Aanschrijving nr. 6 dd. 27.04.1999
AANSCHRIJVING 99/006
Aanschrijving nr. 6 dd. 27.04.1999
BTW-Revue nr. 141, blz. 234
Deze aanschrijving vervangt de aanschrijving nr. 10 dd. 13.04.1994 die hetzelfde onderwerp behandelt.
Uitreiking van een rekening of een ontvangstbewijs
Inleiding.
1. In het Belgisch Staatsblad van 24 december 1998, tweede editie, werd het koninklijk besluit van 16 december 1998 gepubliceerd, dat onder meer artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, wijzigt.
Deze wijzigingen hebben meer bepaald betrekking op de regeling omtrent de rekeningen en ontvangstbewijzen.
Doel van de aanschrijving.
2. Deze aanschrijving vormt de synthese van de bepalingen met betrekking tot de verplichting inzake het uitreiken van rekeningen of ontvangstbewijzen, rekening houdend met bovengenoemde wijzigingen. Ze vervangt de aanschrijving nr. 10 van 13 april 1994 die hetzelfde onderwerp behandelt (1).
[(1) Z. BTW-Rev. 111/1131.]
HOOFDSTUK 1. PRINCIPE. VERGELIJKING MET DE FACTUUR.
3. Artikel 22, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 verplicht bepaalde belastingplichtigen (hotelhouders, restauranthouders en andere exploitanten van inrichtingen waar regelmatig maaltijden worden verbruikt, alsook de bedrijven die automobielen wassen) aan hun klanten rekeningen of ontvangstbewijzen uit te reiken op genummerde formulieren die worden vervaardigd door drukkers erkend door de Administratie.
4. Bedoelde rekening of ontvangstbewijs verschilt merkelijk van de factuur bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992. Inderdaad :
6. De uitreiking van de rekening of het ontvangstbewijs wijzigt derhalve niets aan de principes van de opeisbaarheid van de belasting : alzo wordt ten aanzien van de handelingen verricht met natuurlijke personen zonder uitreiking van facturen, de belasting opeisbaar naarmate van de incassering van de prijs (z. art. 17 van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992) - incassering die wordt aangetekend in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 15, § 4, van het genoemde koninklijk besluit nr. 1 -, en heeft het feit dat bij de voltooiing van de dienst een rekening wordt uitgereikt in dit verband geen invloed.
7. De aandacht wordt eveneens gevestigd op het feit dat de meeste handelingen waarvoor een rekening of een ontvangstbewijs moet worden uitgereikt, worden verricht met natuurlijke personen die deze handelingen bestemmen voor hun privé-gebruik, en waarvoor de uitreiking van een factuur niet verplicht is. Wanneer een handeling wordt verricht met een andere klant dan een natuurlijk persoon die de handeling bestemt voor zijn privé-gebruik en aan wie bijgevolg een factuur moet worden uitgereikt, mogen de beide documenten (de rekening of het ontvangstbewijs en de factuur) worden gecombineerd, dat wil zeggen dat de rekening of het ontvangstbewijs mag worden aangevuld met de gegevens die een factuur moet bevatten (z. nrs. 29 en 30). Voor het tijdstip waarop dit enig document moet worden uitgereikt, geldt de regel van de rekening of het ontvangstbewijs, d.w.z. het tijdstip waarop de dienst is voltooid (z. nrs 35 en 36).
HOOFDSTUK II : BELASTINGPLICHTIGEN GEHOUDEN TOT HET UITREIKEN VAN EEN REKENING OF EEN ONTVANGSTBEWIJS. ALGEMENE PRINCIPES.
AFDELING 1. VOORAFGAANDE OPMERKING.
8. De verplichting tot het uitreiken van rekeningen of ontvangstbewijzen wordt slechts opgelegd aan de personen die de hoedanigheid van belastingplichtige hebben. Deze verplichting geldt echter niet voor de handelingen die krachtens artikel 44 van het BTW-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld.
AFDELING 2. EXPLOITANTEN VAN EEN HOTELINRICHTING.
9. De verplichting geldt voor de exploitant van een hotelinrichting of, meer algemeen, voor de exploitant van een inrichting waar aan betalende gasten onderdak wordt verschaft (z. evenwel nr. 8; z. ook nr. 11, tweede lid).
AFDELING 3. EXPLOITANTEN VAN EEN INRICHTING WAAR REGELMATIG MAALTIJDEN WORDEN VERBRUIKT.
10. De exploitanten van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt moeten eveneens rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken (z. evenwel nrs. 18 en 19).
11. Voor de toepassing van nr. 10 hierboven, is bedoeld iedere inrichting, ongeacht haar benaming (restaurant, taverne, snack, pizzeria, feestzaal, café, cafetaria, verbruikssalon voor ijs of banketgebak, pannenkoekenrestaurant, frituur en andere verbruikssalons .... ), waar warme of koude maaltijden worden verbruikt, ongeacht hun aard (volledige maaltijden, lichte maaltijden, vegetarische maaltijden, kleine voorgerechten, ...) en ongeacht of die maaltijden bestaan uit één of meer schotels of gerechten. Er wordt bovendien geen onderscheid gemaakt of die maaltijden worden verstrekt door opdiening aan tafel of door het systeem van zelfbediening, of ze worden verbruikt aan een tafel, aan de toonbank of zelfs eenvoudigweg aan een aan de muur bevestigde plank of op een voor deze doeleinden door de exploitant ingerichte plaats in open lucht. Iedere inrichting die slechts maaltijden verstrekt ter gelegenheid van banketten wordt eveneens bedoeld.
De exploitant van een hotel-restaurant die eveneens maaltijden verstrekt aan personen die niet in zijn inrichting logeren, wordt voor deze handelingen beschouwd als een exploitant van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt.
12. Bovengenoemde bepalingen zijn evenwel niet van toepassing op de exploitanten van foorkramen die worden gebruikt tijdens kermissen (zelfs deze die een zekere tijd duren), markten, volksfeesten, sportwedstrijden, enz., met uitzondering van blijvende installaties (b.v. installaties in pretparken of op parkeerplaatsen langs autowegen).
De reglementering is evenmin van toepassing op de bedrijfsmesses.
AFDELING 4. WASSEN VAN AUTOMOBIELEN.
13. In principe moeten alle belastingplichtigen die automobielen wassen rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken. Er wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het gaat om gespecialiseerde bedrijven (car-wash, enz.) of om andere belastingplichtigen (garagehouders, exploitanten van parkings of van service-stations, enz.), of naargelang het wassen automatisch of met de hand gebeurt.
14. Er wordt evenwel aanvaard dat de garagehouders en de herstellers van voertuigen die slechts zeer bijkomstig automobielen wassen en daarvoor niet beschikken over gespecialiseerd materieel, geen genummerde rekeningen of ontvangstbewijzen die gedrukt zijn door erkende drukkers moeten uitreiken, op voorwaarde dat ze voor het wassen van die voertuigen, ongeacht de prijs, facturen uitreiken op het tijdstip waarop de dienst voltooid is. In een dergelijke situatie geldt voor wat betreft het tijdstip voor het uitreiken van facturen de regel die van toepassing is op de rekeningen en ontvangstbewijzen (z. nr. 35).
HOOFDSTUK III. HANDELINGEN WAARVOOR DE REKENING OF HET ONTVANGSTBEWIJS MOET WORDEN UITGEREIKT.
AFDELING 1. TOEPASSINGSGEBIED : DE DIENSTVERRICHTINGEN.
15. Het uitreiken van rekeningen of ontvangstbewijzen is enkel vereist bij de dienstverrichtingen zoals bedoeld in artikel 18 van het BTW-Wetboek. Deze verplichting is dus niet van toepassing op de leveringen van goederen beoogd in artikel 10 van dit Wetboek. Bijgevolg moet een rekening of een ontvangstbewijs niet worden uitgereikt wanneer de klant de maaltijd meeneemt voor verbruik buiten de inrichting van de exploitant.
AFDELING 2. DIENSTEN VAN DE EXPLOITANTEN VAN EEN HOTELINRICHTING.
16. De rekening of het ontvangstbewijs moet de diensten omvatten die door een persoon bedoeld in nr. 9 worden verstrekt : het betreft niet alleen het verschaffen van gemeubeld logies, maar ook het verstrekken van spijzen en dranken en de bijkomende diensten (telefoon, telefax, het wassen van linnen, terbeschikkingstellen van een radio- of televisietoestel en dergelijke, parking, plaatsbespreking in schouwburgen, inschrijvingen voor uitstappen, ... ) die met het verschaffen van logies gepaard gaan en die gewoonlijk in de globale afrekening worden begrepen.
AFDELING 3. DIENSTEN VAN DE EXPLOITANTEN VAN EEN INRICHTING WAAR REGELMATIG MAALTIJDEN WORDEN VERBRUIKT.
Onderafdeling 1. Algemene Malingen.
17. Iedere persoon bedoeld in de nrs. 10 en 11 is gehouden een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken voor elke handeling die hij verricht in zijn inrichting (binneninrichting of in open lucht) en die bestaat in het verschaffen van maaltijden en van daarbijhorende dranken om ter plaatse te worden verbruikt en die derhalve, voor de toepassing van de BTW-wetgeving, wordt aangemerkt als een dienstverrichting in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het BTW-Wetboek. Dit is met name het geval wanneer de spijzen en de daarbijhorende dranken aan de klant worden geserveerd in een tot dat doel ingericht vertrek of ruimte of zelfs wanneer de voorwerpen nodig voor het gebruik ter plaatse gewoon aan de klant worden ter beschikking gesteld (bestekken, borden, glazen, kopjes, enz.).
Gelet op wat voorafgaat moet elke persoon bedoeld in de nrs. 10 en 11, ongeacht of het gaat om het geheel of een deel van zijn activiteit, een rekening of een ontvangstbewijs uitreiken voor iedere maaltijd die hij verschaft. Evenzo bijvoorbeeld moet de caféhouder waar maaltijden worden verschaft, in principe, rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken voor alle door hem verstrekte maaltijden (z. evenwel nr. 18). Dit is in principe zelfs zo voor een frituur gevestigd langs de openbare weg of op een openbare plaats wanneer de klant effectief ter plaatse verbruikt en de exploitant in de nabijheid, bijvoorbeeld, tafels of banken heeft geplaatst (z. evenwel nr. 19).
Zijn evenwel niet bedoeld, de kleine voedingswaren waarvoor de exploitant geen bereiding of verwerking heeft verricht, en die in de regel als bijzaak worden verstrekt bij dranken (b.v. : chips, droge worsten, ansjovis, koekjes, wafels, chocolade, gekookte eieren, enz.).
In de gevallen waarin een traiteur maaltijden levert ten huize van zijn klant en ze aldaar aan zijn klant en diens genodigden opdient, moet evenmin een rekening of een ontvangstbewijs worden uitgereikt.
Onderafdeling 2. Uitzonderingen, onder voorwaarde.
18. De verplichting tot het uitreiken van een rekening of een ontvangstbewijs geldt bovendien niet voor de exploitant van een drankgelegenheid (café, taverne), snack-bar, tea-room, cafetaria, verbruikssalon voor ijs of banketgebak en andere verbruikssalons, die zich beperkt tot het verschaffen van "lichte" maaltijden die uitsluitend worden geserveerd met brood en die in de hiernavolgende lijst zijn vermeld :
Dit is eveneens het geval voor de belastingplichtige die in dezelfde inrichting zowel een in onderhavig nummer bedoelde zaak als een restaurant exploiteert (b.v. een café en een restaurant).
De belastingplichtige die in afzonderlijke inrichtingen enerzijds een restaurant en anderzijds een in dit nummer 18 bedoelde zaak exploiteert en die zich in laatstbedoelde inrichting beperkt tot het verstrekken van lichte maaltijden zoals hierboven beschreven, moet daarentegen geen rekening of ontvangstbewijs uitreiken voor deze laatste handelingen, maar blijft voor het restaurant uiteraard gehouden tot het uitreiken van deze documenten.
