Aanschrijving nr. 10 dd. 13.04.1994
AANSCHRIJVING 94/010
Aanschrijving nr. 10 dd. 13.04.1994
Deze aanschrijving werd vervangen door de aanschrijving nr. 6 dd. 27.04.1999.
Verplichting uitreiking rekening of ontvangstbewijs.
INHOUD Nr. Inleiding. 1 Doel van de aanschrijving. 2 Hoofdstuk I. Uitreiking van rekeningen of ontvangstbewijzen. Principe. 3 - 7 Afdeling I. Belastingplichtigen gehouden tot het uitreiken van een rekening of een ontvangstbewijs. Voorafgaande opmerking. 8 Exploitanten van een hotelinrichting. 9 Exploitanten van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt. 10 - 13 Wassen van automobielen. 14 - 15 Afdeling II. Handelingen waarvoor de rekening of het Ontvangstbewijs moet worden uitgereikt. Diensten van de exploitanten van een hotelinrichting. 16 Diensten van de exploitanten van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt. 17 - 19 Wassen van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's. 20 Afdeling III. Vorm van de rekening of het ontvangstbewijs. Gegevens die op de formulieren moeten worden gedrukt. 21 Opmaak van de documenten. 22 - 24 Afdeling IV. Tijdstip waarop die documenten moeten worden uitgereikt. Principe. 25 - 28 Bijzonder geval. 29 Afdeling V. Andere verplichtingen van de ondernemingen. Rangschikken van de dubbels. 30 Dagelijkse aantekening. 31 - 33 Bewaring en voorlegging. 34 - 35 Vernietiging van de stukken. 36 - 39 Afdeling VI. Erkenning van de drukkers. 40 - 42 Afdeling VII. Kasregisters. Principe. 43 Begrip "kasregister". 44 - 46 Voorwaarden waaraan moet voldaan zijn om de rekeningen of ontvangstbewijzen te mogen vervangen door bons van kasregisters. 47 Afdeling VIII. Sancties. 48 - 49 Hoofdstuk II. Verplichtingen van de klant. De verplichting om in het bezit te zijn van een rekening of een ontvangstbewijs. 50 - 52 Verplichting tot voorlegging. 53 Verplichting tot het verstrekken van inlichtingen. 54 Bewaringsverplichting. 55 Sancties. 56 - 57 Inwerkingtreding. 58 Overgangsbepalingen. 59 INLEIDING 1. Het koninklijk besluit van 30 maart 1994, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 31 maart 1994, wijzigt artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde en voegt in de eerste afdeling, XI, nr. 6 van het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 een letter H toe volgens dewelke elke overtreding, begaan door de klant, van de verplichting die hem wordt opgelegd door artikel 22, § 4bis van het voornoemd koninklijk besluit nr. 1, wordt gesanctioneerd met een geldboete van 1.000 frank.
DOEL VAN DE AANSCHRIJVING
2. Deze aanschrijving vormt de synthese van de bepalingen met betrekking tot de verplichting tot uitreiking van rekeningen of ontvangstbewijzen. Zij coördineert de teksten van de aanschrijvingen nrs. 109/1972 en 21/1973 door deze te vervolledigen en aan te passen aan de nieuwe bepalingen.
HOOFDSTUK 1.
UITREIKING VAN REKENINGEN OF ONTVANGSTBEWIJZEN DOOR DE EXPLOITANT VAN EEN HOTELINRICHTING EN DOOR DE EXPLOITANT VAN EEN INRICHTING WAAR REGELMATIG MAALTIJDEN WORDEN VERBRUIKT EN UITREIKING VAN REKENINGEN OF ONTVANGSTBEWIJZEN VOOR HET WASSEN VAN AUTOMOBIELEN
Principe
3. Artikel 22, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 verplicht bepaalde belastingplichtigen (hotelhouders, restauranthouders en andere exploitanten van inrichtingen waar regelmatig maaltijden worden verbruikt, alsook de bedrijven die automobielen wassen) aan hun klanten rekeningen of ontvangstbewijzen uit te reiken op genummerde formulieren die worden vervaardigd door drukkers erkend door de administratie (z. bijlage I).
4. Bedoelde rekening of ontvangstbewijs verschilt merkelijk van de factuur bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992. Inderdaad :
6. De uitreiking van de rekening of het ontvangstbewijs wijzigt derhalve niets aan de principes van de opeisbaarheid van de belasting : alzo wordt ten aanzien van de handelingen verricht met natuurlijke personen zonder uitreiking van facturen, de belasting opeisbaar naarmate van de incassering van de prijs (z. art. 17 van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992) - incassering die wordt aangetekend in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 15, § 4, van het genoemde koninklijk besluit nr. 1 -, en heeft het feit dat bij de voltooiing van de dienst een rekening wordt uitgereikt in dit verband geen invloed.
7. De aandacht wordt eveneens gevestigd op het feit dat de meeste handelingen waarvoor een rekening of een ontvangstbewijs moet worden uitgereikt, worden verricht met natuurlijke personen die deze handelingen bestemmen voor hun privé-gebruik, en waarvoor de uitreiking van een factuur niet verplicht is.
Wanneer een handeling wordt verricht met een andere klant dan een natuurlijk persoon die de handeling bestemt voor zijn privé-gebruik en aan wie bijgevolg een factuur moet worden uitgereikt, mogen de beide documenten (de rekening of het ontvangstbewijs en de factuur) worden gecombineerd, dat wil zeggen dat de rekening of het ontvangstbewijs mag worden aangevuld met de gegevens die een factuur moet bevatten (z. nrs. 22 tot 24). Voor het tijdstip waarop dit enig document moet worden uitgereikt, geldt de regel van de rekening of het ontvangstbewijs, d.w.z. het tijdstip waarop de dienst is voltooid (z. nrs. 25 en 26).
Afdeling I.
Belastingplichtigen gehouden tot het uitreiken van een rekening of een ontvangstbewijs.
Voorafgaande opmerking
8. De verplichting tot het uitreiken van rekeningen of ontvangstbewijzen wordt slechts opgelegd aan de personen die de hoedanigheid van belastingplichtige hebben. Deze verplichting geldt echter niet voor de handelingen die krachtens artikel 44 van het BTW- Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld.
Exploitanten van een hotelinrichting
9. De verplichting geldt voor de exploitant van een hotelinrichting of, meer algemeen, voor de exploitant van een inrichting waar aan betalende gasten onderdak wordt verschaft (z. evenwel nr. 8).
Exploitanten van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt
10. De exploitanten van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt moeten eveneens rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken (z. evenwel nr. 18).
11. Voor de toepassing van nr. 10 hiervoor, is bedoeld iedere inrichting, ongeacht haar benaming (restaurant, taverne, snack, pizzeria, feestzaal, café, cafetaria, verbruiksalon voor ijs of banketgebak, pannekoekenrestaurant, frituur en andere verbruiksalons), waar warme of koude maaltijden worden verbruikt, ongeacht hun aard (volledige maaltijden, lichte maaltijden, vegetarische maaltijden, kleine voorgerechten, ...) en ongeacht of die maaltijden bestaan uit één of meer schotels of gerechten. Er wordt bovendien geen onderscheid gemaakt of die maaltijden worden verstrekt door opdiening aan tafel of door het systeem van zelfbediening, of ze worden verbruikt aan een tafel, aan de toonbank of zelfs eenvoudigweg aan een aan de muur bevestigde plank of op een voor deze doeleinden door de exploitant ingerichte plaats in open lucht. Iedere inrichting die slechts maaltijden verstrekt ter gelegenheid van banketten wordt eveneens bedoeld.
12. Bovengenoemde bepalingen zijn evenwel niet van toepassing op de exploitanten van foorkramen die worden gebruikt tijdens kermissen (zelfs deze die een zekere tijd duren), jaarmarkten, volksfeesten, sportwedstrijden enz., met uitzondering van blijvende installaties (bijvoorbeeld installaties in pretparken of op parkeerplaatsen langs autowegen).
