Circulaire nr. 5/2016 d.d. 25.07.2016
OPMERKING: wordt vernietigt en vervangen door de circulaire 2018/C/61 van 22.05.2018
Waals Gewest - Registratierecht
Verkrijging van de derde "woning" - Schenking van roerende of onroerende goederen - Schenking van landbouwgronden
FEDERALE OVERHEIDSDIENST FINANCIEN
Algemene Administratie van de Patrimoniumdocumentatie
Operationele Expertise en Ondersteuning
Juridische Expertise
Dossier L 288w
Bijlagen: 2
Decreet van 17 december 2015 houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waals Gewest voor het begrotingsjaar 2016
Registratierecht
INLEIDING
In het Belgisch Staatsblad van 30 december 2015 (ed. 2, p. 81.354) werd het decreet van 17 december 2015 houdende de algemene ontvangstenbegroting van het Waals Gewest voor het begrotingsjaar 2016 bekendgemaakt (hierna: decreet).
Het «begrotingsdecreet» heeft met name maatregelen genomen inzake registratierecht. Het heeft vooreerst een nieuw verhoogd tarief ingevoerd voor de verkrijging onder bezwarende titel van een derde "woning" (en elke verdere verkrijging: vierde, vijfde, zesde, enz…. ). Het heeft verder het algemeen tarief verlaagd voor de schenking van onroerende goederen (en roerende goederen verricht onder opschortende voorwaarde van overlijden van de schenker) alsook het preferentieel tarief voor de schenking van de hoofdverblijfplaats. Het heeft ten slotte het stelsel van overdracht van landbouwgronden tegen het nultarief gewijzigd en heeft bepaalde regels betreffende dit stelsel bevestigd.
Deze circulaire geeft toelichting bij de wijzigingen die zijn aangebracht inzake registratierecht. Een andere circulaire geeft toelichting bij de maatregelen inzake successierecht.
Aangezien het een begrotingsdecreet is, gelden deze fiscale maatregelen slechts voor het jaar 2016. De parlementaire voorbereiding bevat geen memorie van toelichting.
De tekst van het Waals decreet inzake het W.Reg.W is opgenomen als bijlage 1. De geconsolideerde tekst van de gewijzigde artikelen is opgenomen als bijlage 2 en op www.fisconetplus.be.
De wijzigingen zijn in werking getreden op 1 januari 2016.
COMMENTAAR
1. Overdracht onder bezwarende titel van de derde "woning" (44" book="CATCH_ALL">44bis W.Reg.W)
1.1. Nieuw verhoogd tarief van 15 %
De Waalse wetgever heeft een nieuw artikel 44bis ingevoegd en drie leden toegevoegd aan artikel 44.
Artikel 20 van het decreet voert een tarief van 15 % in voor de verkoop, de ruil en elke andere overdragende overeenkomst onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van onroerende goederen. Dit verhoogde algemeen tarief is toepasselijk op alle verkrijgingen onder bezwarende titel van een onroerend goed in het Waals Gewest dat voor bewoning is bestemd, wanneer de verkrijger al ten minste 33 % volle eigendom of vruchtgebruik in twee andere "woningen" in België of in het buitenland bezit (art. 44bis nieuw W.Reg.W).
Artikel 19 van het decreet bepaalt dat, in geval van verkrijging onder bezwarende titel van een eerste of een tweede onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd, de toepassing van het tarief van 12,5 % verbonden is aan een gewaarmerkte en ondertekende verklaring of aan een ondertekend geschrift dat bij de overeenkomst wordt gevoegd, waarin wordt vermeld dat de verkrijger nog niet ten minste 33 % volle eigendom of vruchtgebruik in twee andere "woningen" bezit, afgezien van welbepaalde onroerende goederen (art. 44 W.Reg.W).
Vanaf 1 januari 2016 bedraagt het verhoogd tarief voor "woningen" in het Waals Gewest 15 %. Dit nieuw tarief is in principe toepasselijk op de verkrijgingen onder bezwarende titel van "woningen" in het Waals Gewest, behalve wanneer de verkrijger in een verklaring of een geschrift verklaart dat hij, op datum van de nieuwe aankoop, nog niet ten minste 33 % volle eigendom of vruchtgebruik in twee andere "woningen" bezit (12,5 %).
