Circulaire nr. Ci.RH.624/499.006 d.d. 18.06.1999
Bull. nr. 795, pag. 2217
BUITENLAND
Buitenlands kaderlid
BUITENLANDS KADERLID
Aanvraag tot erkenning als buitenlands kaderlid
Bijzonder aanslagstelsel voor sommige buitenlandse kaderleden. Termijn voor het indienen van de aanvraag tot erkenning als buitenlands kaderlid.
Aan alle ambtenaren van de niveaus 1, 2+, 2 en 3.
De toepassing van het in de circ. 8.8.1983, Ci.RH.624/325.294 (Bull. 620, blz. 2061), bedoelde bijzondere aanslagstelsel voor sommige buitenlandse kaderleden, is onder meer afhankelijk van een eenmalige aanvraag die de werkgever van het kaderlid aan de Directeur te Brussel II-Vennootschappen, dienst "Buitenland", moet richten.
De circ. 1.4.1994, Ci.RH.624/454.301 (Bull. 738, blz. 1044) bepaalt dat de aanvragen tot erkenning als buitenlands kaderlid moeten worden ingediend binnen een termijn van zes maanden te rekenen vanaf de eerste dag van de maand volgend op die van de tewerkstelling of detachering in België. Na die termijn ingediende verzoeken worden slechts in aanmerking genomen wanneer bijzondere en uitzonderlijke omstandigheden zulks rechtvaardigen.
Voormelde richtlijnen werden in de Com.IB. 92 opgenomen onder de nrs 227/4 tot 227/20 en 235/4 tot 235/27.
Er is beslist die richtlijnen in de volgende zin te nuanceren en dit voor zover er geen aanslag in de personenbelasting is gevestigd die definitief geworden is :
- als principe geldt dat de termijn van zes maanden als gesteld in voornoemde circ. 1.4.1994 bij voortduur behouden blijft en dat de aard van de "bijzondere omstandigheden" die zouden worden ingeroepen, zeer strikt moeten worden beoordeeld;
- voor de aanvragen die na het verstrijken van de termijn van zes maanden worden ingediend en waarvoor geen bijzondere omstandigheden voorhanden zijn, kan alsnog een erkenning worden verleend vanaf het jaar volgend op het jaar waarin de laattijdige aanvraag is ingediend.
Voor alle duidelijkheid wordt als bijlage een schema toegevoegd inzake de te volgen werkwijze.
Dat schema vertrekt van een situatie waarin uitsluitend het verstrijken van de aanvraagtermijn een erkenning als buitenlands kaderlid in de weg zou staan.
Dit nieuwe standpunt moet onmiddellijk worden toegepast, ook op alle nog hangende geschillen.
Voor de Directeur-generaal :
De Auditeur-generaal van financiën,
J.E. Vandenbosch