Wassen van automobielen
14. In principe moeten alle belastingplichtigen die automobielen wassen rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken. Er wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het gaat om gespecialiseerde bedrijven (car-wash, enz.) of om andere belastingplichtigen (garagehouders, exploitanten van parkings of van servicestations, enz.), of naargelang het wassen automatisch of met de hand gebeurt.
15. Er wordt evenwel aanvaard dat de garagehouders en de herstellers van voertuigen die slechts zeer bijkomstig automobielen wassen en daarvoor niet beschikken over gespecialiseerd materieel, geen genummerde rekeningen of ontvangstbewijzen die gedrukt zijn door erkende drukkers moeten uitreiken, op voorwaarde dat ze voor het wassen van die voertuigen onmiddellijk facturen uitreiken, ongeacht de prijs; bovendien moeten ze in ieder geval de voertuigen die hun worden afgegeven om te worden gewassen, inschrijven in het register bedoeld in artikel 28 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.
Afdeling II.
Handelingen waarvoor de rekening of het ontvangstbewijs moet worden uitgereikt.
Diensten van de exploitanten van een hotelinrichting
16. De rekening of het ontvangstbewijs moet de diensten omvatten die door een persoon bedoeld in nr. 9 worden verstrekt : het verschaffen van gemeubeld logies, van spijzen en dranken en de bijkomende diensten (telefoon, telefax, het wassen van linnen, terbeschikkingstellen van een radio- of televisie-ontvangsttoestel en dergelijke, parking, plaatsbespreking in schouwburgen, inschrijvingen voor uitstappen, ...) die met het afschaffen van logies gepaard gaan en die gewoonlijk in de globale afrekening worden begrepen.
Diensten van de exploitanten van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt.
17. Iedere persoon bedoeld in de nrs. 10 en 11 is gehouden een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken voor elke handeling die hij verricht in zijn inrichting (binneninrichting of in open lucht) en die bestaat in het verschaffen van maaltijden en van daarbij-horende dranken om ter plaatse te worden verbruikt en die derhalve, voor de toepassing van de BTW-wetgeving, wordt aangemerkt als een dienstverrichting in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 11°, van het BTW-Wetboek. Dit is met name het geval wanneer de spijzen en de daarbijhorende dranken aan de klant worden geserveerd in een tot dat doel ingericht vertrek of ruimte of zelfs wanneer de voorwerpen nodig voor het verbruik ter plaatse gewoon aan de klant worden ter beschikking gesteld (bestekken, borden, glazen, kopjes of andere recipiënten).
Gelet op wat voorafgaat moet elke persoon bedoeld in de nrs. 10 en 11, voor het geheel of een deel van zijn activiteit, een rekening of een ontvangstbewijs uitreiken voor iedere maaltijd die hij verschaft. Evenzo bijvoorbeeld moet de caféhouder of de exploitant van een snack-bar waar maaltijden worden verschaft, in principe, rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken voor alle door hem verstrekte maaltijden (z. evenwel nr. 18). Dit is zelfs zo voor een frituur gevestigd langs de openbare weg of op een openbare plaats wanneer de klant effectief ter plaatse verbruikt en de exploitant in de nabijheid, bijvoorbeeld, tafels of banken heeft geplaatst.
Zijn evenwel niet bedoeld, de kleine voedingswaren waarvoor de exploitant geen bereiding of verwerking heeft verricht, en die in de regel als bijzaak worden verstrekt bij dranken (voorbeelden : chips, droge worsten, ansjovis, koekjes, wafels, chocolade, gekookte eieren, enz.).
Een rekening of een ontvangstbewijs moet niet worden uitgereikt wanneer de klant de maaltijd meeneemt voor verbruik buiten de inrichting van de exploitant of wanneer de exploitant de maaltijden bestelt ten huize van de klant of meer algemeen buiten zijn inrichting.
18. De verplichting tot het uitreiken van een rekening of een ontvangstbewijs geldt bovendien niet voor de exploitant van een drankgelegenheid (café, taverne), snack-bar, tea-room, cafetaria, verbruiksalon voor ijs of banketgebak en andere verbruiksalons, uiteraard met uitzondering van restaurants ongeacht hun benaming (pizzeria, fast-food, ...), die zich beperkt tot het verschaffen van "lichte" maaltijden die uitsluitend worden geserveerd met brood en die in de hiernavolgende lijst zijn vermeld :
Dit is eveneens het geval voor de belastingplichtige die in dezelfde inrichting zowel een in onderhavig nummer bedoelde zaak als een restaurant exploiteert (bijvoorbeeld, een café en een restaurant of nog, een snack-bar en een pizzeria).
De belastingplichtige die in afzonderlijke inrichtingen enerzijds een restaurant en anderzijds een in dit nummer 18 bedoelde zaak exploiteert en die zich in laatstbedoelde inrichting beperkt tot het verstrekken van lichte maaltijden zoals hierboven beschreven, moet daarentegen geen rekening of ontvangstbewijs uitreiken voor deze laatste handelingen.
19. De rekening of het ontvangstbewijs moet de totale prijs (dienst en BTW inbegrepen) vermelden van al de schotels waaruit de maaltijd bestaat (daaronder begrepen in voorkomend geval de soep en het nagerecht), alsmede van de dranken die worden verbruikt bij die maaltijd (daaronder eventueel begrepen het aperitief, de koffie, enz.).
In sommige inrichtingen is het evenwel de gewoonte dat bepaalde dranken (aperitief, koffie, enz.) worden verbruikt op een andere plaats in de inrichting dan deze waar de maaltijden worden verschaft. Voor zover die plaats eveneens toegankelijk is voor personen die geen maaltijd hebben genomen en er geen zullen nemen en die dranken worden verrekend op de plaats waar ze worden verbruikt, moeten de exploitanten de prijs van die dranken niet vermelden op de rekening of het ontvangstbewijs dat ze uitreiken voor de maaltijd; ze moeten evenmin voor die diensten een afzonderlijke rekening of een afzonderlijk ontvangstbewijs uitreiken.
Wassen van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's.
20. Onder voorbehoud van de ontheffing bedoeld in nr. 15 moet steeds een rekening of een ontvangstbewijs worden uitgereikt voor het wassen van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's dat voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde als een dienstverrichting bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1° van het BTW-Wetboek wordt beschouwd. Deze verplichting geldt derhalve niet voor het wassen van vrachtwagens of bestelwagens, kampeeraanhangwagens (caravans, camping-car) en motorrijwielen. Genoemde verplichting geldt evenmin voor het louter terbeschikking stellen van materiaal (bijvoorbeeld hogedrukreiniger, waterpistool, wasborstel) aan de klant om hem toe te laten zelf een voertuig te wassen.
Afdeling III.
Vorm van de rekening of het ontvangstbewijs.
Gegevens die op de formulieren moeten worden gedrukt.
21. De rekeningen of ontvangstbewijzen moeten de nagenoemde gegevens bevatten, die er op voorhand door een erkende drukker moeten worden opgedrukt (z. art. 22, § 2 van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992) :
22. Onder voorbehoud van hetgeen is gezegd in nr. 21, is de opmaak van die documenten niet gereglementeerd, zodat de exploitanten daar vrij kunnen over beslissen. Het volstaat bijgevolg dat die documenten enkel de hierboven bedoelde gegevens bevatten, maar ze mogen ook worden gecombineerd, bijvoorbeeld met de traditionele hotel- of restaurantrekening, zodat ze het detail van de verstrekte diensten en bepaalde teksten of tekeningen met publicitaire doeleinden bevatten. Ze mogen eveneens worden opgemaakt in de vorm van een werkelijke factuur (met vermelding van de klant). Aan deze aanschrijving zijn drie modellen als voorbeeld gehecht (z. bijlagen II, III en IV).
23. Anderzijds moeten deze documenten worden opgemaakt in twee exemplaren derwijze dat de inschrijvingen op het origineel rechtstreeks kunnen worden overgebracht op het dubbel door middel van een carbonpapier, van een produkt op de keerzijde van het origineel of door een ander procédé. Het dubbel moet de vermelding "kopie" dragen. De documenten mogen worden samengevoegd in boekjes; ze mogen ook op losse bladen worden opgemaakt.
