Grondvoorwaarden
1. Enkel de schenkingen in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden (wettelijke - zie hiervoor, titel I, opmerking), kunnen genieten van het voordeeltarief.
Bijgevolg worden alle schenkingen in de zijlijn (tussen broers en zussen, ooms of tantes en neven of nichten) en "tussen alle andere personen" van het voordeeltarief uitgesloten.
Opmerking. Het spreekt voor zich dat de in deze laatste categorieën "wettelijk samenwonenden" wel kunnen genieten van het voordeeltarief (zie hiervoor C.; Titel I).
2. De schenking moet betrekking hebben op een onroerend goed dat gelegen is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Deze voorwaarde wordt met zoveel woorden opgelegd in de tekst van artikel 131bis W. Reg.
3. De schenking moet betrekking hebben op het gedeelte in volle eigendom van de schenker in het geschonken onroerend goed.
De schenking moet niet noodzakelijk betrekking hebben op de geheelheid in volle eigendom van het onroerend goed. Maar de schenker moet in één keer de geheelheid van het deel dat hij in volle eigendom in het onroerend goed bezit schenken. Dit deel kan de geheelheid, de helft of minder in volle eigendom zijn.
De schenkingen van het vruchtgebruik of van de blote eigendom worden dus uitgesloten van het voordeeltarief, evenals de schenkingen met voorbehoud van een zakelijk recht.
4. Het moet de schenking van een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd betreffen.
De voorwaarde dat het moet gaan om een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd is logisch, vermits minstens één van de begiftigden er zijn hoofdverblijfplaats moet vestigen (zie punt 6. hierna).
Opgelet: het voordeeltarief wordt uitdrukkelijkuitgesloten voor de schenking van een bouwgrond (zie art. 131bis, tweede lid).
Het voordeeltarief kan bekomen worden bij de schenking van een gebouwd onroerend goed dat nog niet tot bewoning werd aangewend maar dat de begiftigde(n) wenst (wensen) te verbouwen voor bewoning.
5. Uitsluitingsregel: de begiftigde die reeds voor de geheelheid volle eigenaar is van een geheel of gedeeltelijk tot bewoning bestemd onroerend goed heeft geen enkel recht op het voordeeltarief (art. 131bis, derde lid, W. Reg.)
De fiscale tussenkomst geldt in principe enkel voor de begiftigden die nog geen volle eigenaars zijn van een ander tot bewoning bestemd of aangewend onroerend goed.
De in aanmerking te nemen onroerende goederen zijn al de reeds in het bezit zijnde onroerende goederen, ongeacht hun ligging en zelfs in het buitenland (14).
----------
(14) Mondeling antwoord van 6 januari 2003 van het Kabinet van de Minister van Financiën van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Vermits de uitsluiting enkel geldt ten aanzien van degenen die reeds eigenaars zijn van een ander onroerend goed dat tot bewoning is aangewend of bestemd, is het vanzelfsprekend dat de eigenaar van een ander onroerend goed dat niet tot bewoning is bestemd als ook de personen die reeds eigenaar zijn van een onverdeeld deel in een woning, niet van het fiscaal voordeel worden uitgesloten.
Aangezien de ordonnantie de bouwgronden uitdrukkelijk uitsluit van het voordeel van het preferentieel tarief (voor de toepassing van de ordonnantie worden zij dus niet beschouwd als onroerend goederen die geheel of gedeeltelijk tot bewoning bestemd zijn), vormt het bezit van de volle eigendom van een bouwgrond geen beletsel voor het recht op het voordeeltarief bij de schenking van een ander onroerend goed dat aan de voorwaarden van de ordonnantie voldoet.
Toepassing van de uitsluitingsregel
Overeenkomstig artikel 131bis, derde lid, mag de begiftigde die de toepassing van het voordeeltarief vraagt, op de datum van de schenking niet voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd.
Belangrijke opmerking.
Degene die, op het ogenblik van de schenking, de voorwaarde - niet reeds voor de geheelheid volle eigenaar te zijn van een goed - niet vervult, heeft geen enkele mogelijkheid om later, onder de vorm van een teruggave, het voordeeltarief te bekomen (15).
----------
(15) Vgl. Met het abattement, dat ofwel onmiddellijk, indien de voorwaarde op de datum van de overeenkomst tot verwerving is vervuld (abattement onder primaire vorm - art. 46bisW. Reg.), ofwel later, na wederverkoop van de reeds bezeten goederen (abattement onder secundarie vorm - art. 212bis W. Reg.) kan worden verkregen).
Indien de schenking aan meerdere personen werd gedaan, moeten enkel de begiftigden die de toepassing van het voordeeltarief vragen deze voorwaarde vervullen. Deze voorwaarde moet vervuld worden in hoofde van ieder van deze begiftigden. Indien één van deze begiftigden deze voorwaarde niet vervult, zal hij niet kunnen genieten van het voordeeltarief.
De woorden "voor de geheelheid volle eigenaar zijn" zijn duidelijk. Dit betekent dat de uitsluitingsregel niet geldt wanneer één van de begiftigden enkel de blote eigendom of het vruchtgebruik van een andere woning bezit. De uitsluitingsregel is evenmin van toepassing wanneer één van de begiftigden slechts voor een gedeelte volle eigenaar is van een andere woning.
Om te bepalen of de begiftigden reeds eigenaars zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning bestemd is, moet men zich plaatsen op de datum van de schenkingsovereenkomst. De nieuwe bepalingen zijn van toepassing op de overeenkomsten gesloten vanaf 1 januari 2003 (16) (zie de commentaar bij de inwerkingtreding).
----------
(16) Zie de memorie van toelichting bij artikel 13 (oorspronkelijk 14) van de ordonnantie - Gedr. St. Bruss. Hfdst. Rd. A-361/1 - 2002/2003, p. 9.
Opmerking.
Het voordeeltarief kan meermaals aan dezelfde persoon worden toegekend, behalve indien de uitsluitingsregel van toepassing is op het ogenblik van de schenking van de nieuwe woning. Dit veronderstelt dat alle onroerende goederen waarvan hij volle eigenaar is (ongeacht de wijze waarop deze werden verkregen) reeds werden overgedragen op het ogenblik van de overeenkomst houdende schenking van de nieuwe woning. Het voordeeltarief is bijgevolg zeker geen enig recht in de zin dat men het slechts één keer in zijn leven zou kunnen inroepen.
6. Ten minste één van de begiftigden die de toepassing van het voordeeltarief vragen moet de bedoeling hebben er zijn hoofdverblijfplaats te vestigen en dit effectief doen binnen een welbepaalde termijn.
a) Minstens één van de begiftigden moet de bedoeling hebben zijn hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het geschonken goed.
Uit artikel 131bis nieuw, vierde lid, 3°, volgt duidelijk dat het volstaat dat één van degenen die de toepassing van het verlaagd tarief vragen de bedoeling heeft om zijn hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het geschonken goed, opdat allen de toepassing ervan kunnen krijgen. Ze moeten dus niet allemaal deze bedoeling hebben. Er kunnen er natuurlijk meerdere zijn, maar één volstaat.
Voor de term "hoofdverblijfplaats" heeft de Brussels wetgever, in artikel 131bis, vijfde lid, uitdrukkelijk bepaald dat "Voor de toepassing van deze rubriek wordt onder hoofdverblijfplaats verstaan, tenzij tegenbewijs, het adres waarop de betrokkene is ingeschreven in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister. Als datum van vestiging van de hoofdverblijfplaats geldt de datum van inschrijving in die registers.".
Vermits "tenzij tegenbewijs" werd benadrukt, schept de inschrijving in de daartoe vereiste registers slechts een vermoeden van effectieve vestiging van de hoofdverblijfplaats in het verkregen onroerend goed, vermoeden dat kan worden weerlegd door alle rechtsmiddelen, getuigen en vermoedens inbegrepen, met uitzondering van de eed.
b) Maar deze bedoeling volstaat niet. De begiftigde (of de begiftigden) die deze bedoeling hebben gehad, moet (moeten) zijn (hun) hoofdverblijfplaats effectief vestigen op de plaats van het verkregen onroerend goed, binnen de door de ordonnantie vastgestelde termijn.
Deze termijn bedraagt twee jaar vanaf de datum van de registratie, tegen betaling van het evenredig recht, van het document dat het evenredig recht opeisbaar maakt.
