Circulaire nr. Ci.RH.331/517.844 (AOIF 26/2002) van 20.11.2002
CIRC 20.11.02/1
Bull. nr. 832, pag. 3555-3557
FEITELIJK GEZIN
Gezinslast
GEZINSLAST
Kind ten laste
Gezinslast
GEZINSLAST
Kind ten laste
Tenlasteneming van gemeenschappelijke kinderen door samenwonende belastingplichtigen die als alleenstaanden worden belast.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+ en 2.
I. INLEIDING
De problematiek van de tenlasteneming van gemeenschappelijke kinderen in feitelijke gezinnen, is het voorwerp geweest van de parlementaire vragen nr. 1103 van 28 oktober 1997 (Bull. 783, blz. 1289) en nr. 1355 van 4 mei 1998 (Bull. 788, blz. 2793) van Volksvertegenwoordiger Ghesquière en van de mondelinge vraag van 27 mei 1998 (Bull. 785, blz. 1985) van Volksvertegenwoordiger Suykens.
Blijkens het antwoord op de hierboven vermelde parlementaire vraag nr. 1355 is, gelet op de bepalingen van art. 140, eerste lid, WIB 92, de enige mogelijke interpretatie van art. 136 WIB 92 op het stuk van gemeenschappelijke kinderen van samenwonenden die afzonderlijk worden belast, dat zij niet tegelijkertijd als ten laste van de vader en als ten laste van de moeder kunnen worden aangemerkt.
II. TENLASTENEMING VAN GEMEENSCHAPPELIJKE KINDEREN DOOR SAMENWONENDE BELASTINGPLICHTIGEN DIE ALS ALLEENSTAANDEN WORDEN BELAST
1. Samenwonende niet-gehuwde ouders
Overeenkomstig de bepalingen van art. 140, eerste lid, WIB 92 worden, wanneer twee afzonderlijk belastbare belastingplichtigen deel uitmaken van hetzelfde gezin, de in art. 136, WIB 92 vermelde personen die eveneens deel uitmaken van dat gezin, beschouwd als ten laste van de belastingplichtige die in feite aan het hoofd staat van dat gezin.
Derhalve kan een kind dat bij zijn niet-gehuwde ouders woont (1) en voor zover alle andere voorwaarden zijn vervuld, slechts ten laste zijn van de persoon die in feite aan het hoofd staat van het gezin (zijn vader of zijn moeder).
[(1) Wat betreft de kinderen van één der samenwonenden, wordt verwezen naar de richtlijnen in nr. 136/54.2 Com.IB 92.]
Het zijn de betrokkenen zelf die, bij het invullen van hun aangifte, aan de Administratie kenbaar maken wie van hen het kind ten laste neemt en derhalve moet worden geacht aan het hoofd van het gezin te staan.
Wanneer er zich geen betwisting voordoet, is het niet de taxatieambtenaar die de gepastheid van de door de belastingplichtigen terzake uitgedrukte keuze moet beoordelen. Op basis van de juridische en feitelijke gegevens die in het belastingdossier voorkomen, kan hij immers geen keuze maken tussen de partners.
Alleen in de gevallen waarin beide belastingplichtigen aanspraak maken op de tenlasteneming van éénzelfde kind, moet de belastingadministratie een beslissing nemen door de in het gemeen recht toegelaten bewijsmiddelen toe te passen. Het is immers duidelijk de wil van de wetgever om de toeslag op de belastingvrije som voor kinderen ten laste slechts éénmaal toe te passen.
2. Andere toepassingsgevallen
In dezelfde gedachtegang zijn de voormelde regels eveneens van toepassing voor :
- het jaar van huwelijk;
- het jaar van overlijden;
- echtgenoten die overeenkomstig de bepalingen van art. 128, eerste lid, 4°, WIB 92 als alleenstaanden worden belast (internationale ambtenaren).
III. INWERKINGTREDING
De richtlijnen van onderhavige circulaire treden onmiddellijk in werking. Zij moeten tevens worden toegepast met betrekking tot de hangende geschillen.
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT
Bron: FisconetPlus