19. De Administratie staat bovendien toe dat de exploitant van een frituur geen rekeningen of ontvangstbewijzen dient uit te reiken in de gevallen voorzien in artikel 22, § 1, 2°, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1, indien zijn exploitatie tegelijkertijd aan de volgende drie voorwaarden voldoet :
1° de exploitant beperkt zich tot het verstrekken van gerechten en voedingswaren per categorie opgenomen in de hierna volgende lijst die gebruikelijk worden verstrekt of verkocht in de frituursector, al dan niet geserveerd met brood of drank :
3° de inrichting (zowel binnen als buiten) die de exploitant ter beschikking van zijn cliënteel stelt is op een zodanige wijze uitgerust of ontworpen dat ze aan maximum zestien personen de mogelijkheid biedt om tegelijkertijd de onder l°, eerste lid van dit nummer bedoelde spijzen die door de exploitant worden verstrekt, te verbruiken in de inrichting. De omstandigheid dat deze personen hun maaltijd verbruiken rechtstaand of zittend, aan een tafel, aan de toonbank of eenvoudigweg aan een aan de muur bevestigde plank, binnen in de inrichting of in open lucht, is daarbij van geen belang.
De belastingplichtige die meerdere inrichtingen zoals bedoeld in het huidige nummer uitbaat, moet elke inrichting individueel beschouwen om na te gaan of de eerste twee in het voorgaande lid genoemde voorwaarden beiden vervuld zijn. Daarentegen slaat de beperking die wordt opgelegd in de derde voorwaarde op het geheel van de inrichtingen die reeds aan de eerste en de tweede voorwaarde voldoen (indien bijvoorbeeld de exploitant van twee inrichtingen tegelijkertijd in de ene inrichting aan tien personen en in de andere inrichting aan twaalf personen de mogelijkheid kan bieden om hun maaltijd in de inrichting te verbruiken, zijn beide inrichtingen uitgesloten van het voordeel van de huidige uitzondering).
De exploitant van een frituur die aan zijn klanten met het oog op verbruik ter plaatse voedingswaren verschaft die niet zijn vermeld in de onder l°, eerste lid, van onderhavig nummer beoogde lijst, moet een rekening of een ontvangstbewijs uitreiken voor alle door hem verstrekte maaltijden met inbegrip van deze die in hogergenoemde lijst voorkomen. De door de exploitant van een frituur verrichte leveringen van voedingswaren die niet zijn beoogd in de betrokken lijst en die uitsluitend zijn bestemd om door de klant te worden meegenomen buiten de inrichting van die exploitant vormen geen enkel beletsel voor het vervullen van de eerste voorwaarde gelet op het feit dat ieder verbruik ter plaatse van deze goederen wordt uitgesloten.
Anderzijds moet de exploitant van een frituur die aan zijn klanten in dezelfde inrichting tegelijkertijd spijzen bedoeld onder l°, eerste lid van dit nummer en zogenaamde "lichte" maaltijden in de zin van nr. 18 aanbiedt die ter plaatse worden verbruikt (behalve kroketten, vol-au-vent, satés, hamburgers, hot-dogs, hardgekookte eieren), voor alle maaltijden de voorgeschreven rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken. Bovendien dient de exploitant van een frituur die in dezelfde inrichting tegelijkertijd een frituur die voldoet aan de drie voorwaarden van het eerste lid van onderhavig nr. 19 en een restaurant uitbaat, een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken voor alle maaltijden die hij verstrekt (verg. met nr. 18, derde lid).
20. De rekening of het ontvangstbewijs moet de totale prijs (dienst en BTW inbegrepen) vermelden van al de schotels waaruit de maaltijd bestaat (daaronder begrepen in voorkomend geval de soep en het nagerecht), alsmede van de dranken die worden verbruikt bij die maaltijd (daaronder eventueel begrepen het aperitief, de koffie, enz.).
Er bestaan evenwel inrichtingen waar het de gewoonte is dat bepaalde dranken (aperitief, koffie, enz.) worden verbruikt op een andere plaats in de inrichting dan deze waar de maaltijden worden verschaft. Voor zover die plaats eveneens toegankelijk is voor personen die geen maaltijd nemen en voor zover in een dergelijk geval die dranken worden verrekend op de plaats waar ze worden verbruikt, moeten de exploitanten de prijs van die dranken niet vermelden op de rekening of het ontvangstbewijs dat ze uitreiken voor de maaltijd; ze moeten evenmin voor die dranken een afzonderlijke rekening of een afzonderlijk ontvangstbewijs uitreiken.
Tenslotte is het nuttig aan te stippen dat de omstandigheid dat een belastingplichtige al dan niet gehouden is rekeningen of ontvangstbewijzen uit te reiken geen enkele invloed heeft op de toepasselijke regels inzake BTW-tarieven.
AFDELING 4. WASSEN VAN PERSONENAUTO'S, AUTO'S VOOR DUBBEL GEBRUIK, MINIBUSSEN EN KAMPEERAUTO'S.
21. Onder voorbehoud van de ontheffing bedoeld in nr. 14 moet steeds een rekening of ontvangstbewijs worden uitgereikt voor het wassen van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's dat als een dienstverrichting bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, l°, van het BTW-Wetboek wordt beschouwd. Deze verplichting geldt derhalve niet voor het wassen van vrachtwagens, bestelwagens, kampeeraanhangwagens (caravans, camping-car) en motorrijwielen. Genoemde verplichting geldt evenmin voor het louter terbeschikkingstellen van materiaal (b.v. hogedrukreiniger, waterpistool, wasborstel) aan de klant om hem toe te laten zelf een voertuig te wassen.
HOOFDSTUK IV. VERVAARDIGING VAN REKENINGEN OF ONTVANGSTBEWIJZEN DOOR EEN ERKENDE DRUKKER.
22. De rekeningen of ontvangstbewijzen moeten op kosten van de belastingplichtige die ze zal gebruiken, worden vervaardigd door een drukker erkend door de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen (z. hierna nrs. 23 tot 25).
AFDELING 1. ERKENNING VAN DE DRUKKERS.
23. De drukkers die wensen te worden erkend voor het drukken van rekeningen of ontvangstbewijzen, moeten een verzoekschrift indienen bij de Centrale Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, 8ste dienst, 26ste directie B, R.A.C. Financietoren, Kruidtuinlaan 50, bus 39 te 1010 Brussel.
24. Ze moeten een borg stellen van 100.000 BEF (2.478,94 EUR) en de verplichting aangaan iedere levering van documenten ter kennis te brengen van de eerstaanwezend inspecteur, hoofd van het controlekantoor van de BTW van het ambtsgebied waaronder de belastingplichtige op wiens naam de documenten werden gedrukt, ressorteert. Iedere mededeling aan de eerstaanwezend inspecteur van de BTW vermeldt de naam en het adres van de belastingplichtige die de documenten zal gebruiken, zijn BTW-identificatienummer, de volgnummers en de druknummers van de geleverde documenten en de leveringsdatum van de gedrukte documenten. Bij die mededeling wordt een specimen van het stuk gevoegd.
25. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de drukker die werkelijk de documenten drukt moet erkend zijn en dat de naam van die drukker op de documenten moet voorkomen; de omstandigheid dat de belastingplichtige die de documenten zal gebruiken zelf niet rechtstreeks met deze drukker een contract zou hebben gesloten en dat deze laatste bijgevolg zou hebben gefactureerd aan een derde (een andere drukker, een papierhandelaar of, meer algemeen, elke tussenpersoon), verandert niets aan die voorschriften.
AFDELING 2. MATERIELE VOORSTELLING VAN DE DOCUMENTEN EN VERPLICHTE VERMELDINGEN AAN TE BRENGEN DOOR DE ERKENDE DRUKKER.
A. Vermeldingen die op de formulieren moeten worden gedrukt.
26. De rekeningen of ontvangstbewijzen moeten de nagenoemde gegevens bevatten, die er op voorhand door een erkende drukker moeten worden opgedrukt (z. art. 22, § 2, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992) :
a) de naam en de voornaam of, voor een rechtspersoon, de
maatschappelijke benaming, alsmede het adres van de
belastingplichtige die gehouden is de stukken uit te reiken;
b) het BTW-identificatienummer van deze belastingplichtige;
c) een kader waarvan de afmetingen niet kleiner mogen zijn dan 6 cm
bij 3 cm en waarin moeten worden gedrukt :
ontvangstbewijs (z. eveneens nr. 30).
27. De rekening of het ontvangstbewijs moet altijd de nodige plaatsruimte bevatten voor het aanbrengen, op het tijdstip waarop het stuk wordt gebruikt, van de datum van de handeling, van het door de klant verschuldigde of betaalde bedrag, BTW inbegrepen, en van het aantal verbruikte maaltijden voor wat betreft het verschaffen van maaltijden en dranken verbruikt tijdens deze maaltijden, verricht door belastingplichtigen bedoeld in nr. 10.
De vermeldingen "datum", "bedrag" (BTW inbegrepen), en "aantal maaltijden" mogen maar moeten niet worden voorgedrukt door de erkende drukker; het volstaat dat voldoende ruimte wordt voorzien op de documenten, opdat de exploitant van de inrichting deze vermeldingen zou kunnen aanbrengen.
28. Bovendien, voor wat het door de klant verschuldigde of betaalde bedrag betreft, heeft de erkende drukker vanaf 1 januari 1999 tot in principe 31 december 2001 de mogelijkheid om op vraag van de belastingplichtige die de documenten zal gebruiken, de vermelding (bij voorkeur de isostandaardcode) van hetzij één munteenheid (ofwel "BEF", ofwel "EUR"), hetzij beide munteenheden ("BEF", "EUR") voor te drukken (z. bijlagen II tot V).
B. Materiële voorstelling van de documenten.
29. Onder voorbehoud van hetgeen is gezegd in de nrs. 26 tot 28 hierboven, is de opmaak van die documenten niet gereglementeerd, zodat de exploitanten daar vrij kunnen over beslissen. Het volstaat bijgevolg dat die documenten enkel de hierboven bedoelde gegevens bevatten, maar ze mogen ook worden gecombineerd, bijvoorbeeld met de traditionele hotel- of restaurantrekening, zodat ze het detail van de verstrekte diensten en bepaalde teksten of tekeningen met publicitaire doeleinden bevatten. Ze mogen eveneens worden opgemaakt in de vorm van een werkelijke factuur (met vermelding van de klant). Aan deze aanschrijving zijn modellen als voorbeeld gehecht (z. bijlagen II, III, IV en V).
30. Anderzijds moeten deze documenten worden opgemaakt in twee exemplaren derwijze dat de inschrijvingen op het origineel rechtstreeks worden overgebracht op het dubbel door middel van een carbonpapier, van een product op de keerzijde van het origineel of door een ander procédé. Het dubbel moet de vermelding "kopie" dragen. De documenten mogen worden samengevoegd in boekjes; ze mogen ook op losse bladen worden opgemaakt.
HOOFDSTUK V. OPMAAK EN UITREIKING VAN DE REKENING OF HET ONTVANGSTBEWIJS DOOR DE BELASTNGPLICHTIGE.
AFDELING 1. VERPLICHTE VERMELDINGEN OP HET MOMENT VAN HET GEBRUIK VAN HET DOCUMENT DOOR DE BELASTINGPLICHTIGE.
31. De belastingplichtige beoogd in de nrs. 8 tot 15 dient bij de opmaak van de rekening of het ontvangstbewijs dat van te voren door een erkend drukker (z. nrs. 22 tot 30) werd aangemaakt, op het betreffende document de volgende vermeldingen aan te brengen (z. art. 22, § 2, eerste lid, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992) :
32. De belastingplichtige beoogd door de verplichting tot het uitreiken van een rekening of ontvangstbewijs moet daarenboven bij het uitdrukken van het betreffende bedrag, op het document dat hij aan zijn klant uitreikt, duidelijk de gebruikte munteenheid of munteenheden aanduiden, behalve wanneer de erkende drukker deze vermelding(en) reeds van te voren heeft gedrukt (z. nr. 28). Het is in dit opzicht aangewezen de met de gebruikte munteenheid overeenstemmende isostandaardcode "BEF" of "EUR" te vermelden.
De bepalingen met betrekking tot de gebruikte munteenheid voor het uitdrukken van het door de klant verschuldigde of betaalde bedrag en de toepasselijke omrekeningsregels naar aanleiding van de invoering van de euro worden uiteengezet in nr. 33 hierna.