Opmerking. Vermits het de schenking van een onroerend goed betreft en elke akte van schenking voor een notaris moet verleden worden, in minuut (art. 931 B. W.), zal het desbetreffende document, in principe, een authentieke akte zijn (de akte van schenking of de akte van aanvaarding van de schenking).
De verplichting om deze strikte termijn na te leven vindt haar vertaling in de voorwaarde dat de begiftigde zich daar in de akte van schenking of in de akte van aanvaarding van de schenking schriftelijk toe moet verbinden (zie verder, de vormvoorwaarden).
Wat de termijn betreft gelden de gewone regels inzake vervaltermijnen (17).
----------
(17) Zie voetnoot nr. 9.
7. Ten minste één van de begiftigden moet de bedoeling hebben zijn hoofdverblijfplaats te behouden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende een ononderbroken termijn van vijf jaar te rekenen van de datum van vestiging van zijn hoofdverblijfplaats in het goed waarvoor het voordeeltarief werd verkregen.
Het spreekt voor zich dat degenen die deze bedoeling moeten hebben de begiftigde(n) is (zijn) die de bedoeling heeft (hebben) om zijn (hun) hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het geschonken goed.
De Brusselse wetgever schrijft namelijk niet alleen de verplichting voor zijn hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het verkregen goed binnen de strikte termijn van twee jaar, zoals hiervoor uiteengezet, maar eveneens het behoud, behoudens overmacht, van de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar te rekenen van de datum van de vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het goed waarvoor de vermindering werd toegekend.
Net zoals voor het abattement moet de hoofdverblijfplaats niet noodzakelijk behouden blijven op de plaats van het met het voordeel van het preferentieel tarief verkregen goed. Het is nodig en het volstaat dat ze behouden blijft in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Deze verplichting vindt haar vertaling in de voorwaarde dat de betrokken begiftigde (de begiftigden) zich hiertoe schriftelijk moet (moeten) verbinden in de akte van schenking of in de akte van aanvaarding van de schenking (zie verder, vormvoorwaarden).
Wat de termijn betreft gelden de gewone regels inzake vervaltermijnen (18).
----------
(18) Zie voetnoot nr. 9.
Onderafdeling 2. Vormvoorwaarden - In de akte van schenking of in de akte van aanvaarding van de schenking op te nemen vermelden
1. Uitdrukkelijke vermelding door de begiftigden die het wensen, dat zij de toepassing van het voordeeltarief vragen.
2. Vermelding van het feit dat de uitsluitingsregel niet van toepassing is.
De begiftigden die artikel 131bis inroepen moeten verklaren dat de uitsluitingsregel (zie onderafdeling 1, punt 5, hiervoor) niet van toepassing is.
3. Vermelding dat de verbintenis wordt aangegaan om de hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het geschonken goed binnen twee jaar te rekenen vanaf de registratie van het document dat het evenredig schenkingsrecht opeisbaar maakt.
Ten minste één van de begiftigden die de toepassing van het voordeeltarief vraagt moet de verbintenis aangaan zijn hoofdverblijfplaats te vestigen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.
Het moet duidelijk uit de formulering van de vermelding blijken welke begiftigde en, indien er meerdere zijn welke begiftigden, deze verbintenis aangaat/aangaan. De vermelding van de verbintenis en de andere noodzakelijke vermeldingen moeten in de akte van schenking of in de akte van aanvaarding van de schenking voorkomen.
4. Vermelding dat de verbintenis werd aangegaan om de hoofdverblijfplaatsin het Brussels Hoofdstedelijk Gewestte behouden gedurende een ononderbroken termijn van vijf jaar te rekenen van de datum van de vestiging van de hoofdverblijfplaats in het onroerend goed waarvoor de vermindering werd verkregen.
Deze vermelding is verplicht voor alle begiftigden die de verbintenis hebben aangegaan hun hoofdverblijfplaats te vestigen in het geschonken goed. Zij moet eveneens voorkomen in de akte van schenking of in de akte van aanvaarding van de schenking.
Onderafdeling 3. - Te vervullen voorwaarden voor het behoud van het voordeeltarief.
1. Effectieve vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het onroerend goed dat geschonken werd met het voordeel van het preferentieel tarief.
Om het voordeel van het preferentieel tarief te behouden moet, zoals voor de toepassing van het abattement, de verbintenis nageleefd worden om de hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het geschonken goed binnen de hiervoor gestelde termijn.
De begiftigde(n) die deze verbintenis heeft (hebben) aangegaan moeten dus allen, binnen de door de ordonnantie bepaalde termijn van twee jaar, hun inschrijving hebben bekomen op het adres van het gekregen goed in het bevolkings- of vreemdelingenregister van de gemeente waar dit goed gelegen is. Het spreekt voor zich dat de begiftigden er effectief moeten zijn gaan wonen en dat gedurende een voldoende lange periode opdat er sprake zou kunnen zijn van een effectieve vestiging van hun hoofdverblijfplaats. De ordonnantie bepaalt immers dat de inschrijving in de daartoe bestemde registers slechts een vermoeden van vestiging van de hoofdverblijfplaats in het verkregen onroerend goed, vormt. Dit vermoeden kan bijgevolg worden weerlegd door het tegenbewijs.
2. Behoud van de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende een ononderbroken periode van vijf jaar te rekenen van het tijdstip waarop ze hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben in het onroerend goed waarvoor het voordeeltarief werd verkregen.
Zoals hiervoor reeds werd verduidelijkt wordt vereist en volstaat het dat de hoofdverblijfplaats gedurende de vereiste periode in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest behouden blijft, maar niet noodzakelijk in het onroerend goed waarvoor het voordeeltarief werd verkregen.
Afdeling 2. Sancties
1. Niet-vervullen van de grondvoorwaarden die niet vertaald zijn in vormvoorwaarden.
Het betreft de grondvoorwaarden waarvan sprake onder C, Titel II, afdeling 1, onderafdeling 1, punten 1 tot 4.
De sanctie bestaat hier in het weigeren van het preferentieel tarief of, indien het niet vervuld zijn maar na de registratie zou blijken, in het intrekken van het voordeel van het preferentieel tarief.
2. Niet-vervullen van de grondvoorwaarden die vertaald zijn in een vormvoorwaarde
2.1. Afwezigheid van vermelding - niet-vervullen van de vormvoorwaarden in enge zin.
Het voordeeltarief wordt niet toegekend wanneer één van de vereiste vermeldingen (vermelding dat de uitsluitingsregel niet van toepassing is, vermelding van de verbintenis tot vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het met het voordeel van het preferentieel tarief geschonken goed, vermelding van de verbintenis om zijn hoofdverblijfplaats te behouden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende de door de ordonnantie voorgescheven termijn) niet werd opgenomen in de akte van schenking of in de akte van aanvaarding van de schenking. In voorkomend geval zal, vóór registratie, de aandacht van de begiftigden worden gevestigd op de afwezigheid van de vereiste vermeldingen.
2.2. Uitsluitingsregel (zie onderafdeling 1, punt 5) - onjuistheid van de vermelding.
Voor de toepassing van de in geval van onjuiste vermelding voorziene sanctie moet volgend onderscheid worden gemaakt:
a) Alle begiftigden hebben een onjuiste vermelding gedaan:
In dit geval is elke begiftigde - ongeacht of zij zich nu verbonden hebben tot het vestigen van hun hoofdverblijfplaats in het geschonken goed en tot het behouden van de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende de vereiste termijn of niet - gehouden tot de betaling van de aanvullende rechten op hun eigen aandeel in de schenking en van een boete gelijk aan deze aanvullende rechten.
Er bestaat geen enkele mogelijkheid tot het inroepen van overmacht om te ontsnappen aan de sanctie.
b) Sommige begiftigden hebben een onjuiste vermelding gedaan, anderen niet:
In dit geval moet, om de toepasselijke sanctie te bepalen, het volgend onderscheid worden gemaakt:
-
Minstens één van de begiftigden die de verbintenissen heeft aangegaan betreffende de vestiging van de hoofdverblijfplaats in het geschonken goed en tot het behoud van de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende de vereiste termijn, heeft een juiste vermelding gedaan.
Voor de begiftigden die een onjuiste vermelding hebben gedaan is in dit geval de sanctie deze die werd vermeld sub a) hiervoor.
Er bestaat geen enkele mogelijkheid tot het inroepen van overmacht om te ontsnappen aan de sanctie.
