Circulaire AAFisc Nr. 44/2014 (nr. Ci.RH.331/633.091) d.d. 17.11.2014

Algemene Administratie van de Fiscaliteit - Operationele Expertise en Ondersteuning
Dienst PB
Personenbelasting

Belastingvermindering
Passiefhuis
Lage energiewoning
Nul energiewoning

Bespreking van de bepalingen van art. 535, WIB 92, zoals gewijzigd door art. 13, W 21.12.2013 houdende diverse fiscale en financiële bepalingen (BS 31.12.2013, ed. 2). De belastingvermindering voor lage energie-, passief- of nul energiewoning wordt heringevoerd onder voorwaarden. Voorwaarden inzake vorm en inhoud van de certificaten. Vragen - antwoorden.

BIJLAGE 1: wetteksten
BIJLAGE 2: bericht verschenen in het Staatsblad van 22 september 2010
BIJLAGE 3: door de betrokken woningen te respecteren technische criteria
BIJLAGE 4: FAQ

Inleiding

1. De belastingvermindering voor lage energiewoning, passiefwoning of nul energiewoning, voorheen voorzien in art. 145^24, § 2, WIB 92, werd toegekend gedurende een periode van tien opeenvolgende belastbare tijdperken vanaf het belastbaar tijdperk waarin werd vastgesteld dat de woning een lage energiewoning, een passiefwoning of een nul energiewoning is.

2. Die vaststelling bleek uit een certificaat uitgereikt door ofwel:

- een door de Koning erkende instelling (VZW Passiefhuis-Platform / Plate-forme Maison passive ASBL);

- de bevoegde gewestelijke administratie;

- een gelijkaardige instelling of bevoegde administratie die is gevestigd in een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte.

3. Deze belastingvermindering werd afgeschaft met ingang van het aanslagjaar 2013 (1) (inkomsten van het jaar 2012).

(1) Art. 41, A, 4° en 52, vierde lid, W 28.12.2011 (BS 30.12.2011, ed. 4).

4. Voor de woningen gecertificeerd in 2011 of eerder, blijft de belastingvermindering evenwel van toepassing voor de resterende jaren van de 10-jarige periode (2).

(2) Art. 535, eerste lid, WIB 92 (ingevoegd vanaf aj 2013 door art. 51, W 28.12.2011 (BS 30.12.2011, ed. 4)).

5. Ingevolge een arrest van het Grondwettelijk Hof van 08.05.2013 (arrest nr. 63/2013), wordt de belastingvermindering evenwel opnieuw wettelijk ingevoerd, maar enkel voor personen die zich vóór 01.01.2012 contractueel hebben verbonden tot:

- het verwerven in nieuwe staat van een lage energiewoning, een passiefwoning of een nul energiewoning;

- het bouwen van een lage energiewoning, een passiefwoning of een nul energiewoning;

- het verbouwen van een onroerend goed met het oog op de omvorming ervan tot een lage energiewoning, een passiefwoning of een nul energiewoning.

Wettelijke bepalingen

6. De artikelen 13 en 22 van de Wet houdende diverse fiscale en financiële bepalingen van 21.12.2013 (Belgisch Staatsblad van 31.12.2013, tweede editie) - W 21.12.2013 zijn toegevoegd als bijlage 1.

7. Opgelet: het doel van de wet van 21.12.2013 is enkel de personen die reeds concrete plannen hadden om te investeren in de bedoelde woningen, en die dus werden benadeeld door de abrupte afschaffing van de belastingvermindering in 2011, de mogelijkheid te geven om er alsnog van te kunnen genieten. Het doel is dus niet het toekennen van deze belastingvermindering voor nieuwe projecten.

Certificering

8. Om de toekenning van de belastingvermindering opnieuw mogelijk te maken, moeten nieuwe certificaten kunnen worden uitgereikt door de hiervoor genoemde bevoegde instellingen.

Hiertoe vermeldt de wet van 21.12.2013 dat, voor de aflevering van de nieuwe certificaten in het kader van de herinvoering van de belastingvermindering, de erkenningen van de certificerende instellingen blijven gelden (art. 13, W 21.12.2013). De wet voorziet geen beperking in de tijd voor de uitreiking van deze nieuwe certificaten.

9. Wat de belastingvermindering zelf betreft, blijft het principe dat de 10-jarige periode aanvangt vanaf de datum van het certificaat, geldig (3).

(3) Art. 145^24, § 2, WIB 92, heringevoerd zoals het bestond, en de toelichting bij de W 21.12.2013, Kamer, DOC 53-3236/001, blz. 14.

Voorbeeld: een certificaat gedateerd in 2014 kan recht geven op de belastingvermindering gedurende 10 jaar vanaf het jaar 2014, aanslagjaar 2015.

10. Het is niet de taak van de certificerende instellingen om, bij de uitreiking van certificaten, te controleren of er is voldaan aan de voorwaarde volgens dewelke de belastingplichtige zich vóór 01.01 2012 contractueel moet hebben verbonden.

Modellen van certificaten

11. Vanaf aanslagjaar 2011, moeten de certificaten worden opgemaakt overeenkomstig de modellen verschenen in het Belgisch Staatsblad van 22.09.2010 (blz. 58.666 e.v.) Deze modellen mogen verder worden gebruikt in het kader van de verlenging van de maatregel (4). Een afschrift van dit bericht verschenen in het Staatsblad van 22.09.2010 is toegevoegd als bijlage 2.

(4) Met name omdat het nieuwe art. 258, KB/WIB 92, dat art. 63^11bis, KB/WIB 92 vervangt, hiernaar verwijst (art. 7 en 17, KB 30.09.2014, BS 09.10.2014).

Te respecteren technische criteria

12. De technische criteria waaraan de betrokken woningen moeten voldoen, blijven ongewijzigd. Deze criteria zijn opgenomen in de tabel toegevoegd als bijlage 3.

13. Opmerking: de federale technische criteria met betrekking tot lage energiewoningen, passiefwoningen en nul energiewoningen in het kader van de belastingvermindering kunnen verschillen van de technische criteria vereist door de Gewesten in het kader van regionale premies.

Regularisatie van oude dossiers

14. De certificering van woningen die reeds zijn gebouwd, maar nog niet zijn gecertificeerd, is mogelijk.

Voorbeeld: een lage energiewoning werd gebouwd in 2011, maar werd nog niet gecertificeerd. Wanneer alle voorwaarden zijn vervuld, kan een certificaat worden afgeleverd voor deze woning.

15. Het is technisch gezien mogelijk dat certificaten gedateerd vanaf 01.01.2012 recht kunnen geven op de belastingvermindering, aangezien:

- de herinvoering van de belastingvermindering in werking treedt vanaf aanslagjaar 2013 (inkomsten van het jaar 2012) (5);

- de erkenning van de certificerende instellingen is heringevoerd vanaf 01.01.2012;

- het principe dat de 10-jarige periode aanvangt vanaf de datum van het certificaat, van toepassing blijft (6).

(5) Art. 22, zevende lid, W 21.12.2013.
(6) Art. 145^24, § 2, WIB 92 blijft van toepassing. Zie ook toelichting bij de W 21.12.2013, Kamer, DOC 53-3236/001, blz. 14.

FAQ

16. Een lijst van 27 FAQ is toegevoegd als bijlage 4.

Voor de Administrateur Grote Ondernemingen, tijdelijk belast met de functie van Administrateur-generaal van de Fiscaliteit,

S. QUINTENS
Adviseur-generaal - Auditeur-generaal van financiën