1.2. Toepassingsgebied van het tarief van 15 % en grondvoorwaarden
Voortaan zijn de verkopen, ruilen en alle andere overdragende overeenkomsten onder bezwarende titel van eigendom of vruchtgebruik van "woningen" onderworpen aan het tarief van 15 % wanneer de verkrijger, natuurlijke persoon of rechtspersoon, reeds ten minste 33 % volle eigendom of vruchtgebruik in twee andere "woningen" bezit, en de verkrijging slaat op de bijkomende verkrijging (derde, vierde, enz…)[1] onder bezwarende titel van een onroerend goed in het Waals Gewest dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning wordt aangewend.
Het onroerend mutatierecht van 15 % wordt opeisbaar als de volgende voorwaarden vervuld zijn.
1.2.1. Overdragende overeenkomst onder bezwarende titel
Artikel 44, tweede en derde lid W.Reg.W verwijzen naar artikel 44bis. Het nieuwe tarief van 15 %, bepaald in artikel 44bis, is dus, onder bepaald voorbehoud, toepasselijk op de overeenkomsten onderworpen aan het verkooprecht, volgens de regels hierna.
Het moet enerzijds gaan om een overeenkomst onder bezwarende titel, met uitsluiting van de overeenkomsten onder kosteloze titel (schenkingen).
Anderzijds moet het gaan om een overdragende overeenkomst (verkoop, ruil, inbetalinggeving, inbreng in vennootschap van een woning, overname van een onroerend goed door een vennoot), met uitsluiting van de aanwijzende overeenkomsten (verdelingen, afstanden van onverdeelde delen of met verdelingen gelijkstaande afstanden, behalve eventuele toepassing van art. 113 W.Reg.W).
1.2.2. Verkrijging in eigendom of in vruchtgebruik
De Waalse wetgever beperkt de toepassing van het recht van 15 % tot de verkrijging in eigendom (volle eigendom, blote eigendom) of in vruchtgebruik. De verkrijging van een erfdienstbaarheid, van het recht van gebruik en bewoning is uitdrukkelijk van het verhoogd tarief uitgesloten (art. 44bis, eerste lid W.Reg.W).
De Waalse tekst bepaalt niets met betrekking tot het verkregen deel in de derde "woning". Bij gebrek aan precisering, belet niets dat het verhoogd tarief van 15 % toepasselijk is bij verkrijging van een onverdeeld deel (50 %, 20 %, 8 %, 1 %, enz… ) in een derde "woning", voor zover de verkrijger reeds ten minste 33 % volle eigendom of vruchtgebruik in twee andere "woningen" bezit.
Het is dus niet vereist de geheelheid van een "woning" te verkrijgen opdat de verkrijging onderworpen is aan het verhoogd tarief.
1.2.3. Verkrijging van een bescheiden woning
De verkrijging van een bescheiden woning in de zin van de artikelen 53 e.v. W.Reg.W (verlaagd tarief van 5 % of 6 %) als derde woning is mogelijk wanneer de voorwaarden bepaald in de artikelen 53 e.v. verenigd zijn.
1.2.4. Verkrijging van een "woning" in de ruime zin van het woord
Het tarief van 15 % betreft de verkrijging onder bezwarende titel van een onroerend goed dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning is bestemd (art. 44bis, eerste lid W.Reg.W) Hetzelfde artikel bepaalt verder dat onder "woongebouw" wordt verstaan «het gebouw of het deel daarvan, namelijk de eengezinswoning of het appartement dat, wegens zijn aard, bestemd is om door een gezin te worden bewoond of als dusdanig wordt gebruikt».