-
De begiftigden die een juiste vermelding hebben gedaan hebben de voormelde verbintenissen niet aangegaan, al de anderen hebben een onjuiste vermelding gedaan
In dit geval zijn degenen die een onjuiste vermelding hebben gedaan - ongeacht of zij de voormelde verbintenissen hebben aangegaan of niet - gehouden:
-
elk, tot betaling van de aanvullende rechten op hun eigen aandeel in de schenking en van een boete gelijk aan deze rechten.
EN, bovendien, voor degenen die de voormelde verbintenissen hebben aangegaan
-
allen, ondeelbaar tot betaling van de aanvullende rechtenop het aandeel in de schenking van hun medebegiftigdendie geen verbintenissen hebben aangegaan en die een juiste vermelding hebben gedaan. Er is geen boete verschuldigd op de aandelen van deze laatste medebegiftigden vermits zij
Er bestaat geen enkele mogelijkheid tot het inroepen van overmacht om te ontsnappen aan de sanctie.
-
2.3. Niet-vervullen van de voorwaarde tot effectieve vestiging van de hoofdverblijfplaats op de plaats van het binnen de gestelde termijn geschonken goed (zie onderafdeling 1, punt 6) en/of Niet-vervullen van de verbintenis tot behoud van de hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende een ononderbroken termijn van vijf jaar vanaf het tijdstip waarop de hoofdverblijfplaats gevestigd werd in het onroerend goed dat met het voordeel van het preferentieel tarief geschonken werd.
a) Minstens één van de begiftigden die zich verbonden heeft voldoet aan de voorwaarden:
-
Afwezigheid van overmacht
In dat geval is elke begiftigde die niet voldoet aan de voorwaarden gehouden tot betaling van de aanvullende rechten op zijn eigen aandeel in de schenking, verhoogd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken.
De aandacht wordt er op gevestigd dat de boete hier wordt vervangen door een wettelijke interest.
-
Bewijs van overmacht in hoofde van één of meerdere in gebreke gebleven begiftigden.
Op deze begiftigden is geen sanctie van toepassing. Zij worden beschouwd alsof zij de voorwaarden nageleefd hebben.
b) Geen van de begiftigden die zich verbonden heeft voldoet aan de voorwaarden:
-
Eén of meerdere begiftigden die zich niet hebben verbonden, genieten nog, in dit stadium, van het voordeeltarief (zij hebben een juiste vermelding gedaan).
In dit geval, zijn de begiftigden die de voorwaarden betreffende de vestiging van de hoofdverblijfplaats en het behoud ervan niet vervuld hebben en die geen overmacht kunnen inroepen (zij die de overmacht kunnen bewijzen worden geacht de voorwaarden te hebben vervuld - zie hiervoor sub a)), gehouden:
-
elk, tot betaling van de aanvullende rechten op hun eigen aandeel in de schenking, verhoogd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken.
EN, bovendien,
-
allen en dus met inbegrip van degenen die de verbintenissen hebben aangegaan maar die een onjuiste vermelding hebben gedaan, ondeelbaar tot betaling van de aanvullende rechten op het aandeel in de schenking van hun medebegiftigdendie geen verbintenissen hebben aangegaan en die een juiste vermelding hebben gedaan.
Er is geen boete verschuldigd op de aandelen van deze laatste medebegiftigden vermits die persoonlijk geen fout hebben gemaakt.
-
Voorbeeld: 3 medebegiftigden : A, B en C
1ste stap: verklaring dat de uitsluitingsregel niet van toepassing is.
A doet een onjuiste eigendomsverklaring (hij is eigenaar) en hij verbindt zich er toe aldaar te wonen;
B doet een juiste eigendomsverklaring (hij is geen eigenaar) en hij verbindt zich er toe aldaar te wonen;
C doet een juiste eigendomsverklaring (hij is geen eigenaar) en hij verbindt zich er niet toe aldaar te wonen.
Sanctie:
A moet de aanvullende rechten en de boete gelijk aan deze rechten enkel op zijn aandeel betalen en niet op het aandeel van B noch op dat van C (zie in fine art. 131 bis zesde lid " behoudens wanneer er een medebegiftigde rest die ook de verbintenissen heeft aangegaan maar wel een juiste verklaring heeft afgelegd", in dit geval is dat B)
2de stap: vestiging van de hoofdverblijfplaats en/of behoud van deze hoofdverblijfplaats
B, die de verbintenis heeft aangegaan, heeft er zijn hoofdverblijfplaats niet gevestigd.
Er is dus geen enkele begiftigde die de verbintenissen voor het behoud van het recht op het voordeeltarief (niet alleen vestiging van de hoofdverblijfplaats maar ook behoud van deze gedurende de vereiste termijn) kan naleven, aangezien A, vermits hij een onjuiste verklaring heeft afgelegd, niet meer mag in aanmerking komen om er zijn hoofdverblijfplaats te vestigen: hij heeft niet voldaan aan de grondvoorwaarde geen eigenaar te zijn en is daarom vervallen, vanaf de "eerste stap", van het recht op het voordeeltarief.
Alle begiftigden, zelfs degenen die geen verbintenis hebben aangegaan en die een juiste verklaring hebben afgelegd (hier C), verliezen dus definitief het voordeel van het preferentieel tarief.
Sanctie:
1° B moet de aanvullende rechten en de wettelijke intresten op zijn aandeel betalen;
2° A en B, die de verbintenis hebben aangegaan, zijn bovendien, ondeelbaar gehouden de aanvullende rechten op het aandeel van C, die geen verbintenis heeft aangegaan, te betalen. In feite betekent dit dat het steeds degenen zullen zijn die zich verbonden hebben die de aanvullende rechten zullen moeten betalen die, als gevolg van de niet-vervulling van de voorwaarde tot vestiging van de hoofdverblijfplaats en tot het behoud ervan, normaal opeisbaar zouden zijn van degenen die zich niet hebben verbonden en die een juiste verklaring hebben afgelegd.
OPGELET.
1° De ondeelbaarheid is enkel van toepassing op de betaling van de aanvullende rechten op het aandeel van de medebegiftigden die geen verbintenis hebben aangegaan en die een juiste verklaring hebben afgelegd. Deze laatsten zijn zelf niets verschuldigd.
2° De ondeelbare verbintenis tot betaling van de aanvullende rechten rust niet enkel op degenen die de verbintenis tot vestiging niet hebben nageleefd en die geen overmacht kunnen inroepen, maar ook op allen die deze verbintenis hebben aangegaan en die de voorwaarde niet hebben kunnen naleven omdat zij een onjuiste verklaring hebben afgelegd betreffende de uitsluitingsregel. Geen van allen kan dus overmacht inroepen.
Begiftigden zonder verbintenissen | Begiftigden met verbintenissen | |
|---|---|---|
1. Onjuiste verklaring (zie punt 2.2. hiervoor) | Elke begiftigde moet, op zijn aandeel, de aanvullende rechten en een boete gelijk aan deze rechten betalen. |
a) Idem b) Indien alle begiftigden die verbintenissen hebben aangegaan een onjuiste verklaring hebben gedaan, zijn zij, bovendien, allen ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten op de aandelen van de medebegiftigden die geen verbintenissen hebben aangegaan en die een juiste verklaring hebben gedaan. |
2. Niet-naleving van de verbintenissen (zie punt 2.3. hiervoor) | ||
|
|
|
Titel III. - andere wijzigingen inzake de schenkingsrechten
I. Gelijkschakeling van wettelijk samenwonenden en gehuwden (art. 131, 132^2, 3° en 135 W. Reg. - art. 6, 8 en 9 van de ordonnantie)
De Brussels wetgever heeft de bepalingen van artikel 132^2 en 135 W. Reg. aangepast ingevolge de gelijkschakeling van wettelijk samenwonenden en gehuwden voor het tarief (art. 131).
1. Aanpassing van artikel 131 W. Reg. (tarieven).
De aanpassing van dit artikel werd beknopt becommentarieerd in punt C, Titel I van deze commentaar.
De definitie van samenwonende (het gaat om de "wettelijk" samenwonende) die in dit artikel voorkomt, geldt voor alle artikelen waar voortaan van samenwonende sprake is, dus ook voor de artikelen 132^2 en 135 W. Reg.