24. De rekeningen of ontvangstbewijzen moeten op kosten van de belastingplichtige die ze zal gebruiken, worden vervaardigd door een drukker erkend door de administratie (z. nrs. 39 tot 41).
Afdeling IV.
Tijdstip waarop die documenten moeten worden uitgereikt.
Principe.
25. De rekening of het ontvangstbewijs moet worden uitgereikt aan de klant op het tijdstip waarop de dienst voltooid is (z. art. 22, § 4, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992), dat wil zeggen :
27. Zoals reeds werd gezegd in nr. 6, heeft de verplichting om de rekening of het ontvangstbewijs uit te reiken bij de voltooiing van de dienst geen enkele invloed op het tijdstip van de opeisbaarheid van de belasting.
28. Ingeval bijvoorbeeld een hotel- of restauranthouder verschillende klanten bedient en één van hen de volledige uitgave bekostigt, moet slechts één document worden gebruikt. Dit document moet het aantal verbruikte maaltijden vermelden (z. nr. 21, letter d).
Bijzonder geval.
Klanten die niet betrokken zijn bij de afrekening van de kosten van hun verblijf of van de maaltijden die ze hebben verbruikt.
29. In bepaalde gevallen moet de exploitant van een hotelinrichting of van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt op verzoek van een persoon, zijn diensten verstrekken aan klanten die niet betrokken zijn bij de afrekening van de kosten van hun verblijf of van de maaltijden; dat komt voor wanneer reizigers door bemiddeling van een reisbureau, maaltijden nemen in een restaurant, of wanneer een onderneming aan haar bezoekers logies aanbiedt in een hotel. In die gevallen wordt het origineel van de rekening, die onmiddellijk moet worden opgemaakt, niet overhandigd aan de genoemde klant, doch het wordt gericht aan degene die de gemaakte kosten draagt; op het dubbel van de rekening wordt onmiddellijk een verklarende nota aangebracht.
Afdeling V.
Andere verplichtingen van de ondernemingen.
Rangschikken van de dubbels.
30. De dubbels van de rekeningen en ontvangstbewijzen die aan de klanten werden uitgereikt, moeten door de belastingplichtige worden gerangschikt volgens de datum ervan (z. art. 22, § 6, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992). Indien nochtans de documenten samengevoegd zijn in boekjes waarin de dubbels vastgehecht blijven en verschillende boekjes gelijktijdig worden gebruikt (bijvoorbeeld, boekjes gebruikt door verscheidene personeelsleden of bestemd voor diverse gebruiksplaatsen) worden de boekjes met de dubbels gerangschikt volgens de datum van de laatste inschrijvingen.
Dagelijkse aantekening.
31. De nummers van de rekeningen of van de ontvangstbewijzen die werden gebruikt in de loop van de dag moeten dagelijks worden aangetekend in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 14, § 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, na de inschrijving van de ontvangsten waarvoor de belastingplichtige gebruik heeft gemaakt van de ontheffing van de factureringsplicht (art. 22, § 5, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992). Indien verschillende reeksen rekeningen of ontvangstbewijzen gelijktijdig worden gebruikt (z. voorbeeld vermeld in nr. 30), moeten de nummers van iedere reeks worden aangetekend.
32. Er bestaat geen bezwaar tegen dat een bijzonder register, onderscheiden van het dagboek van ontvangsten, wordt gebruikt voor de dagelijkse inschrijving van de nummers van de gebruikte rekeningen of ontvangstbewijzen.
33. Er wordt opgemerkt dat de globale ontvangsten die worden ingeschreven in het dagboek van ontvangsten niet noodzakelijk dag na dag moeten overeenstemmen met het totale bedrag van de gebruikte rekeningen of ontvangstbewijzen; inderdaad, het kan voorkomen dat voor bepaalde handelingen geen rekening of ontvangstbewijs moest worden uitgereikt (z. nr. 19), of dat bepaalde handelingen waarvoor een rekening werd uitgereikt, nog niet betaald werden of zullen worden opgenomen in een werkelijke factuur.
Bewaring en voorlegging.
34. Krachtens artikel 61, § 1, van het BTW-Wetboek, moet de belastingplichtige, op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, alsook bij toepassing van artikel 63bis van hetzelfde Wetboek en artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 11 van 29 december 1992, op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie der douane en accijnzen, de dubbels van de stukken die hij aan de klanten heeft uitgereikt, alsmede de stukken die hij heeft laten drukken en die hij nog niet heeft gebruikt, zonder verplaatsing ter inzage voorleggen. Hij moet eveneens kunnen aantonen welke bestemming hij heeft gegeven aan de stukken die hij van de drukker heeft ontvangen (z. art. 22, § 7, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992).
35. Bovendien moeten die documenten worden bewaard gedurende 10 jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar dat volgt op hun datum (Wetboek, art. 60).
Vernietiging van de stukken.
36. Niet gebruikte rekeningen of ontvangstbewijzen mogen enkel worden vernietigd in aanwezigheid van een ambtenaar van het BTW-controlekantoor waaronder de onderneming ressorteert die de stukken vernietigt.
37. De vernietiging wordt vastgesteld in een proces-verbaal opgesteld door die ambtenaar. Dat proces-verbaal vermeldt de reden waarom de stukken werden vernietigd en bevat de volgende gegevens : de soort van de stukken, de hoeveelheid, de volgnummers en de letters van het alfabet die eraan werden gegeven, alsmede de naam, het adres en het BTW- identificatienummer van de onderneming op wiens naam de documenten werden gedrukt.
39. Indien de stukken worden vernietigd door een erkende drukker die aan het BTW-controlekantoor waaronder zijn klant ressorteert reeds heeft laten weten dat stukken werden gedrukt op naam van die klant, moet de vernietiging van de stukken geschieden in aanwezigheid van de hoofdcontroleur van het BTW-controlekantoor waaronder de drukker ressorteert. Deze vernietiging wordt vastgesteld in een proces-verbaal opgesteld door voornoemde ambtenaar. Het proces-verbaal vermeldt de naam en het adres van de drukker en van zijn klant, hun respectievelijk BTW- identificatienummer, de volgnummers en het druknummer van de vernietigde documenten alsmede de datum van opstelling van het proces-verbaal en de naam en de hoedanigheid van de ambtenaar die het heeft opgemaakt. Laatstgenoemde zendt het proces-verbaal toe aan zijn collega van het BTW- controlekantoor waaronder de klant van de drukker ressorteert.
Afdeling VI.
Erkenning van de drukkers.
40. De drukkers die wensen te worden erkend voor het drukken van rekeningen of ontvangstbewijzen, moeten een verzoekschrift indienen bij de Centrale Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, 8ste dienst, 26ste directie B, R.A.C. Financietoren, Kruidtuinlaan 50, bus 39 te 1010 Brussel.
41. Ze moeten een borg stellen van 100.000 frank en de verplichting aangaan iedere levering van documenten ter kennis te brengen van de hoofdcontroleur van de BTW van het ambtsgebied waaronder de belastingplichtige ressorteert op wiens naam de documenten werden gedrukt. Iedere mededeling aan de hoofdcontroleur vermeldt de naam en het adres van de klant, zijn BTW-identificatienummer en de volgnummers en de druknummers van de geleverde documenten. Bij die mededeling wordt een specimen van het stuk gevoegd.
42. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de drukker die werkelijk de documenten drukt, moet erkend zijn en dat de naam van die drukker op de documenten moet voorkomen; de omstandigheid dat deze drukker zou factureren aan een andere persoon dan de belastingplichtige die de documenten zal gebruiken (andere drukker, papierhandelaar, tussenpersoon) verandert niets aan die voorschriften.
Afdeling VII.
Kasregisters.
Principe.
43. Op grond van artikel 22, § 9, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, kan door of vanwege de Minister van Financiën onder de door of namens hem te stellen voorwaarden, vergunning worden verleend om de rekeningen of ontvangstbewijzen te vervangen door bons van kasregisters of door een procédé dat gebruik maakt van informaticatechnieken.
Begrip "kasregister".