Deze definitie is zeer ruim:
- zij omvat zowel de gebouwen die tot bewoning bestemd zijn, als deze die geheel of gedeeltelijk tot bewoning worden aangewend;
- zij omvat ook het onroerend goed dat speciaal ingericht of omgevormd is om meerdere, duidelijk afgescheiden, woongelegenheden in onder te brengen, die elk als een "woning" worden beschouwd.
De volgende "woningen" worden door het Waals decreet bedoeld:
- een onroerend goed dat als hoofdverblijfplaats of als tweede verblijfplaats wordt gebruikt;
- een gebouw in oprichting of dat gerenoveerd wordt, en dat bestemd is voor bewoning door een gezin;
- een "woning" of een appartement op plan, met toepassing van de btw op het gebouw en met toepassing van het registratierecht op de grond (15 % op de waarde van de grond);
- een nieuw opgericht appartement (of huis) dat bestemd is tot bewoning, met toepassing van de btw, en tegelijkertijd verkoop van de grond door een andere persoon, met toepassing van het registratierecht (15 % op de waarde van de grond);
- een conciërgewoning, ingericht voor bewoning, in een handelsgebouw, een depot of een fabriek;
- een kot of een studentenkamer;
- een serviceflat;
- een industrieel onroerend goed dat verbouwd wordt tot appartementen.
Zijn daarentegen niet bedoeld door het Waals decreet:
- een woonboot (geen onroerend goed);
- een te slopen ruïne (geen "woning");
- een bouwgrond (geen "woning").
1.2.5. Verkrijging van een "woning" in het Waals Gewest
De verkregen "woning" moet bovendien gelegen zijn in het Waals Gewest.
In geval van verkrijging van een derde "woning" die gelegen is in het Vlaams of in het Brussels Gewest, wordt het toepasselijk tarief bepaald door het gewest waar het onroerend gelegen is. Als een "woning" gelegen is op het grondgebied van twee gewesten, wordt de toepasselijke gewestelijke wetgeving bepaald door het adres van de "woning".
De verkrijging van een derde "woning" in het buitenland is vrijgesteld van het evenredig recht[2].
1.2.6. Verkrijging door een natuurlijke persoon of door een rechtspersoon
De verkrijger kan zowel een natuurlijke persoon als een rechtspersoon (vennootschap, vereniging) zijn. Degene die zijn eigendomsrecht of zijn vruchtgebruik overdraagt kan eveneens een natuurlijke persoon of een rechtspersoon zijn.
1.2.7. De verkrijger bezit reeds twee andere "woningen"
a) Principe
Op het ogenblik van de verkrijging, moet de verkrijger reeds ten minste 33 % volle eigendom of vruchtgebruik in twee andere "woningen" bezitten.
Alleen het bezit van de verkrijger wordt in aanmerking genomen. De onroerende goederen bezeten door zijn echtgenoot of door de persoon met wie hij wettelijk samenwoont, worden niet in aanmerking genomen.
Deze voorwaarde inzake bezit wordt voor elke verkrijger afzonderlijk beoordeeld. Inzake registratierecht wordt de verkrijging door het gemeenschappelijk vermogen als een verkrijging in onverdeeldheid beschouwd. De verkrijging van een "woning" door twee echtgenoten die gehuwd zijn onder een stelsel van gemeenschap kan onderworpen zijn aan 15 % voor de ene echtgenoot en aan 12,5 % voor de andere echtgenoot als het voor de eerste echtgenoot om de verkrijging van een derde "woning" gaat.
Opdat het om een derde verkrijging van een "woning" in de zin van artikel 44bis W.Reg.W gaat, moet de verkrijger op het ogenblik van de overeenkomst van verkrijging onder bezwarende titel reeds de geheelheid of ten minste 33 % in volle eigendom of in vruchtgebruik van twee andere "woningen" bezitten. Het bezit van 1/3 volle eigendom (= 33,33 %) van een "woning" wordt in aanmerking genomen.
Voorbeelden:
1) De echtgenoot van de koper, gehuwd onder een stelsel van gemeenschap, heeft de geheelheid van een "woning" geërfd:
- indien ze gehuwd zijn onder het wettelijk stelsel wordt de "woning" niet in aanmerking genomen;
- indien ze gehuwd zijn onder het stelsel van algehele gemeenschap of wanneer die "woning" in het gemeenschappelijke vermogen werd ingebracht, wordt de "woning" in aanmerking genomen.