2. Aanpassing van artikel 132^2, tweede lid, 3°, W. Reg. (adoptie).
De aanpassing van dit artikel heeft tot gevolg dat voortaan met het adoptief kind (gewone adoptie) rekening zal worden gehouden voor de toepassing van alle bepalingen inzake schenkingen wanneer dit kind, volgens de in dit artikel bepaalde voorwaarden, niet alleen van de adoptant, van de adoptant en diens echtgenoot samen maar ook van de adoptant en de persoon met wie de adoptant heeft samengewoond, de hulp en verzorging heeft gekregen die kinderen normaal van hun ouders verkrijgen.
Deze bepaling behoeft geen verdere commentaar.
3. Aanpassing van artikel 135 W. Reg. (vermindering)
De aanpassing van artikel 135, tweede lid, W. Reg. heeft tot gevolg dat de samenwonende begiftigde behandeld wordt zo als de begiftigde echtgenoot voor de toepassing van deze vermindering.
Deze bepaling behoeft eveneens geen verdere commentaar.
II.- Beperking van de kosteloze registratie tot de akten houdende schenkingen aan openbare instellingen van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (art. 161, 1°, nieuw zesde lid, W. Reg. - art. 10 van de ordonnantie).
Ten gevolge van deze beperking kunnen enkel de volgende organismen genieten van de kosteloze registratie zoals bepaald in artikel 161, 1°, W. Reg.:
Het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;
de Brusselse Agglomeratie;
de Vlaamse Gemeenschapscommissie;
de Franse Gemeenschapscommissie;
de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie;
de openbare instellingen van de publiekrechtelijke rechtspersonen sub.1 tot 5.
Al de andere worden uitgesloten van het voordeel van de kosteloze registratie voor de aan hen gedane schenkingen.
Bijlage 1
Uittreksel uit het Belgisch Staatsblad van 31 december 2002 (3de editie)
20 DECEMBER 2002. - Ordonnantie tot wijziging van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten
De Brusselse Hoofdstedelijke Raad heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen hetgeen volgt :
Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.
HOOFDSTUK I. - Overdrachten onder bezwarende titel van onroerende goederen
Art. 2. In het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten wordt een artikel 46bis ingevoegd, luidende :
"Art. 46bis. Voor wat betreft de verkopingen, wordt de belastbare grondslag bepaald overeenkomstig de artikelen 45 en 46, verminderd met 45.000 euro in geval van verkrijging door een natuurlijke persoon van de geheelheid in volle eigendom van een geheel of gedeeltelijk tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed dat zal dienen tot hoofdverblijfplaats van de verkrijger.
Hetzelfde abattement is van toepassing in geval van verkrijging door meerdere natuurlijke personen van de geheelheid in volle eigendom van een geheel of gedeeltelijk tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed dat zal dienen tot gemeenschappelijke hoofdverblijfplaats van de verkrijgers.
Voor de toepassing van dit artikel wordt, verstaan onder hoofdverblijfplaats, tenzij tegenbewijs, het adres waarop de verkrijgers zijn ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister. Als datum van vestiging van de hoofdverblijfplaats geldt de datum van inschrijving in die registers.
Het abattement waarin het eerste en het tweede lid voorzien, wordt op 60.000 euro gebracht wanneer de verkrijging een onroerend goed betreft dat ligt binnen een ruimte voor versterkte ontwikkeling van de huisvesting en de stadsvernieuwing, zoals afgebakend in het Gewestelijk Ontwikkelingsplan tot uitvoering van de artikelen 16 tot 24 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw.
De vermindering van de belastbare grondslag geldt niet voor de verkrijging van een bouwgrond. Deze uitsluiting geldt niet voor de verkrijging van een appartement in aanbouw of een appartement op tekening.
Aan de vermindering van de belastbare grondslag zijn de volgende voorwaarden verbonden :
1° de verkrijger mag op de datum van de overeenkomst tot verkrijging niet voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd; indien de verkrijging geschiedt door meer dan één persoon, moet elke verkrijger deze voorwaarde vervullen, en mogen de verkrijgers bovendien gezamenlijk niet voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd;
2° in of onderaan het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht of in een bij dat document gevoegd en ondertekend geschrift moeten de verkrijgers :
a) verklaren dat zij voldoen aan de voorwaarde vermeld in 1° van dit lid;
b) zich verbinden hun hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het verkregen onroerend goed binnen twee jaar na :
- ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig registratierecht aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden;
- ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer dat document ter registratie wordt aangeboden na het verstrijken van de ervoor bepaalde termijn.
c) zich ertoe verbinden hun hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te behouden gedurende een ononderbroken periode van minstens vijf jaar vanaf het tijdstip waarop ze hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben in het onroerend goed waarvoor de vermindering is verkregen.
Ingeval de verklaring bedoeld in 2°, a), van het zesde lid, onjuist wordt bevonden, zijn de verkrijgers ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten op het bedrag waarmee de belastbare grondslag werd verminderd, en van een boete gelijk aan die aanvullende rechten.
Dezelfde aanvullende rechten en boete zijn ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2°, b), van het zesde lid, bedoelde verbintenis naleeft. Komen sommige verkrijgers de bedoelde verbintenis niet na, dan worden de aanvullende rechten en de boete waartoe zij ondeelbaar gehouden zijn, bepaald naar verhouding van hun wettelijk aandeel in het verkregen onroerend goed. Indien de niet-naleving van de verbintenis het gevolg is van overmacht is de boete evenwel niet verschuldigd.
Behoudens overmacht, zijn dezelfde aanvullende rechten vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken te rekenen van de uiterste datum voor tijdige registratie van het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht, ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2°, c), van het zesde lid, bedoelde verbintenis naleeft.".
Art. 3. In artikel 62, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 27 april 1978, worden de woorden "5 pct." vervangen door de woorden "8 pct.".
Art. 4. In artikel 212 van hetzelfde Wetboek, vervangen bij de wet van 28 december 1992, worden de volgende wijzigingen aangebracht :
1° in het eerste lid worden de woorden "drie vijfde" vervangen door de woorden "36 pct.";
2° in het derde lid worden de woorden "het bedrag dat tot grondslag heeft gediend voor de heffing van de belasting op de akte van wederverkoop" vervangen door de woorden "de grondslag van het recht dat van toepassing is op de akte van wederverkoop, berekend zonder de vermindering voorgeschreven bij artikel 46bis".
Art. 5. In hetzelfde Wetboek wordt een artikel 212bis (nieuw) ingevoegd, luidende :
"Art. 212bis. Wanneer het voordeel van de vermindering van de belastbare grondslag als bepaald in artikel 46bis niet kon worden bekomen omdat niet voldaan was aan de voorwaarde daartoe gesteld in het zesde lid, 1°, van dat artikel, worden de rechten die geheven werden boven het bedrag dat zou verschuldigd geweest zijn met toepassing van artikel 46 bis, teruggegeven, mits alle onroerende goederen die de vermindering van de heffingsgrondslag verhinderden, zijn vervreemd bij overeenkomsten, andere dan ruil, die vaste datum hebben gekregen binnen twee jaar te rekenen van de datum van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de verkrijging waarvoor de teruggave wordt gevraagd. Werd bedoeld document evenwel te laat ter registratie aangeboden, dan wordt die termijn gerekend vanaf de uiterste datum voor de tijdige aanbieding ervan.
Aan de teruggave zijn de volgende voorwaarden verbonden :
1° het gemotiveerd verzoek bevat :
a) een afschrift van het registratierelaas dat werd aangebracht op het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de verkrijging waarvoor de teruggave wordt gevraagd;
b) de kadastrale beschrijving van alle onroerende goederen die de toepassing van artikel 46bis hebben verhinderd, evenals de data waarop de vervreemdingen van die goederen vaste datum hebben gekregen;
2° in het gemotiveerd verzoek moeten de betrokken verkrijgers :
a) verklaren dat zij hun hoofdverblijfplaats hebben gevestigd of zullen vestigen op het adres van het verkregen onroerend goed binnen twee jaar te rekenen van hetzij de datum van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op die verkrijging, hetzij, wanneer dat document te laat ter registratie werd aangeboden, de uiterste datum voor de tijdige aanbieding ervan;
b) zich ertoe verbinden hun hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te behouden gedurende een ononderbroken periode van minstens vijf jaar vanaf het tijdstip waarop ze hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben in het onroerend goed waarvoor de teruggave werd gevraagd.
