Circulaire nr. Ci.RH.331/517.844 van 10.06.1999
CIRC 10.06.99/1
Bull. nr. 794, pag. 1888
FEITELIJK GEZIN
Gezinslast.
GEZINSLAST
Kind ten laste
Gezinslast.
GEZINSLAST
Kind ten laste
Tenlasteneming van gemeenschappelijke kinderen door samenwonende belastingplichtigen die als alleenstaanden worden belast.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2 + en 2.
Deze circulaire wordt vervangen door circulaire
Ci.RH.331/517.844 dd. 20.11.2002
I. INLEIDING
De problematiek van de tenlasteneming van gemeenschappelijke kinderen in feitelijke gezinnen, heeft het voorwerp uitgemaakt van de parlementaire vragen nr 1103 van 28 oktober 1997 (Bull. 783, blz. 1289) en nr 1355 van 4 mei 1998 (Bull. 788, blz. 2793) van Volksvertegenwoordiger Ghesquière en van de mondelinge vraag van 27 mei 1998 (Bull. 785, blz. 1985) van Volksvertegenwoordiger Suykens.
Blijkens het antwoord op de hiervoor vermelde parlementaire vraag nr 1355 is, gelet op de bepalingen van art. 140, eerste lid, WIB 92, de enige mogelijke interpretatie van art. 136, WIB 92 op het stuk van gemeenschappelijke kinderen van samenwonenden die afzonderlijk worden belast, dat zij niet tegelijkertijd als ten laste van de vader en als ten laste van de moeder kunnen worden aangemerkt.
II. TENLASTENEMING VAN GEMEENSCHAPPELIJKE KINDEREN DOOR SAMENWONENDE BELASTINGPLICHTIGEN DIE ALS ALLEENSTAANDEN WORDEN BELAST
1. Samenwonende niet-gehuwde ouders
Overeenkomstig de bepalingen van art. 140, eerste lid, WIB 92 worden, wanneer twee afzonderlijk belastbare belastingplichtigen deel uitmaken van hetzelfde gezin, de in art. 136, WIB 92 vermelde personen die eveneens deel uitmaken van dat gezin, beschouwd als ten laste van de belastingplichtige die in feite aan het hoofd staat van dat gezin.
Derhalve kan een kind dat bij zijn niet-gehuwde ouders woont (1) en voor zover alle andere voorwaarden zijn vervuld, slechts ten laste zijn van de persoon die in feite aan het hoofd staat van het gezin (zijn vader of zijn moeder).
[(1) Voor wat betreft de kinderen van één der samenwonenden, wordt er verwezen naar de richtlijnen in nr 136/54.2 Com.IB 92.]
Het antwoord op de vraag wie van beide belastingplichtigen in feite aan het hoofd staat van het gezin, moet worden uitgemaakt aan de hand van de feitelijke gegevens. Dienaangaande kan de hoegrootheid van de inkomsten een belangrijk beoordelingselement vormen.
2. Andere toepassingsgevallen
In dezelfde gedachtengang zijn voormelde regels eveneens van toepassing voor:
- het jaar van huwelijk;
- het jaar van overlijden;
- echtgenoten die overeenkomstig de bepalingen van art. 128, eerste lid, 41, WIB 92 als alleenstaanden worden belast (internationale ambtenaren).
In dergelijke gevallen is het enkel de echtgenoot die voor het betrokken jaar aan het hoofd staat van het gezin, die zijn of haar kind(eren) in beginsel ten laste kan nemen.
III. INWERKINGTREDING
De richtlijnen van onderhavige circulaire treden onmiddellijk in werking. Zij moeten tevens worden toegepast met betrekking tot de hangende geschillen.
Voor de Directeur-generaalDe Auditeur-generaal van financiën,
V. KINDT.
Bron: FisconetPlus