2) Als de koper 20 % volle eigendom en 20 % vruchtgebruik van een "woning" bezit, bezit hij 40 % vruchtgebruik, zodat die woning in aanmerking moet worden genomen.
Om het aantal reeds bezeten onroerende goederen te beoordelen, houdt men enkel rekening met de goederen in volle eigendom of in vruchtgebruik en niet met de goederen in blote eigendom. Bovendien beoogt de Waalse wetgever het vruchtgebruik en niet de erfdienstbaarheid, het recht van gebruik en het recht van bewoning. De erfpacht en de opstal worden evenmin beoogd.
Wat de aard van de reeds door de verkrijger bezeten onroerende goederen betreft, beoogt art. 44bis, eerste lid W.Reg.W ten minste twee andere "woningen" in de ruime zin van het woord, dus zowel bestemd tot bewoning door een gezin, als geheel of gedeeltelijk aangewend tot bewoning (zie hiervoor nr. 1.2.4).
Als een gebouw speciaal is ingericht of verbouwd voor verschillende duidelijk gescheiden "woningen" (Frans: « logements »), wordt elk ervan beschouwd als een woningbouw (Frans: « habitation ») (artikel 44bis, derde lid W.Reg.W).
Voorbeeld:
Een koper die een gebouw bezit dat speciaal is ingericht of verbouwd om drie woongelegenheden te bevatten, wordt geacht drie "woningen" te bezitten.
Artikel 44bis, eerste lid W.Reg.W preciseert verder dat zowel de onroerende goederen in België als deze in het buitenland in aanmerking genomen worden.
Alle reeds bezeten onroerende goederen moeten in aanmerking worden genomen, ongeacht of men ze verkregen heeft onder de levenden of door overlijden, onder kosteloze of onder bezwarende titel. De wijze van verkrijging heeft geen belang.
Voorbeeld:
Het onroerend goed verkregen uit de nalatenschap van een ascendent wordt in aanmerking genomen, behalve als de verkrijger slechts de blote eigendom ervan bekwam of minder dan 33 % in volle eigendom of in vruchtgebruik.
b) Uitzonderingen
Voor de toepassing van het verhoogd tarief van 15 %, wordt met bepaalde onroerende goederen geen rekening gehouden (art. 44bis, vierde lid W.Reg.W). Om het aantal reeds bezeten "woningen" te bepalen wordt geen rekening gehouden met:
1) de gebouwen waarvan de verkrijger minder dan 33 % in volle eigendom of in vruchtgebruik bezit.
2) de gebouwen waarvan de koper daadwerkelijk het hem toebehorende zakelijk recht via een authentieke overdrachtsakte overgedragen heeft, uiterlijk binnen twaalf maanden na de authentieke aankoopakte van het derde onroerend goed;
De wetgever geeft aan de verkrijger de mogelijkheid om de bij de verkrijging reeds bezeten gebouwen over te dragen binnen een termijn van twaalf maanden te rekenen vanaf de authentieke akte van verkrijging van het onroerend goed dat in aanmerking komt om belast te worden tegen het tarief van 15 %.
Vooreerst moet de verkrijger de gebouwen werkelijk overgedragen hebben, ongeacht de wijze van overdracht (verkoop, schenking, verdeling, inbreng in een vennootschap, enz…). In geval van verkoop onder opschortende voorwaarde, dient de datum van de vervulling van de voorwaarde in aanmerking genomen te worden. Als de authentieke akte van overdracht verleden wordt binnen de twaalf maanden na de authentieke akte van verkrijging van het derde gebouw, maar de effectieve overdracht of de vervulling van de opschortende voorwaarde slechts plaatsheeft na het verstrijken van voormelde termijn, kan het gebouw niet beschouwd worden werkelijk vervreemd te zijn.