Ingeval de verklaring van de verkrijgers bedoeld in 2°, a), van het tweede lid onjuist wordt bevonden, zijn zij ondeelbaar gehouden tot terugbetaling van het teruggegeven bedrag en verbeuren zij ondeelbaar een boete gelijk aan dat bedrag. Voldoen sommige verkrijgers wel en andere niet aan de bedoelde voorwaarden, dan wordt het terug te geven bedrag en de boete, waartoe de verkrijgers die niet aan de voorwaarden voldoen ondeelbaar gehouden zijn, bepaald naar verhouding van hun wettelijk aandeel in het onroerend goed waarvoor de teruggave werd gevraagd. De boete is evenwel niet verschuldigd wanneer door overmacht aan de voorwaarden niet voldaan kon worden.
Behoudens overmacht, zijn dezelfde aanvullende rechten vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken te rekenen van de uiterste datum voor tijdige registratie van het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht, ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2°, b), van het tweede lid, bedoelde verbintenis naleeft.".
HOOFDSTUK II. - Schenkingen
Art. 6. Artikel 131 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 8 augustus 1980 en bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, wordt vervangen als volgt :
"Art. 131. Voor de schenkingen onder de levenden van roerende of onroerende goederen wordt over het bruto-aandeel van elk der begiftigden een evenredig recht geheven volgens het in de onderstaande tabellen vermelde tarief.
Hierin wordt vermeld :
onder a : het percentage dat toepasselijk is op het overeenstemmende gedeelte;
onder b : het totale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten.
Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder samenwonende verstaan, de persoon die zich in de toestand van wettelijke samenwoning bevindt in de zin van titel Vbis van boek III van het Burgerlijk Wetboek.
Tabel I: Tarief in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden
Gedeelte van de schenking | a | b | |
|---|---|---|---|
van | tot inbegrepen | ||
0,01 EUR | 50.000 EUR | 3 % | |
50.000 EUR | 100.000 EUR | 8 % | 1.500 EUR |
100.000 EUR | 175.000 EUR | 9 % | 5.500 EUR |
175.000 EUR | 250.000 EUR | 18 % | 12.250 EUR |
250.000 EUR | 500.000 EUR | 24 % | 25.750 EUR |
boven de 500.000 EUR | 30 % | 85.750 EUR | |
Tabel II: Tarief tussen broers en zussen
Gedeelte van de schenking | a | b | |
|---|---|---|---|
van | tot inbegrepen | ||
0,01 EUR | 12.500 EUR | 20 % | |
12.500 EUR | 25.000 EUR | 25 % | 2.500 EUR |
25.000 EUR | 50.000 EUR | 30 % | 5.625 EUR |
50.000 EUR | 100.000 EUR | 40 % | 13.125 EUR |
100.000 EUR | 175.000 EUR | 55 % | 33.125 EUR |
175.000 EUR | 250.000 EUR | 60 % | 74.375 EUR |
boven de 250.000 EUR | 65 % | 119.375 EUR | |
Tabel III: Tarief tussen ooms of tantes en neven of nichten
Gedeelte van de schenking | a | b | ||
|---|---|---|---|---|
van | tot inbegrepen | |||
0,01 EUR | 50.000 EUR | 35 % | ||
50.000 EUR | 100.000 EUR | 50 % | 17.500 EUR | |
100.000 EUR | 175.000 EUR | 60 % | 42.500 EUR | |
boven de 175.000 EUR | 70 % | 87.500 EUR | ||
Tabel IV: Tarief tussen alle andere personen
Gedeelte van de schenking | a | b | |
|---|---|---|---|
van | tot inbegrepen | ||
0,01 EUR | 50.000 EUR | 40 % | |
50.000 EUR | 75.000 EUR | 55 % | 20.000 EUR |
75.000 EUR | 175.000 EUR | 65 % | 33.750 EUR |
boven de 175.000 EUR | 80 % | 98.750 EUR | |
Art. 7. In hetzelfde wetboek wordt een artikel 131bis (nieuw) ingevoegd, luidende:
"Art. 131bis. Voor schenkingen in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden van het aandeel in volle eigendom van de schenker in een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd en dat gelegen is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt, in afwijking van artikel 131, over het bruto-aandeel van elk der begiftigden die om de toepassing ervan vragen, een evenredig recht geheven volgens het tarief bepaald in de onderstaande tabel. Hierin wordt vermeld :
onder a : het percentage dat toepasselijk is op het overeenstemmende gedeelte;
onder b : het totale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten.
Tabel houdende het voordeeltarief voor schenkingen van woningen
Gedeelte van de schenking | a | b | |
|---|---|---|---|
van | tot inbegrepen | ||
0,01 EUR | 50.000 EUR | 2 % | |
50.000 EUR | 100.000 EUR | 5,3 % | 1.000 EUR |
100.000 EUR | 175.000 EUR | 6 % | 3.650 EUR |
175.000 EUR | 250.000 EUR | 12 % | 8.150 EUR |
250.000 EUR | 500.000 EUR | 24 % | 17.150 EUR |
boven de 500.000 EUR | 30 % | 77.150 EUR | |
Het in het eerste lid bedoelde voordeeltarief is niet van toepassing op de schenking van een bouwgrond.
De toepassing van het voordeeltarief kan niet gevraagd worden door een begiftigde die op datum van de schenking reeds voor de geheelheid volle eigenaar is van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd.
Aan de toepassing van dit voordeeltarief zijn de volgende voorwaarden verbonden :
1° de begiftigden die het voordeeltarief willen genieten, moeten uitdrukkelijk om de toepassing ervan vragen in de akte van schenking of in de akte van aanvaarding van de schenking;
2° in die akte moet elkeen van de begiftigden die om de toepassing van het voordeeltarief verzoekt, verklaren dat hij van de toepassing daarvan niet uitgesloten is bij toepassing van het derde lid van dit artikel;
3° minstens één van de begiftigden die de toepassing van het voordeeltarief vragen, moet zich in die akte ertoe verbinden :
a) zijn hoofdverblijfplaats te vestigen op het adres van de geschonken woning, binnen twee jaar na de datum van de registratie van het document dat het schenkingsrecht opeisbaar maakt;
b) zijn hoofdverblijfplaats te zullen behouden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende een termijn van minstens vijf jaar te rekenen van de datum van vestiging van zijn hoofdverblijfplaats in het geschonken goed.
Voor de toepassing van deze rubriek wordt onder hoofdverblijfplaats verstaan, tenzij tegenbewijs, het adres waarop de betrokkene is ingeschreven in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister. Als datum van vestiging van de hoofdverblijfplaats geldt de datum van inschrijving in die registers.
Ingeval een verklaring bedoeld in 2° van het vierde lid onjuist wordt bevonden, is de begiftigde die ze heeft afgelegd gehouden tot betaling van de aanvullende rechten over zijn aandeel in de schenking en van een boete gelijk aan die aanvullende rechten. Is degene die de onjuiste verklaring heeft afgelegd bovendien de enige die de in 3° van het vierde lid bedoelde verbintenissen heeft aangegaan, dan is hij tevens de aanvullende rechten verschuldigd over de aandelen van zijn medebegiftigden die een juiste verklaring hebben afgelegd. Hebben meerdere begiftigden de in 3° van het vierde lid bedoelde verbintenissen aangegaan en hebben één of meer van hen een onjuiste verklaring afgelegd, dan zijn degenen die de onjuiste verklaring hebben afgelegd ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten verschuldigd over de aandelen van hun medebegiftigden die een juiste verklaring hebben afgelegd maar geen verbintenissen hebben aangegaan, behoudens wanneer er een medebegiftigde rest die ook de verbintenissen heeft aangegaan maar wel een juiste verklaring heeft afgelegd.
De begiftigden die de in 3° van het vierde lid bedoelde verbintenissen niet zijn nagekomen, zijn, behoudens wanneer die niet-nakoming te wijten is aan overmacht, elk gehouden tot betaling van de aanvullende rechten over hun eigen aandeel in de schenking vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken te rekenen van de datum van registratie van de schenking. Zij zijn bovendien ondeelbaar gehouden tot betaling van alle aanvullende rechten over de aandelen van hun medebegiftigden die de verbintenissen niet hebben aangegaan, tenzij er een medebegiftigde rest die wel de door hem aangegane verbintenissen is nagekomen. Deze ondeelbare aansprakelijkheid geldt ook voor de begiftigden die een onjuiste verklaring als bedoeld in het vijfde lid hebben afgelegd, maar de in dat lid bedoelde aansprakelijkheid voor de aanvullende rechten van medebegiftigden niet hebben opgelopen door het feit dat een of meer medebegiftigden restten die wel nog de aangegane verbintenissen konden nakomen.".