45. Dankzij het telwerk van het kasregister kan op het einde van bepaalde periodes (in principe dagelijks) het totale bedrag van de handelingen worden verkregen; bepaalde types machines die uitgerust zijn met een of meer hulptoestellen kunnen bovendien andere gegevens van statistische aard (uitsplitsing per afdeling, per verkoper, per BTW- tarief, enz.) verstrekken.
46. Het is duidelijk dat hier niet de eenvoudige rekenmachine wordt bedoeld, waarvan een gedeelte van de telband wordt afgescheurd en aan de klant wordt overhandigd.
Voorwaarden waaraan moet voldaan zijn om de rekeningen of ontvangstbewijzen te mogen vervangen door bons van kasregisters.
47. Om de rekeningen of ontvangstbewijzen te mogen vervangen door bons van kasregisters, moet de belastingplichtige aan de volgende voorwaarden voldoen :
Zij moeten de volgende gegevens vermelden :
Afdeling VIII.
Sancties.
48. Iedere overtreding van de bepalingen van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 begaan door de belastingplichtige bedoeld in de nrs. 8 tot 15, wordt gesanctioneerd met een geldboete van 1.000 tot 100.000 frank per overtreding (Wetboek, art. 70, § 4). Het bedrag van deze boete is vastgesteld door het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 (z. eerste afdeling - algemene verplichtingen - XI, nr. 6, letters A tot G). Bovendien wordt iedere overtreding van de voorleggingsplicht bedoeld in artikel 61, § 1 van het Wetboek (z. nr. 34), eveneens gesanctioneerd met een geldboete van 1.000 tot 100.000 frank per overtreding (Wetboek, art. 70, § 4 en kon. besl. nr. 44 van 21 oktober 1993, eerste afdeling - algemene verplichtingen - XVI).
49. Bovendien kunnen strafrechtelijke sancties worden opgelegd door de rechtbank wanneer de overtreding met bedrieglijk opzet werd begaan (Wetboek, art. 73).
HOOFDSTUK II.
VERPLICHTINGEN VAN DE KLANT
De verplichting om in het bezit te zijn van een rekening of een ontvangstbewijs.
50. Artikel 22, § 4bis, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 bepaalt dat de klant van de belastingplichtige bedoeld in de nrs. 8 tot 15, ertoe gehouden is in het bezit te zijn van de rekening of van het ontvangstbewijs bedoeld in § 1 van dit artikel, op het ogenblik dat hij de inrichting verlaat.
51. Deze bepaling eist dus van de klant dat hij in het bezit is van de rekening of het ontvangstbewijs, of, in voorkomend geval, van de bon van een kasregister (z. nr. 47), op het ogenblik dat hij de inrichting verlaat. Dit heeft derhalve tot gevolg dat de klant, vóór zijn vertrek, om de rekening of het ontvangstbewijs vraagt indien dit stuk hem niet spontaan werd uitgereikt.
52. Men zal evenwel opmerken dat deze verplichting slechts vereist wordt van de klant in geval de dienst verstrekt is door de exploitant van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt alsook voor het wassen van automobielen (z. nrs. 17 tot 20).
Verplichting tot voorlegging.
53. De rekening of het ontvangstbewijs moet, op ieder verzoek van de ambtenaren van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen of van de ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen, zonder verplaatsing, ter inzage worden voorgelegd (z. nr. 34).
Verplichting tot het verstrekken van inlichtingen.
54. Bovendien is iedere persoon gehouden, op ieder verzoek van de ambtenaren bedoeld in nr. 53, mondeling of schriftelijk alle inlichtingen te verschaffen die hem gevraagd worden, teneinde de juiste heffing van de belasting in zijnen hoofde of in hoofde van derden na te gaan (Wetboek, art. 62, § 1).
Bewaringsverplichting.
55. In afwijking van artikel 60, § 1, van het BTW-Wetboek dienen de personen die in het bezit zijn van de rekening of het ontvangstbewijs als bedoeld in artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, dit stuk niet te bewaren voor zover zij de aan hen verstrekte handeling bestemmen voor hun privé-gebruik.
Sancties.
56. De klant die, op het ogenblik dat hij de inrichting verlaat, niet in het bezit is van de rekening of het ontvangstbewijs (z. nr. 51) wordt gesanctioneerd met een geldboete van 1.000 frank overeenkomstig artikel 70, § 4, van het Wetboek en het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993, eerste afdeling - algemene verplichtingen - XI, nr. 6, letter H).
57. Anderzijds wordt iedere overtreding van de voorleggingsplicht en de plicht tot het verstrekken van inlichtingen gesanctioneerd met een geldboete van 1.000 tot 100.000 frank (z. nr. 48).
Inwerkingtreding.
58. Deze aanschrijving treedt in werking op 1 april 1994. De nrs. 6 tot 26 en de bijlagen I tot III, IV (alleen het punt II) en V van de aanschrijving nr. 109/1972 en de aanschrijving nr. 21/1973 zijn opgeheven.
De voorheen genomen administratieve beslissingen, met betrekking tot het uitreiken van een rekening of een ontvangstbewijs hetzij door de exploitant van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt hetzij voor het wassen van auto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's, worden herroepen in de mate dat zij niet in overeenstemming zijn met de huidige aanschrijving.
Overgangsbepalingen.
59. Het niet-nakomen door de belastingplichtigen gehouden tot het uitreiken van rekeningen of ontvangstbewijzen van de nieuwe bepalingen die overeenkomstig artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 en deze aanschrijving van toepassing zijn vanaf 1 april 1994, zal slechts gesanctioneerd worden met ingang van 1 september 1994.
BIJLAGE I
Zie documentatie : Artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.
BIJLAGE II en III :
rekeningen en ontvangstbewijzen (kopie verkrijgbaar op aanvraag)
Aanschrijving nr. 10 dd. 13.04.1994
Deze aanschrijving werd vervangen door de aanschrijving nr. 6 dd. 27.04.1999.
Verplichting uitreiking rekening of ontvangstbewijs.
INHOUD Nr. Inleiding. 1 Doel van de aanschrijving. 2 Hoofdstuk I. Uitreiking van rekeningen of ontvangstbewijzen. Principe. 3 - 7 Afdeling I. Belastingplichtigen gehouden tot het uitreiken van een rekening of een ontvangstbewijs. Voorafgaande opmerking. 8 Exploitanten van een hotelinrichting. 9 Exploitanten van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt. 10 - 13 Wassen van automobielen. 14 - 15 Afdeling II. Handelingen waarvoor de rekening of het Ontvangstbewijs moet worden uitgereikt. Diensten van de exploitanten van een hotelinrichting. 16 Diensten van de exploitanten van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt. 17 - 19 Wassen van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's. 20 Afdeling III. Vorm van de rekening of het ontvangstbewijs. Gegevens die op de formulieren moeten worden gedrukt. 21 Opmaak van de documenten. 22 - 24 Afdeling IV. Tijdstip waarop die documenten moeten worden uitgereikt. Principe. 25 - 28 Bijzonder geval. 29 Afdeling V. Andere verplichtingen van de ondernemingen. Rangschikken van de dubbels. 30 Dagelijkse aantekening. 31 - 33 Bewaring en voorlegging. 34 - 35 Vernietiging van de stukken. 36 - 39 Afdeling VI. Erkenning van de drukkers. 40 - 42 Afdeling VII. Kasregisters. Principe. 43 Begrip "kasregister". 44 - 46 Voorwaarden waaraan moet voldaan zijn om de rekeningen of ontvangstbewijzen te mogen vervangen door bons van kasregisters. 47 Afdeling VIII. Sancties. 48 - 49 Hoofdstuk II. Verplichtingen van de klant. De verplichting om in het bezit te zijn van een rekening of een ontvangstbewijs. 50 - 52 Verplichting tot voorlegging. 53 Verplichting tot het verstrekken van inlichtingen. 54 Bewaringsverplichting. 55 Sancties. 56 - 57 Inwerkingtreding. 58 Overgangsbepalingen. 59 INLEIDING 1. Het koninklijk besluit van 30 maart 1994, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 31 maart 1994, wijzigt artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde en voegt in de eerste afdeling, XI, nr. 6 van het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 een letter H toe volgens dewelke elke overtreding, begaan door de klant, van de verplichting die hem wordt opgelegd door artikel 22, § 4bis van het voornoemd koninklijk besluit nr. 1, wordt gesanctioneerd met een geldboete van 1.000 frank.