AFDELING 2. KEUZEMOGELIJKHEID OM HET DOOR DE KLANT VERSCHULDIGDE OF BETAALDE BEDRAG UIT TE DRUKKEN IN BELGISCHE FRANK EN/OF IN EURO.
33. Wegens de overgang naar de euro vanaf 1 januari 1999, dat tevens de aanvangsdatum is van de derde fase van de Economische en Monetaire Unie, en gedurende deze hele overgangsperiode die in principe eindigt op 31 december 2001, hebben de in de huidige aanschrijving beoogde exploitanten de mogelijkheid om op de rekeningen of ontvangstbewijzen die ze aan hun klanten uitreiken het door de klant verschuldigde of betaalde bedrag, inclusief de belasting over de toegevoegde waarde, hetzij in één munteenheid (ofwel Belgische frank, ofwel euro), hetzij in de beide munteenheden (Belgische frank en euro) uit te drukken. In dit laatste geval is het voldoende dat het bovengenoemde bedrag wordt omgerekend in de andere munteenheid volgens de regels die zijn vastgelegd in de verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997, op basis van de op 31 december 1998 onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de Euro en de Belgische frank.
In de gevallen waarin de belastingplichtige een factuur uitreikt en hij de rekening of het ontvangstbewijs daartoe aanvult met de gegevens die een factuur moet bevatten (z. nr. 7), heeft de belastingplichtige eveneens de mogelijkheid de bedragen hetzij in één munteenheid, hetzij in de beide munteenheden te vermelden. Terzake dienen de in de aanschrijving nr. 4 van 12 maart 1999 uiteengezette regels strikt te worden nageleefd. Een voorbeeld van een in beide munteenheden opgemaakte factuur is opgenomen in bijlage V.
Voorbeelden
1.000 BEF/40,3399 = 24,789 EUR afgerond op 24,79 EUR. 1.500 BEF/40,3399 = 37,184 EUR afgerond op 37,18 EUR.
Voorbeelden :
24,79 EUR x 40,3399 = 1.000,02 BEF afgerond op 1.000 BEF. 37,18 EUR x 40,3399 = 1.499,83 BEF afgerond op 1.500 BEF.
AFDELING 3. WIJZE WAAROP HET DOCUMENT DIENT TE WORDEN OPGEMAAKT.
34. De belastingplichtige moet de rekeningen of ontvangstbewijzen in tweevoud op een zodanige wijze opmaken dat de inschrijvingen op het origineel tegelijkertijd door middel van carbonpapier of van een laag carbon op de keerzijde van het origineel of door enig ander procédé worden overgebracht op het exemplaar dat het dubbel uitmaakt (z. art. 22, § 3, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992). Het dubbel moet de vermelding "kopie" dragen (z. ook nr. 30).
AFDELING 4. TIJDSTIP WAAROP DE DOCUMENTEN MOETEN WORDEN UITGEREIKT.
A. Principe.
35. De rekening of het ontvangstbewijs moet worden uitgereikt aan de klant op het tijdstip waarop de dienst voltooid is (z. art. 22, § 4, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992), dat wil zeggen :
De rekening moet eveneens onmiddellijk aan de klant worden overhandigd indien de prijs van de handeling reeds op voorhand is betaald bij de onderschrijving van een abonnement. In dit laatste geval wordt als prijs van de handeling vermeld het gedeelte van het abonnementsgeld dat betrekking heeft op de verstrekte prestatie.
37. Zoals reeds werd gezegd in nr. 6, heeft de verplichting om de rekening of het ontvangstbewijs uit te reiken bij de voltooiing van de dienst geen enkele invloed op het tijdstip van de opeisbaarheid van de belasting.
38. Ingeval bijvoorbeeld een hotel- of restauranthouder verschillende klanten bedient en één van hen de volledige uitgave bekostigt, moet slechts één document worden gebruikt. Dit document moet het aantal verbruikte maaltijden vermelden (z. nrs. 27 en 31).
B. Bijzonder geval.
Klanten die niet betrokken zijn bij de afrekening van de kosten van hun verblijf of van de maaltijden die ze hebben verbruikt.
39. In bepaalde gevallen moet de exploitant van een hotelinrichting of van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt op verzoek van een persoon, zijn diensten verstrekken aan klanten die niet betrokken zijn bij de afrekening van de kosten van hun verblijf en/of van de maaltijden; dat komt voor wanneer reizigers door bemiddeling van een reisbureau maaltijden nemen in een restaurant of wanneer een onderneming aan haar bezoekers logies aanbiedt in een hotel. In die gevallen wordt het origineel van de rekening, die onmiddellijk moet worden opgemaakt, niet overhandigd aan de genoemde klant, doch het wordt gericht aan degene die de gemaakte kosten draagt; op het dubbel van de rekening wordt onmiddellijk een verklarende nota aangebracht.
HOOFDSTUK VI. ANDERE VERPLICHTINGEN VAN DE ONDERNEMINGEN.
AFDELING 1. RANGSCHIKKEN VAN DE DUBBELS.
40. De belastingplichtige moet de dubbels van de rekeningen en ontvangstbewijzen die hij aan zijn klanten uitreikt, rangschikken volgens de datum ervan (z. art. 22, § 6, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992). Indien nochtans de documenten samengevoegd zijn in boekjes waarin de dubbels vastgehecht blijven en verschillende boekjes gelijktijdig worden gebruikt (b.v. boekjes gebruikt door verscheidene personeelsleden of bestemd voor diverse gebruiksplaatsen) worden de boekjes met de dubbels gerangschikt volgens de datum van de laatste inschrijvingen.
AFDELING 2. DAGELIJKSE AANTEKENING.
41. De nummers van de rekeningen of van de ontvangstbewijzen die werden gebruikt in de loop van de dag moeten dagelijks worden aangetekend in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 14, § 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, na de inschrijving van de ontvangsten waarvoor de belastingplichtige gebruik heeft gemaakt van de ontheffing van de factureringsplicht (art. 22, § 5, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992). Indien verschillende reeksen rekeningen of ontvangstbewijzen gelijktijdig worden gebruikt (z. voorbeeld vermeld in nr. 40), moeten de nummers van iedere reeks worden aangetekend.
42. Er bestaat geen bezwaar tegen dat een bijzonder register onderscheiden van het dagboek van ontvangsten maar dat evenwel aan dezelfde vereisten als dit boek voldoet wordt gebruikt voor de dagelijkse inschrijving van de nummers van de gebruikte rekeningen of ontvangstbewijzen.
43. Er wordt opgemerkt dat de globale ontvangsten die worden ingeschreven in het dagboek van ontvangsten niet noodzakelijk dag na dag moeten overeenstemmen met het totale bedrag van de gebruikte rekeningen of ontvangstbewijzen; inderdaad het kan voorkomen dat voor bepaalde handelingen geen rekening of ontvangstbewijs moest worden uitgereikt (z. nr. 20), of dat bepaalde handelingen waarvoor een rekening werd uitgereikt, nog niet betaald werden of zullen worden opgenomen in een werkelijke factuur. De belastingplichtige moet uiteraard deze verschillen kunnen verantwoorden.
AFDELING 3. BEWARING EN VOORLEGGING.
44. Krachtens artikel 61, § 1, van het BTW-Wetboek, moet de belastingplichtige, op ieder verzoek van de ambtenaren van de Administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, alsook bij toepassing van artikel 63bis van hetzelfde Wetboek en artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 11 van 29 december 1992, op ieder verzoek van de ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen, de dubbels van de stukken die hij aan de klanten heeft uitgereikt, alsmede de stukken die hij heeft laten drukken en die hij nog niet heeft gebruikt, zonder verplaatsing ter inzage voorleggen. Hij moet eveneens kunnen aantonen welke bestemming hij heeft gegeven aan de stukken die hij van de drukker heeft ontvangen (z. art. 22, § 7, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992).
45. Bovendien moeten de dubbels van de aan de klanten overhandigde rekeningen of ontvangstbewijzen worden bewaard gedurende 10 jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar dat volgt op hun datum (Wetboek, art. 60). Wanneer deze dubbels vastgehecht blijven in een boekje, dient dit laatste te worden bewaard gedurende 10 jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar volgend op de datum van het laatste document in het boekje.
AFDELING 4. VERNIETIGING VAN DE STUKKEN.
46. Niet gebruikte rekeningen of ontvangstbewijzen mogen enkel worden vernietigd in aanwezigheid van een ambtenaar van het BTW-controlekantoor waaronder de onderneming ressorteert die de stukken vernietigt.
47. Indien de stukken worden vernietigd door een erkende drukker die aan het BTW-controlekantoor waaronder zijn klant ressorteert reeds heeft laten weten dat stukken werden gedrukt op naam van die klant, moet de vernietiging van de stukken geschieden in aanwezigheid van een ambtenaar van het BTW-controlekantoor waaronder de drukker ressorteert (b.v. ingeval de klant de documenten terugstuurt naar zijn drukker).
48. Elke vernietiging wordt vastgesteld in een proces-verbaal opgesteld door een ambtenaar van het BTW-controlekantoor waaronder, naargelang van het geval, de onderneming of de drukker ressorteert. De ambtenaar overhandigt een kopie van het proces-verbaal aan de betreffende exploitant die gehouden is het document te bewaren gedurende 10 jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar volgend op de datum van het document.
HOOFDSTUK VII. KASREGISTERS.
AFDELING 1. PRINCIPE.
49. Op grond van artikel 22, § 9, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, kan door of vanwege de Minister van Financiën onder de door of namens hem te stellen voorwaarden, vergunning worden verleend om de rekeningen of ontvangstbewijzen te vervangen hetzij door bons van kasregisters, hetzij door een procédé dat gebruik maakt van informaticatechnieken.
AFDELING 2. BEGRIP "KASREGISTER".
50. Het kasregister wordt gekenmerkt door :
a) het registreren van iedere handeling, volgens een ononderbroken reeks nummers, op een papieren controleband, met aanduiding van het door de klant verschuldigde bedrag;
b) het gelijktijdig drukken van een kassabon voor de klant en de papieren controleband, waarbij de bedoelde kassabon de vermelding van de datum, het volgnummer toegekend aan de handeling en alle andere gegevens die op de controleband voorkomen bevat.
Met betrekking tot het registreren van de gegevens van de handelingen dient te worden opgemerkt dat het gelijktijdig op papier drukken van de controleband van het kasregister en van de voor de klant bestemde kassabon momenteel de enige toegelaten methode is; bijgevolg mag deze methode niet worden vervangen door een andere methode die toelaat de gegevens uitsluitend te bewaren op informaticadragers zoals de harde schijf, diskette of CD WORM.
51. Dankzij het telwerk van het kasregister kan op het einde van bepaalde periodes (in principe dagelijks) het totale bedrag van de handelingen worden verkregen; bepaalde types machines die uitgerust zijn met een of meer hulptoestellen kunnen bovendien andere gegevens van statistische aard (uitsplitsing per afdeling, per verkoper, per BTW-tarief, enz.) verstrekken.
AFDELING 3. VOORWAARDEN WAARAAN MOET VOLDAAN ZIJN OM DE REKENINGEN OF ONTVANGSTBEWIJZEN TE MOGEN VERVANGEN DOOR BONS VAN KASREGISTERS.