Art. 8. In artikel 132^2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 22 december 1989, wordt de rubriek "3°" van het tweede lid vervangen als volgt :
"3° wanneer het adoptief kind, vóór de leeftijd van eenentwintig jaar, gedurende zes achtereenvolgende jaren van de adoptant, van de adoptant en diens echtgenoot samen of van de adoptant en de persoon met wie de adoptant heeft samengewoond, de hulp en verzorging heeft gekregen die kinderen normaal van hun ouders krijgen;".
Art. 9. In artikel 135 van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989 en bij het koninklijk besluit van 20 juli 2000, worden in het tweede lid de woorden "ten gunste van de begiftigde echtgenoot" vervangen door de woorden "ten gunste van de begiftigde echtgenoot of de begiftigde samenwonende".
Art. 10. Artikel 161, 1°, van hetzelfde Wetboek, gewijzigd bij de wetten van 13 augustus 1947, 27 juni 1956 en 22 juli 1970, bij het koninklijk besluit van 24 december 1980, en bij de wetten van 17 maart 1997 en 8 juni 1998, wordt aangevuld met het volgende lid :
"De kosteloze registratie geldt niet voor akten houdende schenkingen onder de levenden aan andere onder deze rubriek bedoelde lichamen dan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Brusselse Agglomeratie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de openbare instellingen van deze publiekrechtelijke rechtspersonen.".
HOOFDSTUK III. - Opheffings- en overgangsbepalingen
Art. 11. In hetzelfde Wetboek worden opgeheven :
1° artikel 53, gewijzigd bij het koninklijk besluit nr. 12 van 18 april 1967 en bij de wet van 19 juli 1979;
2° artikel 54, gewijzigd bij de wet van 19 juli 1979;
3° artikel 55, ingevoegd bij de wet van 23 december 1958 en gewijzigd bij de wet van 19 juli 1979, bij de wet van 22 december 1989 en bij de wet van 19 mei 1998;
4° artikel 56;
5° artikel 57, gewijzigd bij de wet van 22 juni 1960;
6° artikel 58, gewijzigd bij de wet van 23 december 1958;
7° artikel 59, gewijzigd bij de wet van 19 juli 1979 en bij de wet van 22 december 1989;
8° artikel 60, gewijzigd bij de wet van 27 februari 1978, bij de wet van 19 juli 1979, bij de wet van 22 december 1989 en bij de wet van 19 mei 1998;
9° artikel 61^1, ingevoegd bij de wet van 19 juli 1979, gewijzigd bij de wet van 22 december 1989 en vervangen bij de wet van 19 mei 1998;
10° artikel 61^2, ingevoegd bij de wet van 26 juli 1952 en gewijzigd bij de wet van 25 juni 1956, bij de wet van 12 juli 1976, bij de wet van 10 januari 1978 en bij de wet van 19 mei 1998.
Art. 12. Voor de overeenkomsten met betrekking tot kleine landeigendommen en bescheiden woningen gesloten vóór 1 januari 2003, blijven de artikelen 53 tot 62^2 van het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten, van toepassing.
HOOFDSTUK IV. - Inwerkingtreding
Art. 13. Deze ordonnantie treedt in werking op 1 januari 2003.
Brussel, 20 december2002.
De Minister-Voorzitter van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Plaatselijke Besturen, Ruimtelijke Ordening, Monumenten en Landschappen, Stadsvernieuwing en Wetenschappelijk Onderzoek,
F.-X. de DONNEA
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast riet Openbare Werken, Vervoer, Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp,
J. CHABERT
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Werkgelegenheid, Economie, Energie en Huisvesting,
E. TOMAS
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Financiën, Begroting, Ambtenarenzaken en Externe Betrekkingen,
G. VANHENGEL
De Minister van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering, belast met Leefmilieu en Waterbeleid, Natuurbehoud, Openbare Netheid en Buitenlandse Handel,
D. GOSUIN
Bijlage 2
Gecoördineerde teksten van de in het Wetboek der registratie-, hypotheek- en griffierechten gewijzigde bepalingen
Art. 46bis
Voor wat betreft de verkopingen, wordt de belastbare grondslag bepaald overeenkomstig de artikelen 45 en 46, verminderd met 45.000 euro in geval van verkrijging door een natuurlijke persoon van de geheelheid in volle eigendom van een geheel of gedeeltelijk tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed dat zal dienen tot hoofdverblijfplaats van de verkrijger.
Hetzelfde abattement is van toepassing in geval van verkrijging door meerdere natuurlijke personen van de geheelheid in volle eigendom van een geheel of gedeeltelijk tot bewoning aangewend of bestemd onroerend goed dat zal dienen tot gemeenschappelijke hoofdverblijfplaats van de verkrijgers.
Voor de toepassing van dit artikel wordt, verstaan onder hoofdverblijfplaats, tenzij tegenbewijs, het adres waarop de verkrijgers zijn ingeschreven in het bevolkingsregister of vreemdelingenregister. Als datum van vestiging van de hoofdverblijfplaats geldt de datum van inschrijving in die registers.
Het abattement waarin het eerste en het tweede lid voorzien, wordt op 60.000 euro gebracht wanneer de verkrijging een onroerend goed betreft dat ligt binnen een ruimte voor versterkte ontwikkeling van de huisvesting en de stadsvernieuwing, zoals afgebakend in het Gewestelijk Ontwikkelingsplan tot uitvoering van de artikelen 16 tot 24 van de ordonnantie van 29 augustus 1991 houdende organisatie van de planning en de stedenbouw.
De vermindering van de belastbare grondslag geldt niet voor de verkrijging van een bouwgrond. Deze uitsluiting geldt niet voor de verkrijging van een appartement in aanbouw of een appartement op tekening.
Aan de vermindering van de belastbare grondslag zijn de volgende voorwaarden verbonden :
1° de verkrijger mag op de datum van de overeenkomst tot verkrijging niet voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd; indien de verkrijging geschiedt door meer dan één persoon, moet elke verkrijger deze voorwaarde vervullen, en mogen de verkrijgers bovendien gezamenlijk niet voor de geheelheid volle eigenaar zijn van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd;
2° in of onderaan het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht of in een bij dat document gevoegd en ondertekend geschrift moeten de verkrijgers :
a) verklaren dat zij voldoen aan de voorwaarde vermeld in 1° van dit lid;
b) zich verbinden hun hoofdverblijfplaats te vestigen op de plaats van het verkregen onroerend goed binnen twee jaar na:
- ofwel de datum van de registratie van het document dat tot de heffing van het evenredig registratierecht aanleiding geeft, wanneer dat document binnen de ervoor bepaalde termijn ter registratie wordt aangeboden;
- ofwel de uiterste datum voor tijdige aanbieding ter registratie, wanneer dat document ter registratie wordt aangeboden na het verstrijken van de ervoor bepaalde termijn.
c) zich ertoe verbinden hun hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te behouden gedurende een ononderbroken periode van minstens vijf jaar vanaf het tijdstip waarop ze hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben in het onroerend goed waarvoor de vermindering is verkregen.
Ingeval de verklaring bedoeld in 2°, a), van het zesde lid, onjuist wordt bevonden, zijn de verkrijgers ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten op het bedrag waarmee de belastbare grondslag werd verminderd, en van een boete gelijk aan die aanvullende rechten.
Dezelfde aanvullende rechten en boete zijn ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2°, b), van het zesde lid, bedoelde verbintenis naleeft. Komen sommige verkrijgers de bedoelde verbintenis niet na, dan worden de aanvullende rechten en de boete waartoe zij ondeelbaar gehouden zijn, bepaald naar verhouding van hun wettelijk aandeel in het verkregen onroerend goed. Indien de niet-naleving van de verbintenis het gevolg is van overmacht is de boete evenwel niet verschuldigd.
Behoudens overmacht, zijn dezelfde aanvullende rechten vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken te rekenen van de uiterste datum voor tijdige registratie van het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht, ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2°, c), van het zesde lid, bedoelde verbintenis naleeft.
Artikelen 53 tot 62^2
Opgeheven voor de overeenkomsten aangegaan vanaf 1 januari 2003.
Opgelet, deze artikelen blijven als overgangsmaatregel van toepassing op de overeenkomsten aangegaan vóór 1 januari 2003.