De verkrijger moet al de zakelijke rechten die hij op het gebouw bezit overdragen, met inbegrip van de blote eigendom, zelfs al wordt het bezit van de blote eigendom van een "woning" niet in aanmerking genomen.
Bovendien moet de overdracht van het reeds bezeten gebouw geschieden bij authentieke akte uiterlijk binnen de twaalf maanden na de authentieke akte van verkrijging van het nieuw gebouw.
Voorbeelden:
- Indien de verkrijger reeds twee "woningen" bezit, er een nieuwe bij verkrijgt, en een van de twee "woningen" die hij reeds bezit overdraagt binnen de twaalf maanden, is het tarief van 15 % toepasselijk. Na de overdracht kan hij teruggave vragen van 2,5 % (12,5 %).
- Hetzelfde geldt als de verkrijger reeds drie "woningen" bezit, er een nieuwe bij verkrijgt en twee van de "woningen" die hij reeds bezit overdraagt.
3) De gebouwen die het voorwerp uitmaken van een maatregel tot onteigening.
Een onteigeningsbesluit of een principiële administratieve beslissing tot onteigening is vereist.
4) De gebouwen in het bezit van een beroepspersoon en verkregen onder het stelsel van het verlaagd tarief bedoeld in artikel 62 W.Reg.W
c) Gelijktijdige verkrijging van verschillende "woningen"
De toepassing van het tarief van 15 % veronderstelt dat, op de datum van de akte van verkrijging, de verkrijger reeds ten minste 33 % volle eigendom of vruchtgebruik in twee andere "woningen" bezit of verwerft bij deze verkrijging.
Voorbeelden
- Indien een verkrijger die nog geen enkele "woning" bezit, gelijktijdig vier appartementen koopt, zal de akte geregistreerd worden tegen 15 % vanaf het derde onroerend goed.
- Hetzelfde geldt indien de verkrijger die reeds één "woning" bezit, in dezelfde akte drie andere "woningen" koopt, aangezien hij, op het ogenblik van de verkrijging, meer dan twee andere "woningen" verkrijgt.
Om het aantal reeds bezeten "woningen" te beoordelen, moet men zich plaatsen op de datum van de koop, de ruil of de overeenkomst onder bezwarende titel van de nieuwe "woning". In geval van overeenkomst onder opschortende voorwaarde, is het op datum van de vervulling van de voorwaarde dat men moet oordelen of de verkrijger reeds, op datum van de overeenkomst, ten minste 33 % in volle eigendom of in vruchtgebruik in twee andere "woningen" bezit.
1.3. Vormvoorwaarde voor de toepassing van het tarief van 12,5 %
1.3.1. Pro-fiscoverklaring van niet-bezit van twee andere "woningen"
Sinds 1 januari 2016 is de toepassing van het tarief van 12,5 % bij verkrijging van een "woning" onderworpen aan een gewaarmerkte en ondertekende verklaring, in of onderaan de overeenkomst die aanleiding geeft tot de heffing van het evenredig registratierecht of in een bij deze overeenkomst gevoegd geschrift, waarbij uitdrukkelijk wordt vermeld dat de koper, rechts- of natuurlijke persoon, niet in het bezit is van het geheel of van minstens 33 % in volle eigendom of in vruchtgebruik op minstens twee anderen onroerende goederen die geheel of gedeeltelijk voor bewoning aangewend zijn, gelegen in België of in het buitenland, afgezien van de onroerende goederen bedoeld in artikel 44bis, vierde lid (artikel 44, tweede lid, nieuw W.Reg.W).
Voor de pro-fiscoverklaring van niet-bezit van twee andere "woningen" moet men zich plaatsen op het ogenblik van de akte van verkrijging. De verklaring moet worden opgenomen in of onderaan de authentieke akte. In geval de onderhandse koopakte voorafgaandelijk wordt geregistreerd, moet deze verklaring worden gedaan in of onderaan die onderhandse akte.
Een andere mogelijkheid bestaat erin om, bij de aanbieding ter registratie van de akte, een afzonderlijk geschrift bij de voegen waarin deze verklaring is opgenomen (geen vast recht). Indien dit document aan de authentieke akte wordt aangehecht, is het vast recht van € 100 (art. 158 W.Reg.) verschuldigd.
