Circulaire nr. Ci.RH.241/467.677 (AOIF 25/2002) d.d. 08.10.2002
Bull. nr. 831, pag. 3142-3148
VRIJGESTELD INKOMEN
Doctoraatsbeurs
Vrijstellingsvoorwaarde
Vrijstelling van sommige doctoraatsbeurzen. - Vrijstellingsvoorwaarden.
Addendum: zie circulaire Ci.RH.241/467.677 (AOIF 25/2002) dd. 13.05.2004
A. ALGEMEEN
De voorwaarden voor belastingvrijstelling van bepaalde doctoraatsbeurzen die universiteiten en federale wetenschappelijke instellingen met hun eigen middelen financieren en met ingang van het kalenderjaar 1995 toekennen aan vorsers die zich uitsluitend met onderzoek - buiten een arbeidsovereenkomst - bezighouden, zijn uiteengezet in de circulaire van 6 februari 1997, nr. Ci.RH.241/467.677.
Naar aanleiding van de talrijke reacties onder meer uit universitaire kringen, werd een onderzoek ingesteld in samenwerking met verschillende ministeriële diensten die bevoegd zijn voor wetenschappelijk onderzoek. Dit onderzoek heeft geleid tot een aantal verduidelijkingen en versoepelingen met betrekking tot de vrijstellingsvoorwaarden van voormelde beurzen die hierna worden besproken.
B. VRIJSTELLINGSVOORWAARDEN
1. De beurs is geen belastbare bezoldiging voor prestaties verricht in opdracht van de universiteit, van de federale wetenschappelijke instelling of van een derde
Indien dit niet het geval zou zijn, zou die beurs inderdaad in principe belastbaar zijn als beroepsinkomen.
2. De beurs bedraagt jaarlijks niet meer dan het nettobedrag van de bezoldiging toegekend aan wetenschappelijk personeel van dezelfde leeftijd en met dezelfde kwalificatie als de verkrijger van de beurs
De beurs moet worden vergeleken :
Een aantal studenten kan er toe zijn gebracht om bepaalde aanvullende, dikwijls toevallige, bezoldigde werkzaamheden te verrichten, zoals de verzorging van dieren in een laboratorium of de tijdelijke vervanging te verzekeren van personeelsleden. Dergelijke werkzaamheden die vóór de doctoraatsopleiding werden verricht, zouden geen rem mogen zijn op de voortzetting van hun studies door hen de belastingvrijstelling voor de doctoraatsbeurs te ontzeggen.
Aangezien de wezenlijke doelstelling van die voorwaarde erin bestaat te vermijden dat arbeidsovereenkomsten (voornamelijk overeenkomsten van assistent) geheel of gedeeltelijk in doctoraatsbeurzen zouden worden omgezet, werd beslist die voorwaarde door de volgende voorwaarde te vervangen :
De beurs is niet toegekend aan een persoon die, vóór de aanvang van zijn doctoraatsopleiding, voor de universiteit of de federale wetenschappelijke instelling werkzaamheden heeft verricht in het kader van één of meerdere overeenkomsten van assistent waarvan de gehele duur meer dan één jaar (365 dagen) bedraagt.
Die nieuwe voorwaarde komt er op neer dat elke bezoldigde werkzaamheid vóór de aanvang van de doctoraatsopleiding wordt aanvaard, met uitsluiting van een werkzaamheid die als assistent (lid van het statutair of gelijkgesteld personeel) wordt verricht en waarvan de gehele duur meer dan 365 dagen bedraagt.
De aandacht wordt erop gevestigd dat de belastingvrijstelling in geen geval kan worden verleend wanneer wordt vastgesteld dat een arbeidsovereenkomst door een doctoraatsbeurs wordt vervangen. Er wordt eveneens aan herinnerd dat de doctoraatsbeurs in geen geval een door de student geleverde prestatie voor rekening van de universiteit, van de federale instelling of van een derde mag bezoldigen.
4. De doctorandus mag zich uitsluitend met onderzoek, buiten een arbeidsovereenkomst bezighouden
Naast het feit dat de onderzoekswerkzaamheden buiten een arbeidsovereenkomst moeten worden uitgeoefend kan niet worden aanvaard dat de student, gelijktijdig met die werkzaamheden, eender welke begeleidingswerkzaamheid of andere werkzaamheid al dan niet bezoldigd door de universiteit, de federale wetenschappelijke instelling of een derde, levert en dit ongeacht de arbeidsduur.
Er wordt echter aanvaard dat de beursstudent zich tijdens het doctoraat bezighoudt met de begeleiding en het toezicht van praktijkwerken van studenten van de tweede cyclus. Die werkzaamheden maken immers integraal deel uit van hun onderzoeksopleiding. Zulke werkzaamheden moeten echter beperkt blijven tot maximum vier uur per week.