DOEL VAN DE AANSCHRIJVING
2. Deze aanschrijving vormt de synthese van de bepalingen met betrekking tot de verplichting tot uitreiking van rekeningen of ontvangstbewijzen. Zij coördineert de teksten van de aanschrijvingen nrs. 109/1972 en 21/1973 door deze te vervolledigen en aan te passen aan de nieuwe bepalingen.
HOOFDSTUK 1.
UITREIKING VAN REKENINGEN OF ONTVANGSTBEWIJZEN DOOR DE EXPLOITANT VAN EEN HOTELINRICHTING EN DOOR DE EXPLOITANT VAN EEN INRICHTING WAAR REGELMATIG MAALTIJDEN WORDEN VERBRUIKT EN UITREIKING VAN REKENINGEN OF ONTVANGSTBEWIJZEN VOOR HET WASSEN VAN AUTOMOBIELEN
Principe
3. Artikel 22, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 verplicht bepaalde belastingplichtigen (hotelhouders, restauranthouders en andere exploitanten van inrichtingen waar regelmatig maaltijden worden verbruikt, alsook de bedrijven die automobielen wassen) aan hun klanten rekeningen of ontvangstbewijzen uit te reiken op genummerde formulieren die worden vervaardigd door drukkers erkend door de administratie (z. bijlage I).
4. Bedoelde rekening of ontvangstbewijs verschilt merkelijk van de factuur bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992. Inderdaad :
- de factuur moet meer gegevens bevatten (z. art. 5 van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992) dan de rekening of het ontvangstbewijs;
- voor de uitreiking van de factuur wordt een termijn toegestaan (z. art. 4 van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992), terwijl de rekening of het ontvangstbewijs moet worden uitgereikt op het tijdstip waarop de dienst voltooid is (z. nrs. 25 tot 28);
- de factuur moet worden ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen (z. art. 14, § 2, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992); dat geldt niet voor de rekening of het ontvangstbewijs. Laatstbedoelde stukken moeten evenwel het voorwerp uitmaken van een bijzondere aantekening (z. nr. 31 tot 33);
- anderzijds mogen de facturen vrij worden gedrukt, terwijl de rekeningen of ontvangstbewijzen moeten gedrukt worden door drukkers erkend door de administratie en aan bepaalde vormvoorschriften moeten voldoen (z. nrs. 22 tot 24).
6. De uitreiking van de rekening of het ontvangstbewijs wijzigt derhalve niets aan de principes van de opeisbaarheid van de belasting : alzo wordt ten aanzien van de handelingen verricht met natuurlijke personen zonder uitreiking van facturen, de belasting opeisbaar naarmate van de incassering van de prijs (z. art. 17 van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992) - incassering die wordt aangetekend in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 15, § 4, van het genoemde koninklijk besluit nr. 1 -, en heeft het feit dat bij de voltooiing van de dienst een rekening wordt uitgereikt in dit verband geen invloed.
7. De aandacht wordt eveneens gevestigd op het feit dat de meeste handelingen waarvoor een rekening of een ontvangstbewijs moet worden uitgereikt, worden verricht met natuurlijke personen die deze handelingen bestemmen voor hun privé-gebruik, en waarvoor de uitreiking van een factuur niet verplicht is.
Wanneer een handeling wordt verricht met een andere klant dan een natuurlijk persoon die de handeling bestemt voor zijn privé-gebruik en aan wie bijgevolg een factuur moet worden uitgereikt, mogen de beide documenten (de rekening of het ontvangstbewijs en de factuur) worden gecombineerd, dat wil zeggen dat de rekening of het ontvangstbewijs mag worden aangevuld met de gegevens die een factuur moet bevatten (z. nrs. 22 tot 24). Voor het tijdstip waarop dit enig document moet worden uitgereikt, geldt de regel van de rekening of het ontvangstbewijs, d.w.z. het tijdstip waarop de dienst is voltooid (z. nrs. 25 en 26).
Afdeling I.
Belastingplichtigen gehouden tot het uitreiken van een rekening of een ontvangstbewijs.
Voorafgaande opmerking
8. De verplichting tot het uitreiken van rekeningen of ontvangstbewijzen wordt slechts opgelegd aan de personen die de hoedanigheid van belastingplichtige hebben. Deze verplichting geldt echter niet voor de handelingen die krachtens artikel 44 van het BTW- Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld.
Exploitanten van een hotelinrichting
9. De verplichting geldt voor de exploitant van een hotelinrichting of, meer algemeen, voor de exploitant van een inrichting waar aan betalende gasten onderdak wordt verschaft (z. evenwel nr. 8).
Exploitanten van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt
10. De exploitanten van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt moeten eveneens rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken (z. evenwel nr. 18).
11. Voor de toepassing van nr. 10 hiervoor, is bedoeld iedere inrichting, ongeacht haar benaming (restaurant, taverne, snack, pizzeria, feestzaal, café, cafetaria, verbruiksalon voor ijs of banketgebak, pannekoekenrestaurant, frituur en andere verbruiksalons), waar warme of koude maaltijden worden verbruikt, ongeacht hun aard (volledige maaltijden, lichte maaltijden, vegetarische maaltijden, kleine voorgerechten, ...) en ongeacht of die maaltijden bestaan uit één of meer schotels of gerechten. Er wordt bovendien geen onderscheid gemaakt of die maaltijden worden verstrekt door opdiening aan tafel of door het systeem van zelfbediening, of ze worden verbruikt aan een tafel, aan de toonbank of zelfs eenvoudigweg aan een aan de muur bevestigde plank of op een voor deze doeleinden door de exploitant ingerichte plaats in open lucht. Iedere inrichting die slechts maaltijden verstrekt ter gelegenheid van banketten wordt eveneens bedoeld.
12. Bovengenoemde bepalingen zijn evenwel niet van toepassing op de exploitanten van foorkramen die worden gebruikt tijdens kermissen (zelfs deze die een zekere tijd duren), jaarmarkten, volksfeesten, sportwedstrijden enz., met uitzondering van blijvende installaties (bijvoorbeeld installaties in pretparken of op parkeerplaatsen langs autowegen).
| 13. | De reglementering is evenmin van toepassing op de bedrijfsmesses. |
14. In principe moeten alle belastingplichtigen die automobielen wassen rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken. Er wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het gaat om gespecialiseerde bedrijven (car-wash, enz.) of om andere belastingplichtigen (garagehouders, exploitanten van parkings of van servicestations, enz.), of naargelang het wassen automatisch of met de hand gebeurt.
15. Er wordt evenwel aanvaard dat de garagehouders en de herstellers van voertuigen die slechts zeer bijkomstig automobielen wassen en daarvoor niet beschikken over gespecialiseerd materieel, geen genummerde rekeningen of ontvangstbewijzen die gedrukt zijn door erkende drukkers moeten uitreiken, op voorwaarde dat ze voor het wassen van die voertuigen onmiddellijk facturen uitreiken, ongeacht de prijs; bovendien moeten ze in ieder geval de voertuigen die hun worden afgegeven om te worden gewassen, inschrijven in het register bedoeld in artikel 28 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992.
Afdeling II.
Handelingen waarvoor de rekening of het ontvangstbewijs moet worden uitgereikt.
Diensten van de exploitanten van een hotelinrichting
16. De rekening of het ontvangstbewijs moet de diensten omvatten die door een persoon bedoeld in nr. 9 worden verstrekt : het verschaffen van gemeubeld logies, van spijzen en dranken en de bijkomende diensten (telefoon, telefax, het wassen van linnen, terbeschikkingstellen van een radio- of televisie-ontvangsttoestel en dergelijke, parking, plaatsbespreking in schouwburgen, inschrijvingen voor uitstappen, ...) die met het afschaffen van logies gepaard gaan en die gewoonlijk in de globale afrekening worden begrepen.
Diensten van de exploitanten van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt.