Art. 62
Het in artikel 44 bepaalde recht wordt tot 8 pct. verminderd voor de verkopingen die uit de hand en bij authentieke akte gedaan worden aan personen die hun beroep maken van het kopen en verkopen van onroerende goederen.
Deze vermindering is echter niet van toepassing op de verkopen van landeigendommen waarvan de verkoopwaarde het bedrag niet te boven gaat dat verkregen wordt bij vermenigvuldiging van het kadastraal inkomen met een door de Koning vastgestelde coëfficiënt.
Art. 212
In geval van wederverkoop van een onroerend goed, door de verkoper of zijn rechtsvoorgangers verkregen bij een akte waarop het bij artikel 44 vastgestelde recht is voldaan, wordt 36 pct. van dat recht aan de wederverkoper teruggegeven indien de wederverkoop bij authentieke akte vastgesteld is binnen twee jaar na de datum van de authentieke akte van verkrijging.
Wanneer de verkrijging of de wederverkoop heeft plaatsgehad onder een opschortende voorwaarde, wordt de termijn van wederverkoop berekend op basis van de datum waarop deze voorwaarde is vervuld.
Niet teruggegeven wordt het recht dat betrekking heeft op het gedeelte van de prijs en de lasten van de verkrijging, dat hoger is dan de grondslag van het recht dat van toepassing is op de akte van wederverkoop, berekend zonder de vermindering voorgeschreven bij artikel 46bis.
In geval van gedeeltelijke wederverkoop wordt in het verzoek tot teruggave het deel van de aanschaffingsprijs dat betrekking heeft op het wederverkochte gedeelte nader aangegeven onder controle van het bestuur.
Een door de wederverkoper en de instrumenterende notaris ondertekend verzoek tot teruggave, onderaan op de akte gesteld voor de registratie, heeft dezelfde gevolgen als het met redenen omkleed verzoek ingevolge artikel 217^2. Dit verzoek moet een afschrift van het registratierelaas van de authentieke akte van verkrijging bevatten, alsook de naam van de begunstigde van de teruggave en, in voorkomend geval, het rekeningnummer waarop het bedrag van de terug te geven rechten moeten worden gestort.
Art. 212bis
Wanneer het voordeel van de vermindering van de belastbare grondslag als bepaald in artikel 46bis niet kon worden bekomen omdat niet voldaan was aan de voorwaarde daartoe gesteld in het zesde lid, 1°, van dat artikel, worden de rechten die geheven werden boven het bedrag dat zou verschuldigd geweest zijn met toepassing van artikel 46bis, teruggegeven, mits alle onroerende goederen die de vermindering van de heffingsgrondslag verhinderden, zijn vervreemd bij overeenkomsten, andere dan ruil, die vaste datum hebben gekregen binnen twee jaar te rekenen van de datum van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de verkrijging waarvoor de teruggave wordt gevraagd. Werd bedoeld document evenwel te laat ter registratie aangeboden, dan wordt die termijn gerekend vanaf de uiterste datum voor de tijdige aanbieding ervan.
Aan de teruggave zijn de volgende voorwaarden verbonden:
1° het gemotiveerd verzoek bevat:
a) een afschrift van het registratierelaas dat werd aangebracht op het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op de verkrijging waarvoor de teruggave wordt gevraagd;
b) de kadastrale beschrijving van alle onroerende goederen die de toepassing van artikel 46bis hebben verhinderd, evenals de data waarop de vervreemdingen van die goederen vaste datum hebben gekregen;
2° in het gemotiveerd verzoek moeten de betrokken verkrijgers:
a) verklaren dat zij hun hoofdverblijfplaats hebben gevestigd of zullen vestigen op het adres van het verkregen onroerend goed binnen twee jaar te rekenen van hetzij de datum van de registratie van het document dat aanleiding heeft gegeven tot de heffing van het evenredig recht op die verkrijging, hetzij, wanneer dat document te laat ter registratie werd aangeboden, de uiterste datum voor de tijdige aanbieding ervan;
b) zich ertoe verbinden hun hoofdverblijfplaats in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest te behouden gedurende een ononderbroken periode van minstens vijf jaar vanaf het tijdstip waarop ze hun hoofdverblijfplaats gevestigd hebben in het onroerend goed waarvoor de teruggave werd gevraagd.
Ingeval de verklaring van de verkrijgers bedoeld in 2°, a), van het tweede lid onjuist wordt bevonden, zijn zij ondeelbaar gehouden tot terugbetaling van het teruggegeven bedrag en verbeuren zij ondeelbaar een boete gelijk aan dat bedrag. Voldoen sommige verkrijgers wel en andere niet aan de bedoelde voorwaarden, dan wordt het terug te geven bedrag en de boete, waartoe de verkrijgers die niet aan de voorwaarden voldoen ondeelbaar gehouden zijn, bepaald naar verhouding van hun wettelijk aandeel in het onroerend goed waarvoor de teruggave werd gevraagd. De boete is evenwel niet verschuldigd wanneer door overmacht aan de voorwaarden niet voldaan kon worden.
Behoudens overmacht, zijn dezelfde aanvullende rechten vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken te rekenen van de uiterste datum voor tijdige registratie van het document dat aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht, ondeelbaar verschuldigd door de verkrijgers indien geen van hen de in 2°, b), van het tweede lid, bedoelde verbintenis naleeft.
Art. 131
Voor de schenkingen onder de levenden van roerende of onroerende goederen wordt over het bruto-aandeel van elk der begiftigden een evenredig recht geheven volgens het in de onderstaande tabellen vermelde tarief.
Hierin wordt vermeld:
onder a: het percentage dat toepasselijk is op het overeenstemmende gedeelte;
onder b: het totale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten.
Voor de toepassing van deze afdeling wordt onder samenwonende verstaan, de persoon die zich in de toestand van wettelijke samenwoning bevindt in de zin van titel Vbis van boek III van het Burgerlijk Wetboek.
Tabel I: Tarief in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden
Gedeelte van de schenking | a | b | |
|---|---|---|---|
van | tot inbegrepen | ||
0,01 EUR | 50.000 EUR | 3 % | |
50.000 EUR | 100.000 EUR | 8 % | 1.500 EUR |
100.000 EUR | 175.000 EUR | 9 % | 5.500 EUR |
175.000 EUR | 250.000 EUR | 18 % | 12.250 EUR |
250.000 EUR | 500.000 EUR | 24 % | 25.750 EUR |
boven de 500.000 EUR | 30 % | 85.750 EUR | |
Tabel II: Tarief tussen broers en zussen
Gedeelte van de schenking | a | b | |
|---|---|---|---|
van | tot inbegrepen | ||
0,01 EUR | 12.500 EUR | 20 % | |
12.500 EUR | 25.000 EUR | 25 % | 2.500 EUR |
25.000 EUR | 50.000 EUR | 30 % | 5.625 EUR |
50.000 EUR | 100.000 EUR | 40 % | 13.125 EUR |
100.000 EUR | 175.000 EUR | 55 % | 33.125 EUR |
175.000 EUR | 250.000 EUR | 60 % | 74.375 EUR |
boven de 250.000 EUR | 65 % | 119.375 EUR | |
Tabel III: Tarief tussen ooms of tantes en neven of nichten
Gedeelte van de schenking | a | b | ||
|---|---|---|---|---|
van | tot inbegrepen | |||
0,01 EUR | 50.000 EUR | 35 % | ||
50.000 EUR | 100.000 EUR | 50 % | 17.500 EUR | |
100.000 EUR | 175.000 EUR | 60 % | 42.500 EUR | |
boven de 175.000 EUR | 70 % | 87.500 EUR | ||
Tabel IV: Tarief tussen alle andere personen
| Gedeelte van de schenking | a | b | |
|---|---|---|---|
van | tot inbegrepen | ||
0,01 EUR | 50.000 EUR | 40 % | |
50.000 EUR | 75.000 EUR | 55 % | 20.000 EUR |
75.000 EUR | 175.000 EUR | 65 % | 33.750 EUR |
boven de 175.000 EUR | 80 % | 98.750 EUR | |
Art. 131bis
Voor schenkingen in rechte lijn, tussen echtgenoten en tussen samenwonenden van het aandeel in volle eigendom van de schenker in een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd en dat gelegen is in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, wordt, in afwijking van artikel 131, over het bruto-aandeel van elk der begiftigden die om de toepassing ervan vragen, een evenredig recht geheven volgens het tarief bepaald in de onderstaande tabel. Hierin wordt vermeld :
onder a : het percentage dat toepasselijk is op het overeenstemmende gedeelte;
onder b : het totale bedrag van de belasting over de voorgaande gedeelten.