52. Om de rekeningen of ontvangstbewijzen te mogen vervangen door bons van kasregisters, moet de in de nrs. 8 tot 15 beoogde belastingplichtige aan de volgende voorwaarden voldoen :
a) hij moet schriftelijk een aanvraag om vergunning indienen bij het hoofd van het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert. Deze aanvraag moet op een nauwkeurige wijze de volgende elementen vermelden : het merk, het model, het fabricagenummer en de letter of het identificatienummer dat hij toekent aan het of de kasregister(s) dat (die) hij gebruikt, alsmede het lokaal waar het (ze) staat (staan); de aanvrager preciseert bovendien dat het kasregister dat het voorwerp uitmaakt van zijn vraag beantwoordt aan het kenmerk van het "gelijktijdig afdrukken" zoals omschreven in nr. 50 hierboven. Het hoofd van het BTW-controlekantoor reikt de vergunning uit binnen de termijn van één maand te rekenen van de datum van ontvangst van de aanvraag indien deze aanvraag volledig is en alle voorwaarden zijn vervuld. Indien de vergunning wordt geweigerd, verstuurt hij binnen dezelfde termijn een met redenen omklede beslissing naar de aanvrager;
b) de kassabons moeten aan de klanten worden uitgereikt en ter hunner beschikking worden gelaten wanneer ze de inrichting verlaten. Zij moeten de volgende gegevens vermelden :
d) de belastingplichtige moet in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 14, § 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, of in een bijzonder register (zie nr. 42), dag na dag de nummers aantekenen die werden toegekend aan de handelingen van die dag, eventueel voor elk kasregister afzonderlijk;
e) hij moet de controlebanden van de kasregisters bewaren na op de buitenzijde de datum van de handelingen en eventueel het nummer van het kasregister te hebben aangetekend; hij moet ze rangschikken per datum en per kasregister indien hij meerdere kasregisters gebruikt.
53. Het spreekt voor zich dat hier noch het uitsluitend "numeriek" kasregister, noch de eenvoudige rekenmachine waarbij een deel van de controleband wordt afgescheurd om aan de klant te worden overhandigd, wordt bedoeld.
AFDELING 4. SANCTIES BIJ HET NIET NALEVEN VAN DE VOORWAARDEN.
54. Een administratieve geldboete is verschuldigd wanneer de exploitant ter vervanging van rekeningen of ontvangstbewijzen gebruik maakt van een niet toegelaten procedure of van een kasregister dat niet voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in de nrs. 50 tot 52 hierboven, of ingeval van misbruik van de aan hem verleende vergunning. Het bedrag van deze boete is vastgesteld op 50.000 BEF (1.239,47 EUR) en is opgenomen in de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993, onder de rubriek XI, nr. 6, letter G, van de eerste afdeling - Algemene verplichtingen (z. nr. 58 hierna).
AFDELING 5. INTREKKING VAN DE VERGUNNING.
55. De vergunning om rekeningen of ontvangstbewijzen te vervangen door bons van kasregisters is steeds herroepbaar; ze zal onmiddellijk worden ingetrokken wanneer misbruik of poging tot misbruik wordt vastgesteld.
AFDELING 6. OVEREENSTEMMING MET HET DAGBOEK VAN ONTVANGSTEN.
56. Er dient te worden opgemerkt dat het dagelijks totaalbedrag van de controleband van het kasregister kan verschillen van het dagelijks totaalbedrag van de in het dagboek van ontvangsten op te nemen handelingen. Dit is het geval wanneer voor bepaalde handelingen de prijs niet onmiddellijk wordt ontvangen of wanneer een factuur zal worden uitgereikt. Deze verschillen moeten in ieder geval door de belastingplichtige kunnen worden verantwoord.
AFDELING 7. OPMERKING.
57. De Administratie behoudt zich het recht om op elk moment de voorwaarden voor het toekennen van de vergunning geheel of gedeeltelijk te wijzigen en of bijkomende voorwaarden te eisen.
HOOFDSTUK VIII. SANCTIES.
58. Iedere overtreding van de bepalingen van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 begaan door de belastingplichtige bedoeld in de nrs. 8 tot 15, wordt gesanctioneerd met een geldboete van 1.000 BEF (24,79 EUR) tot 100.000 BEF (2.478,94 EUR) per overtreding (Wetboek, art. 70, § 4). Het bedrag van deze boete is vastgesteld door het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 (z. eerste afdeling - Algemene verplichtingen - XI, nr. 6, letters A tot G). Bovendien wordt iedere overtreding van de voorleggingsplicht bedoeld in artikel 61, § 1, van het Wetboek (z. nr. 44), eveneens gesanctioneerd met een geldboete van 1.000 BEF (24,79 EUR) tot 100.000 BEF (2.478,94 EUR) per overtreding (Wetboek, art. 70, § 4 en kon. besl. nr. 44 van 21 oktober 1993, eerste afdeling - Algemene verplichtingen XVI).
59. Bovendien kunnen strafrechtelijke sancties worden opgelegd door de rechtbank wanneer de overtreding met bedrieglijk opzet werd begaan (Wetboek, art. 73).
Opheffingsbepaling en inwerkingtreding
60. Deze aanschrijving treedt in werking op 1 april 1999. De aanschrijving nr. 10/1994 wordt met ingang van dezelfde datum opgeheven.
De voorheen genomen administratieve beslissingen met betrekking tot het uitreiken van een rekening of een ontvangstbewijs hetzij door een hotelhouder, hetzij door de exploitant van een restaurant, hetzij voor het wassen van auto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's, worden van rechtswege met ingang van 1 april 1999 herroepen, in de mate dat zij niet in overeenstemming zijn met de huidige aanschrijving.
Artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.
§ 1. De belastingplichtige is gehouden aan zijn klant een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken voor de volgende handelingen :
l° het verschaffen van gemeubeld logies dat al dan niet gepaard gaat met het verschaffen van spijzen en dranken met bijkomstige diensten, door de exploitant van een hotelinrichting of, meer algemeen, door al wie een inrichting drijft waar aan betalende gasten onderdak wordt verschaft;
2° het verschaffen van maaltijden en van dranken die bij die maaltijden worden verbruikt, door de exploitant van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt;
3° het wassen van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's.
§ 2. De rekening of het ontvangstbewijs moet onder meer de volgende vermeldingen bevatten : de datum en het bedrag, belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen, verschuldigd of betaald door de klant. Voor de handelingen bedoeld in § 1, 2°, moet de rekening of het ontvangstbewijs eveneens het aantal verbruikte maaltijden vermelden.
Dit stuk wordt in tweevoud opgemaakt op formulieren die de belastingplichtige op zijn kosten moet laten drukken door een door of vanwege de Minister van Financiën erkende drukker en waarop de naam of de maatschappelijke benaming en het adres van de belastingplichtige moeten voorkomen, alsook zijn BTW-identificatienummer bedoeld in artikel 50 van het Wetboek.
De formulieren worden genummerd per reeksen van 00.001 tot 99.999. Iedere reeks wordt aangeduid door één of meer letters van het alfabet.
Op ieder exemplaar van de rekening of het ontvangstbewijs moeten, in een kader, de volgende gedrukte vermeldingen voorkomen "Belasting over de toegevoegde waarde" en, naargelang het geval, "Rekening" of "Ontvangstbewijs", alsook een waarmerk, het volgnummer van het stuk, de naam of de maatschappelijke benaming van de drukker en ieder ander gegeven door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen.
§ 3. De inschrijvingen op het origineel van de rekening of van het ontvangstbewijs dat aan de klant wordt overhandigd, moeten tegelijkertijd door middel van carbonpapier of van een laag carbon op de keerzijde van het origineel of door enig ander procédé worden overgebracht op het exemplaar dat als dubbel moet dienen.
§ 4. De rekening of het ontvangstbewijs wordt uitgereikt op het tijdstip waarop de dienst voltooid is.
§ 5. De nummers van de rekeningen of van de ontvangstbewijzen die in de loop van de dag werden gebruikt, worden dagelijks aangetekend in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 14, § 2, 3°.
§ 6. De dubbels van de rekeningen of van de ontvangstbewijzen die aan de klanten werden uitgereikt, moeten worden gerangschikt volgens de datum ervan.
§ 7. De belastingplichtige moet, op ieder verzoek van de ambtenaren van de Administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar hoede heeft, de dubbels van de stukken die hij aan de klanten heeft uitgereikt, alsook de stukken die hij heeft laten drukken maar nog niet heeft gebruikt, ter inzage voorleggen. Hij moet eveneens kunnen aantonen welke bestemming hij heeft gegeven aan de stukken die hij van de drukker heeft ontvangen.
§ 8. De vorm en de kleur van het waarmerk dat moet worden gedrukt op de in § 1 bedoelde rekeningen of ontvangstbewijzen worden bepaald door of vanwege de Minister van Financiën. Door of namens hem worden ook de verplichtingen van de erkende drukkers bepaald om die formulieren te drukken.
§ 9. Door of vanwege de Minister van Financiën kan, onder de door of namens hem te stellen voorwaarden, vergunning worden verleend om de rekeningen of de ontvangstbewijzen te vervangen door bons van kasregisters of door een procédé dat gebruik maakt van informaticatechnieken.
Aanschrijving nr. 6 dd. 27.04.1999
BTW-Revue nr. 141, blz. 234
Deze aanschrijving vervangt de aanschrijving nr. 10 dd. 13.04.1994 die hetzelfde onderwerp behandelt.
Uitreiking van een rekening of een ontvangstbewijs
Inleiding.
1. In het Belgisch Staatsblad van 24 december 1998, tweede editie, werd het koninklijk besluit van 16 december 1998 gepubliceerd, dat onder meer artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde, wijzigt.
Deze wijzigingen hebben meer bepaald betrekking op de regeling omtrent de rekeningen en ontvangstbewijzen.
Doel van de aanschrijving.
2. Deze aanschrijving vormt de synthese van de bepalingen met betrekking tot de verplichting inzake het uitreiken van rekeningen of ontvangstbewijzen, rekening houdend met bovengenoemde wijzigingen. Ze vervangt de aanschrijving nr. 10 van 13 april 1994 die hetzelfde onderwerp behandelt (1).
[(1) Z. BTW-Rev. 111/1131.]
HOOFDSTUK 1. PRINCIPE. VERGELIJKING MET DE FACTUUR.
3. Artikel 22, § 1, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 verplicht bepaalde belastingplichtigen (hotelhouders, restauranthouders en andere exploitanten van inrichtingen waar regelmatig maaltijden worden verbruikt, alsook de bedrijven die automobielen wassen) aan hun klanten rekeningen of ontvangstbewijzen uit te reiken op genummerde formulieren die worden vervaardigd door drukkers erkend door de Administratie.
4. Bedoelde rekening of ontvangstbewijs verschilt merkelijk van de factuur bedoeld in artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992. Inderdaad :
- de factuur moet meer gegevens bevatten (z. art. 5 van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992) dan de rekening of het ontvangstbewijs;
- voor de uitreiking van de factuur wordt een termijn toegestaan (z. art. 4 van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992), terwijl de rekening of het ontvangstbewijs moet worden uitgereikt op het tijdstip waarop de dienst voltooid is (z. nrs. 35 tot 38);
- de factuur moet worden ingeschreven in het boek voor uitgaande facturen (z. art. 14, § 2, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992); dat geldt niet voor de rekening of het ontvangstbewijs. Laatstbedoelde stukken moeten evenwel het voorwerp uitmaken van een bijzondere aantekening (z. nrs. 41 tot 43);
- anderzijds mogen de facturen vrij worden gedrukt, terwijl de rekeningen of ontvangstbewijzen moeten gedrukt worden door drukkers erkend door de Administratie en aan bepaalde vormvoorschriften moeten voldoen (z. nrs. 22 tot 30).
6. De uitreiking van de rekening of het ontvangstbewijs wijzigt derhalve niets aan de principes van de opeisbaarheid van de belasting : alzo wordt ten aanzien van de handelingen verricht met natuurlijke personen zonder uitreiking van facturen, de belasting opeisbaar naarmate van de incassering van de prijs (z. art. 17 van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992) - incassering die wordt aangetekend in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 15, § 4, van het genoemde koninklijk besluit nr. 1 -, en heeft het feit dat bij de voltooiing van de dienst een rekening wordt uitgereikt in dit verband geen invloed.
7. De aandacht wordt eveneens gevestigd op het feit dat de meeste handelingen waarvoor een rekening of een ontvangstbewijs moet worden uitgereikt, worden verricht met natuurlijke personen die deze handelingen bestemmen voor hun privé-gebruik, en waarvoor de uitreiking van een factuur niet verplicht is. Wanneer een handeling wordt verricht met een andere klant dan een natuurlijk persoon die de handeling bestemt voor zijn privé-gebruik en aan wie bijgevolg een factuur moet worden uitgereikt, mogen de beide documenten (de rekening of het ontvangstbewijs en de factuur) worden gecombineerd, dat wil zeggen dat de rekening of het ontvangstbewijs mag worden aangevuld met de gegevens die een factuur moet bevatten (z. nrs. 29 en 30). Voor het tijdstip waarop dit enig document moet worden uitgereikt, geldt de regel van de rekening of het ontvangstbewijs, d.w.z. het tijdstip waarop de dienst is voltooid (z. nrs 35 en 36).