Wanneer de verkrijger bij zijn verkrijging ten minste 33 % in volle eigendom of in vruchtgebruik in ten minste drie "woningen" verkrijgt, moet de pro-fiscoverklaring de waarde van elk onroerend goed vermelden. Het tarief van 15 % wordt toegepast op de waarden van de onroerende goederen zoals die door de belastingplichtige zijn bepaald.
1.3.2. Sancties bij onjuiste verklaring
Als de verklaring bedoeld in artikel 44, tweede lid W.Reg.W onjuist is, is de verkrijger de aanvullende rechten (2,5 %) en een boete gelijk aan de ontdoken rechten verschuldigd.
Bij onjuiste verklaring is de boete steeds verschuldigd.
Wanneer de verkrijger bij de verkrijging reeds twee andere "woningen" bezit, maar verklaart geen 33 % (of meer) van twee andere "woningen" te bezitten, aangezien hij van plan is een "woning" binnen 12 maanden over te dragen, zijn dezelfde sancties toepasselijk (aanvullende rechten 2,5 % en boete 2,5 %). In het voorkomend geval zullen de bijrechten hem worden teruggegeven indien het onroerend goed hierboven werkelijk overgedragen is binnen de bepaalde termijn.
1.3.3. Teruggave in geval van niet-verklaring bij de verkrijging van een "woning"
Bij gebrek aan verklaring op het ogenblik van de verkrijging van een gebouw dat geheel of gedeeltelijk tot bewoning wordt aangewend, wordt de overeenkomst geregistreerd tegen het verhoogd tarief van 15 %, maar het is mogelijk teruggave te vragen van wat te veel werd geheven, op basis van een verklaring van de verkrijger (art. 44, derde lid nieuw en artikel 209, eerste lid, 1° c) W.Reg.W).
De aanvraag tot teruggave moet worden ingediend binnen de twee jaar te rekenen van de dag waarop de rechtsvordering is ontstaan (art. 215 W.Reg.), namelijk de dag waarop de akte werd geregistreerd.
Deze aanvraag moet bij ter post aangetekend schrijven verzonden worden naar het Registratiekantoor (VL) / Registratiekantoor - diversen (BHG en WL) van de Antenne Rechtszekerheid waartoe het registratiekantoor behoort dat de akte heeft geregistreerd aan het verhoogd tarief of aan de Adviseur-generaal van het Centrum Rechtszekerheid waarvan dit kantoor afhangt.
1.4. Technische aanpassingen
De invoeging van het nieuwe artikel 44bis W.Reg.W heeft een aantal technische aanpassingen van andere artikels nodig gemaakt (zie bijlage 2), namelijk:
- artikel 62: «Het bij artikel 44 vastgestelde recht» wordt: «Het bij de 44" book="CATCH_ALL">44bis vastgestelde recht».
- artikel 64: «Het bij artikel 44 vastgestelde recht» wordt: «Het bij artikel 44 of bij artikel 44bis vastgestelde recht».
- artikel 65: «Het gewone recht» wordt: «het bij artikel 44 of bij artikel 44bis vastgestelde recht».
- artikel 71: «De gewone rechten» wordt: «het bij artikel 44 of bij artikel 44bis vastgestelde recht».
1.5. Inwerkingtreding
De nieuwe bepalingen inzake de overdracht onder bezwarende titel zijn toepasselijk op alle overdragende overeenkomsten onder bezwarende titel van onroerende goederen (onderhandse koopakten) die vanaf 1 januari 2016 worden ondertekend (art. 49, tweede lid decreet).
Een onderhandse koopakte, ondertekend vóór 1 januari 2016, die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde die vervuld wordt na 31 december 2015, blijft onderworpen aan de oude regeling (art. 16, tweede lid W.Reg.).