Tabel houdende het voordeeltarief voor schenkingen van woningen
Gedeelte van de schenking | a | b | |
|---|---|---|---|
van | tot inbegrepen | ||
0,01 EUR | 50.000 EUR | 2 % | |
50.000 EUR | 100.000 EUR | 5,3 % | 1.000 EUR |
100.000 EUR | 175.000 EUR | 6 % | 3.650 EUR |
175.000 EUR | 250.000 EUR | 12 % | 8.150 EUR |
250.000 EUR | 500.000 EUR | 24 % | 17.150 EUR |
boven de 500.000 EUR | 30 % | 77.150 EUR | |
Het in het eerste lid bedoelde voordeeltarief is niet van toepassing op de schenking van een bouwgrond.
De toepassing van het voordeeltarief kan niet gevraagd worden door een begiftigde die op datum van de schenking reeds voor de geheelheid volle eigenaar is van een ander onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd.
Aan de toepassing van dit voordeeltarief zijn de volgende voorwaarden verbonden :
1° de begiftigden die het voordeeltarief willen genieten, moeten uitdrukkelijk om de toepassing ervan vragen in de akte van schenking of in de akte van aanvaarding van de schenking;
2° in die akte moet elkeen van de begiftigden die om de toepassing van het voordeeltarief verzoekt, verklaren dat hij van de toepassing daarvan niet uitgesloten is bij toepassing van het derde lid van dit artikel;
3° minstens één van de begiftigden die de toepassing van het voordeeltarief vragen, moet zich in die akte ertoe verbinden :
a) zijn hoofdverblijfplaats te vestigen op het adres van de geschonken woning, binnen twee jaar na de datum van de registratie van het document dat het schenkingsrecht opeisbaar maakt;
b) zijn hoofdverblijfplaats te zullen behouden in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest gedurende een termijn van minstens vijf jaar te rekenen van de datum van vestiging van zijn hoofdverblijfplaats in het geschonken goed.
Voor de toepassing van deze rubriek wordt onder hoofdverblijfplaats verstaan, tenzij tegenbewijs, het adres waarop de betrokkene is ingeschreven in het bevolkingsregister of in het vreemdelingenregister. Als datum van vestiging van de hoofdverblijfplaats geldt de datum van inschrijving in die registers.
Ingeval een verklaring bedoeld in 2° van het vierde lid onjuist wordt bevonden, is de begiftigde die ze heeft afgelegd gehouden tot betaling van de aanvullende rechten over zijn aandeel in de schenking en van een boete gelijk aan die aanvullende rechten. Is degene die de onjuiste verklaring heeft afgelegd bovendien de enige die de in 3° van het vierde lid bedoelde verbintenissen heeft aangegaan, dan is hij tevens de aanvullende rechten verschuldigd over de aandelen van zijn medebegiftigden die een juiste verklaring hebben afgelegd. Hebben meerdere begiftigden de in 3° van het vierde lid bedoelde verbintenissen aangegaan en hebben één of meer van hen een onjuiste verklaring afgelegd, dan zijn degenen die de onjuiste verklaring hebben afgelegd ondeelbaar gehouden tot betaling van de aanvullende rechten verschuldigd over de aandelen van hun medebegiftigden die een juiste verklaring hebben afgelegd maar geen verbintenissen hebben aangegaan, behoudens wanneer er een medebegiftigde rest die ook de verbintenissen heeft aangegaan maar wel een juiste verklaring heeft afgelegd.
De begiftigden die de in 3° van het vierde lid bedoelde verbintenissen niet zijn nagekomen, zijn, behoudens wanneer die niet-nakoming te wijten is aan overmacht, elk gehouden tot betaling van de aanvullende rechten over hun eigen aandeel in de schenking vermeerderd met de wettelijke interest tegen de rentevoet bepaald in burgerlijke zaken te rekenen van de datum van registratie van de schenking. Zij zijn bovendien ondeelbaar gehouden tot betaling van alle aanvullende rechten over de aandelen van hun medebegiftigden die de verbintenissen niet hebben aangegaan, tenzij er een medebegiftigde rest die wel de door hem aangegane verbintenissen is nagekomen. Deze ondeelbare aansprakelijkheid geldt ook voor de begiftigden die een onjuiste verklaring als bedoeld in het vijfde lid hebben afgelegd, maar de in dat lid bedoelde aansprakelijkheid voor de aanvullende rechten van medebegiftigden niet hebben opgelopen door het feit dat een of meer medebegiftigden restten die wel nog de aangegane verbintenissen konden nakomen.
Art. 132^2
Voor de toepassing van deze afdeling wordt er geen rekening gehouden met de verwantschapsband voortspruitende uit de gewone adoptie.
Evenwel wordt, mits bewijs te verstrekken door de belanghebbende, met deze adoptieve afstamming rekening gehouden :
1° wanneer het adoptief kind een kind is van de echtgenoot van de adoptant;
2° wanneer, op het ogenblik van de adoptie, het adoptief kind onder de voogdij was van de openbare onderstand of van een openbaar centrum voor maatschappelijk welzijn, of wees van een voor België gestorven vader of moeder;
3° wanneer het adoptief kind, vóór de leeftijd van eenentwintig jaar, gedurende zes achtereenvolgende jaren van de adoptant, van de adoptant en diens echtgenoot samen of van de adoptant en de persoon met wie de adoptant heeft samengewoond, de hulp en verzorging heeft gekregen die kinderen normaal van hun ouders krijgen;
4° wanneer de adoptie gedaan werd door een persoon van wie al de afstammelingen voor België gestorven zijn.
Article 135
Het bedrag van het recht vereffend ten laste van de begiftigde, die op het tijdstip waarop het recht aan de Staat verworven is minstens drie kinderen in leven heeft die de leeftijd van eenentwintig jaar niet hadden bereikt, wordt verminderd met 2 pct. voor elk van deze kinderen, zonder dat de vermindering 62 EUR per kind mag overschrijden.
Deze vermindering wordt ten gunste van de begiftigde echtgenoot of de begiftigde samenwonende gebracht op 4 pct. per kind dat de leeftijd van eenentwintig jaar niet had bereikt, zonder dat de vermindering 124 EUR per kind mag overschrijden.
Voor de toepassing van dit artikel wordt het ontvangen kind voor zover het levensvatbaar geboren wordt, gelijkgesteld met het geboren kind.
Art. 161
Worden kosteloos geregistreerd:
1° akten in der minne verleden ten name of ten bate van Staat, Kolonie en openbare Staatsinstellingen, met uitzondering van de akten verleden in naam of ten gunste van de Algemene Spaar- en Lijfrentekas voor de verrichtingen van de Spaarkas;
De akten in der minne, die betrekking hebben op onroerende goederen die uitsluitend bestemd zijn voor onderwijs, verleden ten name of ten bate van de inrichtende machten van het gemeenschapsonderwijs of het gesubsidieerd onderwijs, alsook ten name of ten bate van verenigingen zonder winstoogmerk voor patrimoniaal beheer die tot uitsluitend doel hebben onroerende goederen ter beschikking te stellen voor onderwijs dat door de voornoemde inrichtende machten wordt verstrekt.
De akten in der minne verleden ten name of ten bate van de naamloze vennootschap van publiek recht HST-Fin.
De akten in der minne verleden ten name of ten bate van de naamloze vennootschap A.S.T.R.I.D.
De akten verleden ten name of ten bate van de naamloze vennootschap BIO.
Hetzelfde geldt - met uitzondering van akten houdende schenking onder de levenden - voor akten verleden ten name of ten bate van de Nationale Maatschappij voor de huisvesting, de Nationale Landmaatschappij en de Nationale Maatschappij van Belgische spoorwegen.
Deze beschikking is echter slechts van toepassing op de akten waarvan de kosten wettelijk ten laste van bedoelde organismen vallen;
De kosteloze registratie geldt niet voor akten houdende schenkingen onder de levenden aan andere onder deze rubriek bedoelde lichamen dan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de Brusselse Agglomeratie, de Vlaamse Gemeenschapscommissie, de Franse Gemeenschapscommissie en de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie en de openbare instellingen van deze publiekrechtelijke rechtspersonen;
Interne ref.: AFZ: Dossier nr. 206 / Kad., reg. en domeinen: Dos. E.E./L. 127