HOOFDSTUK II : BELASTINGPLICHTIGEN GEHOUDEN TOT HET UITREIKEN VAN EEN REKENING OF EEN ONTVANGSTBEWIJS. ALGEMENE PRINCIPES.
AFDELING 1. VOORAFGAANDE OPMERKING.
8. De verplichting tot het uitreiken van rekeningen of ontvangstbewijzen wordt slechts opgelegd aan de personen die de hoedanigheid van belastingplichtige hebben. Deze verplichting geldt echter niet voor de handelingen die krachtens artikel 44 van het BTW-Wetboek van de belasting zijn vrijgesteld.
AFDELING 2. EXPLOITANTEN VAN EEN HOTELINRICHTING.
9. De verplichting geldt voor de exploitant van een hotelinrichting of, meer algemeen, voor de exploitant van een inrichting waar aan betalende gasten onderdak wordt verschaft (z. evenwel nr. 8; z. ook nr. 11, tweede lid).
AFDELING 3. EXPLOITANTEN VAN EEN INRICHTING WAAR REGELMATIG MAALTIJDEN WORDEN VERBRUIKT.
10. De exploitanten van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt moeten eveneens rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken (z. evenwel nrs. 18 en 19).
11. Voor de toepassing van nr. 10 hierboven, is bedoeld iedere inrichting, ongeacht haar benaming (restaurant, taverne, snack, pizzeria, feestzaal, café, cafetaria, verbruikssalon voor ijs of banketgebak, pannenkoekenrestaurant, frituur en andere verbruikssalons .... ), waar warme of koude maaltijden worden verbruikt, ongeacht hun aard (volledige maaltijden, lichte maaltijden, vegetarische maaltijden, kleine voorgerechten, ...) en ongeacht of die maaltijden bestaan uit één of meer schotels of gerechten. Er wordt bovendien geen onderscheid gemaakt of die maaltijden worden verstrekt door opdiening aan tafel of door het systeem van zelfbediening, of ze worden verbruikt aan een tafel, aan de toonbank of zelfs eenvoudigweg aan een aan de muur bevestigde plank of op een voor deze doeleinden door de exploitant ingerichte plaats in open lucht. Iedere inrichting die slechts maaltijden verstrekt ter gelegenheid van banketten wordt eveneens bedoeld.
De exploitant van een hotel-restaurant die eveneens maaltijden verstrekt aan personen die niet in zijn inrichting logeren, wordt voor deze handelingen beschouwd als een exploitant van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt.
12. Bovengenoemde bepalingen zijn evenwel niet van toepassing op de exploitanten van foorkramen die worden gebruikt tijdens kermissen (zelfs deze die een zekere tijd duren), markten, volksfeesten, sportwedstrijden, enz., met uitzondering van blijvende installaties (b.v. installaties in pretparken of op parkeerplaatsen langs autowegen).
De reglementering is evenmin van toepassing op de bedrijfsmesses.
AFDELING 4. WASSEN VAN AUTOMOBIELEN.
13. In principe moeten alle belastingplichtigen die automobielen wassen rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken. Er wordt geen onderscheid gemaakt naargelang het gaat om gespecialiseerde bedrijven (car-wash, enz.) of om andere belastingplichtigen (garagehouders, exploitanten van parkings of van service-stations, enz.), of naargelang het wassen automatisch of met de hand gebeurt.
14. Er wordt evenwel aanvaard dat de garagehouders en de herstellers van voertuigen die slechts zeer bijkomstig automobielen wassen en daarvoor niet beschikken over gespecialiseerd materieel, geen genummerde rekeningen of ontvangstbewijzen die gedrukt zijn door erkende drukkers moeten uitreiken, op voorwaarde dat ze voor het wassen van die voertuigen, ongeacht de prijs, facturen uitreiken op het tijdstip waarop de dienst voltooid is. In een dergelijke situatie geldt voor wat betreft het tijdstip voor het uitreiken van facturen de regel die van toepassing is op de rekeningen en ontvangstbewijzen (z. nr. 35).
HOOFDSTUK III. HANDELINGEN WAARVOOR DE REKENING OF HET ONTVANGSTBEWIJS MOET WORDEN UITGEREIKT.
AFDELING 1. TOEPASSINGSGEBIED : DE DIENSTVERRICHTINGEN.
15. Het uitreiken van rekeningen of ontvangstbewijzen is enkel vereist bij de dienstverrichtingen zoals bedoeld in artikel 18 van het BTW-Wetboek. Deze verplichting is dus niet van toepassing op de leveringen van goederen beoogd in artikel 10 van dit Wetboek. Bijgevolg moet een rekening of een ontvangstbewijs niet worden uitgereikt wanneer de klant de maaltijd meeneemt voor verbruik buiten de inrichting van de exploitant.
AFDELING 2. DIENSTEN VAN DE EXPLOITANTEN VAN EEN HOTELINRICHTING.
16. De rekening of het ontvangstbewijs moet de diensten omvatten die door een persoon bedoeld in nr. 9 worden verstrekt : het betreft niet alleen het verschaffen van gemeubeld logies, maar ook het verstrekken van spijzen en dranken en de bijkomende diensten (telefoon, telefax, het wassen van linnen, terbeschikkingstellen van een radio- of televisietoestel en dergelijke, parking, plaatsbespreking in schouwburgen, inschrijvingen voor uitstappen, ... ) die met het verschaffen van logies gepaard gaan en die gewoonlijk in de globale afrekening worden begrepen.
AFDELING 3. DIENSTEN VAN DE EXPLOITANTEN VAN EEN INRICHTING WAAR REGELMATIG MAALTIJDEN WORDEN VERBRUIKT.
Onderafdeling 1. Algemene Malingen.
17. Iedere persoon bedoeld in de nrs. 10 en 11 is gehouden een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken voor elke handeling die hij verricht in zijn inrichting (binneninrichting of in open lucht) en die bestaat in het verschaffen van maaltijden en van daarbijhorende dranken om ter plaatse te worden verbruikt en die derhalve, voor de toepassing van de BTW-wetgeving, wordt aangemerkt als een dienstverrichting in de zin van artikel 18, § 1, tweede lid, 1°, van het BTW-Wetboek. Dit is met name het geval wanneer de spijzen en de daarbijhorende dranken aan de klant worden geserveerd in een tot dat doel ingericht vertrek of ruimte of zelfs wanneer de voorwerpen nodig voor het gebruik ter plaatse gewoon aan de klant worden ter beschikking gesteld (bestekken, borden, glazen, kopjes, enz.).
Gelet op wat voorafgaat moet elke persoon bedoeld in de nrs. 10 en 11, ongeacht of het gaat om het geheel of een deel van zijn activiteit, een rekening of een ontvangstbewijs uitreiken voor iedere maaltijd die hij verschaft. Evenzo bijvoorbeeld moet de caféhouder waar maaltijden worden verschaft, in principe, rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken voor alle door hem verstrekte maaltijden (z. evenwel nr. 18). Dit is in principe zelfs zo voor een frituur gevestigd langs de openbare weg of op een openbare plaats wanneer de klant effectief ter plaatse verbruikt en de exploitant in de nabijheid, bijvoorbeeld, tafels of banken heeft geplaatst (z. evenwel nr. 19).
Zijn evenwel niet bedoeld, de kleine voedingswaren waarvoor de exploitant geen bereiding of verwerking heeft verricht, en die in de regel als bijzaak worden verstrekt bij dranken (b.v. : chips, droge worsten, ansjovis, koekjes, wafels, chocolade, gekookte eieren, enz.).
In de gevallen waarin een traiteur maaltijden levert ten huize van zijn klant en ze aldaar aan zijn klant en diens genodigden opdient, moet evenmin een rekening of een ontvangstbewijs worden uitgereikt.
Onderafdeling 2. Uitzonderingen, onder voorwaarde.
18. De verplichting tot het uitreiken van een rekening of een ontvangstbewijs geldt bovendien niet voor de exploitant van een drankgelegenheid (café, taverne), snack-bar, tea-room, cafetaria, verbruikssalon voor ijs of banketgebak en andere verbruikssalons, die zich beperkt tot het verschaffen van "lichte" maaltijden die uitsluitend worden geserveerd met brood en die in de hiernavolgende lijst zijn vermeld :
- soepen;
- croques (monsieur, madame, hawaïaanse, ...) en andere toasten van allerlei aard;
- kroketten (van garnalen, vlees, gevogelte, kaas, ...), met uitzondering van aardappelkroketten;
- vol-au-vent, pensen, satés;
- belegde broodjes (inbegrepen hamburgers, hot-dogs, pittas, ...);
- deegwaren, (spaghetti, lasagne, ...), pizza, quiche en andere hartige taarten;
- koude salades (van vlees, vis, ...
- Engelse schotels;
- omeletten, roereieren, spiegeleieren en andere bereide eieren;
- pannenkoeken, nagerechten en ijs, wafels, gebak, koeken, croissants, yoghurt en milkshakes.
Dit is eveneens het geval voor de belastingplichtige die in dezelfde inrichting zowel een in onderhavig nummer bedoelde zaak als een restaurant exploiteert (b.v. een café en een restaurant).
De belastingplichtige die in afzonderlijke inrichtingen enerzijds een restaurant en anderzijds een in dit nummer 18 bedoelde zaak exploiteert en die zich in laatstbedoelde inrichting beperkt tot het verstrekken van lichte maaltijden zoals hierboven beschreven, moet daarentegen geen rekening of ontvangstbewijs uitreiken voor deze laatste handelingen, maar blijft voor het restaurant uiteraard gehouden tot het uitreiken van deze documenten.
19. De Administratie staat bovendien toe dat de exploitant van een frituur geen rekeningen of ontvangstbewijzen dient uit te reiken in de gevallen voorzien in artikel 22, § 1, 2°, van het bovengenoemd koninklijk besluit nr. 1, indien zijn exploitatie tegelijkertijd aan de volgende drie voorwaarden voldoet :
1° de exploitant beperkt zich tot het verstrekken van gerechten en voedingswaren per categorie opgenomen in de hierna volgende lijst die gebruikelijk worden verstrekt of verkocht in de frituursector, al dan niet geserveerd met brood of drank :
- frieten (bereiding in frituurvet of -olie);
- gerechten die volledig klaar worden ingekocht voor bereiding in frituurvet of -olie (b.v. hamburgers, alle soorten burgers, frikandellen, viandellen, sticks, satés, loempia's en alle soorten kroketten);
- sausen zoals looksaus, americain, andalouse, banzai, bearnaise, brasil, cocktail, curry, curry-ketchup, extra-saus, hot chili, ketchup, mayonaise, mosterd, pickles, pili-pili, provençale, riche, salad-dressing, samoerai, tartare, stoofvleessaus, zigeunersaus;
- specerijen, verse gesneden uien of conserven van uien, augurken, komkommers, conserven van mosselen, rolmops;
- hardgekookte eieren;
- voorgekookte koude worsten, zoals cervelaatworst en jagersworst;
- stoofvlees, goulash, vol-au-vent, gehaktballetjes in tomatensaus;
- hot-dogs;
- "smos", uitsluitend samengesteld uit brood, sla, tomaten en/of komkommers, ham en/of kaas, mayonaise, hardgekookte eieren en verse gesneden uien.
- verse mosselen;
- vleessoorten zoals onder meer biefstukken, ribstukken en kalfslapjes;
- pitta's;
- croques (monsieur, madame, enz.) en andere toasten;
- deegwaren, pizza's, enz.;
- bereide eieren, met uitzondering van hardgekookte eieren;
- salades en rauwkost;
- nagerechten.