2. Schenking van roerende of onroerende goederen (131" book="CATCH_ALL">131ter nieuw W.Reg.W)
Bij «begrotingsdecreet» van 17 december 2015 heeft de Waalse wetgever de progressieve tarieven van het registratierecht voor de schenkingen van onroerende en van roerende goederen (verricht onder opschortende voorwaarde van het overlijden van de schenker) gewijzigd.
Dit decreet heeft het algemeen tarief (artikel 131 W.Reg.W) en het preferentieel tarief voor de schenking van de hoofdverblijfplaats (artikel 131ter W.Reg.W) verlaagd.
Het Waals Gewest heeft de vaste tarieven voor de schenkingen van roerende goederen die niet onderworpen zijn aan de opschortende voorwaarde van het overlijden van de schenker behouden. Deze uitzonderingsregeling (art. 131bis W.Reg.W) werd niet gewijzigd.
Het progressievoorbehoud inzake schenkingsrecht werd behouden (art. 137 W.Reg.W).
De wijzigingen betreffen de schenkingen die gelokaliseerd zijn in het Waals Gewest (voor de lokalisatiecriteria: zie Circulaire nr. 12/2005 van 20 oktober 2005, www.fisconetplus.be).
2.1. Gewoon progressief tarief voor de schenking onder levenden van roerende goederen (onder opschortende voorwaarde die vervuld wordt door het overlijden van de schenker) of van onroerende goederen (artikel 131 W.Reg.W)
Het gewoon tarief van art. 131 W.Reg.W is toepasselijk op de schenking onder levenden van onroerende goederen (en roerende goederen verricht onder opschortende voorwaarde die vervuld wordt door het overlijden van de schenker). De wijzigingen bestaan uit een tariefverlaging en een verhoging van de schijven. De vier tariefschalen werden behouden.
Sinds 1 januari 2016 ziet het gewoon Waals tarief er als volgt uit:
| Nieuw gewoon Waals tarief (schenkingen van roerende of onroerende goederen) | ||
|---|---|---|
| Belastbare schijf van de schenking | Tarief in rechte lijn, tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden | |
| Tot € 25.000 | 3 % | - |
| van € 25.000 tot € 100.000 | 4 % | € 750 |
| van € 100.000 tot € 175.000 | 9 % | € 3.750 |
| van € 175.000 tot € 200.000 | 12 % | € 10.500 |
| van € 200.000 tot € 400.000 | 18 % | € 13.500 |
| van € 400.000 tot € 500.000 | 24 % | € 49.500 |
| boven de € 500.000 | 30 % | € 73.500 |
| Nieuw gewoon Waals tarief (schenkingen van roerende of onroerende goederen) | ||||||
|---|---|---|---|---|---|---|
| Belastbare schijf van de schenking | tussen broers en zussen | tussen ooms/tantes en neven/nichten | tussen alle andere personen | |||
| van € 0,01 tot € 50.000 | 10 % | - | 10 % | - | 20 % | - |
| van € 50.000 tot € 75.000 | 10 % | € 5.000 | 20 % | € 5.000 | 30 % | € 10.000 |
| van € 75.000 tot € 150.000 | 20 % | € 7.500 | 20 % | € 10.000 | 30 % | € 17.500 |
| van € 150.000 tot 175.000 | 20 % | € 22.500 | 30 % | € 25.000 | 40 % | € 40.000 |
| van € 175.000 tot € 300.000 | 30 % | € 27.500 | 30 % | € 32.500 | 40 % | € 50.000 |
| van € 300.000 tot € 350.000 | 30 % | € 65.00 | 40 % | € 70.000 | 50 % | € 100.000 |
| van € 350.000 tot € 450.000 | 40 % | € 80.000 | 40 % | € 90.000 | 50 % | € 125.000 |
| boven de € 450.000 | 40 % | € 120.000 | 50 % | € 130.00 | 50 % | € 175.000 |
2.2. Preferentieel progressief tarief voor de schenking van de hoofdverblijfplaats (artikel 131ter W.Reg.W)
Artikel 26 van het decreet wijzigt artikel 131ter W.Reg.W, dat een preferentieel tarief bevat voor de schenking van de woning die in het Waals Gewest gelegen is, en die de schenker tot hoofdverblijfplaats dient gedurende minstens vijf jaar op datum van de schenking. Dit preferentieel tarief, dat toepasselijk is in rechte lijn, tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden, werd verlaagd: bepaalde tarieven werden verlaagd en bepaalde schijven werden gewijzigd.