5. De vrijstelling van belasting wordt slechts voor maximum vier opeenvolgende jaren aan de verkrijger van de bedoelde beurs verleend
Naar analogie met het systeem dat van toepassing is op sommige prijzen en subsidies toegekend aan geleerden (art. 90, eerste lid, 2°, WIB 92) wordt onder "vier opeenvolgende jaren" verstaan, vier tijdperken van 12 maanden achter elkaar ongeacht of die tijdperken al dan niet met het kalenderjaar samenvallen of elkaar al dan niet zonder onderbreking opvolgen.
Het tijdperk waarin de vrijstelling wordt verleend mag echter niet langer zijn dan een periode van 72 maanden achter elkaar.
Het is evenmin mogelijk om het voordeel van de vrijstelling te verlenen voor meer dan vier verschillende tijdperken, zelfs indien die tijdperken niet volledig door de toekenning van de beurs werden gedekt.
Voorbeeld
Een doctoraatsbeurs wordt aan een student toegekend voor de academiejaren 2001/2002 en 2002/2003. Hij verricht in het academiejaar 2001/2002 gedurende 12 maanden onderzoekswerkzaamheden en onderbreekt die werkzaamheden op het einde van de tweede maand van het academiejaar 2002/2003. Voor de academiejaren 2004/2005 en 2005/2006 wordt hem opnieuw een beurs toegekend. Gedurende die twee tijdperken van 12 maanden verricht hij onderzoekswerkzaamheden.
De beurzen zijn toegekend voor 4 jaren zonder een periode van 72 maanden achter elkaar te overschrijden en kunnen bijgevolg worden vrijgesteld. Indien een bijkomende beurs zou worden toegekend vanaf het academiejaar 2006/2007 kan die beurs niet worden vrijgesteld, aangezien de vier tijdperken van 12 maanden achter elkaar na het verstrijken van het academiejaar 2005/2006 zijn afgelopen.
6. De vrijstelling mag slechts éénmaal ten name van dezelfde persoon worden verleend
Die voorwaarde is eveneens van toepassing op studenten die, eventueel bij verschillende universiteiten, meerdere doctoraten verkrijgen.
C. INWERKINGTREDING
De huidige circulaire is onmiddellijk van toepassing en dit in elk stadium van de procedure.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Directeur,
P. LEROY.
VRIJGESTELD INKOMEN
Doctoraatsbeurs
Vrijstellingsvoorwaarde
Vrijstelling van sommige doctoraatsbeurzen. - Vrijstellingsvoorwaarden.
Addendum: zie circulaire Ci.RH.241/467.677 (AOIF 25/2002) dd. 13.05.2004
A. ALGEMEEN
De voorwaarden voor belastingvrijstelling van bepaalde doctoraatsbeurzen die universiteiten en federale wetenschappelijke instellingen met hun eigen middelen financieren en met ingang van het kalenderjaar 1995 toekennen aan vorsers die zich uitsluitend met onderzoek - buiten een arbeidsovereenkomst - bezighouden, zijn uiteengezet in de circulaire van 6 februari 1997, nr. Ci.RH.241/467.677.
Naar aanleiding van de talrijke reacties onder meer uit universitaire kringen, werd een onderzoek ingesteld in samenwerking met verschillende ministeriële diensten die bevoegd zijn voor wetenschappelijk onderzoek. Dit onderzoek heeft geleid tot een aantal verduidelijkingen en versoepelingen met betrekking tot de vrijstellingsvoorwaarden van voormelde beurzen die hierna worden besproken.
B. VRIJSTELLINGSVOORWAARDEN
1. De beurs is geen belastbare bezoldiging voor prestaties verricht in opdracht van de universiteit, van de federale wetenschappelijke instelling of van een derde
Indien dit niet het geval zou zijn, zou die beurs inderdaad in principe belastbaar zijn als beroepsinkomen.
2. De beurs bedraagt jaarlijks niet meer dan het nettobedrag van de bezoldiging toegekend aan wetenschappelijk personeel van dezelfde leeftijd en met dezelfde kwalificatie als de verkrijger van de beurs
De beurs moet worden vergeleken :
- met het nettobedrag (d.w.z. het bedrag na aftrek van de sociale bijdragen en van de bedrijfsvoorheffing);
- van de bezoldiging toegekend aan het wetenschappelijk personeel (kaderpersoneel);
3. De beurs is niet toegekend aan een persoon die vóór de aanvang van zijn doctoraatsopleiding werkzaamheden voor de universiteit of de federale wetenschappelijke instelling heeft verricht die beroepsinkomsten opleverden
- van dezelfde leeftijd (d.w.z. met dezelfde anciënniteit);
- met dezelfde kwalificatie (d.w.z. met eenzelfde diploma van de tweede cyclus : licentiaat, meester, ingenieur, doctor in de geneeskunde, doctor in de dierengeneeskunde, apotheker).
Een aantal studenten kan er toe zijn gebracht om bepaalde aanvullende, dikwijls toevallige, bezoldigde werkzaamheden te verrichten, zoals de verzorging van dieren in een laboratorium of de tijdelijke vervanging te verzekeren van personeelsleden. Dergelijke werkzaamheden die vóór de doctoraatsopleiding werden verricht, zouden geen rem mogen zijn op de voortzetting van hun studies door hen de belastingvrijstelling voor de doctoraatsbeurs te ontzeggen.