3° de inrichting (zowel binnen als buiten) die de exploitant ter beschikking van zijn cliënteel stelt is op een zodanige wijze uitgerust of ontworpen dat ze aan maximum zestien personen de mogelijkheid biedt om tegelijkertijd de onder l°, eerste lid van dit nummer bedoelde spijzen die door de exploitant worden verstrekt, te verbruiken in de inrichting. De omstandigheid dat deze personen hun maaltijd verbruiken rechtstaand of zittend, aan een tafel, aan de toonbank of eenvoudigweg aan een aan de muur bevestigde plank, binnen in de inrichting of in open lucht, is daarbij van geen belang.
De belastingplichtige die meerdere inrichtingen zoals bedoeld in het huidige nummer uitbaat, moet elke inrichting individueel beschouwen om na te gaan of de eerste twee in het voorgaande lid genoemde voorwaarden beiden vervuld zijn. Daarentegen slaat de beperking die wordt opgelegd in de derde voorwaarde op het geheel van de inrichtingen die reeds aan de eerste en de tweede voorwaarde voldoen (indien bijvoorbeeld de exploitant van twee inrichtingen tegelijkertijd in de ene inrichting aan tien personen en in de andere inrichting aan twaalf personen de mogelijkheid kan bieden om hun maaltijd in de inrichting te verbruiken, zijn beide inrichtingen uitgesloten van het voordeel van de huidige uitzondering).
De exploitant van een frituur die aan zijn klanten met het oog op verbruik ter plaatse voedingswaren verschaft die niet zijn vermeld in de onder l°, eerste lid, van onderhavig nummer beoogde lijst, moet een rekening of een ontvangstbewijs uitreiken voor alle door hem verstrekte maaltijden met inbegrip van deze die in hogergenoemde lijst voorkomen. De door de exploitant van een frituur verrichte leveringen van voedingswaren die niet zijn beoogd in de betrokken lijst en die uitsluitend zijn bestemd om door de klant te worden meegenomen buiten de inrichting van die exploitant vormen geen enkel beletsel voor het vervullen van de eerste voorwaarde gelet op het feit dat ieder verbruik ter plaatse van deze goederen wordt uitgesloten.
Anderzijds moet de exploitant van een frituur die aan zijn klanten in dezelfde inrichting tegelijkertijd spijzen bedoeld onder l°, eerste lid van dit nummer en zogenaamde "lichte" maaltijden in de zin van nr. 18 aanbiedt die ter plaatse worden verbruikt (behalve kroketten, vol-au-vent, satés, hamburgers, hot-dogs, hardgekookte eieren), voor alle maaltijden de voorgeschreven rekeningen of ontvangstbewijzen uitreiken. Bovendien dient de exploitant van een frituur die in dezelfde inrichting tegelijkertijd een frituur die voldoet aan de drie voorwaarden van het eerste lid van onderhavig nr. 19 en een restaurant uitbaat, een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken voor alle maaltijden die hij verstrekt (verg. met nr. 18, derde lid).
20. De rekening of het ontvangstbewijs moet de totale prijs (dienst en BTW inbegrepen) vermelden van al de schotels waaruit de maaltijd bestaat (daaronder begrepen in voorkomend geval de soep en het nagerecht), alsmede van de dranken die worden verbruikt bij die maaltijd (daaronder eventueel begrepen het aperitief, de koffie, enz.).
Er bestaan evenwel inrichtingen waar het de gewoonte is dat bepaalde dranken (aperitief, koffie, enz.) worden verbruikt op een andere plaats in de inrichting dan deze waar de maaltijden worden verschaft. Voor zover die plaats eveneens toegankelijk is voor personen die geen maaltijd nemen en voor zover in een dergelijk geval die dranken worden verrekend op de plaats waar ze worden verbruikt, moeten de exploitanten de prijs van die dranken niet vermelden op de rekening of het ontvangstbewijs dat ze uitreiken voor de maaltijd; ze moeten evenmin voor die dranken een afzonderlijke rekening of een afzonderlijk ontvangstbewijs uitreiken.
Tenslotte is het nuttig aan te stippen dat de omstandigheid dat een belastingplichtige al dan niet gehouden is rekeningen of ontvangstbewijzen uit te reiken geen enkele invloed heeft op de toepasselijke regels inzake BTW-tarieven.
AFDELING 4. WASSEN VAN PERSONENAUTO'S, AUTO'S VOOR DUBBEL GEBRUIK, MINIBUSSEN EN KAMPEERAUTO'S.
21. Onder voorbehoud van de ontheffing bedoeld in nr. 14 moet steeds een rekening of ontvangstbewijs worden uitgereikt voor het wassen van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's dat als een dienstverrichting bedoeld in artikel 18, § 1, tweede lid, l°, van het BTW-Wetboek wordt beschouwd. Deze verplichting geldt derhalve niet voor het wassen van vrachtwagens, bestelwagens, kampeeraanhangwagens (caravans, camping-car) en motorrijwielen. Genoemde verplichting geldt evenmin voor het louter terbeschikkingstellen van materiaal (b.v. hogedrukreiniger, waterpistool, wasborstel) aan de klant om hem toe te laten zelf een voertuig te wassen.
HOOFDSTUK IV. VERVAARDIGING VAN REKENINGEN OF ONTVANGSTBEWIJZEN DOOR EEN ERKENDE DRUKKER.
22. De rekeningen of ontvangstbewijzen moeten op kosten van de belastingplichtige die ze zal gebruiken, worden vervaardigd door een drukker erkend door de Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen (z. hierna nrs. 23 tot 25).
AFDELING 1. ERKENNING VAN DE DRUKKERS.
23. De drukkers die wensen te worden erkend voor het drukken van rekeningen of ontvangstbewijzen, moeten een verzoekschrift indienen bij de Centrale Administratie van de belasting over de toegevoegde waarde, registratie en domeinen, 8ste dienst, 26ste directie B, R.A.C. Financietoren, Kruidtuinlaan 50, bus 39 te 1010 Brussel.
24. Ze moeten een borg stellen van 100.000 BEF (2.478,94 EUR) en de verplichting aangaan iedere levering van documenten ter kennis te brengen van de eerstaanwezend inspecteur, hoofd van het controlekantoor van de BTW van het ambtsgebied waaronder de belastingplichtige op wiens naam de documenten werden gedrukt, ressorteert. Iedere mededeling aan de eerstaanwezend inspecteur van de BTW vermeldt de naam en het adres van de belastingplichtige die de documenten zal gebruiken, zijn BTW-identificatienummer, de volgnummers en de druknummers van de geleverde documenten en de leveringsdatum van de gedrukte documenten. Bij die mededeling wordt een specimen van het stuk gevoegd.
25. De aandacht wordt gevestigd op het feit dat de drukker die werkelijk de documenten drukt moet erkend zijn en dat de naam van die drukker op de documenten moet voorkomen; de omstandigheid dat de belastingplichtige die de documenten zal gebruiken zelf niet rechtstreeks met deze drukker een contract zou hebben gesloten en dat deze laatste bijgevolg zou hebben gefactureerd aan een derde (een andere drukker, een papierhandelaar of, meer algemeen, elke tussenpersoon), verandert niets aan die voorschriften.
AFDELING 2. MATERIELE VOORSTELLING VAN DE DOCUMENTEN EN VERPLICHTE VERMELDINGEN AAN TE BRENGEN DOOR DE ERKENDE DRUKKER.
A. Vermeldingen die op de formulieren moeten worden gedrukt.
26. De rekeningen of ontvangstbewijzen moeten de nagenoemde gegevens bevatten, die er op voorhand door een erkende drukker moeten worden opgedrukt (z. art. 22, § 2, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992) :
a) de naam en de voornaam of, voor een rechtspersoon, de
maatschappelijke benaming, alsmede het adres van de
belastingplichtige die gehouden is de stukken uit te reiken;
b) het BTW-identificatienummer van deze belastingplichtige;
c) een kader waarvan de afmetingen niet kleiner mogen zijn dan 6 cm
bij 3 cm en waarin moeten worden gedrukt :
- de vermeldingen "Belasting over de toegevoegde waarde" en, naargelang het geval, "Rekening" of "Ontvangstbewijs";
- een waarmerk bestaande uit een leeuw in het midden en de letter B; dat waarmerk mag worden gedrukt in dezelfde kleur als de andere gegevens van het stuk;
- een volgnummer bestaande uit vijf cijfers dat wordt genomen uit een ononderbroken reeks van 00.001 tot 99.999, en dat wordt gevolgd door een of meer letters van het alfabet om de reeks aan te duiden (b.v. : 00.025 AA);
- de coördinaten van de drukker;
- een druknummer waardoor het mogelijk is de maand en het jaar van het drukken te bepalen (b.v. : 04/1999 voor de documenten die worden gedrukt in april 1999);
ontvangstbewijs (z. eveneens nr. 30).
27. De rekening of het ontvangstbewijs moet altijd de nodige plaatsruimte bevatten voor het aanbrengen, op het tijdstip waarop het stuk wordt gebruikt, van de datum van de handeling, van het door de klant verschuldigde of betaalde bedrag, BTW inbegrepen, en van het aantal verbruikte maaltijden voor wat betreft het verschaffen van maaltijden en dranken verbruikt tijdens deze maaltijden, verricht door belastingplichtigen bedoeld in nr. 10.
De vermeldingen "datum", "bedrag" (BTW inbegrepen), en "aantal maaltijden" mogen maar moeten niet worden voorgedrukt door de erkende drukker; het volstaat dat voldoende ruimte wordt voorzien op de documenten, opdat de exploitant van de inrichting deze vermeldingen zou kunnen aanbrengen.
28. Bovendien, voor wat het door de klant verschuldigde of betaalde bedrag betreft, heeft de erkende drukker vanaf 1 januari 1999 tot in principe 31 december 2001 de mogelijkheid om op vraag van de belastingplichtige die de documenten zal gebruiken, de vermelding (bij voorkeur de isostandaardcode) van hetzij één munteenheid (ofwel "BEF", ofwel "EUR"), hetzij beide munteenheden ("BEF", "EUR") voor te drukken (z. bijlagen II tot V).
B. Materiële voorstelling van de documenten.
29. Onder voorbehoud van hetgeen is gezegd in de nrs. 26 tot 28 hierboven, is de opmaak van die documenten niet gereglementeerd, zodat de exploitanten daar vrij kunnen over beslissen. Het volstaat bijgevolg dat die documenten enkel de hierboven bedoelde gegevens bevatten, maar ze mogen ook worden gecombineerd, bijvoorbeeld met de traditionele hotel- of restaurantrekening, zodat ze het detail van de verstrekte diensten en bepaalde teksten of tekeningen met publicitaire doeleinden bevatten. Ze mogen eveneens worden opgemaakt in de vorm van een werkelijke factuur (met vermelding van de klant). Aan deze aanschrijving zijn modellen als voorbeeld gehecht (z. bijlagen II, III, IV en V).
30. Anderzijds moeten deze documenten worden opgemaakt in twee exemplaren derwijze dat de inschrijvingen op het origineel rechtstreeks worden overgebracht op het dubbel door middel van een carbonpapier, van een product op de keerzijde van het origineel of door een ander procédé. Het dubbel moet de vermelding "kopie" dragen. De documenten mogen worden samengevoegd in boekjes; ze mogen ook op losse bladen worden opgemaakt.
HOOFDSTUK V. OPMAAK EN UITREIKING VAN DE REKENING OF HET ONTVANGSTBEWIJS DOOR DE BELASTNGPLICHTIGE.
AFDELING 1. VERPLICHTE VERMELDINGEN OP HET MOMENT VAN HET GEBRUIK VAN HET DOCUMENT DOOR DE BELASTINGPLICHTIGE.
31. De belastingplichtige beoogd in de nrs. 8 tot 15 dient bij de opmaak van de rekening of het ontvangstbewijs dat van te voren door een erkend drukker (z. nrs. 22 tot 30) werd aangemaakt, op het betreffende document de volgende vermeldingen aan te brengen (z. art. 22, § 2, eerste lid, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992) :
- de datum van de handeling;
- het door de klant verschuldigde of betaalde bedrag, belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen;
- het aantal verbruikte maaltijden voor wat betreft de door de exploitant van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt verstrekte maaltijden en dranken die bij deze maaltijden worden verbruikt. Onder het aantal verbruikte maaltijden moet worden verstaan, het aantal personen die een maaltijd hebben verbruikt.