17. Iedere persoon bedoeld in de nrs. 10 en 11 is gehouden een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken voor elke handeling die hij verricht in zijn inrichting (binneninrichting of in open lucht) en die bestaat in het verschaffen van maaltijden en van daarbij-horende dranken om ter plaatse te worden verbruikt en die derhalve, voor de toepassing van de BTW-wetgeving, wordt aangemerkt als een dienstverrichting in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 11°, van het BTW-Wetboek. Dit is met name het geval wanneer de spijzen en de daarbijhorende dranken aan de klant worden geserveerd in een tot dat doel ingericht vertrek of ruimte of zelfs wanneer de voorwerpen nodig voor het verbruik ter plaatse gewoon aan de klant worden ter beschikking gesteld (bestekken, borden, glazen, kopjes of andere recipiënten).
Gelet op wat voorafgaat moet elke persoon bedoeld in de nrs. 10 en 11, voor het geheel of een deel van zijn activiteit, een rekening of een ontvangstbewijs uitreiken voor iedere maaltijd die hij verschaft. Evenzo bijvoorbeeld moet de caféhouder of de exploitant van een snack-bar waar maaltijden worden verschaft, in principe, rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken voor alle door hem verstrekte maaltijden (z. evenwel nr. 18). Dit is zelfs zo voor een frituur gevestigd langs de openbare weg of op een openbare plaats wanneer de klant effectief ter plaatse verbruikt en de exploitant in de nabijheid, bijvoorbeeld, tafels of banken heeft geplaatst.
Zijn evenwel niet bedoeld, de kleine voedingswaren waarvoor de exploitant geen bereiding of verwerking heeft verricht, en die in de regel als bijzaak worden verstrekt bij dranken (voorbeelden : chips, droge worsten, ansjovis, koekjes, wafels, chocolade, gekookte eieren, enz.).
Een rekening of een ontvangstbewijs moet niet worden uitgereikt wanneer de klant de maaltijd meeneemt voor verbruik buiten de inrichting van de exploitant of wanneer de exploitant de maaltijden bestelt ten huize van de klant of meer algemeen buiten zijn inrichting.
18. De verplichting tot het uitreiken van een rekening of een ontvangstbewijs geldt bovendien niet voor de exploitant van een drankgelegenheid (café, taverne), snack-bar, tea-room, cafetaria, verbruiksalon voor ijs of banketgebak en andere verbruiksalons, uiteraard met uitzondering van restaurants ongeacht hun benaming (pizzeria, fast-food, ...), die zich beperkt tot het verschaffen van "lichte" maaltijden die uitsluitend worden geserveerd met brood en die in de hiernavolgende lijst zijn vermeld :
- soepen;
- croques (monsieur, madame, hawaïaanse, ...) en andere toasten van allerlei aard;
- kroketten (van garnalen, vlees, gevogelte, kaas, ...);
- pastei van gevogelte, pensen, satés;
- belegde broodjes (inbegrepen hamburgers, hot-dogs, pittas, ...);
- deegwaren, (spaghetti, lasagne, ...), pizza, quiche en andere hartige taarten;
- koude salades (van vlees, vis, ...);
- Engelse schotels;
- omeletten, roereieren, spiegeleieren en andere bereide eieren;
- pannekoeken, nagerechten en ijs, wafels, gebak, koeken, croissants, yoghurt en milkshakes.
Dit is eveneens het geval voor de belastingplichtige die in dezelfde inrichting zowel een in onderhavig nummer bedoelde zaak als een restaurant exploiteert (bijvoorbeeld, een café en een restaurant of nog, een snack-bar en een pizzeria).
De belastingplichtige die in afzonderlijke inrichtingen enerzijds een restaurant en anderzijds een in dit nummer 18 bedoelde zaak exploiteert en die zich in laatstbedoelde inrichting beperkt tot het verstrekken van lichte maaltijden zoals hierboven beschreven, moet daarentegen geen rekening of ontvangstbewijs uitreiken voor deze laatste handelingen.
19. De rekening of het ontvangstbewijs moet de totale prijs (dienst en BTW inbegrepen) vermelden van al de schotels waaruit de maaltijd bestaat (daaronder begrepen in voorkomend geval de soep en het nagerecht), alsmede van de dranken die worden verbruikt bij die maaltijd (daaronder eventueel begrepen het aperitief, de koffie, enz.).
In sommige inrichtingen is het evenwel de gewoonte dat bepaalde dranken (aperitief, koffie, enz.) worden verbruikt op een andere plaats in de inrichting dan deze waar de maaltijden worden verschaft. Voor zover die plaats eveneens toegankelijk is voor personen die geen maaltijd hebben genomen en er geen zullen nemen en die dranken worden verrekend op de plaats waar ze worden verbruikt, moeten de exploitanten de prijs van die dranken niet vermelden op de rekening of het ontvangstbewijs dat ze uitreiken voor de maaltijd; ze moeten evenmin voor die diensten een afzonderlijke rekening of een afzonderlijk ontvangstbewijs uitreiken.
Wassen van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's.
20. Onder voorbehoud van de ontheffing bedoeld in nr. 15 moet steeds een rekening of een ontvangstbewijs worden uitgereikt voor het wassen van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's dat voor de toepassing van de belasting over de toegevoegde waarde als een dienstverrichting bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, 1° van het BTW-Wetboek wordt beschouwd. Deze verplichting geldt derhalve niet voor het wassen van vrachtwagens of bestelwagens, kampeeraanhangwagens (caravans, camping-car) en motorrijwielen. Genoemde verplichting geldt evenmin voor het louter terbeschikking stellen van materiaal (bijvoorbeeld hogedrukreiniger, waterpistool, wasborstel) aan de klant om hem toe te laten zelf een voertuig te wassen.
Afdeling III.
Vorm van de rekening of het ontvangstbewijs.
Gegevens die op de formulieren moeten worden gedrukt.
21. De rekeningen of ontvangstbewijzen moeten de nagenoemde gegevens bevatten, die er op voorhand door een erkende drukker moeten worden opgedrukt (z. art. 22, § 2 van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992) :
| a. | de naam en de voornaam of, voor een rechtspersoon, de benaming, alsmede het adres van de belastingplichtige die gehouden is de stukken uit te reiken; |
| b. | het BTW-identificatienummer van de betrokkene; |
| c. | een kader waarvan de afmetingen niet kleiner mogen zijn dan 6 cm bij 3 cm en waarin moeten worden gedrukt : |
- de vermeldingen "Belasting over de toegevoegde waarde" en, naargelang het geval, "Rekening" of "Ontvangstbewijs";
- een waarmerk bestaande uit een leeuw in het midden en de letter B; dat waarmerk mag worden gedrukt in dezelfde kleur als de andere gegevens van het stuk;
- een volgnummer bestaande uit vijf cijfers dat wordt genomen uit een reeks van 00.001 tot 99.999, en dat wordt gevolgd door een of meer letters van het alfabet om de reeks aan te duiden (voorbeeld : 00.25 AA);
- de naam van de drukker;
- een druknummer waardoor het mogelijk is de maand en het jaar van het drukken te bepalen (voorbeeld : 09/94 voor de documenten die worden gedrukt in september 1994);
| d. | de nodige plaatsruimte voor het aantekenen, op het tijdstip waarop het stuk wordt gebruikt, van de datum van de handeling en de prijs, BTW inbegrepen, verschuldigd of betaald door de klant, alsook van het aantal verbruikte maaltijden voor wat betreft het verschaffen van maaltijden en dranken verbruikt tijdens deze maaltijden, verricht door belastingplichtigen bedoeld in nr. 10. Onder het aantal verbruikte maaltijden moet worden verstaan, het aantal personen die een maaltijd hebben verbruikt. Opmaak van de documenten. |
23. Anderzijds moeten deze documenten worden opgemaakt in twee exemplaren derwijze dat de inschrijvingen op het origineel rechtstreeks kunnen worden overgebracht op het dubbel door middel van een carbonpapier, van een produkt op de keerzijde van het origineel of door een ander procédé. Het dubbel moet de vermelding "kopie" dragen. De documenten mogen worden samengevoegd in boekjes; ze mogen ook op losse bladen worden opgemaakt.