Aangezien de wezenlijke doelstelling van die voorwaarde erin bestaat te vermijden dat arbeidsovereenkomsten (voornamelijk overeenkomsten van assistent) geheel of gedeeltelijk in doctoraatsbeurzen zouden worden omgezet, werd beslist die voorwaarde door de volgende voorwaarde te vervangen :
De beurs is niet toegekend aan een persoon die, vóór de aanvang van zijn doctoraatsopleiding, voor de universiteit of de federale wetenschappelijke instelling werkzaamheden heeft verricht in het kader van één of meerdere overeenkomsten van assistent waarvan de gehele duur meer dan één jaar (365 dagen) bedraagt.
Die nieuwe voorwaarde komt er op neer dat elke bezoldigde werkzaamheid vóór de aanvang van de doctoraatsopleiding wordt aanvaard, met uitsluiting van een werkzaamheid die als assistent (lid van het statutair of gelijkgesteld personeel) wordt verricht en waarvan de gehele duur meer dan 365 dagen bedraagt.
De aandacht wordt erop gevestigd dat de belastingvrijstelling in geen geval kan worden verleend wanneer wordt vastgesteld dat een arbeidsovereenkomst door een doctoraatsbeurs wordt vervangen. Er wordt eveneens aan herinnerd dat de doctoraatsbeurs in geen geval een door de student geleverde prestatie voor rekening van de universiteit, van de federale instelling of van een derde mag bezoldigen.
4. De doctorandus mag zich uitsluitend met onderzoek, buiten een arbeidsovereenkomst bezighouden
Naast het feit dat de onderzoekswerkzaamheden buiten een arbeidsovereenkomst moeten worden uitgeoefend kan niet worden aanvaard dat de student, gelijktijdig met die werkzaamheden, eender welke begeleidingswerkzaamheid of andere werkzaamheid al dan niet bezoldigd door de universiteit, de federale wetenschappelijke instelling of een derde, levert en dit ongeacht de arbeidsduur.
Er wordt echter aanvaard dat de beursstudent zich tijdens het doctoraat bezighoudt met de begeleiding en het toezicht van praktijkwerken van studenten van de tweede cyclus. Die werkzaamheden maken immers integraal deel uit van hun onderzoeksopleiding. Zulke werkzaamheden moeten echter beperkt blijven tot maximum vier uur per week.
5. De vrijstelling van belasting wordt slechts voor maximum vier opeenvolgende jaren aan de verkrijger van de bedoelde beurs verleend
Naar analogie met het systeem dat van toepassing is op sommige prijzen en subsidies toegekend aan geleerden (art. 90, eerste lid, 2°, WIB 92) wordt onder "vier opeenvolgende jaren" verstaan, vier tijdperken van 12 maanden achter elkaar ongeacht of die tijdperken al dan niet met het kalenderjaar samenvallen of elkaar al dan niet zonder onderbreking opvolgen.
Het tijdperk waarin de vrijstelling wordt verleend mag echter niet langer zijn dan een periode van 72 maanden achter elkaar.
Het is evenmin mogelijk om het voordeel van de vrijstelling te verlenen voor meer dan vier verschillende tijdperken, zelfs indien die tijdperken niet volledig door de toekenning van de beurs werden gedekt.
Voorbeeld
Een doctoraatsbeurs wordt aan een student toegekend voor de academiejaren 2001/2002 en 2002/2003. Hij verricht in het academiejaar 2001/2002 gedurende 12 maanden onderzoekswerkzaamheden en onderbreekt die werkzaamheden op het einde van de tweede maand van het academiejaar 2002/2003. Voor de academiejaren 2004/2005 en 2005/2006 wordt hem opnieuw een beurs toegekend. Gedurende die twee tijdperken van 12 maanden verricht hij onderzoekswerkzaamheden.
De beurzen zijn toegekend voor 4 jaren zonder een periode van 72 maanden achter elkaar te overschrijden en kunnen bijgevolg worden vrijgesteld. Indien een bijkomende beurs zou worden toegekend vanaf het academiejaar 2006/2007 kan die beurs niet worden vrijgesteld, aangezien de vier tijdperken van 12 maanden achter elkaar na het verstrijken van het academiejaar 2005/2006 zijn afgelopen.
6. De vrijstelling mag slechts éénmaal ten name van dezelfde persoon worden verleend
Die voorwaarde is eveneens van toepassing op studenten die, eventueel bij verschillende universiteiten, meerdere doctoraten verkrijgen.
C. INWERKINGTREDING
De huidige circulaire is onmiddellijk van toepassing en dit in elk stadium van de procedure.
NAMENS DE MINISTER :
Voor de Directeur-generaal :
De Directeur,
P. LEROY.
Bron: FisconetPlus