32. De belastingplichtige beoogd door de verplichting tot het uitreiken van een rekening of ontvangstbewijs moet daarenboven bij het uitdrukken van het betreffende bedrag, op het document dat hij aan zijn klant uitreikt, duidelijk de gebruikte munteenheid of munteenheden aanduiden, behalve wanneer de erkende drukker deze vermelding(en) reeds van te voren heeft gedrukt (z. nr. 28). Het is in dit opzicht aangewezen de met de gebruikte munteenheid overeenstemmende isostandaardcode "BEF" of "EUR" te vermelden.
De bepalingen met betrekking tot de gebruikte munteenheid voor het uitdrukken van het door de klant verschuldigde of betaalde bedrag en de toepasselijke omrekeningsregels naar aanleiding van de invoering van de euro worden uiteengezet in nr. 33 hierna.
AFDELING 2. KEUZEMOGELIJKHEID OM HET DOOR DE KLANT VERSCHULDIGDE OF BETAALDE BEDRAG UIT TE DRUKKEN IN BELGISCHE FRANK EN/OF IN EURO.
33. Wegens de overgang naar de euro vanaf 1 januari 1999, dat tevens de aanvangsdatum is van de derde fase van de Economische en Monetaire Unie, en gedurende deze hele overgangsperiode die in principe eindigt op 31 december 2001, hebben de in de huidige aanschrijving beoogde exploitanten de mogelijkheid om op de rekeningen of ontvangstbewijzen die ze aan hun klanten uitreiken het door de klant verschuldigde of betaalde bedrag, inclusief de belasting over de toegevoegde waarde, hetzij in één munteenheid (ofwel Belgische frank, ofwel euro), hetzij in de beide munteenheden (Belgische frank en euro) uit te drukken. In dit laatste geval is het voldoende dat het bovengenoemde bedrag wordt omgerekend in de andere munteenheid volgens de regels die zijn vastgelegd in de verordening (EG) nr. 1103/97 van de Raad van 17 juni 1997, op basis van de op 31 december 1998 onherroepelijk vastgestelde omrekeningskoers tussen de Euro en de Belgische frank.
In de gevallen waarin de belastingplichtige een factuur uitreikt en hij de rekening of het ontvangstbewijs daartoe aanvult met de gegevens die een factuur moet bevatten (z. nr. 7), heeft de belastingplichtige eveneens de mogelijkheid de bedragen hetzij in één munteenheid, hetzij in de beide munteenheden te vermelden. Terzake dienen de in de aanschrijving nr. 4 van 12 maart 1999 uiteengezette regels strikt te worden nageleefd. Een voorbeeld van een in beide munteenheden opgemaakte factuur is opgenomen in bijlage V.
- Omrekening van de Belgische frank naar de Euro.
Voorbeelden
1.000 BEF/40,3399 = 24,789 EUR afgerond op 24,79 EUR. 1.500 BEF/40,3399 = 37,184 EUR afgerond op 37,18 EUR.
- Omrekening van de euro naar de Belgische frank .
Voorbeelden :
24,79 EUR x 40,3399 = 1.000,02 BEF afgerond op 1.000 BEF. 37,18 EUR x 40,3399 = 1.499,83 BEF afgerond op 1.500 BEF.
AFDELING 3. WIJZE WAAROP HET DOCUMENT DIENT TE WORDEN OPGEMAAKT.
34. De belastingplichtige moet de rekeningen of ontvangstbewijzen in tweevoud op een zodanige wijze opmaken dat de inschrijvingen op het origineel tegelijkertijd door middel van carbonpapier of van een laag carbon op de keerzijde van het origineel of door enig ander procédé worden overgebracht op het exemplaar dat het dubbel uitmaakt (z. art. 22, § 3, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992). Het dubbel moet de vermelding "kopie" dragen (z. ook nr. 30).
AFDELING 4. TIJDSTIP WAAROP DE DOCUMENTEN MOETEN WORDEN UITGEREIKT.
A. Principe.
35. De rekening of het ontvangstbewijs moet worden uitgereikt aan de klant op het tijdstip waarop de dienst voltooid is (z. art. 22, § 4, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992), dat wil zeggen :
- ten aanzien van de hotelinrichtingen, wanneer het verblijf van de klant in de inrichting ophoudt of wanneer een gedeeltelijke afrekening wordt opgemaakt;
- ten aanzien van de inrichtingen waar regelmatig maaltijden worden verbruikt, wanneer de klant zijn maaltijd heeft beëindigd of ten laatste wanneer hij de inrichting verlaat. Voor de maaltijden evenwel die in hotel-restaurants worden verstrekt aan personen die in de inrichting logeren, moet geen afzonderlijke rekening worden uitgereikt indien de prijs van de maaltijd niet onmiddellijk wordt betaald; in dergelijk geval dient de hotelrekening de prijs van de maaltijden te begrijpen;
- ten aanzien van het wassen van automobielen, wanneer het gewassen voertuig ter beschikking van de eigenaar wordt gesteld.
De rekening moet eveneens onmiddellijk aan de klant worden overhandigd indien de prijs van de handeling reeds op voorhand is betaald bij de onderschrijving van een abonnement. In dit laatste geval wordt als prijs van de handeling vermeld het gedeelte van het abonnementsgeld dat betrekking heeft op de verstrekte prestatie.
37. Zoals reeds werd gezegd in nr. 6, heeft de verplichting om de rekening of het ontvangstbewijs uit te reiken bij de voltooiing van de dienst geen enkele invloed op het tijdstip van de opeisbaarheid van de belasting.
38. Ingeval bijvoorbeeld een hotel- of restauranthouder verschillende klanten bedient en één van hen de volledige uitgave bekostigt, moet slechts één document worden gebruikt. Dit document moet het aantal verbruikte maaltijden vermelden (z. nrs. 27 en 31).
B. Bijzonder geval.
Klanten die niet betrokken zijn bij de afrekening van de kosten van hun verblijf of van de maaltijden die ze hebben verbruikt.
39. In bepaalde gevallen moet de exploitant van een hotelinrichting of van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt op verzoek van een persoon, zijn diensten verstrekken aan klanten die niet betrokken zijn bij de afrekening van de kosten van hun verblijf en/of van de maaltijden; dat komt voor wanneer reizigers door bemiddeling van een reisbureau maaltijden nemen in een restaurant of wanneer een onderneming aan haar bezoekers logies aanbiedt in een hotel. In die gevallen wordt het origineel van de rekening, die onmiddellijk moet worden opgemaakt, niet overhandigd aan de genoemde klant, doch het wordt gericht aan degene die de gemaakte kosten draagt; op het dubbel van de rekening wordt onmiddellijk een verklarende nota aangebracht.
HOOFDSTUK VI. ANDERE VERPLICHTINGEN VAN DE ONDERNEMINGEN.
AFDELING 1. RANGSCHIKKEN VAN DE DUBBELS.
40. De belastingplichtige moet de dubbels van de rekeningen en ontvangstbewijzen die hij aan zijn klanten uitreikt, rangschikken volgens de datum ervan (z. art. 22, § 6, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992). Indien nochtans de documenten samengevoegd zijn in boekjes waarin de dubbels vastgehecht blijven en verschillende boekjes gelijktijdig worden gebruikt (b.v. boekjes gebruikt door verscheidene personeelsleden of bestemd voor diverse gebruiksplaatsen) worden de boekjes met de dubbels gerangschikt volgens de datum van de laatste inschrijvingen.
AFDELING 2. DAGELIJKSE AANTEKENING.
41. De nummers van de rekeningen of van de ontvangstbewijzen die werden gebruikt in de loop van de dag moeten dagelijks worden aangetekend in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 14, § 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, na de inschrijving van de ontvangsten waarvoor de belastingplichtige gebruik heeft gemaakt van de ontheffing van de factureringsplicht (art. 22, § 5, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992). Indien verschillende reeksen rekeningen of ontvangstbewijzen gelijktijdig worden gebruikt (z. voorbeeld vermeld in nr. 40), moeten de nummers van iedere reeks worden aangetekend.
42. Er bestaat geen bezwaar tegen dat een bijzonder register onderscheiden van het dagboek van ontvangsten maar dat evenwel aan dezelfde vereisten als dit boek voldoet wordt gebruikt voor de dagelijkse inschrijving van de nummers van de gebruikte rekeningen of ontvangstbewijzen.
43. Er wordt opgemerkt dat de globale ontvangsten die worden ingeschreven in het dagboek van ontvangsten niet noodzakelijk dag na dag moeten overeenstemmen met het totale bedrag van de gebruikte rekeningen of ontvangstbewijzen; inderdaad het kan voorkomen dat voor bepaalde handelingen geen rekening of ontvangstbewijs moest worden uitgereikt (z. nr. 20), of dat bepaalde handelingen waarvoor een rekening werd uitgereikt, nog niet betaald werden of zullen worden opgenomen in een werkelijke factuur. De belastingplichtige moet uiteraard deze verschillen kunnen verantwoorden.
AFDELING 3. BEWARING EN VOORLEGGING.
44. Krachtens artikel 61, § 1, van het BTW-Wetboek, moet de belastingplichtige, op ieder verzoek van de ambtenaren van de Administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar bevoegdheid heeft, alsook bij toepassing van artikel 63bis van hetzelfde Wetboek en artikel 1 van het koninklijk besluit nr. 11 van 29 december 1992, op ieder verzoek van de ambtenaren van de Administratie der douane en accijnzen, de dubbels van de stukken die hij aan de klanten heeft uitgereikt, alsmede de stukken die hij heeft laten drukken en die hij nog niet heeft gebruikt, zonder verplaatsing ter inzage voorleggen. Hij moet eveneens kunnen aantonen welke bestemming hij heeft gegeven aan de stukken die hij van de drukker heeft ontvangen (z. art. 22, § 7, van het kon. besl. nr. 1 van 29 december 1992).
45. Bovendien moeten de dubbels van de aan de klanten overhandigde rekeningen of ontvangstbewijzen worden bewaard gedurende 10 jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar dat volgt op hun datum (Wetboek, art. 60). Wanneer deze dubbels vastgehecht blijven in een boekje, dient dit laatste te worden bewaard gedurende 10 jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar volgend op de datum van het laatste document in het boekje.
AFDELING 4. VERNIETIGING VAN DE STUKKEN.
46. Niet gebruikte rekeningen of ontvangstbewijzen mogen enkel worden vernietigd in aanwezigheid van een ambtenaar van het BTW-controlekantoor waaronder de onderneming ressorteert die de stukken vernietigt.
47. Indien de stukken worden vernietigd door een erkende drukker die aan het BTW-controlekantoor waaronder zijn klant ressorteert reeds heeft laten weten dat stukken werden gedrukt op naam van die klant, moet de vernietiging van de stukken geschieden in aanwezigheid van een ambtenaar van het BTW-controlekantoor waaronder de drukker ressorteert (b.v. ingeval de klant de documenten terugstuurt naar zijn drukker).
48. Elke vernietiging wordt vastgesteld in een proces-verbaal opgesteld door een ambtenaar van het BTW-controlekantoor waaronder, naargelang van het geval, de onderneming of de drukker ressorteert. De ambtenaar overhandigt een kopie van het proces-verbaal aan de betreffende exploitant die gehouden is het document te bewaren gedurende 10 jaar te rekenen vanaf de eerste januari van het jaar volgend op de datum van het document.
HOOFDSTUK VII. KASREGISTERS.
AFDELING 1. PRINCIPE.
49. Op grond van artikel 22, § 9, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, kan door of vanwege de Minister van Financiën onder de door of namens hem te stellen voorwaarden, vergunning worden verleend om de rekeningen of ontvangstbewijzen te vervangen hetzij door bons van kasregisters, hetzij door een procédé dat gebruik maakt van informaticatechnieken.
AFDELING 2. BEGRIP "KASREGISTER".
50. Het kasregister wordt gekenmerkt door :
a) het registreren van iedere handeling, volgens een ononderbroken reeks nummers, op een papieren controleband, met aanduiding van het door de klant verschuldigde bedrag;
b) het gelijktijdig drukken van een kassabon voor de klant en de papieren controleband, waarbij de bedoelde kassabon de vermelding van de datum, het volgnummer toegekend aan de handeling en alle andere gegevens die op de controleband voorkomen bevat.