24. De rekeningen of ontvangstbewijzen moeten op kosten van de belastingplichtige die ze zal gebruiken, worden vervaardigd door een drukker erkend door de administratie (z. nrs. 39 tot 41).
Afdeling IV.
Tijdstip waarop die documenten moeten worden uitgereikt.
Principe.
25. De rekening of het ontvangstbewijs moet worden uitgereikt aan de klant op het tijdstip waarop de dienst voltooid is (z. art. 22, § 4, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992), dat wil zeggen :
- ten aanzien van de hotelinrichtingen, wanneer het verblijf van de klant in de inrichting ophoudt of wanneer een gedeeltelijke afrekening wordt opgemaakt;
- ten aanzien van de inrichtingen waar regelmatig maaltijden worden verbruikt, wanneer de klant zijn maaltijd heeft beëindigd of ten laatste wanneer hij de inrichting verlaat. Voor de maaltijden evenwel die in hotel-restaurants worden verstrekt aan personen die in de inrichting logeren, moet geen afzonderlijke rekening worden uitgereikt, indien de prijs van de maaltijd niet onmiddellijk wordt betaald; in dergelijk geval dient de hotelrekening de prijs van de maaltijden te begrijpen;
- ten aanzien van het wassen van automobielen, wanneer het gewassen voertuig ter beschikking van de eigenaar wordt gesteld.
27. Zoals reeds werd gezegd in nr. 6, heeft de verplichting om de rekening of het ontvangstbewijs uit te reiken bij de voltooiing van de dienst geen enkele invloed op het tijdstip van de opeisbaarheid van de belasting.
28. Ingeval bijvoorbeeld een hotel- of restauranthouder verschillende klanten bedient en één van hen de volledige uitgave bekostigt, moet slechts één document worden gebruikt. Dit document moet het aantal verbruikte maaltijden vermelden (z. nr. 21, letter d).
Bijzonder geval.
Klanten die niet betrokken zijn bij de afrekening van de kosten van hun verblijf of van de maaltijden die ze hebben verbruikt.
29. In bepaalde gevallen moet de exploitant van een hotelinrichting of van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt op verzoek van een persoon, zijn diensten verstrekken aan klanten die niet betrokken zijn bij de afrekening van de kosten van hun verblijf of van de maaltijden; dat komt voor wanneer reizigers door bemiddeling van een reisbureau, maaltijden nemen in een restaurant, of wanneer een onderneming aan haar bezoekers logies aanbiedt in een hotel. In die gevallen wordt het origineel van de rekening, die onmiddellijk moet worden opgemaakt, niet overhandigd aan de genoemde klant, doch het wordt gericht aan degene die de gemaakte kosten draagt; op het dubbel van de rekening wordt onmiddellijk een verklarende nota aangebracht.
Afdeling V.
Andere verplichtingen van de ondernemingen.
Rangschikken van de dubbels.
30. De dubbels van de rekeningen en ontvangstbewijzen die aan de klanten werden uitgereikt, moeten door de belastingplichtige worden gerangschikt volgens de datum ervan (z. art. 22, § 6, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992). Indien nochtans de documenten samengevoegd zijn in boekjes waarin de dubbels vastgehecht blijven en verschillende boekjes gelijktijdig worden gebruikt (bijvoorbeeld, boekjes gebruikt door verscheidene personeelsleden of bestemd voor diverse gebruiksplaatsen) worden de boekjes met de dubbels gerangschikt volgens de datum van de laatste inschrijvingen.
Dagelijkse aantekening.
31. De nummers van de rekeningen of van de ontvangstbewijzen die werden gebruikt in de loop van de dag moeten dagelijks worden aangetekend in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 14, § 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, na de inschrijving van de ontvangsten waarvoor de belastingplichtige gebruik heeft gemaakt van de ontheffing van de factureringsplicht (art. 22, § 5, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992). Indien verschillende reeksen rekeningen of ontvangstbewijzen gelijktijdig worden gebruikt (z. voorbeeld vermeld in nr. 30), moeten de nummers van iedere reeks worden aangetekend.
32. Er bestaat geen bezwaar tegen dat een bijzonder register, onderscheiden van het dagboek van ontvangsten, wordt gebruikt voor de dagelijkse inschrijving van de nummers van de gebruikte rekeningen of ontvangstbewijzen.
33. Er wordt opgemerkt dat de globale ontvangsten die worden ingeschreven in het dagboek van ontvangsten niet noodzakelijk dag na dag moeten overeenstemmen met het totale bedrag van de gebruikte rekeningen of ontvangstbewijzen; inderdaad, het kan voorkomen dat voor bepaalde handelingen geen rekening of ontvangstbewijs moest worden uitgereikt (z. nr. 19), of dat bepaalde handelingen waarvoor een rekening werd uitgereikt, nog niet betaald werden of zullen worden opgenomen in een werkelijke factuur.
Bewaring en voorlegging.
34. Krachtens artikel 61, § 1, van het BTW-Wetboek, moet de belastingplichtige, op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, alsook bij toepassing van artikel 63bis van hetzelfde Wetboek en artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 11 van 29 december 1992, op ieder verzoek van de ambtenaren van de administratie der douane en accijnzen, de dubbels van de stukken die hij aan de klanten heeft uitgereikt, alsmede de stukken die hij heeft laten drukken en die hij nog niet heeft gebruikt, zonder verplaatsing ter inzage voorleggen. Hij moet eveneens kunnen aantonen welke bestemming hij heeft gegeven aan de stukken die hij van de drukker heeft ontvangen (z. art. 22, § 7, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992).
35. Bovendien moeten die documenten worden bewaard gedurende 10 jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar dat volgt op hun datum (Wetboek, art. 60).
Vernietiging van de stukken.
36. Niet gebruikte rekeningen of ontvangstbewijzen mogen enkel worden vernietigd in aanwezigheid van een ambtenaar van het BTW-controlekantoor waaronder de onderneming ressorteert die de stukken vernietigt.
37. De vernietiging wordt vastgesteld in een proces-verbaal opgesteld door die ambtenaar. Dat proces-verbaal vermeldt de reden waarom de stukken werden vernietigd en bevat de volgende gegevens : de soort van de stukken, de hoeveelheid, de volgnummers en de letters van het alfabet die eraan werden gegeven, alsmede de naam, het adres en het BTW- identificatienummer van de onderneming op wiens naam de documenten werden gedrukt.
| 38. | De onderneming moet een kopie van het proces-verbaal bewaren. |
Afdeling VI.
Erkenning van de drukkers.
40. De drukkers die wensen te worden erkend voor het drukken van rekeningen of ontvangstbewijzen, moeten een verzoekschrift indienen bij de Centrale Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, 8ste dienst, 26ste directie B, R.A.C. Financietoren, Kruidtuinlaan 50, bus 39 te 1010 Brussel.
41. Ze moeten een borg stellen van 100.000 frank en de verplichting aangaan iedere levering van documenten ter kennis te brengen van de hoofdcontroleur van de BTW van het ambtsgebied waaronder de belastingplichtige ressorteert op wiens naam de documenten werden gedrukt. Iedere mededeling aan de hoofdcontroleur vermeldt de naam en het adres van de klant, zijn BTW-identificatienummer en de volgnummers en de druknummers van de geleverde documenten. Bij die mededeling wordt een specimen van het stuk gevoegd.
42. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de drukker die werkelijk de documenten drukt, moet erkend zijn en dat de naam van die drukker op de documenten moet voorkomen; de omstandigheid dat deze drukker zou factureren aan een andere persoon dan de belastingplichtige die de documenten zal gebruiken (andere drukker, papierhandelaar, tussenpersoon) verandert niets aan die voorschriften.
Afdeling VII.
Kasregisters.
Principe.
43. Op grond van artikel 22, § 9, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, kan door of vanwege de Minister van Financiën onder de door of namens hem te stellen voorwaarden, vergunning worden verleend om de rekeningen of ontvangstbewijzen te vervangen door bons van kasregisters of door een procédé dat gebruik maakt van informaticatechnieken.