Sinds 1 januari 2016 ziet dit preferentieel tarief er als volgt uit:
| Nieuw preferentieel Waals tarief (schenking van de hoofdverblijfplaats) | ||
|---|---|---|
| Belastbare schijf van de schenking | Tarief in rechte lijn, tusen echtgenoten en wettelijk samenwonenden | |
| tot € 25.000 | 1 % | - |
| van € 25.000 tot € 50.000 | 2 % | € 250 |
| van € 50.000 tot € 100.000 | 4 % | € 750 |
| van € 100.000 tot € 175.000 | 5 % | € 2.750 |
| van € 175.000 tot € 250.000 | 9 % | € 6.500 |
| van € 250.000 tot € 400.000 | 18 % | € 13.250 |
| van € 400.000 tot € 500.000 | 24 % | € 40.250 |
| boven de € 500.000 | 30 % | € 64.250 |
De toepassingsvoorwaarden werden behouden.
2.3. Inwerkingtreding
De nieuwe tarieven zijn toepasselijk op alle authentieke schenkingsakten die vanaf 1 januari 2016 worden ondertekend (art. 49, derde lid decreet).
De schenking van een onroerend goed waarvan de authentieke akte vóór 1 januari 2016 werd verleden en die onderworpen is aan een opschortende voorwaarde die vervuld wordt na 31 december 2015, blijft onderworpen aan de oude tarieven (art. 16, tweede lid W.Reg.).
3. Schenking van landbouwgronden (art. 140bis e.v. W.Reg.W)
Het begrotingsdecreet heeft ten slotte bepaalde regels in verband met de schenking van landbouwgronden gewijzigd.
De algemene regel werd bevestigd. De schenking van landbouwgronden aan de uitbater of medeuitbater van de activiteit die er uitgeoefend wordt, alsook in rechte lijn, tussen echtgenoten en wettelijk samenwonenden blijft beschouwd als een schenking van goederen die een universaliteit van goederen, een bedrijfstak of een handelszaak vormen, op voorwaarde dat die gronden het voorwerp van een pacht uitmaken (art. 140bis, § 1, 1°, derde lid W.Reg.W).
De vormvoorwaarden (attest afgeleverd door de administratie en afgifte door de begiftigde aan de ontvanger[3]) en de voorwaarden voor het behoud[4] zijn eveneens niet ten gronde gewijzigd[5].
De voorwaarde van voorafgaande overdracht van de landbouwactiviteit die op de geschonken grond wordt uitgeoefend, wordt bevestigd.
Daarentegen wordt de duur van de noodzakelijke exploitatie van het deel van de geschonken landbouwgronden dat 150 hectaren overtreft van 5 jaar op 15 jaar gebracht en wordt de schenking ervan onderworpen aan een specifiek tarief.
3.1. Voorwaarde: voorafgaande overdracht van elke quotiteit van de landbouwactiviteit uitgeoefend op de geschonken landbouwgrond (art. 140bis § 1, 1°, derde lid nieuw W.Reg.W)
De bedoeling van de Waalse wetgever, weergegeven in de parlementaire voorbereiding[6], werd bevestigd: de overdracht van de landbouwactiviteit dient de overdracht van de landbouwgronden vooraf te gaan. Het begrotingsdecreet van 17 december 2015 bevestigt bijgevolg uitdrukkelijk de in de vermelde voorbereidende werken oorspronkelijke wens van de wetgever dat om het verlaagd tarief van de artikelen 140bis e.v. W.Reg.W voor de overdracht van landbouwgronden te kunnen genieten de overdracht van de landbouwactiviteit de overdracht van de landbouwgronden noodzakelijk moet voorafgaan.
Het begrip activitei