Met betrekking tot het registreren van de gegevens van de handelingen dient te worden opgemerkt dat het gelijktijdig op papier drukken van de controleband van het kasregister en van de voor de klant bestemde kassabon momenteel de enige toegelaten methode is; bijgevolg mag deze methode niet worden vervangen door een andere methode die toelaat de gegevens uitsluitend te bewaren op informaticadragers zoals de harde schijf, diskette of CD WORM.
51. Dankzij het telwerk van het kasregister kan op het einde van bepaalde periodes (in principe dagelijks) het totale bedrag van de handelingen worden verkregen; bepaalde types machines die uitgerust zijn met een of meer hulptoestellen kunnen bovendien andere gegevens van statistische aard (uitsplitsing per afdeling, per verkoper, per BTW-tarief, enz.) verstrekken.
AFDELING 3. VOORWAARDEN WAARAAN MOET VOLDAAN ZIJN OM DE REKENINGEN OF ONTVANGSTBEWIJZEN TE MOGEN VERVANGEN DOOR BONS VAN KASREGISTERS.
52. Om de rekeningen of ontvangstbewijzen te mogen vervangen door bons van kasregisters, moet de in de nrs. 8 tot 15 beoogde belastingplichtige aan de volgende voorwaarden voldoen :
a) hij moet schriftelijk een aanvraag om vergunning indienen bij het hoofd van het BTW-controlekantoor waaronder hij ressorteert. Deze aanvraag moet op een nauwkeurige wijze de volgende elementen vermelden : het merk, het model, het fabricagenummer en de letter of het identificatienummer dat hij toekent aan het of de kasregister(s) dat (die) hij gebruikt, alsmede het lokaal waar het (ze) staat (staan); de aanvrager preciseert bovendien dat het kasregister dat het voorwerp uitmaakt van zijn vraag beantwoordt aan het kenmerk van het "gelijktijdig afdrukken" zoals omschreven in nr. 50 hierboven. Het hoofd van het BTW-controlekantoor reikt de vergunning uit binnen de termijn van één maand te rekenen van de datum van ontvangst van de aanvraag indien deze aanvraag volledig is en alle voorwaarden zijn vervuld. Indien de vergunning wordt geweigerd, verstuurt hij binnen dezelfde termijn een met redenen omklede beslissing naar de aanvrager;
b) de kassabons moeten aan de klanten worden uitgereikt en ter hunner beschikking worden gelaten wanneer ze de inrichting verlaten. Zij moeten de volgende gegevens vermelden :
- de aanduiding van de onderneming (naam en voornaam, of voor rechtspersonen, de maatschappelijke benaming, alsmede het adres en het BTW-identificatienummer);
- de letter of het identificatienummer door de belastingplichtige toegekend aan het kasregister dat de bons vervaardigt (z. a) hierboven); de datum waarop de handeling plaatsvindt; het volgnummer toegekend aan de handeling;
- het aantal verbruikte maaltijden, voor wat betreft het verschaffen van maaltijden in inrichtingen waar regelmatig maaltijden worden verbruikt, voorafgegaan door de vermelding "aantal maaltijden :";
- de globale prijs gevorderd van de klant (BTW, en, in voorkomend geval, dienst inbegrepen), uitgedrukt hetzij in één munteenheid (ofwel BEF, ofwel EUR), hetzij in de beide munteenheden (z. nr. 33);
- een verwijzing naar de huidige aanschrijving : "Vergunning van ... (datum) - Aanschrijving nr. 6/1999";
d) de belastingplichtige moet in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 14, § 2, 3°, van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992, of in een bijzonder register (zie nr. 42), dag na dag de nummers aantekenen die werden toegekend aan de handelingen van die dag, eventueel voor elk kasregister afzonderlijk;
e) hij moet de controlebanden van de kasregisters bewaren na op de buitenzijde de datum van de handelingen en eventueel het nummer van het kasregister te hebben aangetekend; hij moet ze rangschikken per datum en per kasregister indien hij meerdere kasregisters gebruikt.
53. Het spreekt voor zich dat hier noch het uitsluitend "numeriek" kasregister, noch de eenvoudige rekenmachine waarbij een deel van de controleband wordt afgescheurd om aan de klant te worden overhandigd, wordt bedoeld.
AFDELING 4. SANCTIES BIJ HET NIET NALEVEN VAN DE VOORWAARDEN.
54. Een administratieve geldboete is verschuldigd wanneer de exploitant ter vervanging van rekeningen of ontvangstbewijzen gebruik maakt van een niet toegelaten procedure of van een kasregister dat niet voldoet aan de voorwaarden als bedoeld in de nrs. 50 tot 52 hierboven, of ingeval van misbruik van de aan hem verleende vergunning. Het bedrag van deze boete is vastgesteld op 50.000 BEF (1.239,47 EUR) en is opgenomen in de bijlage bij het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993, onder de rubriek XI, nr. 6, letter G, van de eerste afdeling - Algemene verplichtingen (z. nr. 58 hierna).
AFDELING 5. INTREKKING VAN DE VERGUNNING.
55. De vergunning om rekeningen of ontvangstbewijzen te vervangen door bons van kasregisters is steeds herroepbaar; ze zal onmiddellijk worden ingetrokken wanneer misbruik of poging tot misbruik wordt vastgesteld.
AFDELING 6. OVEREENSTEMMING MET HET DAGBOEK VAN ONTVANGSTEN.
56. Er dient te worden opgemerkt dat het dagelijks totaalbedrag van de controleband van het kasregister kan verschillen van het dagelijks totaalbedrag van de in het dagboek van ontvangsten op te nemen handelingen. Dit is het geval wanneer voor bepaalde handelingen de prijs niet onmiddellijk wordt ontvangen of wanneer een factuur zal worden uitgereikt. Deze verschillen moeten in ieder geval door de belastingplichtige kunnen worden verantwoord.
AFDELING 7. OPMERKING.
57. De Administratie behoudt zich het recht om op elk moment de voorwaarden voor het toekennen van de vergunning geheel of gedeeltelijk te wijzigen en of bijkomende voorwaarden te eisen.
HOOFDSTUK VIII. SANCTIES.
58. Iedere overtreding van de bepalingen van artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 begaan door de belastingplichtige bedoeld in de nrs. 8 tot 15, wordt gesanctioneerd met een geldboete van 1.000 BEF (24,79 EUR) tot 100.000 BEF (2.478,94 EUR) per overtreding (Wetboek, art. 70, § 4). Het bedrag van deze boete is vastgesteld door het koninklijk besluit nr. 44 van 21 oktober 1993 (z. eerste afdeling - Algemene verplichtingen - XI, nr. 6, letters A tot G). Bovendien wordt iedere overtreding van de voorleggingsplicht bedoeld in artikel 61, § 1, van het Wetboek (z. nr. 44), eveneens gesanctioneerd met een geldboete van 1.000 BEF (24,79 EUR) tot 100.000 BEF (2.478,94 EUR) per overtreding (Wetboek, art. 70, § 4 en kon. besl. nr. 44 van 21 oktober 1993, eerste afdeling - Algemene verplichtingen XVI).
59. Bovendien kunnen strafrechtelijke sancties worden opgelegd door de rechtbank wanneer de overtreding met bedrieglijk opzet werd begaan (Wetboek, art. 73).
Opheffingsbepaling en inwerkingtreding
60. Deze aanschrijving treedt in werking op 1 april 1999. De aanschrijving nr. 10/1994 wordt met ingang van dezelfde datum opgeheven.
De voorheen genomen administratieve beslissingen met betrekking tot het uitreiken van een rekening of een ontvangstbewijs hetzij door een hotelhouder, hetzij door de exploitant van een restaurant, hetzij voor het wassen van auto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's, worden van rechtswege met ingang van 1 april 1999 herroepen, in de mate dat zij niet in overeenstemming zijn met de huidige aanschrijving.
Namens de Minister
De Directeur-generaal,
BIJLAGE IR.SUCAET
Artikel 22 van het koninklijk besluit nr. 1 van 29 december 1992 met betrekking tot de regeling voor de voldoening van de belasting over de toegevoegde waarde.
§ 1. De belastingplichtige is gehouden aan zijn klant een rekening of een ontvangstbewijs uit te reiken voor de volgende handelingen :
l° het verschaffen van gemeubeld logies dat al dan niet gepaard gaat met het verschaffen van spijzen en dranken met bijkomstige diensten, door de exploitant van een hotelinrichting of, meer algemeen, door al wie een inrichting drijft waar aan betalende gasten onderdak wordt verschaft;
2° het verschaffen van maaltijden en van dranken die bij die maaltijden worden verbruikt, door de exploitant van een inrichting waar regelmatig maaltijden worden verbruikt;
3° het wassen van personenauto's, auto's voor dubbel gebruik, minibussen en kampeerauto's.
§ 2. De rekening of het ontvangstbewijs moet onder meer de volgende vermeldingen bevatten : de datum en het bedrag, belasting over de toegevoegde waarde inbegrepen, verschuldigd of betaald door de klant. Voor de handelingen bedoeld in § 1, 2°, moet de rekening of het ontvangstbewijs eveneens het aantal verbruikte maaltijden vermelden.
Dit stuk wordt in tweevoud opgemaakt op formulieren die de belastingplichtige op zijn kosten moet laten drukken door een door of vanwege de Minister van Financiën erkende drukker en waarop de naam of de maatschappelijke benaming en het adres van de belastingplichtige moeten voorkomen, alsook zijn BTW-identificatienummer bedoeld in artikel 50 van het Wetboek.
De formulieren worden genummerd per reeksen van 00.001 tot 99.999. Iedere reeks wordt aangeduid door één of meer letters van het alfabet.
Op ieder exemplaar van de rekening of het ontvangstbewijs moeten, in een kader, de volgende gedrukte vermeldingen voorkomen "Belasting over de toegevoegde waarde" en, naargelang het geval, "Rekening" of "Ontvangstbewijs", alsook een waarmerk, het volgnummer van het stuk, de naam of de maatschappelijke benaming van de drukker en ieder ander gegeven door of vanwege de Minister van Financiën te bepalen.
§ 3. De inschrijvingen op het origineel van de rekening of van het ontvangstbewijs dat aan de klant wordt overhandigd, moeten tegelijkertijd door middel van carbonpapier of van een laag carbon op de keerzijde van het origineel of door enig ander procédé worden overgebracht op het exemplaar dat als dubbel moet dienen.
§ 4. De rekening of het ontvangstbewijs wordt uitgereikt op het tijdstip waarop de dienst voltooid is.
§ 5. De nummers van de rekeningen of van de ontvangstbewijzen die in de loop van de dag werden gebruikt, worden dagelijks aangetekend in het dagboek van ontvangsten bedoeld in artikel 14, § 2, 3°.
§ 6. De dubbels van de rekeningen of van de ontvangstbewijzen die aan de klanten werden uitgereikt, moeten worden gerangschikt volgens de datum ervan.
§ 7. De belastingplichtige moet, op ieder verzoek van de ambtenaren van de Administratie die de belasting over de toegevoegde waarde onder haar hoede heeft, de dubbels van de stukken die hij aan de klanten heeft uitgereikt, alsook de stukken die hij heeft laten drukken maar nog niet heeft gebruikt, ter inzage voorleggen. Hij moet eveneens kunnen aantonen welke bestemming hij heeft gegeven aan de stukken die hij van de drukker heeft ontvangen.
§ 8. De vorm en de kleur van het waarmerk dat moet worden gedrukt op de in § 1 bedoelde rekeningen of ontvangstbewijzen worden bepaald door of vanwege de Minister van Financiën. Door of namens hem worden ook de verplichtingen van de erkende drukkers bepaald om die formulieren te drukken.
§ 9. Door of vanwege de Minister van Financiën kan, onder de door of namens hem te stellen voorwaarden, vergunning worden verleend om de rekeningen of de ontvangstbewijzen te vervangen door bons van kasregisters of door een procédé dat gebruik maakt van informaticatechnieken.
Bron: FisconetPlus