Begrip "kasregister".
| 44. | Het kasregister wordt gekenmerkt door : |
| a) | het registreren van iedere handeling, volgens een ononderbroken reeks nummers, op een controleband, met een aanduiding van het door de klant verschuldigde bedrag; |
| b) | het gelijktijdig afdrukken van een kassabon voor de klant, met vermelding van de datum, het volgnummer toegekend aan de handeling en de andere gegevens die op de controleband voorkomen. |
46. Het is duidelijk dat hier niet de eenvoudige rekenmachine wordt bedoeld, waarvan een gedeelte van de telband wordt afgescheurd en aan de klant wordt overhandigd.
Voorwaarden waaraan moet voldaan zijn om de rekeningen of ontvangstbewijzen te mogen vervangen door bons van kasregisters.
47. Om de rekeningen of ontvangstbewijzen te mogen vervangen door bons van kasregisters, moet de belastingplichtige aan de volgende voorwaarden voldoen :
| a) | hij moet schriftelijk een aanvraag om vergunning indienen bij het hoofd van het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert. Deze aanvraag moet op een nauwkeurige wijze de volgende elementen vermelden : het merk, het model, het fabricagenummer en de letter of het identificatienummer dat hij toekent aan het of de kasregister(s) dat (die) hij gebruikt, alsmede het lokaal waar ze staan; |
| b) | de kassabons moeten aan de klanten worden uitgereikt en ter hunner beschikking worden gelaten wanneer ze de inrichting verlaten. |
- de aanduiding van de onderneming (naam en voornaam, of voor rechtspersonen, de benaming, alsmede het adres en het BTW-identificatienummer);
- de letter of het identificatienummer door de belastingplichtige toegekend aan het kasregister dat de bons vervaardigt (z. letter a, hiervoor);
- de datum waarop de handeling plaatsvindt;
- het volgnummer toegekend aan de handeling;
- het aantal verbruikte maaltijden, voor wat betreft het verschaffen van maaltijden in inrichtingen waar regelmatig maaltijden worden verbruikt;
- de globale prijs gevorderd van de klant (BTW, en, in voorkomend geval, dienst inbegrepen);
- een verwijzing naar de huidige aanschrijving : "Vergunning - Aanschrijving nr. 10/1994";
| c) | de controleband van het kasregister moet voor elke handeling aanduiden : de datum, het volgnummer en het door de klant verschuldigd bedrag, alsmede voor het verschaffen van maaltijden en van de daarbijhorende dranken om ter plaatse te worden verbruikt, het aantal verbruikte maaltijden; indien de datum niet op de controleband is gedrukt door de machine zelf, moet hij er worden op aangebracht met de hand op de dag zelf van de handelingen; |
| d) | de belastingplichtige moet in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 14, § 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, of in een bijzonder register, dag na dag de nummers aantekenen die werden toegekend aan de handelingen van die dag, eventueel voor elk kasregister afzonderlijk; |
| e) | hij moet de controlebanden van de kasregisters bewaren na op de buitenzijde de datum van de handelingen en eventueel, het nummer van het kasregister te hebben aangetekend; hij moet ze rangschikken per datum en eventueel per kasregister; |
| f) | de vergunning is steeds herroepbaar; ze zal onmiddellijk worden ingetrokken wanneer misbruik of poging tot misbruik wordt vastgesteld. |
Sancties.
48. Iedere overtreding van de bepalingen van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 begaan door de belastingplichtige bedoeld in de nrs. 8 tot 15, wordt gesanctioneerd met een geldboete van 1.000 tot 100.000 frank per overtreding (Wetboek, art. 70, § 4). Het bedrag van deze boete is vastgesteld door het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 (z. eerste afdeling - algemene verplichtingen - XI, nr. 6, letters A tot G). Bovendien wordt iedere overtreding van de voorleggingsplicht bedoeld in artikel 61, § 1 van het Wetboek (z. nr. 34), eveneens gesanctioneerd met een geldboete van 1.000 tot 100.000 frank per overtreding (Wetboek, art. 70, § 4 en kon. besl. nr. 44 van 21 oktober 1993, eerste afdeling - algemene verplichtingen - XVI).
49. Bovendien kunnen strafrechtelijke sancties worden opgelegd door de rechtbank wanneer de overtreding met bedrieglijk opzet werd begaan (Wetboek, art. 73).
HOOFDSTUK II.
VERPLICHTINGEN VAN DE KLANT
De verplichting om in het bezit te zijn van een rekening of een ontvangstbewijs.
50. Artikel 22, § 4bis, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 bepaalt dat de klant van de belastingplichtige bedoeld in de nrs. 8 tot 15, ertoe gehouden is in het bezit te zijn van de rekening of van het ontvangstbewijs bedoeld in § 1 van dit artikel, op het ogenblik dat hij de inrichting verlaat.
51. Deze bepaling eist dus van de klant dat hij in het bezit is van de rekening of het ontvangstbewijs, of, in voorkomend geval, van de bon van een kasregister (z. nr. 47), op het ogenblik dat hij de inrichting verlaat. Dit heeft derhalve tot gevolg dat de klant, vóór zijn vertrek, om de rekening of het ontvangstbewijs vraagt indien dit stuk hem niet spontaan werd uitgereikt.
52. Men zal evenwel opmerken dat deze verplichting slechts vereist wordt van de klant in geval de dienst verstrekt is door de exploitant van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt alsook voor het wassen van automobielen (z. nrs. 17 tot 20).
Verplichting tot voorlegging.
53. De rekening of het ontvangstbewijs moet, op ieder verzoek van de ambtenaren van de Administratie van de BTW, registratie en domeinen of van de ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen, zonder verplaatsing, ter inzage worden voorgelegd (z. nr. 34).
Verplichting tot het verstrekken van inlichtingen.
54. Bovendien is iedere persoon gehouden, op ieder verzoek van de ambtenaren bedoeld in nr. 53, mondeling of schriftelijk alle inlichtingen te verschaffen die hem gevraagd worden, teneinde de juiste heffing van de belasting in zijnen hoofde of in hoofde van derden na te gaan (Wetboek, art. 62, § 1).
Bewaringsverplichting.
55. In afwijking van artikel 60, § 1, van het BTW-Wetboek dienen de personen die in het bezit zijn van de rekening of het ontvangstbewijs als bedoeld in artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, dit stuk niet te bewaren voor zover zij de aan hen verstrekte handeling bestemmen voor hun privé-gebruik.
Sancties.
56. De klant die, op het ogenblik dat hij de inrichting verlaat, niet in het bezit is van de rekening of het ontvangstbewijs (z. nr. 51) wordt gesanctioneerd met een geldboete van 1.000 frank overeenkomstig artikel 70, § 4, van het Wetboek en het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993, eerste afdeling - algemene verplichtingen - XI, nr. 6, letter H).
57. Anderzijds wordt iedere overtreding van de voorleggingsplicht en de plicht tot het verstrekken van inlichtingen gesanctioneerd met een geldboete van 1.000 tot 100.000 frank (z. nr. 48).
Inwerkingtreding.
58. Deze aanschrijving treedt in werking op 1 april 1994. De nrs. 6 tot 26 en de bijlagen I tot III, IV (alleen het punt II) en V van de aanschrijving nr. 109/1972 en de aanschrijving nr. 21/1973 zijn opgeheven.
De voorheen genomen administratieve beslissingen, met betrekking tot het uitreiken van een rekening of een ontvangstbewijs hetzij door de exploitant van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt hetzij voor het wassen van auto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's, worden herroepen in de mate dat zij niet in overeenstemming zijn met de huidige aanschrijving.
Overgangsbepalingen.
59. Het niet-nakomen door de belastingplichtigen gehouden tot het uitreiken van rekeningen of ontvangstbewijzen van de nieuwe bepalingen die overeenkomstig artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 en deze aanschrijving van toepassing zijn vanaf 1 april 1994, zal slechts gesanctioneerd worden met ingang van 1 september 1994.
Namens de Minister :
De Directeur-generaal,
BIJLAGENJ. DECUYPER
BIJLAGE I
Zie documentatie : Artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.
BIJLAGE II en III :
rekeningen en ontvangstbewijzen (kopie verkrijgbaar op aanvraag)
Bron: FisconetPlus
