Circulaire 2021/C/101 betreffende de btw-vrijstelling voor vervoerdiensten die rechtstreeks verband houden met een uitvoer van goederen

Addendum bij de circulaire 2021/C/96 van 27.10.2021 betreffende de btw-vrijstelling voor vervoerdiensten die rechtstreeks verband houden met een uitvoer van goederen.

vrijstelling ; diensten samenhangend met internationaal vervoer ; vervoerdiensten

FOD Financiën, 22.11.2021

Algemene Administratie van de Fiscaliteit – Belasting over de toegevoegde waarde

1. De circulaire 2021/C/96 betreffende de btw-vrijstelling voor vervoerdiensten die rechtstreeks verband houden met een uitvoer van goederen, geeft uitvoering aan een arrest (1) van het Hof van Justitie van de Europese Unie in verband met het toepassingsgebied van de vrijstelling voorzien in artikel 146, lid 1, onder e), van de richtlijn 2006/112/EG (2) voor vervoerdiensten die rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen.

(1) Hof van Justitie van de Europese Unie, Arrest 'L.C.' IK, zaak C-288/16, van 29.06.2017.

(2) Richtlijn 2006/112/EG van de raad van 28.11.2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde.

Deze circulaire werd op 27.10.2021 gepubliceerd en bespreekt de gevolgen van voornoemd arrest voor de Belgische btw-wetgeving. Meer bepaald, wordt de draagwijdte van de vrijstelling voorzien in artikel 41, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek nader afgebakend voor wat betreft vervoerdiensten die rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen.

Bedoelde vrijstelling voor vervoerdiensten die rechtstreeks verband houden met de uitvoer van goederen kan slechts van toepassing zijn in de verhouding tussen enerzijds de dienstverrichter en anderzijds de afzender of de ontvanger van de uit te voeren goederen. Wanneer de dienstverrichter voor dergelijke vervoerdiensten een beroep doet op een onderaannemer, kan de dienst verricht door de onderaannemer niet van de btw worden vrijgesteld op grond van artikel 41, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek.

2. Na overleg met de sector heeft de vice-eersteminister en minister van Financiën, belast met de Coördinatie van de fraudebestrijding, beslist om de inwerkingtreding van deze circulaire uit te stellen tot 01.04.2022.

3. De alinea opgenomen onder titel IV van de circulaire 2021/C/96 van 27.10.2021 wordt vervangen door de volgende tekst:

'Teneinde de betrokken belastingplichtigen toe te laten zich te conformeren aan voornoemde beperking van het toepassingsgebied van de vrijstelling voorzien in artikel 41, § 1, eerste lid, 3°, van het Btw-Wetboek voor wat betreft goederenvervoerdiensten, is het onder punt III uiteengezette administratieve standpunt van toepassing vanaf 01.04.2022.'

Interne ref.: 132.341/4